04 Bijlage 1 en 2 Landschapsvisie BKP en Groenontwerp.pdf
Tekst van het document
N224-N226 Rotonde Woudenberg Landschapsvisie, BKP en Groenontwerp 28 mei 2025 BKP en Groenontwerp N224-N226 Woudenberg
2/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Verantwoording Titel
Colofon N224-N226 Rotonde Woudenberg Landschapsvisie, BKP en Groenontwerp 28 mei 2025
Opdrachtgever
Provincie Utrecht
Projectleider
Bart van Genugten
Auteur(s)
Kathrin Merkelbach
Tweede lezer
Ellen Wilms
Meet- en inspectiewerk
-
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Aantal pagina’s
47 (exclusief bijlage landschapsplan/groenontwerp, wordt separaat van dit document verzonden)
Datum Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
3/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Inhoud 1
Inleiding .................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doel ............................................................................. 5
1.2
Scope en plangebied ........................................................................ 5
5
5 2
3
Verkeerskundig wegontwerp (VO)............................................................ 6 2.1
Rotonde ............................................................................................. 6
2.2
Fietstunnel en onderdoorgang .......................................................... 6
2.3
Busbaan ............................................................................................ 7
2.4
Verbindingswegen ............................................................................. 7
Provinciaal beleid .............................................................................. 8
3.2
Gemeentelijk beleid ......................................................................... 11
3.3
Uitgangspunten Fauna .................................................................... 16
3.4
Uitgangspunten Watercompensatie ................................................ 17
3.5
Uitgangspunten sociale veiligheidsanalyse en inrichtingsadvies
Historische ontwikkeling Woudenberg en omgeving ....................... 20
4.2
Ruimtelijke kwaliteiten ..................................................................... 24
Visie - gewenste landschappelijke inpassing .......................................... 25 5.1
6
Uitgangspunten landschappelijke inpassing en Groenontwerp ....... 25
Landschapsplan en groenontwerp rotonde en omgeving N224-N226
Woudenberg................................................................................................... 26 6.1 7
Kaders en uitganspunten.......................................................................... 8 3.1
4.1
Groenontwerp .................................................................................. 30
Beeldkwaliteitsplan Fietspad................................................................... 35 7.1
Kunstwerk fietsonderdoorgang en voetpad ..................................... 35
7.2
Rotonde Poort Kastelendorp ........................................................... 42
7.3
Verwijzing cultureel erfgoed om/op kasteeleiland............................ 44
7.4
Houten geleiderail ............................................................................ 45
7.5
Verlichting ........................................................................................ 45
8
Geraadpleegde Bronnen......................................................................... 47
9
Bijlage ..................................................................................................... 48
fietstunnel ................................................................................................... 18 4
Ruimtelijke kwaliteit ................................................................................ 20
4/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
1 Inleiding Voor u ligt een rapportage over de visie op landschappelijke inpassing van
provincie de situatie structureel verbeteren. Echter is daarvoor meer ruimte
het verkeerskundig (voor-)ontwerp van de rotonde, die de kruising vormt tussen de N224 en N226 in Woudenberg. De visie op de landschappelijke inpassing is tevens doorvertaald naar een groenontwerp en een
nodig dan het huidige wegtracé kan bieden en betekent de herinrichting dus ook een verandering van de directe, vooral groene periferie van de weg. Om de landschappelijke kenmerken, functies en kwaliteit te behouden is het van
beeldkwaliteitsplan (BKP). Deze opdracht is uitgevoerd in opdracht van de provincie Utrecht.
belang om op basis daarvan de nieuwe infrastructuur goed in te passen in het omgevend landschap. Daarvoor bevat dit rapport naast een beknopte analyse van het gebied en het vigerend beleid (uitgangspunten voor) de
1.1
landschappelijke inpassing, het groenontwerp en BKP.
Aanleiding en doel
De N224 (oost-west) en de N226 (noord-zuid) zijn belangrijke verbindingswegen in de regio en liggen als een kruis in een kader van
1.2
snelwegen (A12, A28, A30). Ze ontmoeten elkaar in een rotonde bij Woudenberg. Deze rotonde is een enkelstrooksrotonde met een gelijkvloerse oversteek van de parallelweg. De oversteek heeft een negatieve invloed op
Het project betreft het zuidelijke gedeelte en directe omgeving van de Randweg N224 ter hoogte van de Westerwoud in het westen tot aan de brandweerkazerne in het oosten. Langs de N226 is het plangebied in het
de doorstroming van het autoverkeer en de bus en op de verkeersveiligheid van overstekende (brom)fietsers. Met de herinrichting van de weg wil de
noorden begrenst vlak bij de Maarsbergseweg 31 en ten zuiden ter hoogte van de Maarsbergseweg 47, zie figuur 1.2.
Figuur 1.1 Ligging van Woudenberg, dorpskern in het rood
Scope en plangebied
Figuur 1.2 Globale ligging plangebied rood omkadert
5/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
2 Verkeerskundig wegontwerp (VO)
Figuur 2.1 Referentie van het verkeerskundig wegontwerp VO gemaakt door Heijmans
2.1
Rotonde
2.2
Fietstunnel en onderdoorgang
Voor een betere doorstroming is een knierotonde ontworpen die vooral de drukste verkeersstromen van het zuiden naar het westen zal bevorderen en in deze richting is voorzien met twee rijstroken. Vanuit het zuiden en westen
Als gevolg van de ombouw tot knierotonde met extra bypasses neemt het aantal rijstroken toe dat op de oostelijke aansluiting van de rotonde (N224 van en naar Woudenberg / Scherpenzeel) gekruist moet worden. Om de
komend wordt het verkeer rechtsaf via een bypass geleid om het verkeer op de Randweg en de zuidelijke Maarsbergseweg soepel door te laten stromen. Deze komen los van de rotonde te liggen. Daarmee heeft elke toerit naar de
verkeersveiligheid van het doorstromend langzaam verkeer op de noord-zuidas te verbeteren is in het ontwerp een fietstunnel en onderdoorgang voor voetgangers voorzien. Deze maakt in het oosten een ruime bocht van 180
rotonde uiteindelijk twee gescheiden rijstroken en monden op elke tak, met uitzondering van de meest noordelijke naar Woudenberg, twee afritstroken.
graden, waarna de verbinding weer aansluit bij de parallelweg. De tunnel bestaat voornamelijk uit twee open gedeeltes met daartussen een gesloten stuk bij de onderdoorgang van de N224. Het voetpad ligt in de binnenbocht. 6/48
Kenmerk
2.3
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Busbaan
Om doorstroom van OV-diensten te verbeteren, wordt in het oosten van het plangebied, aan de noordkant van de N224 tussen de brandweerkazerne en de rotonde, een aanliggende busbaan gerealiseerd. Het gaat om een lengte
Verbindingsweg / onderhoudspad / aanleg fietstunnel In het zuidoosten van de rotonde wordt met de aanleg van een circa honderd meter lang pad parallel aan de fietstunnel op het maaiveld een
van circa 765 meter. Hierdoor kan de bus langs het verkeer rijden en vanaf circa 100 meter voor de rotonde weer invoegen op de gewone rijbaan.
onderhoudspad aangelegd naar de pompkelder. Dit loopt deels gecombineerd met de verbindingsweg tussen de N226 naar het Esso-terrein.
2.4
Verbindingswegen
Ontsluitingspad volkstuinen Ten zuidwesten van de rotonde en parallel lopend aan de N224 wordt ter hoogte van de volkstuinen van de Hervormde Gemeente Woudenberg een nieuw ontsluitingspad aangelegd. Deze weg verbindt Slappedel met de volkstuinen. De huidige inrit aan de N226 wordt afgesloten omdat deze aansluiting niet meer haalbaar is, de weg wordt alleen nog ontsloten via de Slappedel. Het water bij de Slappedel wordt overgestoken via een brug. Verdeeld over de lengte van de nieuwe weg worden drie passeerplaatsen voorzien. Verbindingsweg N226 - Esso Ten zuidoosten van de rotonde en parallel verlopend aan de N224 wordt langs de kavelgrens evenredig aan het slagenlandschap een nieuwe verbindingsweg aangelegd die de N226 met het parkeerterrein van de
Figuur 2.2 "Impressie toekomstige rotonde N224-N226 Woudenberg", Provincie Utrecht
benzinepomp verbindt. Dit is een privéweg primair voor langzaam verkeer.
