04 Bestemmingsplam Voskuilerweg 47_ontwerp_2.pdf
Tekst van het document
Het plan voorziet niet in functiewijziging of functieverzwaring. De nieuw te bouwen loods wordt alleen gebruik voor opslagdoeleinden, waardoor het uitgesloten is dat hierin meer dan 2 uur per dag mensen aanwezig zullen zijn. Hierdoor kan bodemonderzoek achterwege blijven. Ook omdat vanwege de reeds aanwezige verharding de bodem ter plaatse van het plangebied als niet verdacht aangemerkt kan worden op het voorkomen van bodemverontreinigingen. Conclusie De bodemkwaliteit is geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.
Toelichting
43
4.6
Geur
Voor veehouderijen geldt voor de beoordeling van geur de Wet geurhinder en veehouderij. In deze wet zijn voor bepaalde typen dieren geurnormen opgenomen, zoals schapen, varkens en kippen. Ten aanzien van dieren waarvoor geen geurnorm is vastgesteld (zoals melkkoeien), gelden vaste afstanden. Voor veehouderijen gelden de vaste afstanden uit het Activiteitenbesluit. Ten opzichte van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom geldt een (vaste) afstand van 50 meter. Toetsing Het plan voorziet niet in de uitbreiding van het aantal dieren dat op het bedrijf van initiatiefnemer wordt gehouden. Toetsing aan de vaste afstanden en de geurnormen van het pluimvee is daarom niet aan de orde. In paragraaf 4.3 is reeds aangegeven dat de opslag van agrarische bedrijfsstoffen buiten de bebouwde kom moet plaatsvinden op minimaal 50 meter tot een geurgevoelig object. De ligging van de aanwezige sleufsilo's blijft ongewijzigd. Bovendien wordt ruim aan het afstandscriterium van 50 meter voldaan. Het mestbassin is reeds aanwezig en voldoet ook aan de afstandsnorm. Geconcludeerd wordt daarom dat ter plaatse van de omliggende woningen sprake is van een goed woon- een leefklimaat. Conclusie Voor het aspect geur kan het initiatief uitvoerbaar worden geacht. 4.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft risico's met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transport (weg, spoor, water en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft 44
Voskuilerweg 47
betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR is op de kaart van het gebied weer te geven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar PR-contour (die als wettelijk grenswaarde fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten komen. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR is weer te gegeven in de fN-curve: een grafiek waar de kans (f) is afgezet tegen het aantal slachtoffers (N). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. De 1% letaliteitgrens vormt doorgaans de grens van het invloedsgebied (tenzij anders bepaald). Dit is de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hoe moet worden omgegaan met risico’s voor mensen in de omgeving van risicobronnen is in verschillende wet- en regelgeving opgenomen.
Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen Besluit en Regeling externe veiligheid Transportroutes Besluit risico’s zware ongevallen Vuurwerkbesluit Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Besluit ruimte Activiteitenbesluit Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd (zie afbeelding 13). Hieruit blijkt dat in of nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ook valt het plangebied niet in het invloedgebied van routes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op ruim 1 kilometer ten westen van het plangebied en valt daarmee buiten het invloedsgebied.
Toelichting
45
Afbeelding 13: risicokaart Het voorliggende plan voorziet bovendien niet in het realiseren van een nieuwe (beperkt) kwetsbaar object, waardoor het aspect externe veiligheid niet verder behoeft te worden beschouwd. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmeringen op voor de uitvoering van het plan. 4.8
Luchtkwaliteit
De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde die voor een aantal verontreinigende stoffen in de wet is gesteld. Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een projectplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; 46
Voskuilerweg 47
het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per m3 (µg/m3 ) voor fijn stof en stikstofoxiden (NO2). Toetsing Binnen het plangebied is geen uitbreiding van het aantal of de omvang van gevoelige functies aan de orde. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet aan de orde. Het plan voorziet mogelijk in een kleine toename aan verkeersbewegingen omdat de opslagcapaciteit van de sleufsilo's iets groter wordt, waardoor meer ruwvoer aangevoerd kan worden. Worst case wordt uitgegaan van 10 extra verkeersbewegingen per weekdaggemiddelde met zwaar verkeer. Met behulp van de NIBM-Tool is berekend dat deze extra verkeersbewegingen niet zullen leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Zie tabel 2.
Tabel 2: Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022
Het plan draagt derhalve niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Toelichting
47
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.9
Water
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Watertoets Initiatiefnemer heeft waterschap Vallei en Veluwe geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van toepassing is. De gegevens van het plan zijn digitaal beschikbaar gesteld aan het waterschap. De toetsresultaten zijn opgenomen als bijlage 3. Het plan voorziet niet in een toename van het verharde oppervlakte. De ruwvoerders worden op een vloeistofkerende vloer opgeslagen. Opgevangen percolaatvloeistoffen worden gelijkmatig uitgereden over de percelen en derhalve gebruikt als meststof. Voor de opslag van ruwvoerders wordt voldaan aan het activiteitenbesluit. De nieuwe loods wordt voorzien van een regengoot zodat het schoonhemelwater kan worden geloosd op het oppervlaktewater.
