04. Jaarstukken 2025 raadscommissie
Tekst van het document
Toeristenbelasting
211.188
214.726
227.260
221.000**
* Inclusief seizoens- en jaarplaatsen ** Schatting; op basis van begroting
- 66 -
Verbonden partijen/Relevante samenwerkingspartners Verbonden partijen: Omgevingsdienst Utrecht (ODU), Mooi sticht, Veiligheidsregio Utrecht. Samenwerkingspartners: Omnia Wonen, Huurdersbelangenvereniging Woudenberg, regio Amersfoort, Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, Koninklijk Horeca Nederland, DES (winkeliersvereniging Door Eendracht Sterk), BSW (bedrijvenkring Scherpenzeel Woudenberg), RBT (Regionaal Bureau voor Toerisme) Heuvelrug en Vallei, Regionale Alliantie Cirkelregio Utrecht, Projectontwikkelaars / initiatiefnemers ruimtelijke ontwikkelingen, Stichting Duurzaam Woudenberg, landbouwnetwerk Food Valley, LTO-Noord, Natuur- en Milieufederatie Utrecht, ZonopWoudenberg,
Wat gaat het kosten?
In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. VERSCHILLEN REALISATIE 2025 TEN OPZICHTE VAN BEGROTING 2025 in € 1.000 Prg Omschrijving afwijking
Lasten
Baten
Nadelig Voordelig Nadelig Voordelig Saldo
REALISATIE PROGRAMMA 4
8.232
7.776
456
BEGROTING PROGRAMMA 4
17.870
16.307
1.563
-9.638
-8.531
TOTAAL VERSCHILLEN TOEGELICHT
555
10.192
9.872
1.342
-1.107 -1.107
Algemene verschillen
84
9
4
4
75
9
2
Alg Salarissen Alg Inhuur
83
Alg Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
1
4 2
2
Ruimtelijke omgeving
282
54
0
445
-217
Ruimtelijke ordening
2
17
0
11
-26
4
Contributies en lidmaatschappen
4
Uitvoering beleid
4
Leges bijzondere wetten Omgevingswet structurele kosten
17
0
2 5
0
11
-11
0
-5
5 0
uitvoering beleid Cultureel erfgoed
-17
2
uitvoering beleid / diensten van derden Omgevingswet incidentele kosten
4
79 1
Alg Kleine verschillen < € 10.000
4
-7
13
-5 0
0
13 0
18
-13 -13
0
0
-18
- 67 4
uitvoering beleid
18
Projecten/ontwikkelingen
280
4
Opstellen VAB
4
434
-155
82
69
13
Utrechts Programma Landelijk gebied
11
11
0
4
Voorbereiding Centrumplan
14
4
Voorbereiding Oost (Parallelweg)
4
Focuswijk Beatrix
3
3
4
Visie Dorpsranden
2
2
4
Zuidelijke dorpsrand
168
Volkshuisvesting
0
4
1
-18 0
14 1
uitvoeringskosten
40
-1
0
40
Economie
26
4
BIS opbrengsten en doorbetaling
14
4
Overige kosten en opbrengsten
10
4
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
2
Recreatie
16
0
0
354
-186
4
-44
4
-44
17
9
15
-1 10
2
0
5
7
4
0
-4
5
11
187
-146
4
4
openluchtrecreatie
4
Toerisme en volksfeesten
16
0
Duurzame samenleving
137
96
0
0
4
kosten RUD
17
-17
4
kosten duurzaamheid algemeen
79
-79
4
kosten duurzaamheid Vouchers isolatiemaatregelen
15
15
0
4
kosten duurzaamheid SMP
0
5
-5
4
kosten SPUK C55 duurzaamheid
34
34
0
4
Energietransitie
35
35
0
4
kosten duurzaamheid CDOKE
45
-45
4
SPUK LAI
53
53
0
Omgevingsvergunningen en handhaving
10
3
9
4
Opbrengsten leges
4
Integrale handhaving
10
Grondbedrijf
1
0
2 2
9.989
4
Interne uren doorberekening
4
Spoorzone A2 kosten / opbrengsten / wijziging boekwaarde
4
Spoorzone A2 Winstneming
4
Hoevelaar fase 1 kosten / opbrengsten / boekwaarde
4
Hoevelaar fase 1 Winstneming
4
Hoevelaar fase 2 kosten / opbrengsten / boekwaarde
4
Hoevelaar fase 2 Winstneming
4
Hoevelaar fase 3 kosten / opbrengsten / boekwaarde
123
4
andere werkwijze overhevelen boekwaarden grondexploitaties naar balans
7.254
9.866
2 3
7
677
-800
8
-8
1
1 5 369
369
0 330
2.243
2.243
7.254
-5 -330 0
207
-207
127
-250 0
- 68 Toelich9ng op de grotere verschillen tussen gerealiseerde cijfers en de defini9eve begro9ng over 2025. Salarissen en inhuur: Verschillen op salarissen en inhuur worden kort toegelicht in paragraaf E bedrijfsvoering. Ruimtelijke ordening: Aan contribuIe en lidmaatschappen is € 17.000 minder uitgegeven. Projecten en ontwikkelingen: Opstellen VAB. Het funcIeveranderingsbeleid voor de agrarische sector wordt uitgevoerd door Woudenberg, Renswoude en Leusden. Wij zijn penvoerder wat betekend dat wij de kosten en inkomsten verantwoorden. Ons deel van de kosten in 2025 is € 13.000. De opbrengsten en kosten van de zuidelijke dorpsrand van € 263.448 voordelig, worden gedekt uit het beschikbaar gestelde krediet voor deze ontwikkeling. In programma 4 stonden kosten geraamd van € 186.000. Dit vervalt doordat we het saldo overgeboekt hebben naar de balans. Volkshuisves9ng/wonen: Het voordeel van € 40.000 op dit budget is ontstaan doordat er geen woonbehoeHe / woonvisie en andere beleidsaanpassing nodig waren dit jaar. Verder is er geld via de algemene uitkering ontvangen voor de wet goed verhuurdersschap en als kosten opgenomen maar ook hier hoefde geen kosten voor gemaakt te worden. Toerisme en volksfeesten: De laatste Ijd zagen we de representaIekosten derden in programma 5 oplopen. Die post is bedoeld voor bloemetjes en andere cadeautjes aan derden bij speciale gelegenheden.
