CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Moorsterweg 14_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 5 Vleermuis- en huismusonderzoek.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 8: Vaststellen bestemmingsplan Moorsterweg 143.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rappor tage vleer muis- en huismusonder zoek Moor ster weg 14 te Woudenberg Projectgegevens Opdr. gvr.: Dhr. F. Bosman Betreft: Vleermuis- en huismusonderzoek Opgest.: J. de Jong, ecoloog Contact: dejong@deslijpkruik.nl (0682671973)

Project: 21ALF07 Woudenberg Locatie: Moorsterweg 14, Woudenberg Uitvoering: De Slijpkruik Ecologie Datum: 02-11-2021

1. Aanleiding en doel Voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van een vleermuis- en huismus onderzoek uitgevoerd aan de Moorsterweg 14 te Woudenberg. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van Woudenberg en heeft een oppervlakte van ca. 1500m2 (Afbeelding 1.1 & 1.2). Voor het plangebied is een herinrichtingsplan ingediend. De initiatiefnemer heeft het voornemen om de bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. Op het woon- en bouwvlak staan een aantal gebouwen namelijk: een woning, aangebouwde bijkeuken met afdak en toegang tot de deel, varkenschuur met afdak, caravanschuur en kapschuur. Een aannemer heeft vastgesteld dat het niet rendabel is om de huidige woning te renoveren t.o.v. nieuwbouw. Het voornemen bestaat om de woning, de voormalige varkenschuur en de lange schuur die in gebruik is als caravanstalling te slopen. Verder is het de bedoeling om de open kapschuur af te breken en op te bouwen op de locatie van de huidige woning en om een nieuwe woning, werkplaats en bijgebouw te bouwen. De delen van het omliggende terrein dat nu uit weiland bestaan zullen opnieuw ingericht worden met verschillende duurzame landschapselementen. In mei 2021 heeft J.

Mossink, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie, een ecologische quickscan uitgevoerd om de mogelijke effecten van de ingreep op de beschermde natuurwaarden in kaart te brengen. Uit de quickscan is gebleken dat de te slopen woning en lange schuur potentieel geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De bebouwing kan als verblijfplaats functioneren voor verschillende vleermuissoorten. Te verwachten soorten zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Doordat de bebouwing geschikt is als verblijfplaats, kunnen de geplande werkzaamheden leiden tot aantasting of vernieling van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast kon met de quickscan afwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismussen op het terrein niet met zekerheid vastgesteld worden. Aanwezigheid van nesten in de bebouwing is mogelijk. De sloopwerkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van vaste, jaarrond beschermde nestplaatsen van de huismus. Om deze redenen is nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of de te slopen bebouwing een functie heeft als vaste rust- of voortplantingsplaats voor huismussen en vleermuizen en daarmee of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing noodzakelijk is.

Vleermuizen Om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk gebruik maken van de bebouwing als verblijfplaats is gericht onderzoek uitgevoerd naar vaste rust- en verblijfplaatsen conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2021 (opgesteld door o.a. Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging). Dat wil zeggen vijf gerichte, nachtelijke veldbezoeken in geschikte periodes (15 mei -15 juli voor zomer-/kraamverblijfplaatsen en 15 augustus- 30 september voor paarverblijfplaatsen) en bij gunstige weersomstandigheden om aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen te onderzoeken.

1

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

Huismussen Om vast te stellen of huismussen de bebouwing daadwerkelijk gebruiken als vaste rustplek en/of broedlocatie, is onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus (BIJ12, versie 1.0 juli 2017). Dit wil zeggen twee bezoeken van minimaal één uur in de periode 1 april t/m 15 mei, uitgevoerd tussen één à twee uur na zonsopkomst of één à twee uur voor zonsondergang en bij goede weersomstandigheden. Hierbij wordt vooral gelet op de aanwezigheid van zingende mannetjes, (aanwezigheid van) paartjes en andere nestindicatieve waarnemingen. Ook is onderzocht of er onder andere voor huismussen belangrijke elementen op het perceel voorkomen zoals schuil- en slaapgelegenheid, foerageergebied en mogelijkheid tot het nemen van stofbaden. 2. Methode 2.1 Vleermuisonderzoek Op de onderzoekslocatie zijn vijf gerichte vleermuisinventarisaties uitgevoerd (zie tabel 2.1). Voor het onderzoek zijn de richtlijnen van het meest recente Vleermuisprotocol (versie 2021) gevolgd. De inventarisaties zijn uitgevoerd door J. de Jong en B. Visser, ecologen en tevens vleermuisdeskundigen van bureau ‘De Slijpkruik Ecologie’. Voor het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van een zogenaamde batdetector met opnamefunctie (Batlogger M, & Echometer Touch 2 Pro met opname functie), verrekijker en zichtwaarnemingen.