7/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
3 Kaders en uitganspunten 3.1
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. Met zeven beleidsthema's wordt richting gegeven aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is er een inclusieve en circulaire provincie Utrecht:
Behouden van zoveel mogelijk bestaande groenstructuur (bomen, bosschages, houtsingels) en landschappen Zo veel mogelijk inheemse en regionale planten behouden en aanvullen die cultuurhistorisch, landschappelijk en ecologisch passend zijn Bescherming van soorten: nest en schuilplaatsen behouden en versterken
1. 2. 3.
Waarin Stad en land gezond zijn Die Klimaatbestendig en waterrobuust is Waarin Duurzame energie een plek heeft
4. 5. 6.
Met Vitale steden en dorpen Die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is Met een Levend landschap, erfgoed en cultuur
Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2024, Afdeling 6.2 Houtopstanden en beschermde kleine landschapselementen Geldt alleen buiten de gemeentelijke bebouwingscontour houtkap
7.
Die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft
De thema’s 5 en 6 zijn binnen dit project het meest relevant:
Bij kappen, snoeien, rooien, verplanten of verwijderen moet men een melding doen of vergunning aanvragen Herplantplicht: als bomen verwijderd worden en niet verplant kunnen
worden, moeten de bomen binnen drie jaar herplant zijn. Onder bepaalde voorwaarden gelden uitzonderingen Er geldt geen minimale omvang meer in definitie van houtopstanden. In
5. We leggen nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden aan tussen de woon-, werk- en leefgebieden. Ook willen we beter gebruik maken van de bestaande wegen (provinciale wegennet en
Duurzaam gebruik van de natuur en landschap, cultuurhistorie en recreatieve waarden
hoofdwegennet). 6. We zorgen goed voor de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen, en we willen dat veel mensen kunnen genieten van die fraaie
de definitie van houtopstand in de Omgevingswet staat deze minimale omvang niet. Maar voor een kleine omvang (onder de 10 are of maximaal 20 bomen in rijbeplanting) gelden rijksregels over het vellen en
plekken.
herbeplanten niet Een herplantingsplan is verplicht.
Provinciale Natuurvisie 2017 Bevorderen en behouden van biodiversiteit.
8/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
verloren zijn gegaan, de herbeplanting in de directe nabijheid van de velling in een aangrenzende provincie plaatsvinden. 4. De oppervlakte van de herbeplanting op andere grond bedraagt ten minste de gevelde oppervlakte aangevuld met de volgende toeslag per hectare die geveld is: Tijd dat ter plaatse van de
Toeslag per hectare
velling een houtopstand aanwezig is geweest (c.q. ouderdom bosgroeiplaats)
(geldt ook voor solitaire bomen, boomrijen, et cetera)
< 10 jaar
0,1
10-25 jaar
0,3
25-50 jaar
0,5
50-100 jaar
0,75
100-200 jaar
1
> 200 jaar
1,5
Figuur 3.1 De provinciale bebouwingscontour houtkap in roze (bron: Atlas Provincie Utrecht)
In afstemming met de Provincie is geconstateerd dat de bomen in het In eerste instantie voorziet artikel 11.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving de plicht tot herplanting op dezelfde grond waarmee exact dezelfde locatie wordt bedoeld. Omdat dit in vele gevallen niet mogelijk
projectgebied, die binnen de provinciale bebouwingscontour houtkap vallen, zijn aangeplant met de bouw van de Randweg/N224 in 1999. Omdat niet verwacht kan worden dat de procedure van kap en herplant nog dit jaar
is, bevat Artikel 6.18 van de Omgevingsverordening “Specifieke eisen aan herbeplanting op andere grond”:
afgerond kan worden, wordt per hectare of aantal te kappen bomen op de provinciale bebouwingscontour een toeslag van 0,5 gehanteerd.
3. De herbeplanting op andere grond vindt bij voorkeur plaats in de provincie Utrecht (roze gebied) in de directe nabijheid van de velling. Indien dit niet mogelijk is, vindt de herbeplanting elders in de provincie Utrecht plaats. In
Volgens de BEA (bomen effect analyse) van Copijn zijn naar aanleiding van het verkeerskundig wegontwerp 149 bomen in het projectgebied niet te behouden. Een deel hiervan zijn echter houtwallen of bosjes die niet
uitzonderingsgevallen kan, indien hiermee vergelijkbare natuur- en landschapswaarden kunnen worden teruggebracht als die door de velling
individueel als solitairen, maar als oppervlakte gecompenseerd dienen te worden. Daarnaast moet er, zoals hiervoor verduidelijkt, voor de compensatie 9/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
van de houtopstanden nog onderscheid in worden gemaakt in welke bebouwingscontour de te kappen bomen, houtwallen en bosjes vallen:
Binnen de bebouwingscontour houtkap van de gemeente Woudenberg gaat het om 32 solitairen en een indicatieve oppervlakte van rond 400 m². De betreffende oppervlakte komt overeen met een bomenrij van 8 te kappen elzen aan de oostrand van het broekbosje ten zuidwesten van de rotonde. In afstemming met de provincie worden deze ook per stuk gecompenseerd, waardoor het aantal te compenseren bomen in totaal 40 betreft
Binnen de bebouwingscontour houtkap van de provincie Utrecht gaat het om 35 solitairen en een indicatieve oppervlakte van rond 1100 m² die niet behouden kunnen blijven. (In afstemming met de provincie vallen hierbij de vijf niet te behouden elzen aan de zuidrand van de bosschage tegenover het tankstation buiten beschouwing.) Inclusief de voorgeschreven toeslag komt het totaal te compenseren houtopstanden uit op 53 bomen en een oppervlakte van 1.575 m² bosschage
10/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Figuur 3.2 Themakaart verkeer Structuurvisie Woudenberg 2030
3.2
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Woudenberg 2030 De structuurvisie Woudenberg is een instrument om gemeentelijke beleidskeuzen te motiveren. Daarin is het een richtinggevend maar geen juridisch bindend instrument voor het bestuur. De Structuurvisie zet in op het verbinden, combineren en vernieuwen van de kwaliteiten van Woudenberg. Aan de hand van zes thema’s wordt op hoofdlijnen de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling van de gemeente uiteengezet. Naast het thema verkeer zijn binnen dit project veder de thema’s landschap en groen en recreatie van belang. Thema Verkeer Onder het thema verkeer wordt in de opgave voor het gebied ingezet op het versterken van de Bajonetverbinding tussen de A12 en A28 om het kerngebied van Woudenberg te ontlasten en sluipverkeer tegen te gaan, zie rode verbinding op figuur 6. De visie streeft naar een veiligere verkeerssituatie met speciale aandacht voor voetgangers en fietsers en dus ook naar het verbeteren van fietspaden om de bereikbaarheid op een duurzame manier te vergroten. De visie sluit goed aan bij de geplande herinrichting van de Provincie. In naast staande kaart wordt in het plangebied ter plekke van de rotonde de ambitie vermeldt de fietsverbindingen tussen bebouwde kom en buitengebied te verknopen.
