CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04.e Quickscan flora en fauna.pdf

Raadscommissie 10 september 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 9: Omgevingsvergunning John F. Kennedylaan 114 (padelhal)6.044 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Quickscan Ecologie John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg

Rapport

Quickscan Ecologie John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg

Opdrachtgever:

Kubiek

Projectnummer Mateboer:

Projectnummer Kubiek:

Datum:

Status en versie:

EC247026/SK Opgesteld door:

Paraaf:

4 maart 2024 Gecontroleerd door:

Definitief, versie 1.0 Paraaf:

C.A. Houffelaar BSc

S. Kamminga BSc

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

5

6

7

Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 4

1.2

Kwaliteitsborging ................................................................................................................................... 4

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 5 2.1

Toetsingskader Omgevingswet.............................................................................................................. 5

2.2

Onderzoeksmethode ........................................................................................................................... 10

PLANGEBIED EN BEOOGDE ONTWIKKELING ........................................................................................... 11 3.1

Huidige situatie .................................................................................................................................... 11

3.2

Beoogde ontwikkeling ......................................................................................................................... 13

GEBIEDSBESCHERMING.......................................................................................................................... 14 4.1

Natura 2000-gebieden ......................................................................................................................... 14

4.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 14

SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................................ 15 5.1

Flora ..................................................................................................................................................... 15

5.2

Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 15

5.3

Amfibieën ............................................................................................................................................ 16

5.4

Reptielen.............................................................................................................................................. 16

5.5

Vissen................................................................................................................................................... 16

5.6

Ongewervelden ................................................................................................................................... 16

5.7

Vleermuizen ......................................................................................................................................... 17

5.8

Broedvogels ......................................................................................................................................... 17

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 20 6.1

Conclusie beschermde soorten en gebieden ...................................................................................... 20

6.2

Aanbevelingen en vervolgstappen ...................................................................................................... 20

6.3

Geldigheid onderzoeksgegevens ......................................................................................................... 21

GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 22 BIJLAGEN Bijlage 1: Ligging plangebied Bijlage 2: Overzichtskaart beschermde gebieden

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

3

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

In opdracht van Kubiek heeft Mateboer Milieutechniek B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd ter plaatse van John F. Kennedylaan 114 in Woudenberg (zie bijlage 1). Aanleiding voor deze quickscan ecologie zijn de voorgenomen herinrichting en nieuwbouw van twee padelbanen ter plaatse van tennis- en padelvereniging ‘t Schilt te Woudenberg. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet en Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). Het doel van de quickscan is, om op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek, inzichtelijk te maken of: - beschermde planten- en diersoorten in het plangebied of de directe omgeving (binnen een straal van één kilometer) van het plangebied kunnen voorkomen; - de planontwikkeling mogelijk effect(en) heeft op de al dan niet aanwezige beschermde plantenen diersoorten en daarmee mogelijk strijdig is met de soortenbescherming conform de Omgevingswet.

Naar aanleiding van de mogelijke effecten wordt de noodzaak beschreven tot het uitvoeren van nader (soort specifiek)onderzoek conform de geldende protocollen; - de planontwikkeling plaatsvindt in of nabij een beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied, NNN-gebied, weidevogelgebied) en of daarbij sprake is van de noodzaak voor nadere toetsing en vergunning in het kader van gebiedsbescherming conform de Omgevingswet, inclusief externe werking en het provinciale beleid omtrent het NNN. Wanneer uit de quickscan blijkt dat mogelijke effecten optreden als gevolg van de planontwikkeling of als er onvoldoende gegevens bekend zijn over de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten, dient er mogelijk een nader onderzoek of nadere toetsing uitgevoerd te worden. Op basis daarvan kan een vergunning bij het bevoegd gezag aangevraagd worden. Wanneer binnen het plangebied en in de directe omgeving geen beschermde soorten of functies aanwezig zijn, is het nemen van soortgerichte maatregelen niet noodzakelijk. Bij het voorkomen van algemene (niet strikt beschermde) soorten geldt ten alle tijden de zorgplicht.