Tabel 2.1: Overzicht inventarisatiemomenten vleermuisonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

Datum 27 mei 2021 24 jun 2021 9 jun 2021 8 sep 2021 28 sep 2021

Periode-Temp-Weer 21.30-00.00, 10°C, halfbewolkt, 1 bft 22.00-00.30, 16°C, helder, 1 bft 02.30-5.30, 18°C, helder, 2 bft 23.00-01.00, 14°C, halfbewolkt, 2 bft 05.35-07.35, 11°C, helder, 3 bft

Doel inventarisatie Vleermuis zomer-kraamverblijf Vleermuis zomer-kraamverblijf Vleermuis zomer-kraamverblijf Vleermuis paarverblijf Vleermuis paarverblijf

2.2 Huismusonderzoek Binnen het plangebied zijn 2 inventarisatie uitgevoerd (zie tabel 2.2). Voor het huismusonderzoek is de methodiek uit het Kennisdocument huismus (BIJ12) gebruikt en gevolgd. De inventarisatie zijn uitgevoerd door J. Mossink en J. de Jong, ecologen van ‘De Slijpkruik Ecologie’. Met behulp van een verrekijker is gelet op het onderzoeksgebied en de directe omgeving. Gedurende het onderzoek is door middel van gehoor- en zichtwaarnemingen bepaald of zich binnen het plangebied verblijfplaatsen van huismussen voorkomen en huismussen aanwezig zijn. Hierbij is gelet op de aanwezigheid van zingende mannetjes, (aanwezigheid van) paartjes en andere nestindicatieve waarnemingen. Tabel 2.2: Overzicht inventarisatiemomenten huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

Datum 12 apr 2021 6 mei 2021

2

Periode-Temp-Weer 08.00-09.15, 4-6°C, halfbewolkt, 3 bft 08.00-09.00, 7°C, helder, 1 bft

Doel inventarisatie Jaarrond beschermd nestplaats Jaarrond beschermd nestplaats

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

Afbeelding 1.1: Kaart met de globale ligging van de onderszoekslocatie (rode cirkel) ten opzichte van Woudenberg en Leusden. Het onderzoeksgebied is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van Woudenberg. Bron: pdok/viewer

Afbeelding 1.2: Onderzoeksgebied (rood kader). Bron: Aerodata Surveys International, GoogleMaps .

3

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

3. Resultaten inventarisaties 3.1 Vleermuizen 3.1.1 Verblijfplaatsen vleermuizen Tijdens de inventarisaties zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis waargenomen binnen het plangebied. Er werden geen vaste rusten verblijfplaatsen vastgesteld in de te slopen woning. Wel zijn er vaste rust- en verblijfplaatsen vastgesteld in de te slopen lange schuur. Hierbij gaat het om een groepje grootoorvleermuizen (4-6 exemplaren) en een kleine verblijfplaats van gewone dwergvleermuis (2 exemplaren). Er zijn tijdens de veldbezoeken invliegende vleermuizen van deze soorten waargenomen en er is territoriaal gedrag waargenomen van vleermuizen zowel de grootoorvleermuis als de gewone dwergvleermuis. Van beide soorten is een zomer- en paarverblijfplaats gevestigd in de lange schuur, de voorgenomen activiteiten zullen derhalve leiden tot aantasting van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. De gewone grootoorvleermuis is op de eerste inventarisatie na tijdens alle inventarisaties waargenomen. Tijdens de tweede ronde op 10 juni zijn twee grootoorvleermuizen vliegend en zittend op de balken van de open kapschuur en lange schuur gezien. De batdetector detecteerde geen geluid van de soort. De echolocatie van de soort is zeer zacht, ook wel fluistersonar genoemd.

