04. Bijlage - Jaarrekening 2025 STEV met getekende controleverklaring
Tekst van het document
De meeste scholen dalen licht in het aantal leerlingen en een tweetal scholen (de Startbaan en Jan Ligthart) zijn groeischolen, die de lichte daling van de andere scholen compenseren in de komende jaren. Plantijn, de Vliegeniers en deBuut laten ook groei zien. Voor alle drie geldt echter dat er geen groeiruimte in het gebouw is. Hierover voeren we het gesprek met de gemeente, al is een oplossing niet makkelijk gevonden. Contractactiviteiten Daarnaast zijn er ook scholen welke te maken hebben met leegstand | . Voor zover deze door gemeente benodigd zijn voor onderwijshuisvesting | , worden deze waar | mogelijk in medegebruik gegeven aan kinderopvangorganisaties. | Dit medegebruik | geschiedt tegen marktconforme prijzen. Op deze wijze | worden opbrengsten gegenereerd ten behoeve van de instandhouding van | de schoolgebouwen. | Anderzijds | vergroot de samenwerking met een kinderopvangorganisatie | de instroom | van | nieuwe | leerlingen. | STEV | kent | naast | inpandig | medegebruik | geen | andere contractactiviteiten. FTE Aantal FTE | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 Bestuur / management | 13,25 | 12,94 | 12,40 | 12,18 | 12,12 Onderwijzend personeel | 107,66 | 115,13 | 109,88 | 103,79 | 101,57 Ondersteunend personeel | 50,11 | 46,78 | 41,85 | 39,68 | 37,96 Totaal | 171,02 | 174,85 | 164,13 | 155,65 | 151,65 In 2025 hadden we 163,71 fte begroot en hebben we 174,85 fte ingezet.
Dit verschil heeft een aantal oorzaken. Zo hebben we bovenschools 3,65 fte meer aan OP ingezet dan begroot, hetgeen samenhangt met bemensing van de STEV-pool en talentenpool. Daarnaast h | ebben 1,37 fte meer aan basisvaardigheden ingezet, 0,55 fte aan inzet voor SWV arrangementen, 0,83 fte meer aan inzet brugfunctionaris, 1,7 fte aan derden gedetacheerden en 1,42 fte meer aan nieuwkomers onderwijs. Tegenover de hogere inzet in fte is dan oo | k veelal dekking uit subsidie of andere inkomsten. Jaarverslag STEV 2025 | 49 In de begroting wordt strak gestuurd op de benodigde fte’s; tijdelijke aanstellingen en uitbreidingen die samenhangen met doelsubsidies worden tijdig afgebouwd en het aannemen of uitbreiden van formatie op het moment dat dit vanwege groei noodzakelijk is. Het hierna weergegeven meerjarig perspectief voor de exploitatie 2026 tot en met 2028 is conform de vastgestelde meerjarenbegroting over die jaren. Begin 2026 is een proces gestart met betrekking tot de ‘voorgenomen sluiting van de Regenboog in Voorthuizen’. In de meerjarenbegroting is nog geen rekening gehouden met deze voorgenomen sluiting per 1 augustus 2027. Begrote leerling | - en fte-aantallen, baten en lasten zijn nog in de opgenomen cijfers verwerkt. De verwachting is dat | een eventuele | sluiting zelf geen negatieve effecten op de totale exploitatie van STEV zal hebben.
3.2 Staat van baten en lasten en balans Staat van baten en lasten Het financieel resultaat over 2025 komt uit op een positief resultaat van € 1. | 344.635,- terwijl er € 104.360,- negatief was begroot. STEV heeft het dus € 1.448.995,- beter gedaan dan begroot. Het in hoger beroep toekennen van de vordering op OCW inzake de bekostiging over 2022, | inclusief rente groot € 827.000,-, vormt een belangrijke oorzaak voor dit positieve resultaat. Hieronder een toelichting op de factoren van het resultaat, welke het exploitatieresultaat hebben beïnvloed. Begroot was dat er € 130.021,- aan NPO middelen zouden worden uitgeven, dat is € | 268.124,- geweest. Hierdoor is het resultaat € 138.103,- lager dan begroot. Daarnaast hebben we extra middelen van twee samenwerkingsverbanden ontvangen. Die middelen hebben we toegevoegd aan de bestemmingsreserve ‘passend onderwijs’. Eind 2025 is besloten om deze reserve in de jaren 2026 en 2027 terug te brengen tot een reserve van € 50, | - per leerling. Op Jaarverslag STEV 2025 | 50 Jaarverslag STEV 2025 51 deze reserve kunnen scholen een beroep doen, mochten de reguliere zorgarrangement middelen vanuit de samenwerkingsverbanden niet toereikend blijken. Het resultaat op de bijzondere bekostiging is in 2025 hoog.
Voor scholen die middelen hebben ontvangen voor kleuters of voor oudere leerlingen die niet naar de taalklas gaan, worden deze middelen gereserveerd indien zij nog niet zijn besteed. Middelen uit deze bestemmingsreserve die na één jaar extra bestedingstijd niet zijn ingezet, worden toegevoegd aan de algemene reserve. De eerste tranche van de subsidie basisvaardigheden is in 2025 afgelopen. Van deze tranche was ultimo 2025 nog € 150.952,- niet besteed. Dit overschot is toegevoegd aan een bestemmingsreserve en blijft analoog aan de resterende NPO-middelen beschikbaar voor de scholen. Er was begroot dat STEV in de exploitatie € 25.661, - tekort zou komen. Het genormaliseerde resultaat na eliminatie van bijzondere posten komt echter uit op € 456.474,-. Dat is € 430.813,- hoger dan begroot en € 192.053,- hoger dan het resultaat over 2024. Een groot deel (€ 222.132,-) is te verklaren uit de toegenomen rente opbrengsten. Dit betreft de wettelijke rente over de vordering op OCW en komt mede door de hogere rente ontvangsten op deposito’s. Baten De Rijksbijdrage is € 2,1 miljoen hoger dan begroot. Daar zijn een aantal oorzaken voor: 1. Het alsnog toekennen van de vordering OCW inzake bekostiging 2022 (€ 692.000,-) 2. Indexering van reguliere bekostiging en achterstandsmiddelen is hoger dan we in begroting rekening mee hebben gehouden (€ 394.000,-). 3.
Aanvullende bijzondere bekostiging voor de asielzoekers en vreemdelingen is hoger dan begroot (€ 238.000,-). 4. De toe te rekenen inkomsten uit verschillende geoormerkte subsidies zijn hoger dan begroot (€ 554.000,-). Hieronder de subsidie basis vaardigheden (€ 299.000, -) school en omgeving ( €79.000,-) brugfunctionaris (€ 78.000,-) en zij-instromers/SOOL subsidies (€ 95.000-,). 5. Tenslotte ontvingen we € 198.000,- meer van de Samenwerkingsverbanden. De gemeentelijke subsidies zijn € 63.000,- lager dan begroot en € 330.000,- lager dan vorig jaar. De inkomsten uit de aanvullende bekostiging voor opvang van asielzoekers en vreemdelingen zijn hoger dan begroot, hierdoor hoeven gemeentes minder bij te dr agen voor de financiering van de taalklassen. Daarnaast is het bedrag ontvangen aan NPO -middelen vanuit de gemeentes in 2025 lager, wegens beëindiging van de regeling medio 2025. De overige baten zijn hoger (€454.000,-) dan begroot. De inkomsten uit detachering van personeel zijn € 127.000, - hoger dan begroot. Via de onderwijsregio ontvangen PBSS -middelen, deze waren niet begroot , € 99.000, -. De via transvita ontvangen flankbijdragen voor de begeleiding van zij - instromers € 29.000,-. Provinciale bijdragen in kader van groene schoolpleinen € 29.000,-. De verhuuropbrengsten zijn wat lager dan begroot (€ 30.000,-).
