04 Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Voskuilerdijk 26 2.pdf
Tekst van het document
2 Indieners begrijpen dat de biologische pluimveehouderij geen mest meer zal leveren aan de vergister, maar deze afzonderlijk verkopen. Hierdoor moet alle mest voor de vergister van externe bronnen worden aangevoerd. Bovendien zal er, naast de verdubbeling van de mestinput, ook afvoer van vloeibare CO₂ plaatsvinden, wat leidt tot een aanzienlijke stijging van het vrachtverkeer. De indieners berekenen dat het aantal vrachtwagenbewegingen niet alleen verdubbelt, zoals in het plan staat vermeld, maar mogelijk
20
terecht de indruk gewekt dat er op termijn ook andere bedrijfsfuncties mogelijk zijn. Onder de Omgevingswet bestaat de vorm wijzigingsplan niet meer. Wij stellen dan ook voor om alle wijzigingsbevoegdheden zoals opgenomen onder 4.6 te laten vervallen. Bestemmingsplan aanpassen, door het nader verkeersonderzoek toe te voegen en de wijzigingsbevoegdheid die onder 4.6 stonden te verwijderen uit de regels. 1 Ten opzichte van het ontwerpplan is het plan voor het pluimvee onderdeel van de locatie gewijzigd. Er zal geen sprake meer zijn van omschakeling naar biologische kippen en daarmee niet van loskoppeling van de functies op het perceel. In de basis gebeurt op het perceel hetzelfde als onder de onder de huidige bestemming, alleen de omvang wijzigt en omdat voor de toe te voegen nieuwe silo geen passende plek is binnen het bouwvlak, is een herziening nodig. De passendheid van de functie is in 2010 beoordeeld. Gelet op de nieuwe omvang van de vergister is overwogen of deze nog thuis hoort op deze locatie. De Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (IOV), die nog van toepassing is op dit bestemmingsplan, maakt onderscheid tussen klein- en grootschalige vergistingsinstallaties. Daarbinnen was geen duidelijke scherpe grens tussen klein- en grootschalig. Echter, in deze situatie wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de aanwezige voorzieningen en functies.
Bij een verplaatsing naar een bedrijventerrein is niet alleen sprake van, een niet financierbare kapitaalvernietiging van de nog recente en niet afgeschreven voorzieningen, maar ook is dan een investering nodig in de aanleg daarvan. Vooral het feit dat gebruik gemaakt kan worden van de bestaande netcapaciteit en gasleiding maakt dat wenselijk en aanvaardbaar is dat de vergrotere installatie op deze locatie gerealiseerd wordt. De behoefte van Nederland aan duurzame en groene energie versterkt dat. 2 Het plan is door initiatiefnemer aangepast. Er geen sprake meer zijn van overstap op een biologische pluimveehouderij. Mest van biologisch pluimvee kan inderdaad niet geleverd worden aan de mestvergister. De stallen en indeling worden aangepast aan het nieuwe plan voor de pluimveetak, zie nadere toelichting in het bestemmingsplan. Hiermee blijft de pluimveehouderij mest leveren aan de vergister. Naar aanleiding van de zienswijzen en het gewijzigde inzicht rond het pluimvee is een nieuwe verkeersonderbouwing opgesteld. Deze is verwerkt
zelfs verdrievoudigt. Dit betekent een stijging van 6-7 naar mogelijk 20 vrachtwagens per dag, met op doordeweekse dagen mogelijk nog meer. 3 De belangrijkste zorgen zijn de verkeersveiligheid en de belasting van de Voskuilerdijk. De weg wordt intensief gebruikt door recreanten en schoolgaande kinderen en is niet geschikt voor een dergelijke toename van zwaar verkeer. Nu al raken de bermen zwaar beschadigd door vrachtwagens. Om deze redenen dienen de indieners een zienswijze in en verzoeken zij de Raad om kritisch te kijken naar de gevolgen van deze uitbreiding, met name op het gebied van verkeersveiligheid en de geschiktheid van de infrastructuur.