Dit kan verklaren waarom de soort tijdens de eerste ronde niet is waargenomen. Vermoedelijk was de soort wel al aanwezig tijdens de eerste ronde maar door de fluistersonar niet waargenomen. Tijdens de ochtendronde op 9 juli zijn in totaal 6 gewone grootoorvleermuizen waargenomen welke tussen en rondom de schuren vlogen en later invlogen aan de achterkant van de lange schuur. Op 8 september is enkel 1 grootoorvleermuis waargenomen welke in de open kapschuur rondvloog en stilzittend op een balk van de open kapschuur. Tijdens de laatste ronde in de ochtend van 29 september zijn minimaal 4 individuen van de grootoorvleermuis waargenomen terwijl ze in de lange schuur rondvlogen en sociale geluiden produceerden. Af en toe vloog één van de vleermuizen naar buiten of in de open kapschuur. Na drie kwartier voor zonsopkomst werden geen exemplaren meer waargenomen. De laatvlieger werd op 18 mei en 29 september passerend waargenomen. Op 18 mei één uur na zonsondergang. Op 29 september werd de soort 40 minuten voor zonsopkomst waargenomen. Beide individuen zijn enkel waargenomen met de batdetector op enige afstand van de bebouwing, in één tempo vliegend. De exacte vliegrichting kon niet worden bepaald. Een verblijfplaats in de te slopen woning en overige gebouwen is uitgesloten.

Laatvliegers zijn bij het uitvliegen (en soms ervoor) namelijk duidelijk te horen, waardoor dit zeker was opgemerkt tijdens het onderzoek. De rosse vleermuis werd op 18 mei en 10 juni drie kwartier na zonsondergang passerend waargenomen. De rosse vleermuis is in Nederland overwegend een boombewonende soort. Verblijfplaatsen van de soort in de woning of overige gebouwen zijn dan ook redelijkerwijs uitgesloten. Het is onbekend in welke richting de individuen vlogen. Door de harde echolocatiegeluiden zijn rosse vleermuizen op grote afstand detecteerbaar. Conclusie De te slopen bebouwing wordt door de gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuis gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. Bij gewone dwergvleermuis gaat het om één zomer- en paarverblijfplaats die mogelijk jaarrond gebruikt wordt. Ook bij gewone grootoorvleermuis gaat het om één zomer- en paarverblijfplaats. De bebouwing is ongeschikt als overwinteringslocatie voor gewone grootoorvleermuis. De sloop van de bebouwing leidt tot verstoring/vernielen van beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen en een overtreding van de Wet natuurbescherming, Artikel 3.5, lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen en vernielen verblijfplaatsen) ten aanzien van vleermuizen. Mogelijk is er ook sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 1 (doden of verwonden).

4

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

Laatstgenoemde overtreding dient voorkomen te worden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) die namens de provincie Utrecht ontheffingsaanvragen behandeld. Onderdeel van de ontheffingsaanvraag is een activiteitenplan waarin onder andere mitigrerende en compenserende maatregelen en alternatievenafweging worden beschreven en het wettelijk belang wordt onderbouwd. De beslissingstermijn bedraagt 13 weken met een mogelijke verlenging van 7 weken na ontvangst van de aanvraag maar kan in de praktijk langer of korter duren. 3.1.2 Foerageergebied en vliegroutes vleermuizen Tijdens de veldbezoeken zijn vier soorten vleermuizen waargenomen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. De meest waargenomen soort is de gewone grootoorvleermuis, deze soort werdt tijdens alle inventarisatie (op de eerste na) waargenomen in de kapschuur en lange schuur of foeragerend rondom deze twee schuren. Er zijn waren maximaal 6 exemplaren tegelijk aanwezig binnen het plangebied. Op de grond in de lange schuur zijn op verschillende plekken meerdere vleugels van nachtvlinders bij elkaar gevonden. Vleermuizen eten deze vlinders waarbij ze de vleugels laten vallen.

De gewone dwergvleermuis werd tijdens alle inventarisaties verspreid over een groter deel van het plangebied foeragerend of passerend waargenomen rondom alle gebouwen binnen het plangebied. De gewone dwergvleermuis werd tijdens de laatste ochtendronde drie kwartier voor zonsondergang waargenomen passerend in westelijke richting. Er waren maximaal twee exemplaren tegelijk aanwezig boven het plangebied. De laatvlieger en rosse vleermuis zijn alleen passerend waargenomen. Het is onbekend in welke richting ze vlogen. De soorten foerageerden niet boven het plangebied. Binnen het plangebied werd zowel door gewone dwergvleermuis als gewone grootoorvleermuis gefoerageerd. In de omgeving van het plangebied zijn volop geschikte alternatieven aanwezig in de vorm van houtwallen, bosjes, poelen en boerderijen. In de beoogde toekomstige situatie is er sprake van een verbetering in kwaliteit en kwantiteit van foerageergebied doordat het gebied minder open wordt en hagen, fruitbomen en een poel zorgen voor een groter voedselaanbod. Voor de laatvlieger en rosse vleermuis is het plangebied niet of nauwelijks van belang. Tijdens de werkzaamheden/en bij de nieuwe inrichting, dient rekening te worden gehouden met lichtverstoring. Lichtverstoring dient voorkomen te worden volgens de algemene zorgplicht, Wet natuurbescherming, Artikel 1.11.