Thema’s Landschap, groen en Recreatie Behoud en versterken van de bestaande landschappelijke kwaliteiten, zoals de openheid van het landschap en de karakteristieke elementen zoals houtwallen en waterlopen
11/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Figuur 3.3 Themakaarten Landschap en groen & Recreatief netwerk Structuurvisie Woudenberg
Versterking van de biodiversiteit door nieuwe natuurgebieden en het verbeteren van bestaande ecologische verbindingen Duurzaam beheer van groen met aandacht voor zowel ecologische als economische aspecten Vergroten van recreatieve waarden door wandel en fietspaden te ontwikkelen en het verbeteren van de toegankelijkheid van natuurgebieden Verbinding en toegankelijkheid van recreatiegebieden verbeteren, ook voor mensen met een beperking
Minimaliseren van de ecologische voetafdruk van recreatieve activiteiten en bevorderen van milieuvriendelijke activiteiten Door de herinrichting en inpassing worden zowel de ecologische als ook recreatieve verbinding versterkt. 12/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Nota Ruimtelijke Kwaliteit Woudenberg 2020
-
Een zo optimaal mogelijke (klimaatadaptieve) functievervulling van
Geplande ontwikkelingen en koppelkansen op het gebied van Landschapsbeleid en natuurbeheerplannen zijn: Gebiedsontwikkelingen wonen Woudenberg zuid
-
de groeninrichting Slim benutten van beperkte hoeveelheid buitenruimte door het combineren van functies
-
Integrale ontwikkeling Woudenberg Oost, onder meer woongebied Hoevelaar en toekomstig bedrijventerrein (lange termijn) aan weerzijden van de N224
Alternatieve locatie Brede School aan de N224 bij huidige brandweerkazerne en weiland Ontwikkeling recreatieve trekpleister Henschotermeer met
2) Biodiversiteit Bestaande natuurwaarden (soorten, vestigingsplaatsen en leefgebieden) beschermen en ontwikkelen
seizoensverbreding als toeristisch poort van de Heuvelrug.
-
Groenbeleidsplan Woudenberg 2020
-
De bomen binnen het projectgebied vallen grotendeels binnen de bebouwde kom houtopstanden van de gemeente Woudenberg. Dit betekent dat de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing is op het bomenbestand. De gemeente Woudenberg heeft in het groenbeleidsplan vier thema’s benoemd met bijbehorende ambities:
Draagvlak en participatie onder inwoners en belanghebbenden voor te treffen maatregelen
Behouden van (beschermde) natuurgebieden en landschapselementen met een hoge soortenrijkdom De biodiversiteit verhogen zowel in de bebouwde kom als in het
-
buitengebied Een protocol voor aanpak van woekerende soorten (veelal invasieve exoten) waarbij geldt: bestrijden waar dit nodig is, beheersen waar
-
dit kan Naleving van de Wet natuurbescherming en borging hiervan in de praktijk
1) Klimaatadaptatie Behoud van het huidige groenareaal (delen hiervan zijn wat betreft locatie uitwisselbaar): gekapte bomen worden gecompenseerd en
-
Behoud van belangrijke groenelementen en verbindingen (ook in relatie tot waterstructuren) bij ontwerp en uitvoering van ruimtelijke opgaven
waar mogelijk worden er extra bomen aangeplant Versterken van groenstructuren en de samenwerking tussen groen en water: mogelijk aansluiten bij het Water Keten Plan
-
Behoud van waardevolle groenelementen in particuliere tuinen
-
Bij ruimtelijke ontwikkelingen borgen van voldoende groen en water, waar mogelijk aaneengesloten en met inpassing van de oorspronkelijke situatie
3) Innoveren en verduurzamen -
Een duurzaam en gevarieerd bomenbestand Bomen met voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte
13/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
-
Duidelijke ‘spelregels’ ten aanzien van bomen en eigentijdse vormen
Het plangebied bevindt zich aan de zuidelijke rand van Woudenberg en ligt
-
van duurzame energiewinning, waaronder het toepassen van zonnepanelen op daken Inrichting van de buitenruimte met materialen die (als grondstof)
deels in de bebouwde kom en deels in het buitengebied. In het noorden grenst het gebied richting het westen aan het water en groen van Westerwoud en in het oosten aan de “nevengroenstructuur” bestaande uit
-
herbruikbaar zijn Vrij te komen snoeimaterialen benutten voor duurzaam (her)gebruik Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt inzetten in het
weilanden en bosschage. Ten zuiden is sprake van de aanwezigheid van het kenmerkend landschapstype slagenlandschap. Evenwijdig aan de kruising van de N-wegen loopt de hoofdgroenstructuur. Deze wordt aangetast door de
groenonderhoud Stil en schoon werken in het groenonderhoud
beoogde ontwikkelingen.
-
4) Burgerparticipatie en groenbeheer Besef onder inwoners van de urgentie om Woudenberg voor de toekomst gezond en veilig te houden en op welke manier zij zelf -
hierop positief invloed kunnen uitoefenen Meer groene ambassadeurs onder de inwoners van Woudenberg Voor elk groenproject in de buitenruimte bepalen of en op welke manier burgerparticipatie invulling kan krijgen en hierbij het juiste schaalniveau aanhouden: voor projecten op straatniveau betrekken van de direct omwonenden. Hiermee wordt inzichtelijk wat de
-
verschillende belangen zijn en op welke manier het mogelijk is hier rekening mee te houden Borgen van korte lijnen tussen inwoners en gemeente, waarbij er
-
geen drempel bestaat voor het aanreiken van (groene) initiatieven en ideeën Zo samen vorm geven aan burgerparticipatie, wat resulteert in meer
-
onderling omzien naar en samenwerken met elkaar Betrokkenheid en deelname vanuit agrariërs, landgoedeigenaren en natuurbeheerders om plannen voor het buitengebied invulling te
Figuur 3.4 Groenstructuurkaart Woudenberg, projectgebied rood omkaderd
geven 14/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Bomenverordening 2024 en Bomenkaart Woudenberg Zoals gesteld in artikel 2 is de Bomenverordening van toepassing op onder meer “bomen en houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap, als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving”, maar ook buiten de bebouwingscontour houtkap op “bomen en houtopstanden op erven en in tuinen”, op “lanen of bomenrijen waarvan het totaal over de rijen niet meer dan 20 stuks bedraagt”, of op “houtopstanden welke een afzonderlijke eenheid vormen” met een kleiner oppervlakte dan 10 are. Zoals in artikel 6 lid 2.e van de Bomenverordening Woudenberg 2024 wordt benoemd moet de aanvraag van een omgevingsvergunning kap “een beplantingsplan voor de herbeplanting, op hetzelfde kadastrale perceel als waar de beschermde boom of houtopstand teniet zal worden gedaan, met soort- en locatieaanduiding op een kaart” bevatten. Figuur 3.5 Groenstructuren met beschermde status, projectgebied rood omcirkeld
Op de Bomenkaart Woudenberg (figuur 3.5) staan bomen, lanen en singels die belangrijk zijn voor het groene karakter van Woudenberg en daarom een beschermde status hebben. Ook de zogenaamde hoofd groenstructuur is erin opgenomen. Voor het kappen is een omgevingsvergunning nodig. De hiernaast getoonde uitsnede is onderdeel van het gebied De Stolp waarin ook het projectgebied ligt. Volgens de BEA van Copijn moeten naar aanleiding van dit project binnen de gemeentelijke bebouwingscontouren 40 solitairen (bomen/bomenrij) gekapt en minimaal gecompenseerd worden. Vrijwel alle bomen die in het kader van de herinrichting van de weg gekapt moeten worden hebben een beschermde status, zijn vergunningplicht en moeten volgens het Groenbeleidsplan en de Bomenverordening 2024 1 op 1 gecompenseerd worden en waar mogelijk met extra aanplant. 15/48
Kenmerk
3.3
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Uitgangspunten Fauna
Vanuit soortenbescherming en ter compensatie voor diersoorten die hier voorkomen wordt gestreefd om bosschages en bomen met een compensatiefactor van 1,5 – 2 terug te brengen . Als dat niet lukt moet voor de betreffende soorten een kwalitatieve verbetering worden toegevoegd. Hierbij kan gedacht worden aan: Hoogteverschillen bosschages creëren voor verschillende soorten, sloten en flauw talud
Figuur 3.6 Soortenonderzoek leefgebied marterachtigen binnen het projectgebied
In augustus 2024 heeft TAUW het “soortgericht onderzoek rotonde N224N226 Woudenberg” opgeleverd. In het plangebied komen verschillende soorten voor, waaronder eekhoorns, vleermuizen en ringslangen. Een groot deel van het plangebied is ook waardevol leefgebied voor de bunzing en wezel. Voor deze soorten is de huidige flora in de omgeving van groot belang. Echter wordt deze aangetast door de geplande herinrichting in het
In stand houden en verbeteren van verbindingen, bijvoorbeeld sloten met flauw talud, bosjes, lijnvormige bomenrijen / elementen met struweel (voor onder meer wezel, bunzing, takkenrillen en hopen)
Een nat bosje goed voor ringslang (minder geschikt voor wezel): ringslang: graven van watergang + broedhopen,: moeras met overgang naar hoger gelegen bosschage, talud 1:5 binnen een zone van 1 meter
Geen beheer in bosjes, alleen langs randen en overgangen, inheemse flora, mag ook spontane ontwikkeling
De bomenrij van zomereiken aan de westkant van de Maarsbergseweg is een belangrijke vliegroute voor vleermuizen. Daarom is het terugbrengen van deze bomenrij essentieel. Hierbij zal voor een betere veerkracht, toekomstbestendigheid en waarde voor biodiversiteit 2/3 van dezelfde soort (zomereiken) terug geplant worden en gecombineerd met in totaal 1/3 esdoorn en iep. Voor de faunavoorziening worden de bomen aangeplant in een fors maat. Mochten verblijfsplekken worden aangetast geldt dat deze gecompenseerd moeten worden binnen 200 meter van de huidige/ voormalige verblijfsplaats, het liefst aan de gevel van gebouwen.
