04. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Zeisterweg 53 Woudenberg.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zeisterweg 53 Woudenberg Het ontwerpbestemmingsplan Zeisterweg 53 Woudenberg heeft gedurende zes weken voor een ieder ter visie gelegen, van 6 mei 2021 tot en met 16 juni 2021. Gedurende de periode van ter inzage legging zijn er twee zienswijzen ingediend. In deze Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zeisterweg 53 Woudenberg zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een antwoord. Nr. 1
Zienswijze De zienswijze van reclamant richt zich samengevat tegen: a. Er wordt hinder ondervonden van het bouwbedrijf aan de Zeisterweg 55. Dit betreft met name geluidhinder door het laden en lossen van (zware) materialen maar ook de bouw van prefab woningen. Reclamant vraagt zich af of het aantal vierkante meter voor het bedrijf niet groter is dan nu aanwezig is. b. In het wijzigingsplan Zeisterweg 55 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van het geluid. Nu er sprake is van een uitbreiding van het oppervlak echter ontbreekt de voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. c. Ten behoeve het bestemmingsplan is geen geluidsonderzoek uitgevoerd. Dit is niet terecht nu niet is vastgesteld dat de inrit bij reclamant niet dwingend is vastgelegd. Daarnaast is niet duidelijk waar het laden en lossen plaatsvindt en hoe intern transport geregeld wordt etc. d. In het bestemmingsplan is opgenomen dat de dagrecreatieve functie niet getoetst hoeft te worden omdat er sprake is van een bestaande functie. Het was echter een nevenfunctie en nu wordt het een hoofdfunctie. Ook conserverende bestemmingsplannen moeten voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. e. De ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt zijn onvoldoende onderzocht ten aanzien van de gebiedsbescherming Natura 2000. f.
Er is ten onrechte geen toets aan de hand van de verstedelijkingsladder uitgevoerd. g. De m.e.r.-beoordeling zoals is opgenomen in de plantoelichting is onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen.
Antwoord a. Op het bestaande terrein van het aannemersbedrijf aan de Zeisterweg 55 bedraagt, conform het onherroepelijke wijzigingsplan ‘Zeisterweg 55, Woudenberg’, de maximale bebouwingsoppervlakte van gebouwen en overkappingen 2.544 m2. Het nu voorliggende bestemmingsplan is niet van toepassing op dit bestaande terrein en wijzigt niets aan de bouwmogelijkheden ter plaatse. Voor wat betreft de nieuwe bedrijfsgronden geldt dat er in de huidige situatie 1.950 m 2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig is (bedrijfsgebouwen F+G+H+I). In afstemming met de provincie Utrecht is op grond van artikel 3.8 en 3.9 van de Provinciale Verordening bepaalt dat de terug te bouwen oppervlakte aan gebouwen en overkappingen maximaal 1.320 m2 mag bedragen. Hiermee is er sprake van een reductie van bebouwing. Het oppervlak aan toegestane bebouwing voor het bouwbedrijf neemt dus met 1.320 m2 toe. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. b. In het kader van het wijzigingsplan ‘Zeisterweg 55, Woudenberg’ zijn in overleg met reclamanten afspraken gemaakt over geluidsmaatregelen op het bedrijfsperceel Zeisterweg 55 die met een kwalitatieve verplichting in het wijzigingsplan zijn vastgelegd. Op deze wijze werd tot een voor beide partijen acceptabele situatie gekomen. De maatregelen zagen specifiek op de situatie die destijds mogelijk werd gemaakt.
Omdat de toe te voegen bedrijfsgronden een eigen ontsluiting krijgen via een uitrit naar de Zeisterweg, zal er in de omgeving van het bestaande bedrijfsperceel van het aannemersbedrijf een verbetering van het woon- en leefklimaat optreden. De bestaande bedrijfsgronden zullen extensiever worden gebruikt (zie beantwoording onder c). Het nu voorliggende bestemmingsplan wijzigt niets aan de vastgelegde geluidsmaatregelen voor het bestaande bedrijfsperceel Zeisterweg 55. Deze blijven onverkort van toepassing. De toe te voegen bedrijfsgronden liggen op ruime afstand van het woonperceel van indieners waardoor de
1
Nr.