De post “overige” onder overige baten zijn € 180.000,- hoger dan begroot. Dit positieve verschil bestaat uit veel verschillende meer incidentele bijdragen. De grootste bijdragen zijn: € 37.000,- door inkomsten van de gezonde school, uitkering van resterende middelen vanuit het BOBS € 47.000,- en € 30.000,- aan bijdragen van het SWV en andere scholen voor Hoogbegaafdheidprojecten Lasten De personele lasten zijn € 325.000,- hoger dan begroot. Voor € 273.000, | - is er meer aan lonen, salarissen en sociale en pensioenlasten uitgegeven | . Verklaringen hiervoor: ‐ | Het gemiddeld aantal fte in de formatie is ongeveer 11,1 fte hoger dan waarbij in begroting rekening werd gehouden, waarbij het OOP ongeveer 3,2 fte en het OP met 7,9 fte hoger is. ‐ | Werd rekening gehouden met een salarisstijging van 3,11% voor heel 2025, is dat in de CAO uiteindelijk 4,6% vanaf 1 november geworden. Dit zal de stijging van de loonkosten als gevolg van het hogere aantal fte hebben getemperd. ‐ | Meer uitgaven voor vervangingen dan we dekking voor hadden (€ 81.000, | -). De uitgaven waren € 938.000, | -; welke voor 140,000, | - gedekt werden uit UWV | -uitkeringen en voor € 717.000,- vanuit de collectieve reservering. De overige personele lasten zijn € 126.000, | - hoger dan begroot ‐ | Extra uitgaven voor inhuur van personeel zijn € 58.000, | - hoger dan begroot.
| Hierbij dient opgemerkt te worden | dat bij de Egelantier, in het kader van een verbetertraject en het in oktober wegvallen van de schoolleider, € 228.000,- meer personeel is ingehuurd dan bij de school was begroot. De uitgaven voor inhuur personeel zijn over het algemeen drastisch teruggebracht. ‐ | Er is € | 79.000,- | meer gedoteerd aan personele voorzieningen. De voorziening voor wachtgeld-verplichtingen is toegenomen, terwijl die voor langdurige ziekte is afgenomen. De uitkeringsinkomsten die de loonkosten compenseren waren in 2025 € 87.000,- | hoger dan begroot. Ten opzichte van 2024 zijn de personeelslasten gestegen met € 213.000,-. | Wat opvalt is de verschuiving van de lasten van inhuur, welke in 2025 € 452.000,- | lager zijn dan in 2024. Daar tegenover staat echter € 604.000,-- hogere lasten aan lonen en salarissen (van eigen formatie). Werden vervangingen in 2024 nog veel ingevuld middels inhuur, vindt vervanging ingaande 2025 voor een groot deel plaats vanuit de eigen STEV-pool. We zien dat het aantal OP fte 7,5 fte hoger is dan in 2024. Het aantal fte OOP is ten opzichte van 2024 met o | ngeveer 3,6 fte gedaald. Een ander deel is te verklaren uit de stijging van de salarislast door loonsverhoging en de trede ophoging per augustus. De ontvangen uitkeringen zijn € 110.000,- lager, vergeleken met 2024.
De afschrijvingslasten zijn € 41.000,- lager dan begroot en iets lager dan in 2024. Belangrijke oorzaak hiervoor; voor 2025 geplande ICT investeringen zijn door geschoven naar 2026. Jaarverslag STEV 2025 | 52 Jaarverslag STEV 2025 53 De huisvestingkosten zijn € 716.000, - hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de mutatie van de voorziening groot onderhoud. De benodigde voorziening eind 2025 is 803.000, - hoger dan eind 2024. Er was een dotatie van € 350.000, - begroot, dat is uiteindelijk € 1.182.000, - geworden. In de mutatie is rekening gehouden met de verwachting dat het pand van de Regenboog en dat van de Uitkijck zullen worden teruggegeven aan de Gemeente. Het klein en correctief onderhoud in de directe exploitatie valt € 55.000,- lager uit dan begroot. Ook de overige huisvestingslasten zijn € 60.000, - lager dan begroot. Maar hierin waren ook de onderhoudslasten van De Egelantier voor € 45.000, - begroot, maa r deze zijn onder de eerder genoemde onderhoudskosten verantwoord. Verder zijn de kosten voor energie € 29.000. - lager en die voor schoonmaak zijn € 30.000, - hoger dan begroot. In 2024 is een bedrag opgenomen van € 45.000,- voor het buitenonderhoud van de Egelantier. Aan overige lasten is ongeveer € 224.000,- meer uitgegeven ten opzichte van de begroting. Hiervan wordt een groot deel € 80.000,- gedekt door subsidie inkomsten.
De overschrijding in de reguliere exploitatie zit vooral op de extra kosten voor leermiddelen , licenties en software € 74.000, - en uitgaven voor administratie en beheer € 39.000,-. Ten opzichte van 2024 zijn overige lasten gestegen; € 70.000,-. Dat is m.n. toe te wijzen aan enkele gesubsidieerde projecten: de herinrichting van het schoolplein bij de Uitkijck en inrichting van Taalklas de Springplank . De reguliere uitgaven voor leermiddelen, licenties en software en uitgaven voor administratie en beheer zijn op een vergelijkbaar of iets lager niveau gebleven ten opzichte van 2024. Balans in meerjarig perspectief Realisatie Realisatie Begroting Begroting Begroting Omschrijving 2024 2025 2026 2027 2028 € € € € € ACTIVA Materiële vaste activa 1.509.055 1.432.261 1.749.379 1.714.622 1.754.763 TOTAAL VASTE ACTIVA 1.509.055 1.432.261 1.749.379 1.714.622 1.754.763 Vorderingen 987.507 1.641.552 998.000 998.000 998.000 Liquide middelen 8.259.555 9.862.811 8.728.273 8.804.503 9.117.175 TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA 9.247.062 11.504.363 9.726.273 9.802.503 10.115.175 TOTAAL ACTIVA 10.756.117 12.936.624 11.475.652 11.517.125 11.869.939 PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve 1.288.077 2.609.715 1.407.577 1.440.452 1.458.893 Best.-reserve basisvaardigheden 150.952 Best.-reserve passendonderwijs 136.515 272.766 136.515 136.515 136.515 Best.-reserve NPO 674.718 406.594 421.215 370.313 366.186
Best.-reserve bijzondere bekostiging 190.045 193.963 190.045 190.045 190.045 TOTAAL EIGEN VERMOGEN 2.289.355 3.633.990 2.155.352 2.137.325 2.151.639 TOTAAL VOORZIENINGEN 4.534.800 5.378.200 5.373.300 5.432.800 5.771.300 KORTLOPENDE SCHULDEN 3.931.962 3.924.434 3.947.000 3.947.000 3.947.000 TOTAAL PASSIVA 10.756.117 12.936.624 11.475.652 11.517.125 11.869.939 Jaarverslag STEV 2025 54 Ten aanzien van het toekomstig balansbeeld verwachten we geen grote fluctuaties. De bedragen 2026 tot en met 2028 zijn conform de vastgestelde begroting. Hierna volgt een korte toelichting op de ontwikkeling van het beeld van 2025 ten opzichte dat van 2024. Het bedrag vastgelegd in materiele vaste activa neemt in 2026 toe en zal naar verwachting in de toekomst stabiel blijven. De vorderingen zijn ultimo 2025 toegenomen, door het toekennen van de vordering op OCW inzake de bekostiging 2022 (€ 827.000,-) Daarnaast is het bedrag aan vooruitbetaalde bedragen hoger dan eind 2024. De schulden zijn min of meer gelijk gebleven, ook voor wat betreft de post vooruit ontvangen subsidies van OCW. Deze post is weliswaar voor wat betreft de inzet van de subsidie verbetering basisvaardigheden afgenomen, maar kent ultimo 2025 ook weer een toename wegens vooruit ontvangen middelen vanuit de regeling School en Omgeving.
