CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04. bijlage quickscan wet natuurbescherming.pdf

Raadscommissie 12 januari 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 8: Vaststellen bestemmingsplan Griftdijk 289.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming ‘Griftdijk 28’ te Woudenberg

In opdracht van en in samenwerking met:

Blad 2 van 34

Colofon Titel Subtitel

Quickscan wet natuurbescherming Griftdijk 28, te Woudenberg

Opdrachtgever

Stuivenberg Tuinmachines VOF Griftdijk 28 3931 MC Woudenberg

Projectlocatie

Griftdijk 28 3931 MC Woudenberg

Contactpersoon

G.G. Prinsen en R. Stuivenberg

Projectnummer Datum Status

QS19082357 12 mei 2020 Concept (3)

Veldonderzoek

G.R. Bouw

Auteur(s)

P.D. Fitskie

Flora- en fauna deskundige, Ruimtelijke ontwikkeling niveau 3 Flora- en fauna deskundige, Ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 European Tree Worker (ETW) European Tree Technician (ETT) Boom technisch adviseur, Norminstituut handboek bomen HBO Minor bomen en stedelijke omgeving Gecertificeerd Boom Veiligheid Controleur

Gecontroleerd door G.R. Bouw

Copyright © 2019 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Blad 3 van 34

Kennismaken met FF Solutions FF Solutions ‘Wet natuurbescherming’ FF Solutions is een Eco consultancy die zich heeft toegelegd op het in kaart brengen van voorkomende ecologische vraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). Ten behoeve van de uitwerking van de Wet natuurbescherming hanteert FF Solutions de gedragscode ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming Ruimtelijke Ontwikkeling & Inrichting’. Deze gedragscode is opgesteld door Stadswerk Ede en goedgekeurd door het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en biedt opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. FF Solutions ‘Boomtechniek’ FF Solutions is een consultancy die zich heeft toegelegd op het onder andere in kaart brengen van voorkomende boom vraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van boomtechniek met betrekking tot weten regelgeving en groeiomstandigheden van de boom. De kennis is getoetst onder Europees toezicht, het EAC. Middels een puntensysteem wordt de kennis en kwaliteit van de kennis op pijl gehouden en geborgd.

FF Solutions onderhoudt de vereiste kwalificaties, waardoor de certificering geborgd blijft. FF Solutions ‘Landschappelijke inpassingen’ FF Solutions is een consultancy die zich heeft toegelegd op het o.a. in kaart brengen en tekenen van landschappelijke inrichting plannen die bij ruimtelijke ontwikkelingen toegepast kunnen worden. FF Solutions is voorzien van kennis op het gebied van landschappelijke inpassingen met betrekking tot het in kaart brengen van gebied eigen natuurwaarden. FF Solutions onderhoud de benodigde kennis door continu zich te blijven verdiepen in natuurwaarden die gesteld worden aan bepaalde gebieden. FF Solutions onderhoudt dan ook diverse kwalificaties die aan dit onderwerp zijn gerelateerd. Uitgebreidere informatie bevindt zich in bijlage 3.

Blad 4 van 34

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Methoden

5 5

1.2 Betrouwbaarheid

6

1.3 leeswijzer

6

2 Bureauonderzoek 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

7 7

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

8

2.3 Topografische ligging

8

2.4 Bureauonderzoek beschermde soorten.

8

2.5 Beschermde houtopstanden

10

2.6 Natura 2000

11

2.7 Ecologische hoofdstructuur (NNN)

11

2.8 Ander beleidsmatig beschermd gebied

11

3 Veldonderzoek 3.1 Soortenonderzoek binnen de projectlocatie

12 12

3.2 Samenvatting van de veldgegevens

14

4 Onderzoeksresultaten en toepassing WNB 4.1 Vogels

15 15

4.2 Vleermuizen

17

4.3 Overige zoogdieren

18

4.4 Reptielen, amfibieën en vissen

19

4.5 Insecten

20

4.6 Vaatplanten

21

4.7 Beschermde houtopstanden

22

4.8 Zorgvuldig handelen en algemene zorgplicht

22

4.9 Erkend belang

23

4.10 Noodzaak tot nader onderzoek

23

4.11 Gebiedsbescherming

23

5 Samenvatting en conclusies 5.1 Eind Conclusie

24 25

6 Bijlagen Bijlage 1: Bronnen

26 26

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst

27

Bijlage 3: Over FF Solutions

30

Bijlage 4: Toepassing van de natuurwetgeving

31

Bijlage 5: Foto’s

34

Blad 5 van 34

1

Inleiding FF Solutions heeft van Stuivenberg Tuinmachines opdracht gekregen een quickscan wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Griftdijk 28’ , te Woudenberg. De voorgenomen ontwikkeling betreft het herbestemmen van een projectlocatie. Binnen de projectlocatie wordt een opstal (100m2) gesloopt om ruimte te maken voor nieuwbouw (300m2) met bijbehorend buitenterrein binnen de projectlocatie. De voorgenomen ontwikkeling betreft een functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie niet wezenlijk gewijzigd zijn. De Quickscan Wet natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er binnen de onderzoek locatie beschermde planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

1.1

Methoden Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor is de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna NDFF genoemd) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de website van het ministerie van economische zaken, ‘Beschermde natuur in Nederland, soorten en gebieden in wetgeving en beleid’ en digitale atlassen van de betreffende provincie. De geraadpleegde bronnen staan vermeldt in bijlage 1. Door middel van een veldonderzoek wordt de projectlocatie onderzocht op sporen, verblijf en-/ of rustplaatsen. Er wordt een schatting gedaan welke beschermde soorten zich binnen de projectlocatie aanwezig kunnen zijn. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, uitwerpselen, pootafdrukken en dergelijke). Tijdens het veldonderzoek wordt er onder andere gebruik gemaakt van een checklist voor het inschatten van aanwezigheid vleermuizen, opgesteld door Netwerk Groene Bureaus. Tevens is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling). Een verklarende woordenlijst bevindt zich in bijlage 2.