1.2

Kwaliteitsborging

Mateboer Milieutechniek B.V. is door Normec Certification gecertificeerd voor de NEN-EN-ISO 9001:2015 en heeft een eigen kwaliteitssysteem. De medewerkers van Mateboer Milieutechniek B.V. zijn voor de uitvoer van flora- en faunaonderzoeken VCA gecertificeerd. Daarnaast is Mateboer kandidaat-lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

4

2

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE

2.1

Toetsingskader Omgevingswet

In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2024 geregeld in de Omgevingswet. Vanuit de Omgevingswet worden kernbepalingen beschreven in de geldende uitvoeringsregelgeving. Hierbij zijn voor natuur het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsbesluit (Ob) en Omgevingsregeling (Or) van belang. De Omgevingswet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. Zorgplicht (artikel 1.6 – 1.8 Omgevingswet) Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.6 -1.8), waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor alle in het wild levende dieren en planten:  dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel;  de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of;  voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het nalaten van de zorgplicht is een overtreding van de Omgevingswet en kan gevolgen hebben. Specifieke zorgplicht flora en fauna (artikel 11.6, 11.27 & 11.116 Bal) Aanvullend op de algemene zorgplicht zoals beschreven in artikel 1.6 – 1.8 van de Omgevingswet wordt in de Bal het instrument ‘specifieke zorgplicht’ beschreven. Vanuit de specifieke zorgplicht wordt gesteld dat degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c.

als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Een handeling valt onder een specifieke zorgplicht als degene die de activiteit verricht weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die handeling nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook iets nalaten kan onder de specifieke zorgplicht vallen.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

5

Artikel 11.27 lid 2: specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1˚. van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2˚. van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3˚. dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3˚, van de wet; en 4˚. voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c.

als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Artikel 11.6 lid 2: specifieke zorgplicht voor activiteiten rondom of in de directe nabijheid van N2000 gebieden of een bijzonder nationaal natuurgebied: De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in, of in de directe nabijheid van een Natura 2000gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kennis wordt genomen van de informatie in het aanwijzingsbesluit van het gebied over de leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen en de daarvoor geldende instandhoudingsdoelstellingen; b.

wordt nagegaan of op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen worden uitgesloten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor de leefgebieden, natuurlijke habitats en habitats van soorten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om verslechterende of significant verstorende gevolgen, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, voor het betrokken gebied te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen als zich, ondanks de getroffen maatregelen, verslechterende of significant verstorende gevolgen voordoen voor de leefgebieden, natuurlijke habitats of habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

6

Artikel 11.116 specifieke zorgplicht voor activiteiten in houtopstanden Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.111, eerste lid, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.112, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Soortenbescherming (artikel 5.1 lid1g Omgevingswet & afdeling 11.2 Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn, op basis van internationale afspraken, drie beschermingsregimes opgesteld voor beschermde soorten (zie tabel 3.1). Tabel 2.1 Beschermingsregimes voor beschermde soorten Beschermingsregime (artikel)

Lid

1a 1b Vogelrichtlijnsoorten (art. 11.37 Bal) 1c 1d 1a 1b Habitatrichtlijnsoorten, Bern 1c I en II en Bonn I (art. 11.46 1d Bal) 1e 1a Andere beschermde soorten 1b (art. 11.54 Bal) 1c

Schadelijke handelingen

Verboden opzettelijk doden/vangen Verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen/beschadigen Verboden eieren te rapen Verboden opzettelijk te verstoren Verboden opzettelijk doden/vangen Verboden opzettelijk verstoren Verboden eieren te vernielen/rapen. Verboden voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen/vernielen Verboden opzettelijk planten te plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen Verboden opzettelijk doden/vangen van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers vernoemd in onderdeel A Verboden opzettelijk beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van diersoorten als bedoeld in onderdeel A Verboden opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten als bedoeld in onderdeel B

Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of vergunning flora en fauna activiteit. De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogelen Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning flora en fauna activiteit) wel nodig.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

7

Flora- en fauna Het verbod, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, geldt niet voor de soorten, genoemd in de bijlage X Uitzondering vergunningplicht andere soorten bij deze verordening, als de activiteit nodig is: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer van of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchtvaartterreinen, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; of e. in het kader van bestendig beheer van of onderhoud aan de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Nesten De Omgevingswet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels. Het gaat om een bezet nest of een broedgeval. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 11.37 lid 1b van de Bal.

Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar door gebruiken of jaarlijks terugkeren, zijn jaarrond beschermd. Nesten die het gehele jaar door zijn beschermd zijn opgedeeld in vier categorieën. Naast de algemene broedvogels en categorie 1 t/m 4 soorten is er nog een vijfde groep broedvogels gecategoriseerd. Dit betreft categorie 5-soorten, welke niet jaarrond beschermd zijn tenzij zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (zie tabel 2.2). Tabel 2.2 Jaarrond beschermde nesten Categorie

1. 2. 3. 4. 5.

Soort nesten

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

8

Gebiedsbescherming (artikel 5.1 lid 1e Omgevingswet & afdeling 11.1 Bal) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Omgevingswet. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologische vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (Artikel 7.8, lid 2, Bkl): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN.

Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen. Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning) wel nodig.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

9

2.2

Onderzoeksmethode

Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek. Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied binnen of in de directe omgeving van een beschermd natuurgebied ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens (soortenverspreidingsatlassen) en zijn de bekende gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1. Veldbezoek De informatie uit het bureauonderzoek is als basis gebruikt bij het veldbezoek dat is uitgevoerd op 20 februari 2024 door Cian Houffelaar van Mateboer Milieutechniek B.V. Ten tijde van de inspectie was het gemiddeld 7°C, bewolkt, droog weer met een zwakke zuidwestenwind (2 bft). Met dit veldbezoek is beoordeeld of de soorten die in de bestaande gegevens zijn genoemd, ook daadwerkelijk in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Daarnaast is beoordeeld of ook andere beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn op basis van de aanwezige terreinkenmerken en het beheer. Effectbeoordeling Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden binnen of rondom het plangebied. De voorgenomen plantontwikkeling vormt de basis voor de effectbeoordeling.

Binnen de effectenbeoordeling wordt een inschatting gemaakt van tijdelijke en langdurige effecten. De effectenbeoordeling is sterk afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare gegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In de effectenbeoordeling wordt ervan uitgegaan dat de werkzaamheden gedurende daglichtperiode worden uitgevoerd. Omdat de exacte werkzaamheden en uitvoeringsperiode en -duur nog niet bekend zijn, wordt in de effectenbeoordeling aangegeven in welke periode veel dan wel weinig (of geen) effecten worden verwacht. Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, is dat beschreven.

1

Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl). Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

10

3

PLANGEBIED EN BEOOGDE ONTWIKKELING

3.1

Huidige situatie

Het plangebied (figuur 3.1) bestaat uit twee tennisbanen (figuur 3.2) welke in noord-zuid richting zijn aangelegd. Tevens staat er naast de tennisbanen een opslagschuur (figuur 3.3) welke ook onderdeel is van het plangebied. De tennisbanen worden rondom begrenst door een hoog hek (noord- en zuidzijde) en een laag hek (oost- en westzijde) (figuur 3.4 & 3.5). Alle hekken zijn met harmonicagaas gemaakt en bevatten op diverse ‘banners’ als promotiemateriaal. Er staan verschillende lichtmasten binnen het plangebied gericht op de tennisbanen. De opslagschuur staat ten westen van de tennisbanen en bestaat uit houten wanden zonder scheuren, kieren of openingen met daarop een metalen golfplaten dak. Ten tijde van het veldbezoek waren er geen openingen zichtbaar in de wanden noch in of onder het dak. De opslagschuur is staat op een stenen bestrating welke is omringd door gras. Aan de noordzijde van het plangebied loopt een groenstrook die bestaat uit diverse bomen zoals eik, beuk en hazelaar (figuur 3.6).

Figuur 3.1: Ligging plangebied.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

11

Figuur 3.2: Segment 1.

Figuur 3.3: Segment 1.

Figuur 3.2: Tennisbanen

Figuur 3.3: Opslagschuur

Figuur 3.4: Hekwerk hoog

Figuur 3.5: Hekwerk laag

Figuur 3.6: Groenstrook

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

12

3.2

Beoogde ontwikkeling

De opdrachtgever is voornemens om aan de John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg een gedeelte van de tennis- en padelvereniging her in te richten. Van de twee tennisbanen aan de noordzijde van het terrein zal er één worden opgeheven en de ander zal een andere oriëntatie krijgen (oost-west). Ter plaatse van de opgeheven tennisbaan zal een hal worden geplaatst welke ruimte zal bieden voor twee padelbanen. De hal zal aan weerszijden 7,5 meter hoog zijn en zal naar het midden van de hal oplopen tot een nokhoogte van 9,5 meter. Het opslagschuurtje zal enkele meters opschuiven op het grasveld. Deze blijft verder intact. De hal zal modulair opbouw- en afbreekbaar zijn en zal niet op een fundering komen te staan. De groenstrook ten noorden van het plangebied zal zoveel mogelijk intact blijven en worden ontzien tijdens de werkzaamheden. Een aantal overhangende takken worden mogelijk gesnoeid.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

