CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan .pdf

Gemeenteraad 21 maart 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Henschotermeer16.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

33 alinea's met “evenementen”: 16 17 19 27 28 40 43 82 93 94 107 123 133 134 135 144 187 189 211 223 233 254 257 263 264 265 274 275 292 305 338 339 344

Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg Het ontwerpbestemmingsplan Henschotermeer heeft gedurende zes weken voor eenieder ter visie gelegen, van 6 september tot en met 17 oktober 2023. Gedurende de periode van ter inzagelegging zijn binnen de termijn 5 zienswijzen ingediend. In deze Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Henschotermeer zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een antwoord. Na afloop van de inzage termijn zijn nog diverse reacties binnengekomen, deze zijn voor de compleetheid toegevoegd aan deze nota. Aan het einde van deze Nota staat een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan. Nr . 1

Betreft

Zienswijze

Antwoord

Stichting milieuzorg Zeist e.o.

1 Planproces, algemene reactie en vraag waarom voor YMCA en Henschotermeer afzonderlijke bestemmingsplannen zijn opgesteld.

1 In de voorbereiding is een totaalvisie voor het gebied opgesteld, aan de hand daarvan is bezien welke ontwikkelingen wel of niet gewenst zijn en waar. Hierbij is uitgegaan van een concentratie bij bestaande voorzieningen en een duidelijke zonering in het gebied. Op basis van deze visie is voor YMCA en Henschotermeer geconcludeerd welke mate van aanpassing van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en herziening 2013 nodig is om de ontwikkelingen te realiseren. Daarbij bleek dat voor grote delen van het gebied het geldende bestemmingsplan voldoende basis biedt en alleen voor onderdelen een herziening gewenst. Om goed beeld te hebben van de samenhang in het gebied zijn zoveel mogelijk gezamenlijk, dus voor het totale gebied, onderzoeken uitgevoerd. Er bleek geen of slechts beperkt sprake van een ruimtelijke relatie tussen de gebieden van YMCA en Henschotermeer, dus geen ruimtelijke noodzaak voor een bestemmingsplan. Omdat ook sprake was van twee privaatrechtelijk losse ontwikkelingen met een eigen dynamiek en problematiek is besloten om de plannen via aparte bestemmingsplannen uit te werken. Inmiddels hebben wij bericht ontvangen dat het bestemmingsplan YMCA ingetrokken is en dus niet verder behandeld wordt.

Bij de beoordeling van het bestemmingsplan Henschotermeer wordt uitgegaan van de planologische mogelijkheden van de omliggende vastgestelde bestemmingsplannen en daarmee van de effecten van dit bestemmingsplan in de omgeving. 2 Ook wij vinden positief hoe is omgegaan met de participatie. Deze heeft een belangrijke rol gespeeld bij het steeds concreter worden van de plannen in de visie fase en hebben geleid tot het plan zoals nu wordt voorgelegd. Met dit bestemmingsplan wordt dit bovenregionale recreatieterrein verder gezoneerd, zodat er een groter deel van het Henschotermeer gebied rustiger blijft. De huidige functies en bestemming van het gebied, dagrecreatie, heeft invloed op de natuurwaarden in de directe omgeving, dus ook op de NNN. Wij begrijpen de wens, die tijdens de participatie veel gehoord is, om het gebied zo natuurlijk mogelijk te behouden. Aan de andere kant weten wij ook dat het gebied met een bepaalde mate van kwaliteit van de voorzieningen bijdraagt aan een behoefte van recreanten en eraan kan bijdragen dat recreanten andere delen van het bos van de Heuvelrug met rust laten. Elk gebruik moet voldoen aan de zorgplicht van de Natuurbeschermingswet. Er is echter

2 Goed dat de verblijfsreactie uit de eerdere plannen niet meer aan de orde is en dat ontwikkelingen uitsluitend buiten de NNN plaatsvinden. Toch is sprake van invloed, en worden voorzieningen geregeld die zullen leiden tot toename van bezoekers, zeker in de periode van het jaar dat niet gezwommen wordt. Terwijl er tijdens de participatie een duidelijke wens bleek om alles te houden zoals het vroeger was. Twijfels bij de

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

1

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord

conclusies van de natuuronderzoeken dat geen sprake zal zijn van significante negatieve effecten op de NNN. Ook organiseren van evenementen zal effect hebben. Positief dat er een beheervisie en beheersplan is opgesteld, maar is het voor het gebied niet beter als dit via een voorwaardelijke verplichting in de voorschriften verankerd wordt.

wel sprake van een gebied dat vanouds al te maken heeft met medegebruik door de recreatie. Wij beoordelen het bestemmingsplan en de onderzoeken dan ook niet vanuit een nul situatie, maar uitsluitend over de aanpassing die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt. Dus hetgeen anders of extra mogelijk wordt ten opzichte van de bestaande bestemming. Wat betreft evenementen is sprake van een vergelijkbare afweging, het bestemminsplan staat geen andere evenementen toe dan tot op heden op basis van het evenementenbeleid georganiseerd werden, het bestemmingsplan voorziet slechts in de planologische regeling. Het bestemmingsplan “Hek Henschotermeer” had destijds als doel het zeker stellen dat hekken/omheiningen niet hoger zouden worden dan 1 meter, er was geen sprake van legalisatie. Die uitgangspunten van dat bestemmingsplan zijn ook opgenomen in het bestemmingsplan Henschotermeer. Met een duidelijke regeling bij welke functies hier omwille van veiligheid (anti-diefstal) een andere bepaling (hoger hek) van toepassing is. Binnen de huidige bestemming heeft het beheer sinds de overdracht van het Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug niet stil gestaan. Zo is inmiddels de functie van het gebied als productiebos beëindigd.

Daarnaast is het aantal toegangen tot het gebied (met name door de NNN) teruggebracht van dertien naar twee, hetgeen heeft geleid tot het concentreren van de recreatie aan de zuid/oostzijde en tot aanzienlijk minder gebruik en passage van de noordelijke en westelijke gebiedsdelen. Ook is de grote parkeerplaats P4 aan de westzijde afgesloten voor regulier gebruik, deze wordt alleen nog bij zeer grote drukte of bijzondere activiteiten opengesteld, waardoor het westelijke deel van het gebied aanzienlijk meer rust heeft gekregen. De voorzieningen en functies die gericht zijn op de seizoenverlenging concentreren zich aan de zuid/oostzijde en daarmee op de grootste mogelijke afstand tot de NNN De beheervisie en beheersplan zijn van toepassing op het totale gebied. Wij onderschrijven het belang hiervan en zullen deze als voorwaardelijke verplichting koppelen aan de bouwvlakken. Koppelen aan het totale gebied heeft weinig meerwaarde omdat daar veelal sprake is van vervolg van de bestaande bestemming. Naar aanleiding van deze zienswijzen wordt aan de bouwvlakken een voorwaardelijke verplichting opgenomen met nadere aandacht voor de natuur wetgeving. 3 Het klopt dat met dit bestemmingsplan naast een uitbreiding van vierkante meters beter bepaald wordt waar gebouwd mag worden en dus waar bepaalde functies te verwachten zijn.

Het geldende bestemmingsplan bestaat uit 1 bouwvlak waar binnen geen regeling is opgenomen over de locatie van de 1.060 m2. Met de extra bebouwing die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt blijft de bebouwing in het gebied ruim onder de 1% (ca. 28 ha met 1.500 m2 bebouwing). In het aangrenzende deel op grondgebied Utrechtse Heuvelrug geldt sinds 1995 een vergelijkbaar percentage. Met dit bestemmingsplan wordt geen nieuwe of extra evenementen voorzien in het gebied.

3 Waardering dat de bouw van nieuwe gebouwen beperkt wordt tot bepaalde bouwvlakken. Echter de bebouwing neemt toe van 1.060 m2 naar 1.500 m2 plus een bedrijfswoning, ten behoeve van functies die zullen leiden tot meer druk op de omgeving, in ieder geval meer verspreid door het jaar.

