04. Jaarverslag 2022 Woudenberg.pdf
Tekst van het document
Het college is zich bewust van haar voorbeeldpositie als het gaat om integriteit en draagt dit ook uit in de organisatie en binnen onze gemeenschap.
- 54 Indicatoren Indicatoren
Definitie
Norm
2022
Percentage burgerparticipatie monitor ‘Waar staat je gemeente’.
Burgerparticipatie-imago: de waarde die inwoners (willekeurige steekproef) de gemeente toekent op het stimuleren van de Woudenbergse samenleving om nieuwe initiatieven te ontwikkelen en betrekt bij zowel het opstellen als het uitvoeren van beleid.
Voldoende = 36%
Bevragen deelnemers in kwalitatief klantevredenheidsonderzoek. Rapportcijfer dienstverlening.
Uitkomst ENSIAselfassessment m.b.t. DIGID, Suwinet, BAG, BGT, BRP, PUN. Uitkomst medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO).
Kort cyclische meetingen
Meetlijst teamontwikkeling
Verzuimcijfer Accountantsverklaring.
2021
2020
54%
Streefwaarde 50%
54%
50%
Eerste telling in juni 2016: 7,7 (kanalen balie, telefoon, digitaal)
-
7,5
-
8
De gemeente voldoet aan de normen zoals gesteld binnen het ENSIA model m.b.t. DIGID, Suwinet, BAG, BGT, BRO, WOZ BRP, PUN. Voldoet = + Uitkomst MTO 2019
+
+
+
+
-
8
-
Nvt
Frequentie nader te bepalen.
-
-
In 2022 is Woudenberg zichtbaar in beweging en ontwikkeling op het terrein van verschillende dimensies zoals kwaliteit van werk, verdeling van werkzaamheden, regel taken, besluitvorming , talentgebruik etc Binnen de landelijke norm blijven
-
-
9,22
4,2
6,78
5,98
Een positieve (+) verklaring van de accountant. Uitkomst over 2019: positieve verklaring.
+
+
+
+
Volgt uit participatiebeleid 2021.
Het overall rapportcijfer dat inwoners, ondernemers en organisaties (willekeurige steekproef) de gemeente geven op het aspect dienstverlening. In 2021 heeft geen dienstverleningsonderzoek plaatsgevonden. De mate waarin de gemeente voldoet aan informatieveiligheid, privacy, beheer en ontsluiting van gegevens van inwoners, ondernemers en organisaties.
Het 2-jaarlijks MTO bevat een vraag naar de algehele tevredenheid van de medewerker. De streefwaarde is het gemiddelde van alle respondenten op die vraag. In 2021 heeft geen MTO plaatsgevonden, zie toelichting hiervoor. Meetingen die in een kort tijdsbestek worden uitgezet in de vorm van een poll, een korte questionnaire oid om snel en gericht zicht te krijgen op behoefte, ervaringen of meningen. Aanvullen obv meetlijst
Norm conform personeelsmonitor A&O fonds 2020 voor gemeentes < 20.000 is 4,2%. In 2020 en 2021 boven de norm. Jaarlijkse verklaring van de externe accountant over de mate waarin de gemeentelijke financiële administratie getrouw en rechtmatig is.
- 55 Verbonden partijen / Relevante samenwerkingspartners / Deelnemingen / Aandeelhouder Relevante samenwerkingspartners: Gemeente Veenendaal, Gemeenten Barneveld en Amersfoort (sociaal domein), het Veiligheidshuis Utrecht, bestuurlijke samenwerking regio Amersfoort. Gemeenschappelijke regelingen • Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) • GGD regio Utrecht (GGDrU) • Veiligheidsregio Utrecht (VRU) • Afvalverwijdering Utrecht (AVU) • Sociaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort e.o. (RWA)
Deelnemingen • N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) • Vitens N.V. • Inkoop Bureau Midden Nederland (IBMN) • N.V. ROVA
Stichtingen/Coöperaties • Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief • Coöperatie de Kleine Schans
Bestuursconvenant • Bureau Regio Amersfoort
- 56 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. Prg
Omschrijving afwijking. Bedragen x € 1.000
Nadelig
Voordelig Saldo
REALISATIE PROGRAMMA 5
7.459
1.126
BEGROTING PROGRAMMA 5
7.122
941
TOTAAL VERSCHILLEN
337
6.333 186
6.182 -523
TOTAAL VERSCHILLEN
876
539
97
283
129
Algemene verschillen
193
163
7
25
12
Alg
Salarissen
Alg
Inhuur
160
Alg
Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
6
Alg
Kleine verschillen < € 10.000
27
Basisregistraties
82
5
WOZ/belastingen uitvoeringskosten
6
5
Belastingen invordering
6
5
Vergoeding uitleen personeel
5
Voorziening (verrekenen OZB aanpassing 2022)
5
BAG/GEO samenwerking
163
5
Kosten verkiezingen
8
5
Opbrengsten leges Burgerzaken
5
Uitvoeringskosten college
5
Toevoeging aan voorziening wethouders
5
Onttrekking voorziening wethouders Overige gronden en gebouwen
25 7 29
0
34 75
-22 6
31
-25
44
-44 70
129
-29 71
14
-46 8
14 18
-14 18
129
-129 71
102
135 6
29 26
Vastgoed
-163
70
Bestuur
5
Voordelig Nadelig
55 37
0
71 73
-26
7
-44
- 57 5
Brandweerkazerne diverse kosten
2
-2
5
Cultuurhuis diverse kosten en baten
9
-9
5
Peuteropvang diverse kosten en baten
3
5
De Schans diverse kosten en baten
96
5
Gemeente Werf
6
5
Henschoterhof Algemene baten en lasten
5
Vennootschapsbelasting
5
Onvoorziene uitgaven / inkomsten
5
Verkoop gronden
5
Stelpost Bedrijfsvoering
-4
60
36 6
4 8
1
15
0
5
-9
16
-23
10
-10
8 5 0
66
0
1
7
15
-15
0
-5
4
-70
4
-4
5
Premies UWV ontvangen
5
Beleid bedrijfsvoering
14
-14
5
Juridische kosten
14
-14
5
Bestuurlijke samenwerking
38
-38
HRM
434
10
19
73
10
370
5
Opleidingskosten
-10
5
Overige personeelskosten
20
20
5
Voorziening verlofsaldo
368
368
5
Ondersteung CDKS
5
Overige doorberekende kosten
5
WKR
46
Overheadskosten
31
19
19 73
-73 46
72
5
Kosten KCC
10
5
OR
4
0
3
-66
3
-13 -4
- 58 5
Huisvesting gemeentehuis
7
-7
5
Kantoorbehoefte (kopieren etc)
25
-25
5
Representatiekosten derden
9
-9
5
Facilitair
5
Financieel beleid
17
-17
5
ICT kosten
22 9
9
Toelichting op de grotere verschillen tussen gerealiseerde cijfers en de definitieve begroting over 2022 Salarissen en inhuur: Verschillen op salarissen en inhuur worden kort toegelicht in paragraaf E bedrijfsvoering.