Blad 6 van 34

1.2

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving(zie bijlage 4). Het onderzoek betreft een moment opname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. FF Solutions accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door FF Solutions uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een Quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het aanbeveling de resultaten van de Quickscan opnieuw te toetsen. FF Solutions verklaart ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek. Voor zover bij de opdrachtgever bekend, is er niet eerder ecologisch onderzoek op de onderzoekslocatie uitgevoerd.

1.3

leeswijzer Dit onderzoek is opgedeeld in een bureauonderzoek en een veldonderzoek. Hoofdstuk 2 bestaat uit het bureauonderzoek, waarin het huidige, toekomstige gebruik en topografische ligging van de onderzoekslocatie besproken wordt. Ook vind u in dit hoofdstuk de gegevens van de NDFF en te verwachtte beschermde soorten omtrent de onderzoekslocatie, beschermde houtopstanden, Natura 2000, ecologische hoofdstructuur en andere beleidsmatig beschermde gebieden. In hoofdstuk 3 komt het veldonderzoek aan bod. Dit veldonderzoek bestaat uit een verslag van de onderzochte projectlocatie. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een schema voorzien van de samenvatting van de veldgegevens. Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten en toepassing WNB, hier komt het bureauonderzoek en veldonderzoek samen. Per categorie beschermde soorten worden de vaststellingen, methode vaststellingen en de toepassing beschreven. Het onderzoek wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met de samenvatting en conclusies op de uitkomst van het onderzoek.

Blad 7 van 34

2

Bureauonderzoek Binnen het bureauonderzoek wordt de huidige situering en voorgenomen ontwikkelingen van de projectlocatie beschreven. De topografische ligging en invloeden ten opzichte van gebiedsbescherming. Tijdens het bureauonderzoek wordt onderzocht of de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied ligt van beschermde soorten De verzamelde informatie uit het bureauonderzoek vormt een basis voor het veldonderzoek. Tijdens het veldonderzoek wordt binnen en rondom de onderzoeklocatie uitgebreid geïnspecteerd op verblijfsmogelijkheden, sporen en-/ of resten van beschermde soorten, ook soorten die vanwege gebrekkige habitat eisen mogelijkerwijs niet verblijven binnen de onderzoekslocatie.

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving Het bedrijfspand bevindt zich binnen de bebouwde kom van Woudenberg, de naastgelegen schuur bevindt zich buiten de bebouwde kom (zie fig. 2.0). De projectlocatie wordt omringd door agrarische landbouwgronden, agrarische bedrijven en woonhuizen. Oostelijk van de projectlocatie bevindt zich de weg Griftdijk gevolgd door een watergang de Woudenbergsche Grift, hierna begint een woonwijk. De projectlocatie bestaat uit een stenen bedrijfspand, schuur, gecultiveerde tuin met diverse bomen aan de wegzijde, fruitbomen, hagen, 2 x gazon (totaal 2100m2) en bestrating (800m2). Het dak op het bedrijfspand bestaat uit dakpannen, er bevinden zich geen gaten en-/ of kieren. De stootvoegen zijn voorzien van bijenbekjes, de gevel betimmering is goed onderhouden zonder gaten en-/ of kieren. De schuur bestaat uit enkelsteense muren, met golfplaten dakbedekking, zonder spouw of dakbeschot. Er bevind zich een brandhoutopslag tegen de oostelijke muur. Het brandhout wordt intensief gebruikt. Belendend met het grasveld bevindt zich een zandhoop met enkele hoge grassen.

Fig. 2.0 Projectlocatie, (oranje stippellijn = grens bebouwde kom Woudenberg, achtergrondbron: opdrachtgever)

Blad 8 van 34

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De voorgenomen ontwikkeling betreft het herbestemmen van een projectlocatie. Binnen de projectlocatie wordt een opstal (100m2) gesloopt om ruimte te maken voor nieuwbouw (300m2) met bijbehorend buitenterrein binnen de projectlocatie. De voorgenomen ontwikkeling betreft een functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie niet wezenlijk gewijzigd zijn. Detailgegevens omtrent de toekomstige inrichting van de onderzoekslocatie en de situering van het te ontwikkelen terrein zijn bij FF Solutions niet bekend.