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

2

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord

Goed dat evenementen via het bestemmingsplan worden gereguleerd, vraag is echter of het aantal en met name grotere evenementen passen in deze kwetsbare omgeving.

In het geldende bestemmingsplan was nog geen ruimtelijke regeling voor evenementen opgenomen, dat was in 2010 ook nog geen verplichting. Inmiddels is op basis van jurisprudentie bepaald dat locaties waar regelmatig evenementen plaats vinden ook als zodanig bestemd moeten worden. De regeling die opgenomen is, is gebaseerd op het geldende evenementenbeleid. Naar aanleiding van de zienswijzen wordt artikel herschreven op een wijze zoals verwoord onder aan deze nota. 4 In de huidige situatie is sprake van een beheerkantoor welke nut en noodzaak bewezen heeft voor de veiligheid van het recreatiegebied. De bouwkundige staat en kwaliteit van dat gebouw maakt dat deze vervangen zal moeten worden om te voldoen aan de eisen van deze tijd. Deze kosten zijn dus altijd nodig en daarmee is het realiseren van een inpandige dan wel aaneengebouwde bedrijfswoning geen substantiële extra kostenpost. 5 De strandhoreca is nu alleen bij mooi weer te gebruiken en beschikt niet over een schuilgelegenheid bij warm of slecht weer. Voor een stabiele exploitatie van deze voorziening is overdekte en inpandige ruimte nodig. Vergelijkbaar met de strandhoreca aan de Noordzee. Het gebrek aan binnenruimte wordt door veel bezoekers als een gemis ervaren en tevens is gewenst om het door een deel van de recreanten gewenst comfort te bieden.

Tijden veranderen en dat vertaalt zich in toenemend kwaliteitsbesef bij recreanten. Deze vergroting is ook binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan mogelijk. Het gaat om het behoud van de huidige functie voor de gebruikers van de zwemplaats en zal niet direct leiden tot een uitbreiding van de activiteiten ten opzichte van de huidige situatie. Het past binnen het streven naar seizoensverlenging.

4 Een beheerkantoor en woning kunnen nuttig zijn, maar zijn toch ook weer extra kosten.

5 Waarom de vergroting strandhoreca, de behoefte van deze functie is aangetoond, maar waarom 150-200 m2 groter dan nu? Met name door de uitbreiding van de strandhoreca, dicht bij het nu rustige gebied kan significante effecten op de natuur en NNN niet uitgesloten worden.

6 De noodzaak van een jaarrond horeca en een multifunctioneel gebouw en daarmee stap 1 van de ladder van duurzame verstedelijking zijn onvoldoende aangetoond.

De strandhoreca bevindt zich in de bestaande situatie in de omgeving van de NNN en heeft daar dus al invloed op. Het bestemmingsplan heeft als voordeel dat nader bepaald wordt wat op deze locatie gebouwd mag worden en hoe het gebied gebruikt kan worden, terwijl dat in het geldende bestemmingsplan minder duidelijk geregeld is. Het is lastig aan te tonen of de uitbreiding van dit gebouw significante effecten op de omgeving zal hebben. Immers het reguleren en daarmee concentreren van de activiteiten rond het gebouw, kan ook leiden tot rust elders en beperken dat mensen het achterliggende bos in gaan. Daarbij zal de uitbreiding vooral binnenruimte bieden en dus minder uitstraling van mensen (geluid) dan de huidige buitenruimte. 6 Het multifunctioneel gebouw of schaapskooi zal worden gerealiseerd binnen de bestemming dagrecreatie zoals deze van toepassing is op grond van het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Deze geldt als een bestaand recht en dus is toetsing aan de ladder niet aan de orde. De jaarrond horeca zou, afhankelijk van de keuzen die in de vierkante meter toedeling in het geldende bestemmingsplan gemaakt wordt, als gebouw ook passen in de huidige bestemming. Daarmee is voor een laddertoets alleen sprake van een basis

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

3

Nr .

Betreft

Zienswijze

7 Het is een dat feit dat sprake is een recreatieterrein van bovenlokaal belang, maar dat maakt niet er alles kan. De provinciale verordening geeft ook aandacht aan de kwetsbare waarden van landschap, natuur en cultuurhistorie. Deze kunnen worden aangepast m.n. doordat de rustigere periode in voorjaar, herfst en winter verdwijnen. 8 Waarom de derde brug deze tast landschap en daarmee waarde van gebied aan.

9 In algemene zin valt op dat bij de beschrijving van verschillende effecten in de natuuronderzoeken wel rekening gehouden wordt met de ontwikkelen ten behoeve van het meer maar dat geen rekening gehouden wordt met de cumulatie door ontwikkeling op het oude NCC-terrein of aan de gevolgen van evenementen, die effect hebben als deze in een relatief grote frequentie zullen plaatsvinden.

10 Ook al ligt de ontwikkeling buiten de NNN, in de toetsing had wel uitgegaan moeten worden van de toetsingscriteria zoals de provinciale

Antwoord onderbouwing voor de 440 m2 extra bebouwing. In de breedte kan gesteld worden dat de beperkte uitbreiding van de bebouwing, waarmee de bebouwing onder de 1% van het gebied blijft en het feit dat sprake is van functies die passen bij een bovenlokaal recreatieterrein aantonen dat geen sprake is van toename verstedelijking. 7 Terecht wordt opgemerkt dat op een terrein van bovenlokaal niet alles kan. In dit geval wordt ook bewust alleen de dagrecreatie bestemming van het gebied aangepast en blijft de omliggende “Bos” bestemming ongewijzigd. Door de opname van bouwvlakken wordt, meer dan met het huidige bestemmingsplan, rekening gehouden met de waarden van landschap, natuur en cultuurhistorie. Bij de situering van de locaties is ook rekening gehouden met die waarden. Immers het gebied is ook voor de recreatie aantrekkelijk door het unieke landschap. Het gebied wordt ook momenteel in de lente, herfst en winter gebruikt voor wandelen en incidenteel schaatsen. Het is een bewuste keuze om de voorzieningen die bijdragen aan het functioneren van het gebied in de nu rustigere perioden aan de rand van het gebied te plaatsen, dus op zo groot mogelijke afstand van de NNN. 8 Het huidige bestemmingsplan kent geen beperking van het aantal bruggen, alleen voor gebouwen is een maximale bebouwing opgenomen, met het nieuwe bestemmingsplan wordt dit wel gereguleerd en beperkt tot drie.

De meerwaarde van de brug is een snellere en kortere verbinding met strandhoreca. Het leidt tot een extra mogelijkheid voor een, kort, rondje om het meer en een snellere route bij calamiteiten. Door de brug wordt het strandhuis makkelijker te bereiken vanaf parkeerplaatsen. 9 In de visie is rekening gehouden met YMCA en dat heeft geleid tot de keuze voor de gebiedsindeling. Ook zijn de natuuronderzoeken op elkaar afgestemd, natuur houdt immers geen rekening met (eigendoms)grenzen. Tussen het terrein van NCC/YMCA en het Henschotermeer bestaat weinig interactie, anders dan dat gasten van die gebieden net als de gasten van de andere omliggende campings en parken deel zijn van de dagrecreatiebezoekers. Daarom zijn deze niet apart meegenomen. Wat betreft evenementen is sprake van een planologische regeling van bestaand beleid en dus ook bestaande functie en daarmee is nader onderzoek niet aan de orde. Het gaat niet om het toestaan van meer evenementen. Daarom zijn deze niet apart meegenomen. Bij de uitvoering van evenementen is de zorgplicht van de Natuurbeschermingswet van toepassing en zal dus mogelijk nadere onderzoek nodig zijn. De natuurrapportage geeft vooral inzicht in de natuurgevolgen van de veranderingen ten opzichte van hetgeen in het verleden op basis van regelgeving toegestaan was.