Door middel van de mail van 17 augustus 2022 laat het waterschap weten dat het resultaat van de digitale watertoets is ontvangen en dat er verder geen opmerkingen zijn. Het waterschap geeft in de mail een positief advies af. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de 48
Voskuilerweg 47
waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. initiatiefnemer zal waar mogelijk duurzame bouwmaterialen gebruiken.
Conclusie Op 17 augustus 2022 laat het waterschap weten verder geen opmerkingen te hebben over het plan en geeft een positief advies af. Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.10
Ecologie
Uitgangspunt voor het plan is dat geen strijdigheid ontstaat met de wetgeving ten aanzien van de gebiedsbescherming en de soortenbescherming (Wnb). Plannen, projecten of andere handelingen, die de kwaliteit van de gebieden kunnen verslechteren of die een verstorend effect hebben op de soorten, mogen niet worden gerealiseerd of verricht zonder of in strijd met een daartoe verleende vergunning (artikel 19d Nbw). Toelichting
49
Toetsing Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Het plangebied ligt op minimaal 670 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.
50
Voskuilerweg 47
Afbeelding 14: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. Het NNN heeft namelijk geen externe werking. Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Toelichting
51
Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Het plangebied ligt op minimaal 11,73 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Kolland & Overlangbroek. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000- gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 15: Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. Berekening stikstofdepositie Initiatiefnemer is voornemens een bestaande sleufsilo te overdekken en bestaande sleufsilo's te upgraden. Tot voor kort gold er een vrijstelling voor bouw- sloop en éénmalige aanlegactiviteiten. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelde. Op 2 november 2022 is er door de Raad van State een streep gehaald door de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Het gevolg is dat er per project berekent moet worden wat de depositie op de relevante Natura 2000 52
Voskuilerweg 47
gebieden is. Dit geldt ook voor de bouwfase voor het project aan de Voskuilerweg 47 in Woudernberg. Om op de juiste wijze de stikstofdepositie van de bouwfase te bepalen, is in kaart worden gebracht welk bouwmaterieel en transportbewegingen noodzakelijk zijn. De uitgangspunten van de Aerius berekening van de realisatiefase en de Aerius berekening zelf is opgenomen als bijlage 4 van deze toelichting. In de gebruiksfase is er sprake van een beperkte toename van het verkeer omdat de opslagcapaciteit van de sleufsilo's wordt vergroot met extra aanvoer van ruwvoer mogelijk tot gevolg. Er is worst case uitgegaan van 10 extra verkeersbewegingen per dag met middelzwaar verkeer. Met behulp van Aerius Calculator is een stikstofberekening uitgevoerd. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Het beoogde plan zorgt niet voor een significante toename in stikstofdepositie en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. De Aeriusbertekening is bijgevoegd als bijlage 5. Soortenbescherming Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen.
Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht (artikel 1.11 Wnb), zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied. Het plangebied is nagenoeg volledig verhard (erfverharding en sleufsilo's). De inrichting maakt dat het plangebied een zeer beperkte natuurwaarde heeft. Het is aannemelijk dat in de omgeving van het plangebied verschillende soorten vogels zoals huismus, gierzwaluw, en enkele soorten roofvogels en uilen voorkomen met jaarrond beschermde nesten. Het plangebied vormt vanwege de inrichting ervan geen onderdeel van het foerageergebied van vogelsoorten. Geschikte nestlocaties komen niet voor. Vanwege het ontbreken van bomen met holtes of spleten in het plangebied is er geen geschikte verblijfplaats voor verschillende soorten vleermuizen waaronder gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Het plangebied is door het ontbreken van Toelichting
53
opgaande beplanting niet geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Het voornemen leidt niet tot aantasting van deze vliegroute en foerageermogelijkheid. Vanwege de inrichting van het plangebied is het onwaarschijnlijk dat beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied voorkomen. Bovendien is het merendeel van de grondgebonden zoogdieren bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de verbodsbepalingen van de Wnb. De niet-vrijgestelde soorten betreffen boommarter, damhert en eekhoorn. Deze komen vanwege het ontbreken van een geschikte habitat niet voor. In het plangebied komen mogelijk enkele algemene, vrijgestelde zoogdiersoorten zoals huisspitsmuis, egel en veldmuis te voor. Er is tot slot geen geschikte habitat aanwezig voor amfibieën. Omdat er geen bebouwing wordt gesloopt, bomen worden gekapt en/of sloten worden gedempt, kan worden gesteld dat het plan geen negatieve invloed heeft op beschermde soorten. Conclusie Het plan is voor het aspect ecologie uitvoerbaar. 4.11
Cultuurhistorie en archeologie
De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de huidige Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen worden over enige tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen). Toetsing Archeologie In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek 54
Voskuilerweg 47
archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Het ophogen van de keerwanden van de sleufsilo's en het bouwen van de loods op de keerwanden van een bestaande silo vindt plaats zonder ingrepen in de bodem. Omdat bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van bodemverstorende werkzaamheden, kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. Cultuurhistorie In afbeelding 16 is de kaart Cultuurhistorie van de Structuurvisie van Woudenberg afgebeeld.