projectgebied en moet rekening worden gehouden met compenserende maatregelen voor het leefgebied voor deze soorten.
16/48
Kenmerk
3.4
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Uitgangspunten Watercompensatie
Op verzoek van de Provincie Utrecht heeft TAUW een beknopte Notitie over de watercompensatie opgesteld. Hieruit volgt dat bij de geplande herinrichting water zal worden gedempt en aangelegd, en nieuw verhard oppervlak
Het uitgangspunt is dat er minimaal voor voldoende compensatie gezorgd zal worden om te voldoen aan de beleidsregels. Indien het niet mogelijk is om in peilvak noord aanvullend water te graven kan gecompenseerd worden met
toegevoegd wordt. Voor deze ingrepen is waterberging compensatie vereist en de regels hiervoor zijn beschreven in de beleidsregels 3.2.1 en 3.2.13 Waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe.
de zuidelijke peilvakken, mits hiervoor passende argumentatie wordt aangediend.
In het plangebied komen drie peilvakken voor (noord, zuidwest en zuidoost) en zijn twee kansrijke compensatiegebieden aanwezig (figuur 3.3). Gebied 1 (particulier) bestaat uit een mogelijke locatie voor een vijver, gelegen in peilvak zuidoost. Op de technische tekening is aangegeven dat op deze locatie grond aangekocht kan worden voor een vijver met oppervlak van 600 m². Gebied 2 (gemeente) is gelegen in peilvak noord. Hierbij is aangegeven dat er waterberging in combinatie met een recreatieve functie mogelijk is. Voor waterberging is hiervoor circa 1.625 m² oppervlak beschikbaar. Voorstel is om zowel compensatiegebieden 1 en 2 te benutten middels het graven van een bergingsvijver van 0,35 meter waterdiepte en een oppervlak van 2.225 m² (respectievelijk 600 m² en 1.625 m² ). Dit leidt tot een compensatie van 2225*0,35=778 m³. Bij verder ontwerp dient dan rekening gehouden te worden met talud en maximaal peil. Ook zal worden gekeken in hoever watercompensatie gecombineerd kan worden met functies voor natuur, zoals
Figuur 3.7 Peilvakken waterschap Vallei en Veluwe (gele zigzaglijn is beleidsgrens, gele rechte lijn is aangepaste grens)
bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers.
17/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
3.5
Uitgangspunten sociale veiligheidsanalyse en inrichtingsadvies fietstunnel
Zet afvalbakken of – netten neer bij beide ingangen van de tunnel, zodat passerende fietsers en voetgangers hun afval kwijt kunnen voordat ze de tunnel in rijden
Baserend op de ZETA-richtlijnen (zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid) is van het fietstunnelontwerp een quickscan sociale veiligheid uitgevoerd en opgenomen in de bijlage. Uit de quick scan resulteren de volgende samenvatting van aanbevelingen/ uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing, het groenontwerp en het beeldkwaliteitsplan:
Flauwere taluds toepassen in plaats van keerwanden, om het zicht op de onderdoorgang vanuit de omgeving te verbeteren, het zicht op wat er zich ‘om de hoek’ afspeelt en de ruimte minder benauwd te maken
Nieuwe beplanting niet het zicht op de onderdoorgang laten blokkeren Maak gebruik van een helling niet steiler dan 1:20. Dit is over het algemeen de maximale steilheid die nog zelfstandig toegankelijk is voor
rolstoelgebruikers Maak een goede afweging over wie wel of niet gebruik zou moeten maken van deze parallelwegen, dus voor wie deze wel of niet
toegankelijk zouden moeten zijn Indien toch gekozen wordt voor steile keerwanden: laat deze door een lokale kunstenaar beschilderen of bekleed de keerwand met
Figuur 3.8 Voorbeeld flauwe taluds langs verdiept liggend fietspad (bron: Sempergreen)
schanskorven of beplanting, zodat er geen graffiti overheen gespoten kan worden Zorg voor goede verlichting, zodat fietsers en voetgangers die gebruik maken van de tunnel de route goed kunnen zien en gezien worden vanuit de omgeving. Eventueel zou een muurschildering aangelicht kunnen worden
18/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Figuur 3.9 Voorbeeld zeer flauwe taluds bij fietstunnel Stappegoor (bron: Brabants Dagblad)
19/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
4 Ruimtelijke kwaliteit Figuur 4.1 Groenstructuur en landschapstypes van Woudenberg
4.1
Historische ontwikkeling Woudenberg en omgeving
Ontstaan van het ontginningslandschap Zoals in het “Panorama Landschap Gelderse Vallei” wordt beschreven was het gebied van de Gelderse Vallei na de Romeinse tijd zo goed als onbewoond. Het centrale deel van de Vallei bestond uit elzenbroekbossen en veen. Uit de namen van dorpen en ontginningen blijkt dit ook. Denk aan Woudenberg, Renswoude, Zwarte Broek en Ederveen. De ontginning van het gebied heeft in verschillende fasen plaatsgevonden. De eerste fase vond plaats van 700-1000. Gaandeweg ontstond een reeks dorpen langs de randen van de Vallei en op de hogere zandgronden tussen Barneveld en Scherpenzeel. Ook de akkers lagen op deze hogere randen. Het aanwezige veen werd extensief vanuit de dorpen ontgonnen en gebruikt. Op de beste plekken werden akkers aangelegd, veelal op de flanken van de stuwwal en op kleinere dekzandkopjes. Daar waar het reliëf het toeliet, konden akkers uitgroeien tot grotere akkercomplexen of engen. Waar kleinschalig reliëf voorkwam in de vorm van dekzandkopjes, ontwikkelden zich kampen: kleine akkers, omgeven door singels. Bouwland- en graslandpercelen lagen in een mozaïek bij elkaar, gescheiden door houtsingels. Op dekzandhoogten was ruimte voor één of hooguit twee boerderijen, inclusief het akkerland. Er ontstond een patroon van verspreide bewoning bij de akkers, het kampenlandschap. Op de hogere gronden graasde het vee.
Het bos degradeerde uiteindelijk tot heide. Daarnaast vonden gestimuleerde ontginningen plaats door de landsheren (bisschop van Utrecht en de graaf van Gelre). De landsheer verkocht (veen)gronden aan een groep ontginners, die het gebied in gebruik namen.
Woudenberg werd vanaf de 13de eeuw ontgonnen, Renswoude in het midden van de 14de eeuw. Ze onderscheiden zich door een regelmatiger verkaveling en rechte bewoningsassen waarlangs de boerderijen staan.