10 De uitstraling van het gebied in de NNN moet inderdaad meegenomen worden, maar dan vooral gericht op de effecten van de herziening van het bestemmingsplan. Het effect van de herziening is 440 m2 extra bebouwing en een bedrijfswoning en het gebruik van een jaarrond horeca. Daar staat tegenover dat de locatie van functies in het

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

4

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord

verordening deze benoemd. Zoals bestaande en potentiele waarden van het systeem, gebieden die bepalend zijn voor de aan een geslotenheid en robuustheid van de NNN, aanwezigheid van bijzondere soorten en aanwezigheid van essentiële verbindingen. Er zijn aanwijzingen dat verschillende beschermde diersoorten in de bossen rond het meer aanwezig kunnen zijn, dan wel dat het gebied er geschikt voor is. Daarmee is niet uitgesloten dat sprake is van significante effecten door de ontwikkelingen op het leefgebied. Hoewel rond het water geen NNN is het gebied wel onderdeel van de Heuvelrug en in het verleden onderdeel van de EHS/groen contour.

bestemmingsplan gereguleerd worden. De locaties van bouwvlakken en daarmee concentratie zijn mede bepaald op basis van de natuuronderzoeken. Het gebied heeft in het verleden inderdaad deel uitgemaakt van de groene contour bij de EHS, de aanpassing daarvan zal echter niet zonder redenen geweest zijn. De natuurwaarden van een strand en drukbezocht dagrecreatie terrein zijn anders dan die van een rustig bosgebied elders op de Heuvelrug. In de toetsing is voldoende uitgegaan van de provinciale verordening. De aaneen geslotenheid en robuustheid van het gebied wordt als gevolg van de beide Nwegen direct grenzend aan het gebied en de bestaande recreatieparken aan de zuidzijde al doorbroken. Het gebied is wel een duidelijke stapsteen voor de natuur, waar naast de bestaande en toekomstige recreatiefunctie ook ruimte is voor de natuur. Juist door de zones waar het gebied grenst aan de N-wegen rustig te houden en daar geen ontwikkeling uit te breiden kunnen dieren langs de meest natuurlijke zijde blijven migreren. Zoals in de zienswijze wordt aangegeven komen in en rond het Henschotermeer meerdere soorten dieren voor, waaronder enkele met een soort specifiek beschermde status. Deze soorten zijn overwegend aangetroffen buiten de voorgenomen ontwikkeling en op locaties die niet zwaarder zullen worden belast vanuit deze voorgenomen ontwikkeling dan in de huidige situatie het geval is.

Daarnaast voorziet het beheerplan erin dat het beheer zich meer gaat toespitsen op het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving buiten de recreatieve zones. Van genoemde soorten wordt verwacht dat zij als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet worden aangetast in hun huidige leefgebied en/of dat de functies als bijvoorbeeld foerageren van vleermuizen niet worden belemmerd bij de beoogde ontwikkeling. Sommige soorten als boommarters en reptielen zijn niet aangetroffen en in de natuur rapportage is ook onderbouwd dat essentiële onderdelen van het leefgebied voor deze dieren ontbreken door de afwezigheid van bomen met voldoende ruime holten (boommarter) en de afwezigheid van liggend doodhout en geleidelijke overgangen van open zonnige delen naar beschutte bosdelen. Deze laatste aspecten worden in het beheerplan benoemd om te ontwikkelen, terwijl het instellen van een meer ecologisch bosbeheer buiten de recreatieve delen op termijn tot boomholten voor o.a. de boommarter zal kunnen leiden. Bij de verschillende sloop- en bouwactiviteiten zal op basis van de zorgplicht waar nodig specifiek onderzoek van de betreffende locatie plaatsvinden. 11 Het klopt dat er een spanningsveld is tussen de eisen voor de veiligheid van bezoekers van het gebied, eisen in kader van brandbestrijding en hetgeen goed is voor het ecosysteem.

De kans op natuurbranden wordt groter in frequentie en gevolgen, daarmee worden de eisen van brandveiligheid ook belangrijker. Het spanningsveld wordt echter niet veroorzaakt of vergroot door het onderhavige bestemmingsplan. Maar door de verschillende belangen en wetgevingen. Het blijft van belang dat de beheerder

11 Voor de veiligheid van recreanten wil men dood hout verwijderen terwijl dood hout juist essentieel is voor het ecosysteem. Die verwijdering kan significante gevolgen hebben.

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

5

Nr .

Betreft

Zienswijze

12 Opgevallen is dat slib uit het meer nu in een bepaald deel van het bos gestort wordt, in het algemeen ongewenst voor het gebied.

Antwoord van het gebied en de natuur in het gebied daar, op basis van deskundigheid een passende oplossing voor vindt. Wat kan inhouden dat een ingreep op de ene plek, nodig is voor de veiligheid bezoekers dan wel brandbestrijding, elders in het gebied gecompenseerd moet worden. In de beheervisie wordt nadrukkelijk een scheiding tussen hoofdfunctie recreatie vanuit de regionale recreatiefunctie en de hoofdfunctie natuurgerichte recreatie aangebracht. Duidelijk moge zijn dat de exploitant van het Henschotermeer gehouden is aan verplichtingen m.b.t. zwemwaterveiligheid, boomveiligheid en algemene zorgplicht ten opzichte van haar bezoekers. MooiMeer BV heeft niet de intentie om het bos om te vormen naar meer open vegetaties. Vanuit recreatief en natuur oogpunt vindt men dat ongewenst. Echter de Veiligheidsregio Utrecht ziet de beide N-wegen als essentiële calamiteiten- en vluchtroute bij grotere branden. Vanuit die invalshoek kijkt men naar brandvertragende zones. Aantastingen ten behoeve daarvan zullen op basis van de Wet Natuurbescherming in het gebied worden gecompenseerd. Naast het gebied met de hoofdfunctie recreatie wordt in de overige circa 65% van het gebied een meer op natuurgericht beheer gevoerd. Omdat tot 2018 het beheer mede gericht was op houtproductie vraagt dat nog wat tijd.

Het historische beheer is naar verwachting de hoofdoorzaak dat er relatief weinig boomholte bewonende fauna in het gebied aanwezig blijkt te zijn. In de beheervisie is aangegeven buiten de ‘veiligheidszones’ meer te werken aan natuurlijk beheer. In deze natuurrijke delen mogen afstervende- en holte bomen blijven staan, wordt meer werk gemaakt van liggend doodhout en takkenrillen gemaakt van noodzakelijk snoei onderhoud in de recreatieve zones etc. Zo worden om de actueel beperkte mogelijkheden voor broedvogels van boomholten te versterken zijn mede om deze reden 35 nestkasten voor vijf verschillende vogelsoorten in het gebied aangebracht. 12 Het bergen van slib vindt al vele tientallen jaren plaats als regulier onderhoud en beheer en is noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan de zwemwater veiligheid zoals bedoeld in de regelgeving. Deze activiteit vindt laag cyclisch plaats, eens in de 6 tot 10 jaar. In het verleden werden de locaties willekeurig gekozen tijdens het werk. Het is een bewuste keuze om de locaties nu op voorhand vast te leggen in het beheerplan. De locaties zijn zowel functioneel als vanuit dierveiligheid gekozen. Het betreft bestaande ingesloten laagten, waardoor de specie geconcentreerd kan worden aangewend, en locaties waar geen grondholen zijn aangetroffen.

Door het beheer in deze vakken ook te richten op het beperken/voorkomen van liggend dood hout blijven ze ook minder aantrekkelijk mochten zich reptielen gaan vestigen. In dit gebied zal dood hout door het beheer buiten de ingesloten laagte of hoger op de randen worden geplaatst. Daarnaast is opgenomen dat voorafgaand aan de ingebruikname als berging voor de specie een ecologische opname met vrijgave standaard aan de procedure wordt toegevoegd. In 2021 is uitvoerig overleg gevoerd met de RUD, daaruit is gebleken dat de inundatie

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

6

Nr .

Betreft

Zienswijze

13 Goed dat er een beheervisie en plan is, zou goed zijn om deze in ecologische zin uit te werken en in het bestemmingsplan via een voorwaardelijke verplichting te koppelen. 14 Bij verkeer en parkeren ontbreekt een berekening van de effecten van de jaarrond horeca en multifunctioneel gebouw. Daarmee lijkt sprake van een aanname. Het plan kent geen duidelijke regeling wat betreft maximale omvang en locatie van parkeerplaatsen opgenomen.

