04 Schoolstraat 9_TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Schoolstraat 9 Gemeente Woudenberg TOELICHTING
Bestemmingsplan Schoolstraat 9 Gemeente Woudenberg TOELICHTING
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Projectleider: Auteur:
NL.IMRO.0351.BBkschoolstr9-ow01 Schoolstraat 9 Datum 14 juli 2021 20 december 2021
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 7 8
Beschrijving van de situatie
10
Huidige situatie Toekomstige situatie
10 10
Beleidskader
13
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Interim omgevingsverordening Conclusie Gemeentelijk beleid Structuurvisie Woudenberg 2013 - 2030 en oplegger Woonvisie Woudenberg 2019+
13 13 13 14 16 16 17 19 19 19 20
Uitvoeringsaspecten
21
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Aanvullend onderzoek vleermuis en gierzwaluw Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Onderzoek/beoordeling Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie
21 21 22 22 23 23 24 24 24 24 24 24 25 25 27
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4
Schoolstraat 9
3
4.4
4.12
Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Duurzaam bouwen
27 27 28 28 28 28 29 29 29 29 30 32 32 32 33 34 34 34 35 36 36 37 37 37 39 39 40 40 40 40 40
Hoofdstuk5
Juridische planbeschrijving
42
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel
42 42 42 42 43 43 43 43 43 43 44 44 44
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2
Schoolstraat 9
4
Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3
Schoolstraat 9
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Overleg met overheidsinstanties Zienswijzen
45 45 45 46 46
5
TOELICHTING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Schoolstraat 9 in Woudenberg bevindt zich een vrijstaande woning met aan de achterzijde van het perceel enkele bedrijfsgebouwen. Op het perceel was voorheen een groothandel in groente en fruit gevestigd. Inmiddels is de locatie niet meer in gebruik ten behoeve van het bedrijf. De voormalige eigenaar van de groothandel heeft de locatie verkocht. Op 26 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van gemeente Woudenberg het wijzigingsplan 'Schoolstraat 9' vastgesteld. Daarmee is aan de voormalige bedrijfswoning Schoolstraat 9 de bestemming 'Wonen' toegekend waarmee de woning gebruikt kan worden als reguliere woning. De voormalige bedrijfsgebouwen staan leeg en maakten geen onderdeel uit van het vastgestelde wijzigingsplan. Initiatiefnemer is voornemens om het perceel Schoolstraat 9 te herontwikkelen. In het plan wordt de bestaande bedrijfsfunctie omgezet naar een woonfunctie ten behoeve van kleine woningen bedoeld voor verhuur. Ter plaatse van de huidige bebouwing wordt een gebouw voor maximaal 10 en minimaal 8 appartementen gerealiseerd. Alle bestaande bebouwing binnen het plangebied gesloopt. In het geldende bestemmingsplan kent het plangebied in hoofdzaak de enkelbestemming 'Bedrijf-1''. Het initiatief kan dan ook niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Om het nieuwe woongebouw planologisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het ruimtelijk plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied betreft de bedrijfsgebouwen met bijbehorende gronden aan de Schoolstraat 9 in Woudenberg. De locatie ligt in de bebouwde kom van Woudenberg, nabij het (dorps)centrum. De directe omgeving van het plangebied laat zich kenmerken als bestaand woongebied, afgewisseld met solitaire locaties ten behoeve van bedrijven, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen. Aan de noordzijde van het plangebied loopt de Schoolstraat waarvoor éénrichtingsverkeer geldt vanaf de N226 (Geeresteinselaan). Aan de zuidzijde van het plangebied is een installatiebedrijf met (boven)woning gesitueerd aan de Middenstraat 2 t/m 4. Het plangebied wordt grotendeels omsloten door bestaande reguliere burgerwoningen. Het gaat zowel om aaneengebouwde woningen, beneden-bovenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen als vrijstaande woningen. De percelen Schoolstraat 9 waarop de herontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, zijn kadastraal bekend als gemeente Woudenberg, sectie B, nummers 4148, 4184, 5800, 5801 en 6039 met een totale oppervlakte van circa 1.042 m2. In onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven.
Schoolstraat 9
6
Globale ligging plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' dat op 21 december 2017 door de gemeenteraad van Woudenberg is vastgesteld. Op 20 december 2018 is door de gemeenteraad een correctieve herziening vastgesteld. Tot slot is op 26 maart 2020 een herstelbesluit genomen naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 november 2019 over het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg'. Conform het geldende bestemmingsplan kent het plangebied in hoofdzaak de bestemming 'Bedrijf-1'. Als gevolg van de functieaanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 1' en 'bedrijfswoning' is ter plaatse een bedrijf in milieucategorie 1 toegestaan met daarbij één bedrijfswoning. Een groot deel van het plangebied (circa 640 m2) met de bestemming 'Bedrijf-1' is aangewezen als bouwvlak waarbinnen gebouwen en overkappingen mogen worden opgericht. Het aangegeven bouwvlak mag voor maximaal 75% worden bebouwd, waarbij voor bedrijfsgebouwen geen maximale hoogte is gegeven. Voor een klein deel van het plangebied is de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'opslag' van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor het wonen, waarbij tevens opslag is toegestaan.