13

4

GEBIEDSBESCHERMING

In dit hoofdstuk wordt beschreven of het plangebied onderdeel uitmaakt van een beschermd natuurgebied en wordt beschreven of mogelijk effecten optreden door de planontwikkeling op nabijgelegen natuurgebieden. Zie bijlage 2 voor een overzichtskaart met nabijgelegen natuurgebieden.

4.1

Natura 2000-gebieden

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het ‘Kolland & Overlangbroek’, dit gebied is gesitueerd op circa 10 kilometer ten zuiden van het plangebied. Toetsing Gezien de aard van de ingreep en de ruime afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied worden externe effecten zoals trillingen, verstoring door geluid en mechanische effecten niet verwacht. Gezien de aard van de ingreep doet de planontwikkeling naar verwachting geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Een nader zoals een Natura 2000voortoets is niet noodzakelijk. Gezien de voorgenomen kleinschalige werkzaamheden wordt er geen (tijdelijke) verhoging in stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden verwacht. Desondanks kan het bevoegd gezag het aanleveren van een AERIUS-berekening noodzakelijk achten.

4.2

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is gesitueerd op circa 160 meter ten noorden van het plangebied. Toetsing Het plangebied heeft geen status in het kader van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De planontwikkeling heeft door de locatie, aard en omvang geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Een nadere beoordeling is niet nodig.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

14

5

SOORTENBESCHERMING

Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten (beschermde) soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden. Dit is getoetst aan de vergunning plichtige activiteiten uit de Omgevingswet. Indien het nemen van vervolgstappen (zoals soortgericht onderzoek of aanvragen van een vergunning flora- en fauna activiteit) noodzakelijk is, zal dit vermeld worden.

5.1

Flora

Op basis van de verspreidingsgegevens (Quickscanhulp, 2024) zijn binnen een straal van één kilometer van het plangebied de beschermde plantensoort dreps waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde exemplaren van dreps waargenomen. Tevens ontbreekt het binnen en in de directe omgeving van het plangebied aan geschikte bodem (zonnige, open plaatsen met matig droge, kalkarme, matig voedselrijke, lichte grond zoals löss en zavel). Ook groeiplaatsen zoals spoorwegterreinen, open plekken langs grote verkeerswegen en ruderale plaatsen ontbreken nabij het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied tevens geen beschermde plantensoorten waargenomen. Deze worden op basis van de aanwezige biotoop (verharding, bermen met onder andere verschillende grassen, paarse dovenetel, klein hoefblad, fluitenkruid en brandnetel) ook niet verwacht. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aan de orde.

5.2

Grondgebonden zoogdieren

Vanuit de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied diverse waarnemingen bekend van de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten boommarter, das, eekhoorn en waterspitsmuis. Daarnaast zijn waarnemingen bekend van de in de provincie Utrecht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling vrijgestelde bosmuis, egel, haas, ree, rosse woelmuis en vos. De haas zal in 01 september 2024 van de vrijstellingslijst worden gehaald. Werkzaamheden met een effect op deze soort zullen vanaf vergunningplichtig worden. Binnen het plangebied zijn geen bomen of bosschages, houtwallen of struwelen aanwezig die als leefgebied kunnen fungeren voor grondgebonden zoogdieren. Tevens is het plangebied omheind waardoor het ook niet als looproute gebruikt kan worden. De groenstrook ten noorden van het plangebied zou gebruikt kunnen worden door diverse beschermde grondgebonden zoogdieren zoals de eekhoorn of boommarter. Echter blijft deze zoveel mogelijk intact en zal het verwijderen van een aantal takken geen (negatief) effect hebben op beschermde grondgebonden zoogdieren. Tevens kan de groenstrook ook gebruikt worden door algemene en vrijgestelde zoogdiersoorten zoals de egel en bosmuis. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet aan de orde. Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

15

Het kan niet worden uitgesloten dat algemene soorten zoals verschillende muizensoorten het plangebied en de omgeving van het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied. Voor alle voorkomende soorten geldt te allen tijde de zorgplicht (zie hoofdstuk 2, paragraaf 1).