In de beoogde situatie is er geen sprake van een toename van verlichtingsbronnen waardoor van lichtverstoring van foerageergebied en vliegroutes geen sprake is. Indien tijdens de sloop- en aanlegfase het gebruik van bijvoorbeeld bouwlampen toch gewenst is, dient te worden gebruikt gemaakt van zogeheten amberkleurige ‘bat-lampen’ of afschermende armaturen. Dit met een beperkte verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter waarbij uitstraling richting de kap- en lange schuur voorkomen moet worden. De kans op verstoring van de vliegroutes treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode van vleermuizen (globaal april -november). Is het werken in de avond- en vroege morgenuren onvermijdelijk, dan zijn maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. In de periode december -maart zijn vleermuizen normaal gesproken niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig. Conclusie In het gebied zijn vier vleermuissoorten aangetroffen, namelijk de gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Het plangebied wordt gebruikt als essentieel foerageergebied door de grootoorvleermuis en niet-essentieel foerageergebied door de gewone dwergvleermuis. Van een vaste vliegroute is in en rondom het plangebied geen sprake. De sloop zal negatief effect hebben op het foerageergebied van vleermuizen.

Tijdens en na de werkzaamheden blijft het plangebied geschikt als foerageergebied als men spaarzaam is met

5

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

verlichting. Lichtverstoring kan optreden door het werken in de nachtelijke uren en een permanente toename van licht. Lichtverstoring dient te worden voorkomen vanuit de algemene zorgplicht, Wet natuurbescherming, Artikel 1.11. Lichtverstoring dient voorkomen te worden door spaarzaam te zijn met verlichting en te werken buiten de actieve periode van vleermuizen. 3.2 Huismus Tijdens de eerste inventarisatie op 12 april zijn binnen het plangebied geen nestlocaties van de huismus waargenomen. Gedurende de inventarisatie is op het erf binnen het plangebied twee keer kortstonding een volwassen mannetje aanwezig, komend vanuit het in westelijke richting gelegen erf van Moorsterweg 16. In de nok van de lange schuur zijn oude nestresten gevonden waarvan de soort niet kon worden vastgesteld. Er werden geen recente nesten aangetroffen. Op en rond het erf van Moorsterweg 16 ten westen van het plangebied zijn veel huismussen gezien en gehoord. Er zaten zingende mannetjes op het pannendak van de woning en groepjes mussen in de beukenhaag. Naar schatting gaat het om tenminste 8-10 broedparen op het erf aan de Moorsterweg 16. Ook op erven in de wijdere omgeving waren veelvuldig huismussen te zien en te horen aansluitend aan de inventarisaties. Er is sprake van een relatief grote, gezonde populatie in de omgeving afgaande op de waarnemingen tijdens de veldbezoeken.

Tijdens de tweede inventarisatie op 6 mei zijn geen huismussen binnen het plangebied waargenomen, op een enkel kortstondig foeragerend exemplaar na. De voorgenomen sloop van de bebouwing, zal niet resulteren in het verstoren en vernietigen van jaarrond beschermde verblijfplaatsen of bijbehorende functionele leefomgeving van de huismus. Door de toekomstige terreininrichting zal het plangebied beduidend geschikter worden voor huismus doordat de foerageermogelijkheden verbeteren en de hagen als dekking kunnen dienen. Door het aanbieden van geschikte nestlocaties is de kans groot dat huismussen in de nieuwe situatie ook binnen het plangebied zullen gaan nestelen. De initiatiefnemers geven aan graag voorzieningen voor huismussen te willen realiseren. De maatregelen zullen worden afgestemd met een terzake kundige. Conclusie In de te slopen bebouwing bevinden zich geen jaarrond beschermde nestplaatsen van de huismus. De sloop van de bebouwing leidt niet tot verstoring/vernielen van een beschermde verblijfplaats van huismussen of tot aantasting van essentieel leefgebied van de huismus. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming, Artikel 3.1, lid 2 en lid 4. Voor de sloop van de woning is geen activiteitenplan en ontheffing ten aanzien van huismus noodzakelijk.

