CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Quickscan flora en fauna.pdf

Raadscommissie 12 april 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 11: Vaststellen bestemmingsplan Voskuilerweg 367.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voskuilerweg 36 te Woudenberg - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -

Opdrachtgever

DLAdvies

Datum veldbezoek

30 januari 2020

Kenmerk rapport

Q2020.015- Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg

Datum rapport

18 februari 2020

Versie

V1.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

6 6 6 6 7

2 ONDERZOEKSOPZET

8

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

8 8

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGENONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES

8 9 14 16 16 17 20 20 20 23 23 24

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van DLAdvies heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Voskuilerweg 36 te Woudenberg een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Woudenberg en betreft enkele opstallen en de directe omgeving daarvan. De initiatiefnemer is voornemens een loonwerkersbedrijf te starten op het voormalige agrarische perceel. In dit kader wordt de meest noordelijk gelegen opstal geamoveerd. Voor deze opstal zal geen nieuwe bebouwing terugkomen. De overige opstallen worden gehandhaafd. Wel zullen enkele opstallen in dienst komen van het loonbedrijf, waaronder de koeienstal. Deze opstal zal dienst gaan doen als bedrijfsruimte en als opslaglocatie voor landbouwvoertuigen en machines. De veestal zal dienst gaan doen als onderkomen voor hobbydieren als pony’s en schapen. Tevens zal een gedeelte van het naastgelegen weiland omgevormd worden tot wintervoedselakker en zal de akkerrand, aangrenzende aan het klompenpad, ingezaaid worden met een bloemenmengsel. De hertenweide en de ruwvoeropslag zullen plaatsmaken voor een boomgaard en een rustpunt met informatie bord. Er zullen tevens diverse voorzieningen worden gerealiseerd voor vogels en zoogdieren zoals uilen en vleermuizen. In het kader van het project zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt.

De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 30 januari 2020 plaatsgevonden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura2000-gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing.

Er zijn bij de te slopen opstal geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen/ exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. Mogelijk hebben vleermuizen vaste verblijfplaatsen in enkele opstallen binnen en nabij het plangebied. Er zullen geen ingrepen plaatsvinden aan de opstallen waardoor er geen verblijfplaatsen verloren zullen gaan.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 4

Er zijn in de te handhaven rundveestal enkele huismussen waargenomen. Het is aannemelijk dat huismussen hier ook nestlocaties hebben. Tevens is het aannemelijk dat de soort ook nestlocaties heeft in enkele van de naastgelegen opstallen. In de toekomstige situatie kunnen huismussen blijven broeden in deze opstallen omdat er geen significant fysieke ingrepen zullen plaatsvinden aan die opstallen. In potentie kunnen uilensoorten de ruimte achter de isolatiepanelen van de rundveestal als nestlocatie gebruiken. Er vindt geen fysieke aantasting of verstoring van die plekken plaats waardoor eventueel aanwezige uilen ook in de toekomstige situatie gebruik kunnen blijven maken van de opstal. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels, uilen en vleermuizen. Algemeen voorkomende vogelsoorten (zonder jaarrond beschermd nest) broeden naast het plangebied. Zo zijn er oude huiszwaluwnesten aangetroffen aan de windveer van het woonhuis. Tevens is er één oud boerenzwaluwnest aangetroffen in de privé-opslag. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen.

→ Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; → Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing. Bovenstaande conclusies gelden voor de situatie dat er geen significant fysieke of indirecte aantasting van de opstallen (met uitzondering van de noordelijke schuur) gaan plaatsvinden. Wanneer er bijvoorbeeld aantasting van de daken gaat plaatsvinden of wanneer het gebruik van de opstallen intensiever wordt (met veel geluid en trillingen bijvoorbeeld) kan het noodzakelijk zijn wel nader onderzoek naar uilen, huismus en vleermuis te laten uitvoeren.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 5