5.3

Amfibieën

Vanuit de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied diverse waarnemingen bekend van de in de provincie Utrecht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling vrijgestelde amfibieënsoorten bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied zijn er geen (tijdelijke) wateren aanwezig die zouden kunnen fungeren als (essentieel) leefgebied voor amfibieën. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde amfibieën zijn niet aan de orde. Het kan niet worden uitgesloten dat soorten de groenstrook ten noorden van het plangebied als looproute gebruiken. Noch kan volledig worden uitgesloten dat deze door het plangebied trekken. Voor alle voorkomende soorten geldt te allen tijde de zorgplicht (zie hoofdstuk 2, paragraaf 1).

5.4

Reptielen

Uit verspreidingsgegevens blijkt dat in de omgeving van het plangebied de beschermde hazelworm is waargenomen. Binnen en nabij het plangebied ontbreekt het aan voorkeurshabitat (vochtige dichte vegetatie, bosranden, heide, houtwallen, kalkgraslanden). Tevens zijn er tijdens het veldbezoek geen sporen (vervellingen, kruipsporen) gevonden van de hazelworm. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde reptielen zijn niet aan de orde.

5.5

Vissen

Uit verspreidingsgegevens blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissoorten zijn waargenomen. Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen permanente wateren aanwezig. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde vissen zijn niet aan de orde.

5.6

Ongewervelden

Vanuit de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen gedaan van beschermde ongewervelden. Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde ongewervelden noch waardplanten of geschikt biotoop. Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

16

Het plangebied wordt mogelijk gebruikt als onderdeel van het leefgebied door verschillende soorten algemene ongewervelden die geen bescherming onder de Omgevingswet genieten. Conclusie Aanvullende maatregelen ten aanzien van beschermde ongewervelden zijn niet aan de orde. Voor alle voorkomende soorten geldt te allen tijde de zorgplicht (zie hoofdstuk 2, paragraaf 1).

5.7

Vleermuizen

Vanuit de verspreidingsgegevens zijn er waarnemingen van de beschermde gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger bekend. Vleermuizen maken van verschillende verblijfsplaatsen binnen een territorium gebruik. In Nederland worden de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger vrijwel alleen in gebouwen aangetroffen. Gezien er geen werkzaamheden aan bestaande gebouwen worden uitgevoerd die geschikt zouden kunnen zijn voor vleermuizen (toegankelijke spouw, hoger dan 3 meter) worden negatieve effecten op verblijfsplaatsen niet verwacht. De gewone grootoorvleermuis wordt zelden in boomholten of achter boomschors aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen holten, scheuren of loszittend schors gevonden in de bomen behorende tot de groenstrook ten noorden van het plangebied. Tevens worden er geen bomen gekapt tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Negatieve effecten op verblijfsplaatsen van de gewone grootoorvleermuis worden niet verwacht. De groenstrook ten noorden van het plangebied zou als vliegroute kunnen fungeren. Echter blijven de bomen vrijwel geheel behouden en is de verwachting dat de functionaliteit als vliegroute niet zal afnemen.

Conclusie Aangezien de werkzaamheden overdag worden uitgevoerd, geen (volledige) bomen of andere structuurelementen worden verwijderd en vleermuizen ’s nachts de vliegroute kunnen blijven gebruiken zijn negatieve effecten op vliegroutes uitgesloten. Tevens worden er geen gebouwen verwijderd of andere mogelijke verblijfsplaatsen ongeschikt gemaakt, hierdoor zijn negatieve effecten op verblijfsplaatsen ook niet te verwachten.

5.8

Broedvogels

Algemene broedvogels Vanuit de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied verschillende waarnemingen bekend van algemene broedvogels. Gedurende het veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van een merel, houtduif, pimpelmees, koolmees en gaai in de omgeving rondom het plangebied. Binnen het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen nesten en geen geschikte locaties voor verblijfplaatsen van algemene broedvogels waargenomen. Wel is er in de groenstrook een klein nest waargenomen van een algemene broedvogel (figuur 5.1).