7 Kolfschotendijk 20 Leusden
21
De indiener van deze zienswijze, woonachtig aan de Kolfschoterdijk in Leusden, maakt bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan voor Voskuilerdijk 26. Hoewel hij liever helemaal geen uitbreiding van de mestvergister ziet vanwege de stankoverlast, is zijn grootste zorg het toenemende zware vrachtverkeer. De grote vrachtwagens die mest vervoeren rijden over de Voskuilerdijk, Kolfschoterdijk en Leusbroekerweg en zorgen voor gevaarlijke situaties, vooral voor schoolgaande kinderen op de fiets. Zij moeten regelmatig uitwijken of strak langs de
in de toelichting. Hierbij blijkt dat sprake zal zijn van een stijging van 6-7 vrachtwagens naar 11 à 12 vrachtwagens per dag. 3 Wij constateren dat het perceel Voskuilerdijk 40, gemeten over de weg, op een afstand van 1,2 km van het bedrijf ligt. Op die afstand maakt aan het bedrijf gerelateerd verkeer al deel uit van het algemene verkeer en is niet meer als zodanig individualiseerbaar. De zorgen over het gebruik, in het algemeen, van agrarisch/vrachtverkeer van de Voskuilerdijk is ons bekend. Uit het onderzoek van BonoTraffics d.d. 15 november 2024 blijkt op pagina 6 dat de breedte van de wege zodanig is dat fietsers, vrachtwagens normaal kunnen passeren. Wij zijn ons bewust dat dit voor een verkeergebruiker anders kan voelen, maar voor de beoordeling van het plan moeten wij uitgaan van de formele standaarden voor dit type wegen. De intensiteit van het verkeer ter plaatse hangt niet exclusief samen met de onderhavige planologische wijziging. Ook zonder de herziening van deze bestemming kunnen, binnen bestaande bestemmingsplanvoorschriften, aanwezige activiteiten worden uitgebreid. Daarnaast wordt de drukte op de wegen veroorzaakt door ontwikkelen buiten dit plangebied. Er is geen sprake van een excessieve toename van verkeer en de wegen in de omgeving behoren het normale verkeer ter plaatse te kunnen verwerken.
In 2026 wordt de Voskuilerdijk voorzien van grasbetonblokken waarmee uitwijken voor verkeer makkelijker en daarmee veiliger wordt. Wij gaan daarnaast als gemeente in overleg met de buurt om te bezien welke andere maatregelen het veiligheidsgevoel van dit deel van de Voskuilerdijk kunnen versterken. Toelichting wordt aangepast, geen specifieke aanpassingen nav deze zienswijze. Hoewel de geur van mest en mestverwerking nooit als aangenaam ervaren zal worden, dient de vraag of de aard en omvang van de geurlast zodanig is dat geen aanvaardbaar woonen leefklimaat geboden kan worden als criterium genomen te worden. De woning van de indiener van deze zienswijze ligt op grote afstand, waarmee voldoende aangetoond kan worden dat dit binnen de normen is. Naar aanleiding van alle zienswijzen heeft initiatiefnemer heeft een verkeersonderbouwing op laten stellen, dat wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan. De aard van het verkeer,
weg fietsen bij het inhalen, wat risicovolle situaties oplevert. Daarnaast raken de bermen zwaar beschadigd door het vrachtverkeer, waardoor fietsers extra gevaar lopen als ze van de weg af raken en in de modderige berm belanden. De indiener benadrukt dat deze wegen helemaal niet geschikt zijn voor zwaar verkeer en vindt de uitbreiding daarom zeer ongewenst. Bovendien merkt hij op dat de eigenaar zelf naar Scherpenzeel verhuist en de omwonenden met de overlast achterlaat. Op basis van deze argumenten verzoekt hij dringend om de uitbreiding niet toe te staan.