De post voorzieningen is aanzienlijk opgelopen doordat de voorziening onderhoud is gestegen met € 803.000,-. Het eigen vermogen stijgt door toevoeging van het positieve resultaat van € 1.344.635,-. Van het resultaat is € 136.251, - toegevoegd aan de bestemmingsreserve passend onderwijs. Het betreft ultimo 2025 toegekende en daarom nog niet bestede middelen van het SWV de Eem en Rijn en Gelderse Vallei. Deze bestemmingsreserve zal de komende jaren afge bouwd worden tot een reserve van maximaal € 50,- per leerling, welke dient als buffer voor calamiteiten of het realiseren van beleidsontwikkeling op gebied van leerlingenzorg. De bestemmingsreserve bijzondere bekostiging wordt aangehouden voor de middelen van nieuwkomers, die niet in de taalklas zitten. Deze middelen worden opgenomen in de bestemmingsreserve. We brengen € 172.911, - ten gunste van deze bestemmingsreserve. Na een jaar vallen de niet besteedde middelen van de bestemmingsreserve bijzondere bekostiging vrij ten gunste van de algemene reserve. In 2025 is € 168.993, - van deze bestemmingsreserve naar de algemene reserve gegaan. Vanuit de 1e tranche basisvaardigheden (2023-2025) behoefde € 150.952,- niet ingezet te worden om geplande activiteiten te realiseren. Deze middelen blijven beschikbaar ten behoeve van de scholen, vergelijkbaar aan de niet bestede NPO -middelen.
Voor dit bedrag is ult imo 2025 een bestemmingsreserve gevormd. Het resultaat van de NPO middelen (€ 268.124,-) brengen we ten laste van de bestemmingsreserve NPO. De algemene reserve kent een toevoeging van € 1. 152.645,- uit de exploitatie over 2025 en een toevoeging van 168.993,- vanuit de bestemmingsreserve, totaal een toename van € 1.321.638,-. De algemene reserve stijgt daarmee tot een bedrag van € 2.609.715,-. In het najaar van 2024 kwam uit een nieuwe risico inventarisatie naar voren dat we een reserve nodig hebben van € 1,3 mln. Jaarverslag STEV 2025 55 De liquide middelen stijgen met € 1.603.253,-., als gevolg van het positieve resultaat, maar met name vanwege de toename van de voorziening groot onderhoud. Van de totale middelen € 9.862.808,- is € 9.500.000,- ondergebracht in spaartegoeden en deposito’s met verschillende looptijden. 3.3 Financiële positie Kengetallen Bovenstaande kengetallen laten zien dat STEV een financieel gezonde stichting is: ‐ De solvabiliteit ligt ruim boven de ondergrens van 0,30. ‐ Het weerstandsvermogen ultimo 2025 is met 16,2% hoog en blijft naar verwachting meerjarig nog rond de 10%, dat is ruim boven de 5% wat de ondergrens is. ‐ De liquide middelen zijn meer dan voldoende aanwezig. ‐ De exploitatie over 2025 is erg positief als gevolg van het toekennen van de vordering op OCW.
De exploitatie sluit meerjarig en er is voldoende vermogen om eventuele calamiteiten te kunnen opvangen. ‐ Het bovenmatig eigen vermogen ligt ultimo 2025 boven de signaleringswaarde van de Inspectie. De toekenning van de vordering op OCW en de gevormde bestemmingsreserves zijn een belangrijke verklaring daarvoor. Het beleid is er op gericht dat deze reserves op schoolniveau worden ingezet en het eigen vermogen weer zal dalen onder de bovengrens. Kengetal 2024 2025 2026 2027 2028 Signaliserings waarde Solvabiliteit 2 0,63 0,7 0,66 0,66 0,67 Ondergrens: < 0,30 Weerstandsvermogen 11,1% 16,20% 10,00% 10,40% 10,60% Ondergrens: < 5% Liquiditeit 2,35 2,93 2,46 2,48 2,56 Ondergrens: 1,0 bij totale baten > € 3 mln < € 12 mln Rentabiliteit 1,0% -0,1% -0,1% 0,1% 1,6% Afhankelijk van de financiële positie Bovenmatig eigen vermogen/ Reservepositie (Feitelijk publiek eigen vermogen -/- Signalerings-waarde publiek eigen vermogen ) / totale baten -246.897 1.079.284 -673.350 -600.168 -614.882 Bovengrens: >0 Jaarverslag STEV 2025 56 Bijlage 1. Jaarverslag Raad van Toezicht Een lerende Raad van Toezicht binnen een lerende stichting Samenwerken en ontwikkelen zijn kernwoorden binnen de stichting. De Raad van Toezicht (RvT) vindt deze woorden ook van toepassing voor goed besturen en toezichthouden.
Om die reden neemt de RvT haar professionalisering serieus en hebben we afgelopen jaar daarover duidelijke afspraken gemaakt op het vlak van voorwaarden en budget. Daarnaast nemen wij deel aan diverse activiteiten binnen de stichting. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijks governance -avond waarbij de diverse gremia met elkaar het gesprek over een thema voeren, dit jaar de uitvoering van het ambitieboek. Ook hecht de RvT veel waarde aan de jaarlijkse zelfevaluatie. Tijdens dit overleg bespreken we onder meer: stellen wij de juiste vragen aan het College van Bestuur (CvB), hoe is de balans tussen gevraagd en ongevraagd advies, is er gezegd wat er gezegd moet worden en wat is onze toegevoegde waarde? Daarnaast voeren we het gesprek over integer handelen en over onze nevenfuncties . Hierbij zijn geen situaties met een (potentieel) tegenstrijdig bela ng geconstateerd. Evenmin hebben zich geen situaties voorgedaan waarbij vermenging van bestuursfunctie en toezichthoudende functies bij andere onderwijsorganisaties een rol speelt Eens in de vier jaar wordt de zelfevaluatie met een externe uitgevoerd, dat zal in 2027 weer plaatsvinden. Synergie tussen CvB en RvT Er is sprake van een duidelijke synergie tussen de RvT en het CvB. De RvT wordt door het CvB goed geïnformeerd en is in staat om vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid afwegingen te maken.
Hierbij moet wel worden benadrukt dat de leden van de RvT geheel onafhankelijk zonder last of ruggespraak invulling aan hun functie geven. Het afgelopen jaar hebben we het gesprek gevoerd over de onderwerpen en het tijdstip waarop de RvT geïnformeerd wordt. We hebben besproken dat het CvB in een vroegtijdig st adium de RvT informeert en samen met de RvT de verschillende opties over strategische onderwerpen verkent. Ook is de samenwerking tussen het CvB en de RvT geïntensiveerd. Er worden bilaterale gesprekken gevoerd voorafgaand aan het agenda - overleg. De RvT hanteert twee app-groepen, één voor de RvT onderling en één voor de RvT en het CvB om elkaar goed en tijdig te informeren. Naast de formele bijeenkomsten vinden we het ook belangrijk elkaar informeel te ontmoeten tijdens bijvoorbeeld de startbijeenkomst van het schooljaar. Taken en verantwoordelijkheden van de Raad van Toezicht De RvT is de interne toezichthouder van Stichting Eemvallei Educatief (STEV) en zij handelt op basis van de statuten van de stichting en op basis van de Governancecode Funderend Onderwijs , waarin de Code Goed Toezicht van VTOI -NVTK is geintegreerd. Voor haar functioneren hanteert de Raad een toezichtvisie, een toezichtkader, een toetsingskader en een reglement. De toezichtvisie, het toezichtkader en het toetsingskader hebben we eind 2025 geactualiseerd.
Conform de taakbeschrijving ziet de RvT toe op de algemene gang van zaken binnen de stichting, de naleving van wettelijke voorschriften, de kwaliteit van de besturing door het CvB, de strategie en de financiële doelmatigheid aangevuld met de rechtmatige verdeling van de middelen. Ook ziet de RvT toe op de cultuur van de stichting, de onderlinge professionele samenwerking en de totstandkoming en uitvoering van beleid. Naast het toezicht op het beleid fungeert de RvT als klankbord voor het CvB. Jaarverslag STEV 2025 57 Tenslotte vervult de RvT de werkgeversrol richting het CvB. Bij de uitvoering van deze taken houdt de RvT voortdurend rekening met de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en de omgeving waarbinnen STEV haar werkzaamheden verricht en benut zij hiertoe haar netwerken. Ambitieboek Begin 2024 is ambitieboek 2024 -2028 door het CvB vastgesteld. De thema’s kansrijk leren, samen educatief partnerschap en inclusief wereldburgerschap vormen de kern van het toezichthouden. De RvT heeft bij de totstandkoming van dit document geadviseerd specifieke aandacht te geven aan de kwaliteit van de scholen en het toekomstperspectief van de scholen en de stichting. De RvT heeft regelmatig met de bestuurder gesproken over de voortgang en realisatie van de doelstellingen uit het ambitieboek. Dit is een vast bespreekpunt op de agenda van de raad.