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

17

Figuur 5.1: Nest groenstrook

Conclusie Binnen het plangebied zijn er geen nesten noch is er geschikt nesthabtitat aanwezig. Wel bevind zicht één nest in de groenstrook ten noorden van het plangebied. Er zullen geen werkzaamheden aan het nest of de boom waarin het nest zich bevind plaatsvinden. Om verstoring van broedende vogels te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maar tot half augustus) te worden uitgevoerd of moet er een broedvogelcheck worden uitgevoerd voor de werkzaamheden van start gaan. Voor alle voorkomende soorten geldt te allen tijde de zorgplicht (zie hoofdstuk 2, paragraaf 1). Jaarrond beschermde broedvogels Vanuit de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied verschillende broedvogels met een jaarrond beschermde neststatus bekend. Dit betreft onder andere de gierzwaluw, huismus en huiszwaluw. De aanwezige bomen rondom het plangebied blijven vrijwel ongemoeid en er zijn binnen en nabij het plangebied geen nesten en geen geschikte nestlocaties aangetoond van soorten met een jaarrond beschermd neststatus. De aanwezigheid van nestlocaties binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan hiermee worden uitgesloten. Tevens staan er geen gebouwen binnen of direct nabij het plangebied die zouden kunnen fungeren als nestlocatie voor soorten met een jaarrond beschermde neststatus die broeden in gebouwen (huismus, gierzwaluw, huiszwaluw).

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

18

Conclusie Binnen het plangebied ontbreekt het aan geschikte nestlocaties voor soorten met een jaarrond beschermde neststatus. In de groenstrook ten noorden van het plangebied zijn er bomen die geschikt kunnen zijn als nestlocatie voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Echter zijn er ten tijde van het veldbezoek geen waarnemingen van gedaan van soorten noch nesten. Dit sluit niet uit dat er soorten kunnen gaan nesten tijdens het broedseizoen. Daarom wordt er geadivseerd om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (globaal van half maart tot en met half augustus) of dient er een broedvogelcheck te worden uitgevoerd alvorens de werkzaamheden van start gaan. Voor alle voorkomende soorten geldt te allen tijde de zorgplicht (zie hoofdstuk 2, paragraaf 1).

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

19

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

6.1

Conclusie beschermde soorten en gebieden

De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde diersoorten en of er mogelijk negatieve effecten zijn op het Natura-2000 gebied of Natuurnetwerk Nederland. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend veldbezoek kunnen de volgende conclusies met betrekking tot beschermde soorten en gebieden worden getrokken: Tabel 6.1 Overzichtstabel aanwezigheid beschermde natuurwaarden en vervolgstappen Gebiedsbescherming

Gebied aanwezig

Effect planontwikkeling

Natura 2000-gebieden

Ca. 10 km

Mogelijk

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 160 m Geschikt habitat

Nee

Soortgroep Broedvogels

Aanvullend onderzoek Mogelijk

Nee Aanvullend Effect planontwikkeling onderzoek

Vergunningplicht Mogelijk Nee Vergunningsplicht

Vervolgstappen/advies In overleg met het bevoegd gezag wel of niet een AERIUSberekening uitvoeren. Geen Vervolgstappen/advies Werken buiten broedseizoen (half maart-half augustus) of broedvogelcheck uitvoeren Geen Geen Werken tijdens daglicht of anders vleermuisvriendelijke verlichting toepassen

Ja

Nee

Nee

Nee, tenzij

Verblijfplaatsen Foerageergebied

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Vliegroutes

Ja

Nee

Nee

Nee, tenzij

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Nee

Nee, tenzij

Zorgplicht

Amfibieën

Nee

Nee

Nee, tenzij

Zorgplicht

Reptielen

Nee

Nee

Nee, tenzij

Zorgplicht

Vissen

Nee

Nee

Nee

Geen

Ongewervelden

Nee

Nee

Nee, tenzij

Zorgplicht

Nee

Nee

Geen

Vleermuizen

Vaatplanten Nee Geen vervolgtraject noodzakelijk.

Verstoren-, doden algemene soorten Doden algemene soorten Doden algemene soorten Nee Doden algemene soorten Geen

Geen vervolgtraject noodzakelijk indien wordt voldaan aan het gegeven advies. Vervolgtraject noodzakelijk. Vergunning noodzakelijk.