Schoolstraat 9
7
Tot slot is op het hele plangebied de dubbelstemming 'Waarde-Archeologie 1' van toepassing. Gelet op het voorgaande past het beoogde initiatief niet rechtstreeks binnen de regels van het geldende bestemmingsplan.
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Woudenberg' 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Schoolstraat 9' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven;
Schoolstraat 9
8
in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.
Schoolstraat 9
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
Planlocatie Het plangebied betreft twee bedrijfsloodsen met de direct omliggende gronden. De betreffende bedrijfsloodsen zijn momenteel niet meer in gebruik ten behoeve van de groothandel in groente en fruit die voorheen op het perceel gevestigd was. Onderstaand is het aanzicht op het plangebied vanaf de Schoolstraat opgenomen.
Aanzicht plangebied vanaf de Schoolstraat (bron: Street View) Zoals aangegeven beslaat het plangebied de percelen kadastraal bekend als gemeente Woudenberg, sectie B, nummers, 4148 4184, 5800, 5801 en 6039 met een totale oppervlakte van circa 1.042 m2. Omgeving Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Woudenberg, nabij het (dorps)centrum. De locatie Schoolstraat 9 ligt achter het lint van de Schoolstraat en de Geeresteinselaan. In het lint van de Schoolstraat komen afwisselend aaneengebouwde, boven-benedenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen voor. Het lint van de Geeresteinselaan bestaat hoofdzakelijk uit twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De directe omgeving van het plangebied laat zich kenmerken als bestaand woongebied, afgewisseld met solitaire locaties ten behoeve van bedrijven, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen. 2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt het perceel Schoolstraat 9 herontwikkeld. De bestaande bedrijfsfunctie wordt omgezet naar een woonfunctie ten behoeve van kleine woningen in de huursector. Ten behoeve van het initiatief wordt alle bestaande bebouwing gesloopt. Met de ontwikkeling wordt voorzien in een nieuwe duurzame invulling voor een perceel dat zijn bedrijfsfunctie heeft verloren. Met de herontwikkeling kan een kwaliteitsverbetering van het binnengebied worden bereikt. Daarnaast voorziet de nieuwe invulling in een functie waar op dit moment veel behoefte aan bestaat binnen de gemeente Woudenberg. Door grotendeels de bestaande bouwvolumes te volgen
Schoolstraat 9
10
is de herontwikkeling stedenbouwkundig verantwoord en passend. Op de locatie Schoolstraat 9 wordt ter plaatse van de huidige bedrijfsloodsen een woongebouw opgericht voor maximaal 10 en minimaal 8 wooneenheden. Het woongebouw wordt in de breedterichting van het perceel gerealiseerd. De wooneenheden kennen een oppervlak dat varieert van circa 35 m2 tot circa 61 m2. De eenheden kunnen worden uitgevoerd als studio (éénkamer-woning), tweekamer- en driekamerappartement. De variatie is afhankelijk van het uiteindelijk te realiseren aantal. Afhankelijk van het toe te passen model wordt 50%-60% aangeboden onder de liberalisatiegrens. Alle wooneenheden zijn bestemd voor verhuur. Er is sprake van een gemengde doelgroep met studio's voor startende jongeren en appartementen voor (één ouder)gezinnen/ouderen. Door variatie in woningtypen zal de samenstelling van de bewoners ook gemengd zijn. Het woongebouw bestaat uit twee bouwlagen. Op een deel van de bebouwing wordt mogelijk een kap toegepast. De goothoogte bedraagt circa 6,5 meter. Indien een kap wordt toegepast geldt een bouwhoogte van circa 9,5 meter. De studio's/appartementen op de begane grond beschikken over een achtertuin. De appartementen op de verdieping beschikken over een balkon of een zogenaamd frans balkon.
Op de verdieping worden, ten behoeve van de privacy van omliggende woonpercelen, enkele ramen in de noord-, oost- en westgevel van het nieuwe woongebouw voorzien van lichtdoorlatend ondoorzichtig glas. De wooneenheden beschikken allen over een afzonderlijke buitenberging van circa 5 m2. Op eigen terrein wordt voorzien in 10-11 parkeerplaatsen. De beoogde nieuwe invulling op het perceel Schoolstraat 9 staat nog niet definitief vast. Onderstaand zijn 3 modellen opgenomen met een weergave van zowel de begane grond als de verdieping van het beoogde nieuwe woongebouw.
Model 1 beoogde nieuwe situatie
Schoolstraat 9
11
Model 2 beoogde nieuwe situatie
Model 3 beoogde nieuwe situatie
Schoolstraat 9
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. Het rijksbeleid is voor het toevoegen van maximaal 10 en minimaal 8 appartementen in de bebouwde kom van Woudenberg niet relevant. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie;
Schoolstraat 9
13
Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), waarin is geformuleerd dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.
indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van maixmaal 10 en minimaal 8 wooneenheden. Daarmee kan er sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk.