Het bleek dat veel overige kosten voor bijvoorbeeld de lintjesregen, veterane dag, nieuwjaarsrecepIe en koningsdag ook op representaIe derden werden geboekt. Dit hebben wij pas na de najaarsnota gecorrigeerd en geboekt bij volksfeesten. Economie: De overschrijding van € 10.000 wordt veroorzaakt door het onderzoek versterking Horeca Duurzame samenleving: De jaarafrekening van het RUD valt in ons voordeel uit. Dit heeH o.a. te maken met een lagere productafname dan begroot. Het voordeel komt uit op € 17.000 De algemene kosten op duurzaamheid vallen lager. Bij de voorjaarsnota is voor bijna € 100.000 bijgeboekt aan duurzaamheidsprojecten zoals Warmteprogramma Aquathermie en onderzoek circulaire economie. Niet alle projecten heeH tot nu toe tot kosten geleid waardoor er een voordeel ontstaat. Dit voordeel wordt toegevoegd aan de reserve duurzaamheid. CDOKE gelden: Een deel van de loonkosten wordt gedekt uit CDOKE gelden. Dit geeH hier een voordeel omdat de loonkosten elders verantwoord worden. Grondbedrijf: BouwgrondexploitaIes: De geraamde bedragen voor het jaar 2025 vinden hun oorsprong in de herzieningen die vastgesteld zijn 2024. Vervroegen en/of verlaten van werkzaamheden en verkopen zorgen voor de grootste
- 69 verschillen in uitgaven en inkomsten. Aan de hand van de laatst opgestelde herzieningen in april 2026 van de grondexploitaIes is gebleken dat de eerder geraamde resultaten van de grondexploitaIes afwijken van de vastgestelde herzieningen uit 2024. Het grootste deel van het ontstane voordeel is voor € 542.000 het gevolg van winstnemingen op grondexploitaIes. Dit voordeel gaat naar de reserve grondbedrijf. Het voordeel op Hoevelaar fase 3 van € 250.000 komt doordat wij de kosten niet dekken uit het beschikbaar gestelde krediet van € 250.000 maar opnemen op de balans als immateriële vaste acIva. Dit wordt dan ook niet onWrokken aan de reserve grondbedrijf. Verder is er een voordeel van € 8.000 aan extra opbrengsten vanuit de grondexploitaIes voor extra gemaakte uren van medewerkers t.b.v. de grondexploitaIes. Dit is een voordeel dat niet naar de reserves gaat. In de paragraaf grondbeleid worden de cijfers en verschillen toegelicht.
- 70 -
5. Dienstverlening
Dienstverlening - Programma 5 Visie van het programma We zijn een klantgerichte gemeente. We zien en horen onze inwoners, ondernemers en organisaties en werken samen waar het kan.
Wat houdt het programma in? Het programma Dienstverlening omvat een diversiteit aan beleidsterreinen. Onder dit programma valt publieksdienstverlening maar ook bedrijfsvoering, organisatieontwikkeling, bestuur, human resource, automatisering, informatisering en gebouwen beheer.
- 71 -
Trends en ontwikkelingen
• • •
•
• • •
•
• •
•
Identiteitsfraude is een groot probleem in het hele land. Met ID Burger kan een medewerker controleren of een identiteitsdocument echt is, of het geldig is en of het de kenmerken heeft die het zou moeten hebben. Inwoners, bedrijven en organisaties verwachten meer maatwerk en zullen steeds meer regie nemen over wie hun gegevens mogen inzien. Het vakgebied burgerzaken is al een paar jaar aan het veranderen door de digitalisering en continu wijzigende wet- en regelgeving. Voorlopig zetten de veranderingen nog door. Gemeenten worden uitgedaagd om hun dienstverlening anders in te richten en meer maatwerk te leveren. In 2014 werd de geldigheidsduur van reisdocumenten voor volwassenen verlengd van 5 naar 10 jaar. Na de reisdocumentendip van 2019 tot en met 2023, merkt de organisatie vanaf 2024 de effecten van de nieuwe cyclus die is ontstaan door invoering van de langere geldigheidsduur. Deze piek duurt naar verwachting tot 2029. Minder inkomsten door minder te sluiten huwelijken in 2025 door de geplande verbouwing van het gemeentehuis. De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en de organisatie. Er is een 0-meting gedaan naar de staat van het onderhoud van het gemeentelijk vastgoed, zodat er een geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan kan worden opgesteld. Vanuit wetgeving worden steeds hogere eisen aan veiligheid gesteld.
Om hieraan te kunnen voldoen worden steeds meer ICT-diensten uitbesteedt bij derden. Dit brengt hogere kosten met zich mee. Door diensten uit te besteden krijgt leveranciersmanagement een steeds grotere rol. ICT-diensten gaan steeds meer in de Cloud. Dit zorgt voor een verschuiving, en in eerste instantie ook een verhoging, van kosten. De jaarlijkse kosten zullen de aankomende jaren stijgen, terwijl de investeringskosten in eerste instantie nog blijven om alle data naar de Cloud te migreren. Thuiswerken is geen trend meer maar een gegeven. Gegevens worden niet meer alleen in het gemeentehuis geraadpleegd. Investeringen om een veilige flexibele werkplek te faciliteren blijven nodig om te zorgen dat informatie veilig is en blijft. Artifical intelligence heeft een vlucht genomen en het gebruik hiervan zal toenemen. De gemeente kijkt kritisch waar er efficiency behaald kan worden en kijkt daarbij eerst naar succesvolle bewezen oplossingen bij andere instanties . De verplichting naar de samenleving om veilig met de beschikbare data om te gaan weegt daarbij zwaar. Door de krapte op de arbeidsmarkt blijft werving & behoud van vast personeel prioriteit voor de komende drie jaar. De krapte zal waarschijnlijk voorlopig niet verdwijnen. Oplossing hiervoor is het werk slimmer te organiseren. De vraag te verkleinen door prioriteiten te stellen en mogelijk het serviceniveau te verlagen.
Ook regionale samenwerking en het opleiden van medewerkers om een nieuwe of andere functie te vervullen, voorzien in een oplossing. Hiermee zet je in op goed werkgeverschap en anderzijds aantrekkelijker zijn voor de jongeren. Daarnaast zal meer ingezet moeten worden op strategisch personeelsbeleid. Waarmee de focus wordt verlegd van de korte naar de lange termijn.
- 72 •
•
•
• •
•
• •
•
Door de steeds verdergaande digitalisering en het gebruik van online kanalen ontstaan er meer mogelijkheden voor interactie tussen de gemeente en haar inwoners. Dit maakt het voor de gemeente makkelijker om snel en laagdrempelig in contact te komen met haar inwoners en andersom, wat de participatie bevordert. Tegelijkertijd krijgen inwoners steeds sneller en gemakkelijker toegang tot informatie, iets wat zij tegenwoordig ook steeds meer als vanzelfsprekend beschouwen. Zichtbaar neemt de ruimte voor online negatieve reacties toe, zoals frustratie, intolerantie, discriminatie en ontevredenheid. Het is daarom essentieel om dit expliciet mee te nemen in de herziening van het social media beleid, zodat vastgelegd kan worden hoe we hiermee omgaan. In het delen van informatie met inwoners gaat kwaliteit boven kwantiteit. We maken steeds meer gebruik van gegevensanalyse om inzichten te verkrijgen in het communicatiebereik, de effectiviteit en het sentiment van berichten. Zo kunnen we investeren in effectieve communicatiestrategieën om bewoners op de juiste manier te informeren, de betrokkenheid te vergroten en de tevredenheid van de gemeenschap te bevorderen. Het nieuwe beleidskader participatie en de participatieverordening maken het beleid up-todate en zorgen voor een transparanter participatieproces, afgestemd op de huidige behoeften van zowel de samenleving als de organisatie.
De gemeente streeft naar een grotere betrokkenheid van inwoners bij beleids- en besluitvorming. Zij worden actief betrokken bij het formuleren van oplossingen en het evalueren en creëren van beleid. Het implementatieproces van het nieuwe participatiebeleid is gestart, hiermee versterkt de gemeente de interactie en betrokkenheid met haar inwoners verder. Er wordt altijd zorgvuldig gekeken naar de manieren waarop diverse groepen betrokken en vertegenwoordigd kunnen worden in de communicatie-inspanningen van de gemeente. We blijven investeren op het gebruik van duidelijke en begrijpelijke taal voor iedereen, het bevorderen van toegankelijkheid van informatie voor mensen met beperkingen. Zo kan de gemeente een sterker en veerkrachtiger gemeenschapsgevoel bevorderen. Het betrekken van jongeren bij de democratie krijgt vorm in de opgestarte Jongerenraad. Samenwerking tussen gemeenten en provincies wordt steeds belangrijker en noodzakelijker, door een steeds groter wordend takenpakket en complexe maatschappelijke opgaven die niet alleen door een gemeenten kunnen worden opgelost, zoals o.a. woningbouw, energietransitie en de wolf. Aandacht voor participatieve democratie is belangrijk, maar mag de rol van de raad niet uithollen. Representatieve en participatieve democratie vullen elkaar aan, wat essentieel is.
