04 Toelichting Ekris 52 Woudenberg.pdf
Tekst van het document
PR-6 risicocontour 0m 0m
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Invloedsgebied 95 m 45 m
Afstand plangebied Ca. 460 m Ca. 260 m Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|32
Gasleiding W-520-06
0m
200 m
Ca. 670 m
Tabel 2: (Risico)afstanden buisleidingen t.o.v. het plangebied
Inrichtingen De risicokaart geeft aan dat binnen het plangebied geen risicovolle bedrijven aanwezig zijn die de externe veiligheid beperken. In de directe omgeving zijn wel enkele bedrijven aanwezig die een risico met zich meebrengen, te weten een productie en distributie van elektriciteit, aardgas, stoom en warm water (Ekris 42c), een ammoniakinstallatie (De Nort 21), een LPG-afleverinstallatie (parallelweg 24), een chemische opslag (Parallelweg 6) en een bovengrondse tank (Laagerfseweg 12a). Voor de LPG-installatie aan de Parallelweg 24 geldt een invloedsgebied van 150 meter. Het plangebied ligt hier ruimschoots buiten, op een afstand van circa 1.100 meter. De chemische opslag aan de Parallelweg 6 kent een invloedsgebied van 3.000 meter, waardoor het plangebied (circa 1.300 meter) hierbinnen valt. Het aantal (bedrijfs)woningen blijft ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie, waardoor er geen sprake van een significante toename van het groepsrisico. Hiermee vormt dit risicovol object geen belemmering voor het plan. Verder hebben de genoemde inrichtingen ten hoogste een invloedsgebied of risicoafstand van 25 meter, waardoor het plangebied ruimschoots voldoet aan de risicoafstanden van deze inrichtingen.
Gasleiding W-520-01
De Nort 21
Ekris 42c
Parallelweg 24 Gasleiding W-520-04
Gasleiding W-520-06 Parallelweg 6 Laagerfseweg 12a
Afbeelding 18: Risicokaart Noord-Holland – uitsnede plangebied (paars omlijnd)
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|33
5.6
Geluid
Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij het vaststellen van geluidbelasting voor geluidsgevoelige functies zoals ‘Wonen’ dient op grond van de Wgh iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf is gelegen of voor de weg een maximum snelheidsregime geldt van 30 km/uur. Een bedrijfswoning is een geluidsgevoelige bestemming. Bij het oprichten van de tweede nieuwe bedrijfswoning komt de woning binnen de geluidzone van de Ekris (maximaal 60 km/uur) en de Groenewoudsesteeg (maximaal 80 km/uur) te liggen. Beoordeeld moet worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Onderzoek De bestaande bedrijfswoningen worden samengevoegd en ter plaatse van de toegangsweg richting Ekris 52 wordt een nieuwe bedrijfswoning opgericht. Hiermee blijft het aantal (bedrijfs)woningen gelijk ten opzichte van de bestaande situatie.
De nieuw op te richten (bedrijfs)woning komt te liggen binnen de geluidszone van de Ekris en de Groenwoudsesteeg. Zodoende heeft Sain milieuadvies op 28 oktober 2020 het onderzoek ‘Geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai’ uitgevoerd (bijlage 3). Er is onderzocht of de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de nieuwe woning voldoet aan de wettelijke eisen. Het onderhavige plan ligt buiten de bebouwde kom en er is sprake van een nieuwe agrarische woonbestemming. In dit geval gelden de volgende grenswaarden: Voorkeursgrenswaarde: 48 dB; Maximale grenswaarde: 58 dB. De gemeente Woudenberg heeft van zowel de Ekris als de Groenewoudsesteeg de verkeersintensiteit in het jaar 2030, de wegdekverharding en de maximumsnelheid aangeleverd. De Groenwoudsesteeg ligt op grotere afstand en heeft een veel lagere verkeersintensiteit dan de Ekris. Zodoende is de Groenwoudsesteeg niet verder in het onderzoek betrokken. Op basis van de verkeersgegevens is een rijlijn gemodelleerd, in een groep. Aan deze groep is een groepsreductie toegekend van 5 dB, overeenkomstig de generieke correctie die mag worden toegepast. De berekende geluidsbelasting van de Ekris op de nieuwe woonbestemming bedraagt 43 dB. Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelasting op de nieuwe woning lager is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.