Ook de onderwijsresultaten en het toekomstperspectief komen regelmatig ter bespreking. Verrichte werkzaamheden Gedurende het jaar 2025 heeft de RvT de volgende werkzaamheden verricht: ‐ De RvT heeft vier keer vergaderd met het CvB. Daarnaast vond overleg plaats tussen de voorzitter of de leden van de RvT en het CvB over lopende zaken, of heeft de RvT contact gehad met het CvB tijdens de commissievergaderingen. ‐ In 2025 heeft een stagiaire van buiten de stichting op haar verzoek meegedraaid in de RvT. Zij was aanwezig tijdens de RvT -vergaderingen, nam deel aan nevenactiviteiten en participeerde in de auditcommissie. Deze stage vond plaats in het kader van haar opleiding tot toezichthouder. Vooraf zijn duidelijke afspraken over onder meer geheimhouding vastgelegd. ‐ De RvT hanteert een drietal commissies; de remuneratie -/personeelscommissie, de auditcommissie en de commissie onderwijs en kwaliteit. De commissies bestaan uit leden van de RvT met specifieke aandachtsgebieden. Door deze keuze is de RvT in staat effectief en efficiënt in te spelen op belangrijke thema’s voor STEV. ‐ Aan iedere vergadering met het CvB is een onderlinge vergadering van de RvT voorafgegaan. ‐ De RvT heeft op grond van de uitkomst van het accountsverslag (Van Ree Accountants) het CvB gevraagd de uitvoering van de adviezen uit dit verslag in de RvT vergadering van december tussentijds te monitoren.
‐ De RvT heeft toezicht gehouden op de publicatie van officiële documenten zoals het jaarverslag. ‐ Leden van de RvT hebben twee keer overleg gehad met de GMR. Het overleg met de GMR is de afgelopen jaren geïntensiveerd. Er is een inventarisatie van onderwerpen opgesteld die tijdens de gezamenlijke bijeenkomsten tussen de GMR en de RvT worden besproken. In 2025 hebben we gesproken over Openbaar onderwijs in de regio en de Lerende organisatie. De onderwerpen worden voorbereid en geleid door een lid van de GMR en een lid van de RvT. Tijdens het eerste deel van de gezamenlijke vergadering GMR -RvT was ook het CvB aanwezig. Het tweede deel van de vergadering zonder het CvB had een evaluerend karakter. ‐ Er hebben in 2025 twee schoolbezoeken plaatsgevonden door leden van de RvT. Jaarverslag STEV 2025 58 ‐ In 2025 hebben leden van de RvT, de GMR en de schoolleiders tijdens een bijeenkomst gesproken over het thema governance en recente maatschappelijke ontwikkelingen. ‐ De RvT heeft in februari een (jaarlijkse) zelfevaluatie uitgevoerd. ‐ Leden van de RvT zijn in april aanwezig geweest bij de bijeenkomst met de kinderraad van STEV. ‐ De Regioraad, een overleg met alle wethouders van de bij STEV betrokken gemeenten, heeft in april plaatsgevonden. Leden van de RvT waren daarbij aanwezig.
‐ Leden van de RvT volgden individueel of gezamenlijk trainingen en bezochten de regiobijeenkomsten van de VTO3. ‐ Tenslotte hebben leden van de RvT deelgenomen aan de STEV-studiedag in oktober en aan de eindejaarsbijeenkomst in december. In het jaar 2025 zijn de volgende onderwerpen aan bod geweest: ‐ Goedkeuren van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030. ‐ De benoeming van en opdrachtverstrekking aan de extern accountant ‐ Goedkeuren van het Bestuursverslag en de Jaarrekening 2024, inclusief de bespreking daarvan met de accountant. ‐ De voortgang van de strategische koers, alsmede de leerlingenaantallen en de positie van de scholen in de diverse gemeenten. ‐ De kwaliteitsontwikkelingen en de doorontwikkeling van het kwaliteitsstelsel STEV. ‐ (Financiële) rapportages van het CvB. ‐ Aandacht voor de naleving van (wettelijke) voorschriften zoals het Bestuursformatieplan 2025-2026. ‐ Halfjaar rapportages HR. ‐ Betrokkenheid en bijdrage aan de ontwikkeling van de governance binnen STEV. Jaarverslagen van RvT commissies Jaarverslag auditcommissie De auditcommissie heeft in mei het Bestuursverslag en de jaarrekening en in november de meerjarenbegroting uitgebreid besproken met het CvB en de controller en de plenaire behandeling met het CvB en de RvT voorbereid.
STEV richt zich sterk op het stabiel houden van het leerlingenaantal, omdat dit ook de belangrijkste factor is voor financiële stabiliteit. Daarom wordt geïnvesteerd in zichtbaarheid, profilering en de aantrekkelijkheid van scholen, ondersteund door centrale middelen. Verder worden hogere bedragen gereserveerd voor groot onderhoud en blijft doelmatige inzet van subsidies belangrijk. Hoewel externe risico’s, zoals mogelijk wegvallende overheidssteun, financiële druk kunnen veroorzaken, staat STEV er solide voor. De organisatie volgt een duidelijke koers met een strakke monitoring en tijdige bijsturing. Jaarverslag commissie onderwijs en kwaliteit De commissie onderwijs en kwaliteit heeft twee keer overleg gehad met het CvB en de onderwijsadviseur over de tussenopbrengsten en de eindopbrengsten dit ter voorbereiding van de plenaire bespreking in de RvT. Daarbij is geconstateerd dat de stichting de opbrengsten goed in beeld heeft en duidelijke afspraken met de scholen heeft gemaakt. Vanuit een transparante en Jaarverslag STEV 2025 59 open cultuur worden de resultaten op de verschillende niveaus met elkaar besproken om er vervolgens van te leren. De RvT heeft het CvB geadviseerd zowel op stichtingsniveau als schoolniveau de focus op de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs te houden.
Jaarverslag remuneratie-/personeelscommissie De remuneratie-/personeelscommissie heeft met het CvB verschillende evaluerende en voortgangsgesprekken gevoerd, almede een beoordelingsgesprek. Bij het beoordelingsgesprek is gebruik gemaakt van een 360 graden feedback enquête. De vragen zijn gebaseerd op het Beroepsprofiel voor bestuurders in het funderend onderwijs. Diverse personen binnen STEV hebben hun input hiervoor gegeven. Hiermee heeft de RvT uitvoering gegeven aan haar rol als werkgever. De kwaliteit en deskundigheid van de Raad van Toezicht In de RvT zijn de volgende deskundigheden aanwezig: - (Openbaar) Onderwijs - Strategie, management en organisatie - HR-management - Financiën - Gemeentelijke politiek De verdeling van de RvT over de verschillende commissies is als volgt: Auditcommissie: Dhr. Jean van der Hoeven, Mw. Ellen Fijneman en Mw. Linda van der Eyck. Remuneratiecommissie: Mw. Ilse Visser en Dhr. Matthijs Wesseloo en Mw. Annet Vegt. Commissie onderwijs en kwaliteit: Dhr. Matthijs Wesseloo, Mw. Ilse Visser en Mw. Linda van der Eyck. Wijzigingen in samenstelling RvT Mw. Annet Vegt en Mw. Linda van der Eijck zijn per 01 -10-24 benoemd als lid van de RvT. In 2025 bestond de RvT daarom tijdelijk uit zes leden. Het reglement van de RvT gaf de mogelijkheid voor deze tijdelijke uitbreiding. In december is afscheid genomen va n Mw.