2.3

Topografische ligging De topografische ligging van de onderzoekslocatie afgebeeld op verschillende figuren. Rood omlijnd de te slopen opstal van 100 m2

Fig. 1.0 Topografische aanduiding projectlocatie (bron: www.google.nl)

2.4

Fig. 1.1 Topografische aanduiding projectlocatie (bron: www.google.nl)

Bureauonderzoek beschermde soorten. Tijdens het bureauonderzoek wordt onderzocht of de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied ligt van beschermde soorten. Er is gebruik gemaakt van beschikbare bronnen zoals actuele verspreidingsgegevens zie voor een volledig overzicht het hoofdstuk Geraadpleegde bronnen. De NDFF verleent toegang tot gebruik van hun databank. Verkregen informatie is bij FF Solutions aanwezig, en mag worden ingezien. Ter bescherming van de NDFF wordt de verkregen informatie van de NDFF niet aan derden verspreid. Bij het gebruik van waarnemingen is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen worden gebruikt om een beeld van de ecologische potenties van een gebied te geven.

Blad 9 van 34

2.4.1 Broedvogels bureauonderzoek Er wordt onderscheid gemaakt in hoeverre broedvogels het nest permanent benutten, koloniebroeders zijn en in hoeverre zij in staat zijn een nest (opnieuw) op te bouwen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën, waarbij nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn en de nesten van soorten onder categorie 5 beschermd zijn als er onvoldoende alternatieven zijn. Hierna worden de categorieën 1 t/m 4 geclusterd als jaarrond beschermde nesten en categorie 5 als overige nesten van broedvogels Jaarrond beschermde nesten van broedvogels Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nestplaats, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (bijvoorbeeld: steenuil). De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen binnen de projectlocatie, wel een waarneming van de huismus in de directe omgeving van de projectlocatie. Overige nesten van broedvogels Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen de projectlocatie. Wel zijn er waarnemingen bekend in de directe omgeving van de projectlocatie.

De aalscholver, gaai, huismus, huiszwaluw, kokmeeuw, koolmees, meerkoet, merel, roodborst, spreeuw, turkse tortel, waterhoen, wilde eend en zwarte kraai. Ook zijn er waarnemingen bekend door een meting van de NEM (20122016) van 20 soorten waarbij de gemeente Woudenberg als verspreidingsgebied is weergegeven. 2.4.2 Vleermuizen bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van vleermuissoorten binnen of in de directe omgeving van de projectlocatie. 2.4.3 Overige zoogdieren bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden een waarneming van een konijn binnen de projectlocatie. In de directe omgeving is een waarneming bekend van de bever. 2.4.4 Reptielen bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. 2.4.5 Amfibieën bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. 2.4.6 Vissen bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. 2.4.7 Beschermde libellen bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie.

Blad 10 van 34

2.4.8 Beschermde dagvlinder bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. 2.4.9 Beschermde ongewervelden bureauonderzoek De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. 2.4.10 Beschermde vaatplanten bureauonderzoek De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van deze soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie.

2.5

Beschermde houtopstanden De werklocatie is gelegen binnen en buiten de bebouwde kom van Woudenberg. Binnen de realisatie worden geen bomen gekapt. Tevens bevinden er zich geen grote houtopstanden of rijbeplanting van meer dan 20 bomen binnen de projectlocatie. Er dient een kapmelding gedaan te worden bij het kappen of rooien van bomen in rijbeplanting van meer dan 20 bomen, of een houtopstand groter dan 10 are.

Blad 11 van 34

2.6

Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken is gelegen op een afstand van ruim 10 kilometer van het gebied. In Figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natura 2000 - gebied weergegeven.

Fig. 2.1 Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied(geel).

2.7

Fig. 2.2 Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van de NNN-gebieden (groen) en de groene contour (licht groen)

Ecologische hoofdstructuur (NNN) De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is als NNN-gebied(fig. 2.2). Het meest nabij gelegen NNN-gebied ligt op ruim 170 meter afstand van de projectlocatie. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen dat aangewezen is al groene contour. Het meest nabij gelegen Groene contour ligt op ruim 380 meter afstand van de projectlocatie.

2.8

Ander beleidsmatig beschermd gebied De onderzoekslocatie is zover bekend bij FF Solutions, niet gelegen binnen grenzen dat aangewezen is als ander beleidsmatig beschermd gebied.

Blad 12 van 34

3

Veldonderzoek In dit veldonderzoek is de projectlocatie onderzocht op vestigingsplaatsen van mogelijk gevestigde flora en/of fauna. Ook de directe omgeving is hierbij zover mogelijk onderzocht op potentiële vestigingsplaatsen en/of biotopen van beschermde soorten.

3.1

Soortenonderzoek binnen de projectlocatie In dit veldonderzoek is de projectlocatie onderzocht op vestigingsplaatsen van mogelijk gevestigde flora en/of fauna. Waarnemingen worden omschreven per soort, en weergegeven in figuur 3.0. Het veldonderzoek vond plaats op 3 oktober 2019, eind van de ochtend ( 14 °C, bewolkt, droog, 0 BFT). De te slopen schuur is niet spouw gebouwd en heeft geen dakbeschot. De schuur is visueel goed te beoordelen. Het aangrenzende bedrijfsgebouw is wel spouw gebouwd. De ventilatie openingen zijn met ‘bijenbekjes’ afgeschermd. Binnen de projectlocatie zijn er geen verblijfplaatsen en-/of sporen waargenomen door onze deskundige. Jaarrond beschermde nesten Geen waarnemingen. Wel bevindt er zich een nestplatform geschikt voor een ooievaar naast de schuur. Tijdens het veldonderzoek vertelde de eigenaar dat het nestplatform al een aantal jaar staat maar nooit in gebruik genomen is door ooievaars. In het voorjaar heeft een ooievaar deskundige het nestplatform geïnspecteerd, en het nestplatform voldeed niet aan de eisen gesteld door de ooievaar. Het platform is aangepast, zodat ooievaars hiervan gebruik kunnen maken. Er is dit jaar een ooievaar rondom het nestplatform waargenomen, maar heeft geen gebruik gemaakt van het nestplatform. Algemene broedvogel Er zijn geen nestplaatsen waargenomen.