Afbeelding 16: Kaart Cultuurhistorie Het plangebied is aangegeven met de rode ster. Uit de kaart blijkt dat de Voskuilerweg een oude ontginningsas is. Elementen van de Grebbelinie liggen ten oosten van het plangebied. Het plan heeft geen negatieve effecten op zowel de Voskuilerweg als oude ontginningsas als op de elementen van de Grebbelinie. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel archeologie als cultuurhistorie is het plan voornemen uitvoerbaar.
Toelichting
55
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1
Toelichting op de regels
De regels zijn overgenomen uit het moederplan Buitengebied 2010/2013. Hoofdstuk I: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het "normale" spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. De begrippen zijn alfabetisch geordend. Het begrip agrarisch bedrijf is niet in deze standaard SVBP2012 opgenomen en wordt hierna kort toegelicht. Agrarisch bedrijf In aansluiting op het gemeentelijk beleid wordt onderscheid gemaakt in grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Onder agrarische bedrijven worden alle bedrijven verstaan die met hun bedrijfsvoering erop gericht zijn om gewassen te telen en / of dieren te houden ten behoeve van de plantaardige of dierlijke productie: akker- en vollegrondstuinbouw, bollenteelt, fruitteelt, grondgebonden veehouderij, paardenfokkerij en paardenhouderij en sierteelt. Boomkwekerijgewassen worden niet zonder meer tot de grondgebonden agrarische teelten gerekend; boomkwekerij kan na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk en/of werkzaamheden worden toegestaan.
Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' is toegekend aan alle gronden met een agrarisch grondgebruik, waar een aantal algemene landschapswaarden aan de orde zijn, samenhangend met de voorkomende beplanting (singels en houtwallen) en de 56
Voskuilerweg 47
waterhuishoudkundige structuur. Door middel van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulpbedrijf' en 'intensieve veehouderij' is het mogelijk gemaakt om de voor agrarisch bestemde gronden tevens voor deze functies te gebruiken. Artikel 4 Waarde – Archeologie – 2 Middels deze dubbelbestemmingen zijn de gronden behorende tot het plangebied, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. Voor de bestemming Waarde - Archeologie 2 zijn de volgende onderzoeksdrempels (bouwwerken en werken) opgenomen: Waarde – Archeologie – 2: vanaf 100 m² en 40 cm diepte; Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. Overige algemene regels Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels.
Het gaat hier om algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen, en procedureregels worden behandeld. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald. Toelichting
57
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
De kosten voor de realisatie en totstandkoming van het plan komen voor rekening van initiatiefnemer. Er zijn naast de procedurekosten voor de gemeente geen bijkomende kosten waarvoor een overeenkomst dient te worden afgesloten. Initiatiefnemer dient op grond van de legesverordening van de gemeente Woudenberg een vast bedrag aan leges te voldoen en daarmee worden de kosten voor de gemeentelijke procedure gedekt. Vanuit het aspect economische uitvoerbaarheid worden dan ook geen beperkingen verwacht voor de realisatie van het plan. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage liggen, zoals dit is voorgeschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht. Er is gedurende de termijn gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Van deze gelegenheid is wel/geen gebruik gemaakt. Participatie In oktober heeft initiatiefnemer de buren gesproken over de plannen. Van het overleg met de buren is een participatieverslag gemaakt. Dit verslag is bijgevoegd als bijlage 6. Samengevat waren alle reacties positief en worden geen bezwaren verwacht.
58
Voskuilerweg 47
Bijlagen
Toelichting
59
Bijlage 1
60
Milieutekening
Voskuilerweg 47
Bijlage 2
62
Bouwtekening overkapping
Voskuilerweg 47
A
B dakopbouw: stalen spant vlgs berekening constructeur houten gording vezelcement - golfplaten
+9.450 geb J bk snijpunt spant
20°
+6.000 geb J snijpunt
wandopbouw: -bovenop prefab keerwand stalen balk vlgs berekening constructeur -stalen spant vlgs berekening constructeur -houten balk -damwandprofielplaten -hwa +2.270
sleufsilo
geb J bk wand
prefab keerwand volgens leverancier LR250H
prefab keerwand bestaand SL250T +0 geb J peil
rechterzijgevel
voorgevel
linkerzijgevel
achtergevel
-betonklinkers -zandbed 100mm -menggranulaat 250mm
doorsnede J
Renvooi algemeen - alle hout-, beton- en staalconstructies volgens constructeur - gebruiksfunctie: lichte industrie voor het bedrijfsmatig houden van dieren - de aannemer dient voor aanvang van de bouw of fabrikage van elementen de maatvoering te controleren (en indien nodig aan te passen) en ter inzage leggen aan desbetreffende gemeente - de tekeningen zijn (primair) vervaardigd voor het aanvragen van de 'Omgevingsvergunning activiteit Bouwen' en zijn met de grootste zorgvuldigheid voor dat doel vervaardigd. - indien deze tekeningen worden gebruikt voor de uitvoering dienen er door de aannemer werktekeningen te worden vervaardigd. - de maatvoering van de bestaande situatie door de aannemer in het werk controleren, zodat eventuele onduidelijkheden of onnauwkeurigheden vooraf (in overleg met de Rombou en constructeur) kunnen worden hersteld. - verschillen in afmetingen en toestand met de werkelijkheid geven geen aanspraak op verrekening.