Daarom moet de rol van de raad versterkt blijven, vooral nu het werk complexer is door intergemeentelijke samenwerking en regionale besluitvorming.
- 73 -
Maatschappelijk effect 1
Maatschappelijk effect 1 - Ondersteunen van bewonersinitiatieven die minimaal kostenneutraal zijn. Wat willen we bereiken? De kennis en kracht in de Woudenbergse samenleving is groot en als gemeente staan wij naast onze inwoners om samen te kijken wat goed is voor het dorp. We willen bereiken dat de gemeente actief verbinding blijft zoeken met inwoners en ondernemers. Transparant en benaderbaar opereert en met nieuwe methoden en meer (digitale) communicatiemogelijkheden de effectiviteit van participatie vergroot, zodat - waar kan - samen met de Woudenbergse samenleving passende keuzes voor het dorp worden gemaakt. Wat hebben we daarvoor gedaan? In 2025 zijn het nieuwe beleidskader participatie en de participatieverordening vastgesteld. Het nieuwe beleid sluit aan bij de huidige behoeften van zowel de samenleving als de eigen organisatie. En hiermee wordt participatie structureel verankerd in beleid, uitvoering en besluitvorming. Bestaande participatie- en communicatiemiddelen zijn in kaart gebracht en geanalyseerd en er is onderscheid gemaakt tussen digitale, offline en permanente vormen van participatie. Hoewel de kern van participatie hetzelfde blijft, zorgt dit beleid voor een meer transparant participatieproces. Op basis van breed onderzoek binnen en buiten de organisatie is inzicht verkregen in wat nodig is om participatie succesvol en structureel te organiseren.
Dit heeft geleid tot de uitwerking van meerdere scenario’s, die zijn voorgelegd aan het college en vervolgens aan de gemeenteraad. De keuze viel op scenario 3: een aanpak die aansluit bij de Woudenbergse maat, met behoud van direct contact, aangevuld met een digitale participatietool, structurele ondersteuning van burgerinitiatieven en interne procesbegeleiders. Momenteel bevindt het beleid zich in de implementatiefase. In deze fase wordt het nieuwe participatiebeleid stapsgewijs doorgevoerd en worden werkprocessen verder geoptimaliseerd. Een belangrijk onderdeel van deze implementatie is de aanschaf van een digitale participatietool. Met deze tool kunnen inwoners makkelijker en laagdrempeliger worden betrokken bij plannen en projecten in de gemeente. Er is een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure conform de Aanbestedingswet gestart. Bewonersinitiatieven In 2025 is formeel besloten dat er jaarlijks €2500 beschikbaar wordt gesteld voor het stimuleren van bewonersinitiatieven via onze website. Lopende projecten zoals Heuvelrugtuinen en bijenlinten
- 74 moeten zichtbaar worden gemaakt om de betrokkenheid van inwoners te vergroten en hun impact te versterken. De nadruk ligt nu op het compleet maken van een overzicht en het actiever communiceren van de mogelijkheden voor bewoners om mee te doen of zelf een initiatief te starten. Panel toegankelijkheid Het panel toegankelijkheid heeft in 2025 verschillende initiatieven georganiseerd om inwoners, het college en de raad bewust te maken van de uitdagingen die mensen met een beperking dagelijks ervaren. Zo werd er een activiteit opgezet waarbij inwoners zelf konden ervaren hoe het is om in een rolstoel te zitten of slechtziend te zijn. Door middel van opdrachten werden zij uitgedaagd om te begrijpen wat het betekent om te leven met een beperking. Daarnaast heeft het panel een ‘wandeling met impact’ georganiseerd voor de burgemeester en wethouders. Tijdens deze tour lieten panelleden en mantelzorgers hen zien en beleven welke obstakels zij dagelijks tegenkomen in het dorp, zodat het college nog beter inzicht kreeg in de realiteit van hun ervaringen. Met als doel de omgeving toegankelijker te maken voor iedereen.
- 75 -
Maatschappelijk effect 2
Maatschappelijk effect 2 - Meedenken, participeren en faciliteren van de inwoners, ondernemers en organisaties, passend bij de mogelijkheden. Wat willen we bereiken? Participatie is voor iedereen, ook voor inwoners die minder goed de weg naar de gemeente kennen hebben wij vormen en oplossingen om hen te betrekken bij participatie. Van co-creatie tot aan informeren, we willen zoveel mogelijk maatwerk leveren. Als gemeente willen we benaderbaar en toegankelijk zijn, maar ook makkelijk bereikbaar en signalen horen uit de samenleving. We borgen dat de rollen van raad, college en ambtelijke organisatie binnen individuele participatieprocessen helder zijn. Wat hebben we daarvoor gedaan? Participatie is van groot belang voor een gezonde democratie en een inclusieve samenleving. Er wordt ingezet op het verstrekken van toegankelijke informatie via verschillende communicatiekanalen. Maar ook op het bieden van diverse (online en offline) participatiemogelijkheden. Zo worden inwoners betrokken bij besluitvormings- en beleidsprocessen, en dit kan hun betrokkenheid vergroten en hun stem versterken en hen helpen bij het ontwikkelen van actief burgerschap. Het participatiebeleid zelf is ook met participatie tot stand gekomen. Dit was een samenspel tussen de gemeenteraad, het college en de gemeenschap.
Inwoners, sport- en cultuurverenigingen, ondernemers, kerken en andere maatschappelijke organisaties zijn ook betrokken geweest bij de totstandkoming. In de uitvoering (implementatie) ligt een belangrijke rol bij de ambtelijke organisatie, die het beleid stapsgewijs vertaalt naar de dagelijkse praktijk. Gemeentebeleidsmonitor De gemeente heeft de gemeentebeleidsmonitor onder inwoners afgenomen. Deze monitor geeft inzicht in hoe inwoners het ervaren om te wonen, werken en leven in Woudenberg en welke thema’s zij belangrijk vinden. De resultaten worden gebruikt om onze communicatie, dienstverlening en beleid beter af te stemmen op de wensen en behoeften van de inwoners. In 2026 volgt er een rapport met de definitieve resultaten van de vragenlijst. Participatie en fysieke leefomgeving Ook bij andere ruimtelijke projecten hebben we inwoners in 2025 op verschillende manieren betrokken bij de plannen. We hebben een participatiebijeenkomst over de sportaccommodaties in
- 76 het dorp georganiseerd. We willen hiermee een duidelijk beeld krijgen van de behoeften en knelpunten die bij inwoners leven. Inwoners konden ook meedenken over nieuwe speelplekken bij de skatebaan. Hiervoor is een voorlopig ontwerp gemaakt en zijn reacties van inwoners opgehaald tijdens een bijeenkomst en er was ook een mogelijkheid om digitaal te reageren op het ontwerp. Daarnaast hebben we inwoners laten meedenken over nieuwe speelplekken in Hoevelaar, via een digitale vragenlijst. En er is een bijeenkomst georganiseerd over de toekomst van het buitengebied. Speciaal voor inwoners met een (agrarisch)bedrijf en bewoners in het gebied, zodat zij konden meepraten over welke nieuwe functies passen in buitengebied. Een ander voorbeeld is de Omgevingsvisie waarmee in 2025 is gestart. Voor het opstellen hiervan is in de eerste stap de uitgangspositie bepaald door een digitale enquête (met meer dan 500 reacties), evaluatie van bestaand beleid en raadpleging van partners zoals buurgemeenten en het waterschap. De resultaten zijn vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten. Ook zijn er participatie-initiatieven uitgevoerd rond het vormgeven van groene ruimtes, zoals de pilot om de wijken groener te maken met een geveltuintje of mini-tuintje.