Behoefte In het 'Woningbehoefteonderzoek Woudenberg 2020' van 20 mei 2020 wordt geconcludeerd dat het onderzoek geen aanleiding geeft tot grote beleidsaanpassingen, maar wel tot het ophogen van het aantal nieuwe woningen dat jaarlijks wordt toegevoegd. Inzet op het faciliteren van doorstroming is daarbij nog
Schoolstraat 9
14
belangrijker geworden om iedereen passend te kunnen huisvesten. Verder zijn de volgende conclusies uit woningbehoefteonderzoek van belang voor onderhavig initiatief: In de komende jaren groeit het aantal inwoners in Woudenberg van 13.170 in 2019, naar circa 16.200 inwoners in 2040. Het aantal huishoudens groeit onder invloed van de huishoudensverdunning en een relatief sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens sneller dan het aantal inwoners. In 2019 waren er in totaal 5.050 huishoudens in Woudenberg. Dit aantal groeit in 2030 naar 6.420 en in 2040 naar 7.430 huishoudens. Daarbij is er sprake van een vergrijzing van de Woudenbergse bevolking. Dit zien we aan de sterke groei van het aantal oudere huishoudens tot 2040. In de sociale voorraad in Woudenberg neemt het aantal actief woningzoekenden jaarlijks toe, voornamelijk door de groei van het aantal jonge actief woningzoekenden met een laag en middeninkomen. Tegelijkertijd zijn er in 2019 minder sociale huurwoningen verhuurd ten opzichte van vorige jaren. Woningen worden in toenemende mate verhuurd aan de lage middeninkomens. De (hoge) middeninkomens in Woudenberg hebben het in de huidige woningmarkt moeilijk door de opgelopen prijzen voor woningen en strengere eisen voor het verkrijgen van een hypotheek.
Daarnaast komen de middeninkomens door de verplichting om passend toe te wijzen steeds minder vaak in aanmerking voor een sociale huurwoning. Doordat de betaalbaarheid van koopwoningen onder druk staat is op de korte termijn vooral vraag naar betaalbare huur- en koopwoningen voor middeninkomens. Het zal niet alleen gaan om compacte en daardoor betaalbare koopwoningen, maar ook om passende (midden)huurwoningen voor zowel jong als oud. Er is daarnaast ruimte voor toevoeging van woningen in zowel het (sociale) huursegment als het midden en hogere koopsegment Op basis van deze ontwikkelingen voorzien wij een additionele woningvraag van in totaal 2.245 woningen tot 2040, waarvan circa 1.115 (reguliere) grondgebonden en circa 1.130 levensloopbestendige woningen (zoals patiowoningen, benedenwoningen of appartementen met lift). Belangrijk is niet alleen de toegankelijkheid van woningen, maar ook de omgevingskwaliteit en daarmee de locatie van de woningen. De jaarlijkse behoefte komt de komende twintig jaar uit op 50 tot 60 grondgebonden woningen en 50 tot 60 levensloopbestendige woningen. De vraag naar grondgebonden koopwoningen blijft tot 2040 dominant. Ten aanzien van levensloopbestendige woningen is er een forse behoefte in alle segmenten. Nieuwbouw moet bijdragen aan de doorstroming in de woningmarkt en inwoners van Woudenberg de mogelijkheid bieden wooncarrière te maken.
Maak verhuisketens daarbij zo lang mogelijk door aan het eind van de keten woningen toe te voegen. Door woningen toe te voegen die aansluiten bij de voorkeuren van oudere huishoudens komen elders in de voorraad woningen vrij voor jongere huishoudens. Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een grote behoefte aan de voorgenomen realisatie van studio's/appartementen in de betaalbare huursector. In het Woningbehoefteonderzoek komt immers naar voren dat de druk op de woningvoorraad in de betaalbare huur in Woudenberg toeneemt. Er is ruimte voor toevoeging van woningen in dat huursegment. In vergelijking met het woningbehoefteonderzoek uit 2018 is de jaarlijkse opgave tot 2030 opgehoogd van ongeveer 80 tot 100 woningen per jaar naar ongeveer 100 tot 120 woningen per jaar. Specifiek ten aanzien van de sociale huur komt de jaarlijkse behoefte uit op circa 10 tot 30 sociale huurwoningen, waar de jaarlijkse behoefte in 2018 nog uitkwam op 10 tot 20 sociale huurwoningen per jaar. Bestaand stedelijk gebied De gronden waarop de beoogde ontwikkeling ziet maken onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Binnen het nu geldende bestemmingsplan hebben deze gronden reeds een stedelijke functie. Het plangebied valt volledig binnen de rode contour van de kern Woudenberg.