De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai zal ter plaatse van de nieuwe woonbestemming voldoen aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Er zijn geen verdere procedures in het kader van de Wet geluidhinder nodig. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|34
5.7
Luchtkwaliteit
Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Titel 5.2 Wet milieubeheer handelt over luchtkwaliteit, daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Met de 'Wet luchtkwaliteit' en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor woningbouwlocaties die ingeval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen mogen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. Voor kantoorlocaties gelegen aan één ontsluitingsweg geldt een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden, waarbij getoetst wordt aan de normen. Ook het aspect stikstof kan zorgen voor belemmeringen. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 5.8 ‘Natuurwetgeving’. Onderzoek De bestaande bedrijfswoningen worden samengevoegd en ter plaatse van de toegangsweg richting Ekris 52 wordt een nieuwe bedrijfswoning opgericht. Hiermee blijft het aantal (bedrijfs)woningen gelijk ten opzichte van de bestaande situatie. De nieuw op te richten bedrijfswoning is aangewezen als ‘Niet in betekende mate’ (NIBM). Uitbreiding van het bouwvlak met daarbij realisatie van nieuwe bedrijfsbebouwing echter niet. Het planvoornemen voorziet echter niet in de komst van (significant) extra verkeer. Het aantal verkeersbewegingen met betrekking tot de (bedrijfs)woningen blijft gelijk, aangezien het aantal woning gelijk blijft.
Daarbij heeft de uitbreiding van een bouwvlak geen directe verkeersaantrekkende werking. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied dient getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof. De waardes zijn bepaald aan de hand van de Atlas leefomgeving. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 20 µg/m3
WHO advieswaarde 40 µg/m3 20 µg/m3 10 µg/m3
Waarde plangebied 14-16 µg/m3 20-21 µg/m3 11-12 µg/m3
Tabel 3: Luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|35
De huidige concentraties vallen onder de grenswaardes uit de Wet luchtkwaliteit. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de GGD hanteren voor PM10 en voor PM2,5 lagere waarden dan de Wet luchtkwaliteit, namelijk 20 µg/m 3 en 10 µg/m3. De fijnstofwaarde (PM10) ligt op de grens van de advieswaarde van de WHO. De waarde in het plangebied voor de fijnstof (PM2,5) ligt net boven de advieswaarde, maar ruimschoots binnen de grenswaarde uit de Wet luchtkwaliteit. De waardes zullen in de toekomstige situatie niet (significant) toenemen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Natuurwetgeving
Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Het doel van de wet is om de biodiversiteit in Nederland te beschermen. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht houdt in dat tegen de werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van activiteiten en ontwikkelingen op beschermde soorten. Vaak gaan activiteiten en de bescherming van soorten goed samen. Onder de Wet natuurbescherming geldt dat door een ecoloog onderzocht moet worden of ruimtelijke ingrepen effect hebben op de beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde bosopstanden en dat het project of plan de natuurlijke kenmerken en/of soorten van het betrokken gebied niet significant aantast. Onderzoek Ecologische Quickscan Het voornemen is om de oppervlakte van het bestaande bouwvlak te vergroten met 30%, de twee bestaande bedrijfswoningen samen te voegen en een nieuwe bedrijfswoning op te richten ter plaatse van de Toegangsweg naar Ekris 52. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming.
Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek (bijlage 4) uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Utrecht. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan worden uitgesloten.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|36
Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de ruimtelijke ontwikkeling aan de Ekris 52 te Woudenberg is niet in strijd met het gestelde van de soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden. Stikstofberekening Met de uitspraak van de Raad van State (29 mei 2019) is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Het plan voorziet in de realisatie van een 2de bedrijfswoning ter plaatse van de twee veldschuren welke worden gesloopt. De bouwvlakvergroting is noodzakelijk voor de realisatie van een vleeskuikenouderdieren stal, een melkveestal, machineberging en bijbehorende voorzieningen.
Voor het plangebied zijn met behulp van de Aerius Calculator 2019A berekeningen gemaakt van de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden (bijlage 5). Hierbij is met name Natura 2000 Kolland & Overlangbroek, gelegen op ca. 10.000 meter van het plangebied van belang Een toename van de stikstof depositie ontstaat door de werkzaamheden tijdens de bouwfase. Bij de realisatie hiervan ontstaat er stikstof emissie door een tijdelijke toename aan verkeersbewegingen en de inzet van machines. De exacte inzet en eigenschappen van de machines zijn weergegeven in de bijlage. Na voltooiing van de bouw is er in de gebruikersfase sprake van stikstofdepositie door de verkeersbewegingen van de bewoners en bezoekers en de bedrijfsvoering zoals het houden van vee. De stikstofemissie in de aanlegfase is 30,8 kg/jaar NOX. Uit de Aerius berekening blijkt, op basis van de gestelde uitgangspunten, geen effect groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Hierbij is uitgegaan van het slechtste scenario dat alle activiteiten plaats vinden binnen één jaar. Een dergelijk scenario lijkt met de huidige inzichten echter onrealistisch. In de gebruikersfase sprake van stikstofdepositie door de verkeersbewegingen van de bewoners en bezoekers en de bedrijfsvoering zoals het houden van vee. Voor de inrichting is geen onherroepelijke vergunning op basis van wet natuurbescherming verleend.
Hiermee is de vergunningenhistorie van belang om de ‘referentie’ te bepalen voor het intern salderen. Op basis van artikel 5 lid 5 – 7 van de beleidsregels intern en extern salderen komt alleen ammoniakemissie in aanmerking waarvan sprake is van feitelijke gerealiseerde capaciteit en ten hoogste de emissie die is toegestaan op grond van het besluit huisvesting. Dit betekend dat de vergunning van 1997 de laagste hoeveelheid ammoniak emissie vergund en daarmee als referentie geldt. Uit de Aerius berekening blijkt, op basis van de gestelde uitgangspunten, geen effect groter dan 0,00 mol/ha/jaar. De planontwikkeling is daarmee voor de gebruikersfase niet in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming van de wet natuurbescherming.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|37
De planontwikkeling is daarmee voor zowel de aanleg- als gebruiksfase niet in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming van de wet natuurbescherming. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt in de aanlegfase geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
5.9
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in het bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 Het Waterbeheerprogramma (WBP) is het spoorboekje én visitekaartje voor de jaren 2016 – 2021. Het WBP wordt bewust neergezet als een ‘programma’ en niet meer als een waterbeheerplan.
Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijn Water en de Deltabeslissingen wordt beschreven hoe gewerkt wordt aan de wateropgaven. Ook speelt het Waterschap alvast in op de
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|38
nieuwe wetgeving omtrent ruimtelijke ordening, waarmee het WBP ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet houdbaar is. In het landelijk gebied wordt ingezet op de juiste hoeveelheid oppervlaktewater van de juiste chemische en ecologische kwaliteit, op de juiste plek en op het juiste moment. Meer piekbuien en langere perioden van droogte vragen een andere kijk op het watersysteem. Naast het hoofdwatersysteem, richten we ons meer op de haarvaten en op de samenhang tussen het stedelijke en het landelijke gebied. Ook op het gebied van de waterkwaliteit geven we meer aandacht aan de haarvaten. Door in de haarvaten maatregelen te nemen, kunnen we kansen benutten voor de verbetering van ecologische en chemische kwaliteit en daarmee voldoen aan de wettelijke vereisten. Daarbij gaat naast de inrichting steeds meer aandacht uit naar beheer en onderhoud. Het waterschap beschouwt de waterketen als één geheel en wil het beheer van de verschillende schakels op elkaar afstemmen. Enerzijds om kosten te besparen, anderzijds om het zuiveringsrendement verder te verhogen. Dit kan het niet alleen. Immers, het waterschap beheert slechts enkele schakels in de keten. Daarom wil het waterschap de komende jaren nog intensiever samenwerken met –vooral– de gemeenten in het gebied.