Een proef met kabelgoottegels, waarvoor inwoners zich konden inschrijven en de actieweek ‘Heel Woudenberg Schoon’, waarbij meerdere scholen en zo’n 720 leerlingen meewerkte aan het afval prikken in strijd tegen zwerfafval waren onderdeel van participatie en de fysieke leefomgeving. Daarnaast zijn er (jaarlijks) terugkerende onderwerpen waarbij we, waar nodig, in gesprek gaan met inwoners over o.a. de wolf, opvang en het realiseren van een veilige en feestelijke jaarwisseling. Inloopspreekuren In 2025 zijn - net als voorgaande jaren - inloopspreekuren met wethouders geweest. Deze bieden inwoners directe toegang om ideeën en zorgen te delen en vormen daarmee een belangrijk onderdeel van de participatie. Raads- en commissievergaderingen En zoals altijd was er in 2025 ook de mogelijkheid voor inwoners en overige belangstellenden om (openbare) raads- en commissievergaderingen bij te wonen, met de mogelijkheid tot inspreken.
- 77 -
Maatschappelijk effect 3
Maatschappelijk effect 3 – Digitale dienstverlening waar mogelijk en persoonlijke dienstverlening waar nodig. Wat willen we bereiken? De gemeente streeft naar een persoonlijke dienstverlening waarin inwoners, ondernemers en organisaties centraal staan, ook in onze digitale dienstverlening. Dat betekent dat we ons verplaatsen in onze inwoners. Wij werken klantgericht. Door ook zaakgericht te werken en de juiste vragen te stellen, achterhalen we wat de werkelijke wens of behoefte is. Inwoners, ondernemers en organisaties kunnen kiezen hoe zij ons benaderen. Dat mag op een manier die bij hen past, digitaal of persoonlijk. De gemeente biedt via al haar kanalen klantgerichte dienstverlening aan. Door meer digitaal mogelijk te maken en de digitale dienstverlening te verbeteren en uit te breiden, is er meer ruimte voor persoonlijke aandacht. Wat hebben we daarvoor gedaan? In maart is het rekenkameronderzoek naar de digitale dienstverlening van Woudenberg opgeleverd. Naar aanleiding van de aanbevelingen uit dit rapport heeft de organisatie concrete doelen geformuleerd op het gebied van dienstverlening. Deze doelen zijn in december 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Sindsdien zijn belangrijke stappen gezet in de verbetering van de digitale dienstverlening. De toegankelijkheidsstatus van de gemeentelijke website is verhoogd van een D- naar een B-status.
Daarnaast is gestart met een traject om de website inhoudelijk en technisch te verbeteren, zodat deze actueel, overzichtelijk en beheersbaar blijft. Daarbij staat een gebruiksvriendelijke en toegankelijke website centraal, waarbij de vraag en behoefte van de inwoner leidend zijn. Ook de werkwijze rondom e-mailbeantwoording is geactualiseerd. Vanaf alle actief gecommuniceerde mailboxen van de gemeente wordt automatisch een ontvangstbevestiging verzonden. Daarnaast zijn oude e-mailadressen op overheidswebsites geïnventariseerd en waar nodig geactualiseerd, zodat inwoners de gemeente via de juiste kanalen kunnen bereiken.
- 78 -
Maatschappelijk effect 4
Maatschappelijk effect 4 – Zorgvuldig beheer en gebruik van gegevens van inwoners, ondernemers en organisaties Wat willen we bereiken? Toenemende digitalisering vereist dat er zorgvuldig en veilig wordt omgaan met de informatie en gegevens van inwoners, ondernemers en organisaties. Een betrouwbare, beschikbare en correcte informatiehuishouding is essentieel. Inwoners willen zaken digitaal kunnen regelen bij de gemeente, ongeacht plaats en tijd. Denk bijvoorbeeld aan het maken van een afspraak of het aanvragen van producten of diensten. Dit vraagt om een organisatie die informatieveiligheid op orde heeft en gebruik kan maken van beschikbare data en technische mogelijkheden. De gemeente voldoet aan de verplichte maatregelen vanuit de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) waarin wordt gestreefd naar één basisniveau voor informatiebeveiliging binnen de gehele overheid. Deze maatregelen worden ieder jaar aangescherpt. Daarnaast zijn er ook maatregelen die niet verplicht, maar wel wenselijk zijn. Dit blijft een continu proces. De organisatie voldoet aan de AVG en ENSIAnormen die worden gesteld aan informatieveiligheid, privacy, beheer en ontsluiting van gegevens van inwoners, ondernemers en organisaties. Een voorbeeld daarvan is het gebruik van DIGID, Suwinet en de basisregistraties.
Wat hebben we daarvoor gedaan? De BIO kent verplichte en niet verplichte maatregelen. Aan de verplichte maatregelen wordt al voldaan. Maar momenteel zijn veel van deze maatregelen echter nog niet (goed) vastgelegd. In 2025 hebben we hebben met onze ICT-samenwerkingspartner gemeente Veenendaal alle maatregelen waar we aan voldoen aantoonbaar vastgelegd (denk hierbij bijvoorbeeld aan 'wachtwoordbeleid', 'back-up and restore beleid' en 'toegangsbeleid'. Hiernaast wordt twee maal per jaar een rapportage opgeleverd waarin duidelijk wordt of de belangrijkste informatiebeveiligingsonderwerpen getoetst zijn en indien nodig acties zijn ondernomen (denk hierbij aan back-up controles, patchmanagement, vulnerability scans, incidentenprocedures, autorisatiecontroles, wijzigingenbeheer, en logging & monitoring) Sinds oktober 2024 is de NIS2 (nieuwe Europese cybersecuritywet) van toepassing. Deze wordt in Nederland vertaald in de ‘Cyberbeveiligingswet’. Het is voor veel overheidsinstanties nog steeds niet helemaal duidelijk welke extra maatregelen hieruit voortkomen en wat dit voor extra impact heeft voor de BIO. De ‘Cyberbeveiligingswet’ is uitgesteld in 2025 en treedt naar verwachting pas in het tweede kwartaal van 2026 in werking. Vanuit de informatiebeveiligingsdienst (IBD) zijn verschillende gemeenten met een pilot bezig te onderzoeken welke impact dit op de BIO heeft. Hiernaast blijven
- 79 we in overleg met de gemeenten in de ICT-samenwerking om te kijken waar efficiency behaald kan worden op de maatregelen die genomen moeten worden. Beheren en het veilig houden van applicaties en data vergt tijd, kennis en capaciteit. De gemeente Woudenberg kan dit niet zelfstandig leveren voor alle aanwezige applicaties. Daarom worden kleine applicaties zoveel mogelijk uit gefaseerd en grote applicaties naar de Cloud gemigreerd. De gemeente Woudenberg treedt op als regisseur, waarbij duidelijke afspraken met leveranciers gemaakt worden. Hieronder vallen in het bijzonder ook het beheer en monitoren van het gemeentelijk netwerk. In 2025 is 1 applicatie gemigreerd naar de Cloud. Er zijn gesprekken gevoerd met de leveranciers van de grootste applicaties over een Cloudmigratie en de gewenste bewijsvoering die de gemeente nodig acht om een veilige Cloudmigratie te kunnen starten. Deze gesprekken hebben er voor gezorgd dat zowel de migratie als nieuwe contracten zijn doorgeschoven naar 2026. Artificial Intelligence (AI) krijgt een steeds grotere plek in de samenleving. De gemeente Woudenberg ontwikkeld zelf geen software. Wel kunnen we als gemeente gebruik maken van AI. Verantwoord gebruik van data is van groot belang. Daarom zijn kaders nodig. In 2025 is door ICT Veenendaal beleid opgesteld hoe we verantwoord gebruik kunnen maken van AI.