Zienswijze
Antwoord geluidsmaatregelen voor deze gronden formeel niet noodzakelijk zijn voor het borgen van een goed woon- en leefklimaat. Er wordt ten aanzien van de omliggende milieugevoelige functies voldaan aan de richtafstanden (zie paragraaf 4.7 van de toelichting van het bestemmingsplan). In het kader van zorgvuldigheid wordt desondanks aan het verzoek van indieners voldaan en worden de relevante bepalingen als voorwaardelijke verplichting aan het voorliggende bestemmingsplan verbonden. Daarnaast heeft er naar aanleiding van deze zienswijze nader overleg plaatsgevonden tussen de eigenaren van het bedrijf aan de Zeisterweg 55 en reclamanten. In dit overleg is naar voren gekomen dat reclamanten, om in de tuin minder last te hebben van geluidsoverlast, graag een afschermend bijgebouw tussen beide percelen willen plaatsen. Het beoogde bijgebouw past, vanwege een reeds aanwezig bijgebouw, niet binnen het toegestane aantal vierkante meters zoals is vastgesteld in het bestemmingsplan Buitengebied. Om reclamant tegemoet te komen in zijn bezwaren wordt het aantal toegestane aantal vierkante meters aan bijgebouwen voor zijn perceel met 20 m² vergroot. Dit door opname van het perceel in onderhavig bestemmingsplan en het opnemen van een aanduiding ten behoeve van het toegestane aantal vierkante meters aan bijgebouwen. Hierdoor wordt het mogelijk om het afschermende bijgebouw te realiseren. c.
De toe te voegen bedrijfsgronden zijn in het kader van milieuzonering zelfstandig beoordeeld. Dit is gedaan omdat de toe te voegen bedrijfsgronden een eigen ontsluiting krijgen op de Zeisterweg waar ook het grootste deel van het bestaande vrachtverkeer gebruik van gaat maken. Dat de beoogde nieuwe situatie met de nieuwe ontsluiting tot een verbetering van het woon- en leefklimaat voor de omgeving van het bestaande bedrijfsperceel leidt, is ook zonder akoestisch onderzoek voldoende aannemelijk. Ten eerste vormt de nieuwe ontsluiting de meest directe route om de (nieuwe) bedrijfsgronden te bereiken. Daarnaast is de huidige ontsluiting van het bedrijfsperceel Zeisterweg 55 vanuit meerdere oogpunten niet ideaal voor zwaar vrachtverkeer. De ontsluiting is beperkt qua capaciteit en de ontsluiting loopt direct langs de reguliere burgerwoning Zeisterweg 55. Daarnaast loopt de ontsluiting langs de kantoren behorende bij het aannemersbedrijf en langs de parkeerplaatsen van de medewerkers. Dit is vanuit het oogpunt van veiligheid niet wenselijk. Met inachtneming van bovengenoemde omstandigheden is het voldoende
2
Nr.
Zienswijze
Antwoord aannemelijk dat de (zware) verkeersbewegingen ten behoeve van de toe te voegen bedrijfsgronden gebruik zullen maken van de nieuwe ontsluiting. Daarnaast zal over het geheel gezien het grootste deel van het vrachtverkeer gebruik maken van de nieuwe ontsluiting. Een groot deel van het bestaande vrachtverkeer voor aannemersbedrijf Legemaat & Van Elst, dat nu gebruik maakt van de bestaande bedrijfsontsluiting Zeisterweg 55, zal in de toekomst van de nieuwe ontsluiting gebruik gaan maken. Ten behoeve van de uitbreiding zal het aannemersbedrijf een nieuwe melding Activiteitenbesluit moeten doen. Hierin zal de bovengenoemde nieuwe afwikkeling van de verkeersbewegingen worden vastgelegd. Het dwingend voorschrijven van het gebruik van de ontsluiting is planologisch gezien niet handhaafbaar. De ontsluiting is nodig voor de woning met recreatieve functie en voor het kantoor van het aannemersbedrijf. De nieuwe ontsluiting is juist bedoeld om deze inrit te ontlasten. Verder leidt het voorliggende bestemmingsplan niet tot een intensivering van de gebruiksmogelijkheden of een toename van de bouwmogelijkheden op het bestaande bedrijfsperceel Zeisterweg 55. Daarbij is ook van belang dat de bouwmogelijkheden op het bestaande deel zijn benut en in de huidige situatie al intensief worden gebruikt.
Het toevoegen van bedrijfsgronden met een eigen ontsluiting leidt niet tot een intensivering van het gebruik van de bestaande bedrijfsgronden. De exacte situering van de nieuwe schuur/loods en inrichting van de nieuwe bedrijfsgronden is nog onbekend. In ieder geval wordt ruim voldaan aan de richtafstand van 50 meter ten opzichte van de woning van indieners waarmee mag worden uitgegaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Concluderend zullen de bestaande bedrijfsgronden aan de Zeisterweg 55 extensiever worden gebruikt in de beoogde nieuwe situatie. De bestaande ontsluiting aan de Zeisterweg 55 wordt ontlast waarmee er minder potentiele hinder voor de omgeving aan de orde zal zijn. Daarmee mogen de toe te voegen bedrijfsgronden in het kader van milieuzonering zelfstandig worden beoordeeld. Gelet op het voorgaande is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in het kader van het voorliggende bestemmingsplan niet noodzakelijk. Met de toelichting bij het voorliggende bestemmingsplan en de hierboven gegeven beantwoording, is het woon- en leefklimaat van de woning van indieners
3
Nr.