J Kleur- en materiaalstaat afvoer naar mestkelder HWA naar sloot
hwa
hwa
hwa
betonklinkers beton beton damwandprofielplaten damwandprofielplaten vezelcement-golfplaten gezet staal aluminium kunststof
grijs grijs grijs donkergroen donkergroen antraciet wit grijs grijs
schuifdeur
15.100
15.100
19.000
schuifdeur
schuifdeur
hwa
schuifdeur
1.800 150 250
2.200
B
hwa
vloer elementen langskant elementen kopsekant schuifdeuren topgevelbekleding dakbedekking windveer goot hwa
afschot
afschot
schuifdeur
schuifdeur
513
G G
I
G G
A
schuifdeur
nieuw te overkappen bestaande sleufsilo
J
F
E H 1140
250 150 1.800
2.200
schuifdeur
D G
C A
hwa
hwa
hwa
hwa
B
hwa
47
HWA naar sloot Voskuilerweg
situatie N schaal: 1:2.000 kadastrale gemeente: Woudenberg sectie: A perceelnummer: 513, 1140
J 5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
40.000
plattegrond 01
02
03
04
05
06
07
08
09
opdrachtgever Maatschap van der Wind - van den Bosch
Voskuilerweg 47 3931 MV Woudenberg Tel. 033-2864074 project Overkapping sleufsilo voor het bedrijf
aan de Voskuilerweg 47 te Woudenberg onderdeel geb J: sleufsilo
plattegrond, doorsnede, gevels, situatie en 3D bladnummer
BO-11-J Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl
6610583926 intake 1:100 schaal A0 papierformaat auteur architect registratienr vergunning fase 29-03-2022 datum gewijzigd A: 21-06-2022
Bijlage 3
64
Watertoets
Voskuilerweg 47
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 19-07-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
normale procedure
2.
Advies Algemeen
3.
Advies leggerwatergang
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
19-07-2022, 10:36
P agina 1 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging betreft van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Wordt er in de huidige s ituatie wateroverlas t ervaren binnen het plangebied? nee
3.
Gaat u verhard oppervlak toevoegen? nee
4.
Raakt het plangebied een A of B watergang? ja
5.
Raakt het plangebied een riooltrans portleiding? nee
6.
Raakt het plangebied een waterbergings gebied? nee
7.
Raakt het plangebied een waterkering? nee
8.
Raakt het plangebied een grondwaterbes chermings gebied? nee
9.
Raakt het plangebied de grondwaterfluctuatiezone? nee
10.
Raakt het plangebied "natuurwateren" (voorheen wateren met HEN- of SED-functie)? nee
11.
Raakt het plangebied een KRW-waterlichaam? nee
19-07-2022, 10:36
P agina 2 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.
Wat moet ik doen? Uw plan heeft invloed op het waters ys teem, waterkeringen en/of afvalwaterketen. Het waters chap wil graag met u overleggen wat deze invloed is en welke maatregelen wellicht genomen kunnen worden in uw plan. Wij s treven ernaar binnen twee weken contact met u op te nemen om nadere afs praken te maken en advies te geven. Als u eerder een afs praak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer (055-5272911) en vragen naar de planadvis eur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. In het overleg tus s en u en het waters chap worden afs praken gemaakt over het borgen van de waterbelangen in uw plan. Het is van belang dat u de uitkoms ten van het overleg en de gemaakte afs praken vas tlegt in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Waar nodig vraagt het ook om verwerking op de verbeelding en/of in de regels . Dit zal blijken uit het overleg met het waters chap. De waterparagraaf dient in ieder geval een bes chrijving van de huidige en toekoms tige waterhuis houdkundige s ituatie te bevatten waarbij de relevante wateras pecten worden bes chreven. Daarnaas t dienen bij een bes temmings plan de primaire watergangen, waterkeringen, riooltrans portleidingen en waterbergings gebieden op de verbeelding bij het bes temmings plan zichtbaar te zijn. LET OP: het invullen van de digitale watertoets is geen aanvraag voor een watervergunning.
De uitkoms ten van de digitale watertoets zijn bedoeld voor de (ruimtelijke) planvormingfas e. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waters chap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de webs ite van het waters chap (https ://www.vallei-veluwe.nl/toptaken/vergunning-aanvragen/). Op www.omgevings loket.nl kunt u een watervergunning aanvragen. Dien deze aanvraag in door op de knop "DIRECT AANVRAGEN" te drukken. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd. Het waters chap ontvangt dan een afs chift van deze aanvraag.