Er is bovendien sprake van duurzaam ruimtegebruik door een locatie voor herstructurering te benutten. Verdere motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie
Schoolstraat 9
15
Gelet op het voorgaande is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de laddertoets doorlopen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie
Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht op 10 maart 2021 vastgesteld. Dat betekent dat de provincie Utrecht - vooruitlopend op de Omgevingswet - vanaf 1 april 2021 aan de slag is gegaan met de uitvoering van het omgevingsbeleid, zoals verwoord in de Omgevingsvisie. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en geeft mee dat lokale afwegingen mogelijk zijn als een veilige en gezonde omgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor die gezonde en veilige leefomgeving is in de Omgevingsvisie opgedeeld in zeven beleidsthema's. De sociale en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door de beleidsthema's heen. Het betreft de volgende beleidsthema's: 1. Stad en land gezond; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Duurzame energie; 4. Vitale steden en dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. Het plangebied betreft een binnenstedelijke locatie. In haar verstedelijkingsbeleid richt de provincie zich primair op de ontwikkelingsmogelijkheden in het stedelijk gebied. Op deze manier blijven de steden, dorpen en kernen aantrekkelijk om te wonen, te werken en te ontmoeten en blijft het landelijk gebied gevrijwaard van onnodige ruimteclaims.
In de Omgevingsvisie staat aangegeven dat om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, het nodig is om tot 2040 in totaal nog ongeveer 165.000 woningen te bouwen. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd door als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samen te werken. Voor deze opgave is al veel plancapaciteit in beeld, maar veel daarvan heeft nog de status ‘zacht’ en ‘potentieel’ en het is dus zaak om daarin keuzes te maken en te werken aan ‘harde’, uitvoerbare, plannen. Deze woningen kunnen voor een groot deel binnen het bestaande stedelijke gebied (van steden en dorpen) via inbreiding en transformatie worden gerealiseerd, maar niettemin verwachten wij dat er op de langere termijn een of meer nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nodig zijn. Omdat er nu al spanning is op de woningmarkt, is het noodzakelijk om de woningbouwproductie te versnellen. Doordat het plangebied binnen het stedelijk gebied en de ontwikkeling voorziet in nieuwe wooneenheden, sluit deze goed aan bij deze visie van de provincie.
Woningbouwopgave in cijfers (bron: Omgevingsvisie provincie Utrecht) Uit de woningbouwmonitor van de provincie Utrecht blijkt dat er tot 2029 in de gemeente Woudenberg sprake is van een harde plancapaciteit van 475 woningen. Onderhavig ontwikkeling voorziet in maximaal 10 en minimaal 8 studio's/appartementen en is daarmee passend binnen de woningbouwopgave. Voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving is samenhang tussen ruimtelijke ordening en milieu belangrijk. Daarom zijn milieukwaliteiten als externe veiligheid, geluid, geur, lucht, bodem en water voor de provincie integraal onderdeel van gebiedsontwikkelingen. De provincie vraagt gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te besteden aan de leefomgevingskwaliteit. Uit Hoofdstuk 4 van
Schoolstraat 9
16
deze toelichting blijkt dat de milieukwaliteiten in het plangebied niet in het geding zijn. 3.2.2
Interim omgevingsverordening
Provinciale Staten hebben eveneens op 10 maart 2021 de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht vastgesteld. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Regels over bijvoorbeeld een vergunningplicht gelden ook voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers. De volgende onderwerpen uit de Interim omgevingsverordening zijn direct relevant voor onderhavige ontwikkeling. Stedelijk gebied Het plangebied behoort in de Interim omgevingsverordening tot het stedelijk gebied. Artikel 9.15 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het stedelijk gebied, bestemmingen en regels kan bevatten voor verstedelijking. Van verstedelijking is sprake als een bestemmingsplan ten opzichte van het vigerende regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies. Onderstaand is een uitsnede van de kaart 'Wonen, werken en recreëren' opgenomen, behorende bij de Interim omgevingsverordening.
Uitsnede kaart 'Wonen, werken en recreëren, kaart 2' (bron: Interim omgevingsverordening) Verder bepaalt artikel 9.15 dat bij woningbouw deze dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken en mag de woningbouw niet leiden tot extra bodemdaling. Onderstaande afbeelding laat zien dat de ontwikkeling past binnen het programma Wonen en werken. Verder leidt de ontwikkeling niet tot extra bodemdaling. Daarmee is de ontwikkeling passend binnen de Interim omgevingsverordening.
Schoolstraat 9
17
Bandbreedte woningbouw tot 2040 (bron: kader voor regionale programmering wonen en werken) Landschap Gelderse Vallei Uit de kaart 'Cultuurhistorie en landschap, kaart 2' blijkt dat het plangebied valt binnen het 'Landschap Gelderse Vallei'. De PRV geeft aan dat een landschap geen statisch plaatje is: landschap is altijd in ontwikkeling en dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Voor het landschap Gelderse Vallei wil de provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: rijk gevarieerde kleinschaligheid; stelsel van beken, griften en kanalen; Grebbelinie; overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank). Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Gelderse Vallei verschillende accenten. Het betreft hier een binnenstedelijke locatie, waar de genoemde kernkwaliteiten niet aanwezig zijn. Van aantasting van die kernkwaliteiten kan dan ook geen sprake zijn. Overstroombaar gebied Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'overstroombaar gebied'. Conform artikel 2.10 dient een bestemmingsplan bestemmingen en regels te bevatten die rekening houden met overstromingsrisico’s.
Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Grote delen van de provincie Utrecht liggen in overstroombare gebieden van Nederrijn, Lek en het Eemmeer. Het is belangrijk dat kwetsbare en vitale objecten en grootschalige woonwijken en bedrijventerreinen bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor kleinschalige woonwijken en bedrijventerreinen. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten’ opgesteld. Bij het verdere ontwerp van de nieuwbouw wordt rekening gehouden met de richtlijnen zoals gesteld in de handreiking om gebieden met overstromingsrisico’s veiliger te maken. Overig Verder bevat de toelichting op het ruimtelijk plan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.12. Tot slot dient de toelichting een mobiliteitstoets te bevatten. Hierin worden het aantal verplaatsingen beschreven dat deze ruimtelijke ontwikkeling tot gevolg heeft. Ook wordt de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten beschreven.
In paragraaf 4.5 is een beschrijving van de verkeersaspecten opgenomen.
Schoolstraat 9
18
3.2.3
Conclusie
Onderhavig plan maakt het mogelijk om op de locatie aan de Schoolstraat 9 in totaal maximaal 10 en minimaal 8 studio's / appartementen te realiseren. De woningen worden binnen het stedelijk gebied gerealiseerd. Door de uitvoering van het plan wordt een bedrijfslocatie getransformeerd naar een woonfunctie. Tevens sluit de ontwikkeling aan bij de duurzame verstedelijkingsladder op grond waarvan eerst gekeken dient te worden naar de mogelijkheden van herstructurering of transformatie. Daarmee past de herontwikkeling binnen het beleid en de regels uit de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Woudenberg 2013 - 2030 en oplegger
Op 23 mei 2013 heeft de gemeenteraad van Woudenberg de Structuurvisie Woudenberg 2013 - 2030 vastgesteld. Op 24 januari 2019 is daarbij ook de oplegger vastgesteld. In de ruimtelijke visie wordt aangegeven hoe de gemeente denkt over de ruimtelijke invulling voor het wonen, werken en recreëren voor de jaren tot 2030. Met de oplegger is geconstateerd dat de huidige structuurvisie op hoofdlijnen nog voldoet, wel is deze geactualiseerd op een aantal onderdelen. Met betrekking tot de onderhavige planlocatie staan de volgende relevante zaken opgenomen in de Structuurvisie. Verbinden en combineren van kwaliteiten Richting 2030 zet Woudenberg in op het verbinden, combineren en vernieuwen van haar kwaliteiten. Een groot deel van deze kwaliteiten is opgehangen aan de landschappelijke en ruimtelijke (verkeers)structuur van Woudenberg, maar versterken elkaar op dit moment onvoldoende. Ze bestaan als het ware naast elkaar. Van west naar oost: recreatie rondom het Henschotermeer en de Pyramide van Austerlitz --> wonen en centrumvoorzieningen in de kern --> werken en horeca op bedrijventerrein Parallelweg en bij hotel Schimmel --> cultuurhistorie bij het Valleikanaal en de Grebbelinie en ten noorden en zuiden daarvan landbouw, natuur en landgoederen. Door het ruimtelijk verbinden en combineren van deze sectoren ontstaat een sterk raamwerk: het ruimtelijk economisch structuurbeeld voor 2030.
Hierin benut Woudenberg (de mogelijkheden van) haar kwaliteiten ten volle. Niet alleen door deze te verbinden en te combineren, maar ook door deze: Te vernieuwen: Centrum van Woudenberg tot aantrekkelijk boodschappen-, winkel- en verblijfsgebied voor bewoners en recreanten; Te transformeren te herstructureren en te herontwikkelen: verschillende bedrijventerreinen waarvan bedrijventerrein Parallelweg en de spoorzone de grootste zijn; Te versterken: woningbouw in Woudenberg Oost en op verschillende inbreidingslocaties; Te verbreden: landbouw met verschillende agrarische nevenfuncties; Te beschermen: de intrinsieke waarde van de natuur, landschap en cultuurhistorie. Indien mogelijk dan kunnen deze ook beter benutbaar en beleefbaar worden gemaakt. Wonen Middels de oplegger is deze paragraaf komen te vervallen en wordt verwezen naar het Woningbehoefte onderzoek 2018 en het beleid zoals opgenomen in de Woonvisie 2019+. De Woonvisie 2019+ komt in paragraaf 3.3.2 aan bod. Het Woningbehoefteonderzoek is inmiddels geactualiseerd naar de versie 2020. In paragraaf 3.1.3 is de inhoud daarvan uitgebreid besproken. Er is geconcludeerd dat het realiseren van maximaal 10 en minimaal 8 studio's/appartementen in de huursector voorziet in een grote behoefte.
Ontwikkellocaties De structuurvisie vormt het ruimtelijk kader voor verschillende projecten in de gemeente en andere nieuwe initiatieven in de toekomst. Deze dragen bij aan de ontwikkeling van het ruimtelijk-economisch structuurbeeld 2030. Een deel van de projecten betreft concrete ontwikkellocaties. Dit zijn verschillende plekken in de gemeente waar de komende jaren ruimtelijke veranderingen plaatsvinden en/of gewenst zijn. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen grootschalige en kleinschalige ontwikkelingslocaties.
