CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

03k. -20220527-brief-minister-norm-wijkagenten.pdf

Gemeenteraad 22 september 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken1.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adres

Bureau Regioburgemeesters Prins Clauslaan 16 2595 AJ Den Haag

Postadres

Postbus 20305 2500 EH Den Haag

secretariaat@regioburgemeesters.nl

Aan de Minister van Justitie en Veiligheid Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Per email: minister@minJenV.nl

Verbinding met de wijk

Kopie aan de Korpschef

Behandeld door Telefoon E-mail

Onderwerp Datum

30 mei 2022

Ons kenmerk Bijlage(n) Pagina

Geachte minister Yeşilgöz, In het LOVP van 11 april jl. spraken wij onder andere over de norm van 1 wijkagent op 5000 inwoners zoals deze in de Politiewet 2012 is bepaald. Wij merken dat deze normstelling in debatten over de politie in de Tweede Kamer de afgelopen periode veelvuldig aan de orde komt. Een nabije en in de samenleving goed verankerde politie is een groot goed en een van de uitgangspunten waarop de organisatie van de politie is gebouwd. De wijkagent heeft haar positie in dit bestel al lange tijd bewezen. De verbinding van de politie met de wijk is wat ons betreft van essentieel belang en ook wij ervaren dat deze verbinding onder druk staat. Niet voor niets noemen wij in ons position paper de noodzakelijke versterking van agenten in de wijk. Ook na de meest recente investeringen, is er nog een forse inspanning (met benodigde financiële middelen) nodig om in ieder geval de resterende 3000 aspiranten die op de formatie van de operationele sterkte in de eenheden drukken, te vervangen door formatie van volwaardige opgeleide politieagenten. Uiteraard levert daarnaast de forse uitstroom van agenten in de komende jaren een flinke uitdaging om deze verbinding goed vorm te blijven geven. Wij merken dat de druk op de politie capaciteit tot gevolg heeft dat er meer aandacht is voor de norm voor de wijkagenten. Ons volledig fixeren op deze norm helpt echter niet.

Wat ons betreft gaat het om een breder vraagstuk en is het wenselijk dat de verankering van de politie in de wijk centraal staat. Het is goed dat er normering is afgesproken, waar we met elkaar ook aan voldoen. We moeten er echter voor waken dat deze norm als geïsoleerde doelstelling wordt beschouwd. In onze ogen moet de norm als middel gezien worden om te komen tot een benaderbare, nabije politie die verbonden is met de samenleving. We zien dat de druk op de politie en de complexiteit waarin de politie haar werk moet doen groot is. We bemerken dat dit leidt tot verminderde zichtbaarheid van de wijkagent, met als gevolg een discussie over de normstelling. Het probleem zit hem echter niet in de normstelling, maar in andere zaken die er toe leiden dat er momenteel een tekort aan capaciteit is in wijken en breder in de politie organisatie als geheel. Deze discussie verdient daarom in onze ogen meer inkleuring, die beter recht doet aan de inzet vanuit de politie om verbonden te zijn in de wijk.

1:5000 wijkagenten In de eerste plaats is er de in de Politiewet 2012 vastgelegde norm van 1 wijkagent op 5.000 inwoners. Over geheel Nederland en op eenheidsniveau bezien wordt deze norm gehaald. Een gemiddelde dus. Binnen de eenheden maken de gezagen gezamenlijk afspraken over de verdeling van de sterkte. Dit gebeurt conform artikel 39 van de Politiewet als onderdeel van het beleidsplan van de eenheid dat door de Hoofdofficier van Justitie en alle burgemeesters in de eenheid wordt vastgesteld. De norm van 1:5000 wijkagenten an sich staat niet ter discussie en is het richtinggevende vertrekpunt bij het verdelen van formatie binnen de eenheden. Uiteindelijk stellen alle gezagen in de betreffende eenheid gezamenlijk de sterkteverdeling in de eenheid vast, passend in de gezagsstructuur zoals we die hebben afgesproken in de Politiewet. Er zijn echter legitieme redenen te benoemen waardoor deze norm niet op iedere plek behaald kán worden. Allereerst is het onmogelijk om een spreekwoordelijk hek te plaatsen rond elke 5000 inwoners en daar een wijkagent tegenover te zetten. Bijvoorbeeld in buurtschappen wordt er geen hek gezet om 5000 inwoners, maar wordt meer waarde gehecht aan het geven van een ‘eigen gezicht’ als wijkagent. Door met deeltijdwijkagenten te werken wordt dit opgelost. Dit betekent in de normstelling dat in een groter gebied de norm wordt gehaald.