8 Werkgroep Partij voor de dieren
1 De indieners van deze zienswijze maken bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan voor de uitbreiding van de mestvergister op Voskuilerdijk 26. 2 Zij brengen naar voren dat mestvergisting in het algemeen en de uitbreiding van deze mestvergister in het bijzonder, niet bijdraagt aan groene doelen. Dit, in die zin dat zij menen
22
vrachtwagens, blijft ongewijzigd ten opzichte van het huidige gebruik. Het betreft voertuigen die normaal zijn in een agrarische omgeving waar landbouwproducten aan- en afgevoerd dienen te worden en zware landbouwvoertuigen tot het normale verkeer behoren. Door de verdubbeling van de co-vergister zal het vrachtverkeer toenemen van ca. 6-7 per dag naar 11 à 12 vrachtwagens per dag. Dat is een toename van het verkeer dat niet direct zal leiden tot een andere verkeerssituatie zoals congestie. Fietsers zullen, gemiddeld en per uur, een vrachtwagen extra tegen kunnen komen dan in de bestaande situatie het geval is. Hetzelfde geldt voor het overige verkeer. Uit het onderzoek van BonoTraffics d.d. 15 november 2024 blijkt op pagina 6 dat de breedte van de wege zodanig is dat fietsers, vrachtwagens normaal kunnen passeren. De intensiteit van het verkeer ter plaatse hangt niet exclusief samen met de onderhavige planologische wijziging. Ook zonder de onderhavige wijzigingen kunnen, binnen bestaande bestemmingsplanvoorschriften, aanwezige activiteiten worden uitgebreid. Er is geen sprake van een excessieve toename van verkeer en de wegen in de omgeving behoren het normale verkeer ter plaatse te kunnen verwerken. In 2026 wordt de Voskuilerdijk voorzien van grasbetonblokken waarmee uitwijken voor verkeer makkelijker en daarmee veiliger wordt.
Wij gaan daarnaast als gemeente in overleg met de buurt om te bezien welke andere maatregelen het veiligheidsgevoel van dit deel van de Voskuilerdijk kunnen versterken. De omstandigheid dat de eigenaren zelf voornemens zijn te verhuizen, is in de planologische beoordeling van de aanvraag niet relevant. Zie ook wat hierover bij andere zienswijzen verwoord is. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen of aanvullend op de bij andere zienswijze toegezegde wijzigingen aan te brengen. 1 Wij wijzen erop dat voor de behandeling van een zienswijze nog niet van belang is op grond van welk statutair belang deze werkgroep handelt, bij het indienen van een eventueel beroep is dat wel van belang voor het bepalen van de ontvankelijkheid. 2 Vooropgesteld dient te worden dat bij de beoordeling van een wijziging van een bestemmingsplan afgewogen dient te worden of de betreffende bestemming in strijd is met de wet en uit het
dat deze doelen beter nagestreefd kunnen worden door de intensieve veehouderij terug te dringen of liever zelfs af te schaffen.
3 Gesteld wordt dat het mestoverschot na vergisting even groot blijft en dat de verwerking van het resterende digestaat veel energie kost, wat het vermeende klimaatvoordeel tenietdoet. Gesteld wordt dat dit proces geen onderdeel is van de kringloop landbouw. Verder stelt men dat mestvergisting bijdraagt aan verdere schaalvergroting in de landbouw, omdat mest verzameld moet worden, wat leidt tot minder weidegang en meer koeien op stal. Tevens wijst de werkgroep op de afhankelijkheid van subsidies: mestvergisters zijn economisch niet rendabel zonder publieke middelen, wat haaks staat op het principe dat de vervuiler zou moeten betalen. Ook maken zij zich zorgen over fraude en milieudelicten rond mestvergisters, alsmede gezondheidsrisico’s voor omwonenden door ziektekiemen in de lucht. Met de voorgestelde uitbreiding zou de verwerkingscapaciteit verdubbelen van 30.000 naar 60.000 ton per jaar. De indieners vragen zich af of de direct omwonenden voldoende zijn betrokken bij de planvorming, aangezien de dichtstbijzijnde woning op slechts 105 meter van de installatie staat. Zij vragen de gemeente om toe te lichten hoe risico’s zoals giftige emissies, toename van verkeersbewegingen en gevolgen voor omwonenden zijn meegenomen in de beoordeling. 4 Daarnaast willen zij weten of er een milieueffectrapportage is uitgevoerd en, zo niet, waarom niet.