Ilse Visser, zij heeft acht jaar gefunctioneerd als lid van de RvT met als specialisatie HRM. Tijdens het afscheid is Mw. Visser bedankt voor haar grote en deskundige inzet en inbreng binnen de RvT en de stichting. Rechtmatigheid en doelmatigheid van de inzet van middelen Gedurende de gesprekken met het CvB, de GMR, de staf en de schoolleiders heeft de RvT regelmatig gecontroleerd en vastgesteld of de door het Rijk en derden aan STEV toegekende middelen sprake is geweest van rechtmatige verwerving en rechtmatige en doelmatige besteding. Door middel van managementrapportages, inclusief een financieel verslag, heeft het CvB de RvT op de hoogte gehouden van de uitputting van de middelen van de stichting. Begroting en jaarrekening worden uitgebreid besproken met de auditcommissie van de RvT. De Wet normering topinkomens (WNT) is in 2025 nageleefd. Jaarverslag STEV 2025 60 De honorering van de leden van de Raad van Toezicht De vergoedingenstructuur voor de leden van de RvT is in 2024 aangepast en meer marktconform en overeenkomstig de verantwoordelijkheden gebracht. Vanaf 1 januari 2024 ontvangt de voorzitter een vergoeding van € 5.800,- bruto en ontvangen de overige leden een bedrag van € 3.750,- bruto. Er worden geen reiskosten of overige kosten vergoed. De vergoedingen voor de leden van de RvT vallen ruim binnen de WNT-norm.
De richtlijnen honorering RvT van de VTO3 zijn hierbij gevolgd. Tot slot Graag wil de RvT Mw. Wiesje Verhoeven bedanken voor haar grote inzet en betrokkenheid voor STEV. Dit geldt ook voor de leden van het stafkantoor, de schoolleiders en alle collega’s van STEV. Binnen het Rijnlands denken past eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid. Daarom krijgen scholen ruimte om binnen het kader van het ambitieboek invulling te geven aan de uitwerking van de strategische thema’s. Om elkaar te inspireren en het goede gesprek over de gemaakte keuzes te voeren, vindt er veelvuldig afstemming en overleg plaats. Deze samenwerking en afstemming maakt dat we met elkaar trots zijn op STEV. Matthijs Wesseloo Voorzitter Raad van Toezicht STEV Maart 2026 Bijlage 2. Jaarverslag GMR De medezeggenschap is op school- en bovenschools niveau vertegenwoordigd. Bovenschools zijn de afzonderlijke | medezeggenschapsraden | vertegenwoordigd | in | de | GMR. | Hier | worden | de bovenschoolse belangen afgestemd met het bestuur. Medezeggenschap is een krachtig middel om een positieve bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de stichting en het onderwijs op de scholen te sturen. Medezeggenschap houdt het bestuur en het schoolmanagement scherp en kritisch. De GMR van STEV wil positief bijdragen aan optimaal onderwijs voor de scholen binnen STEV. De GMR werkt al een aantal jaar in een compacte samenstelling.
Iedere basisschool heeft een vertegenwoordiger (ouder of personeelslid) in de GMR. De GMR leden zitten er zonder last en/of ruggenspraak. Zaken en/of onderwerpen die van belang zijn voor of binnen de stichting worden besproken. Het jaar 2025 stond in het teken van: ‐ | Werken met verschillende commissies binnen de GMR: Governance, Financiën, Formatie & Personeelsbeleid en Onderwijs. ‐ | Deelname aan de Governanceavond rondom het thema educatief partnerschap, waarbij de verschillende gremia samenkwamen. ‐ | Versterken relatie en gesprek RvT-GMR, bijeenkomst over | thema Openbaar Onderwijs. ‐ | Speerpunten: personeelsbeleid, leerkrachten tekort, leerlingen aantallen, kansrijk leren | en kansengelijkheid, positie | openbaar onderwijs in de Foodvalley en Good Governance. Tijdens GMR vergaderingen en de overleggen met het CvB hebben we hier met extra aandacht | bij stilgestaan. Aandachtsgebieden 2025 Naast deze initiatieven | zijn er 2 vergaderingen | geweest met de RvT, tussentijds overleg met CvB en 6 formele GMR-vergaderingen. Elke GMR | -vergadering bestond uit een overleg met het CvB en aansluitend een overleg met de GMR leden onderling.
Er is onder andere aandacht besteed aan: ‐ | Nieuwe leerplatform STEV academie ‐ | Het bestuurs- en jaarverslag 2024 ‐ | AMT regeling, stemming georganiseerd onder betreffende STEV scholen ‐ | Het bestuursformatieplan 2025-2026 ‐ | De financiële kaderbrief 2026 ‐ | Collectieve inzet subsidie basisvaardigheden ‐ | Eindopbrengsten STEV 2024-2025 ‐ | Regeling bindende voordracht GMR -> RvT lid ‐ | Wet DBA en ZZP’ers bij STEV ‐ | Ontwikkelingen onderwijsregio ‐ | Referentiemodel ‐ | Rapport risico inventarisatie 2024-2025 ‐ | Kwaliteitskaart leerlingdossiers ‐ | Beleidsdocument AI Behaalde resultaten 2025 De GMR heeft op een aantal vlakken haar invloed gehad ter verbetering van het onderwijs voor de scholen binnen STEV. Jaarverslag STEV 2025 | 61 ‐ | Februari 2025: Instemming gegeven op het document Integriteits | - en gedragscode. ‐ | April | 2025: | Instemming | gegeven | op | het | bestuursformatieplan | 2025 | -2026, | het | IBP beleidsplan, document ICT gedragscode en de AMT toelage. ‐ | Juni 2025: Instemming gegeven op aanpassing functiehuis, verlenging tijdelijke verhoging reiskosten | woon-werk, | samenwerkingsovereenkomst | ‘toepassen | gemiddelde schoolgrootte’, AMT uitkeringspercentage 2025.
‐ | Oktober 2025: Instemming gegeven op vernieuwde versie Kwaliteitsstelsel ‐ | Positief advies gegeven op vergoedingsregeling onbevoegde voor de groep ‐ | December | 2025 | Positief | advies | gegeven | op | de | Begroting | STEV | 2026 | en | op | het geactualiseerde Managementstatuut. Er is een startdocument GMR voor nieuwe GMR leden ontwikkeld. Nieuwe GMR leden ontvangen dit bij aanvang van hun lidmaatschap/ schoolvertegenwoordiging. Voor aanvullende informatie verwijs ik naar de notulen, het GMR plan en GMR reglement. Namens GMR, Stichting Openbaar Primair Onderwijs STEV Marian Brinkhuis (Voorzitter GMR) Jaarverslag STEV 2025 | 62 Jaarverslag STEV 2025 63 Bijlage 3.