Een vertaling van dit beleid die past binnen de gemeente Woudenberg vindt plaats in 2026. Hiernaast zijn er veel lopende onderwerpen die jaarlijks terugkomen en daarom in 2025 ook weer op de agenda staan. De ENSIA-selfassessments worden jaarlijks, periodiek afgenomen, gevolgd door een collegeverklaring en een assurance-verklaring voor DIGID, Suwinet en de basisregistraties BAG, BGT, BRO, BRP en PUN*. Het blijvend veilig houden van de werkplek is continu in doorontwikkeling. Dit vraagt aanpassingen in apparatuur (laptops, tablets en mobiele telefoons) en applicaties, waardoor deze niet door derden benaderd kunnen worden. Het vergroten van bewustwording bij alle medewerkers (phisingmails, themasessies, wekelijkse vragen enz). *Eenduidige Normatiek Single Information Audit **Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Ondergrond (BRO), Basisregistratie Personen (BRP), Paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN)
- 80 -
Indicatoren
Doel
Omschrijving
Bron
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
1.
Formatie (fte per 1.000 inwoners)
Eigen gegevens
5,2
7,1
6,6
2.
Bezetting (fte per 1.000 inwoners)
Eigen gegevens
5,2
5,6
6,6
3.
Apparaatskosten (kosten per inwoner)
Eigen begroting
€ 722
€ 693
€ 760
4.
Externe inhuur (kosten als % van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen)
Eigen begroting
29,5 %
31,8 %
20,1 %
5
Overhead (% van de totale lasten)
Eigen begroting
9,5 %
9,8 %
13,0 %
6
Rapportcijfer Dienstverlening
Kwalitatief tevredenheidsonderzoek.
7
7
Verzuimcijfer: Binnen landelijke norm blijven conform personeelsmonitor A&O fonds 2024 voor gemeentes:
Eigen gegevens
+
< 20.000 is 5,7 %
Realisatie 2025
6,3
7,6
+
5,3%
- 81 -
Verbonden partijen/Relevante samenwerkingspartners Relevante samenwerkingspartners: Gemeente Veenendaal (ICT), Gemeenten Barneveld en Amersfoort (sociaal domein), het Veiligheidshuis Utrecht, bestuurlijke samenwerking regio Amersfoort. Gemeenschappelijke regelingen ·Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) ·GGD regio Utrecht (GGDrU) ·Veiligheidsregio Utrecht (VRU) ·Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
Deelnemingen
Stichtingen/Coöperaties Bestuursconvenant
·N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) ·Vitens N.V.
·Stichting Openbaar Primair Onderwijs EemVallei Educatief ·Coöperatie de Kleine Schans
·Bureau Regio Amersfoort
·Inkoop Bureau Midden Nederland (IBMN) ·N.V. ROVA
·Sociaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort e.o. (RWA) Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT)
Wat gaat het kosten?
In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn.
- 82 Prg Omschrijving afwijking
Nadelig Voordelig Nadelig Voordelig Saldo
REALISATIE PROGRAMMA 5
9.416
1.011
8.405
BEGROTING PROGRAMMA 5
9.252
897
8.355
164
114
50
TOTAAL VERSCHILLEN TOEGELICHT
683
519
111
225
50
Algemene verschillen
55
186
0
0
-131
Alg Salarissen
36
36
Alg Inhuur
47
-47
Alg Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
139
-139
Alg Kleine verschillen < € 10.000 Basisregistraties
19 0
19 82
5
WOZ/belastingen uitvoeringskosten
72
5
Belastingen invordering
6
5
BAG/GEO kosten samenwerking
4
0
0
-82 -72
0
-6 -4
Bestuur
319
76
0
108
135
Bevolkingsadministratie
80
24
0
89
-33
80
-87
9
71
5
Leges burgerzaken gemeentedeel
5
Rijksdeel Leges burgerzaken
5
Kosten verkiezingen
7 80 17
College
199
5
Kosten college
11
11
5
Toevoeging voorziening pensioen wethouders
188
188
Griffie
20
5
Raadvergoedingen
5
kosten accountant
5
Uitvoeringskosten
5
20
Vastgoed
98
Parklaan 6
5
Parklaan 8
5
Parklaan 10
5
Parklaan 10A
5
Dorpsstraat 20
5
0
199
-32 -43 20
9
Bestuurlijke samenwerking
5
0
0
20
20
Overige gronden en gebouwen
52
0
43
Bestuurlijke samenwerking
5
0
-17
0
49
-9 0
4
5
19
1
19
1
88
-35
7
-7
22
-17
36
-36
6
0
6
29
-40
2
11
-9
Dorpsstraat 22
6
11
-5
5
Brandweerkazerne diverse kosten
3
3
5
Kerktoren
11
11
5
Cultuurhuis diverse kosten en baten
19
5
Kindercentrum
4
5
Peuteropvang diverse kosten en baten
11
2 2
21 4
0
3
-5
- 83 5
De Schans diverse kosten en baten
21
5
Gemeente Werf gebouw
16
5
Henschoterhof
5
Gronden en terreinen
4
Laagerfseweg
4
Algemene baten en lasten
13
5 5
Vennootschapsbelasting
5
Mutatie dubieuze debiteuren
5
Te verwachten vermindering OZB gebruik 2025
5
Onvoorziene uitgaven / inkomsten
4
5
Onvoorziene uitgaven / inkomsten oude jaren
9
5
Verkoop gronden Bedrijfsvoering
1
20 16
2 0
0
7 0
4 4
32
93
2
72 0
32
-32 35
35 2
9 58
11
2
41
0
58 0
-30
5
Communicatie
12
-12
5
Beleid bedrijfsvoering
19
-19
5
Juridische kosten
5
WOO HRM
11
11 10
122
18
-10 13
5
Opleidingskosten
5
Overige personeelskosten
16
5
Voorziening verlofsaldo
99
5
Voorziening reparatie WW
5
Ondersteuning CDKS
8
5
Doorberekende kosten Oekraïne transitiekosten
5
5
UWV uitkeringen
5
WKR
7
Overheadskosten
61
27
18
90 -18
8
8 99
19
-19 8
0
5
0
0 7
35
1
10
0
27
5
Kosten KCC
-10
5
Bedrijfsvoering
20
20
5
Huisvesting gemeentehuis dagelijks en groot onderhoud
25
25
5
Kantoorbehoefte (kopiëren etc)
1
-1
5
Representatiekosten derden
9
-9
5
Facilitair
5
Financieel beleid en uitvoering
12
5
ICT kosten
3
16
16 1
-11 -3
- 84 Toelichting op de grotere verschillen tussen gerealiseerde cijfers en de definitieve begroting over 2025 Salarissen en inhuur: Verschillen op salarissen en inhuur worden kort toegelicht in paragraaf E bedrijfsvoering. Basisregistraties: De uitvoeringskosten voor WOZ/belastingen zijn € 78.000 lager dan begroot. Dit is met name het gevolg van minder kosten voor GBLT en minder kosten voor dienstverlening en afwikkeling bezwaar en beroep oude jaren. Bevolking: De leges opbrengsten vallen hoger uit dan geraamd. Er was al rekening gehouden met een stijging van de opbrengsten door de overgang in het verleden van 5 naar 10 jaar houdbaarheid van een reisdocument. De doorbetaling van de rijksleges is niet goed mee begroot en daardoor zit daar een nadeel. Op de kosten voor verkiezingen is een voordeel van € 17.000. College: De kosten voor het college zijn € 199.000 hoger. Dit komt vooral door een extra toevoeging aan de voorziening pensioenen oud wethouders van € 188.000. Deze bijstelling is een verplichting. Griffie: De accountants kosten vallen € 20.000 hoger uit dan begroot. Dit i.v.m. meerwerk kosten voor o.a. de SiSa bijlage. De raadsvergoeding zijn € 43.000 lager. Dit komt doordat de kosten van de uitbreiding van de rechtspositie bestuurders pas in 2026 in gaat. (= € 25.000).