Zienswijze
Antwoord zorgvuldig beschouwd. Overigens zou een akoestisch onderzoek niet leiden tot een hogere geluidsbelasting dan in het akoestisch onderzoek uit 2015 is bepaald. In een dergelijk onderzoek is de representatieve bedrijfssituatie het uitgangpunt. Zoals hierboven uiteengezet betekent de nieuwe situatie dat er minder verkeersbewegingen en geen toename van laad- en losactiviteiten op het bestaande bedrijfsterrein. Om aan reclamanten tegemoet te komen maken wij het mogelijk een afschermend bijgebouw te realiseren (zie beantwoording onder b). d. De dagrecreatie is geen nieuwe milieubelastende functie, maar een legale bestaande functie die (opnieuw) positief wordt bestemd. Bij het opnieuw positief bestemmen is bezien of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij zijn onderstaande overwegingen betrokken. Initiatiefnemer exploiteerde de dagrecreatieve functie op dit moment als nevenactiviteit bij de varkenshouderij. Voor deze nevenactiviteit is op 2 december 2012 een omgevingsvergunning verleend. Van belang is dat een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, bijvoorbeeld qua omvang, niet op één lijn is te stellen met (de meer strikte voorwaarden van) een aan-huisgebonden-beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit bij een reguliere burgerwoning.
Een nevenactiviteit wordt in het geldende bestemmingsplan Buitengebied als volgt gedefinieerd: “niet-agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een agrarisch bouwvlak” Nu het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging naar wonen is gezocht naar het op de juiste wijze positief bestemmen van de dagrecreatieve functie op het perceel. Omdat de dagrecreatie op dit moment niet als hoofdfunctie op het perceel kan worden aangemerkt en tevens niet als aan-huis-gebonden-beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit te typeren valt (onder meer in verband met de oppervlakte), is ervoor gekozen om dagrecreatie als mede-functie op het perceel toe te staan. De kortste afstand tussen de functieaanduiding ‘dagrecreatie’ en de woning van reclamanten bedraagt circa 64 meter. Dit betreft een voldoende ruime afstand om te voldoen aan de geldende richtafstand voor een dergelijke functie. Daarmee mag worden uitgegaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij is ook van belang dat er bestaande bebouwing
4
Nr.
Zienswijze
Antwoord aanwezig is tussen het plangebied en het woonperceel van indieners. Nu er daarnaast een afschermend bijgebouw mogelijk wordt gemaakt is het aannemelijk dat er geen sprake is van onaanvaardbare overlast. e. De gebiedsbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden is uitputtend onderzocht. In de Quick scan Wet natuurbescherming en Provinciale Ruimtelijke Verordening die door Ecoresult is uitgevoerd is geconcludeerd dat significante negatieve effecten van stikstofemissie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten als gevolg van de afstand en de aard van de werkzaamheden (sloop en nieuwbouw). Passend nader onderzoek naar stikstofemissies (van de aanlegfase en gebruiksfase) – middels de Aerius Calculator – werd niet noodzakelijk geacht. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming met betrekking tot gebiedsbescherming is niet van toepassing. Voor de volledigheid is er desondanks een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de gewenste ontwikkeling zowel in de gebruiks- als bouwfase niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. In de berekening is bij de bouw- en gebruiksfase rekening gehouden met de aanleg van de nieuwe ontsluiting.
Hiervoor wordt verwezen naar de stikstofdepositieberekening die als bijlage bij de toelichting is gevoegd. De dagrecreatieve voorziening is bewust buiten de berekening gelaten, omdat dit reeds een bestaande legale functie betreft, waarbij er geen sloop- en /of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. f. De jurisprudentie waar indiener naar verwijst ziet op situaties waarbij er sprake is van nieuw ruimtebeslag. Dat is hier niet van toepassing. In het voorliggende bestemmingsplan is de toegestane maximale oppervlakte aan gebouwen aanzienlijk verminderd ten opzichte van het voorheen geldende wijzigingsplan. Uit jurisprudentie volgt dat een bestemmingsplan dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, in beginsel niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro,
5
Nr.