1 INLEIDING In opdracht van DLAdvies heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Voskuilerweg 36 te Woudenberg een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens een loonwerkersbedrijf te starten op het voormalige agrarische perceel. In dit kader wordt de meest noordelijk gelegen opstal geamoveerd. Voor deze opstal zal geen nieuwe bebouwing terugkomen. De overige opstallen worden gehandhaafd. Wel zullen enkele opstallen in dienst komen van het loonbedrijf, waaronder de koeienstal. Deze opstal zal dienst gaan doen als bedrijfsruimte en als opslaglocatie voor landbouwvoertuigen en machines. De veestal zal dienst gaan doen als onderkomen voor hobbydieren als pony’s en schapen. Tevens zal een gedeelte van het naastgelegen weiland omgevormd worden tot wintervoedselakker en zal de akkerrand, aangrenzende aan het klompenpad, ingezaaid worden met een bloemenmengsel. De hertenweide en de ruwvoeropslag zullen plaatsmaken voor een boomgaard en een rustpunt met informatie bord. Er zullen tevens diverse voorzieningen worden gerealiseerd voor vogels en zoogdieren zoals uilen en vleermuizen. In het kader van het project zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt.

In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben. Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 6

Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig. Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 7

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site webkaart.provincie-utrecht zijn geraadpleegd in februari 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 30 januari 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het bewolkt bij een temperatuur van rond de 6°C. Het gehele plangebied was toegankelijk ten tijde van het veldbezoek. De directe omgeving van het plangebied, onder andere de noordelijk gelegen bosschage, is tijdens het veldbezoek eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is de initiatiefnemer geïnterviewd.

Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog K.H. Eymael met een relevante MBO4 opleiding (ecologie en wildlife management). Tevens worden door de ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 8

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Woudenberg en betreft enkele opstallen en de directe omgeving daarvan.

Afbeelding 1: Situering plangebied (rode kader). Blauwe kader; bekeken gebied. Paarse kader; de te amoveren opstal. (bron: Rudi Herder Bouwkundig ontwerp en advies).

Er wordt 1 opstal geamoveerd, andere opstallen veranderen qua functie. De te amoveren opstal betreft een oude stal. De opstal beschikt deels over een pannendak zonder dakbeschot, het overige gedeelte van het dak betreft een golfplaten dak. Verder beschikt de opstal niet over elementen als spouw, gevelbekleding met ruimte tussen muur en bekleding en dergelijke. De overige opstallen op het perceel betreffen een in gebruik zijnde rundveestal, een veestal en een woning. De rundveestal en de veestal beschikken niet over elementen als spouw, dakpannen met dakbeschot en gevelbekleding. De opstallen beschikken deels wel over isolatiepanelen. Het overige gedeelte van het plangebied betreft voornamelijk weiland. Verder zijn er enkele struiken en bomen aanwezig. De directe omgeving bestaat uit woningen, agrarische percelen en bedrijven, oppervlaktewateren en groenstructuren. Ten noorden van onderhavig plangebied is een bosschage aanwezig. Direct naast het plangebied is een boomlaan.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 9

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 5 (afbeelding 1), de te amoveren oude stal.

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 5 (afbeelding 1), de te amoveren oude stal.

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 4 (afbeelding 1); de te handhaven rundveestal.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 10

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 4 (afbeelding 1); de te handhaven rundveestal.

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 4 (afbeelding 1); de te handhaven rundveestal.

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 3 (afbeelding 1); de te handhaven veestal.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 11

Foto’s: Indrukken plangebied. Opstal 3 (afbeelding 1); de te handhaven veestal.

Foto’s: Indrukken plangebied. Weiland.

Foto’s: Indrukken plangebied. Overig.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 12

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Opstal 1 (afbeelding 1); Woning.

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Privé opslag.

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Opstal 2 (afbeelding 1); Privé opslag.

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Opstal 2 (afbeelding 1); Privé opslag.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 13

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Bomenlaan.

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Oppervlaktewater in noordelijke bosschage en Voskuilerweg.

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens een loonwerkersbedrijf te starten op het voormalige agrarische perceel. In dit kader wordt de meest noordelijk gelegen opstal geamoveerd. Voor deze opstal zal geen nieuwe bebouwing terugkomen. De overige opstallen worden gehandhaafd. Wel zullen enkele opstallen in dienst komen van het loonbedrijf, waaronder de rundveestal. Deze opstal zal dienst gaan doen als bedrijfsruimte en als opslaglocatie voor landbouwvoertuigen en machines. De veestal zal dienst gaan doen als onderkomen voor hobbydieren als pony’s en schapen. Tevens zal een gedeelte van het naastgelegen weiland omgevormd worden tot wintervoedselakker en zal de akkerrand, aangrenzende aan het klompenpad, ingezaaid worden met een bloemenmengsel. De hertenweide en de ruwvoeropslag zullen plaatsmaken voor een boomgaard en een rustpunt met informatie bord. Er zullen tevens diverse voorzieningen worden gerealiseerd voor vogels en zoogdieren zoals uilen en vleermuizen. In het kader van het project zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 14