23
oogpunt van een goede ruimtelijke ordening passend is. Daarbij dienen de betrokken ruimtelijke belangen afgewogen te worden, waarbij de nadelige gevolgen van het plan niet onevenredig dienen te zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. De raad heeft bij het vaststellen van het plan beleidsruimte. In dit geval is sprake van een uitbreiding van een bestaande aanwezige functie en niet van nieuwe vestiging. De afweging die in dit kader gedaan moet worden betreft een ruimtelijke beoordeling. Aspecten zonder ruimtelijke relevantie dienen buiten beschouwing te blijven. De vraag wat meer bijdraagt aan groene doelen, het terugdringen van de intensieve veehouderij of uitbreiding van een mestvergister is in deze dan ook niet aan de orde. 3 Wat het standpunt ten aanzien van veehouderij in het algemeen ook is, de aanwezigheid hiervan is in elk geval voor de korte en middellange termijn een gegeven. Dit evenals de noodzaak van de energietransitie en de mestverwerking. Het nut van de gewenste ontwikkeling is daarmee, voor zover al ruimtelijk relevant, een gegeven. Diverse andere aspecten die de werkgroep naar voren brengt zijn wellicht relevant voor het milieu, maar een dergelijke beoordeling dient plaats te vinden binnen een procedure over de omgevingsvergunningen, niet over het bestemmingsplan.
Uiteraard worden de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling voor de omgeving zorgvuldig afgewogen. Daartoe zijn verschillende deskundigenrapporten opgesteld. Hieruit blijkt dat deze gevolgen niet aan de ontwikkeling in de weg staan. In de toelichting van het ontwerpplan was dit op onderdelen de motivering nog onvoldoende beschreven. In het nu aangeleverde aangepaste plan is dit wel verwerkt. Wij stellen voor om deze motivering bij de vaststelling aan te passen en toe te voegen. In de reactie op diverse andere zienswijzen gaan wij in op de betrokkenheid van omwonenden en effecten voor de omgeving.
4 Door een misverstand heeft de MER-aanmeldnotitie niet ter inzage gelegen, zoals terecht wordt geconstateerd. Dit kan en zal hersteld worden. Blijkens een uitspraak van de Raad van State, is dat zelfs toegestaan in een bestuurlijke lus tijdens het beroep en daarmee dus ook in deze fase (ECLI:NL:RvS:2023:2115). In deze wordt bij het vaststellingsbesluit de MER-aanmeldnotitie
toegevoegd en door de gemeenteraad een besluit genomen. Ten aanzien van de inhoud; in het onderhavige geval is een passende beoordeling met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk zodat in beginsel een plan MER opgesteld moet worden (artikel 7.2a lid 1 wet Milieubeheer). Echter is hier sprake van een uitzondering op grond van artikel 7.2a lid 2 wet Milieubeheer en artikel 3 besluit Milieueffect Rapportage. Immers met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan is de raad het bevoegde orgaan. Het plangebied omvat ongeveer 27.000 m² terwijl het oppervlak van de gemeente Woudenberg als geheel 36,73 km² is. Daarmee bedraagt het oppervlak van het plangebied slechts 0,07% van het oppervlak van de gehele gemeente waarmee sprake is van een zeer klein gedeelte daarvan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten zodat een milieueffectrapportage niet verplicht is.