20/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Stichtingsmythe van Woudenberg – Het Kastelendorp Een deel van Woudenberg wordt voor het eerst genoemd in het jaar 777. Karel de Grote schenkt een bosgebied nabij het huidige Henschotermeer aan de Bisschop van Utrecht. Oostelijk daarvan is alleen moeras met een door de wind aangevoerde zandrug dat alleen in de zomer te gebruiken is voor de landbouw. Pas na 400 jaar ontwikkelt de pachter Philips van Rijningen een van deze zandruggen door deze te verhogen en toevoerwegen aan te leggen. Rondom deze verhoogde zandrug, is het moeras begroeid met een dicht woud van kreupelhout. Hier ontstaat de naam 'het bergje in het woud' ofwel Woudenberg. Door verdere ontwatering en ontginning (figuur 4.2) komen daarna veel landbouwgronden beschikbaar. De Bisschop van Utrecht besluit de landbouwgronden in leen te geven aan bevriende leenheren en zij mogen binnen hun leengebied kastelen bouwen, onder voorwaarde dat de leenheren bescherming geven aan de boeren. Zo ontstaan er in korte tijd 5 kastelen en wordt Woudenberg ook wel “het kastelendorp“ genoemd. Het wapen van een van deze kastelen met drie hanen is het huidige wapen van Woudenberg. Landgoed Lichtenberg Een van deze kastelen was Lichtenberg, oorspronkelijk daterend uit het 14e eeuw gesticht door de tweede zoon van Jan van Renesse van Rhijnauwen.
In de 17de eeuw werd het landgoed aanzienlijk uitgebreid: de rechthoekige vorm en de symmetrie en verhoudingen van de tuin, die gebaseerd zijn op Neoplatonische principes, zijn bijzonder kenmerkend voor de Klassieke Nederlandse tuin. De lange stroken in richting van de ontginning werden verdeeld in gelijke vierkanten in een verhouding van 3:2 en waren door een centrale as in twee symmetrische helften verdeeld. De tuin werd omgeven door een grote gracht en een bos (vaak hakhout) erachter, begrenst door de schuine as Slappedel (figuur 4.3). De landschappelijke dragers zijn er nog, van de inrichting is echter nog maar het kasteeleiland met ringsloot zichtbaar van dit waardevol cultuurhistorisch erfgoed. Figuur 4.4 laat zien dat de Randweg in de bovenste strook, en de rotonde midden in het kader ligt. Figuur 4.2 Plangebied in relatie tot het cultuurhistorisch DNA van het landschap: ontginningsas noord-zuid,, haaks daarop strokenverkaveling, zichtlijnen en beplanting.
21/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Figuur 4.3: Kasteel Lichtenberg (daterend uit 14e eeuw) getekend in 1717 met landgoed in
Figuur 4.4 Projectie van het landgoed over de huidige topografische kaart, de rotonde in het kader
renaissance stijl (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Figuur 4.5 Zeer hoge archeologische waarde: het kasteeleiland met ringsloot en
Figuur 4.6 Woudenbergsche Grift en enig doorzicht naar het coulisselandschap langs de N224
aangrenzende percelen; hersteld met de aanleg van de randweg N224 in 1999
aan de westkant van de rotonde 22/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Figuur 4.7 Woudenberg 1875
Figuur 4.8 Woudenberg 1995
Figuur 4.9 Woudenberg 1999, aanleg Randweg
1999 uitbreiding woonwijk Nieuwoord en aanleg van randweg Groei Woudenberg Woudenberg is gegroeid langs de Dorpsstraat die van west naar oost het dorp doorsnijdt. Omstreeks 1900 stond langs deze weg een lintbebouwing. Vanaf de jaren ’50 is de kern sterk uitgebreid met nieuwbouwwijken. De bebouwde kom heeft een duidelijke opbouw met enkele belangrijke en herkenbare hoofdwegen.
Figuur 1: AHN kaart en ligging van Woudenberg in het lage gebied tussen stuwwal en zandruggen/ kampen.
23/48
Kenmerk
4.2
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Ruimtelijke kwaliteiten
De ruimtelijke kwaliteit van de weg en haar omgeving is beschreven aan de hand van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Gebruikswaarde De provinciale wegen zorgen voor doorgaande routes voor gemotoriseerd verkeer, fietsers bewegen hier langs de parallelwegen. Het buitengebied van Woudenberg heeft veelal een agrarische functie. De laan met grote eiken langs de oude noord-zuid handelsverbinding die nu de N226 vormt zijn voor het gebied heel kenmerkend, maar ook voor fauna van elementair belang. Belevingswaarde Bij het berijden van de noord-zuid gerichte provinciale weg is het slagenlandschap aan weerszijden van de weg goed herkenbaar. De kavelbeplantingen van elzen leveren een fraai uitzicht op de weilanden, gecompartimenteerd door de beplantingen. De beplantingen hebben vaak diverse openingen en ook in de winter geven deze mooie gelaagde doorkijkjes naar achterliggende kavels en openbaren een coulisselandschap. Dit is een grote ruimtelijke kwaliteit die waar mogelijk versterkt dient te worden. Bij het berijden van de oost-west gerichte provinciale weg manifesteert zich aan de noordzijde de bebouwing van Woudenberg. Aan de zuidzijde is de weg begrensd met dichte beplantingen. Daardoor is de relatie met het slagenlandschap verbroken en is er een vrij besloten beeld ontstaan. Direct langs de provinciale wegen staan volwassen eiken.
De dichte beplanting langs de zuidzijde van de weg bestaan uit volwassen dichtgegroeide elzen. De bosschages ter plekke van het voormalig kasteel Lichtenberg bestaan uit
Figuur 4.10 Waardevolle eikenlaan aan de zuidzijde
voornamelijk weiden en elzen. De oude indeling van het kasteel is nog terug te vinden in het open weiland, omgeven door water / de voormalige gracht. Toekomstwaarde Het gebruik van de rotonde vraagt om een herinrichting om toekomstbestendig te zijn voor de afwikkeling van het verkeer. Hierbij dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met principes van duurzaamheid en circulariteit.
24/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
5 Visie - gewenste landschappelijke inpassing Verkeerskundig kijkt men naar het projectgebied als een veel bereden netwerk en als verbinding tussen de A12 en de A28. In de volksmond en in visiestukken en branding wordt er vaak naar verwezen als “de As van
3.
De rotonde vormgeven als een herkenbaar poort/ entree van Woudenberg, op de overgang van landelijk gebied naar de kern.
Austerlitz tot Grebbelinie”. Maar er is ook de identiteit van de plek zelf de geschiedenis van cultureel erfgoed, welke het waard is in het kader van dit project weer beleefbaar te maken. Hierbij vormt het direct omgevende
4.
Met het ontwerp bevorderen van de biodiversiteit door ecologische verbindingen en leefgebieden voor de bunzing en wezel, vleermuizen en ringslangen te versterken.
landschap de context voor een goede landschappelijke inpassing.
5.1
Uitgangspunten landschappelijke inpassing en Groenontwerp
Voor de visie op de landschappelijke inpassing van de weg zijn vanuit de gebieds- en beleidsanalyse de volgende uitgangspunten naar voren gekomen: 1.
Zichtbaar maken van de ligging in het karakteristieke slagenlandschap ter plekke, versterken van het coulisselandschap, door het behouden en terugbrengen van zichtlijnen en door het versterken van elzenbeplantingen die bij het slagenlandschap horen.
2.
Terug laten komen van de cultuurhistorie van de plek; de ligging op het terrein van het voormalig kasteel Lichtenberg en de geschiedenis van de vijf kastelen rond Woudenberg en een recreatief ommetje door de nieuwe verbindingsweg met Slappedel.