Afbeelding 2: Plattegrond gewenste toekomstige situatie (bron: Rudi Herder Bouwkundig ontwerp en advies).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 15

4 BEVINDINGENONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland en geen natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Het noordelijk gelegen bosschage is wel gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland.

Afbeelding 3: Ligging van het plangebied t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland (bron: webkaart.provincieutrecht.nl).

Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 5.000 meter van een Natura2000gebied. Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied) als das, eekhoorn, boommarter, gewone, ruige en kleine dwergveermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, baardvleermuis, ransuil, steenuil, roek, gierzwaluw en huismus voorkomen. Er zijn geen openbare, relevante rapportages gevonden van planlocaties in de directe omgeving van onderhavige locatie.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 16

4.2 Bevindingen veldonderzoek Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied is bijna geheel bebouwd en verhard. Het overige deel betreft weiland en tuin. Ook hier zijn geen beschermde planten aangetroffen. De aanwezige soorten betreffen met name aangeplante soorten en soorten die op verstoorde en voedselrijke gronden voorkomen. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied en de omgeving diverse vogels waargenomen zoals huismus, kauw, koolmees, ekster, merel en winterkoning. Doordat de te slopen opstal niet beschikt over geschikte holtes/ openingen is de opstal niet geschikt bevonden voor jaarrond beschermde nesten van holtebroeders zoals huismus en gierzwaluw. Er zijn tevens geen geschikte broedlocaties voor uilen in deze opstal aanwezig. Er zijn dan ook geen sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) aangetroffen in de te amoveren opstal. In de te handhaven rundveestal (opstal 4, afbeelding 1) zijn huismussen waargenomen. Het is aannemelijk dat er nesten aanwezig zijn achter de isolatiepanelen en overige verborgen plekken. Ook bij de overige opstallen op het perceel, zoals bij de veestal, privé opslag en de woning zijn nesten van huismussen te verwachten gezien er verschillende geschikte openingen en fecaliën aanwezig zijn.

Foto: Openingen met fecaliën die mogelijk gebruikt worden door huismus.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 17

Bij de overige opstallen binnen het plangebied zijn geen nesten of sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) van uilen aangetroffen. Wel is het mogelijk dat er achter de isolatiepanelen van de rundveestal broed- of roestplekken van kerkuil of steenuil aanwezig zijn. Dit was ten tijde van het veldbezoek niet et achterhalen.

Foto: Isolatiepanelen rundveestal mogelijk geschikt voor uilen.

Er zijn binnen het plangebied geen horsten van roofvogels waargenomen. Het plangebied betreft gezien de directe omgeving geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Er wordt door de huiszwaluw en boerenzwaluw gebroed nabij het plangebied. Er zijn van huiszwaluw meerdere oude nesten aanwezig aan de windveren van de woning. In de privéopslag is een oud nest van boerenzwaluw aanwezig.

Foto: Nestresten van huiszwaluw aan windveer van de woning en oud nest van boerenzwaluw in de privéopslag.

Er wordt door soorten zonder jaarrond beschermd nest gebroed binnen en nabij het plangebied.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 18

Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie in de te amoveren opstal. In de opstal zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals latrines of prooiresten, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Er zijn binnen het plangebied geen geschikte opstallen, bosschages of andere elementen aanwezig waarin soorten als das en kleine marterachtigen kunnen verblijven. Er zijn geen nesten/ holtes of sporen aangetroffen van eekhoorn of boommarter. Genoemde soorten kunnen wel worden verwacht in het bosschage gelegen ten noorden van onderhavig plangebied. Algemeen voorkomende soorten zoals vos, ree, haas, huis- en veldmuis en egel kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Vleermuizen De te slopen opstal is niet geschikt bevonden voor vleermuizen. De opstal heeft geen spouw, gevelbetimmering waarachter geschikte ruimtes aanwezig zijn, een pannendak met dakbeschot of andere plekken die geschikt zouden kunnen zijn voor gebouwbewonende vleermuizen. De veestal, de privéopslag en de woning kunnen eventueel wel gebruik worden door vleermuizen. Er zijn binnen het plangebied geen geschikte bomen (met holtes, scheuren of loszittend schors aanwezig.