Basisregistraties: Invordering belastingen. Na 1 ½ jaar te hebben stil gelegen is eind 2022 de invordering van de belastingen weer opgepakt. Dit resulteert in een extra opbrengst aan aanmaningskosten en dwangbevelkosten. Het voordeel voor 2022 is € 25.000. Overgang WOZ-belastingen en Bag. Sinds 2022 wordt WOZ-belastingen en BAG/BGT door Veenendaal is uitgevoerd. Voor 2022 leidt dit tot een voordeel op het BAG/BGT budget. (29K). Tevens is een vergoeding ontvangen voor detachering van een van onze medewerkers. (44K) Er is een voorziening gevormd van € 70.000 gevormd om de te hoge tariefstelling OZB 2022 in 2023 te compenseren. In de eerdere rapportage stond dit opgenomen in de algemene dekkingsmiddelen maar dit hoort bij dit programma. Bestuur: Voorziening pensioenen (oud-)wethouders. T.o.v. de najaarsnota wordt er minder toegevoegd aan de voorziening pensioenen wethouders. Deels heeft dit te maken met de stijging van de rente en deels doordat het budget voor wachtgeld niet volledig gebruikt hoefde te worden. Het voordeel per saldo is € 58.000 Vastgoed: Op vastgoed is een voordeel van € 26.000. Het voordelig resultaat komt vooral door lagere energiekosten (afrekening 2022 moet nog plaatsvinden) en lagere uitvoeringskosten.
- 59 Algemene baten en lasten: De voorschot vennootschapsbelasting 2021 is terugontvangen en het voorschot 2022 betaald. Per saldo is dit een voordeel van € 10.000 dat toegevoegd wordt aan de reserve grondbedrijf. Er is voor € 15.000 aan snippergroen verkocht. Dit bedrag wordt zoals gebruikelijk toegevoegd aan de reserve IBOR. BTW oude jaren: In 2020, 2021 en 2022 heeft een belastingonderzoek plaats gevonden betreffende het jaar 2018. In de definitieve rapportage zijn de bevindingen van 2018 ook gecorrigeerd voor de jaren 2017, 2019, 2020 en 2021. Er hebben correcties plaats gevonden waarvan het grootste deel verschuivingen zijn van reguliere omzetbelasting (OB68) naar BCF belasting. Dit lijkt vestzak broekzak maar het geeft wel een fout marge waarover boete (€ 16.000) en rente (€ 22.800 in 6 alg. dekkingsmiddelen) betaald moet worden. Voor deze kosten was eerder € 50.000 opgenomen in de reserve overlopende kredieten. Deze valt nu vrij. Bedrijfsvoering: Diverse onderbestedingen op verschillende producten zorgen voor € 66.000 aan lagere kosten. Er is een bijdrage aan Amersfoort van € 32.000 verkeer geboekt en in programma 1 bij de zorgkosten op gekomen. Dat betekent dat daar eigenlijk 32K extra over is en hier het voordeel € 34.000 moet zijn. HRM: In 2022 heeft er een wijziging plaats gevonden in de cao.
Het is nu mogelijk voor werknemers om bovenwettelijk verlof op te sparen om dit later in te kunnen zetten voor een sabbatical of om eerder te stoppen met werken. Vanuit de BBV zijn richtlijnen opgesteld om voor het surplus aan verlof een voorziening te treffen. Ook in onze organisatie zijn er mede door de werkdruk veel verlof uren opgebouwd. Dit saldo vertegenwoordigd per 31 december een waarde van € 368.000. Aan de CDKS is voor € 19.000 minder aan uren doorberekend. Hiertegenover staat dat er voor € 68.000 aan uren voor de transitie huisvesting Oekraïners meegenomen is in de vergoeding die aangevraagd is bij het rijk. De overige personeelskosten stijgen met € 68.000. Hiervan heeft € 42.000 betrekking op 2021. De eindheffing op de werkkostenregeling is niet meegenomen in de jaarrekening 2021. Overheadkosten: Op diverse budgetten zoals kantoorbehoeften, KCC, Ontwikkeling Financieel Beleid en representatiekosten hoefden budgetten niet volledig benut te worden. Per saldo is er een voordeel op overhead van € 66.000.
- 60 -
Algemene dekkingsmiddelen In de vijf voorgaande programma’s zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Hiernaast zijn er ook lasten en baten die niet rechtstreeks aan deze programma’s zijn toe te rekenen. Het betreffen de algemene uitkering, de algemene belastingen, dividenduitkeringen en stelposten. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen.
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. Cijfermatige verschillen gerealiseerde en geraamde cijfers 2022 Omschrijving afwijking (bedragen x € 1.000
Nadelig
Voordelig Nadelig
Voordelig Saldo
REALISATIE Algemene dekkingsmiddelen
43
25.286
BEGROTING Algemene dekkingsmiddelen
146
24.869
TOTAAL VERSCHILLEN
103
-25.242 -24.723 417
-520
TOTAAL VERSCHILLEN
21
117
44
467
-519
Algemene verschillen
0
0
0
3
-3
Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
0
Kleine verschillen < € 10.000
3
-3
88
-152
OZB Eigenaar Woningen
53
-53
OZB Eigenaar Niet Woningen
30
-30
Belastingen
0
72
OZB Gebruiker Niet Woningen
8
8
OZB voorziening voor compensatie te hoog percentage 2022 (nu in progr. 5)
72
-72
Toeristenbelasting Algemene Uitkering
0
0
36
Algemene uitkering 2022 Algemene uitkering oude jaren
8
36
5
-5
316
-280
316
-316 36
- 61 -
Treasury
21
45
0
Dividend inkomsten Rente kortlopende leningen
39
Rente Langlopende leningen Overige rente (o.a. belastingdienst)
-84
0
0
18
-57
8
-8
21
21
Rente naar programma's
34
Opbrengst rente uit grondbedrijf Bankkosten
60
0 6
-34 0 -6
Toelichting op de grotere verschillen tussen de gerealiseerde cijfers over 2022 en de definitieve begroting Lokale heffingen: De onroerende zaakbelastingen van woningen en niet-woningen zijn per saldo € 75.000 hoger dan geraamd. De voorziening die we treffen om in 2023 het tarief voor de OZB aan te passen door de te hoge vaststelling in 2022 verloopt via programma 5 en niet via de algemene baten en lasten Hierdoor valt er hier € 72.000 vrij. Uiteraard is dit nu een last in programma 5. Voor de toeristenbelasting is een opbrengst begroot op basis van de aangiften die ontvangen zijn. In 2023 vindt er bij enkele eigenaren controle plaats. Mochten er afwijkingen geconstateerd worden dan wordt dit meegenomen in boekjaar 2023. Voor 2022 is er een extra opbrengst van € 5.000 Treasury: Door de lage rentestand die bijna heel 2022 van kracht was is minder rente op zowel kortlopende als langlopende leningen o/g betaald. Ook zorgt de vele grondverkopen van de laatste jaren er voor dat aflopende leningen en aflossingen niet her gefinancierd hoefde te worden. er zijn dan ook geen nieuwe leningen aangegaan in 2022. Er is geen rente toegerekend aan het grondbedrijf of aan andere producten in de jaarrekening. Gemeentefonds (algemene uitkering): De in de jaarrekening opgenomen algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire.