Waar moet ik op letten? U dient deze aanvraag in te dienen door op de knop "DIRECT AANVRAGEN" te drukken. Als u dit niet doet, wordt de aanvraag niet doorgezet naar het waters chap en zijn wij nog niet op de hoogte van uw plan. U dient afs temming te hebben met het waters chap. Hier wordt bepaald welke invloed uw plan heeft en welke maatregelen genomen moeten worden. De uitkoms ten van de afs temming dient u op te nemen in uw plan en de maatregelen 19-07-2022, 10:36
P agina 3 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets moeten hierin opgenomen worden. Met deze watertoets is uw plan naas t het beleid van het waters chap gelegd. Hieruit is de conclus ie naar voren gekomen dat het plan invloed heeft op de waterhuis houding en/of de afvalwaterketen. Deze beoordeling heeft plaats gevonden vanuit het beleid van het waters chap. Voor het waters chap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompens atieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1500 m2 of meer. Een groot aantal gemeenten s telt ook eis en bij de reas liatie van nieuw verhard oppervlak of bij herontwikkeling van bes taand verhard gebied. Het kan dan ook zijn dat de gemeente wel/ook eis en aan uw plan s telt. Het is van belang om dit na te vragen bij de betreffende gemeente.
Achtergrondinformatie
19-07-2022, 10:36
P agina 4 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 2.
Advies Algemeen Waterinclus ieve bebouwde omgeving Stedelijke in- en uitbreiding, ten behoeve van de groeiende bevolking, moet worden gekoppeld aan klimaat- en duurzaamheids opgaven. Dit biedt enorme kans en om de s tad aantrekkelijker te maken. Idealiter wordt overal waar wordt gebouwd, rekening gehouden met het as pect water(waterinclus ief bouwen) en wordt de buffercapaciteit van de bodem verbeterd: de s tad als s pons . Groenblauwe dooradering in de openbare ruimte en op de daken houdt de s tad bovendien leefbaar bij toenemende hittes tres s en heftige regenval. Dit vraagt om zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik en de garantie op voldoende ruimte bij binnens tedelijke verdichting.
Wat moet ik doen? Maak afwegingen over eventuele nieuwe, s tedelijke uitbreidingen vanuit de ondergrond, met het oog op de waterhuis houding en altijd klimaatadaptief. Voor meer informatie verwijzen we u naar onze Blauwe Omgevings vis ie voor het jaar 2050 (https ://bovi2050.nl/verhaal/waterinclus ieve-bebouwde-omgeving/). Z o zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterbergingcapaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaats en gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op s traat en in verlaagde groens troken. Z ie voor uitleg en ins piratie hierover: http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl, https ://www.deltaprogramma.nl/themas /ruimtelijke-adaptatie, https ://klimaatvalleienveluwe.nl/atlas / en https ://www.urbangreenbluegrids .com/. Algemene aandachts punten Vas thouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vas tgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.
Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiverings ins tallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlas t in benedens trooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waters chap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlas t te voorkomen advis eert het waters chap om boven de gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat as pecten zoals ontwaterings diepte en infiltratie van hemelwater, bes chouwd worden ten opzichte van de GHG. Het s tructureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplos s ing en moet worden voorkomen. Het waters chap advis eert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heers ende grondwaters tanden en GHG. Eventuele grondwateroverlas t is in eers te ins tantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - s cheiden - s choon maken Om verontreiniging van bodem, gronden/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afs tromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eis en / randvoorwaarden te s tellen aan bijvoorbeeld de toegepas te (bouw)materialen. Wij vragen de 19-07-2022, 10:36
P agina 5 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.
Waar moet ik op letten? Het waters chap vraagt u om in uw plan met de volgende drie aandachts punten rekening te houden. 1.
Vas thouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vas tgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiverings ins tallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlas t in benedens trooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waters chap.
2.
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlas t te voorkomen advis eert het waters chap om boven de gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat as pecten zoals ontwaterings diepte en infiltratie van hemelwater, bes chouwd worden ten opzichte van de GHG. Het s tructureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplos s ing en moet worden voorkomen. Het waters chap advis eert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heers ende grondwaters tanden en GHG. Eventuele grondwateroverlas t is in eers te ins tantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
3.
Schoon houden - s cheiden - s choon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afs tromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eis en / randvoorwaarden te s tellen aan bijvoorbeeld de toegepas te (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.
Achtergrondinformatie Bij grondwaterneutraal bouwen is het belangrijk om te kijken of de (geplande) ontwikkeling pas t bij de grondwaters tanden in het plangebied. Voor wonen, bedrijven en infras tructuur moet de grond niet te nat zijn en dus de grondwaters tand voldoende diep. Er zal geen grondwateroverlas t zijn als wordt voldaan aan de bij een bepaalde functie behorende ontwaterings diepte. Z o is de gangbare norm voor de ontwaterings diepte voor woningen (met kruipruimte) en s ecundaire wegen 70 cm beneden maaiveld. Wanneer grondwaters tanden s tructureel hoger liggen dan deze 70 cm dan kan wateroverlas t onts taan en kunnen de gebruiks functies worden aangetas t. Om voldoende ontwaterings diepte te bereiken, en toch aan te s luiten bij bes taande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op s electief ophogen in combinatie met bijvoorbeeld bouwen zonder kruipruimtes te gebruiken. Waters chap heeft beleid rond drainage vas t gelegd in de Keur, en dan s pecifiek in algemene regel 3.2.54 Brengen van water in oppervlaktewaterlichaam A, B, en C. (https ://www.vallei-veluwe.nl/wat-doet-waters chap/voldoende-water/regels -rondom19-07-2022, 10:36
P agina 6 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets water/)
19-07-2022, 10:36
P agina 7 van 8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 3.