Wel biedt de haag en-/ of fruitbomen algemene broedvogels de mogelijkheid zich te vestigen. Onze deskundige had hier ook nestplaatsen verwacht. Vleermuizen Er zijn geen gaten en-/of kieren waargenomen bij het bedrijfspand. De stootvoegen zijn voorzien van bijenbekjes. De schuur bestaat uit enkelsteense muren en een golfplaten dak zonder beschot, ook hier zijn geen geschikte (stabiele) vestigingsplaatsen voor vleermuizen vastgesteld. Er bevinden zich fruitbomen binnen de projectlocatie, welk insecten aantrekt. Mogelijk foerageren vleermuizen rondom de fruitbomen. Er bevinden zich geen lijnvormige landschapselementen geschikt als vleermuis vliegroute binnen de projectlocatie. De directe omgeving, de bomen langs de Meent en de Woudenbergsche Grift bieden vleermuizen wel lijnvormige landschapselementen waardoor ze mogelijk onderdeel uitmaken van een vleermuisvliegroute. De houtopslag biedt vleermuizen onvoldoende gelegenheid om zich in te vestigen. Er is teveel tocht, het hout wordt veel gestookt waardoor er met regelmaat bewegingen zijn in de houtstapel

Blad 13 van 34

Amfibieën, reptielen, vissen en libellen Amfibieën, reptielen, vissen en libellen verlangen (jaarrond) wateroppervlakken, welk ontbreken binnen de projectlocatie. Er zijn geen amfibieën, reptielen, vissen en libellen waargenomen door onze deskundige. Er zijn geen steenhopen waargenomen geschikt voor reptielen als zonneplaats. Het gras wordt met regelmaat gemaaid. Beschermde dagvlinders en libellen Er zijn geen beschermde vlinders, libellen of hun waardplanten vastgesteld door onze deskundige. Beschermde ongewervelde Er zijn geen (jaarronde) wateroppervlakken of rottend eikenhout waargenomen binnen de projectlocatie. Beschermde vaatplanten Er zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen binnen de projectlocatie. De projectlocatie is grotendeels bestraat, het gras wordt met regelmaat gemaaid. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen sporen, van beschermde grondgebonden zoogdieren vastgesteld door onze deskundige. Wel bieden de hagen en houtstapel dekking voor kleine grondgebonden zoogdieren, mogelijk maken zij incidenteel gebruik van de projectlocatie. Projectlocatie Nestplatform ooievaar

Potentiële vliegroute vleermuizen Haag

Te slopen schuur

Fig. 3.1 Waarnemingen veldonderzoek (achtergrondbron: www.pdok.nl)

Blad 14 van 34

3.2

Samenvatting van de veldgegevens

Te verwachten soorten /geschiktheid van habitat binnen de projectlocatie

Broedvogels algemeen Broedvogels jaar rond beschermd Vleermuizen Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroute Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Beschermde libellen Beschermde dagvlinders Ongewervelden Beschermde vaatplanten Gebied bescherming Natura 2000 NNN GC Andere beleidsmatig beschermde gebieden

3 oktober 2019 Visuele waarnemingen zonder verblijfplaats binnen de projectlocatie nee nee

3 oktober 2019 Visueel waar genomen verblijf plaatsen binnen de projectlocatie

3 oktober 2019 Te verwachten verblijfplaatsen binnen de project locatie

nee nee

ja, in haag ooievaar

3 oktober 2019 Te nemen en/of genomen actie binnen het verkennend onderzoek nee nee

nee mogelijk

nee mogelijk

nee mogelijk

nee nee

nee nee

nee nee

nee nee

nee nee nee nee nee nee nee

nee nee nee nee nee nee nee

nee Kleine grondgebonden zoogdieren nee nee nee nee nee nee nee

Gebied aanwezigheid > 10 km > 170 m > 380 m Geen

Beschermde Houtopstanden Aantal bomen Oppervlakte

nee nee nee nee nee nee nee

Ons onbekend NVT

Tabel: Veldonderzoek inventarisatie ontwikkeling ‘Griftdijk 28‘ te Woudenberg, opgesteld 18 oktober 2019.

Blad 15 van 34

4

Onderzoeksresultaten en toepassing WNB Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van de geplande ingrepen bepaald welke effecten kunnen optreden op deze soorten. Per beschermde soort wordt beschreven welke mogelijk risico’s bestaan van overtreding van de Wet natuurbescherming. Indien van toepassing wordt aangegeven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is. Tevens wordt beschreven wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen en ontheffingen.

4.1

Vogels Beschermde vogelsoorten worden onderscheiden in vijf categorieën. Er wordt onderscheid gemaakt in hoeverre soorten het nest permanent benutten, koloniebroeders zijn en in hoeverre zij in staat zijn een nest (opnieuw) op te bouwen.