5 Op basis van deze argumenten verzoeken zij de gemeente Woudenberg om de risico’s en gevolgen zorgvuldig af te wegen en het vergunnen van uitbreidingen van mestvergisters, zowel in het algemeen als specifiek voor deze locatie, stop te zetten De indieners roepen de gemeente op om deze punten mee te nemen in de besluitvorming en de uitbreiding niet toe te staan. 9 Provincie Utrecht
24
1 De provincie Utrecht kan in algemene zin het doel en de opzet van het bestemmingsplan onderschrijven. Door de vergister af te splitsen van het agrarisch deel van het bouwperceel wordt recht gedaan aan het niet-agrarisch karakter van de installatie. Daarnaast biedt de vergisting van biomassa tot biogas een bijdrage aan de energie transitie. Wel op onderdelen
De Raad zal worden gevraagd samen met de vaststelling van het bestemmingsplan standpunt in te nemen op de mer aanmeldnotitie en samen met vaststellingsbesluit ter inzage te leggen. Doordat een eventueel beroep niet beperkt is tot hetgeen in een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan naar voren is gebracht, worden indieners hiermee niet in de belangen geschaad. 5 De werkgroep geeft niet concreet aan waarom het onderhavige bestemmingsplan in strijd zou zijn met de goede ruimtelijke ordening of de wet. Deze zienswijze geeft daarom geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling. En geeft geen aanvullende aanleiding op wijziging van de bestemming.
Geen aanleiding voor andere wijzigingen anders dan al gesteld bij de andere zienswijzen. 1 De provincie onderschrijft het belang van de splitsing in twee bestemmingen.
zienswijzen ten aanzien van het plan. 2 Op het gebied van landschappelijke inpassing stelt de provincie dat de positionering van bijgebouw 3 ruimtelijk ongewenst is en dat de geplande beplanting niet goed aansluit bij het karakter van het gebied. Zij pleit voor een meer passende kavelbeplanting die beter aansluit bij de oorspronkelijke landschapsstructuren, bijvoorbeeld door een mix van wilgen, elzen en eiken of een boomgaardstructuur.
3 Gedeputeerde Staten missen een passende onderbouwing ten aanzien van de verkeersafwikkeling. Daarnaast maakt de provincie zich zorgen over de verkeerssituatie. Het plan voorziet in een verdubbeling van het vrachtverkeer tot 13 vrachtwagens per dag, wat een grote belasting vormt voor de smalle en kwetsbare wegen in de omgeving. Er is twijfel of het voorgestelde eenrichtingsverkeer voor een deel van de route voldoende is om de verkeersveiligheid te waarborgen. Ook wordt betwijfeld of de wegen voldoende draagkracht hebben voor deze toename
25
2 Hoewel het op zich begrijpelijk is dat Gedeputeerde Staten menen dat een bijgebouw niet voor de voorgevelrooilijn gebouwd dient te worden, is hierbij sprake van een aspect dat van slechts lokale en niet provinciale betekenis is. Daarnaast is hier sprake van een bestaande, vergunde situatie. Deze kan niet anders dan positief bestemd worden. Naar aanleiding van deze zienswijze ten aanzien van de landschappelijke inpassing is een nieuw en aangepast landschappelijke inpassingsplan gemaakt, die nog beter aansluit op het plan en het landschap. Hierin zijn een deel van de wensen van provincie opgenomen. Het gewijzigde landschapsinrichtingsplan is akkoord bevonden door onze landschapsdeskundige. Wij stellen voor om deze als basis te hanteren en toe te voegen aan het bestemmingsplan. 3 Het eenrichtingsverkeer waar in het ontwerpplan sprake van was is niet aan de orde. Daarvoor ontbrak toestemming van de betreffende perceel eigenaar. Naar aanleiding van de zienswijzen en reacties uit de buurt heeft BonoTraffics d.d. 15 november 2024 een nader onderzoek gedaan. Deze zal worden toegevoegd aan het bestemmingsplan. Hieruit blijken iets andere verkeersverwachtingen dan in de toelichting van het ontwerpplan beschreven was. De verkeersbewegingen voor het pluimveebedrijf zullen niet veranderen. Met de uitbreiding van de capaciteit van de mestvergister zal het vrachtverkeer toenemen.