Algemene Regels Keur Waterschap Vallei en Veluwe In de Keur staat wat er wel en niet mag in watergangen, waterkeringen, bergingsgebieden en ondersteunende kunstwerken en met grondwater. Met die regels beschermt het waterschap de dijken, sloten, waterstanden en grondwaterstanden. Zo mogen bepaalde activiteiten bij wateren en dijken alleen worden uitgevoerd als het waterschap daarvoor een vergunning heeft verleend. Hiermee voorkomen we risico's op wateroverlast of gevaren voor de dijken. In bepaalde gevallen gelden algemene regels in plaats van de vergunningplicht. In deze algemene regels worden minder risicovolle activiteiten toegestaan zonder dat er vooraf toestemming hoeft te worden gevraagd aan het waterschap. Wel gelden er meestal voorwaarden en moet er achteraf een melding worden gedaan. Op grond van artikel 3.2, eerst lid, van de keur, is het verboden zonder vergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen. Hieronder wordt ook verstaan het aanleggen, verwijderen of behouden van objecten en bouwwerken in oppervlaktewaterlichamen.
Langs oppervlaktewaterlichamen categorie A en B+ kan aan één zijde of aan beide zijden een onderhoudsstrook liggen. Deze onderhoudsstroken, welke zijn vastgelegd in de legger, hebben tot doel dat doelmatig onderhoud met groot materieel door het waterschap kan worden uitgevoerd. Het plaatsen van een object of bouwwerk binnen deze onderhoudsstrook kan dan ook tot gevolg hebben dat het onderhoud vanaf de betreffende zijde van het water wordt belemmerd. De vraag of doelmatig onderhoud kan worden uitgevoerd is daarom bepalend voor het al dan niet verlenen van een watervergunning. Watertoets Ten behoeve van de watertoets is voor het plangebied de waterhuishoudkundige situatie onderzocht. Daarbij wordt aandacht besteed aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|39
situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden en de mogelijkheden om (afgekoppelde) neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren. Bestaande situatie Oppervlaktewater In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat in dit plan geen essentiële waterbelangen aanwezig zijn. Waterkering In de nabije omgeving van het plangebied is geen waterkering aanwezig. Binnen een straal van enkele kilometers van het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen gelegen. Afvalwater De bestaande bedrijfswoningen en bebouwing aan Ekris 52 zijn aangesloten op de drukriolering bij de Ekris. Via deze drukriolering wordt het afvalwater getransporteerd naar de rioolwaterzuivering in Woudenberg. Regenwater Met de bedrijfsbebouwing is binnen het plangebied veel verharding aanwezig. Het hemelwater dat hierop valt wordt via regenpijpen afgevoerd naar de direct aangrenzende watergangen en onverharde gronden die rondom het bedrijf liggen. Ook de overige verharde delen van het perceel wateren af op de omliggende watergangen en onverharde gronden. Op de onverharde delen zijgt het water in de bodem of loopt oppervlakkig af naar de watergangen.