Ook zijn bij de najaarsnota de kosten geïndexeerd terwijl dit ook bij de voorjaarsnota met de landelijke stijging was aangepast. (€ 14.800) Vastgoed: De kosten/baten voor vastgoed valt € 35.000 voordeliger uit t.o.v. de najaarsnota. Dit heeft met name te maken met uitstel van de kosten van de verbouwing aan de Parklaan en de huuropbrengsten Parklaan die nog niet begroot waren. Restauratie van de kerktoren € 11.000 en extra kosten voor diverse reparatie aan de lift in het Cultuurhuis voor € 20.000 zorgen voor extra kosten. Algemene baten en lasten: Mutaties dubieuze debiteuren. Per september 2025 zijn de oude openstaande posten belastingen vanuit Veenendaal weer overgegaan naar Woudenberg. Veenendaal heeft voor die tijd nog extra ingezet op invordering door middel van aanmaningen en andere invorderingen. Dit heeft geleid tot veel minder openstaande bedragen waardoor ook de dubieuze vorderingen bijgesteld kon worden. De opbouw van dubieuze vorderingen bij GBLT is na het eerste jaar nog minimaal. GBLT heeft ons begin januari 2026 laten weten dat er nog verminderingen OZB opbrengsten aankomen van met name OZB gebruik. Op voorhand hebben we rekening gehouden met een vermindering van € 35.000.
- 85 -
Diverse grondverkopen hebben € 58.000 opgeleverd. € 47.000 hiervan is toegevoegd aan de reserve IBOR. Bedrijfsvoering: Beleid. Met de voorjaarsnota is € 15.000 geraamd voor participatie beleid. Hier zijn geen externe kosten voor gemaakt. Communicatie: bij de najaarsnota is € 11.300 extra begroot voor aanpassingen aan de website. Deze zijn niet gemaakt in 2025. HRM: Aan de CDKS is voor € 8.000 minder aan uren doorberekend. De voorziening verlof is verhoogd met € 99.000 doordat er minder uren opgenomen zijn dan was toegestaan. De voorziening reparatie WW van € 19.000 is vrijgevallen. De opleidingskosten zijn € 18.000 lager en dit wordt toegevoegd aan de reserve opleidingen. Overheadkosten: Op diverse budgetten zoals archiefbeheer, kantoorbehoeften, KCC, Ontwikkeling Financieel Beleid en representatiekosten zijn budgettenoverschrijdingen. Per saldo is er een nadeel op overhead van € 27.000. € 20.000 hiervan heeft betrekking op het betalen aan UWV uitkeringen i.v.m. het beëindigen van een tijdelijke dienstovereenkomst. Het verschil op huisvestingskosten wordt voor € 22.000 veroorzaakt door het vervangen van de archiefkoeling.
- 86 -
Algemene dekkingsmiddelen In de vijf voorgaande programma’s zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Hiernaast zijn er ook lasten en baten die niet rechtstreeks aan deze programma’s zijn toe te rekenen. Het betreffen de algemene uitkering, de algemene belastingen, dividenduitkeringen en stelposten. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen.
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. Cijfermatige verschillen gerealiseerde en geraamde cijfers 2025 Prg Omschrijving afwijking
Nadelig Voordelig Nadelig Voordelig Saldo
REALISATIE Algemene dekkingsmiddelen
-2
31.079
-31.081
BEGROTING Algemene dekkingsmiddelen
8
30.938
-30.930
-10
-141
-151
TOTAAL VERSCHILLEN TOEGELICHT
3
13
130
271
-151
Algemene verschillen
0
0
0
0
0
Alg Salarissen
0
Alg Kleine verschillen < € 10.000
0
Belastingen
3
0
8
66
-55
6
OZB Eigenaar Woningen
16
-16
6
OZB Eigenaar Niet Woningen
20
-20
6
OZB Gebruiker Niet Woningen
28
-28
6
Toeristenbelasting
6
Hondenbelasting
6
kwijtschelding/oninbaar
3
Algemene Uitkering
0
6
Algemene uitkering 2025
6
Algemene uitkering oude jaren Treasury
8
8 2
-2 3
0
118
196
-78
196
-196
118 0
13
4
118 9
-18
6
Dividend inkomsten
2
-2
6
Rente langlopende leningen
4
-4
6
Rente schatkistbankieren
6
Rente Langlopende leningen Kindercentrum
6
Bankkosten o.a. credit rente
4
13
4 2
-2
1
-14
Toelichting op de grotere verschillen tussen de gerealiseerde cijfers over 2025 en de definitieve begroting Lokale heffingen: De onroerende zaakbelastingen van woningen en niet-woningen zijn per saldo € 64.000 hoger dan geraamd. Voor de toeristenbelasting is een voorschot opgelegd. We hebben een raming gemaakt hoeveel opbrengst er nog verwacht wordt. In 2026 zijn de definitieve aanslagen opgelegd. De extra opbrengsten komen in de jaarrekening 2026.
- 87 -
Gemeentefonds (algemene uitkering): De in de jaarrekening opgenomen algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire. Wel vinden op latere tijdstippen nog aanpassingen plaats op eerder berekende en uitgekeerde algemene uitkeringen. Deze worden echter in volgende jaren verantwoord. Voor de berekening van de cijfers voor 2025 zijn wij uitgegaan van verzamelstaat nummer 12, gedateerd 18 december 2025. Naast de algemene uitkering worden ook integratie- en decentralisatie uitkeringen verstrekt. Een deel van deze uitkeringen is incidenteel voor één of enkele jaren, een deel wordt in een later stadium opgenomen onder de grondslagen voor de berekening van de algemene uitkering. De algemene uitkering is hoger dan geraamd in de najaarsrapportage 2025, namelijk € 198.000. De laatste bijstellingen over voorgaande jaren leverde een nadelig verschil (€ 118.000) op ten opzichte van eerder berekende en verwerkte bedragen in de bijgestelde begrotingen. Dit heeft met name betrekking op het jaar 2023. Hier heeft een grote correctie plaats gevonden op de WOZ waarden woningen en niet woningen. Door deze aanpassing wordt er € 114.000 teruggevorderd. In de jaarrekening van 2023 hebben we al rekening gehouden met een teruggave van € 94.000. Deze was geraamd in de reserve overlopende kredieten en hebben we nu vrij laten vallen.