Dit betreft alleen een kwantitatieve verandering. De aard van het verkeer, vrachtwagens, blijft ongewijzigd. Het betreft hier voertuigen die normaal zijn in de onderhavige agrarische omgeving waar landbouwproducten aan- en afgevoerd dienen te worden en zware landbouwvoertuigen tot het normale verkeer behoren. Door de verdubbeling van de co-vergister zal het vrachtverkeer toenemen van ca. 6-7 per dag naar 11-12 vrachtwagens per dag. Deze toename van het verkeer is niet zodanig dat hierdoor een andere verkeerssituatie zoals congestie, ontstaat. De intensiteit van het verkeer ter plaatse hangt niet exclusief samen met de onderhavige planologische wijziging. Ook zonder de onderhavige wijzigingen kunnen, binnen bestaande bestemmingsplanvoorschriften, aanwezige activiteiten worden uitgebreid. Er is geen sprake van een excessieve toename van verkeer en de wegen in de omgeving behoren het normale verkeer ter plaatse te kunnen verwerken.
4 Verder merkt de provincie op dat de voorwaardelijke verplichting (3.5.1.) rond landschappelijke inpassing niet afdwingbaar genoeg is. Zij pleit ervoor om de realisatie van landschappelijke elementen als harde voorwaarde te stellen voor het verlenen van de benodigde vergunningen. Met name omdat de voorwaardelijke verplichting, inhoudend de landschappelijke inpassing, niet ziet op het gebruik van de mestvergistingsinstallatie. Zij missen ook een sanctiepakket voor het geval niet aan de voorwaardelijke verplichting wordt voldaan. 5 Gedeputeerde Staten menen dat het ontwerpbestemmingsplan, verder gaat dan noodzakelijk nu aan de zuidoostelijke hoek van het plangebied geen functie is toegekend binnen de nieuwe bestemming.
6 De provincie Utrecht verzoekt de gemeente nadrukkelijk om bij de vaststelling van het plan rekening te houden met deze opmerkingen.
10 Gemeente Scherpenzeel
1 De gemeente Scherpenzeel heeft een zienswijze ingediend over het ontwerpbestemmingsplan voor Voskuilerdijk 26. Omdat er geen vooroverleg met Scherpenzeel is gevoerd, heeft die gemeente alsnog een reactie ingediend, omdat het verkeer naar de installatie deels over Scherpenzeelse wegen rijdt en daarmee gevolgen heeft voor de gemeente.
2 Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel benoemd als belangrijk punt van zorg de verkeersroute richting de mestvergistingsinstallatie.
26
4 De voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing 3.5.1. stond in het ontwerpplan ook al bij artikel 4.5.1 en is daarmee van toepassing op beide bedrijfsonderdelen. Een aparte sanctie met betrekking tot overtreden van de voorwaardelijke verplichting is niet noodzakelijk nu het handelen in strijd met de voorwaardelijke verplichting een handelen met het bestemmingsplan inhoudt op grond daarvan handhavend kan worden opgetreden en daarnaast via de anterieur geborgd is. Analoog aan afspraken met de provincie bij eerdere bestemmingsplannen (o.a. bestemmingsplan Zeisterweg 53) zullen wij de betreffende artikelen aanscherpen. 5 Gedeputeerde Staten menen dat het ontwerpplan verder gaat dan noodzakelijk nu aan de zuidoostelijke hoek van het plangebied geen specifieke functie is toegekend. Deze constatering is juist. In het ontwerpplan was deze ruimte bedoeld voor wisselende en algemene activiteiten die binnen de bestemming zoals omschreven in artikel 4.1.b van het ontwerpbestemmingsplan passen maar niet specifiek te beschrijven zijn. Bij de heroverweging van de plannen naar aanleiding van de zienswijzen (zie landschapsinpassingsplan) is geconstateerd dat daar op termijn nog een bouwwerk gewenst is. Daarmee is de bebouwingsomvang ook aangepast van 4.500 naar 5.000 m2 binnen de bedrijfsbestemming.