Belangrijker daarnaast is het bewust kunnen leveren van maatwerk. De context is hierin bepalend. Er zijn wijken en buitengebieden die meer inzet vragen (dan de norm) vanwege de zich daar afspelende specifieke problematiek. Verbinding met de wijk Zoals gezegd symboliseert de wijkagent het gebiedsgebonden werken van de Nederlandse politie. Een groot goed, waar we trots op zijn. Ook vanuit de gezagen wordt de wijkagent als essentieel gezien om verbinding met de wijk, haar netwerken en de maatschappelijke partners te leggen. Naar buiten én naar binnen in de politieorganisatie. Verbinding met de wijk wordt echter niet uitsluitend door deze wijkagenten gerealiseerd. De wijkagent is onbetwist essentieel en heeft nadrukkelijk een andere functie en opdracht in de wijk, maar is niet de énige politieman of -vrouw in de wijk die contact heeft met bewoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties. De huidige fixatie op de norm van wijkagenten heeft als gevolg dat we de ogen lijken te sluiten voor het brede gebiedsgebonden politiewerk (GGP). De basisteams leveren vanuit verschillende disciplines binnen de GGP waardevolle bijdragen aan het wijkgericht werken.

Juist waar verbindingen met scholen, jeugd of horeca worden gelegd, ontstaan waardevolle contacten die niet per se door de wijkagent tot stand komen, maar bijvoorbeeld door agenten met een taakaccent jeugd, schoolagenten, netwerkagenten of een agent die zich bezighoudt met een ondermijningsaanpak in de buurt. Daarnaast zien ook wij dat er naast de fysieke wijk, een online wereld bestaat die van steeds groter belang wordt. Hoewel zichtbaarheid in de wijk voor ons nog steeds het essentiële uitgangspunt is, constateren wij dat veel van de contacten zich (ook) online afspelen. Inzet daarop vanuit de politie, ondersteunend aan onder andere de wijkagenten, draagt uiteindelijk ook bij aan de informatiepositie en het wijkwerk van politie. De gezagen moeten in staat blijven daar afgewogen keuzes in te maken. Dienstverlening In het verlengde van voorgaand punt constateren wij dat het sluiten van politiebureaus in wijken kan leiden tot minder zichtbaarheid en afnemende verbinding met de politie. Hier moeten we ons goed

van bewust zijn. Wij menen dat de grens van het sluiten van fysieke locaties is bereikt en op sommige plekken al is overschreden. Wij constateren wel dat onze inwoners desondanks nog steeds tevreden zijn over de wijkagent. Feitelijke inzetbaarheid Ten slotte zijn er grote zorgpunten. Deze zorgpunten liggen in de feitelijke bezetting en inzetbaarheid van agenten. Dit speelt breed in de basisteams en raakt daarmee ook de wijkagenten. Al langere tijd staat de bezetting van de basisteams onder grote druk. Dit heeft als gevolg dat wijkagenten noodgedwongen worden ingezet op andere taken dan hun kerntaak. Bijvoorbeeld om de roosters in de noodhulp te helpen vullen. Daarnaast zien wij dat door de enorme inzet op bewaken en beveiligen de capaciteit uit de basisteams wegvloeit, wat ten koste gaat van het wijkwerk (dit gaat dagelijks om honderden fte aan politieagenten). Dit probleem lossen wij niet op door te focussen op de wijkagentennormstelling. Dit vraagt, zoals wij al langer bepleiten, om een structurele oplossing ten aanzien van de inzet op bewaken en beveiligen, zodat deze capaciteit niet meer aan de basisteams wordt onttrokken. Het gaat daarnaast ook om stabiele meerjarige financiering van de politie en extra investeringen in capaciteit voor de basisteams.

We moeten transparant benoemen dat er ook na de meest recente investering (vanuit de motie Hermans cs), nog steeds ruim 3000 aspiranten in de formatieve operationele sterkte van de eenheden worden meegeteld, terwijl zij slechts beperkt inzetbaar zijn. De formatie van aspiranten moet uit de formatieve operationele sterkte van de eenheden worden gehaald en 1 op 1 worden vervangen door formatie van volwaardig opgeleide politieagenten in de eenheden, zoals we eerder gezamenlijk reeds constateerden. Dit vraagt om forse extra investeringen. Met deze brief hopen wij u beter beeld te hebben gegeven over hoe wij verbinding vanuit de politie met de wijk in breder perspectief zien, hoe wij als gezagen omgaan met de norm van 1:5000 wijkagenten en waar onze gezamenlijke uitdagingen liggen. Hoogachtend, Namens de burgemeesters in het LOVP,

drs. F. Halsema Voorzitter Regioburgemeesters

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1698/documents/39476