Treasury: Door de rente op onze rekening courant met de BNG hebben we een voordeel op de renteopbrengsten van € 18.000 Algemene belastingen Onroerende zaakbelastingen: De OZB wordt opgelegd aan eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De berekening van de OZB gebeurt op basis van de geraamde WOZ-waarde per 1 januari van het jaar voorafgaand. Onderstaande tabel geeft een overzicht van tarieven en de OZB opbrengsten over 2025 tot en met 2023 zoals verwerkt in de jaarcijfers. Percentage berekening OZB Jaar 2025 Begroot Jaar 2024 Jaar 2023 2025 Woningen – eigenaren 0,0930% 0,0900% 0,0900% 0,0840% Niet-woningen – gebruikers 0,1699% 0,1573% 0,1573% 0,1496% Niet-woningen – eigenaren 0,2118% 0,1961% 0,1961% 0,1865% Bedragen opbrengsten in € Jaar 2025 Woningen – eigenaren Niet-woningen – eigenaren Niet-woningen - gebruikers Totaal opbrengsten
2.610.804 623.020 405.391 3.639.215
Begroot 2025 2.500.881 568.865 342.306 3.412.052
Jaar 2024
Jaar 2023
2.446.000 580.000 327.000 3.353.000
2.133.000 564.000 331.000 3.028.000
Voor de toeristenbelasting is een opbrengst begroot op basis van de eerste aangiften die verstuurd zijn. Er is rekening gehouden dat er nog € 80.000 opgelegd gaat worden. In 2026 worden de definitieve aanslagen 2025 opgelegd. Eventuele extra opbrengsten komen in de jaarrekening 2026.
- 88 -
De resultaten vindt u in hierna opgenomen tabel. Een uitgebreidere toelichting op de bedragen vindt u in paragraaf A – Lokale heffingen. Tarieven
Jaar 2025
Toeristenbelasting, per overnachting Hondenbelasting, per hond Hondenbelasting, kennel
€ 1,71 € 82,25 € 411,25
Bedragen opbrengsten in €
Jaar 2025
Toeristenbelasting - Waarvan afrekening voorgaande jaren Hondenbelasting
367.837 39 88.000
Begroot 2025 € 1,65 € 80,00 € 400,00
Jaar 2024
Jaar 2023
€ 1,65 € 80,00 € 400,00
€ 1,60 € 77,26 € 386,30
Begroot 2025 357.000 19.000 86.000
Jaar 2024
Jaar 2023
397.000 22.000 87.000
325.000 6.000 81.000
Dividenden: De gemeente Woudenberg heeft aandelen in de BNG, Vitens, ROVA & Stedin. Uit hoofde van deze deelnemingen ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. Een specificatie van de aandelen is als volgt: Aantal Boekwaarde Dividend Stuks 2025 BNG 3.510 € 5.712 € 8.810 Vitens 9.683 € 131.873 € -Rova 125 € 188.069 € 51.759 Stedin 744,32 € 500.000 € 5.945
Dividend 2024 € 7.582 € -€ 67.230 € 8.000
Dividend 2023 € 8.775 € -€ 34.374 € --
Saldo financiering: Ter financiering van zowel publieke activiteiten als ten behoeve van grondexploitaties worden door de gemeente Woudenberg periodiek gelden aangetrokken, deels kortlopend en deels langlopend gefinancierd. Zowel met het bedrag aan korte en langlopende financieringen als met de verhouding tussen korte en langlopende financiering heeft de gemeente te maken met verhouding renterisiconorm en de gemiddelde kasgeldlimiet. Deze worden nader toegelicht in paragraaf D –Financiering. In 2025 zijn geen nieuwe leningen aangegaan. Wel zijn de normale aflossingen op uitstaande leningen gedaan tot een totaal bedrag van € 1,85 mln. Zoals onderstaande tabel toont, bedroeg het saldo van de opgenomen langlopende leningen ten behoeve van de gemeente per 31 december 2025 € 0 miljoen. De over 2025 berekende rente bedroeg -/- € 2.100. Het gemiddeld rentepercentage over de gemiddeld uitstaande leningen bedroeg -0,00 %. In 2024 was de berekende rente nog -/- € 10.500 en het gemiddeld rentepercentage -/- 0,57 %. Saldo 2025
Rente 2025
0
0
T.b.v. de gemeente
1.850.000
-2.100
Totaal
1.850.000
-2.100
T.b.v woningbouwvereniging
Gemidd. %
-0,00%
Saldo 2024
Rente 2024
0
0
1.850.000
-10.500
1.850.000
-10.500
Gemidd. %
-0,57%
Saldo 2023
Rente 2023
0
34.266
4.200.000
-16.526
4.200.000
17.740
Het rente-omslagpercentage is voor 2025 voor de exploitatie vastgesteld op 0%. Ook zijn er nog diverse rente opbrengsten uit kortlopende geldleningen (met negatieve rente) en het aanhouden van geld in de staatskas.
Gemidd. %
-0,22%
- 89 -
Kengetallen Volgens de regeling van het Ministerie van BZK, 2015-0000387198, dienen ingaande het verantwoordingsjaar 2015 diverse financiële kengetallen in begroting en jaarrekening vermeld te gaan worden. Een beknopte tabel is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Ter verduidelijking van deze tabellen hebben we in dit programma een toelichting op de tabellen opgenomen. Het betreffen de volgende kengetallen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan, omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit De OZB is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven.
Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB kan ook gekeken worden naar de riool- en afvalstoffenheffing, indien deze heffingen niet kostendekkend zijn, maar lager zijn vastgesteld. Hiervan is bij de gemeente Woudenberg echter geen sprake.
- 90 -
Kengetallen 2025 in cijfers: 1. Netto schuldquote Bedragen * € 1.000 A: Totaal van de vaste schulden B: Totaal netto vlottende schulden C: Totaal overlopende passiva D: Uitzettingen met rentetypische looptijd > één jaar E: Uitzettingen met rentetypische looptijd < één jaar F: Totaal liquide middelen G: Overlopende activa H: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (7.817-14.046)/47.962 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (9.714-19.914)/52.828 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (14650-22.480)/48.532 * 100%
2025 12 2.228 5.578 2.527 10.137 491 891 47.962 -12.99%
2024 1.861 2.614 5.257 2.531 16.496 397 630 52.829
2023 4.205 3.308 7.137 2.027 16.993 970 2.490 48.532
2022 8.924 5.735 1.256 2.297 12.590 400 366 47.112
-19.54% -16,13%
(A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (15.690-15526)/47.112 * 100%
0,56%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, sluit onder punt D alle kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen uit. In de uitzettingen door de gemeente Woudenberg zitten kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen voor een bedrag van € 827.000. Het ratio is 11,26 %. 3. Solvabiliteitsratio Bedragen * € 1.000 A: Totaal van het eigen vermogen B: Totaal van de passiva (A/B) * 100% 4. Kengetal grondexploitatie Bedragen * € 1.000 A: Totaal “Niet in exploitatie genomen gronden” B: Totaal “Bouwgronden in exploitatie” C: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B)/C * 100% 5. Kengetal structurele exploitatieruimte Bedragen * € 1.000 A: Totaal Structurele lasten B: Totaal Structurele baten C. Structurele toevoeging aan de reserves D. Structurele onttrekkingen aan de reserves E: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (1.395+240) / 51.220 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (742+143) /52829 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (-2.348+-90) /54.660 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (1.418+325) / 47.112 * 100%
2025 27.568 44.650 61,74%
2025
2024 24.304 42.907 56,64%
2024
2023 20.778 44.132
2022 14.698 39.070
47,08%
37,62%
2023
-
-
679
-2.543
51.220
52.829
1,33%
2025 43.078 44.470 703 943 51.220
2022 -
-
-1.204
-1.726
48.532
47.112
-4,81%
-2,48%
-3,66%
2024 44.160 45.083 484 627 52.829
2023 44.960 47.308 373 283 48.532
2022 42.382 43.800 118 443 47.112
3,19% 2,02% 4,13% 3,70%
- 91 -
6. Kengetal belastingcapaciteit 2025
2024
2023
2022
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten
562
450
397
471
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten
250
248
248
248
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
311
284
284
306
-
-
-
-
1.123
982
929
1025
1.053
929
944
905
106,65%
106,04%
98,41%
113,26%
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin (A+B+C+D) (cijfers gemeente en niet COELO) F. Woonlasten gemiddeld gezin voorgaand begrotingsjaar Kengetal Belastingcapaciteit
- 92 -
PARAGRAFEN
- 93 -
Paragrafen algemeen Dwarsdoorsnede begroting De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s. Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen.