Zienswijze
Antwoord tenzij die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was. In dit geval blijft de functie op het voorste deel van het plangebied ongewijzigd (wonen/dagrecreatie). Op het achterste deel van het plangebied wijzigt het gebruik van een intensieve agrarische bedrijfsfunctie naar een reguliere bedrijfsfunctie ten behoeve van een aannemersbedrijf. Gelet op de ruimtelijke uitstraling van een intensieve veehouderij in vergelijking met een aannemersbedrijf én het feit dat de ontwikkeling slechts voorziet in de uitbreiding van een bestaand aannemersbedrijf op het perceel Zeisterweg 55, kan niet worden gesproken van een stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van een laddertoets is dan ook niet noodzakelijk (zie onder meer ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075). g. In de toelichting van het bestemmingsplan is een vormvrije m.e.rbeoordeling opgenomen, omdat er sprake is van een activiteit die voorkomt op de D-lijst en die (ruim) onder de drempelwaarde ligt. Het is onduidelijk wat indiener bedoelt met de stelling dat de huidige beoordeling niet voldoet aan de eisen die daaraan momenteel worden gesteld.
Bij de beoordeling of een milieueffectrapport moet worden opgesteld, dient met name gelet te worden op de aard, omvang, ligging en effecten van het project. Het opstellen van een milieueffectrapport is alleen noodzakelijk, indien er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De bijzondere omstandigheden, waaronder de activiteit wordt ondernomen, kunnen betrekking hebben op: • de kenmerken van de voorgenomen activiteit (aard en omvang); • de plaats van de voorgenomen activiteit; • de kenmerken van de belangrijkste nadelige gevolgen (reikwijdte). In de toelichting is de (vormvrije) beoordeling opgenomen die de milieugevolgen aangeeft die kunnen ontstaan als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Er dient aandacht te worden besteed aan alle criteria, die zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU en de wijzigingsrichtlijn 2014/52/EU. Dit betreft de bovengenoemde criteria die ook in de (vormvrije) beoordeling in het bestemmingsplan aan de orde komen.
6
Nr.
Zienswijze
Antwoord Tot slot wordt opgemerkt dat de vormvrije m.e.r.-beoordeling als waarborg is bedoeld zodat activiteiten onder de drempelwaarde niet over het hoofd worden gezien. Het kan immers zo zijn dat een specifieke activiteit onder de drempelwaarde zit, maar dat toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De diepgang van een vormvrije m.e.r.-beoordeling hangt echter wel sterk af van de specifieke kenmerken van een project. Het is niet de bedoeling dat elke kleinschalige activiteit ‘ontaard’ in een uitgebreid onderzoek naar mogelijke milieugevolgen. In dit geval is gekozen voor een bondige beoordeling, omdat al snel duidelijk is dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. De activiteit ligt ruim onder de drempelwaarde en er wordt een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bereikt door het saneren van een intensieve veehouderij. De zienswijze geeft ons aanleiding om artikel 4.3.5 aan de regels van het bestemmingsplan toe te voegen, zie de volledig regel in de Nota ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Zeisterweg 53. Daarnaast wordt het oppervlak aan bijgebouwen voor het perceel aan de Zeisterweg 57 met 20 m² vergroot, daartoe wordt het perceel toegevoegd aan het plangebied en een aanduiding ten aanzien van het maximaal oppervlak aan bijgebouwen opgenomen.
2
a. Dat het agrarische bedrijf wordt getransformeerd tot 2 bedrijven die minder negatieve milieugevolgen hebben is positief. De nieuwe erftoegangsweg leidt echter tot een vermijdbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteiten en de openheid van het landschap. Het bouwvlak van het aannemingsbedrijf is bovendien groter dan noodzakelijk hetgeen eveneens leidt tot een vermijdbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteiten en de openheid van het landschap. b. In het bestemmingsplan dient een duidelijke duurzaamheidsambitie te worden opgenomen, waarbij vooruitgelopen wordt op toekomstige wetgeving. Hierbij wordt verwezen naar het convenant duurzame bouw, dat dit jaar getekend gaat worden.
a. Wij zijn van mening dat met het nu voorliggende bestemmingsplan het algemeen belang van het behoud van het landschappelijk beeld voldoende is meegewogen en dat er met het bestemmingsplan, in planologisch opzicht, juist een verbetering van de openheid van het landschap wordt bereikt. Wij onderschrijven het standpunt van indiener dat terughoudend omgegaan dient te worden met ontwikkelingen in het open landschap. Er zijn in dit geval echter geen reële alternatieven denkbaar voor de nieuwe erftoegangsweg. Een nieuwe ontsluiting is noodzakelijk in verband met de beperkingen die de bestaande ontsluiting met zich mee brengt en het belang van de omwonenden ter plaatse. Voor de locatie van de nieuwe ontsluiting is ten eerste gekozen, omdat daarmee aangesloten wordt op een reeds bestaande in-/uitrit op de
7
Nr.