De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is derhalve uitgesloten. De verwachting is dat er gefoerageerd wordt door vleermuizen binnen en nabij het plangebied. Essentiële vliegroutes worden binnen het daadwerkelijke plangebied niet verwacht. Het is aannemelijk dat de naastgelegen bomenlaan door vleermuizen gebruikt wordt om te navigeren. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk dat algemeen voorkomende soorten weggekropen zitten onder de aanwezige groene elementen binnen het plangebied. Bij het oppervlaktewater in het noordelijk gelegen bosschage zijn beschermde amfibiesoorten wel te verwachten. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals water, broeihopen en geschikt landhabitat). In het noordelijk gelegen bosschage kunnen in potentie reptielen worden verwacht. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn.

Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 19

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. Verdere toetsing aan het NNN wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Bovendien zijn er op dit gebied in de toekomstige situatie geen significant negatieve effecten te verwachten, zoals bijvoorbeeld ernstige verstoring door geluid, licht of menselijke aanwezigheid. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura2000-gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als en vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt.

Derhalve is het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming niet van toepassing in onderhavige situatie. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels In de te amoveren opstal zijn jaarrond beschermde nesten niet te verwachten. Doordat er geen significante, fysieke ingrepen aan de overige opstallen zullen plaatsvinden, kunnen de waargenomen huismussen in de toekomstige situatie gebruik blijven maken van deze opstallen om er te verblijven, foerageren en voort te planten. Mogelijk hebben uilen broed- of roestplekken achter de isolatiepanelen van de rundveestal.

De initiatiefnemer gaf aan dat er geen significante aantasting/ verstoring zal plaatsvinden aan/in de opstal waardoor mogelijke broed- of roestplekken behouden blijven in de toekomstige situatie.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 20

→ Indien er onverwacht toch grote ingrepen (zoals het vervangen van het dak) aan de opstallen zullen plaatsvinden of de opstallen erg verstoort gaan worden dient er een nader onderzoek naar huismussen plaats te vinden. Binnen het plangebied zijn diverse vogels of nesten van vogels waargenomen die een zogenaamd categorie 5 nest (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) hebben, zoals koolmees, huiszwaluw en boerenzwaluw. De sloop van de noordelijke opstal of het toekomstige gebruik van de overige opstallen zal niet tot gevolg hebben dat de genoemde soorten niet meer kunnen broeden. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Er wordt binnen het plangebied gebroed door vogels zonder jaarrond beschermd nest. De voorgenomen ingrepen mogen geen bezette nesten vernietigen of verstoren. Derhalve dienen de sloopwerkzaamheden te starten voor de aanvang van het broedseizoen of geheel buiten deze periode plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van begin maart tot en met juli/ augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vogels, mits de genoemde voorwaarden worden gehanteerd.

Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten of verblijfplaatsen ervan waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Algemeen voorkomende soorten komen voor binnen het plangebied. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Doordat de te slopen opstal niet geschikt is bevonden voor vleermuizen, er geen geschikte bomen aanwezig zijn en de overige opstallen op het perceel niet significant worden aangetast, maakt dat er geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen verloren zullen gaan. → Indien de te handhaven opstallen toch significant worden aangetast, zoals het verwijderen van het dak, dient er een ander onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden. Het is, gezien de geplande ingrepen, niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatief beïnvloed worden door de gewenste situatie. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen het plangebied.

Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. Verstoring van de bomenlaan door licht dient tijdens de sloopwerkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen, mits de genoemde voorwaarden worden gehanteerd.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 21

Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende amfibieën kunnen voorkomen binnen het plangebied. Dergelijke soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 22

6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.