Toekomstige situatie De twee (voormalig) aanwezige veldschuren binnen het plangebied worden gesloopt. Eén gesloopte veldschuur (herbouwt in 2011) wordt verplaatst naar de locatie van het bouwvlak in het vigerend bestemmingsplan. De bestaande bedrijfswoningen worden samengevoegd en ter plaatse van de toegangsweg richting Ekris 52 ter hoogte van de bestaande veldschuren die gesloopt worden, wordt een nieuwe bedrijfswoning opgericht. Daarnaast wordt het bouwvlak vergroot met 30%. De bouwvlakvergroting is noodzakelijk voor de realisatie van een vleeskuikenouderdierenstal, een melkveestal, machineberging en bijbehorende voorzieningen. Oppervlaktewater In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat de ontwikkelingen bij dit bestemmingsplan geen essentiële waterbelangen raken. Waterkwantiteit Voor het plangebied geldt dat de hoeveelheid verharding toeneemt met de planontwikkeling. De toename aan verharding en bebouwing is als volgt: Onderdeel Woning(en) + berging Bijgebouw Rundveestal Vleeskuikenouderdieren stal Vleesvarkens en jongvee stal Vleesvarkens stal
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Huidig (m²) 200 48 440 690 740 936
Beoogd (m²) 200 48 690 740 936
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|40
Voeropslag en verharding Veldschuur 1 Veldschuur 2 Melkveestal Vleeskuikenouderdierenstal Eieropslag Reinigingsplaats Sleufsilo’s Machine berging Verharding Bouwvlak bedrijfswoning (50%) + oprit Totaal
4958 110 360
8.482
1.500 2.040 182 75 1.200 360 +/- 4.000 330 12.301
In totaal neemt het verharde/bebouwde oppervlak toe met 3.819 m2. De toename van het verhard oppervlak bedraagt meer dan 1.500 m2, waardoor een eventuele vrijstelling met betrekking tot het bergen van water niet van toepassing is voor het planvoornemen. Zodoende zijn compenserende maatregelen nodig. Uit de eisen van het waterschap blijkt dat het water geborgen dient te worden door middel van een statische berging met een capaciteit van 600 m 3 per hectare. Voor de toename aan verharding (0.38 ha) is een beschikbare statische waterberging van 228 m3 nodig. De watercompensatie vindt plaats door middel van het verbreden van de bestaande watergangen nabij het plangebied. De te verbeden watergangen zijn weergegeven in de onderstaande afbeelding. De totale lengte van de watergang betreft ca. 1.700 meter, waardoor een verbreding van ca. 0,15 meter volstaat.
Afbeelding 19: Ligging te verbreden watergangen (blauwe lijnen)
Waterkering In de nabije omgeving van het plangebied is geen waterkering aanwezig. Binnen een straal van enkele kilometers van het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen gelegen. De ontwikkelingen met betrekking tot dit bestemmingsplan hebben geen gevolgen op omliggende waterkeringen.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|41
Afvalwater De nieuw op te richten bedrijfswoning kan niet worden aangesloten op de bestaande drukriolering aan de Ekris 52. De afstand vanaf de nieuwe woning aan de Ekris naar de bestaande drukrioolput aan de Ekris 52 is te groot om onder vrij verval op af te voeren. Daarom is een nieuwe pompput nabij de nieuwe tweede bedrijfswoning noodzakelijk. Deze nieuwe pompput wordt op kosten van de initiatiefnemer aangelegd. De afvalwaterproductie met betrekkingen tot de bedrijfswoningen blijft per saldo nagenoeg gelijk. De bestaande drukriolering heeft voldoende capaciteit om de (beperkte) toename in afvalwaterproductie te verwerken en af te voeren. Mocht blijken dat het afvalwateraanbod te groot zal zijn, dient in overleg met de gemeente naar aanvullende maatregelen te worden gekeken. Waterkwaliteit Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen wordt geadviseerd duurzaam te bouwen. Dit houdt in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout voorkomen dienen te worden. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|42
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.1
Verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
6.2
Planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
2.
3.
4.