Jaarrekening 2025 Jaarrekening 2025 Inhoudsopgave bladzijde Jaarrekening STEV Balans (na resultaatbestemming) 65 Staat van baten en lasten 66 Kasstroomoverzicht 67 Grondslagen voor waardering van activa, passiva en resultaatbepaling 68 Toelichting op de balans: Vaste activa 72 Voorraden & vorderingen 73 Effecten & liquide middelen 74 Eigen vermogen 75 Voorzieningen & langlopende schulden 76 Kortlopende schulden 77 Niet uit de balans blijkende verplichtingen 78 Toelichting op de staat van baten en lasten: Overheidsbijdragen 79 Andere baten 80 G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule 81 G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule 82 Lasten 83 Financieel en buitengewoon 85 Verplichte Toelichting 86 WNT-verantwoording 2025 87 Bestemming van het resultaat 89 Gebeurtenissen na balansdatum 90 Ondertekening door bestuurders en toezichthouders 91 Overige gegevens 92 Controleverklaring 93 64 Balans (na resultaatbestemming) 31-12-2025 | 31-12-2024 € | € | € | € 1 | Activa Vaste activa 1.2 | Materiële vaste activa | 1.432.261 | 1.509.055 Totaal vaste activa | 1.432.261 | 1.509.055 Vlottende activa 1.5 | Vorderingen | 1.641.552 | 987.507 1.7 | Liquide middelen | 9.862.811 | 8.259.555 Totaal vlottende activa | 11.504.363 | 9.247.062 Totaal activa | 12.936.624 | 10.756.117 2 | Passiva 2.1 | Eigen vermogen | 3.633.990 | 2.289.355 2.2 | Voorzieningen | 5.378.200
| 4.534.800 2.4 | Kortlopende schulden | 3.924.434 | 3.931.962 Totaal passiva | 12.936.624 | 10.756.117 65 Staat van baten en lasten Begroot | Realisatie 2025 | 2025 | 2024 € | € | € 3 | Baten 3.1 | Rijksbijdragen | 21.394.923 | 19.330.456 | 19.458.468 3.2 | Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden | 445.399 | 508.031 | 775.743 3.5 | Overige baten | 608.581 | 154.970 | 308.817 Totaal baten | 22.448.903 | 19.993.457 | 20.543.028 4 | Lasten 4.1 | Personeelslasten | 17.461.256 | 17.132.670 | 17.231.958 4.2 | Afschrijvingen | 317.045 | 358.446 | 323.307 4.3 | Huisvestingslasten | 2.251.642 | 1.534.677 | 1.627.206 4.4 | Overige lasten | 1.362.457 | 1.138.024 | 1.302.204 Totaal lasten | 21.392.400 | 20.163.817 | 20.484.675 Saldo baten en lasten | 1.056.503 | -170.360 | 58.353 6 | Financiële baten en lasten | 288.132 | 66.000 | 152.193 Resultaat | 1.344.635 | -104.360 | 210.546 66 Kasstroomoverzicht 2025 | 2024 € | € | € | € Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten | 1.056.503 | 58.353 Aanpassing voor: Afschrijvingen | 317.045 | 323.307 Mutaties voorzieningen | 843.400 | 350.370 Verandering in vlottende middelen: Vorderingen (-/-) | -654.045 | -293.541 Schulden | -7.528 | 823.803 Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties | 1.555.375 | 1.262.292 Ontvangen interest | 292.028 | 155.952 Betaalde interest (-/-) | -3.896 | -3.759 Totaal kasstroom uit
operationele activiteiten | 1.843.507 | 1.414.485 Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in MVA (-/-) | -240.251 | -259.555 Mutatie liquide middelen | 1.603.256 | 1.154.930 Beginstand liquide middelen | 8.259.556 | 7.104.626 Mutatie liquide middelen gedurende het boekjaar | 1.603.256 | 1.154.930 Eindstand liquide middelen | 9.862.812 | 8.259.556 67 Grondslagen voor waardering van activa, passiva en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening Vergelijkende cijfers Waardering van de activa en passiva Materiële vaste activa Vorderingen en overlopende activa Liquide middelen Eigen vermogen Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs van gelijk aan de nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan van de stichting worden verwerkt onder de financiële vaste activa.
Algemene reserve: dit betreft het weerstandsvermogen ter dekking van onvoorziene tegenslagen c.q. risico’s. Jaarlijks zal bij de resultaatsbestemming worden bezien of mutaties noodzakelijk zijn. Bestemmingsreserves: deze reserves zijn door het bestuur onderscheiden naar specifieke bestemmingen. De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is de richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de onderwijssector presentatie-, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften geformuleerd. De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. De activa en passiva zijn tegen nominale waarde opgenomen, tenzij anders vermeld. De gebouwen zijn economisch eigendom van de gemeente. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen.
De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Binnen het eigen vermogen zijn de volgende reserves opgenomen: 68 Voorzieningen Voorziening groot onderhoud Voorziening langdurig zieken Voorziening werkeloosheidsbijdragen Voorziening verlofsparen en sabbatical leave Voorziening Jubilea Kortlopende schulden Overlopende passiva De voorziening jubilea is gevormd ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de cao dienen te worden betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van indiensttreding, leeftijd van betrokkene(n), blijfkanspercentage en een uitkering bij 25- en 40-jarig jubileum conform de cao. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde, waarbij een disconteringvoet van 1,5% is gehanteerd. De voorziening wachtgeld is gevormd voor voormalige personeelsleden die nu BWOO ontvangen, en die ten laste van het schoolbestuur worden gebracht. De indexering naar de toekomst toe is nihil, prijspeil is gebaseerd op 31-12-2025. De voorziening ziekte is gevormd voor personeelsleden die naar verwachting niet meer in het arbeidsproces terugkomen, en waarvoor geen middelen meer worden ontvangen.
Bedragen onder de € 2000 (incl BTW) en elk jaar terugkerende bedragen worden niet in de onderhoudsvoorziening meegenomen. Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen de reële waarde. Schulden dienen na eerste verwerking te worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen. De voorziening ter gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van gebouwen wordt bepaald op basis van de te verwachten kosten over een reeks jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. De voorziening spaarverlof is gevormd voor personeelsleden die gedurende 4 of meer schooljaren 60 klokuren hebben gespaard en dit in een aaneengesloten periode gaan opnemen. 40 jaar na de opleverdatum is een stopjaar ingevoerd. In de 10 jaar voor de stopdatum wordt de stopdatum opnieuw beoordeeld. Als het gebouw inderdaad wordt vernieuwd wordt het onderhoud ook aangepast.
69 Grondslagen voor bepaling van het resultaat Rijksbijdragen Overige exploitatiesubsidies Personele kosten Overige exploitatiesubsidies worden ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten zijn gemaakt. De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekening clausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening clausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekening clausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting. Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, bonussen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Een verwachte vergoeding ten gevolge van bonusbetalingen wordt verantwoord indien de verplichting tot betaling van die vergoeding is ontstaan op of vóór balansdatum en een betrouwbare schatting van de verplichtingen kan worden gemaakt. Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd.
Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslagvergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid wordt een voorziening opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. De overige personele lasten die betrekking hebben op onder andere het inhuren van extra personeel, scholingskosten en bedrijfsgezondheidszorg worden ten laste van de staat van baten en lasten gebracht. 70 Pensioenrechten De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo december 2025 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 123,5%. De beleidsdekkingsgraad per eind februari 2026 bedroeg 118,3%.
De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen 12 maanden. Stichting Eem-Vallei Educatief | heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Stichting Eem-Vallei Educatief | heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Afschrijvingen De afschrijvingen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte economische levensduur. Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Door het bestuur van de Stichting Eem-Vallei Educatief | zijn de volgende afschrijvingstermijnen vastgesteld: Soort actief | Afschrijvingstermijn | Afschrijvings-percentage Gebouwen | 10 tot 20 jaar | 5% tot 10% Terreinen | - | - Terreininrichting | 10 jaar | 10% ICT-hardware | 5 jaar | 20% Meubilair | 10 tot 20 jaar | 5% tot 10% Inventaris/apparatuur | 12 jaar | 8% Leermiddelen | 8 jaar | 13% Grondslagen financiële baten en lasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode.