Schoolstraat 9
19
Het onderhavige plangebied is in de structuurvisie niet aangegeven als één van de ontwikkellocaties. Uitvoeringsstrategie Aan de Structuurvisie is een Uitvoeringsstrategie gekoppeld. Hierin legt de gemeente Woudenberg vast op welke manier zij de ambities en concrete projecten binnen de planperiode van de Structuurvisie wil realiseren. Daarmee vormt deze Uitvoeringsstrategie een belangrijk onderdeel van de Structuurvisie. Met de in 2019 vastgestelde oplegger is de Uitvoeringsstrategie aangepast. In de aangepaste Uitvoeringsstrategie is ten aanzien van het thema Wonen het project 'Ontwikkeling Klein Wonen' opgenomen. In de periode 2019-2025 gaat de gemeente hier actief, in samenwerking met ondernemers, vorm aan geven. Concreet wordt een onderzoek naar mogelijke locaties genoemd en wordt het begrip 'bestemmingsplanprocedure' genoemd. Conclusie Met onderhavige ontwikkeling wordt woningbouw in de bereikbare huursector mogelijk gemaakt op een inbreidingslocatie in Woudenberg. Daarmee draagt het initiatief bij aan de ambitie om de woningbouw in Woudenberg te versterken op verschillende inbreidingslocaties. Uit het Woningbehoefteonderzoek 2020 blijkt bovendien dat er een grote behoefte is aan woningen in de sociale- en middenhuursector.
Tot slot vormt onderhavige ontwikkeling een concrete uitwerking van het project 'Klein Wonen' zoals benoemd in de (gewijzigde) Uitvoeringsstrategie, behorende bij de Structuurvisie. De ontwikkeling is daarmee passend binnen de Structuurvisie Woudenberg 2013-2030 en oplegger. 3.3.2
Woonvisie Woudenberg 2019+
Op 24 januari 2019 is de Woonvisie 2019+ door de gemeenteraad vastgesteld. Veranderende marktomstandigheden, demografische ontwikkelingen en recente beleidswijzigingen vragen om een actualisatie van de laatste woonvisie (2013). De woonvisie is uitgewerkt aan de hand van vier focuspunten. Deze vormen samen de kern van de woonvisie 2019+. 1. Nieuwbouw op basis van behoeften; 2. Betaalbare woningvoorraad; 3. Wonen, zorg en welzijn laten aansluiten op ambities; 4. Duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. Op basis van het recent (2018) uitgevoerde woningbehoefteonderzoek, dat elke 2 jaar geactualiseerd wordt, blijkt dat er behoefte is aan nieuwbouw voor alle doelgroepen. De gemeente Woudenberg zet in op duurzame woningbouw door te kiezen voor een hoog kwaliteitsniveau en voor nieuwbouw die aansluit op de behoeften. Daarnaast geeft men ruimte aan experimenten en initiatieven vanuit de markt. De gemeente Woudenberg zet in op de ontwikkeling van betaalbare woningen en biedt doorstromers meer mogelijkheden, ook om scheefwonen te verminderen. Met de woonpartners zorg de gemeente Woudenberg voor een passend aanbod van sociale huurwoningen en een betere beschikbaarheid van de bestaande betaalbare woningvoorraad. Landelijk is er sprake van een stijgende vraag naar kleinere woningen. Mede daardoor wordt gekeken naar mogelijkheden voor het toevoegen van kleinere woningen.
Dit doen men samen met Omnia Wonen als het gaat om de sociale huurwoningen. De vraag naar kleinere woningen met een bereikbare koop- en huursector is ook in de private ontwikkelings-/beleggingssector aanwezig. In de gesprekken die met projectontwikkelaars worden gevoerd zal men de vraag naar dit type woningen nadrukkelijk naar voren brengen. Conclusie De ontwikkeling van maximaal 10 en minimaal 8 studio's/appartementen in de betaalbare huursector voorziet in de wens van meer betaalbare woningen. Bovendien komt het initiatief tegemoet aan de stijgende vraag naar kleinere woningen. Gelet op het voorgaande is het initiatief passend binnen de Woonvisie Woudenberg 2019+.
Schoolstraat 9
20
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Schoolstraat 9
21
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied is buiten beschermde natuurgebieden gelegen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand kunnen tevens verstoring van natuurgebieden als verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Voorgaande conclusie wordt bevestigd in de Quick scan flora en fauna die door Otte Groenadvies is uitgevoerd (Bijlage 1). Gezien de aard en schaal van de ingreep zijn effecten op doelstellingen van Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Nader onderzoek naar effecten op doelstellingen van Natura 2000-gebieden is niet nodig. De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour. De dichtstbijzijnde gebieden liggen op 300-600 meter ten noorden van de planlocatie. De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig. Met betrekking tot het weidevogelgebied en beschermde landschapselementen geldt dat de planlocatie niet ligt binnen het beschermde gebied. Negatieve effecten zijn niet te verwachten naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling. Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht.
Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van onderhavige ontwikkeling ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft de Veluwe. Dit gebied ligt op een afstand van circa 17 kilometer ten oosten van de planlocatie. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling zowel in de gebruiks- als bouwfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. De stikstofdepositieberekening met bijbehorende bijlagen is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. 4.1.3
Soortenbescherming
Quick scan flora en fauna Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is in augustus 2020 een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Otte Groenadvies (Bijlage 1). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. Uit de Quick scan blijkt dat: Wanneer er tijdens de ruimtelijke ontwikkeling wordt besloten om gebruik te maken van diepere grondbewerking zal er een bomen effecten analyse uitgevoerd moeten worden om negatieve effecten te voorkomen. Hieruit zal dan blijken of de aanleg van de woningen en de daarmee eventuele wijziging van het grondwaterstand negatieve effecten met zich meebrengt voor de waardevolle bomen (deze conclusie heeft uitsluitend betrekking op de locatie Middenstraat 2-4 die wel onderdeel uitmaakt van de Quick scan, maar niet van onderhavig bestemmingsplan). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving, het agrarische gebruik en het ontbreken van zeer
Schoolstraat 9
22
specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig. Op de projectlocatie worden voornamelijk, algemene zoogdiersoorten verwacht. De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle planten en dieren geldt. Aantasting van vaste verblijfplaatsen van zwaarder beschermde soorten is niet aan de orde, daar het plangebied niet beschikt over een geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Significante verslechtering van (potentieel) leefgebied is geen sprake. Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet aan de orde. Wat betreft vaste verblijfplaatsen van vleermuizen is nader onderzoek noodzakelijk op de schuur, werkschuur, woning en het winkelpand (nr. 2, 5, 6 & 7). De loods en de overkapping zijn in potentie niet geschikt en hebben geen nader onderzocht nodig. De schuur, werkschuur en woning zijn voorzien van een dakpannen dak met een dakgoot. De dakgoten zijn volledig met ijzer afgewerkt en daardoor ontoegankelijk voor de huismus.
Het dak van het winkelpand gaat van het dakpannen dak over in een plat dak. Deze is eveneens volledig afgewerkt met dakleer/metaal waardoor de toegang ontbreekt. De loods en de overkapping beschikken niet over een dakgoot of enige toegangsmogelijkheden voor de huismus. Dit maakt dat geen van de elementen op dit perceel geschikt is voor de huismus. Daarnaast voldoet het perceel door het ontbreken van stofplekken, voldoende beschutting en nestgelegenheid niet aan het habitat van de huismus waardoor negatieve effecten zijn uitgesloten. Wat betreft de gierzwaluw moet nader onderzoek op aanwezigheid van nestplaatsen in de werkschuur worden uitgevoerd. Het vóórkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Een ontheffing of nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. 4.1.4
Aanvullendonderzoek vleermuis en gierzwaluw
Gelet op het voorgaande heeft er aanvullend onderzoek plaatsgevonden voor wat betreft vleermuis en gierzwaluw (Bijlage 3). Het onderzoeksgebied in de quick scan flora en fauna was groter dan het plangebied, zoals aan de orde in onderhavig bestemmingsplan. Voor de locatie Schoolstraat 9 is enkel het aanvullend onderzoek met betrekking tot vleermuis relevant. De werkschuur waar mogelijk nestplaatsen van de gierzwaluw aanwezig zijn, valt niet binnen het plangebied van Schoolstraat 9. Desondanks is het aanvullend onderzoek zowel uitgevoerd voor vleermuis als voor gierzwaluw. Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat: De voorgenomen ontwikkeling geen belang vertegenwoordigt voor vleermuizen en gierzwaluwen. Hiervoor hoeft geen compensatie/mitigatieplan te worden opgesteld; Op de planlocatie worden geen negatieve effecten verwacht op het foerageergebied van deze soorten; De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding van vleermuizen en gierzwaluwen; Voor de geplande werkzaamheden hoeft geen ontheffing worden aangevraagd. 4.1.5
Conclusie
Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de Flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan deze nieuwbouwontwikkeling. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet benodigd.
Schoolstraat 9
23
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Met voorliggend initiatief wordt een gebruik ten behoeve van het wonen toegestaan op gronden die in het verleden bedrijfsmatig zijn gebruikt. Er heeft dan ook een bodemonderzoek plaatsgevonden. 4.2.2
Onderzoek/beoordeling
In 2020 is door Van Dijk geo- en milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de percelen Schoolstraat 9 en Middenstraat 2 t/m 4 (Bijlage 4). De resultaten van het onderzoek luiden samengevat als volgt: Uit de analyseresultaten blijkt dat de onderlaag van de bodem licht verontreinigd is met kwik, lood en PAK. Dergelijke verontreinigingen worden vaker vastgesteld in van oudsher bewoonde gebieden en kunnen gezien worden als verhoogd achtergrondgehalte. Daarnaast is de top- en onderlaag van de bodem als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB. De funderingslaag van menggranulaat onder het met klinkers verharde buitenterrein is getoetst als zijnde grond, hooguit licht verontreinidgd met kobalt, kwik, minerale olie (bitumen) en PAK. Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met molybdeen. Een licht verhoogd gehalte aan molybdeen wordt vaker in het grondwater vastgesteld en wordt doorgaans veroorzaakt door natuurlijke ophoping. Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met som dichlooretheen. Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er gezien de geringe mate aan verontreiniging milieuhygiënisch geen bezwaar is tegen de toekomstige herontwikkeling naar woningbouw.