Antwoord periode maximaal 5 dagen is en het waterdeel snel wegzakt in de bodem. Op de locaties waar specie werd geplaatst is een uitbreiding van struikheide is opgetreden wat tot een meerwaarde in de nectar beschikbaarheid voor het gebied in de nazomer heeft geleid. 13 De beheervisie is vooral bedoeld voor regulier gebruik van het gebied en niet direct voor het bestemmingsplan. Gelijktijdig is duidelijk dat bij de feitelijke realisatie van gebouwen en aanpassingen in het gebied voldaan moet worden aan de Wet Natuurbescherming en dat deze beheervisie daarin een rol kan spelen. Omdat te benadrukken wordt de suggestie overgenomen en wordt de voorwaardelijke verplichting opgenomen. Opnemen voorwaardelijke verplichting. 14 De veelal in bestemmingsplan gebruikte berekening van CROW-normen per functie ontbreekt hier, omdat de parkeernormen die gebruikt worden om te bezien of de omgeving het aantal parkeerplekken aan kan, hier weinig meerwaarde heeft. Het bestaande aantal parkeerplekken in het gebied is bepalend voor het functioneren van het te gebied. De jaarrond horeca en het multifunctionele gebouw maken gebruik van de voor het zwemwater beschikbare aantal. Op basis van CROW moet bij een restaurant in het buitengebied van 500 m2 rekening gehouden worden met ca. 66 parkeerplekken, deze zijn hier ruim aanwezig.

Omdat het parkeren onderdeel is van het totale parkeer systeem is geen sprake van een aanname, maar de constatering dat het beschikbare aantal van 2.450 in deze het maximale bepaald. Terecht wordt echter geconstateerd dat in ontwerpbestemmingsplan de regeling voor het minimaal en maximaal aantal beschikbare parkeerplekken en de locatie daarvan ontbreekt. Deze zal worden toegevoegd. Wij onderschrijven het belang van een goede parkeerplaatsenregeling. Immers uitgangspunt voor het functioneren van het gebied is de beschikbaarheid van voldoende parkeerplaatsen. In de regels zullen wij een algemene bepaling opnemen die aangeeft dat in het gebied minimaal 2.450 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn binnen de dagrecreatie bestemming in Woudenberg en in de Utrechtse Heuvelrug. Voor dit plangebied en daarmee het grondgebied in Woudenberg wordt op de verbeelding door middel van een aanduiding ook het gebied weergegeven dat (mede) bedoeld is voor parkeren. Voor het grondgebied Utrechtse Heuvelrug is een aanpassing niet nodig omdat de parkeerterreinen onderdeel uitmaken van de dagrecreatie bestemming en rechtsgeldig aanwezig zijn. Tevens wordt toegevoegd bij de parkeeraanduiding in Woudenberg dat deze mede dienen voor het gebruik en toegankelijkheid van de jaarrond horeca.

Aan de regels wordt de volgende verplichting toegevoegd: In het gebied moeten 2.450 parkeerplaatsen beschikbaar zijn binnen het totale inrichtingsgebied (Utrechtse Heuvelrug (Maarn) en Woudenberg). Op de verbeelding wordt een gebied met medebestemming parkeren en toegangswegen aangeduid.

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

7

Nr .

Betreft

Zienswijze

15 Bij het geluidsonderzoek wordt gesteld dat er geen verkeersgegevens zijn van De Heygraeff terwijl deze wel opgenomen zijn in het verkeersonderzoek. 16 Waarom niet natuur inclusief bouwen?

17 Waarom geen verbeelding en daarmee plangebied dat aansluit bij het totale Henschotermeer gebied en waarom geen bestemmingsplan voor het totale visie gebied Henschotermeer, dan valt een betere inschatting te maken van cumulaties

18 Waarom zulke ruime bouwvlakken en niet op maat gemaakt

19 Goed om het houden van evenementen te reguleren, er is echter

Antwoord In de regels wordt opgenomen dat het parkeergebied mede gebruikt mag worden voor de jaarrond horeca. 15 Een terechte constatering, dit zal worden aangepast. Voor de conclusies van het onderzoek maakt dit overigens geen verschil, de bedrijfswoning zal meer (geluid)effect kennen van het eigen toegangsterrein dan van deze weg. Passage in geluidsonderzoek over ontbreken gegevens De Heygraeff wordt aangepast. 16 In de basis bevat een bestemmingsplan regels die verband houden met het ruimtelijk belang. Natuur inclusief bouwen kent veel vormen en draagt bij aan veel doelstellingen maar de ruimtelijke relevantie kan daarbij betwist worden. Wij zien in deze geen ruimtelijke aanleiding om het verplicht te stellen in de regels. De kaders van de Wet Natuurbescherming zullen in deze de basis geven voor de noodzakelijke maatregelen in de bouw. Uit nader onderzoek kan ook blijken dat het voor bepaalde flora en fauna beter is om maatregelen te nemen in de omgeving van een gebouw dan door een natuur inclusief gebouw. 17 In het voortraject van de visie is bewust samen opgetrokken en zijn ook onderzoeken gezamenlijk gedaan en daarmee is de cumulatie geborgd. Beide ontwikkelingen kende een eigen dynamiek en problematiek en zijn daarom in losse bestemmingsplannen uitgewerkt.

Inmiddels hebben wij bericht van Den Treek Henschoten en YMCA dat het bestemmingsplan Kampeercentrale YMCA ingetrokken is en dat partijen besloten hebben af te zien van een hervestiging van de YMCA binnen het landgoed. Dat maakt dat van eventuele cumulatie geen sprake is en dat voor het beoogde YMCA-terrein de geldende bestemming het uitgangspunt is. De verbeelding van een bestemmingsplan moet gelijk zijn aan het plangebied van het bestemmingsplan, daarmee is het niet mogelijk om het totale gebied op een kaart te zetten. Deze is wel te vinden op de Visiekaart. De bestemming van de omliggende gebieden verandert niet. 18 De bouwvlakken zijn niet exact op maat omdat het nader onderzoek naar de beste locatie en daarmee inpassing binnen de aanwezige natuur, landschap en cultuurhistorie pas goed gedaan kan worden op het moment dat sprake is van een concreet bouwplan. Dan kan op basis van de meest actuele inzichten onderzoek gedaan worden en binnen de bouwvlakken de beste plek worden gekozen. De bouwvakken zijn aanzienlijk kleiner dan het huidige, dat het hele gebied omvat. Zoals eerder (punt 2 van deze zienswijze) opgemerkt zullen wij doormiddel van een voorwaardelijke verplichting de voor natuur en landschappelijke uitgangspunten koppelen en zo stimuleren dat binnen de bouwvlakken de meest geschikte locatie gevonden wordt. Aan artikel 3.2 en 3.4.1.

wordt een voorwaardelijke verplichting toegevoegd. 19 Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen is bezien of op onderdelen een aanpassing van de regeling mogelijk is, wij hebben geconstateerd dat beter is om artikel

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

8

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord

sprake van een heel ruime beschrijving. Juist op deze plek in de natuur moet kritisch gekeken worden naar wat wel of niet past in de natuur en daar voorwaarden zoals aantal bezoekers aan te koppelen.