Conclusie NNN Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Natura2000/ Nederland (NNN). houtopstanden → De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura2000-gebied. → Er zal derhalve geen rechtstreekse of indirecte aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, verdroging, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. → Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Er worden in het kader van het project geen bomen gekapt. → Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing. Soortgroepen Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Er zullen door de voorgenomen ingrepen geen jaarrond beschermde nesten verloren gaan. → Indien de te handhaven opstallen significant worden aangetast dient er een nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten plaats te vinden. Het plangebied betreft geen foerageergebied. Er dient rekening te worden gehouden met broedende vogels binnen en nabij het plangebied. → De geplande werkzaamheden mogen geen broedgevallen significant verstoren.

Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. → Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen vastgesteld in de te slopen opstal. Mogelijk gebruiken vleermuizen enkele van de te handhaven opstallen als vaste verblijfplaats.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 23

Soortgroepen

→ Indien de te handhaven opstallen significant worden aangetast dient er een nader onderzoek naar vleermuizen plaats te vinden. Er zullen door de ingreep geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen. → Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; → Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing. 6.2 Vrijblijvend advies De initiatiefnemer gaf aan verschillende (nest)kasten te willen ophangen binnen en nabij het plangebied. De directe omgeving van het plangebied is door de aanwezigheid van onder andere knotwilgen en weilanden geschikt voor steen- en kerkuilen. Gezien een gedeelte van het weiland in de toekomstige situatie als wintervoedselakker gebruikt zal worden, zullen er in de toekomstige situatie onder andere meer muizen voorkomen. Om een ecologisch evenwicht te proberen te krijgen kan het raadzaam zijn dat er nestkasten voor steen- en kerkuil worden opgehangen. Voor de steenuil kan een nestkast in één van de bomen in/nabij het plangebied worden opgehangen. Voor de kerkuil is het mogelijk om een kast op te hangen in bijvoorbeeld de rundveestal. Verder is het aan te raden om voor de aanwezige huismussen nestkasten op te hangen. De nestkasten kunnen worden opgehangen aan de bestaande opstallen binnen het plangebied.

Gezien de huismus een koloniebroeder is, is het beter om meerdere kasten bij elkaar op te hangen. Mogelijk hebben gebouwbewonende vleermuizen verblijfplaatsen in enkele opstallen binnen het plangebied. Voor boombewonende soorten is het ook mogelijk om verblijfplaatsen te creëren. Zo kunnen er aan de bomen in de naastgelegen bomenlaan bolle vleermuiskasten worden opgehangen. Tijdens het veldbezoek zijn er nestresten van huiszwaluw en boerenzwaluw aangetroffen. Doordat de koeien verplaatst zullen worden naar een andere locatie kan het voor deze soorten lastiger worden om bouwmateriaal (modder) te vinden voor hun nesten. Om deze soorten te helpen kunnen er kunstnesten worden opgehangen. Doordat de akkerrand ingezaaid zal worden met een bloemenmengsel zullen er in de toekomstige situatie meer insecten voorkomen binnen het plangebied. Zwaluwen zorgen voor een reductie van insecten.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 24

Voor een ecologische bestrijding van de eikenprocessierups kunnen kool- en pimpelmeeskasten worden opgehangen. Het lijkt erop dat de egel het steeds moeilijker krijgt in Nederland. Om de soort te helpen kunnen er speciale egelhuizen worden geplaatst binnen het plangebied. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ een ter zake kundige bij de aanschaf en plaatsing van de maatregelen te betrekken opdat er het hoogste rendement uit de kasten gehaald kan worden. Voor het ophangen van de nestkasten voor steenuil, kerkuil en huismus kan bijvoorbeeld de lokale vogelwerkgroep/ uilenwerkgroep worden ingeschakeld. Een dergelijke werkgroep weet of er al kasten hangen in de omgeving en of het zinvol is om de gewenste kasten op te hangen.

Voorbeelden voorzieningen: steenuil, kerkuil, huismus/ gierzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw, vleermuizen, roodborst, koolmees en egel (bron: Faunaprojecten.nl, vivara.nl en vogelhuisjes.nl).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 25

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 26

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 27

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 28

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 29

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 30

(Bron: Website Ecologica, december 2019).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 31

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 32

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 33

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 34

omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 35

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 36

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 37

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 38

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 39

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 40

BIJLAGE 4 BRONNEN

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 41

www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2020.015-Quickscan flora en fauna Voskuilerweg 36 te Woudenberg-

Pagina | 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1681/documents/36825