Advies leggerwatergang Het plangebied raakt een leggerwatergang.
Wat moet ik doen? "Wij verzoeken u om uw plan bij ons in te dienen, via de blauwe knop 'DIRECT AANVRAGEN"" in het overzicht op de vorige pagina. Het waters chap zal u dan uitnodigen voor een overleg. In dit overleg bes preken we welke gevolgen de ontwikkeling heeft voor de A- en/of B-watergangen in het plangebied en met welke regels (Keur) rekening gehouden moet worden bij de verdere uitwerking van het plan. U dient uw plan eventueel aan te pas s en zodat het voldoet aan de eis en die het waters chap s telt omtrent A- en B-watergangen. De res ultaten van het overleg dient u op te nemen in de toelichting van het bes temmings plan. LET OP: met het aanvragen van de watertoets gaat u in ges prek met het waters chap over de waters chaps belangen. Dit is geen vergunningenprocedure. Mogelijk moet u nog een watervergunning aanvragen voor uw plan. Daarnaas t zijn er mogelijk nog andere belangen in het gebied (provincie, gemeente). U dient zelf contact op te nemen over de mogelijke gevolgen voor uw plan."
Waar moet ik op letten? In de Keur en de legger van het waters chap is informatie vas tgelegd over de bes taande watergangen. Het is van belang dat uw plan geen negatieve invloed heeft op de aan- en afvoerfunctie van de watergang en de watergang bereikbaar is voor onderhoud. Om A- en B-watergangen te kunnen onderhouden, moet er bijvoorbeeld een vrije ruimte (onderhouds s trook) van minimaal 5 meter aan één of beide kanten (afhankelijk van breedte watergang) van de watergang bes chikbaar zijn. In overleg met het waters chap moet worden bekeken wat in uw s ituatie van belang is en hoe u binnen uw plan om kunt gaan met de aanwezige watergang(en).
Achtergrondinformatie A- en B- watergangen zijn watergangen die belangrijk zijn voor de watertoevoer of afvoer. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat de functie van deze watergangen en de benodigde ruimte voor onderhouds werkzaamheden bes chermd wordt. Waar de leggerwatergangen zich bevinden en welke eis en eraan gekoppeld zijn kunt u vinden in de legger en de Keur van het waters chap. https ://www.valleiveluwe.nl/wat-doet-waters chap/voldoende-water/regels -rondom-water/
19-07-2022, 10:36
P agina 8 van 8
https://dewatertoets.nl
Bijlage 4 Uitgangspunten Aeriusberekening bouwfase
Toelichting
73
Toelichting Aerius berekening bouwfase
Voorgenomen verandering Initiatiefnemer is voornemens een nieuwe schuur te bouwen en bestaande sleufsilo’s te verhogen op zijn perceel aan de Voskuilerweg 47 in Woudenberg. De projectlocatie is op onderstaande afbeelding weergegeven. Tot voor kort gold er een vrijstelling voor bouwsloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelde.
Afbeelding 1: projectlocatie Voskuilerweg 47 in Woudenberg
Op 2 november 2022 is er door de Raad van State een streep gehaald door de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Het gevolg is dat er per project berekent moet worden wat de depositie op de relevante Natura 2000 gebieden is. Dit geldt ook voor de bouwfase van de nieuw te bouwen schuur en het ophogen van de sleufsilo’s aan de Voskuilerweg.. Om op de juiste wijze de stikstofdepositie van de bouwfase te bepalen, moet er in kaart worden gebracht welk bouwmaterieel en transportbewegingen noodzakelijk zijn. Het overzicht van het bouwmaterieel en de transportbewegingen over de openbare weg is toegevoegd als bijlage 1. Effecten op Natura 2000-gebieden Met het programma Aerius calculator 2021 is een berekening gemaakt om de mogelijke stikstofdepositie tijdens de bouwfase te bepalen. De uitkomst is dat er geen stikstofdepositie plaatsvindt op de relevante Natura 2000 gebieden. Er zijn daarom geen nadelige gevolgen te verwachten op relevante Natura 2000 gebieden. De Aerius berekening is toegevoegd als bijlage 2.