Winstbelastingen, ontvangen interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest en betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. 71 Vaste activa Aanschaf | Afschrijving | Boek- | Inves- | Aanschaf | Afschrijv. | Afschrij- | Aanschaf | Afschrijving | Boek- prijs | cumulatief | waarde | teringen | desinves- | desinves- | vingen | prijs | cumulatief | waarde 1-1-2025 | 1-1-2025 | 1-1-2025 | teringen | teringen | 31-12-2025 | 31-12-2025 | 31-12-2025 € | € | € | € | € | € | € | € | € | € 1.1.2 | Materiële vaste activa 1.1.2.1 | Gebouwen en terreinen | 280.230 | 76.667 | 203.563 | 0 | 19.276 | 280.230 | 95.943 | 184.287 1.1.2.2 | Terreininrichting | 9.637 | 0 | 9.637 | 6.685 | 541 | 16.322 | 541 | 15.781 1.1.2.3 | Inventaris en apparatuur | 2.950.004 | 1.784.777 | 1.165.227 | 173.919 | 256.430 | 3.123.923 | 2.041.207 | 1.082.716 1.1.2.4 | Overige materiële vaste activa | 430.831 | 300.203 | 130.628 | 59.648 | 40.799 | 490.479 | 341.002 | 149.477 Materiële vaste activa | 3.670.702 | 2.161.647 | 1.509.055 | 240.252 | 0 | 0 | 317.046 | 3.910.954 | 2.478.693 | 1.432.261 1.1.2.4 | Leermiddelen | 430.831 | 300.203 | 130.628 | 59.648 | 40.799 | 490.479 | 341.002 | 149.477 Overige materiële vaste activa | 430.831 | 300.203 | 130.628 | 59.648 | 0 | 0 | 40.799 | 490.479 | 341.002 |
149.477 72 Voorraden & vorderingen 31-12-2025 | 31-12-2024 € | € 1.2.2 | Vorderingen 1.2.2.1 | Debiteuren | 68.749 | 0 1.2.2.2 | Vorderingen op OCW | 1.093.462 | 176.590 1.2.2.10 | Overige vorderingen | 8.534 | 257.598 1.2.2.12 | Vooruitbetaalde kosten | 17.754 | 297.372 1.2.2.15 | Overlopende activa overige | 453.053 | 255.947 Vorderingen | 1.641.552 | 987.507 De toename van de vordering op OCW is het gevolg van het definitief toekennen van de vordering van de resterende bekostiging 2022. Begin 2026 heeft de Raad van State STEV en 221 andere schoolbesturen in het gelijk gesteld. Verhoogd met de wettelijke rente bedraagt de vordering € 827.000,- Tot 2025 stond deze vordering vermeld onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. 73 Effecten & liquide middelen 31-12-2025 | 31-12-2024 € | € 1.2.4 | Liquide middelen 1.2.4.2 | Tegoeden op bankrekeningen | 5.862.811 | 2.259.555 1.2.4.3 | Deposito's | 4.000.000 | 6.000.000 Liquide middelen | 9.862.811 | 8.259.555 Er is een bankgarantie afgegeven van € 7,659,53 ten behoeve van de huur van het pand aan de Amsterdamseweg 41 Amersfoort De deposito's hebben een looptijd tot maximaal 1 jaar.
74 Eigen vermogen Stand per | Resultaat | Overige | Stand per 1-1-2025 | mutaties | 31-12-2025 € | € | € | € 2.1.1 | Eigen vermogen 2.1.1.1 | Algemene reserve | 1.288.077 | 1.152.645 | 168.993 | 2.609.715 2.1.1.2 | Bestemmingsreserves publiek | 1.001.278 | 191.990 | -168.993 | 1.024.275 Eigen vermogen | 2.289.355 | 1.344.635 | 0 | 3.633.990 Uitsplitsing: 02110 | Bestemmingsreserve basisvaardigheden | 0 | 150.952 | 150.952 02120 | Bestemmingsreserve passend onderwijs | 136.515 | 136.251 | 272.766 02120 | Bestemmingsreserve NPO | 674.718 | -268.124 | 406.594 02120 | Bestemmingsreserve bijzondere bekostiging | 190.045 | 172.911 | -168.993 | 193.963 Bestemmingsreserves publiek | 1.001.278 | 191.990 | -168.993 | 1.024.275 De bestemmingsreserve NPO is gevormd door de niet uitgegeven middelen NPO. In de komende jaren zullen die middelen worden uitgeput. De bestemmingsreserve basisvaardigheden is gevormd door de niet uitgegeven middelen, van de scholen waarvan de activiteitenpperiode is afgelopen. Aangezien aan subsidievoorwaarden is voldaan en de inhoudelijk verantwoording is gedaan, dienen de middelen in exploitatie te worden verantwoord. In de komende jaren zullen die middelen door de scholen worden uitgeput. De bestemmingsreserve passend onderwijs is gevormd uit extra bijdragen welke vanuit samenwerkingsverbanden ultimo verslagjaar zijn toegekend.
Besloten is om voor extra onvoorziene uitgaven, die gedaan moeten worden in het kader van passend onderwijs maar waar de middelen van de samenwerkingverbanden in enig jaar onvoldoende zijn. De reserve zal de komende jaren worden afgebouwd tot een bedrag van € 50,- per leerling. De reservebuffer is een collectiviteitsreserve waarop door individuele scholen een beroep kan worden gedaan. De bestemmingsreserve bijzondere bekostiging is gevormd door de niet uitgegeven middelen voor de bijzondere bekosting voor vreemdelingen en asielzoekers. In de komende jaar zullen deze middelen worden uitgeput. 75 Voorzieningen & langlopende schulden Stand per | Dotaties | Onttrek- | Vrijval | Rente | Stand | Kort- | Lang- 1-1-2025 | kingen | mutatie | 31-12-2025 | lopend | lopend (bij contante | deel < | deel > waarde) | 1 jaar | 1 jaar € | € | € | € | € | € | € | € 2.2 | Voorzieningen 2.2.1 | Personele voorzieningen | 384.800 | 180.068 | 116.273 | 22.995 | 0 | 425.600 | 425.600 2.2.3 | Voorziening groot onderhoud | 4.150.000 | 1.181.987 | 379.387 | 0 | 0 | 4.952.600 | 543.400 | 4.409.200 Voorzieningen | 4.534.800 | 1.362.055 | 495.660 | 22.995 | 0 | 5.378.200 | 543.400 | 4.834.800 2.2.1.2 | Verlofsparen en sabbatical leave | 60.500 | 25.605 | 8.435 | 14.400 | 0 | 63.270 | 8.434 | 54.836 2.2.1.4 | Voorziening jubilea | 157.000 | 34.433 | 26.838 | 8.595 | 0 | 156.000 | 9.300 | 146.700 2.2.1.5 |
Werkeloosheidsbijdragen | 69.300 | 105.230 | 0 | 0 | 0 | 174.530 | 174.530 2.2.1.6 | Langdurig zieken | 98.000 | 14.800 | 81.000 | 0 | 0 | 31.800 | 31.800 | 0 Voorzieningen | 384.800 | 180.068 | 116.273 | 22.995 | 0 | 425.600 | 49.534 | 376.066 76 Kortlopende schulden 31-12-2025 | 31-12-2024 € | € 2.4 | Kortlopende schulden 2.4.8 | Crediteuren | 247.481 | 183.867 2.4.9 | Belastingen en premies sociale verzekeringen | 811.318 | 800.943 2.4.10 | Pensioenen | 205.626 | 183.861 2.4.12 | Overige kortlopende schulden | 101.091 | 200.027 2.4.14 | Vooruit ontvangen subsidies OCW en gemeenten | 1.412.021 | 1.462.616 2.4.16 | Vooruit ontvangen bedragen | 330.617 | 341.225 2.4.17 | Vakantiegeld, vakantiedagen en bindingstoelage | 610.876 | 534.500 2.4.19 | Overige overlopende passiva | 205.404 | 224.923 Kortlopende schulden | 3.924.434 | 3.931.962 77 Niet uit de balans blijkende verplichtingen 15.1 Lopende contracten Jaarlijkse verplichting Contract Looptijd tot (incl. BTW, in €) Huur Stafbureau 31-12-2026 47.000 Schoonmaak 30-4-2027 350.000 Samen met een aantal andere organisaties huurt Stichting Eem-Vallei een gedeelte van het bedrijfspand aan de Amsterdamseweg 41 te Amersfoort. Het contract betreft een jaarlijkse verplichting van € 47.000 met een looptijd tot 1-12-2026.
Het schoonmaakcontract is afgesloten met Schoonmaakbedrijf Van de Pol voor een looptijd van 10 jaar, ingegaan op 1-5-2017. De totale kosten in 2017 betroffen € 176.891 en zijn doorgerekend naar een verwachte jaarlijkse verplichting van € 350.000,- rekening houdende met schoolvakanties. 78 Overheidsbijdragen Realisatie | Begroot | Realisatie 2025 | 2025 | 2024 € | € | € 3.1 | Rijksbijdragen 3.1.1 | Rijksbijdragen OCW | 18.269.056 | 17.182.912 | 16.861.534 3.1.2 | Overige subsidies OCW | 2.565.453 | 1.784.630 | 2.056.920 3.1.3.3 Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV | 560.414 | 362.914 | 540.014 Rijksbijdragen | 21.394.923 | 19.330.456 | 19.458.468 3.2 | Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden 3.2.2 | Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden | 445.399 | 508.031 | 775.743 Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden | 445.399 | 508.031 | 775.743 Uitsplitsing: 3.2.2.2 Overige gemeentelijke en GR-bijdragen en -subsidies | 445.399 | 508.031 | 775.743 Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden | 445.399 | 508.031 | 775.743 79 Andere baten Realisatie | Begroot | Realisatie 2025 | 2025 | 2024 € | € | € 3.5 | Overige baten 3.5.1 | Opbrengst verhuur | 83.358 | 112.870 | 151.459 3.5.2 | Detachering personeel | 157.095 | 29.750 | 23.393 3.5.5 | Ouderbijdrage | 14.180 | 0 | 4.814 3.5.10 | Overige | 353.948 | 12.350 | 129.151 Overige
baten | 608.581 | 154.970 | 308.817 80 G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule (Regeling ROS art.13, lid 2 sub a en EZ regelingen betrekking hebbend op de EZ subsidies) Omschrijving | Toewijzing | Prestatie Kenmerk | Datum | afgerond? Ja/Nee Studieverlof | ABLTINS-398732 | 18-6-2024 | Ja Zijinstroomsubsidie 2023 | 3/250/39985 | 18-9-2023 | Ja Zijinstroomsubsidie 2023 | 3/250/39986 | 18-9-2023 | Ja Zijinstroomsubsidie 2023 | 3/250/39994 | 15-9-2023 | Ja Basisvaardigheid Dorpbeuk | VBV23-PO-2112 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Uitkijck | VBV23-PO-2113 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Buut | VBV23-PO-2118 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Plantijn | VBV23-PO-4278 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Lijster | VBV23-PO-4280 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Kruisrak | VBV23-PO-4282 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Vliegeniers | VBV23-PO-4283 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Startbaan | VBV23-PO-4285 | 31-5-2023 | Ja Basisvaardigheid Jan Ligthart | VBV24-PO-1405 | 18-6-2024 | Onderhanden Basisvaardigheid Corlaer | VBV24-PO-1403 | 18-6-2024 | Onderhanden Basisvaardigheid Griftschool | VBV24-PO-1401 | 18-6-2024 | Onderhanden Basisvaardigheid Regenboog | VBV24-PO-1407 | 18-6-2024 | Onderhanden Ontwikkelkracht 2024/2025 | OWK240036 | 5-6-2024 | Ja Zijinstroomsubsidie 2024 | 4/248/39998 | 6-9-2024 | Onderhanden Zijinstroomsubsidie 2024 | 4/151/39995 | 8-7-2024 |
Onderhanden Zijinstroomsubsidie 2024 | 4/262/39994 | 1-10-2024 | Onderhanden Zijinstroomsubsidie 2024 | 4/248/39999 | 6-9-2024 | Onderhanden SOOL 22239 | SOOL22239 | 10-11-2022 | Onderhanden SOOL23487 | SOOL23487 | 13-12-2023 | Onderhanden SOOL23292 | SOOL23292 | 15-12-2023 | Onderhanden SOOL210049 | SOOL210049 | 28-7-2021 | Onderhanden SOOLPO24173 | SOOLPO24173 | 10-9-2024 | Onderhanden SOOLPO24142 | SOOLPO24142 | 9-8-2024 | Onderhanden SOOLPO24174 | SOOLPO24174 | 25-9-2024 | Onderhanden SOOLPO24030 | SOOLPO24030 | 2-5-2024 | Onderhanden SOOLPO24211 | SOOLPO24211 | 25-9-2024 | Onderhanden SOOLPO24477 | SOOLPO24477 | 28-11-2024 | Onderhanden Brugfunctionaris Uitkijck | BRF-240305 | 7-5-2024 | Onderhanden Brugfunctionaris Kruisrak | BRF-240292 | 7-5-2024 | Onderhanden Brugfunctionaris Plantijn | BRF-240302 | 7-5-2024 | Onderhanden Brugfunctionaris Lijster | BRF-240301 | 7-5-2024 | Onderhanden Brugfunctionaris Egelantier | BRF-240294 | 7-5-2024 | Onderhanden Brugfunctionaris Vliegeniers | BRF-240306 | 7-5-2024 | Onderhanden Zijinstroomsubsidie 2025 | SZIVVAS-2124401 | 11-3-2025 | Onderhanden Zijinstroomsubsidie 2025 | SZIVVAS-2117731 | 10-2-2025 | Onderhanden Regeling School & omgeving | RSO-251841 | 25-6-2025 | Onderhanden Regeling School & omgeving | RSO-25629 | 26-6-2025 | Onderhanden SOOLPO25310 | SOOLPO25310 | 13-11-2025 | Onderhanden Statushouders en Oekraïense ontheemden
| SVDK250082 | 3-11-2025 | Onderhanden Studieverlof lerarenbeurs | ABLTINS-411562 | 8-5-2025 | Onderhanden Studieverlof lerarenbeurs | ABLTINS-410969 | 8-5-2025 | Onderhanden Ontwikkelkracht 2025/2026 | OWK250314 | 1-9-2025 | Onderhanden Ontwikkelkracht 2025/2026 | OWK25R2003 | 8-1-2026 | Onderhanden 81 G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule G2-A Afl opend per ultimo verslagjaar Omschrijving Bedrag Ontvangen Totale Saldo Ontvangen Totale Te verreke- van de t/m vorig subsidiabele 1 januari in subsidiabele nen per 31 toewijzing verslagjaar kosten verslagjaar verslagjaar in december Kenmerk Datum t/m vorig verslagjaar verslagjaar verslagjaar € € € € € € € Totaal 0 0 0 0 0 0 0 G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar Omschrijving Bedrag Ontvangen Totale Saldo Ontvangen Totale Te verreke- van de t/m vorig subsidiabele 1 januari in subsidiabele nen per 31 toewijzing verslagjaar kosten verslagjaar verslagjaar in december Kenmerk Datum t/m vorig verslagjaar verslagjaar verslagjaar € € € € € € € Meerurenmaatwerk 90003422 18-11-2025 640.000 - - - 40.128 - 40.128 Totaal 640.000 - - - 40.128 - 40.128 Toewijzing Toewijzing 82 Lasten Realisatie | Begroot | Realisatie 2025 | 2025 | 2024 € | € | € 4.1 | Personeelslasten 4.1.1 | Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 15.979.994 | 15.706.480 | 15.375.792 4.1.2 | Overige personele lasten | 1.668.184 |
1.526.190 | 2.153.156 4.1.3 | Ontvangen vergoedingen | -186.922 | -100.000 | -296.990 Personeelslasten | 17.461.256 | 17.132.670 | 17.231.958 Uitsplitsing: 4.1.1.1 | Lonen en salarissen | 11.683.914 | 11.622.462 | 11.272.852 4.1.1.2 | Sociale lasten | 1.770.139 | 1.651.741 | 1.724.887 4.1.1.3 | Premies Participatiefonds | 98.441 | 180.776 | 178.309 4.1.1.4 | Premies Vervangingsfonds | 761.448 | 666.201 | 661.409 4.1.1.5 | Pensioenlasten | 1.666.052 | 1.585.300 | 1.538.335 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten | 15.979.994 | 15.706.480 | 15.375.792 4.1.2.1 | Dotaties personele voorzieningen | 79.491 | 0 | 16.243 4.1.2.2 | Lasten personeel niet in loondienst | 958.321 | 900.789 | 1.410.219 4.1.2.3 | Overig | 630.372 | 625.401 | 726.694 Overige personele lasten | 1.668.184 | 1.526.190 | 2.153.156 4.1.3.1 | Ontvangen vergoedingen Participatiefonds | -2.420 | 0 | -4.498 4.1.3.2 | Ontvangen vergoedingen Vervangingsfonds | -456 | 0 | -26.380 4.1.3.3 | Overige uitkeringen | -184.046 | -100.000 | -266.112 Ontvangen vergoedingen | -186.922 | -100.000 | -296.990 Het aantal FTE bedroeg: | 174,85 | 163,71 | 171,02 4.2 | Afschrijvingen 4.2.2 | Afschrijvingen materiële vaste activa | 317.045 | 358.446 | 323.307 Afschrijvingen | 317.045 | 358.446 | 323.307 Uitsplitsing: 4.2.2.1 | Afschrijvingen gebouwen en terreinen | 19.816 | 32.868 | 19.275 4.2.2.2 | Afschrijvingen inventaris