Met betrekking tot de aanwezige funderingslaag dient deze nog aanvullend te worden onderzocht op asbest conform de NEN 5897. Indien het materiaal wordt ontgraven en afgevoerd dient tevens een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden (samenstellings- en emissiewaarden) te worden bepaald. 4.2.3
Conclusie
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek blijkt er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen zijn voor onderhavig initiatief. Er zullen geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteiten op het onderhavige perceel. De aanwezige funderingslaag onder de klinkerverharding op het middenterrein dient aanvullend te worden onderzocht op asbest conform de NEN 5897. De klinkerverharding op het middenterrein valt buiten het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. Indien de aanwezige funderingslaag wel een overlap heeft met het plangebied, zal deze voorafgaand aan de sloop- en bouwwerkzaamheden aanvullend worden onderzocht op asbest conform de NEN 5897. 4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Wettelijk kader
Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed
Schoolstraat 9
24
meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2
Cultuurhistorie
De bebouwing binnen het plangebied is niet aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. In de directe omgeving is wel cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich op de hoek van de Middenstraat en de Schoutstraat het rijksmonumentale kerkelijk centrum Eben-Haëzer met bijbehorende kosterswoning. De bebouwing welke het dichtst bij het plangbied is gesitueerd, geldt niet als monumentaal. Door de ruime afstand tussen het plangebied en de rijksmonumentale bebouwing, het feit dat de tussenliggende bebouwing niet-monumentaal is en het feit de nieuwbouw grotendeels de bestaande bouwvolumes volgt, heeft de nieuwbouw geen invloed op de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Er wordt met de gewenste ontwikkeling geen schade toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. Gelet op vorenstaande geldt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 4.3.3
Archeologie
Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Het plangebied kent op basis van het vigerende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'. Dit houdt in dat de gronden mede bestemd zijn voor het beschermen en het behouden van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Verder toetst de gemeente Woudenberg initiatieven aan de archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is het plangebied aangeduid als Archeologisch Waardevol Gebied (AWG2). Daarmee behoort het gebied tot de overige AMK-terreinen (niet wettelijk beschermd) met attentiezone. In dergelijke gebieden dienen bodemingrepen dieper dan de huidige verstoringsdiepte (30 cm -Mv) te worden vermeden. Indien dit niet mogelijk is dient voorafgaand aan ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek plaats te vinden. Daarnaast is in attentiezones bij bodemverstoringen groter dan 100 m2 voorafgaand aan de ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Schoolstraat 9
25
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart met aanduiding plangebied In verband met het voorgaande is in september 2020 door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd (Bijlage 5). Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging in een van oorsprong relatief laag gelegen en slecht ontwaterd gebied, hooguit een middelhoge verwachting voor resten van bewoning uit de prehistorie. Deze verwachting geldt slechts indien in de ondergrond intacte delen van een dekzandrug aanwezig zijn. In verband met de ligging op deze locatie binnen de historische dorpskern van Woudenberg, geldt een hoge verwachting voor resten uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied elf boringen gezet. De resultaten van het onderzoek luiden als volgt: Het ontbreken van resten van podzolvorming vormt een aanwijzing dat binnen het plangebied geen dekzandkop aanwezig is geweest die geschikt was voor bewoning in de prehistorie. Voor deze periode kan de verwachting derhalve worden bijgesteld tot een lage verwachting. Verder lijken binnen het plangebied slechts de resten van sloopactiviteiten en de vulling van een sloot aanwezig te zijn.
In vijf in één lijn langs de oostgrens en richting de zuidoosthoek gezette boringen is een vermoedelijke slootvulling aangetroffen. De ligging van deze sloot komt ongeveer overeen met de ligging van de sloten zoals deze op de historische kaarten uit 1872 en 1907 staan afgebeeld. De top van deze slootvulling ligt rond een halve meter beneden het maaiveld en loopt (plaatselijk) door tot anderhalve meter beneden het maaiveld. Om zekerheid te verkrijgen omtrent de exacte aard en ligging van de aangetroffen resten is een proefsleuvenonderzoek een doeltreffende methode. Omdat het echter slechts gaat om de resten van een sloot en om de resten van overwegend twintigste eeuwse bouw- en sloopactiviteiten, geven de resultaten van het onderzoek onvoldoende aanleiding om een dergelijk onderzoek te adviseren. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Geadviseerd wordt om dit te doen bij de gemeente Woudenberg.
Schoolstraat 9
26
4.3.4
Conclusie
Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. Voorts vindt de ontwikkeling weliswaar plaats in beschermd archeologisch gebied, maar de resultaten van het locatiespecifiek onderzoek geven onvoldoende aanleiding om nader onderzoek te doen. Daarnaast was het onderzoeksgebied groter dan het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. De vermoedelijke ligging van de oude sloot valt nagenoeg geheel buiten het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie en archeologie voor onderhavig initiatief. 4.4