Bijlage 1 – overzicht materieel en transportbewegingen
Transport (over de openbare weg) LET OP!! 1x aan- of afvoer wordt gerekend als 2 transportbewegingen
Aanvoer en afvoer bouwmaterialen bouwafval halen en brengen keet en ondergeschikte zaken halen en brengen mobiele kranen betonpompwagen betonwagens 10 -15m3 heistelling torenkraan
lichte motorvoertuigen middelzware motorvoertuigen zware motorvoertuigen trekker
Soort transportmiddel
Aantal enkele transporten Aantal x / jaar
vrachtwagen met 3 of meer assen vrachtwagen met 3 of meer assen vrachtwagen met 3 of meer assen vrachtwagen met 3 of meer assen vrachtwagen met 3 of meer assen -
0 0 94 0
Totaal aantal transportbewegingen / jaar
0 10 10 0 0 10 12 0 5 0 0 0
0 20 20 0 0 20 24 0 10 0 0 0
47
94
Werktuigen tijdens bouw- of sloopfase
Type werktuig
Aantal draaiuren per project
Vermogen (kW)
Bouwjaar
Dieselverbruik
graafmachine hijskranen verreikers
16 32 46
100 110 100
2017 2018 2021
161 304 462
Totaal stationaire draaiuren werktuigen Uren per project NOₓ emissie NH₃ emissie
10,0 0,9 0,001
Emissiefactoren Stationair EF Verkeerscategorie Bussen Bussen Licht wegverkeer Licht wegverkeer Middelzwaar wegverkeer Middelzwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer
Voertuigtype autobussen autobussen personenauto's, bestelauto's en motoren personenauto's, bestelauto's en motoren vrachtauto's < 20 ton GVW en bussen (niet voor niet-snelweg) vrachtauto's < 20 ton GVW en bussen (niet voor srm1) vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
Wegtype stad stagnerend stad stagnerend stad stagnerend stad stagnerend stad stagnerend stad stagnerend stad stagnerend stad stagnerend
bron: https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/10/202108-Rekeninstructie-stationaire-emissies-wegverkeer.pdf
ComponentEenheid NOx g/uur NH3 g/uur NOx g/uur NH3 g/uur NOx g/uur NH3 g/uur NOx g/uur NH3 g/uur
Emissie stationair 2018 63,882 0,1128 6,0924 0,288 108,8964 0,3984 115,224 0,6816
2019 59,6442 0,1062 5,8284 0,279 99,6048 0,4608 105,111 0,7374
2020 2021 2022 2023 2024 55,4064 52,32288 49,23936 46,15584 43,07232 0,0996 0,09408 0,08856 0,08304 0,07752 5,5644 5,21592 4,86744 4,51896 4,17048 0,27 0,26352 0,25704 0,25056 0,24408 90,3132 85,34736 80,38152 75,41568 70,44984 0,5232 0,55392 0,58464 0,61536 0,64608 94,998 90,5568 86,1156 81,6744 77,2332 0,7932 0,8172 0,8412 0,8652 0,8892
2025 2026 2027 2028 2029 39,9888 39,37176 38,75472 38,13768 37,52064 0,072 0,0708 0,0696 0,0684 0,0672 3,822 3,50976 3,19752 2,88528 2,57304 0,2376 0,23328 0,22896 0,22464 0,22032 65,484 63,42552 61,36704 59,30856 57,25008 0,6768 0,684 0,6912 0,6984 0,7056 72,792 71,48664 70,18128 68,87592 67,57056 0,9132 0,91584 0,91848 0,92112 0,92376
2030 36,9036 0,066 2,2608 0,216 55,1916 0,7128 66,2652 0,9264
Bijlage 2 – Aerius berekening
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rombou BV Voskuilerweg 47, 3931MV Woudenberg Wind Berekening bouwfase (transport en inzet materieel)
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rdwy3kVKcNPT 24 november 2023, 14:29 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rdwy3kVKcNPT (24 november 2023)
2024 -
3,0 kg/j
126,8 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
Rdwy3kVKcNPT (24 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 2,8 kg/j
31,1 kg/j 95,7 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rdwy3kVKcNPT (24 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rdwy3kVKcNPT (24 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Verkeer in noordelijke richting X:159539,85 Y:457103,41 Type scherm 811,07 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Verkeer in zuidelijke richting X:159280,81 Y:456260,39 953,06 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Naam
mobiele werktuigen X:159294,72 Y:456741,66 0,65 ha
Stageklasse
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 47,0 /etmaal 0,0 /etmaal NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Graafmachines Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 161 l/j SCR: ja
Draaiuren AdBlue verbruik
16 u/j
0 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 304 l/j SCR: ja
32 u/j
0 l/j
verreiker
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
46 u/j
0 l/j
Rdwy3kVKcNPT (24 november 2023)
51,7 kg/j 16,3 kg/j 1,5 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
31,1 kg/j 0,2 kg/j
Hijskraan
462 l/j
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
In file
0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 47,0 /etmaal 0,0 /etmaal Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
44,0 kg/j 13,9 kg/j 1,3 kg/j
Stof Emissie
NOₓ 5,4 kg/j NH₃ 38,6 g/j NOₓ 10,2 kg/j NH₃ 73,0 g/j NOₓ 15,5 kg/j NH₃ 0,1 kg/j
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rdwy3kVKcNPT (24 november 2023)
7/7
Bijlage 5
Aeriusberekening gebruiksfase
Toelichting
89
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rombou BV Voskuilerweg 47, 3931MV Woudenberg Wind Berekening extra verkeer in de gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RSUnc8UHjNk1 24 november 2023, 14:53 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RSUnc8UHjNk1 (24 november 2023)
2024 -
0,2 kg/j
5,9 kg/j
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RSUnc8UHjNk1 (24 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j
5,9 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RSUnc8UHjNk1 (24 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RSUnc8UHjNk1 (24 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Verkeer in noordelijke richting X:159539,85 Y:457103,41 Type scherm 811,07 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Verkeer in zuidelijke richting X:159280,81 Y:456260,39 953,06 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /etmaal 5,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /etmaal 5,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
2,7 kg/j 0,5 kg/j 93,5 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
3,2 kg/j 0,6 kg/j 0,1 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RSUnc8UHjNk1 (24 november 2023)
6/6
Bijlage 6
96
Participatieverslag
Voskuilerweg 47
Participatieverslag ruimtelijke initiatief Behorende bij bestemmingsplan Voskuilerweg 47
1. Wat is het initiatief? Wat gaat er gebeuren? Waar gaat dat gebeuren? Wat zijn de verwachte consequenties van het initiatief op de omgeving? In verband met de overkapping van een sleufsilo is een uitbreiding van het bouwvlak noodzakelijk. Hierdoor kom de sleufsilo’s, die overkapt zal worden, geheel binnen het bouwvlak te liggen. In de uitbreiding van het bouwvlak worden ook de overige bestaande sleufsilo’s meegenomen en het bestaande mestbassin. Deze voorzieningen liggen ook (deels) buiten het bouwvlak.