4.1.1 Jaarrond beschermde nesten van broedvogels Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen nestplaatsen, sporen en-/ of beschermde soorten waargenomen tijdens het veldonderzoek. Wel bevind er zich een nestplatform geschikt voor de ooievaar binnen de projectlocatie. De nestplaats is momenteel niet in gebruik genomen, wel bestaat de mogelijkheid dat hij in gebruik genomen gaat worden. Nestplaatsen van de ooievaar zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens de Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan nestplaatsen of leefgebied mogen deze niet beschadigen of opheffen. De voorgenomen werkzaamheden, het verwijderen van de schuur en uitbreiden van bedrijfspand heft geen nestplaats op van de ooievaar. De huidige schuur gelegen naast het nestplatform wordt verwijderd, het aan te bouwen deel bedrijfspand bevind zich verder verwijderd dan de schuur. De werkzaamheden zullen geluid en trillingen veroorzaken. Echter bestaat het bedrijf uit een leverancier in tuinmachines, waarbij het gazon met regelmaat betreden wordt door diverse machines. Deze machines zullen ook geluiden en trillingen soort gelijk aan de geluiden en trillingen veroorzaakt door de voorgenomen werkzaamheden.

Daarbij bevindt er een ooievaarsnest op een soortgelijk nestplatform langs de A28 ter hoogte van Amersfoort en Nijkerk. Deze nestplaats wordt al enkele jaren in gebruik genomen door ooievaars koppel, en bevindt zich 60m van de A28. “Dat een omgeving druk en lawaaiig is interesseert ze niet. Ze communiceren met lichaamstaal, dus geluid hindert ze niet, het zijn geen zangvogels” (aldus Michel Klemann, van Sovon Vogelonderzoek bron: nrc.nl 8 dec. 2010).

Blad 16 van 34

De ooievaar is beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Wet natuurbescherming. Voor deze soort zijn in Nederland geen Natura 2000- gebieden aangewezen. De staat van instandhouding van de ooievaar is in Nederland gunstig, met een significante toename (>5%) per jaar. De ooievaar bevindt zich niet op de rode lijst. Op basis van deze gegeven is “basis” zorgvuldig handelen van toepassing. Het is niet aannemelijk dat de ooievaar verstoord wordt door de voorgenomen ontwikkeling. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Projectlocatie is visueel onderzocht op beschermde soorten. Bij onvoldoende zicht is er gebruik gemaakt van een (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision en/ of een ladder. Verspreidingstrends geraadpleegd, directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.1.2 Broedvogels algemeen Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden diverse waarnemingen van deze soorten in de directe omgeving van de projectlocatie.

Er zijn geen nestplaatsen, beschermde soorten en-/ of sporen waargenomen tijdens veldonderzoek. Wel biedt de haag broedvogels de mogelijkheid zich te nestelen. Algemene broedvogels kunnen zich vrij gemakkelijk vestigen binnen en rondom de projectlocatie. Nestplaatsen van algemene broedvogels zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan functionele nestplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; Art. 3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren Werkzaamheden rondom of aan functionele nestplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. Een nestplaats is functioneel tijdens het broedseizoen, en actief bij aanwezigheid van broedvogel. De kwetsbare periode van de voortplanting loopt van half april tot half augustus. De genoemde periode kan eerder of later beginnen of eindigen afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden en afhankelijk van de meteorologische omstandigheden voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden. Ook per broedpaar kan de voortplantingsperiode verschillen.

Handelingen aan de bomen en bosschage kunnen alleen uitgevoerd worden buiten het broedseizoen om, of de bomen en bosschages moet voorafgaand de werkzaamheden door een deskundige geschouwd te worden op aanwezigheid van actieve nesten.

Blad 17 van 34

Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Projectlocatie is visueel onderzocht op beschermde soorten. De dakvlakken zijn met de (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision onderzocht op nest -/ rustplaatsen en/of uitwerpselen. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding bij het in acht nemen van specifieke maatregelen omtrent vogelsoorten binnen deze ontwikkeling. Handelen buiten het broedseizoen, voorafgaand werkzaamheden schouwen tijdens het broedseizoen waarborgt de gunstige instandhouding van deze soorten. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

4.2

Vleermuizen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van vleermuissoorten binnen de projectlocatie. Er bevind zich geen openingen geschikt voor vleermuissoorten als invliegopening.

4.2.1 Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Vaststellingen Ten tijde van het veldonderzoek zijn er geen openingen en/of vestigingsplaatsen waargenomen in de gebouwen en-/ of bomen die geschikt zijn als invliegopening voor vleermuissoorten. Het is niet aannemelijk dat vleermuizen zich gevestigd hebben binnen de projectlocatie. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Projectlocatie is visueel onderzocht op beschermde soorten. Bij onvoldoende zicht is er gebruik gemaakt van een (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision en ladder. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.2.2 Foerageergebied Vaststellingen Er bevinden zich grasvelden, parkeerplaatsen, bedrijfspand. schuur, hagen en (fruit)bomen binnen de projectlocatie. In de directe omgeving bevinden zich bomen, gebouwen, open vlakte en wateroppervlakken. Het is mogelijk dat een vleermuis gebruik maakt van de projectlocatie om te foerageren, zeker omdat fruitbomen insecten aantrekken. Maar het grasveld behoort niet tot essentieel foerageergebied, de omvang is minimaal.

Het foerageergebied blijft ongemoeid binnen de voorgenomen handeling de directe omgeving biedt ruim voldoende dan wel verbeterd foerageergebied aan vleermuizen. Eventuele verstoring met betrekking tot licht, heft geen essentieel foerageergebied op, en zal geen negatieve op de gunstige instandhouding van vleermuizen veroorzaken.