6.3
Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|43
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn uitsluitend bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven en het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem en de landschapsstructuur. Ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is tevens een intensieve veehouderij toegestaan. De bouwvlakken binnen de bestemming ‘Agrarisch’ zijn beide voorzien van de figuur ‘relatie’. Bouwvlakken die met de figuur 'relatie' zijn verbonden, worden aangemerkt als één bouwvlak. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning is uitsluitend één bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen toegestaan. In totaal zijn binnen het plangebied 2 bedrijfswoningen toegestaan. Binnen deze aanduiding zijn geen bedrijfsgebouwen toegestaan. De goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter. De inhoud van de bedrijfswoningen inclusief aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 600 m3. Verder mag de maximale oppervlakte aan bijgebouwen niet meer bedragen dan 80 m2 per bedrijfswoning. De goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning de inhoudsmaat van een bedrijfswoning, onder enkele voorwaarden, vergroten tot maximaal 800 m3 inclusief aan- en uitbouwen.
De bedrijfsgebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden gerealiseerd. De maximale goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt 6 meter en de maximale bouwhoogte 11 meter. De goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter. Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat detailhandel, anders dan het verkopen van streekeigen producten of ter plaatse geproduceerde producten met een oppervlakte van ten hoogste 150 m², niet is toegestaan. Daarnaast zijn niet-agrarische nevenactiviteiten eveneens niet toegestaan. Het (deel)bouwvlak direct aan de Ekris is voorzien van de aanduidingen ‘bedrijfswoning’ en ‘geen vee’. Dit om oneigenlijk gebruik in de toekomst te voorkomen. Artikel 4 Waarde – Archeologie 2 (Dubbelbestemming) Deze gronden zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. Op deze gronden mogen ten behoeve van de genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m. Voor het realiseren van overige bouwwerken is een omgevingsvergunning nodig als het bouwwerk een oppervlakte heeft groter dan 100 m2, verder gaat dan een diepte van 40 cm én zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende omgevingsvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor het gehele plangebied met betrekking tot het bouwen van bouwwerken. Hierin staan onder andere regels opgenomen over ondergronds bouwen en de overschrijding van bouwgrenzen Artikel 7 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de mogelijkheden binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ nader uitgewerkt. NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|44
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn de regels opgenomen die bepalen dat burgemeester en wethouders de in het plan opgenomen bestemmingen kunnen wijzigen ten behoeve van het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Artikel 9 Algemene procedureregels In dit artikel zijn regels opgenomen over het toepassen van de ontheffingsbevoegdheid en aanlegvergunningregeling. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Artikel 11 Slotregel Het laatste artikel ’Slotregel’ geeft de officiële naam van het plan aan, wanneer naar het plan wordt verwezen. De planregels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan “Ekris 52, Woudenberg”.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg
|45
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. Inmiddels is een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt het plan conform de inspraakverordening gepubliceerd in huis-aan-huisbladen en op de website van de gemeente gepubliceerd. Daarnaast wordt het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het zgn. 3.1.1. Bro toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid wordt geboden om een reactie te geven op het plan. Daarbij is een informatiebijeenkomst gehouden door initiatiefnemer waar de omwonenden van Ekris 44,56, 61, 63 en 67 aanwezig waren. De omwonenden geven allen aan dat het plan een verbetering van de bestaande situatie is. Omwonenden hebben aangegeven geen opmerkingen/bezwaren te hebben. Een beknopte weergave van het vooroverleg met omwonenden is in de bijlage van de toelichting (bijlage 6) opgenomen. Naar aanleiding van de vooroverleg- en inspraakperiode is er wel/geen noodzaak het bestemmingsplan aan te passen. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. De ingekomen zienswijzen worden vervolgens betrokken bij hun besluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeenteraad is het bevoegd gezag om het bestemmingsplan vast te stellen.
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
NL.IMRO.0351.BP2020Ekris52-CO01
Bestemmingsplan Ekris 52, Woudenberg