6.2

Aanbevelingen en vervolgstappen

Grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen en ongewervelden Tijdens de werkzaamheden de zorgplicht in acht houden waarbij gedacht wordt aan o.a. het volgende: 1. indien individuen van dieren worden aangetroffen, dienen deze de gelegenheid te krijgen om te kunnen vluchten; 2. aanvullend op bovenstaande maatregel kan ervoor worden gekozen om minder mobiele dieren, zoals de gewone pad te verplaatsen tot buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

20

Vleermuizen Voor vleermuizen (en andere nacht actieve-/lichtgevoelige dieren zoals uilen) dient rekening te worden gehouden met mogelijke lichtverstoring. Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen. Door het verdwijnen van verschillende lichtmasten wordt mogelijk de lichtverstoring in de omgeving verminderd. Door in de nieuwe bebouwing vleermuisvriendelijke lampen te plaatsen en de uitstraling van de groenstrook af te richten kan de functionaliteit van de groenstrook voor vleermuizen verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Algemene vogels Door buiten het broedseizoen te werken (globaal half maart tot half augustus) wordt de kans op verstoring van broedende vogels uitgesloten. Wanneer dit niet mogelijk is kan een ecologisch deskundige een broedvogelcheck uitvoeren om te bepalen of de werkzaamheden geen broedende vogels verstoren. Jaarrond beschermde broedvogels Door buiten het broedseizoen te werken (globaal half maart tot half augustus) wordt de kans op verstoring van broedende vogels uitgesloten. Wanneer dit niet mogelijk is kan een ecologisch deskundige een broedvogelcheck uitvoeren om te bepalen of de werkzaamheden geen broedende vogels verstoren.

Natura 2000-gebieden Gezien de tussenliggende afstand en de beperkte werkzaamheden die gepland staan is het onwaarschijnlijk dat er verstoring door externe effecten plaats zal vinden. Echter kan het bevoegd gezag (provincie Utrecht) een AERIUS-berekening vragen om uit te sluiten dat er een (tijdelijke) toename in stikstofdepositie zal optreden ten gevolge van de voorgenomen werkzaamheden.

6.3

Geldigheid onderzoeksgegevens

In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd, of de Omgevingswet of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar wordt aanbevolen de resultaten van de inventarisatie opnieuw te toetsen.

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

21

7

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Dietz, C. & Kiefer, A. (2014). Bats of Britain and Europe. Bloomsbury Publishing Plc. Geraadpleegd op 22 december 2023. Provincie Utrecht. (2024). Omgevingsverordening provincie Utrecht. Geraadpleegd op 22 februari 2024 van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR704250/4

Quickscan Ecologie, John F. Kennedylaan 114 te Woudenberg, EC247026/SK

22

Bijlage 1: Ligging plangebied

Quickscan Ecologie, Tracé te Woudenberg, EC247026/SK

Overzichtstekening onderzoekslocatie

John F Kennedylaan, Woudenberg

Legenda plangebied

Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A3): Opdrachtgever:

Kaart: Overzicht: © OpenStreetMap contributors, CC-BY-SA

EC247026 SK ECO QS CH 20 februari 2024 1:7000 Kubiek

Zwolle - Kampen - Almere - Joure ...ateboer Milieutechniek\GIS\Projecten 2024\W\Woudenberg, John F Kennedylaan 114\EC247026 John F Kenne

ECO QS

Bijlage 2: Overzichtskaart beschermde gebieden

Quickscan Ecologie, Tracé te Woudenberg, EC247026/SK

Overzichtstekening onderzoekslocatie

John F Kennedylaan, Woudenberg

Legenda plangebied

Natura 2000 Habitat richtlijn Vogel richtlijn Vogel en habitat richtlijn

Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland

Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A3): Opdrachtgever:

Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo Overzicht: © OpenStreetMap contributors, CC-BY-SA

EC247026 SK ECO QS CH 20 februari 2024 1:75000 Kubiek

Zwolle - Kampen - Almere - Joure ...ateboer Milieutechniek\GIS\Projecten 2024\W\Woudenberg, John F Kennedylaan 114\EC247026 John F Kenne

ECO QS

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2594/documents/55447