Wettelijk kader Er zijn acht paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Deze vindt u onderstaand: Lokale heffingen In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven. We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s. Financiering In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasuryfunctie.
Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering overlapt programma 5 Dienstverlening. Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst. Grondbeleid Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen. Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen. Openbaarheid (WOO) De Woo verplicht overheidsinstanties tot het openbaarmaking van informatie die in 17 verschillende categorieën van de Woo is opgenomen. Deze wettelijke verplichting wordt gefaseerd ingevoerd voor de Rijksén decentrale overheid.
- 94 -
Duurzaamheid De duurzaamheidsparagraaf geeft kort maar krachtig weer in hoeverre een bijdrage is geleverd aan de vastgestelde duurzaamheidscriteria. Ook wordt inzicht gegeven in de gevolgen en effecten van een voorstel op het brede thema duurzaamheid.
- 95 -
A. Paragraaf lokale heffingen Wettelijk kader In de gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. Voor alle gemeentelijke belastingen geldt dat het te betalen bedrag niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van een belastingplichtige. Welke heffingen daadwerkelijk worden geheven is de keuze van de raad. Gekozen is om verhoging van de belastingdruk zoveel mogelijk, i.c. tot maximaal het inflatiepercentage, te beperken.
Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid in Woudenberg voor de lokale heffingen is opgenomen in: • Beleidsbegroting 2025-2028
Beleid Woudenberg De gemeente Woudenberg kent een aantal heffingen die worden gelegitimeerd op basis van belastingverordeningen die door de raad worden vastgesteld. Deze heffingen zijn te verdelen in belastingen en retributies. Belastingen Onder belastingen moet worden verstaan heffingen van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien in de kosten van openbare voorzieningen en het bestuur en om in de algemene behoeften van de gemeenschap te voorzien. Dit betekent dus dat hier geen individuele prestatie van de overheid tegenover staat maar dat deze gebruikt worden voor collectieve voorzieningen. De opbrengst van deze heffingen is vrij besteedbaar. Verder mag de gemeente de hoogte van de tarieven en de jaarlijkse stijging bepalen. Tot deze gemeentelijke belastingen behoren onroerende zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en toeristenbelasting. Retributies Tot de retributies (ook wel rechten genoemd) behoren de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, marktgeld en begrafenisrechten. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten niet boven de geraamde uitgaven van een dienst uitkomen. Winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten gelden wettelijk vastgelegde tarieven die landelijk gelijk zijn, bijvoorbeeld voor het opmaken van aktes van de burgerlijke stand of bij het behandelen van naturalisatieverzoeken.
In bepaalde gevallen zijn in hogere wetgeving maximumtarieven opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende beleidsuitgangspunten: 1. voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden; 2. streven naar 100% kostendekkendheid van tarieven en leges; 3. de lokale lastendruk stijgt in principe niet met meer dan de inflatiecorrectie. In dit hoofdstuk wordt een eerste inzicht geboden in de ontwikkeling van de belastingen en retributies in het jaar 2025. De ontwikkelingen van de volgende belastingsoorten worden onder de loep genomen: • Onroerende zaakbelastingen • Hondenbelasting • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Overige tarieven
- 96 -
BELASTINGEN Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van belastingen over 2025 met vergelijkende cijfers over 2024 (in € 1.000): Belastingsoort OZB-eigenaren OZB-gebruikers Hondenbelasting Toeristenbelasting
Werkelijk 2024 3.026 327 87 411
Begroting 2025 3.069 342 84 357
Werkelijk 2025 3.234 405 88 368
ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden ter zake van binnen een gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient gebruikt, b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
Waardevaststelling op grond van de Wet WOZ Als heffingsgrondslag geldt de WOZ-waarde. De WOZ-waarde is een grondslag voor belastingheffing door de gemeenten, de belastingdienst en de waterschappen. De waarde die moet worden bepaald is die welke aan een onroerende zaak dient te worden toegekend wanneer de volle en onbezwaarde eigendom aan de hoogstbiedende zou kunnen worden overgedragen. Voor niet-woningen (met uitzondering van Rijksmonumenten) geldt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde de grondslag is indien deze hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. Het tarief van de onroerendezaakbelastingen wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Het OZB-tarief 2025 voor woningen is met 2,8% verhoogd zoals afgesproken in de begroting 2025-2028. Dit heeft geleid tot de volgende percentages: Tarieven OZB 2024 (percentage)
2025 (percentage)
0,0900%
0,0930%
0,1573% 0,1961%
0,1699% 0,2118%
Woningen Eigendom Niet-woningen Gebruiker Eigendom
De totale opbrengst van de onroerende zaakbelasting was voor 2025 geraamd op € 3.411.000. De totale opbrengst voor 2025 kwam uiteindelijk uit op € 3.639.000; de totale opbrengst voor 2023 bedroeg € 3.353.000.
HONDENBELASTING Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente, mits de hond niet valt onder de uitsluitingsregels als genoemd in de Verordening hondenbelasting 2025. In de begroting 2025-2028 wordt uitgegaan van een jaarlijkse verhoging van 2,8% voor het tarief hondenbelasting. In mei 2025 is gestart met een controle op de hondenbelasting, die wegens ongunstige weersomstandigheden in juli is afgerond. Dit heeft geleid tot een aanvullende mutaties van 104 honden. Tarieven hondenbelasting (per hond) 1e hond 2e en volgende hond Kennel
2024 € 80,00 Idem € 400,00
2025 € 82,25 Idem € 411,25
- 97 -
TOERISTENBELASTING Deze belasting wordt geheven als een bijdrage van toeristen in de kosten van de voorzieningen die de gemeente heeft getroffen. Men moet verblijven in de gemeente in een daartoe strekkende gelegenheid, (bijvoorbeeld een camping) zonder in het bevolkingsregister van die gemeente te zijn opgenomen. Bij de vaststelling van de begroting 2025-2028 heeft de raad besloten het tarief voor toeristenbelasting per overnachting voor 2025 met 2,8% te verhogen. De controle op de toeristenbelasting 2024 heeft in 2025 plaatsgevonden. Hieruit zijn geen bijzonderheden gekomen. De bedragen in de jaarrekening zijn gebaseerd op de definitieve aangiften van de belastingplichtigen. In de jaarrekening 2025 is een bedrag van € 397.000 opgenomen als opbrengst uit toeristenbelasting. Dit bedrag omvat circa € 22.000 aan hogere opbrengsten uit 2023, als gevolg van een achteraf hoger uitgevallen inkomsten. Begroot voor 2024 is € 357.000. belastingjaar
belastingjaar
belastingjaar