25/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
6 Landschapsplan en groenontwerp rotonde en omgeving N224-N226 Woudenberg
Het landschapsplan en groenontwerp bevat bomencompensatie per bebouwingscontour houtkap 1) Provincie: oppervlak 1.575m², solitaire 30 2) Gemeente: 56 solitaire 26/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Voor de landschappelijke inpassing langs de N226 worden de zomereiken terug gepland en de ontbrekende schakels in de laanstructuur aangevuld. Hierbij zal voor een betere toekomst bestendigheid en biodiversiteit 2/3 zomereiken worden aangevuld met bij elkaar 1/3 gewone esdoorns en fladderiep, die qua habitus op de uitstraling van de eik lijken. Daarmee wordt zowel recht gedaan aan het karakter en de cultuurhistorische waarde van deze eeuwenoude handelsroute, maar verbeterd ook de ecologische kwaliteit en veerkracht. In de middenberm wordt hier een haag met veldesdoorn aangeplant. Zo wordt enerzijds een verbinding gelegd naar de omliggende erven langs de N226, als ook naar de strakke beplanting van het voormalige renaissance landgoed dat hier ooit lag. In het zuidwesten van de rotonde werden met de aanleg van de Randweg oude structuren van het kasteel Lichtenberg en de renaissance tuin weer zichtbaar gemaakt. Het beste behouden is het carré van het kasteeleiland met ringsloot (tot 1950), dat vrij dient te blijven van opgaande beplanting en verstorende objecten. Aan weerszijden aangrenzend staan twee wild uitgegroeide drassige elzen-wilgen-bosschages die als onderdeel van het voormalige landgoed (deels) nog in het carré staan, maar wat door het slechte onderhoud helaas niet meer zichtbaar is. Dit dient weer hersteld te worden en is een “quick-winst”.
Aan de noordwestkant van de rotonde werd met de komst van de Randweg en uitbreiding van de woonwijk in het voormalige slagenlandschap een landschappelijk ogend parkstrookje langs een vijver met een slingerend oever, knotwilgen en solitaire boombeplanting aangelegd. Met de variërende soorten en losse opzet in clusters sluit de nieuwe bomenrij langs de N224 daarbij aan. In afstemming met Copijn worden de knotwilgen in lijn met hun huidige standplaats iets opgeschoven, zodat ze weer aan de insteek van de nieuwe waterlijn komen te staan. Ten oosten van de rotonde is de gelaagdheid van het karakteristieke coulisselandschap met houtsingels evenredig aan de strokenverkaveling en doorzichten op sommige plekken nog redelijk in takt, zoals bij de knotwilgensingel ten noorden en de elzensingel ten zuiden. Deze kernwaarde mag niet worden verstoort en dient door onderhoud zo goed mogelijk behouden te blijven. Hierop aansluitend word compensatie in de vorm van bomenrijen zoals elzen- en wilgensingels in de richting van het coulisselandschap toegepast. Aansluitend op het bestaande provinciale bos komen op de huidige paardenwei 1575 m² voor groen- en natuurcompensatie. Daarnaast worden verder oostwaarts de drie zuileiken uit de rotonde verplant, zo mogelijk in lijn met de zuileiken bij de Esso.
27/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Dwarsprofiel A: historische laan van zomereiken langs Maarsbergseweg
28/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Dwarsprofiel B: Randweg N224 parkstrook Westerwoud t/m carré landgoed Lichtenberg met verwilderde bosschage
29/48
Kenmerk
6.1
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Groenontwerp
Laan van zomereiken – Quercus robur 2/3 De zomereiken hebben een halfopen ronde kroon met een onregelmatige structuur met een hoogte / breedte van 25-35 meter. Deze soort heeft een
Fladderiep – Ulmus laevis 1/6 (aanvulling eikenlaan) Deze iep is een asymmetrische grote boom van 25-30 meter hoog en een breed eironde, halfopen kroon van 10-20 meter breedte. Hoewel de
grote biodiversiteitswaarde en geldt als klimaatbestendig. Hij is bestand tegen verharding, strooizout en (zee)wind, verdraagt luchtverontreiniging, droogte en kortstondige overstroming. Aanplantmaat hoogstam 40/50 centimeter in
Fladderiep formeel niet resistent is tegen iepziekte wordt de boom in de praktijk niet aangetast omdat de kevers die de iepziekte overbrengen de Fladderiep met rust laten. Het is een is een belangrijke waardplant die in het
verband met de functie als belangrijke verbindingsroute voor vleermuizen.
voorjaar roodviolette bloemen heeft. Aanplantmaat zelfde dan zomereiken.
Quercus robur
Gewone esdoorn – Acer pseudoplatanus 1/6 (aanvulling eikenlaan) Met zijn hoge nectaar- en pollenwaardes is de esdoorn is een belangrijke boom voor biodiversiteit. Hij wordt 25-30 meter hoog met en een breed
Acer pseudoplatanus
Ulmus laevis
eironde, halfopen kroon van 20-25 meter breed. In de herfst heeft hij extra sierwaarde door de geelgroene bladkleur.
30/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Amerikaanse es – Fraxinus americana ‘Autumn Purple’
Zwarte els – Alnus glutionsa ‘Laciniata’
Deze es (syn: F. americana 'Junginger') is een soort die goed bestendig is tegen de essentaksterfte. De kroon is half open, breed eivormige en het blad heeft een opvallend palet aan herfstkleuren, van geel, oranje, rood tot violet,
Deze cultivar is een sierlijke variant van de zwarte els, heeft geveerde bladen, een halfopen en breed piramidale kroon met afhangende twijgen De boom wordt 15-18 meter hoog en 6-8 meter breed. De katjes zijn opvallend
en daarmee een buitengewone sierwaarde. De es wordt 15-18 meter hoog en 10 meter breed. Aanplantmaat hoogstam 25/30 centimeter.
geelbruin in de lente en in de herfst verkleuren de bladeren geel. Laciniata verdraagt luchtverontreiniging, strooizout, wind, en kortstondige overstromingen. Aanplantmaat hoogstam 25/30 centimeter.
(Bron: Ten Hoven bomen)
(Bron: Van den Berk)
31/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Houtsingels:
Wilgensingel – Salix alba
Houtsingels zijn een karakteristiek voor het ontginningslandschap en van landschappelijke en ecologische waarde. Ze zijn aangeplant langs perceelsgrenzen en sloten. In de jeugdfase bestaat het onderhoud uit het vrij
De schietwilg is een snelgroeiende wilg met een ovale en open kroon. De wilg is bestand tegen overstroming en verdraagt droogte. De bloeikleur van de opvallende katjes en het herfstblad zijn allebei geel. De wilg is een
houden van de aanplant van ruigtekruiden die de jonge bomen overgroeien. De wilgensingel met knotwilgen moet om de drie jaar tot net boven de stam weggeknipt worden. Bij de elzensingel zal na circa 4-5 jaar de aanplant
belangrijke waardboom voor vogels om in te broeden en drachtboom voor insecten om nectar uit te halen. Aanplanten in kleine groepen van 2 tot 5 bomen en als knotvorm 18/20 centimeter.
gesloten raken en moet gesnoeid en gedund worden om de losse structuur en doorkijkjes te behouden. Het onderhoud van de houtsingels is van cruciaal belang voor de landschappelijke waarde van het coulisselandschap en om deze leesbaar en beleefbaarheid te houden. Elzensingel – Alnus glutinosa De gewone els heeft een halfopen kroon met een breed piramidale vorm. Hij groeit snel en kan 10-20 meter hoog en 6-12 meter breed worden. De herfstkleur is geel tot bruinig en de opvallende katjes in de lente zijn roodbruin. Elzen verdragen overstroming en droogte. Aanplanten in kleine groepen van 2 tot 5 bomen, aanplantmaat meerstammig geveerd 20/25 cm.