Wel vinden op latere tijdstippen nog aanpassingen plaats op eerder berekende en uitgekeerde algemene uitkeringen. Deze worden echter in volgende jaren verantwoord. Voor de berekening van de cijfers voor 2022 zijn wij uitgegaan van verzamelstaat nummer 8, gedateerd 23 december 2022. Naast de algemene uitkering worden ook integratie- en decentralisatie uitkeringen verstrekt. Een deel van deze uitkeringen is incidenteel voor één of enkele jaren, een deel wordt in een later stadium opgenomen onder de grondslagen voor de berekening van de algemene uitkering. De algemene uitkering is hoger dan geraamd in de najaarsrapportage 2022, namelijk € 316.000 Een deel van de extra middelen is gereserveerd via de reserve overlopende kredieten. De laatste bijstellingen over voorgaande jaren leverde een nadelig verschil (€ 36.000) op ten opzichte van eerder berekende en verwerkte bedragen in de bijgestelde begrotingen. Dit heeft met name betrekking op het jaar 2020 en betreft de aanpassing van de WOZ waarden woningen.
- 62 -
Algemene belastingen Onroerende zaakbelastingen: De OZB wordt opgelegd aan eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De berekening van de OZB gebeurt op basis van de geraamde WOZ-waarde per 1 januari van het jaar voorafgaand. Onderstaande tabel geeft een overzicht van tarieven en de OZB opbrengsten over 2022 tot en met 2021 zoals verwerkt in de jaarcijfers. Percentage berekening OZB Jaar 2022 Begroot Jaar 2021 Jaar 2020 0,1068% 0,1068% Woningen – eigenaren 0,1112% 0,1042% 0,1461% 0,1461% Niet-woningen – gebruikers 0,1427% 0,1396% 0,1821% 0,1821% Niet-woningen – eigenaren 0,1778% 0,1739% Bedragen opbrengsten in € Woningen – eigenaren Niet-woningen – eigenaren Niet-woningen - gebruikers Totaal opbrengsten
Jaar 2022 2.253.000 445.000 261.000 2.959.000
Begroot 2.200.000 415.000 268.000 2.883.000
Jaar 2021 2.084.000 479.000 309.000 2.872.000
Jaar 2020 1.827.000 404.000 263.000 2.494.000
De onroerende zaakbelastingen van woningen en niet-woningen zijn per saldo € 75.000 hoger dan geraamd. De voorziening die we treffen om in 2023 het tarief voor de OZB aan te passen door de te hoge vaststelling in 2022 verloopt via programma 5 en niet via de algemene baten en lasten Hierdoor valt er hier € 72.000 vrij. Uiteraard is dit nu een last in programma 5. Voor de toeristenbelasting 2022 is een opbrengst begroot op basis van de aangiften die ontvangen zijn. In 2023 vindt er bij enkele eigenaren controle plaats. Mochten er afwijkingen geconstateerd worden dan wordt dit meegenomen in boekjaar 2023. Voor 2022 is er een extra opbrengst van € 5.000. De resultaten vindt u in hierna opgenomen tabel. Een uitgebreidere toelichting op de bedragen vindt u in paragraaf A – Lokale heffingen. Tarieven Toeristenbelasting, per overnachting Hondenbelasting, per hond Hondenbelasting, kennel
Jaar 2022 € 1,56 € 75,45 € 377,25
Begroot € 1,56 € 75,45 € 377,25
Jaar 2021 € 1,53 € 73,97 € 369,85
Jaar 2020 € 1,30 € 72,52 € 362,60
Bedragen opbrengsten in € Toeristenbelasting - Waarvan afrekening voorgaande jaren Hondenbelasting
Jaar 2022 321.000 1.000 82.000
Begroot 316.000 -79.000
Jaar 2021 347.000 6.000 60.000
Jaar 2020 261.000 44.000 64.000
- 63 -
Dividenden: De gemeente Woudenberg heeft aandelen in de BNG, Vitens en ROVA. Uit hoofde van deze deelnemingen ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. De gemeente had t/m 2021 certificaten van Dataland, een gemeentelijke samenwerkingsorganisatie welke gemeenten ontzorgt, ondersteunt en faciliteert op het gebied van geo-, WOZ- en vastgoedinformatie, oftewel objectinformatie. Dataland is per 1 januari 2022 geliquideerd. De certificaten zijn terugbetaald tegen de nominale waarde. Mogelijk komt er nog een slotuitkering maar dit zal geen noemenswaardig bedrag zijn. Een specificatie van de aandelen is als volgt:
BNG Vitens Rova Dataland
Aantal Stuks 3.510 9.683 125 0
Boekwaarde € 5.712 € 131.873 € 188.069 € -
Dividend 2022 € 8.003 € -€ 47.771 € --
Dividend 2021 € 10.811 € -€ 48.920 € --
Dividend 2020 € -€ -€ 64.626 € --
Saldo financiering: Ter financiering van zowel publieke activiteiten als ten behoeve van grondexploitaties worden door de gemeente Woudenberg periodiek gelden aangetrokken, deels kortlopend en deels langlopend gefinancierd. Zowel met het bedrag aan korte en langlopende financieringen als met de verhouding tussen korte en langlopende financiering heeft de gemeente te maken met verhouding renterisiconorm en de gemiddelde kasgeldlimiet. Deze worden nader toegelicht in paragraaf D – Financiering. In 2022 zijn geen nieuwe leningen, wel zijn de normale aflossingen op uitstaande leningen gedaan tot een totaal bedrag van € 3,75 mln. Zoals onderstaande tabel toont, bedroeg het saldo van de opgenomen langlopende leningen ten behoeve van de gemeente per 31 december 2022 € 8,826 miljoen. De over 2022 berekende rente bedroeg € 21.542, het gemiddeld rentepercentage over de gemiddeld uitstaande leningen bedroeg -0,19 %. In 2021 was de berekende rente nog € 30.000 en het gemiddeld rentepercentage 0,531 %. Het afnemend gemiddeld rentepercentage is het positieve gevolg van de lage(re) rentepercentages welke over nieuw opgenomen leningen verschuldigd zijn. Hiernaast loopt nog een lening ten behoeve van de woningbouwvereniging, de door de gemeente betaalde rente en aflossing wordt jaarlijks door hen terugbetaald.
Voor een beknopte toelichting op opgenomen leningen, betaalde rente en gemiddeld rentepercentage, zie onderstaande tabel.