3.4 Overige broedvogels De bebouwing binnen het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels zoals de spreeuw en ringmus. De soorten zijn niet broedend waargenomen binnen het plangebied tijdens de onderzoeken. Wel werden zowel spreeuw als ringmus tijdens beide veldbezoeken op korte afstand van het plangebied waargenomen. Toekomstige broedgevallen van deze soorten en andere vogels die in gebouwen broeden kunnen niet worden uitgesloten. Daarom moeten de sloopwerkzaamheden ofwel buiten het broedseizoen starten, of alle mogelijke nestlocaties moeten buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden. Let op: de vleermuisverblijfplaatsen mogen hierdoor niet hun functionaliteit verliezen! Het broedseizoen is geen vaste periode, maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie, eerder of latere broedgevallen zijn mogelijk. Bezette nesten zijn altijd beschermd, onafhankelijk van de soort en het moment van nestelen. Het is niet mogelijk hiervoor ontheffing te krijgen.

Voer voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het broedseizoen een broedvogelcheck uit om vast te stellen of broedvogels aanwezig zijn, ook wanneer de bebouwing ongeschikt gemaakt is omdat vogels in de praktijk toch soms op onverwachte plekken nestelend worden aangetroffen doordat bijvoorbeeld de vogelwerende maatregelen niet volledig naar behoren functioneren of tussentijds beschadigd zijn geraakt.

6

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

4

Conclusie en advies

4.1 Conclusie en advies vleermuizen 4.1.1 Verblijfplaatsen • De sloop van de lange schuur leidt tot de verstoring en vernieling van één zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en één zomer- en paarverblijfplaats van de grootoorvleermuis. De verblijfplaatsen bevinden zich in de zuidgevel (gewone grootoorvleermuis) en de noordgevel (gewone dwergvleermuis) waarbij de vleermuizen via openingen in de golfplaten naar binnen vliegen; • Sloop van de schuur leidt tot een overtreding van de Wet natuurbescherming, Artikel 3.5, lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen verblijfplaatsen) ten aanzien van gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Overtreding van artikel 3.5 lid 2 (doden of verwonden) is mogelijke aan de orde maar dient voorkomen te worden. Voor de sloop van de bebouwing is een activiteitenplan en ontheffing noodzakelijk; • Er dient ontheffing te worden aangevraagd bij de ODRU. Handelingen die een effect kunnen hebben op de verblijfplaatsen mogen alleen worden uitgevoerd na verkrijgen van de ontheffing en conform de in de ontheffinf beschreven voorwaarden; • Om te voldoen aan de gewenningstijd voor het verkrijgen van een ontheffing, zijn 2 augustus 2021 acht vleermuiskasten opgehangen aan de gevels van het woonhuis.

Vier kasten zijn geschikt als tijdelijke vervanging voor zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis (type klein plat volgens Kennisdocument), de andere vier kasten zijn geschikt als tijdelijke vervanging voor zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis (type klein ruim volgens Kennisdocument). Als permanente vervangende verblijfplaatsen zullen voor elke soort tenminste vier inbouwvoorzieningen gerealiseerd moeten worden in de nieuwbouw. De voorzieningen zijn maatwerk en dienen te voldoen aan de eisen genoemd in het Kennisdocument van de betreffende soort. 4.1.2 Foerageergebieden en vliegroutes • De werkzaamheden en ontwikkelingen leiden niet tot aantasting van essentieel foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen. In de toekomstige situatie is er sprake van een verbetering van kwaliteit en kwantiteit van foerageergebied voor vleermuizen. • Lichtverstoring leidt mogelijk tot verstoring van foeragerende gewone vleermuizen. Vanuit de zorgplicht, Wet natuurbescherming Artikel 1.11, dient dit naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen te worden. De kans op verstoring van het foerageergebied treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren in de actieve periode (globaal april t/m oktober).