Blad 18 van 34

Methode vaststelling Visueel is de projectlocatie onderzocht door onze deskundige. Expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De voorgenomen handelingen laat het (niet essentiële) foerageergebied van vleermuizen binnen de projectlocatie ongemoeid. Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vleermuissoorten binnen deze ontwikkeling. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.2.3 Vliegroutes Vaststellingen Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Deze lijnvormige landschapselementen zijn vaak goed zichtbaar op satelliet beelden De onderzochte locatie is gelegen in de nabijheid van lijnvormige landschapselementen. Binnen de projectlocatie bevinden zich geen lijnvormige landschapselementen. Methode vaststelling Visueel is de projectlocatie onderzocht door onze deskundige. Expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing Het is niet aannemelijk dat er schade zal ontstaan aan de gunstige instandhouding van vleermuissoorten.

Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

4.3

Overige zoogdieren Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van beschermde soorten binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen waarnemingen gedaan tijdens het veldbezoek van beschermde soorten en-/ of (vraat)sporen en vestingplaats. Wel biedt de haag en houtstapel voldoende dekking voor kleine grondgebonden zoogdieren om zich te vestigen of verschuilen. Het is aannemelijk dat kleine grondgebonden zoogdieren incidenteel gebruik maken van de projectlocatie. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. De volgende artikelen kunnen overtreden worden door de voorgenomen ontwikkeling: Art. 3.10.1a, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen. Echter veroorzaken de voorgenomen handelingen geluid en trillingen. Het is aannemelijk dat (incidenteel) aanwezige grondgebonden zoogdieren vluchten bij verstoring. Het instellen van een werkrichting waarborgt de gunstige instandhouding van grondgebonden zoogdieren.

Blad 19 van 34

In de wintermaanden kunnen kleine grondgebonden zoogdieren zoals egels zich in bladerhopen vestigen. Door de bladeren onder de te verwijderen heg met regelmaat te verwijderen, en elders te plaatsen binnen de projectlocatie. Biedt kleine grondgebonden zoogdieren de kans zich ongestoord te vestigen in de wintermaanden. Mogelijk kan de houtopslag al verplaatst worden naar de nieuwe te realiseren houtopslag voorafgaand kleine grondgebonden zoogdieren hun winterverblijfplaats zoeken. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. De projectlocatie is visueel onderzocht door onze deskundige op sporen en-/ of potentiele vestingplaatsen omtrent grond gebonden zoogdieren. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing Het instellen van een werkrichting en de te verwijderde haag en houtopslag ongeschikt maken als winterverblijf en deze elders binnen de projectlocatie te realiseren waarborgt de gunstige instandhouding van (incidenteel aanwezige) grondgebonden zoogdieren. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). Zorgvuldig handelen waarborgt de gunstige instandhouding van grondgebonden zoogdieren.

4.4

Reptielen, amfibieën en vissen

4.4.1 Reptielen Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van reptielen binnen de projectlocatie. Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat zoals, watergangen, steenhopen, zonneplaatsen en-/ of broeihopen. Binnen de projectlocatie is een heg (veiligheid) aanwezig, andere habitat eisen ontbreken. Er zijn geen reptielen waargenomen tijdens het veldonderzoek. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.4.2 Amfibieën Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van amfibieën binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Amfibieën stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Binnen de projectlocatie zijn geen wateroppervlakken. Er zijn geen amfibieën waargenomen tijdens het veldonderzoek.

Blad 20 van 34

Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.4.3 Vissen Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen binnen de projectlocatie. Er bevinden zich geen wateroppervlakken binnen de projectlocatie. Water is een essentiële habitateis voor vissen. Er zijn geen vissen waargenomen door onze deskundige. Methode vaststelling visueel en op basis van expert judgement Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

4.5

Insecten

4.5.1 Libellen Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van beschermde libellen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Libellen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Er zijn geen wateroppervlakken binnen de projectlocatie. Er zijn geen waardplanten aanwezig geschikt voor specifiek beschermde libellensoorten. Tevens zijn ten tijde van het onderzoek geen beschermde soorten vastgesteld. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 21 van 34

4.5.2 Dagvlinders Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van beschermde vlinders binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen waardplanten waargenomen geschikt voor beschermde dagvlinders. Er zijn geen dagvlinders, rupsen en-/ of eieren van beschermde vlinders waargenomen. Het is aannemelijk dat vlinders incidenteel gebruik maken van de projectlocatie. Echter biedt de directe omgeving een soort gelijk leefomgeving aan dagvlinders. En zal de projectlocatie na de voorgenomen ontwikkeling een soortgelijk habitat aan vlinders aanbieden. Methode vaststelling Visueel en op basis van expert judgement. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.5.3 Overige ongewervelden Vaststellingen Overige beschermde ongewervelde soorten, zoals Vliegend hert, Europese rivierkreeft, Bataafse stroommossel en Platte schijfhoorn, zijn niet op de onderzoekslocatie te verwachten. Er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen grote hoeveelheid rottend eikenhout waargenomen. Er zijn geen jaarrond aanwezige wateroppervlakken. Het is niet aannemelijk dat deze soorten zich vestigen binnen de projectlocatie.