6 Deze zienswijze is meegenomen in de heroverweging en beoordeling van de plannen en leiden tot een aangepaste en gewijzigde vaststelling. De zienswijze van Gedeputeerde Staten van Utrecht geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan, door toevoeging van een gewijzigde landschapsinrichting en aanpassing van de voorwaardelijke verplichting. 1 Deze zienswijze is buiten de termijn ingediend. Wij stellen voor om deze toch als een volwaardige en tijdige zienswijze mee te nemen. Door het langdurig stilliggen van de behandeling van dit plan, omdat diverse onderwerpen nader onderzocht moesten worden, is de zeer late indiening (mei 2024 in plaats van februari 2024) in deze niet bezwaarlijk. Daarnaast heeft in dit traject geen regulier voorbereidingsproces plaats gevonden, waarmee een buurgemeente eerder in het proces een reactie had kunnen geven. 2 Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel verzoekt ernaar te streven dat, hoewel kennelijk haar wegennet het verkeer ten gevolge van de
Zij verzoeken om onderzoek naar de mogelijkheid van (beperkte) sturing. Er zijn twee mogelijke routes: 1. Via de Voskuilerdijk naar Oud Willaer en de N224. 2. Via de Voskuilerdijk en de Voskuilerweg naar de N224. De gemeente Scherpenzeel heeft voor de eerste route vastgesteld dat de weg de te verwachte stijging van het verkeer aankan, maar het zwaar vrachtverkeer aanzienlijke nadelen met zich mee, in de vorm van slijtage, verhoging onderhoud en de verkeersveiligheid. Men verzoekt daarom te streven dat, het verkeer zoveel mogelijk via de route Voskuilerweg zal rijden.
3 Gezien deze risico’s geeft de gemeente Scherpenzeel de voorkeur aan de route via de Voskuilerweg en de N224. Ze verzoekt de betrokken partijen om afspraken te maken met het mestvergistingsbedrijf om deze route zoveel mogelijk als standaardroute te hanteren. Indien nodig kunnen hier verkeersmaatregelen voor worden getroffen. Daarnaast vraagt de gemeente om te onderzoeken of de afvoer van restproducten beperkt kan worden om de verkeersdruk verder te verminderen.
voorziene ontwikkeling kan verwerken, het verkeer via een bepaalde route gaat rijden. Dit om een te zware belasting van de wegen en daarmee schade te voorkomen. Verzoek betreft de uitvoering van het bestemmingsplan en dat kan niet in voorschriften van een bestemmingsplan worden opgenomen. Het nadere verkeersonderzoek toont aan dat de toename van het verkeer niet zodanig excessief dat dit niet tot een normale belasting van wegen in het buitengebied en daarmee ook de wegen binnen Scherpenzeel gerekend kan worden. Dit zowel voor wat betreft omvang als aard. Zeker wat betreft de aanvoer van mest, kunnen wij stellen dat als deze niet naar de mestvergister gaan, een deel van de mest via hetzelfde wegen in het buitengebied naar andere afnemers zal moeten rijden. 3 De initiatiefnemer heeft kennisgenomen van de wens van de gemeente Scherpenzeel en zal leveranciers verzoeken de locatie te verlaten in westelijke richting, via de Voskuilerweg richting Woudenberg. Chauffeurs worden hierover actief geïnformeerd. Hierdoor maakt geen/minder zwaar verkeer met herkomst of bestemming aan de Voskuilerdijk 26 gebruik van de route via Oud Willaer. Tevens wordt onderzocht of op termijn verdere aanpassing van het proces mogelijk is om verder afvoer van restproducten van de weg verder te doen afnemen.
Conclusie: op de verkeersonderbouwing na geeft deze zienswijze geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
27