Is het werken tussen zonsondergang en zonsopkomst in de actieve periode van vleermuizen onvermijdelijk, dan zijn vanuit de zorgplicht maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. Dit kan door het gebruik van afschermende armaturen en het beperken van de verlichtingshoogte tot maximaal drie meter. In de periode december -maart zijn vleermuizen niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig; 4.2 Conclusie en advies huismus • De projectlocatie heeft geen functie voor huismussen. Er zijn geen nesten, slaapplaatsen, belangrijk foerageergebied of andere essentiële gebiedsfuncties aangetroffen. Een ontheffing of het treffen van mitigerende maatregelen ten aanzien van de huismus zijn niet aan de orde. • In de toekomstige situatie is het plangebied geschikter als foerageergebied en is er volop schuilgelegenheid waardoor de situatie voor huismus verbeterd. Door het aanbieden van geschikte nestlocaties is de kans groot dat huismussen in de nieuwe situatie ook binnen het

7

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

plangebied zullen gaan nestelen. De initiatiefnemers geven aan graag voorzieningen voor huismussen te willen realiseren. De maatregelen zullen worden afgestemd met een terzake kundige. 4.4 Overige soorten • Houd rekening met algemene broedvogels, met name ringmus en spreeuw. Het starten van werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden om verstoring of vernieling van bezette nesten van algemene broedvogels te voorkomen, of de potentiële broedplekken moeten buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden. Voer voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het broedseizoen een broedvogelcheck uit om vast te stellen of broedvogels aanwezig zijn, ook wanneer de bebouwing ongeschikt gemaakt is omdat vogels in de praktijk toch soms op onverwachte plekken nestelend worden aangetroffen doordat bijvoorbeeld de vogelwerende maatregelen niet volledig naar behoren functioneren of tussentijds beschadigd zijn geraakt. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd. Bezette nesten mogen nooit beschadigd of vernield worden ongeacht de periode; • Uiteraard geldt bij de uitvoering wel de algemene zorgplicht. Dit laatste betreft voornamelijk de aanwezigheid van broedvogels tijdens het broedseizoen, zie ook voorgaande punt. 5.

Wettelijk kader In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Onder de Wet natuurbescherming zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR) en overige beschermde soorten genoemd in bijlage A behorend bij artikel 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Marterachtigen zoals een wezel en hermelijn stonden voor 2019 nog op de vrijstellingslijst van de Provincie Gelderland. In 2019 is deze vrijstelling vervallen, waardoor deze soorten beschermd zijn en nader onderzoek en eventuele ontheffingsaanvraag noodzakelijk is wanneer de soorten worden verwacht. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid. Meer informatie over de Wet natuurbescherming is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies.

8

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

Afbeelding 3.1: Aanwezigheid van beschermde soorten in 2021. In de lange schuur zijn verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en grootoorvleermuis gevonden. Bron ondergrond: Aerodata Surveys International, GoogleMaps Legenda

Verblijf-, foerageer-, passeerlocatie en vliegroute Gewone dwergvleermuis Grootoor vleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Huismus Buiten plangebied

9

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

Afbeelding 3.2: In de lange schuur grootoorvleermuizen waargenomen.

zijn Afbeelding 3.3: In de kapschuur zijn grootoorvleermuizen vliegend en rustend waargenomen.

Afbeelding 3.4: Tussen het hout aan de achterzijde van de lange schuur en de golfplaten aan de buitenkant bevinden zich verblijfplaatsen van de grootoorvleermuis.

10

Afbeelding 3.5: In de lange schuur op verschillende plaatsen op de grond vleugels van nachtvlinders gevonden wat duidt op vaste rustplaatsen van vleermuizen om hun voedsel op te eten.

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

Afbeelding 3.6: Zuidelijke gevel van de lange schuur. Hier kruipen de grootoorvleermuizen hun verblijfplaats vanaf buiten naar binnen. Ondanks de relatief gladde damwandplaten blijken de vleermuizen voldoende grip te hebben.

Afbeelding 3.7: Noordelijke gevel van de lange schuur. Hier kruipen gewone dwergvleermuizen hun verblijfplaats binnen. Deze bevindt zich tussen de uitsparing van de damwandplaat en de achterliggende planken.

Afbeelding 3.8: Op de grond aan de achterzijde van Afbeelding 3.9: Aan de oost- en westgevels van de lange schuur is poep onder de invliegopeningen de woning zijn in totaal 8 vleermuiskasten opgehangen. De woning is het enige bouwwerk dat van de grootoorvleermuis te vinden. behouden blijft totdat de nieuwbouw gerealiseerd is.

11

Vleermuis- en huismusonderzoek Moorsterweg 14 te Woudenberg

2 november 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1697/documents/37675