T.b.v woningbouwvereniging T.b.v. de gemeente Totaal
Saldo 2022 1.376.000 7.450.000 8.826.000
Rente 2022 35.498 -13.955 21.542
Gemidd.% -0,19%
Saldo 2021 1.426.000 11.200.000 12.626.000
Rente 2021 37.000 30.000 67.000
Gemidd.% 0,531%
Saldo 2020 1.474.000 14.700.000 16.174.000
Rente 2020 39.000 38.000 77.000
Gemidd.% 0,465%
Het rente-omslagpercentage is voor 2022 voor de exploitatie vastgesteld op 0%. De betaalde rente op langlopende leningen wordt gecompenseerd door de rentebetaling van Omnia woning voor de geldlening die t.b.v. de woningbouwvereniging is afgesloten. Ook zijn er nog diverse rente opbrengsten uit kortlopende geldleningen (met negatieve rente) en het aanhouden van geld in de staatskas. Per saldo is het voordeel op treasury in 2022 € 19.000.
- 64 -
Kengetallen Volgens de regeling van het Ministerie van BZK, 2015-0000387198, dienen ingaande het verantwoordingsjaar 2015 diverse financiële kengetallen in begroting en jaarrekening vermeld te gaan worden. Een beknopte tabel is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Ter verduidelijking van deze tabellen hebben we in dit programma een toelichting op de tabellen opgenomen. Het betreffen de volgende kengetallen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan, omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit De OZB is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven.
Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB kan ook gekeken worden naar de riool- en afvalstoffenheffing, indien deze heffingen niet kostendekkend zijn, maar lager zijn vastgesteld. Hiervan is bij de gemeente Woudenberg echter geen sprake.
- 65 -
Kengetallen 2022 in cijfers 1. Netto schuldquote Bedragen * € 1.000 A: Totaal van de vaste schulden B: Totaal netto vlottende schulden C: Totaal overlopende passiva D: Uitzettingen met rentetypische looptijd > één jaar E: Uitzettingen met rentetypische looptijd < één jaar F: Totaal liquide middelen G: Overlopende activa H: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (15.690-15526)/47.112 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (18.907-9.621)/41.438 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (27.342-10.021)/37.568 * 100%
2022 8.826 5.608 1.256 2.297 12.463 400 366 47.112 0,35%
2021 12.712 5.374 821 2.350 6.740 446 85 41.438
2020 16.620 10.583 500 2.399 4.741 2.347 535 37.568
22,41% 46,10%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, sluit onder punt D alle kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen uit. In de uitzettingen door de gemeente Woudenberg zitten kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen voor een bedrag van € 327.000. Het ratio is 1,04 %. 3. Solvabiliteitsratio Bedragen * € 1.000 A: Totaal van het eigen vermogen B: Totaal van de passiva (A/B) * 100% 4. Kengetal grondexploitatie Bedragen * € 1.000 A: Totaal “Niet in exploitatie genomen gronden” B: Totaal “Bouwgronden in exploitatie” C: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B)/C * 100%
2022 14.698 38.943 37,74%
2021 9.509 35.993 24,42
2020 7.941 43.509 18,25%
2022
2021
2020
-1.726 47.112 -3,66%
3.566 41.438 8,61%
9.447 37.568 25,15%
- 66 -
5. Kengetal structurele exploitatieruimte Bedragen * € 1.000 A: Totaal Structurele lasten B: Totaal Structurele baten C. Structurele toevoeging aan de reserves D. Structurele onttrekkingen aan de reserves E: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (1.418+325) / 4711 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (1.225+187) / 4144 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (-316+346) / 3757 * 100%
2022 42.382 43.800 118 443 47.112 0,37%
2021 39.340 40.565 109 296 41.438
2020 35.612 35.296 311 657 37.568
0,34% 0,01%
6. Kengetal belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin (A+B+C+D) F. Woonlasten gemiddeld gezin (Nederland) Belastingcapaciteit
2022 471 248 306 1.025 905
2021 404 233 295 932 810
2020 342 225 265 832 771
113,26%
115,06%
104,19%
- 67 -
PARAGRAFEN
- 68 -
Paragrafen algemeen Dwarsdoorsnede begroting De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s. Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen.
Wettelijk kader Er zijn zeven paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Deze vindt u onderstaand: Lokale heffingen In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven. We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s. Financiering In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasuryfunctie.
Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering overlapt programma 5 Dienstverlening.
- 69 -
Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst. Grondbeleid Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen. Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen.
- 70 -
A. Paragraaf lokale heffingen Wettelijk kader In de gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. Voor alle gemeentelijke belastingen geldt dat het te betalen bedrag niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van een belastingplichtige. Welke heffingen daadwerkelijk worden geheven is de keuze van de raad. Gekozen is om verhoging van de belastingdruk zoveel mogelijk, i.c. tot maximaal het inflatiepercentage, te beperken.
Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid in Woudenberg voor de lokale heffingen is opgenomen in: • Beleidsbegroting 2022-2025 .
Beleid Woudenberg De gemeente Woudenberg kent een aantal heffingen die worden gelegitimeerd op basis van belastingverordeningen die door de raad worden vastgesteld. Deze heffingen zijn te verdelen in belastingen en retributies. Belastingen Onder belastingen moet worden verstaan heffingen van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien in de kosten van openbare voorzieningen en het bestuur en om in de algemene behoeften van de gemeenschap te voorzien. Dit betekent dus dat hier geen individuele prestatie van de overheid tegenover staat maar dat deze gebruikt worden voor collectieve voorzieningen. De opbrengst van deze heffingen is vrij besteedbaar. Verder mag de gemeente de hoogte van de tarieven en de jaarlijkse stijging bepalen. Tot deze gemeentelijke belastingen behoren onroerende zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en toeristenbelasting. Retributies Tot de retributies (ook wel rechten genoemd) behoren de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, marktgeld en begrafenisrechten. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten niet boven de geraamde uitgaven van een dienst uitkomen. Winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten gelden wettelijk vastgelegde tarieven die landelijk gelijk zijn, bijvoorbeeld voor het opmaken van aktes van de burgerlijke stand of bij het behandelen van naturalisatieverzoeken.
In bepaalde gevallen zijn in hogere wetgeving maximumtarieven opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende beleidsuitgangspunten: 1. voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden; 2. streven naar 100% kostendekkendheid van tarieven en leges; 3. de lokale lastendruk stijgt in principe niet met meer dan de inflatiecorrectie.
- 71 -
In dit hoofdstuk wordt een eerste inzicht geboden in de ontwikkeling van de belastingen en retributies in het jaar 2022. De ontwikkelingen van de volgende belastingsoorten worden onder de loep genomen: • Onroerende zaakbelastingen • Hondenbelasting • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Overige tarieven
BELASTINGEN Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van belastingen over 2022 met vergelijkende cijfers over 2021 (in € 1.000): Belastingsoort OZB-eigenaren OZB-gebruikers Hondenbelasting Toeristenbelasting
Werkelijk 2021 2.563 309 60 347
Begroting 2022 2.543 269 79 316
Werkelijk 2022 2.618 342 82 321
ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden ter zake van binnen een gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient gebruikt, b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
Waardevaststelling op grond van de Wet WOZ Als heffingsgrondslag geldt de WOZ-waarde. De WOZ-waarde is een grondslag voor belastingheffing door de gemeenten, de belastingdienst en de waterschappen. De waarde die moet worden bepaald is die welke aan een onroerende zaak dient te worden toegekend wanneer de volle en onbezwaarde eigendom aan de hoogstbiedende zou kunnen worden overgedragen. Voor niet-woningen (met uitzondering van Rijksmonumenten) geldt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde de grondslag is indien deze hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. Het tarief van de onroerendezaakbelastingen wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Bij de vaststelling van de begroting 2022-2025 heeft de raad besloten de OZB-tarieven voor het jaar 2022 2,7% te verhogen boven op de reeds in de meerjarenbegroting opgenomen (inflatie dekkende) 1,7% + elk jaar 1% extra.