Zienswijze
Antwoord Zeisterweg. Dit is een belangrijke voorwaarde van de provincie Utrecht in verband met de belangen en de verkeersveiligheid omtrent de N224. Ten tweede maakt de locatie van de nieuwe ontsluiting het mogelijk dat zowel het aannemersbedrijf als de eigenaar van Zeisterweg 53 hier gebruik van kan maken als ontsluiting van de dagrecreatieve functie. Gelet op het voorgaande komen met de nieuwe ontsluiting diverse belangen samen. Een nieuwe ontsluiting langs de kavelranden is met inachtneming van het bovenstaande geen reëel alternatief. Het bouw- en bestemmingsvlak van circa 5.000 m2 is gewenst vanuit het oogpunt van een optimale bedrijfsvoering. Ook de provincie Utrecht is hiermee akkoord gegaan. Dit mede gezien de voorwaarde uit artikel 3.9 van de Provinciale Verordening dat het bouwperceel evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen dient te worden verkleind. De te slopen oppervlakte aan bedrijfsgebouwen bedraagt 1.737 m2. Het voormalige agrarische bouwvlak wordt fors verkleind met circa 2.100 m2. Daarmee wordt bijgedragen aan de gewenste compactere inrichting zoals indiener die beschrijft. Reclamant gaat er aan voorbij dat het nu voorliggende bestemmingsplan, in planologisch opzicht, al leidt tot een verbetering van de openheid van het landschap.
Het geldende wijzigingsplan staat het immers toe dat binnen de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - Reliëf' nagenoeg het volledige bouwvlak van ruim 1 hectare wordt bebouwd ten behoeve van een intensieve veehouderij. In het voorliggende bestemmingsplan is de oppervlakte aan gebouwen nader begrensd, waardoor de toegestane maximale oppervlakte aan gebouwen aanzienlijk is verminderd ten opzichte van het voorheen geldende wijzigingsplan. Daarbij is ook van belang dat het bouwvlak met circa 2.100 m2 is verkleind. De verbondenheid van delen van het landschap en de doorkijk, wijzigt dan ook in positief opzicht. Dit is zelfs heel concreet aan de orde nu op grond van het geldende wijzigingsplan er al een nieuwe stal was vergund (J) met een oppervlakte van 2.235 m2 die nog niet is gerealiseerd. Deze nieuwe stal zou een grote blokkade in het landschap gaan vormen. Verwezen wordt naar de tekeningen in de toelichting. Met de nu voorliggende bestemmingswijziging is realisatie van de betreffende stal niet meer aan de orde en wordt een (verdere) aantasting van de openheid van het landschap voorkomen.
8
Nr.
Zienswijze
Antwoord Ook in de feitelijke situatie blijft het weiland ten noorden van de bedrijfsbebouwing verbonden met de andere agrarische gronden. Gezien de grenzen van de bedrijfsbestemming leidt het bestemmingsplan ook feitelijk gezien niet tot een slechtere verbinding tussen beide delen. Zoals aangegeven is er vanuit planologisch oogpunt bezien zelfs sprake van een verbetering. Hetzelfde geldt voor de doorkijk van de N224 naar de weilanden ten zuiden van de bebouwing. Gezien de grenzen van de bedrijfsbestemming wijzigt hier feitelijk niets aan, terwijl er in planologisch opzicht een verbetering optreedt. Een complete belemmering van de doorkijk als gevolg van de realisatie van de nieuwe stal (J) wordt voorkomen. Concluderend is er geen sprake van een vermijdbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteiten en de openheid van het landschap. Het bestemmingsplan draagt juist bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en voorkomt een verdere aantasting van de relatie tussen de noordelijke en zuidelijke weilanden. b. In paragraaf 4.12 van de toelichting is ten aanzien van duurzaamheid opgenomen dat het ontwerp van de nieuwe schuur/loods op dit moment nog niet bekend is en dat in plan voldaan zal worden aan de nieuwste wetgeving op het gebied van duurzaamheidseisen. De duurzaamheidsaspecten worden in het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning verder uitgewerkt.
Wij hebben geen beleid waarin wij particulieren en ondernemers vragen / verplichten strengere duurzaamheidsmaatregelen te nemen dan de wettelijke eisen. Er is nog geen besluit genomen over het convenant duurzame bouw (waarvan de inhoud overigens nog onbekend is). De zienswijze geeft ons geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
9