opnieuw te formuleren, zie tekst onderaan deze nota. Het huidige evenementenbeleid kent geen maximum van het aantal categorie A evenementen bij het Henschotermeer, wel is voor categorie B (verhoogde inzet hulpdiensten) namelijk een maximum van 4 per jaar. De ruimtelijke bepaling van artikel 3.4.1 a onder 1 heeft betrekking op een combinatie van categorie A- en B-evenementen. Naast een aanpassing van de formulering wordt het aantal dagen van artikel 3.4.1. a onder 1 beperkt 20 naar 15 en die van artikel 3.4.1 b van 3 dagen tot 1 dag. Het laatste omdat de privaatrechtelijke erfpacht overeenkomst tussen het landgoed en de exploitant ook maximaal 1 dag toe staat. Het gaat echter alleen om de ruimtelijke regeling van evenementen, of hier ook gebruik van het maakt zal worden zal afhangen van de kaders van het evenementenbeleid en de Wet natuurbescherming. Want terecht wordt geconstateerd dat deze locatie op basis van natuurwaarden (naast openbare orde en veiligheid) beperkingen kent, in de mogelijkheid van evenementen en het aantal bezoekers. Daarvoor blijft evenementen beleid en Wet natuurbescherming van toepassing. In het bestemmingsplan alleen de planologische regeling van hetgeen sinds jaar en dag op basis van evenementen beleid toegestaan is. Echter de andere toestemming en wettelijke kaders blijven van toepassing. Aanpassing artikel 3.4.1.

en in het bijzonder onder a lid 1 van 20 naar 15 dagen en onder b van 3 dagen naar 1 dag. Voor een betere duiding van het artikel wordt het artikel anders geformuleerd en betreft de afwijking 16 dagen waarvan maximaal 1 met versterkte muziek. De afwijking van de bouwregels ten behoeve van evenementen wordt verplaatst naar de bouwvoorschriften. 20 Terecht wordt opgemerkt dat de opgenomen afwijking van 15% afwijkt van hetgeen binnen Woudenberg regulier in bestemmingsplannen staat. De voorgestelde 2% vinden wij gelet op de omvang van het gebied en het feit dat de afwijking niet het totaal maar altijd een bepaald type bebouwing betreft te beperkt. Het afwijkingen beleid van de gemeente Woudenberg kent ook al een beperking van de toepasbaarheid van deze regeling, zodat er geen sprake van kan zijn van automatische toepasbaarheid. Aanpassing artikel 3.3.1 de 15% wordt aangepast in 10%. 21 De AERIUS-berekening laat zien dat op basis van de huidige berekeningen de stikstof uitstoot, ook bij het gelijktijdige bouwen van alle bouwwerken bij het meer en de YMCA onder de norm blijft. Omdat niet zeker is dat de norm op het moment van realisatie nog gelijk is, is de regeling opgenomen met de verplichting bouwwerkzaamheden af te stemmen, zodat de stikstof uitstoot ook in de praktijk binnen de normen blijft. Het laatste lid van dit artikel heeft geen meerwaarde meer en kan vervallen.

Laatste streepje artikel 3.4.4. laten vervallen Conclusie: De zienwijzen geven op onderdelen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

20 Een afwijking van 15% zoals benoemd in 3.3.1 kan gelet op de omvang leiden tot een forse uitbreiding, terwijl normaal 10% gebruikt wordt en deze locatie gelet op de ligging 2% beter passend is. 21 De bepaling over toestaan van bouwactiviteiten met stikstof aspecten en samenhang met YMCA is niet duidelijk.

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

9

Nr . 2

Betreft

Zienswijze

Antwoord

Maarn Maarsbergen Natuurlijk 263002

1 Het ontwerp bestemmingsplan legt extra recreatiedruk in een gebied waar de recreatiedruk groot is door uitbreiding en intensivering van omliggende campings en parken en de beoogde vestiging van een kampeercentrum van de YMCA.

1 Het gebied rond het Henschotermeer is in het provinciaal beleid als bovenlokaal recreatiegebied aangewezen. Ook in de visie van Landgoed Den Treek Henschoten wordt dit gebied gezien als recreatie concentratiegebied. Een bewuste zonering om elders op de Heuvelrug rust te bieden. In het gebied is vanouds sprake van dit dagrecreatieterrein en diverse verblijfsrecreatieterreinen. De diverse bestemmingsplannen geven de kaders voor hetgeen aan ontwikkelingen en gebruik mogelijk is. Op diverse parken en campings in de omgeving is sprake van een proces van ontwikkeling, intensivering en aanpassing van de parken aan de wensen van de huidige recreant. Deze ontwikkelingen vinden plaats binnen de geldende planologische kaders. De nu voorgestelde wijziging van het bestemmingplan van het dagrecreatie terrein past in die algemene ontwikkeling van de recreatie. Het bestemmingsplan zal niet leiden tot een verhoging van de piekdrukte, maar heeft tot gevolg dat de aanwezige voorzieningen, die in het verleden vooral gebruikt werden op warme zomerse dagen, ook op andere dagen in het jaar benut worden. Wij begrijpen dat de algehele ontwikkeling van de recreatiesector in dit gebied door bewoners van het gebied, in het bijzonder aan de zijde van Maarn als vervelend en lastig ervaren wordt.

Aan de andere kant is sprake van een recreatie concentratiegebied, daar horen dit soort effecten bij en door deze concentratie wordt de natuur elders ontlast. De recreatie-economie draagt in grote mate bij in het voorzieningenniveau van de omliggende dorpen en diverse voorzieningen zijn ook beschikbaar voor de lokale gebruiker. Het bestemmingsplan is nodig om een beperkte uitbreiding van de gebouwen toe te staan, maar dient tevens voor een betere regulering ten opzichte van het bestaande bestemmingsplan. Het bestemmingsplan zal niet leiden tot een vergroting van de recreatiedruk op de piekmomenten. 2 Bij de beoordeling van een bestemmingsplan gaat het niet om hetgeen erbij kan komen ten opzichte van bestaande functies of voorzieningen, maar hetgeen erbij komt ten opzichte van hetgeen het huidige bestemmingsplan toe staat. De noodzaak voor het aantonen van de behoefte is dan ook beperkt tot hetgeen extra mogelijk is. In de toelichting van het bestemmingsplan worden de gewenste aanpassingen en verbeteringen in het gebied beschreven, een groot aantal daarvan kan ook binnen het huidige bestemmingsplan gerealiseerd worden.

De uitbreiding van de bestaande bestemming betreft; de bouwhoogte van gebouwen en een afwijking in de hoogte voor een deel van het gebouw op het eiland, 440 m2 extra bebouwing in het gebied, een inpandige bedrijfswoning, een formele horeca bestemming en een planologische regeling van evenementen. De provincie heeft verklaard dat het bestemmingsplan past in het provinciaal beleid. Daarmee kunnen wij concluderen dat aan de onderbouwingseisen voor een bovenlokaal dagrecreatieterrein is voldaan. De toenemende verstedelijking in de provincie Utrecht en ook de westkant van Gelderland maakt dat de behoefte aan recreatieterreinen

2 Behoefte en noodzaak van de ontwikkeling zijn niet aangetoond. Er komt een veelvoud aan voorzieningen ten opzichte van de huidige situatie. De parkeerinkomsten en toegangsprijzen geven een financiële basis. Er is geen onderbouwing van de groeiende behoefte vanuit recreatie.

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

10

Nr .

Betreft

Zienswijze

3 Samenhang met andere ontwikkelingen ontbreekt, in het bijzonder de plannen voor YMCA en realisatie multifunctioneel gebouw op grondgebied Utrechtse Heuvelrug. Graag een provinciaal inpassingsplan. Een gebied met een regionale en bovengemeentelijke functie verdient provinciale sturing.

Antwoord toeneemt. In eerste instantie is het gewenst dat die recreatiebehoefte gefaciliteerd wordt rond de stad, via het programma Groen groeit mee. Ook is er behoefte aan meer buiten zwemwater, dan is van belang dat bestaande buiten zwemwater zoals het Henschotermeer ook behouden blijft. Wat betreft de onderbouwing van de extra vierkante meters en de bedrijfswoning, zijn wij van mening dat de noodzaak en meerwaarde van de bedrijfswoning voldoende onderbouwd is. Door de eis dat de bedrijfswoning altijd één gebouw moet vormen met het kantoor, is dubbel zeker gesteld (in gebruiksbepalingen en bouwbepalingen) dat uitsluitend sprake mag zijn van een bedrijfswoning en dus niet van een reguliere woning. De wensen en behoefte van recreanten zijn divers. Er zijn zeker veel recreanten die voldoende hebben aan zwemwater, zoals het historisch was. Daarbij is voor veel bezoekers wel van belang dat sprake is van schoon en veilig zwemwater en kwalitatieve toiletvoorzieningen. Daarnaast is er bij veel recreanten de behoefte om ter plekke iets te kunnen eten of drinken. Deze voorzieningen vormen de basis voor een warme zwemdag. Deze zwemdagen zijn echter beperkt en de vaste kosten voor deze voorzieningen moeten gemaakt worden. De inkomsten van parkeren en toegang zijn, zonder aanvullende voorzieningen weersafhankelijk en vormen geen automatische dekking van de vaste kosten.