- 72 -
Dit heeft geleid tot de volgende percentages: Tarieven OZB 2021 (percentage)
2022 (percentage)
0,1112%
0,1068%
0,1427% 0,1778%
0,1461% 0,1821%
Woningen Eigendom Niet-woningen Gebruiker Eigendom
De totale opbrengst van de onroerende zaakbelasting was voor 2022 geraamd op € 2.812.000. De totale opbrengst voor 2022 kwam uiteindelijk uit op € 2.960.000; de totale opbrengst voor 2021 bedroeg € 2.872.000. U heeft met het vaststellen van de beleidsbegroting 2022-2025 besloten de OZB, naast de inflatiecorrectie van 1,7%, 1% te verhogen. De reden hiervoor was het feit dat de eerste financiële opbrengsten van de bezuinigingsdialoog pas in 2022 kunnen worden ingeboekt. Deze verhoging zorgt ervoor dat alle inwoners en bedrijven in 2022 bijdragen aan de beperking van de afbouw van het voorzieningenniveau.
HONDENBELASTING Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente, mits de hond niet valt onder de uitsluitingsregels als genoemd in de Verordening hondenbelasting 2022. In de begroting 2022-2025 wordt uitgegaan van een jaarlijkse verhoging van 2% voor het tarief hondenbelasting aangezien de verwachting was dat de inflatie de komende jaren gemiddeld 2% zal bedragen. In 2022 heeft een integrale controle op de hondenbelasting plaatsgevonden. Mede hierdoor zijn er meer aanslagen verstuurd en is de opbrengst met € 20.000 gestegen t.o.v. 2021. Tarieven hondenbelasting (per hond) 1e hond 2e en volgende hond Kennel
2021 € 73,97 Idem € 369,85
2022 € 75,45 Idem € 377,25
- 73 -
TOERISTENBELASTING Deze belasting wordt geheven als een bijdrage van toeristen in de kosten van de voorzieningen die de gemeente heeft getroffen. Men moet verblijven in de gemeente in een daartoe strekkende gelegenheid, (bijvoorbeeld een camping) zonder in het bevolkingsregister van die gemeente te zijn opgenomen. Bij de vaststelling van de begroting 2022-2026 heeft de raad besloten het tarief voor toeristenbelasting per overnachting voor 2022 met de reguliere index voor de begroting te verhogen. De controle op de toeristenbelasting 2022 heeft ten tijde van het samenstellen van de jaarrekening nog niet plaatsgevonden. De bedragen in de jaarrekening zijn gebaseerd op de definitieve aangiften van de belastingplichtigen. Mocht er uit de controle afwijkingen geconstateerd worden zal de definitieve afrekeningen over 2022 worden verwerkt in de jaarrekening 2023. In de jaarrekening 2022 is een bedrag opgenomen als opbrengst toeristenbelasting van € 321.000 waarvan € 1.000 de afrekening van 2021 betreft . Begroot voor 2022 is € 316.000. belastingjaar
belastingjaar
belastingjaar
2019
2020
2021
jaarrekening 2019
-€ 190.105
jaarrekening 2020
-€ 43.265
-€ 217.035
Jaarrekening 2021
€6
-€ 5.850
2022 -€ 186.962
Jaarrekening 2022 -€ 233.364
belastingjaar jaarrekening
-€ 222.885
-€ 260.731 -€ 341.000 -€ 1.210
-€ 346.844 -€ 320.000
-€ 342.210
-€ 320.000
-€ 321.210
Tarief toeristenbelasting 2020 1,30
Per overnachting
2021 € 1,53
2022 € 1,56
RETRIBUTIES: Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van retributies over 2022 met vergelijkende cijfers over 2021 (in € 1.000): Soort retributie Afvalstoffenheffing Rioolrecht Begrafenisrechten (excl. aula) Wabo –en RO leges APV- vergunningen Secretarieleges Secretarieleges, af te dragen Overige legesbedragen
Werkelijk 2021 1.512 1.326 141 866 3 104 61 30
Begroting 2022 1.554 1.305 150 836 117 60 26
Werkelijk 2022 1.595 1.420 165 497 12 129 72 21
- 74 -
AFVALSTOFFENHEFFING Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt een directe belasting geheven onder de naam afvalstoffenheffing. De belasting wordt geheven van degene voor wie in de gemeente een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Vanaf 2017 is de gemeente Woudenberg aangesloten bij de ROVA, deze verzorgt de afvalinzameling van particulieren. Om tot grotere afvalscheiding over te gaan wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten afvalcontainers, o.a. groen, pmd (plastic, metalen verpakkingen en drankkartons) en restafval. De gemeente rekent een vast bedrag voor afvalstoffenheffing voor 2022 van € 238,80 per jaar. Dit bedrag is ter dekking van de kosten van inzameling van pmd- en groenafval. Voor de inzameling van het restafval wordt de inwoner op basis van differentieel tarief (diftar) het variabel deel van de afvalstoffenheffing in rekening gebracht, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal ledigingen wat in een jaar plaatsvindt én de grootte van de bij de bewoner in gebruik zijnde container.
Berekening kostendekkendheid van de heffing Kosten taakveld, incl. rente inkomsten taakveld excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen vanuit diverse producten *) overhead 60% van loonkosten BTW Dividend ROVA gebruiken als dekking Saldo extra lasten in tariefberekening Totale te dekken kosten uit heffingen Opbrengsten heffingen Saldo over dekkingspercentage
Begroot 2022 1.266.279 178.223 1.088.056 125.539 60.630 263.379 -55.000 394.548 1.482.604 1.553.848 -71.244 104,8%
De afvalstoffenheffing dient ter dekking van de volgende kosten: alle kosten voor het inzamelen, transport, overslag en Toevoegen aan voorziening 71.244 verwerken van alle afvalstromen, alle boven- en ondergrondse containers en de kosten van de milieustraat. De tarieven kosten verwerken in tarief *) 26.250 moeten kostendekkend zijn, eventuele overschotten op de ontvangen afvalstoffenheffing zijn in het verleden toegevoegd 50% vegen wegen 25% Kosten werf voertuigen en terrein 59.331 aan een egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Tekorten op de afvalstoffenheffing werden de afgelopen jaren onttrokken 25% kosten gebouw werf 3.375 36.583 aan de voorziening afvalstoffenheffing. Vanaf 2019 was deze voorziening echter leeg en moeten de kosten dus 16,6 % van kosten belastingen 125.539 doorgerekend worden via de afvalstoffenheffing. Met het vaststellen van de Verordening Afvalstoffenheffing 2021 is na de forse verhoging in 2020 besloten om in 2021 nog een verhoging op de vastrecht per aansluiting door te voeren. Door deze verhogingen en (extra) oud papier opbrengsten is in 2021€ 132.594 toegevoegd aan de egalisatie voorziening en kan in 2022 € 254.464 toegevoegd worden. Met het vaststellen van de Verordening Afvalstoffenheffing 2022 is na de forse verhoging in 2020 en 2021 voor 2022 slecht de reguliere verhoging doorgevoerd.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het tarieven over 2021 en 2022: Tarieven afvalstoffenheffing - vastrecht per aansluiting - aanbieden per keer van de 240 liter restafval container - aanbieden per keer van de 140 liter restafval container - aanbieden van een zak restafval (60liter) aan de ondergrondse container - aanbieden grof huishoudelijk en/of gemengd bouw/sloopafval aan de milieustraat per kg
In 2022 is er € 254.462 toegevoegd aan de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing.