2. Niveau van participatie Hoe is het gewenste niveau van participatie berekend? Om welk niveau gaat het? Op welke wijze is het gewenste niveau van participatie afgestemd? Voor meer info: https://www.woudenberg.nl/vergunningen-enbelastingen/bouwen-en-verbouwen-omgevingsvergunning
1. Beperkte participatie
☒
2. Gemiddelde participatie 3. Intensieve participatie
☐ ☐
De score van de berekening van de mate van participatie is 2,25. Om die reden is een beperkte participatie aan de orde. In te vullen door initiatiefnemer In te vullen door initiatiefnemer
3. Betrokkenen Wie zijn de belanghebbenden en waarom zijn zij belanghebbend? Wie hebben er uiteindelijk geparticipeerd? Met welk doel zijn de participanten betrokken? Degene die zicht hebben op de (nieuwbouw) op de locatie zijn betrokken bij de participatie. Het gaat in totaal om 3 huishoudens. Het doel is om te weten te komen of de buren het met de plannen eens zijn.
*
In de bijlage dient u de gegevens van participanten te noteren (naam en adres). Daarbij dient u tevens aan te geven of participanten akkoord gaan met het verslag.
4. Participatievorm Voor welke participatievorm is gekozen? Op welke momenten is er een mogelijkheid geweest om in te spreken? Welke manier van invloed hebben participanten gehad? Denk hierbij bijvoorbeeld aan informeren, consulteren of meebeslissen. Er is gekozen voor individuele gesprekken bij de buren thuis. Omdat de impact van het plan relatief klein is omdat de fysieke wijzigingen beperkt blijven (zie ook de score van 2,25), is er niet voor gekozen om participanten vooraf te consulteren of mee te laten beslissen. Door de aanwezigheid van de erfbeplanting en de bomen langs de weg is het zicht op de bebouwing bovendien beperkt.
5. Opbrengsten participatie Wat heeft het participatieproces opgeleverd? Wat hebben participanten ingebracht? Benoem daarbij zowel positieve als negatieve reacties. Op 5 oktober 2023 heeft initiatiefnemer gesproken met de naaste buren op het adres aan de Voskuilerweg 41. De naaste buren vinden het een goede ontwikkeling dat met de bouw van de loods de opslag / stalling uit het zicht is. Het erf wordt hierdoor netter. De buren hebben geen bezwaren tegen de plannen. Op 28 oktober 2023 is gesproken met de buren van de Voskuilerweg 52. Deze buren begrepen de behoefte aan de opslagruimte. De buren hebben geen bezwaren tegen de plannen. Op 28 oktober 2023 is ook gesproken met de buren van de Voskuilerweg 47a. Deze buren begrepen ook de behoefte aan de opslagruimte en vinden het een goede ontwikkeling dat de machines binnen gestald kunnen worden. De buren hebben geen bezwaren tegen de plannen. Alle reacties zijn positief. Er worden geen bezwaren verwacht op het plan.
6. Doorvertaling in ruimtelijk initiatief Hoe is de inbreng van participanten meegenomen in het ruimtelijke initiatief? Hoe zijn de belangen afgewogen en waar zijn de gemaakte keuzes op gebaseerd? Heef het participatieproces gezorgd voor draagvlak? De participatie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan omdat de buren geen bezwaren hebben.
Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
het plan:
het bestemmingsplan 'Voskuilerweg 47, Woudenberg ' van de gemeente Woudenberg. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0351.BP2023Voskuil47- ow01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3
de verbeelding:
de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd' bestaande uit het GML-bestand NL.IMRO.0351.BP2023Voskuil47-on01. 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aan- en uitbouw:
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Regels
99
1.7
aan-huis-gebonden beroep:
het door de bewoner van de woning, in diens woning, uit te oefenen dienstverlenend beroep, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.8