Methode vaststelling Visueel en op basis van expert judgement. Toepassing Binnen de onderzoekslocatie zijn geen beschermde soorten vastgesteld. De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

4.6 Vaatplanten Vaststellingen Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen of indicaties van het voorkomen van beschermde planten binnen de onderzoekslocatie. Het is niet te verwachten dat door de geplande ontwikkeling verstoring van het leefgebied zal optreden van beschermde soorten. Daarbij is eveneens gelet op het voorkomen van beschermde muurvegetatie. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Binnen de projectlocatie is vast te stellen dat er geen beschermde vaatplanten op de onderzoekslocatie zijn te verwachten. Binnen de onderzoekslocatie zijn geen beschermde soorten vastgesteld.

Blad 22 van 34

Methode vaststelling Op zicht is de projectlocatie grondig onderzocht. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

4.7

Beschermde houtopstanden Vaststellingen De projectlocatie is gelegen binnen en buiten de bebouwde kom van Woudenberg. Er bevinden zich geen rijbeplanting van meer dan 20 bomen of een houtopstand groter dan 10 are binnen de projectlocatie. En er worden geen bomen gekapt binnen dit project. Er dient een kapmelding gedaan te worden bij het kappen of rooien van bomen in rijbeplanting van meer dan 20 bomen, of een houtopstand groter dan 10 are buiten de bebouwde kom. Methode vaststelling Raadplegen website RVO Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft de beschermde hout opstanden.

4.8

Zorgvuldig handelen en algemene zorgplicht In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk de onderstaande maatregelen te treffen voor incidenteel aanwezige grondgebonden zoogdieren: Door het instellen van een werkrichting worden incidenteel aanwezige soorten gealarmeerd en kunnen vluchten waardoor schade wordt voorkomen. Indien de voorgenomen handelingen binnen de wintermaanden uitgevoerd worden. Dienen bladeren onder de te verwijderen heg elders binnen de projectlocatie geplaatst te worden, waardoor een winterverblijf gehele winter beschikbaar blijft. En de houtopslag voor winterslaap periode kleine grondgebonden zoogdieren verplaatsen. In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk de onderstaande maatregelen te treffen voor broedvogels algemeen: Handelen buiten het broedseizoen van algemene broedvogels, voorkomt verstoring en-/ of beschadiging actieve nestplaatsen. Indien de voorgenomen handelingen binnen het broedseizoen uitgevoerd worden. Dient een deskundige voorafgaand de werkzaamheden de nestplaatsen te inspecteren op activiteit.

Blad 23 van 34

4.9

Erkend belang De Wet natuurbescherming biedt mogelijkheden handelingen te doen aan of rondom nest en-/ of rustplaatsen van beschermde soorten indien een algemeen erkend belang kan worden gekoppeld aan de voorgenomen ontwikkeling. Om handelingen te doen, moeten maatregelen de schade aan beschermde soorten voorkomen, beperken of te niet doen, volgens de eisen die de Wet natuurbescherming stelt. Binnen de voorgenomen ontwikkeling is er geen erkend belang bekend.

4.10 Noodzaak tot nader onderzoek Er is geen reden tot nader onderzoek.

4.11 Gebiedsbescherming Vaststelling Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen in of grenzend aan een onderdeel dat behoort tot een Natura 2000-gebied waardoor aantasting van dit gebied niet aan de orde is. Toepassing Externe werking op beschermde natuurgebieden, zoals het Natura 2000-gebied, gelet op afstand van de onderzoekslocatie en de aard van de ingreep, is niet aan de orde. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze gebiedsbescherming. Vaststelling NNN De projectlocatie is niet gelegen in of grenzend aan een gebied dat behoort tot een NNN- gebied. Toepassing Externe werking op beschermde NNN-gebieden is niet van toepassing binnen de Wnb. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze gebiedsbescherming. Vaststelling GC De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de GC. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde categorie. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft de Groene Contourzone. Vaststelling ander beleidsmatig gebied De onderzoekslocatie is niet gelegen in of grenzend aan een onderdeel dat behoort tot een ander beleidsmatig beschermd gebied waardoor aantasting niet aan de orde is.

Toepassing Externe werking op beschermde natuurgebieden, gelet op afstand en de aard van de ingreep, is niet aan de orde. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze gebiedsbescherming.

Blad 24 van 34

5

Samenvatting en conclusies FF Solutions heeft van Stuivenberg Tuinmachines opdracht gekregen een quickscan wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Griftrijk 28’, te Woudenberg. De voorgenomen ontwikkeling betreft het herbestemmen van een projectlocatie. Binnen de projectlocatie wordt een opstal (100m2) gesloopt om ruimte te maken voor nieuwbouw (300m2) met bijbehorend buitenterrein binnen de projectlocatie. Het onderzoek heeft tot doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig en-/of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De aanwezigheid van geschikt habitat binnen de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 2. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken voor soorten en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunning trajecten. In de tabel op de volgende pagina is weergegeven of en welke maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

Bijzonderheden/ opmerkingen

Broedvogels jaarrond beschermde nesten Broedvogels algemeen

ooievaar

nee

nee

nee

nestplaats niet actief

mogelijk

Nee, schade voorkomen

nee

nee

handelen buiten kwetsbare periode, , binnen broedseizoen voorafgaand werkzaamheden schouw deskundige