2021 € 235 € 11,50 € 6,50 € 1,90 € 0,15
2022 € 238,80 € 11,50 € 6,50 € 1,90 € 0,15
Realisatie 2022 1.232.034 313.009 919.025 142.726 74.611 252.384 -47.771 421.950 1.340.975 1.595.437 -254.462 119,0% 254.462 28.144 51.889 6.358 56.336 142.726
- 75 -
RIOOLHEFFING Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van Berekening kostendekkendheid van de heffing Begroot Realisatie 2022 2022 huishoudelijk afvalwater; en 668.063 640.901 b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen Kosten taakveld, incl. rente inkomsten taakveld excl. Heffingen 0 25.021 van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven Netto kosten taakveld 668.063 615.880 Toe te rekenen vanuit diverse producten *) 62.833 84.480 bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. overhead 60% van loonkosten 89.385 92.620 1. De belasting wordt geheven: BTW 106.278 116.423 a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van Saldo extra lasten in tariefberekening 258.496 293.523 een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, dit is het eigenarendeel; en Totale kosten 926.559 909.403 1.305.000 1.419.775 b.
van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt Opbrengsten heffingen Saldo tekort -378.441 -510.372 afgevoerd, zijnde gebruikersdeel. dekkingspercentage 140,8% 156,1% Op 31 oktober 2019 heeft de raad het nieuwe Waterplan 2020-2024 vastgesteld. In het nieuwe beleidsplan zijn de Toevoeging aan voorziening 378.441 510.372 huidige ontwikkelingen verwerkt. Binnen deze ontwikkelingen valt onder andere de aanstaande invoering van de kosten verwerken in tarief *) omgevingswet en het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte. Hiermee verandert het afvalwaterplan 50% vegen wegen 26.250 28.144 (GRP) naar een integraal waterplan passend binnen “het nieuwe waterdenken”. Het waterplan biedt tevens 16,6 % van kosten belastingen 36.583 56.336 62.833 84.480 bouwstenen ter voorbereiding op de implementatie van de omgevingswet. In het plan zit ook de financiële onderbouwing voor de rioolheffing in de vorm van een kostendekkingsberekening. Hiermee geldt dit plan tevens als het nog wettelijk verplichte GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan). In het nieuwe Waterplan is besloten om het tarief voor rioolheffing vanaf 2020 te laten stijgen met € 5 per jaar zodat in 2024 het kostendekkend tarief wordt gerealiseerd. In onderstaande tabel staan de tarieven 2021 en 2022 vermeld. Tarieven rioolrecht (per aansluiting) Gebruik Eigendom
2021 € 77,70 € 155,45
2022 € 80,60 € 161,20
In 2022 is € 510.374 toegevoegd aan de voorziening egalisatie riolering.
- 76 -
LEGES Via de legesverordening worden diverse rechten geheven van degenen die gebruik maken van diensten beschikbaar gesteld door het gemeentebestuur. Te denken valt hierbij aan het aanvragen van identiteitskaarten en/of reisdocumenten, (bijwerken) akten van burgerlijke stand, aanvragen wabo-vergunningen, wijzigingen in bestemmingsplannen en toetsing aan welstandscriteria; verlening (of weigering) vergunningen volgens de Algemene Politieverordening. Bij het aanvragen van identiteitskaarten, reisdocumenten en nationalisatiepapieren zijn naast de gemeentelijke legesbijdragen ook bedragen verschuldigd voor rijksleges.
LIJKBEZORGINGSRECHTEN Op basis van de verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2022 worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De raad heeft eind 2012 ingestemd met de handhaving van kwaliteitsbeeld A op de begraafplaats zoals vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2011. De raad heeft toen tevens besloten de grafrechten geleidelijk te verhogen met 5% in de jaren 2016-2023. Voor 2024 wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met 2%. Op 2 juli 2020 is door de raad een groenbeleidsplan 2020 vastgesteld. Hierin wordt aangegeven dat de begraafplaats bestaat uit kijkgroen met kwaliteitsbeeld A en uit natuurgroen met kwaliteitsbeeld C.
KWIJTSCHELDINGSBELEID Inwoners van Woudenberg met de laagste inkomens hebben de mogelijkheid te verzoeken om voor kwijtschelding van afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting in aanmerking te komen. Hiernaast kan aan inwoners die meerdere jaren een beroep op kwijtschelding hebben gedaan, automatisch kwijtschelding worden verleend. In 2022 zijn er 106 verzoeken om kwijtschelding behandeld. Hiervan zijn 15 verzoeken (deels) gehonoreerd en 10 verzoeken afgewezen. De gehonoreerde kwijtscheldingen worden in mindering gebracht op de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. In de begroting van 2022 was een bedrag opgenomen voor de kwijtscheldingen van € 26.500 en het werkelijke bedrag bedroeg € 37.000.
- 77 -
ONTWIKKELING LOKALE LASTENDRUK In 2022 is de lastendruk voor de burgers conform begroting ten opzichte van 2021 flink gestegen. In vergelijking met andere gemeenten in Nederland is de woonlastendruk 2022 in Woudenberg bovengemiddeld. Gemiddelde woonlasten in Nederland zijn € 904 voor een meerpersoonshuishouden. Dit is 11,5% meer dan in 2021. Onderstaand een overzicht van de gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishouden in de omliggende gemeenten. Gemeente Woonlasten 2020 Woonlasten 2021 Woonlasten 2022 € 629 € 705 € 776 Bunschoten € 695 € 775 € 845 Soest € 862 € 1.021 € 1.120 Baarn Leusden € 726 € 740 € 795 € 786 € 834 € 914 Scherpenzeel Nijkerk € 591 € 640 € 679 Renswoude € 862 € 872 € 911 Amersfoort € 773 € 872 € 994 Woudenberg € 832 € 932 € 1.025 Barneveld € 796 € 823 € 892 Het aantal gemeenten is in 2022 met 8 afgenomen. Er zijn nu nog 344 gemeenten.