32/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Zuileik – Quercus robur ‘Fastigiata’
Haag middenberm N226
Deze zuileik heeft een zuilvormige kroon met een gesloten structuur van 1520 meter hoog en wordt maximaal 5 meter breed. Beplanting met waarde voor biodiversiteit. Deze soort kan goed tegen verharding, verdraagt
In de middenberm komt een haag van veldesdoorn (Acer campestre). De haag varieert van 1,50 tot circa 3,50 meter breed en wordt onderhouden op 80 centimeter hoogte. Rond lichtmasten die in de haag komen te staan
strooizout en luchtverontreiniging en kan op natte grond. Drie van de zuileiken uit de rotonde worden verplant naar het oosten in lijn met de zuileiken bij het tankstation, daarom is het aanplantmaat niet van toepassing.
worden links en rechts 50 centimeter vrij gehouden. Op de groeiplaats wordt in een laag van 50 centimeter bodemverbeteraar in de vorm van bomengrond toegepast; aanplantmaat 80/100 centimeter, 7 planten/ m²
33/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Bermen met bloem- en kruidenrijk grasland In de midden- en buitenbermen waar geen haag komt en in wadi kiezen voor een natuurvriendelijke berm met mix van kruiden en vaste (nectarrijke) beplanting. Deze groeit het beste onder schrale omstandigheden. Hiervoor 12x/jaar gefaseerd maaien en maaisel afvoeren. Gebiedseigen soorten en, voor zover mogelijk, ook geschikte gebiedseigen grond gebruiken.
34/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
7 Beeldkwaliteitsplan Fietspad Het Beeldkwaliteitsplan (BKP) bevat richtlijnen en eisen voor de uitstraling,
6.
vormgeving en inpassing van de rotonde, fietstunnel en het verbrede wegtraject van de N224 en N226. Daarmee biedt het BKP een kader voor het toetsen van de verdere uitwerking bouw- en inrichtingsplannen, met als doel een eenduidige wegomgeving van goede ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor worden randvoorwaarden gesteld aan de technische uitwerkingen en landschappelijke inpassing van de herinrichting en dient het BKP tevens als
Verlichting: (Her-)gebruik van sobere, energiezuinige verlichting om de rotonde ’s nachts zichtbaar te maken maar die de omgeving en nachtelijke hemel niet verstoort
7.1
Kunstwerk fietsonderdoorgang en voetpad
In de structuurvisie wordt de ambitie vermeldt de fietsverbindingen tussen bebouwde kom en buitengebied te verknopen. Pm
inspiratiebron voor de verdere planuitwerking. Taluds en keerwanden Om het wegontwerp harmonieus in het bestaande landschap in te passen moeten de wegen, de rotonde, verbindingswegen en de fiets- en voetgangeronderdoorgang goed worden vormgegeven binnen de bestaande omgeving. In dit project betreft dit zowel de “zachte” en natuurlijke elementen, als ook de “harde” inrichting is van groot belang, zoals: 1. Vormgeving: Het ontwerp en de aankleding van de rotonde en fietstunnel kan worden aangepast aan de contouren van het landschap, 2.
3. 4. 5.
bijvoorbeeld door het volgen van natuurlijke lijnen en zichtrelaties Materialen: Het kiezen van een kleurenpalet en zo mogelijk duurzame materialen die passen bij het buitengebied, zoals aardse tinten, hout en vegetatie. Taluds zo flauw en natuurlijk mogelijk en beplant met bloemen en kruidenrijk grasmengsel Beplanting: Het gebruik van voornamelijk inheemse bomen en planten en beplanting die aansluit bij het omgevend karakter Om de rotonde en verbrede wegen in te passen, waardoor het een natuurlijke uitstraling krijgt en bijdraagt aan de biodiversiteit
Figuur 7.1 Voorbeeld zeer flauwe taluds bij fietstunnel Stappegoor (bron: Brabants Dagblad)
Waterbeheer: Integratie van waterafvoersystemen die regenwater op een natuurlijke manier afvoeren, zoals wadi’s of infiltratiegreppels 35/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Betonnen randen
Plafond onderdoorgang en mogelijke combinatie met vleermuizen
Taluds zo flauw als mogelijk maken, ook in verband met uitgangspunten sociale veiligheid, uitzicht en landschappelijke kwaliteit. Daarbij een
Een speels of natuurlijk ogend plafond in een onderdoorgang creëert een aangename sfeer en draagt bij aan een veilig gevoel. Dit kan met verschillende materialen, zoals vulkanisch steen (bijv. Rockpanel Woods), aluminium, of duurzame biobased bekleding uit (rijstvlies-)composiet. Maar
geleidelijke opbouw naar schuine helling volgen doormiddel van oplopend betonband. Zo blijft er zoveel mogelijk ruimte voor goede zichtbaarheid en vegetatie (zoals een onderhoudsarm bloemen en kruidenrijk mengsel) voor een groen beeld.
ook met beton kan een hoogwaardige afwerking met warme tinten en mooie patronen of effecten worden bereikt, zoals te zien op de afbeeldingen onderaan. De benoemde materialen zijn ten opzichte van hout veel brandveiliger, onderhoudsarmer en geven alsnog een hoogwaardig beeld. Wanneer mogelijk worden er voegen voor vleermuizen geïntegreerd.
36/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Onderdoorgang / tunnel Figuur 7.2 geeft een impressie van de algemene beeldkwaliteit, sfeer en functie van het overdekte gedeelte:
Aardse tinten en natuurlijk ogende materialen passend in het buitengebied Plafond met geïntegreerde schuilplaatsen voor vleermuizen Amberkleurige verlichting aan de zijkanten en licht strips langs de rijbaan geven de tunnel een sfeervol en warme uitstraling. Daarnaast is het vleermuis vriendelijk en kan bijdragen aan extra verblijfsplaatsen
Aansprekende vormgeving van de tunnelwanden als integraal kunstwerk/ muurschildering dat bijdraagt aan de eenheid van de route: bijvoorbeeld verbeelding van Woudenbergs landschap of de Stichtingsmythe en kastelen vertellen het verhaal van de plek en leggen zowel de verbinding met de omgeving, als ook tussen het buitengebied en de kern van Woudenberg. Daarnaast verrijkt het de identiteit en perceptie van de plek en draagt bij aan een aangename sfeer en veilig gevoel. (Bron mural: Teun Mijern)
37/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Monochromatische murals die de cultuurhistorie en de identiteit van de plek verbindend verbeelden Graffiti Figuur 2: Graffiti cultuurhistorie van de plek, Wageningen, Tijn Meijer Figuur 3: Alphen ad Rijn, VijfB, Joost Zwanenburg
Monochromatische graffiti Een ander optie om de tunnel een eigen identiteit en herkenbaarheid te geven is
Referenties boven: Teun Meijer, Wageningen; Rienas Wandgestaltung, Holpe; Referenties onder: VijfB, onbekend en ”Groene dorp Alphen a/d Rijn” 38/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Kleurrijke murals die de identiteit, sfeer en waarden van het omgevend landschap in de tunnel brengen
Referentie links boven en onder: Meg Erke en Megan Moore, Charlton tunnel Dakota; rechts boven: Elmer Tuinstra, Wageningen; rechts onder: Joost Zwanenburg/ VijfB, Visserspad Zandvoort;
39/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Leuningen en Hekwerken
Voorzetmuur in combinatie met vleermuizen
Leuningen en hekwerken worden vormgegeven met ingetogen aardse tinten passend bij het buitengebied, zoals bijvoorbeeld hout met grijs of cortenstaal. Door in deze elementen naar versimpelde structuren van het buitengebied te
Door het integreren van kieren en spleten in niet constructieve onderdelen van de tunnelwand, een vormgegeven betonnen voorzetmuur met texturen (zoals te zien op het referentiebeeld), of losse elementen kan deze dienen als
verwijzen, creëert dit makkelijk een hoge ruimtelijke kwaliteit en voegt extra herkenbaarheid en identiteit toe aan de plek. De structuren van hekwerken en leuningen kunnen zoals in de linke
broed- en verblijfplaatsen voor vleermuizen. De verblijfsplaatsen moeten voor de vleermuizen goed bereikbaar zijn (grootte van invliegopeningen) en er mag geen directe verlichting op schijnen.
referentie doorgetrokken worden en als voorzetmuur worden gebruikt.
40/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Verlichting
Vleermuisvriendelijke verlichting: LED spot/ strip langs rijbaan en in keerwand Zoals sinds 2011 al gangbaar is bij RWS geldt ook hier toepassing van “de Batlamp”. De amberkleurig UV-vrije LED-lampen worden gecombineerd met aanvullende maatregelen om de lichthinder voor vleermuizen tot een absoluut minimum te beperken: Verlichting zo laag mogelijk, bij voorkeur geïntegreerd in de keerwanden
en/of LED strip in de buitenbanden langs de fietsbaan Dankzij een innovatief radarsysteem en lussen in het wegdek, gaat de wegverlichting alleen aan als fietsers of voetgangers passeren
Een astronomische klok bepaalt de in- en uitschakeling van de verlichting, gecombineerd met bewegingssensoren: Als voetgangers of fietsers naderen komen de lampen langzaam op, bij het vertraagd uitschakelen doven ze zachtjes. Dit mechanisme verbruikt minder energie, is duurzamer, beter voor de fauna en zorgt voor extra veiligheid: De “mee bewegende” verlichting is vanaf de omgeving zichtbaar en signaleert tijdig een tegemoetkomende tegenligger
41/48
Kenmerk
7.2
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Rotonde Poort Kastelendorp
Overrijdbare strook knierotonde met grassteen (Eveneens voor parkeerplaats Maarsbergseweg tussen nummers 41 en 43)
Omdat in de huidige situatie de rotonde een mooie groene uitstraling heeft, door verhoging een hoogteaccent in het landschap vormt en zelfs met een aantal bomen beplant is, heeft hij een landschappelijk formaat. Door de omvorming van de huidige rotonde naar een knierotonde gaat dit echter flink veranderen: De te beplanten groene oppervlakte in het middengebied wordt aanzienlijk kleiner, zal in de basis plat zijn en het verhaarde gedeelte neemt toe, wat vooral verschuldigd is aan een breedte overrijdbare strook om de eigenlijke rotonde heen, nodig voor grotere voertuigen. Om het verharde oppervlak iets te reduceren en vooral om de uitstraling te verzachten en beter landschappelijk in te passen, zal de verharding van deze strook zoals hiernaast is weergegeven niet gesloten, maar met grasstenen worden uitgevoerd. Beplanting: voornamelijk lage beplanting met enkele middelhoge objecten
De huidige rotonde ligt precies in de voormalige renaissance tuin van landgoed Lichtenberg (fig.15). Middels de rangschikking en het ontwerp van de toekomstige beplanting zal een verwijzing naar het symmetrisch karakter van de renaissance tuin de geest van de plek weer beleefbaar maken en de rotonde een herkenbaar punt van Woudenberg worden. Zoals op de navolgende referenties bestaat de beplanting bijv. uit heesters, hagen, (boomvormige) struiken, dwergstruiken, bodemdekker en grassen. 42/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Beplanting: voornamelijk lage beplanting met enkele middelhoge objecten, deels plekverwijzingen Woerden
Optionele kans: verwijzing naar cultureel erfgoed De huidige rotonde ligt precies in de voormalige renaissance tuin van landgoed Lichtenberg. De aanpak van de rotonde biedt dé kans om de genius loci de identiteit van de plek zelf, maar ook van Woudenberg als kastelendorp weer beleefbaar te maken door een link te leggen met de 5 kastelen en de symmetrische opzet van de renaissance tuin. Zo wordt de rotonde een herkenbaar poort en entree van Woudenberg, op de overgang van het landelijk gebied naar de kern. De referentiebeelden* geven een impressie van de mogelijke sfeer, kleur en materiaalgebruik passend bij de beoogde beeldkwaliteit.
Oosterbeek
*Buiten schaal. Nadere vormgeving en uitwerking van bijzondere objecten door bijvoorbeeld kunstenaars onder inachtneming van regels. 43/48
Kenmerk
7.3
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Verwijzing cultureel erfgoed om/op kasteeleiland
Figuur 7.3 Kasteel Lichtenberg in 1717 door Justus van Broeckhuijsen getekend in de cartouche van de kaart van de ambachtsheerlijkheid Woudenberg. (Archief Stichting Oud Woudenberg)
Om de rijke geschiedenis en het culturele erfgoed van de plek niet te vergeten moet dit weer ervaarbaar worden gemaakt. Hier ligt een kans! Op het kasteeleiland of langs de nieuwe verbindingsweg en het potentieel nieuw ommetje met Slappedel kan worden gedacht aan een verwijzing naar het cultureel erfgoed van het kasteel Lichtenberg. Voor het klooster op landgoed
Met behulp van de app ‘Klooster Mariënborn’ valt het klooster meteen weer ter plekke te beleven. Volg de instructies in de app en stap vervolgens door de bogen van de poort om op ontdekking te gaan in de middeleeuwen! De beleving is ter plaatse door iedereen op elk gewenst tijdstip en gratis te ontdekken en te beleven.
Mariëndaal is dat gedaan door een manshoge cortenstalen poort te plaatsen op de locatie waar het klooster zich ooit heeft bevonden. Ook al valt het object goed op is de vorm-, materiaal en kleurgeving ingetogen en passend bij zowel het erfgoed als ook bij de landelijke omgeving.
44/48
Kenmerk
7.4
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Houten geleiderail
Wanneer er een geleiderail toegepast wordt zal deze een houten afwerking hebben. De vormentaal van dit type sluit aan bij de in het gebied al aanwezige geleiderail in de zijbermen, echter zijn deze een stuk lagen en veel minder stabiel. Als deze ook na de herinrichting voldoen, deze graag hergebruiken. Mocht vanuit verkeersveiligheid een steviger model nodig zijn, dan zo mogelijk van hetzelfde type met ronde palen als weergegeven in het referentiebeeld.
7.5
Verlichting
De huidige straatverlichting is eenvoudig, slank, in verhouding subtiel en voegt zich goed langs de weg en ontneemt niet de aandacht van de weg en het omgevend landschap. Uit esthetische en uit duurzaamheidsredenen zal het huidig type verlichtingsmasten zoveel mogelijk hergebruikt worden. Vervangende armaturen worden afgestemd op de bestaande verlichting. Kruispunten, in- en uitvoegstroken worden gericht verlicht en onnodige verlichtingsmasten langs lange rechte stukken zijn niet wenselijk.
45/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
Impressie van de warme en veilige uitstraling van de onderdoorgang met ecologische meerwaarde ten oosten van de nieuwe rotonde van het “kastelendorp”
46/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
8 Geraadpleegde Bronnen Beleidsregels Waterschapsverordening waterschap Vallei en Veluwe
Onderzoeken ten behoeve van het project:
Bomenkaarten Woudenberg | Gemeente Woudenberg
Beknopte notitie watercompensatie N224-N226 Woudenberg, TAUW, 2024
Bomenverordening gemeente Woudenberg 2024
Soortgericht onderzoek rotonde N224-N226 Woudenberg, TAUW, 2024
https://www.woudenberg.nl/vergunningen-en-belastingen/boom-kappen/
Bomen effect analyse reconstructie kruising N226-N224 Woudeberg, Copijn, 2024
Boom, struik, houtwal, haag, knotwilg, wegberm kappen, snoeien, aanpassen of verwijderen (kapmelding) | provincie Utrecht (provincie-utrecht.nl) Groenbeleidsplan_gemeente_Woudenberg_2020.pdf Historie Woudenberg | Op de Heuvelrug Woudenberg - Terrein van het versterkte huis Lichtenberg (woudenbergopdekaart.nl) Kastelen - Canon van Nederland Nota Ruimtelijke Kwaliteit Heldere Burgeparticipatie (woudenberg.nl) Omgevingsverordening provincie Utrecht | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) Panorama Landschap - Gelderse Vallei | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Structuurvisie Woudenberg 2030 2750-004structuurvisie.pdf (commissiemer.nl)
47/48
Kenmerk
R005-1289346KME-V01-hme-NL
9 Bijlage Landschapsplan/ Groenontwerp N224-N226 rotonde Woudenberg