Naast de basisbehoefte van recreanten is een algemene trend in de recreatie dat de wensen/eisen van de recreant aan voorzieningen toeneemt. Het gaat dan om meer momenten dat men voorzieningen kan gebruiken en eten of drinken kan kopen, dus ook horeca en toiletten open in het voor- en naseizoen. De eisen/wensen aan wat men kan kopen veranderen. Vanuit de veranderde wensen van de recreant en noodzaak om het gebied minder afhankelijk te maken van warme zomerdagen (de functie als zwemwater) bestaat de behoefte om bestaande voorzieningen te moderniseren en een jaarrond horeca buiten de hekken toe te voegen. Deze wens/noodzaak bestond ook al onder het recreatieschap. 3 Het bestemmingsplan is een planologische uitwerking van de gebiedsvisie. De gebiedsvisie en de onderliggende onderzoeken zijn bewust eerst opgesteld om vanuit het totale gebied, dus los van gemeentegrenzen te bezien wat voor de toekomst van het gebied passend is. Door middel van deze gebiedsvisie is de samenhang van de ontwikkelingen bezien en in het proces van de gebiedsvisie zijn de plannen aan aangepast tot hetgeen waar nu een herziening voor gevraagd wordt. et bestemmingsplan is alleen nodig voor die ontwikkelingen die niet passen binnen bestaande bestemmingsplannen. Zo is binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug een groot gebied aangewezen met de bestemming dagrecreatie en een bebouwingmogelijkheid van 1%.

Het is aan initiatiefnemers en de gemeente Utrechtse Heuvelrug om te bepalen of de gewenste bebouwing (schaapskooi) en gebruik daarbinnen past. Voor de beoordeling van het plan in Woudenberg is een gegeven en

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

11

Nr .

Betreft

Zienswijze

4 Aantasting van het karakter van het gebied, door de hoogte van gebouwen, in het bijzonder het gebouw op het eiland, het multifunctionele gebouw en de voorgestelde evenementen. De opgenomen regels voor evenementen staan te veel toe. Onduidelijk waarom de evenementen bij het Henschotermeer en niet elders kunnen.

Antwoord uitgangspunt dat die bestemming aanwezig is. Eenzelfde beoordeling was aan de orde bij het inmiddels ingetrokken plan voor de YMCA. Kortom het gaat nu alleen om de beoordeling van de veranderding ten opzichte van de bestemming van het gebied in het bestemmingsplan Buitengebied Woudenberg 2010 en de herziening 2013. De provincie en beide gemeenten maken samen onderdeel uit van de stuurgroep welke bedoeld wat om de eigenaar van het gebied, landgoed Den Treek Henschoten, te ondersteunen bij de overname van het beheer van het gebied. De provincie Utrecht heeft een reactie gegeven op het voorliggende bestemmingsplan, dus van de gewenste provinciale betrokkenheid is sprake geweest. Nu voor de uitvoering van de gebiedsvisie op onderdelen gebruik gemaakt kan worden van de planologische rechten van het geldende bestemmingsplan in Utrechts Heuvelrug is geen aanleiding om te komen tot een gemeentegrens overschrijdende bestemmingsplan of een inpassingsplan. Als dat toch gedaan zou worden, zou dat de indruk wekken dat in grotere delen van het gebied een aanpassing van regels aan de orde is, dan feitelijk het geval is. 4 Het multifunctionele gebouw (schaapskooi) zal moeten voldoen aan de kaders van het geldende bestemmingsplan in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, waar 1% bebouwing ten behoeve van de dagrecreatie toegestaan is.

De in Woudenberg voorgestelde bebouwing en functies sluiten aan bij de huidige functies in en rond het gebied. Door het opnemen van bouwvlakken wordt, meer dan onder de huidige bestemming, zeker gesteld waar gebouwd mag worden, dat draagt bij aan het behoud van het unieke karakter van het gebied. Voor de basis van het dagrecreatiegebied is de bouwhoogte van het huidige bestemmingsplan over genomen; goot 4 meter en bouwhoogte 8 meter. Voor toiletgebouwen enz. is een lagere maatvoering (3/6) opgenomen. Voor het pand op het eiland kan met een afwijking voor 10% van het pand tot 12 meter gebouwd worden. Dit biedt ruimte om een bijzonder element aan het gebied toe te kunnen voegen in lijn met de Pyramide en de Kaaptoren. Alleen buiten het dagrecreatiegebied wordt voor twee panden het beheerkantoor/woning (6/10) en de jaarrond horeca (7/10) een afwijkende maat opgenomen. Doel is om meer dan nu gebouwen met meer uitstraling neer te zetten. De hoogte sluit aan bij de hoogte op de dagrecreatie bestemming in Utrechtse Heuvelrug (6/9) en voorterrein camping De Heijgraaf (8/10) en bij het terrein van Reinaerde (11/11). Een kelderverdieping biedt de mogelijkheid om opslagruimte te creëren die uit het zicht ligt en draagt daarmee bij aan het beperken van bebouwing dus minder verstedelijking.

Ook in het geldende bestemmingsplan is het mogelijk om een kelder te bouwen en rond het Henschotermeer is al lange tijd sprake van ondergrondse bebouwing. Naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij geconstateerd dat ten onrechte de bouwhoogte niet per bouwvlak opgenomen zijn, maar alleen in de regels staan. Dat

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

12

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord

5 De natuur zal te veel druk van de recreatieve ontwikkelingen ondervinden en onherstelbare schade dreigt. Gaat daarbij specifiek om de uitbreiding van de strandhoreca, de derde brug en de evenementen. Het geactualiseerde natuuronderzoek mist een duidelijke conclusie. In de omgeving van strandhuis is sprake van een foerageergebied van de das en in omgeving van het

wordt aangepast. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied is (anders dan in het bestemmingsplan Bebouwde Kom) nog geen regeling opgenomen voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van evenementen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) heeft in de periode na vaststelling van dat bestemmingsplan Buitengebied uitgesproken dat in het bestemmingsplan een regeling over evenementen opgenomen moet worden. Voor zover dat uit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenemententerrein op een bepaalde locatie van belang is. De regeling voor evenementen in dit bestemmingsplan is gebaseerd op het feitelijke gebruik van het gebied op basis van het geldende evenementenbeleid. Er is dan ook geen sprake van een uitbreiding, maar van een planologische regulering en borging van het gebied als voor evenementen. Voor de regels is aangesloten bij het evenementenbeleid en daarmee bij evenementen zoals deze altijd al in het gebied plaats vinden en dus bij het gebied horen. Zoals sportdagen, zomermarkten, triatlon, sport en spel van scholen met voorzieningen, waar het maximum van 15 voor van toepassing is en inmiddels een aantal jaar geleden het muziekevenement Brother open air, waar in het evenementen beleid 1 toegestaan worden en met het bestemmingsplan nu beperkt wordt tot 1 dag.

Of van deze regeling gebruik gemaakt zal worden wordt bepaald door het evenementenbeleid. Naar aanleiding van de zienswijzen en herlezing van het artikel wordt voorgesteld artikel 3.4.1. te vervangen door de tekst onder aan deze nota. Het evenementenbeleid op basis van de APV regelt de verkeersmaatregelen per evenement, ook stelt de APV eisen aan maximale geluidsniveaus aan voor de dag, avond en nachtperiode. De APV is namelijk gericht op regels voor een specifiek evenement. Naast de APV is ook de zorgplicht van de Natuurbeschermingswet nog van belang. Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen wordt de regeling voor evenementen op onderdelen aangepast. Bouwhoogte op de verbeelding en regeling evenementen aanpassen. 5 De verandering van de huidige bestemming betreft een bedrijfswoning en ca. 440 m2 extra bebouwing en daarbinnen de functietoevoeging van een jaarrond horeca-gebouw, bewust op een zo groot mogelijke afstand van de NNN en rekening houdend met het nu bekende foerageergebied van de das. Daar staat tegenover dat de locatie van de functies beter wordt geborgd door het opnemen van bouwvlakken en door de regels te verbinden aan de betreffende bouwvlakken en functies. In de zienswijzen wordt niet aangegeven welke mate van schade concreet verwacht worden door deze verandering.

Het gebied en dus ook de natuur in het gebied kent al een grote samenhang met het recreatieve gebruik. Bekend is dat in het bos achter het strandhuis sprake is van een foerageergebied voor de das. Met het bestemmingsplan wordt zeker gesteld waar deze strandhoreca mag komen, door de functie te

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

13

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord

multifunctionele gebouw een onbewoonde burcht. Verstoring ligt voor de hand dus is er een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig.

verduidelijken en ruimte te bieden voor een vergroting met inpandige ruimte, wordt de kans vergroot dat mensen juist bij het gebouw blijven en minder dan in het verleden ook het bos in gaan. Ook de derde brug draagt eraan bij dat mensen (keuze voor kortste weg) minder geneigd zullen zijn om zoals in het verleden te parkeren in het bossen dus ook dat kan eerder leiden tot ontlasting dan tot meer drukte in het bos. Zoals eerder gemeld zullen de evenementen niet leiden tot meer functies of drukte dan momenteel is toegestaan. Voor realisatie van gebouwen en voor evenementen is de zorgplicht van de Wet Natuurbescherming het kader en dat verandert niet. De onderbouwing en onderzoek zoals nu onderdeel is van het bestemmingsplan is voldoende voor het bestemmingsplan, voor concrete realisatie (vergunningen) zal nader onderzoek en mogelijk een ontheffing aan de orde zijn. Dat staat vaststelling van het bestemmingsplan echter niet in de weg. 6 Het onderzoek is nog gebaseerd op de situatie van het toevoegen van verblijfsrecreatie bij het meer en de komst van de YMCA, daarnaast is uitgegaan van de geldende planologische rechten van de recreatieparken in Utrechtse Heuvelrug en Woudenberg. Het is dus gebaseerd op een situatie dat meer verkeer op specifieke tijden te verwachten is, dan bij de functies die dit ontwerpbestemmingsplan toestaat.

Daarnaast zijn feitelijke tellingen uitgevoerd om te bezien of het theoretische beeld aansluit bij de werkelijkheid. Nu YMCA niet doorgaat en er geen sprake is van verblijfsrecreatie bij het meer, kan volstaan worden met de effecten van het dagrecreatieterrein met aanvullende functies. Dat zal dus minder belastend zijn dan de situatie uit het onderzoek. De ontwikkeling bij een deel van de vakantieparken van seizoenplaatsen naar recreatiewoningen zal op bepaalde dagdelen inderdaad tot iets andere effecten leiden. Dat is echter een autonome ontwikkeling die niet het gevolg is van dit bestemmingsplan. De beoordeling voor dit bestemmingsplan gaat primair om het effect van het dagrecreatieterrein. Het maximale aantal autobezoekers zal niet (kunnen) veranderen want het parkeerterrein bepaalt het maximale. De jaarrond horeca zal inderdaad ook eigen bezoekers trekken, gezien de omvang van het parkeerterrein vallen deze onder het maximum van het dagrecreatieterrein. Terecht wordt opgemerkt dat de verbinding van de voorzieningen aan de parkeerplaatsen niet opgenomen is in het bestemmingsplan, dit zal worden toegevoegd. Het is de bedoeling dat de bezoekers online de parkeerticket en persoonticket aanschaffen, op deze wijze zijn zij verzekerd van een parkeerplaats en toegang tot het terrein.

Op deze manier kan men vanuit beheer vooraf beter in te schatten hoe druk het op die dag wordt en kan ook de online verkoop van tickets stopgezet worden, zodat het niet te druk wordt. Steeds meer bezoekers doen dit ook in plaats van op de bonnefooi komen. De snelheid van de nieuwe slagboom is beter dan in het verleden en de spreiding van de aankomst van de bezoekers is ook veel beter mogelijk omdat mensen weten dat er een plaats voor ze is en ze dus niet allemaal vroeg hoeven te komen. Dit vraagt echter wel een periode van gewenning. Door de toevoeging van functies wordt

6 Het onderzoek naar verkeerseffecten en het parkeren is onvoldoende en moet geactualiseerd worden. Is van 2018 met update 2019 en niet representatief anno 2023. O.a. door de uitbreiding van verblijfsrecreatie parken. Onduidelijk is hoe de regulering van in- en uitstroom via parkeersysteem plaats vindt en kan bijdragen, er is immers geen sprake van tijdsloten. De regels in het bestemmingsplan voor parkeren zijn onvoldoende. Niet duidelijk waar parkeren plaats moeten vinden.

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

14

Nr .

Betreft

Zienswijze

7 Noodzaak van een beheerderswoning is onvoldoende aangetoond, daarbij de vrees dat het op termijn een gewone woning wordt.

3

Noord West Kanje beheer BV 263096

1 Het bestemmingsplan is in strijd met het ontwikkelkader, want er is sprake van significante aantasting van de wezenlijke kenmerken. 2 De maatschappelijke visie op het gebied is veranderd.

Antwoord het voor bezoekers aantrekkelijker om het bezoek aan het gebied te verlengen en zal de historische vertrektijd van 17.00 uur op een warme dag minder aan de orde zijn. Door de slagboomsnelheid kan bij het uitrijden gestuurd worden op het beperken van druk op de openbare weg. Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen zal aan de regels de volgende verplichting toegevoegd worden. In het gebied moeten 2.450 parkeerplaatsen beschikbaar zijn binnen het totale inrichtingsgebied (Utrechtse Heuvelrug (Maarn) en Woudenberg). Op de verbeelding wordt een gebied met medebestemming parkeren en toegangswegen aangeduid. In de regels wordt opgenomen dat het parkeergebied mede gebruikt mag worden voor de jaarrond horeca. 7 Wij zijn van mening dat de noodzaak wel aangetoond is. Het Henschotermeer wordt beheerd door een zelfstandige bv en kan er dus niet op vertrouwen dat toezicht zal plaats vinden vanuit bedrijfswoningen van de omliggende parken. Een dagrecreatie terrein is en blijft ook met de nieuwe voorzieningen weer- en calamiteitengevoelig wat snel handelen en aanpassing vraagt. De vrees dat deze woning op termijn afgesplitst wordt is onterecht. Het bestemmingsplan staat alleen een bedrijfswoning toe en bepaalt dat deze inpandig moet zijn in het gebouw van het beheerderskantoor. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan op onderdelen aan te passen.

1 Het ontwikkelkader gaat uit van de ontwikkelmogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen (anno 2015) bieden en van seizoenverlening. De gevraagde aanpassing van de bestemming, een uitbreiding van de bebouwing met 440 m2 en een bedrijfswoning en het toevoegen van de functie jaarrond horeca tasten het wezen van het gebied niet significant aan. Er is dan ook geen sprake van strijd met het ontwikkelkader. 2 Aan de orde is een toetsing van een ontwerpbestemmingsplan aan beleid en regelgeving. Deze zijn ten opzichte van 2015 niet gewijzigd. De grote regionale aandacht bij de eerdere plannen met het gebied, hebben zichtbaar gemaakt dat de uitgangspunten van het Ontwikkelkader breed gedeeld worden, zeker wat betreft het belang van het behoud van het landschappelijke en natuurlijke karakter van het gebied. De eerdere plannen voor het toevoegen van verblijfsrecreatie zijn ook bijgesteld. Bekend is dat er mensen zijn die terug willen naar een zwemplas zonder voorzieningen. Echter een formeel zwemwater stelt eisen aan toezicht en aanwezige functies en dat kost geld. Het maatschappelijk belang van het behoud van openlucht zwemwater is groot. Veel bezoekers die nu bij het Henschotermeer komen zijn blij met de verbeteringen tot nu toe, en vinden het geen probleem om hier een toegangsprijs voor te betalen. De groep bezoekers die geen behoefte hebben aan voorzieningen is niet de primaire

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

15

Nr .

Betreft

Zienswijze

3 Gelet op de samenhang met andere ontwikkelingen dient een NOVI benadering gekozen te worden en kan dit gebied niet los van o.a. de YMCA plannen bezien worden. 4 De zelfstandige horecagelegenheid past qua bouw en functie niet in het gebied. Gebouw met meer bouwlagen en hoogte tot 10 meter past niet in natuurlijk karakter. Ontwikkelkader stelt dat sprake moet zijn van functies tussen zonsondergang en opgang. Er ontbreekt onderzoek naar effecten voor recreanten Noordwest Kanje en omwonenden. Uitgaande van het ontwikkelbeeld dient de horeca beperkt te worden tot categorie 1 (alleen uitserveren drank en voedsel) en het gebouw tot een hoogte van 3 meter.

Antwoord doelgroep van het Henschotermeer. Bezoekers aan het meer komen in het algemeen om te ontspannen en hebben daarbij behoefte aan enig comfort en goede (horeca en sanitaire) voorzieningen (onder het mom ‘het kost wat, maar dan heb je ook wat’). Overigens houdt het Henschotermeer een natuurlijke en relatief rustige uitstraling (weinig ‘toeters en bellen’), bijvoorbeeld in vergelijking met de grote ‘Plassenpartij’ als Leisurelands. De basisvisie is dan ook nog steeds gelijk aan de tijd van het opstellen van het Ontwikkelkader: behoud van het Henschotermeer als dagrecreatieve zwemlocatie in een natuurlijke omgeving. Dit bestemmingsplan voldoet daaraan. 3 Inmiddels hebben YMCA en Den Treek Henschoten het ontwerp bestemmingsplan YMCA ingetrokken en is er dus geen sprake van al dan niet samenhangende ontwikkelingen. Neemt niet weg dat in de voorbereiding, bij het maken van de gebiedsvisie, sprake geweest is van de verkenning met alle samenhangende ontwikkelingen. Op basis van de uitkomsten van deze visie fase is het bestemmingsplan met duidelijke keuzes voor locaties, functies en bebouwing tot stand gekomen. 4 Het Ontwikkelkader is een basis en startpunt, maar is geen wettelijk kader. Bij de besluitvorming over dit bestemmingsplan kan hiervan, mocht dat aan de orde zijn, worden gemotiveerd afgeweken.

Voor de bouwhoogte is aangesloten bij de regels die nu van toepassing zijn in het gebied. Ook het huidige bestemmingsplan staat kelders toe en deze kelders dragen bij aan het beperken van opslag naast de gebouwen. Voor het gebied inclusief de strandhoreca wordt de huidige bouwhoogte van goot 4 meter en bouwhoogte 8 meter in stand gehouden. Voor het pand op het eiland geldt dat met een ontheffing voor maximaal 10% van het pand tot 12 meter afgeweken kan worden, om zo een bijzonder element aan het gebied toe te kunnen voegen in lijn met de Pyramide en de Kaaptoren. Alleen voor twee panden, buiten de omheining namelijk het beheerkantoor/woning (6/10) en de jaarrond horeca (7/10) is een afwijkende maat opgenomen. Doel is om meer dan nu beeldbepalende gebouwen neer te zetten. De hoogte sluit aan bij de hoogte op de dagrecreatie bestemming in Utrechtse Heuvelrug (6/9) en voorterrein camping De Heijgraaf (8/10) en bij het terrein van Reinaerde (11/11). Het Ontwikkelkader stelt dat het terrein met ontheffing van Den Treek en gemeente Woudenberg ook buiten zonsondergang toegankelijk is. Een bestemmingsplan herziening met een concreet voorstel en aanpassing is gelijk te stellen aan zo’n verzoek. Het Ontwikkelkader geeft uitgangspunten, randvoorwaarden, eisen en wensen voor de herontwikkeling van het gebied. Het geeft geen kaders voor het type horeca.

Deze jaarrond horeca/restaurant is vergelijkbaar met andere restaurants in de omgeving en op de diverse vakantieparken. De mobiele horeca op het terrein heeft als functie het uitserveren van drank en voedsel, de strandhoreca is dat in de huidige situatie ook, maar de behoefte van de bezoekers en de noodzaak van een stabiele (minder

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Henschotermeer Woudenberg

16

Nr .

Betreft

Zienswijze

Antwoord weersafhankelijke exploitatie) vraagt om een type horeca waar net wat meer kan.

5 Er is geen sprake van aanvullende maar van nieuwe functies en dat is in strijd met het Ontwikkelbeeld.

6 Er is sprake van één gebied dan moeten de gevolgen en effecten van de “schaapskooi” ook meegewogen worden

7 De onderbouwing van de bedrijfswoning is mager en geeft geen noodzaak aan, kans dat het later een

In de directe omgeving van het bouwvlak voor de jaarrond horeca zijn alleen recreatieve- en bedrijfswoningen en geen reguliere woningen aanwezig. De kortste afstand tot het vakantiepark Noord West Kanje bedraagt 68 meter. De richtafstand van de zwaarste horeca categorie tot een gevoelig object bedraagt 50 meter, daarbij is geluid bepalend. Een recreatiewoning geldt in de regeling niet als gevoelig object, maar de norm tot een gevoelig object (lees woning) wordt hier ruim gehaald en in deze is slechts sprake van categorie 2 horeca. Er is dan ook geen aanleiding voor nader onderzoek van de effecten. Daarbij zal het verkeer dat deze horecagelegenheid zal bezoeken in de rustige uren (potentieel overlast gevende uren) gebruik maken van P1 en vooral gebruik maken van de N224 en dus niet in de omgeving van Noord West Kanje. Aanpassing verbeelding, hoogte maten uit de regels komen ook in de bouwvlakken. 5 Het Ontwikkelbeeld geeft uitgangspunten, randvoorwaarden, eisen en wensen voor het beheer en de herontwikkeling van het gebied. Daarbij zijn de regels van de anno 2015 geldende bestemmingsplannen als uitgangspunt genomen voor hetgeen altijd mag. Tevens wordt ruimte geboden voor een herontwikkeling van het gebied, waarvoor mogelijk bestemmingsplannen herzien moeten worden. Binnen de huidige bestemming zijn diverse functies ten behoeve van dagrecreatie toegestaan, ook horeca.

Voor de moderne recreant hoort bij dagrecreatie ook een plek waar eten en drinken verkocht en bij voorkeur geserveerd wordt, dat is dus een zwaardere categorie horeca. De jaarrond horeca past in het streven van seizoen verlenging en het nuttig gebruiken van de voorzieningen van het dagrecreatie terrein als geen sprake is van zwemweer. Ook een expositieruimte is te zien als dagrecreatie en draagt bij aan het beter benutten van het terrein. Er zijn geen functies in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen die in strijd zijn met het ontwikkelbeeld. 6 Wij snappen de behoefte om een goed beeld te vormen van hetgeen binnen het gebied op basis van een ander bestaand bestemmingsplan toegestaan is. In de overweging van dit bestemmingsplan zijn de planologische mogelijkheden van de andere bestemmingen als uitgangspunt meegenomen, dus ook de mogelijkheid van 1% bebouwen ten behoeve van de dagrecreatie op grondgebied Utrechtse Heuvelrug. De “schaapskooi” is een apart gebouw met een eigen toetsing. Gelet op de behoefte wordt aan de toelichting een beschrijving van dit gebouw toegevoegd. Toevoegen beschrijving dagrecreatiefunctie gebouw “schaapskooi” aan de toelichting, zie onder aan dit document.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2577/documents/51355