- 78 -
B. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte, substantiële kosten op te vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het geeft de robuustheid van de financiële positie aan. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, inventariseren wij de belangrijkste risico’s. De risico’s zetten we af tegen de middelen en mogelijkheden om de risico’s op te vangen. Beleidskaders Het algemene beeld ten aanzien van het weerstandsvermogen is vastgelegd in de beleidsbegroting 2021-2024. Beleidswijzigingen op dit gebied worden indien van toepassing aan u voorgelegd door middel van een raadsvoorstel. Het beleid van onze gemeente voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan
Jaar vaststelling
Notitie risicomanagement Notitie stille reserves 2020 Notitie herschikking reserves
2006 2020 2020
Planperiode N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Ontwikkelingen Oekraïne De oorlog in Oekraïne heeft direct gevolgen voor onze organisatie. Enerzijds voor het regelen van opvang en de bijbehorende werkzaamheden, kosten en opbrengsten en anderzijds voor de gevolgen van de oplopende prijzen van energie en daarmee oplopende prijsstijgingen van in te kopen diensten en goederen. Op het gebied van het weerstandsvermogen en risicomanagement zijn er verder geen externe ontwikkelingen te melden. Risicoprofiel Hier presenteren wij de belangrijkste risico’s. De prioritering van de risico’s vindt plaats aan de hand van de volgende schaalindeling van de kans: Schalen voor de inschatting van de kans dat het risico zich in volle omvang voordoet - Groot (= 60%) : waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot; - Gemiddeld (= 40%) : mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld; - Klein (= 20%) : de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein.
- 79 -
Bij de risico’s maken wij onderscheid tussen structurele risico’s, deze kunnen zich elk jaar weer opnieuw voordoen, en incidentele risico’s. Incidentele risico’s doen zich slechts eenmaal voor. Dit geldt bijvoorbeeld voor de grondexploitaties. Doet het risico zich voor moet er eenmalig een verliesvoorziening gevormd worden en is er geen sprake meer van een risico. Programma risico’s In de volgende tabel presenteren wij de inschatting van de belangrijkste structurele risico’s per programma op basis van de werkelijke cijfers 2022: Programmarisico’s
Rekening 2022
Risico %
Omvang risico
Kans
Bedrag risico
Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer
514.000
10%
51.400
60%
30.840
Onderwijshuisvesting
149.000
100%
149.000
60%
89.400
Sociaal domein uitgaven
7.954.000
10%
795.400
60%
477.240
Totaal programma 1 - Samenleving
8.617.000
995.800
597.480
Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Totaal programma 2 - Leefomgeving
P.m.
-
P.m.
50.000
60%
50.000
30.000 30.000
Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen
2.000.000
5%
100.000
60%
60.000
Salarissen en sociale lasten a.g.v. hoger inwonertal
440.000
50%
220.000
60%
132.000
Totaal programma 5 - Bestuur en dienstverlening
2.440.000
320.000
192.000
Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering Herijking algemene uitkering Totaal Algemene dekkingsmiddelen
21.827.000
2,5%
545.675
40%
218.270
0
100%
0
50%
0
21.827.000
Overige kleine risico's Totaal Opmerking:
545.675 0,6%
32.884.000 De risico’s voor de grondexploitatie presenteren wij afzonderlijk.
150.000 2.061.475
218.270 20,0%
30.000 1.067.750
- 80 -
Toelichting risico’s: Programma 1 - Samenleving - Leerlingenvervoer; Wij zijn wettelijk verplicht om een adequaat systeem van leerlingenvervoer aan te bieden. De kosten van het vervoer zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen, het aantal ritten en de bestemming van de ritten. Doordat het een open-einde regeling betreft, moet als risico rekening worden gehouden met een bedrag van € 51.400 (= +/- 10 % van het huidige budget) met een kans hierop van 60%. Het uiteindelijke risicobedrag komt daarmee op € 30.840. - Onderwijshuisvesting; In 2020 hebt u het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting gemeente Woudenberg (IHP) vastgesteld. Bij de vaststelling van het IHP hebt u structureel € 47.000 beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van De Olijfboom en De Wartburg. Bij de vaststelling van het IHP hebt u besloten het financieel risico op te nemen dat onze gemeente loopt bij mogelijke beslissing van het Rijk om renovatie die de levensduur van een schoolgebouw verlengt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente te laten vallen. Indien wij verantwoordelijk worden voor renovatie van scholen zullen in de toekomst de structurele lasten voor de gemeente stijgen met € 149.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 89.400.
- Sociaal domein; De taken en verantwoordelijkheden voor de Jeugdzorg en Wmo (de onderdelen dagactiviteiten en begeleiding) liggen voor een groot deel bij gemeenten. Net als bij leerlingenvervoer, betreft dit ook een open-einde regeling. In gelijke zin wordt ook voor het sociaal domein als risico rekening gehouden met 10% van de totale uitgaven, uitgaande van recente cijfers. 10% van het totale budget van € 7.954.000 is € 795.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 477.000. Programma 2 - Leefomgeving - Volksgezondheid/groen Wij kunnen geconfronteerd worden met ziekten en plagen zoals MKZ, teken en de eikenprocessierups. Voor preventie, toezicht en bestrijding hiervan is een beperkt budget beschikbaar. De kosten voor het bestrijden variëren, afhankelijk van de mate van overlast en de methode van bestrijding. Wij gaan uit van een financieel risico van € 50.000. Vanwege de klimaatverandering is de kans bijgesteld naar 60% met een risicobedrag van € 30.000. Programma 5 - Bestuur en dienstverlening - Gemeenschappelijke regelingen Het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen betekent het gedeeltelijk inleveren van autonomie op bepaalde beleidsterreinen. Besluiten met financiële gevolgen worden genomen door een bovengemeentelijk bestuursorgaan en zijn bindend voor alle deelnemende gemeenten.
Wij kunnen besluiten met betrekking tot nieuw beleid niet zelfstandig beïnvloeden, met als gevolg dat de financiële consequenties een voldongen feit zijn. Als risico nemen we 5% op van de totale bijdrage van € 2.000.000 is € 100.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 60.000. - Salarissen en sociale lasten als gevolg van hoger inwonertal In 2022 bereiken wij naar verwachting de grens van 14.000 inwoners. Blijft dit gedurende twee jaar op 1 januari zo, dan heeft dit gevolgen voor het loongebouw van onze organisatie, waarbij het tijdstip en de omvang vooralsnog onduidelijk zijn Het risico schatten wij in op € 440.000 met een risico van 50% en een kans van 60%.