Vleermuizen verblijfplaatsen Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroutes Grondgebonden zoogdieren

nee

nee

nee

nee

-

mogelijk

nee

nee

nee

Niet essentieel foerageergebied

nee mogelijk incidenteel

nee nee, schade voorkomen

nee nee

nee nee

-

Amfibieën Reptielen Vissen Beschermde libellen Beschermde dagvlinders Ongewervelden Beschermde vaatplanten

nee nee nee nee nee nee nee

nee nee nee nee nee nee nee

nee nee nee nee nee nee nee

nee nee nee nee nee nee nee

Gebied bescherming

Gebied aanwezigheid

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunning plicht

Natura 2000 NNN / GC Andere beleid matig beschermde gebieden

> 10 km. > 170m / > 380 m Geen

nee nee nee

nee nee nee

nee nee nee

Werkrichting instellen voor incidentele aanwezige soorten. Tijdens wintermaanden winterverblijfplaatsen ongeschikt maken en elders realiseren -

Beschermde Houtopstanden Aantal bomen Oppervlakte

NVT NVT

Tabel 2: Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen

Blad 25 van 34

5.1

Eind Conclusie Dit Ruimtelijke Ontwikkeling project resulteert niet in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen en zal geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten. De analyse resulteert dan ook in een GO. De voorgenomen ontwikkeling betreft het verwijderen van een schuur en uitbreiden van een bedrijfspand met bijbehorende buitenterrein. Er bevindt zich een nestplatform geschikt voor de ooievaar binnen de projectlocatie. De nestplaats is op het moment van onderzoek niet in gebruik. Er zijn geen algemene broedvogels en-/ of hun nesten waargenomen binnen de projectlocatie, wel gelegenheid om te nestelen. Handelen buiten broedseizoen. Indien men wil handelen binnen het broedseizoen, voorafgaand de werkzaamheden dient een deskundige de projectlocatie te schouwen op aanwezigheid actieve broedplaatsen binnen het broedseizoen. Het is aannemelijk dat grondgebonden zoogdieren incidenteel gebruik maken van de projectlocatie, het instellen van een werkrichting borgt de gunstige instandhouding van beschermde soorten. Voorgenomen werkzaamheden uitvoeren tijdens winterperiode dient voorafgaand de winterperiode de potentiele verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt te worden en elders te realiseren binnen projectlocatie. De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.

Nijkerk, 18 oktober 2019

Handtekening. Naam ondertekenende. Dhr. G.R. Bouw

Blad 26 van 34

6

Bijlagen

Bijlage 1: Bronnen

Literatuur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Vleermuisprotocol Netwerk Groene Bureaus (2017)

Internet Omgeving

www.google.nl/maps www,pdok.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura2000) www.nationaalgeoregister.nl

Soortinformatie

www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl

waarnemingen

www.waarnemingen.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ndff-ecogrid.nl

(NNN gebieden)

Blad 27 van 34

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Blad 28 van 34

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren.

Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijf-plaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant verstorend effect Een verstoring is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast.

Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudings-doelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten.

Blad 29 van 34

Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen worden gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

Blad 30 van 34

Bijlage 3: Over FF Solutions FF Solutions is een onafhankelijk adviesbureau. Wij bieden realistisch advies en concrete oplossingen voor milieuvraagstukken en willen daarmee een bijdrage leveren aan een duurzaam en verantwoord gebruik van onze leefomgeving. Diensten Wij kunnen u van dienst zijn met diverse oplossingen op het gebied van Natuurbeschermingswetgeving, begeleiding uitvoeren plan van aanpak, landschappelijke inpassing bouwprojecten. Werkwijze Inzet en professionele betrokkenheid en oplossingsgerichtheid kenmerkt onze diensten. De verantwoordelijke projectleider is het eenduidige aanspreekpunt voor de klant en draagt zorg voor alle aspecten van het project: kwaliteit, tijd, geld, communicatie en organisatie. De kernwaarden deskundig, oplossingsgericht, vertrouwd, betrokken, flexibel, zorgvuldig en vernieuwend zijn een belangrijke leidraad in ons handelen. Kennis Het deskundig begeleiden van onze opdrachtgevers vraagt om betrokkenheid bij en kennis van de bedoelingen van de opdrachtgever. Het vereist ook gedegen en actuele vakinhoudelijke kennis. Alle beschikbare kennis wordt snel en effectief ingezet. Persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling staat centraal want het werk vraagt steeds om nieuwe kennis en nieuwe verantwoordelijkheden.

Creativiteit Wij zijn in staat om buiten de geijkte kaders een oplossing te zoeken met in achtneming van de geldende wet- en regelgeving. Oplossingen die bedoeld zijn om snel en efficiënt het doel van de opdrachtgever te bereiken. Kwaliteit Er wordt continue gestreefd naar het verhogen van de professionaliteit van de dienstverlening. Het leveren van diensten wordt intern op een dusdanige wijze georganiseerd dat het gevraagde resultaat daadwerkelijk op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze wordt voortgebracht. Hierbij staat de klanttevredenheid centraal.

Blad 31 van 34

Bijlage 4: Toepassing van de natuurwetgeving Inleiding Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving.

Tot stand komen van de Wnb De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN) neemt een aparte positie in. De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • Voormalige Flora- en Faunawet • Europese Vogelrichtlijn • Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern • Voormalige Boswet

Verboden Wnb Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • Ten slotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Op de volgende pagina is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1215/documents/26921