- 81 -
Algemene dekkingsmiddelen - Algemene uitkering; De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Uitgaande van een marge van 2,5% van de geraamde algemene uitkering bedraagt het inkomstenrisico € 545.675. Hiervan nemen we 40% is € 218.000 mee als risicobedrag. - Herijking algemene uitkering; Het herijkingseffect is meegenomen in de algemene uitkering. Overige kleinere risico’s Het gaat hierbij om diverse risico’s met een beperkte financiële impact (bedragen < € 25.000). Voorbeelden hiervan zijn risico’s in verband met garantstellingen, juridische procedures, rente en vandalisme. Daarnaast is er een incidenteel risico, de voorziening wethouderspensioenen: Programmarisico’s - incidenteel Rekening Risico 2022 % Voorziening Wethouderspensioenen
1.193.000
Totaal structurele risico's
1.193.000
Omvang risico
10,00%
Kans
119.300
Bedrag risico 60%
71.580
119.300
71.580
Risico’s grondexploitatie De incidentele risico’s voortvloeiend uit de grondexploitaties bedragen per 31 december 2022: Grondexploitatierisico’s Risico Nog te Voorziening realiseren winst
Omvang risico
Kans
Concreet risico
Bouwgronden in exploitatie 1.Nijverheidsweg (3e herziening) e
2.Hoevelaar fase 1 (5 herziening) e
3.Spoorzone locatie A2 (3 herziening)
p.m.
-857.973
857.973
0
100,00%
p.m.
58.387
1.197.161
0
0
0,00%
0
10.420
-19.010
19.010
10.420
60,00%
6.252
20,00%
320.000
Bouwgronden niet in exploitatie Overige gronden (perceel Laagerfseweg) Totaal
1.600.000 1.668.807
320.178
876.983
10.420
326.252
- 82 -
Toelichting risico’s grondexploitaties: 1. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 2. Het risico kan worden opgevangen binnen de grondexploitatie. 3. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. In totaliteit zijn de risico’s Programmarisico’s (structureel) Programmarisico’s (incidenteel) Risico’s grondexploitaties Totaal
€ € € €
1.067.750 71.580 326.252 1.465.582
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken. De weerstandscapaciteit delen we, net als de risico’s, op in structureel en incidenteel. De structurele weerstandscapaciteit tellen wij vier maal mee voor de berekening van de weerstandsratio. De incidentele eenmaal. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. Onbenutte belastingcapaciteit; 2. Vrije begrotingsruimte Toelichting: 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Belasting c.q. recht
a. Onroerende zaakbelastingen
Begroting 2022
Rekening 2022
1.156.000
1.623.234
b. Rioolheffing
N.v.t.
N.v.t.
c. Leges
P.m.
P.m.
1.156.000
1.623.234
Totaal onbenutte belastingcapaciteit
- 83 -
Ad a. Onroerende zaakbelastingen Voor de OZB kan de zogenaamde artikel 12-norm gehanteerd worden. Op basis van de meicirculaire 2021 is deze norm 0,1800% voor het jaar 2022. (PEW x WW + PGNW x WNWG + PENW x WNWE) / (WW+WNWG+WNWE) waarbij: PEW = OZB-percentage eigenaar woning; PGNW = OZB-percentage gebruiker niet-woning; PENW = OZB-percentage eigenaar niet-woning; WW = waarde woningen; WNWG = waarde niet-woningen gebruikers; WNWE = waarde niet-woningen eigenaren. Totaal WOZ-waarde PEWxWW PGNWxWNWG PENWxWNWE Totaal percentage x WOZ-waarde Gewogen gemiddeld OZB-tarief Normtarief 2022 artikel 12 Onbenutte belastingcapaciteit
0,1068 0,1461 0,1821 2.106.000.000 257.000.000 261.000.000 2.624.000.000 224.920.800 37.547.700 47.528.100 309.996.600 0,1181 0,1800 0,0619 x 2.624.000.000 =
1.623.234
Ad b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening Egalisatie riolering Ad. c. Leges Bij de heffing van leges is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Van belang hierbij is of het totale bedrag aan legesinkomsten de aan de specifieke dienstverlening toegerekende lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, hiervoor is een verfijning van de kostentoerekening noodzakelijk. Gelet op de grote administratieve last die dit met zich meebrengt kiezen wij hier vooralsnog niet voor. De onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. 2. Vrije begrotingsruimte Op basis van onze financiële positie nemen wij hier geen bedrag voor op.
- 84 -
Incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen van de incidentele weerstandscapaciteit zijn: - Algemene reserve - vrij aanwendbare deel; - Bestemmingsreserves – bestemming nog te wijzigen; - Stille reserves; - Post onvoorziene uitgaven; - Incidentele beleidsruimte. De incidentele weerstandscapaciteit ziet er als volgt uit: Onderdeel Begroting 2022
Rekening 2022
1.156.000
1.623.234
200.000
3.251.000
2.552.601
3.664.908
791.874
326.252
5. Bestemmingsreserves - bestemming nog te wijzigen
0
0
6. Stille reserves
0
0
7. Onvoorziene uitgaven
0
0
8. Incidentele beleidsruimte
0
0
4.700.475
8.865.394
1. Onbenutte belastingcapaciteit 2. Vrije begrotingsruimte 3. Algemene reserve - vrij aanwendbaar deel 4. Algemene reserve grondbedrijf - deel risicodekking
Totaal
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen zet de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit oftewel de totale af te dekken risico’s. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Een weerstandsratio van 1 of groter geeft aan dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend.
Ratio weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandcapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
=
8.865.394 1.465.582
=
6,05
Op basis van de berekeningen is onze weerstandsratio 6,05. Ons weerstandsvermogen is dus voldoende. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de gekwantificeerde risico’s per 31 december 2022 af te dekken.
- 85 -
Verplichte uniforme kengetallen (stelselwijziging BBV) In de artikel 9 en 26 van het Besluit Begroting en Verantwoording is bepaald dat wij in deze paragraaf enkele verplichte kengetallen op dienen te nemen. Dit past in het streven naar meer transparantie. Hiermee kunt u gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie en baten en de lasten van de gemeente. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die u in uw beoordeling van de financiële positie kunt betrekken. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan uw kaderstellende en controlerende rol. De kengetallen van onze gemeente zien er als volgt uit: Kengetal
Verloop Rekening 2022
Begroting 2022
Rekening Begroting Rekening Rekening 2021 2021 2020 2019
Netto schuldquote
-1,34%
10,57%
22,41%
10,57%
46,10%
45,98%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-1,34%
10,57%
22,41%
10,57%
46,10%
33,23%
Solvabiliteitsratio
37,74%
38,17%
26,42%
38,17%
18,25%
32,43%
Grondexploitatie
1,52%
-7,03%
10,69%
-7,03%
25,15%
7,45%
Structurele exploitatieruimte
3,70%
-4,02%
6,46%
-4,02%
0,08%
-1,84%
113,26%
109,74%
112,02%
119,72%
107,91%
111,31%
Belastingcapaciteit
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger het percentage, des te meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Door aan andere partijen een lening te verstrekken is er sprake doorlenen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft inzicht in hoeverre hiervan sprake is. In onze gemeente speelt dit niet. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio zet het eigen vermogen af tegen het totaal vermogen. Dit geeft inzicht in de mate waarin wij in staat is om op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Hoe lager de solvabiliteit, des te minder eigen vermogen wij hebben om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente.