03j. 13. Inspraak vanuit de Stichting Cultuurhuis Woudenberg op 11 mei 2021 door de secretaris.pdf
Tekst van het document
Inspraak vanuit de Stichting Cultuurhuis Woudenberg op 11 mei 2021 door de secretaris, Job van der Mijl Inhoudelijke reactie Stichting Cultuurhuis Woudenberg, opgericht in februari 2012 heeft tot doel het beheren en exploiteren van het cultureel, kunstzinnig, informatief en lokaal ontmoetingscentrum en het verrichten van alle handelingen in ruimste zin die dat doel ondersteunen. Daarbij moet binnen de gemeentelijke budgettaire- en beleidskaders invulling worden gegeven aan een goed georganiseerde samenwerking, waarbij het inhoudelijke programma optimaal wordt ondersteund. Dat dient transparant en professioneel gedaan te worden, met behoud van commitment van de maatschappelijke partners. Er dient zorg gedragen te worden voor de vaststelling van een visie en beleid op doelen, activiteiten, PR en communicatie. Tevens draagt de Stichting zorg voor het toezicht houden op het verzorgen, organiseren en/of opzetten van een gezamenlijk inhoudelijk programma en/of gezamenlijke activiteiten van partners binnen het Cultuurhuis en de coördinatie van diverse activiteiten. Daarnaast is de stichting verantwoordelijk voor het facilitair en exploitatiebeheer van het Cultuurhuis. Als partners fungeren de Stichting Bibliotheken Eemland, de Stichting Oud Woudenberg, de Stichting Kunst en Cultuur Woudenberg en de Coöperatieve Rabobank.
De VVV was oorspronkelijk ook partner, maar op verzoek van de Gemeente heeft de Stichting bij de opheffing van de VVV de taak van het verstrekken van regionale toeristische informatie zelf op zich genomen. In het Bestuur zijn de partners van het Cultuurhuis vertegenwoordigd. Daarnaast is een adviseur van de Gemeente bij de bestuursvergaderingen aanwezig, alsmede de programmacoördinator. In de visie van het Bestuur fungeert het Cultuurhuis als de huiskamer van Woudenberg. Dit is mede vormgegeven door een huiskamercafé, waar met ondersteuning van cliënten van de Heygraaf koffie/ thee en lunches verkrijgbaar zijn. Jaarlijks draagt de Stichting zorg voor een financiële verantwoording aan de Gemeente, alsmede voor een inhoudelijke verantwoording van de activiteiten. Dit laatste door middel van een jaarverslag dat aan de leden van de Raad en aan het College van B&W wordt verstrekt. Recent is het inhoudelijk jaarverslag 2020 aan de leden van de Raad en het College ter beschikking gesteld. Uit de verantwoording blijkt dat de beoogde doelstelling door de inspanningen van de partners en de programmacoördinator op een professionele manier wordt ingevuld. Uit de verslaglegging blijkt tevens dat steeds meer andere organisaties binnen het Cultuurhuis hun plek vinden/onderdak wordt geboden, ook mede op verzoek van de Gemeente zelf.
Te denken is bijvoorbeeld aan “Samen op zondag”, buurtbemiddeling en de recente ontwikkeling van de komst van De Kleine Schans. Uit de financiële verantwoording blijkt dat sprake is van een gezonde financiële huishouding. Op korte termijn zal de door de accountant goedgekeurde financiële verslaglegging over 2019 worden aangeboden. De Stichting ontvangt zelf niet rechtstreeks subsidie of inkomsten van de Gemeente. De partners dragen bij in de exploitatie van het Cultuurhuis. Vanuit deze exploitatiebijdrage worden beveiliging, beheer, schoonmaak en onderhoud bekostigd. Tevens worden investeringen gedaan met betrekking tot bijvoorbeeld voorzieningen voor het huiskamercafé. De partners ontvangen wel subsidie. Van deze subsidie wordt een gedeelte afgedragen aan de Stichting voor de bovengenoemde exploitatie. De programma coördinator is niet rechtstreeks in dienst van de Gemeente, maar wordt ingehuurd.
Momenteel voert het bestuur van de Stichting gesprekken met de Gemeente over een andere manier waarop de inzet van de programmacoördinator geregeld kan worden. Als in grote mate gekort gaat worden op de subsidies van de partners heeft dit direct een tweezijdig gevolg. Enerzijds voor wat betreft de programma inhoud; het gezamenlijk realiseren van een programma komt hierdoor onder druk te staan. Dat raakt vervolgens het hart van de doelstelling van het Cultuurhuis, het fungeren als een ontmoetingscentrum. De nu voorgestelde rigoureuze beperking van de subsidies, zal kunnen leiden tot vertrek van partners of minimaal tot een sterke beperking van de mogelijkheden van de partners. Deze ontwikkelingen zullen het voortbestaan van het Cultuurhuis in ernstige mate bedreigen. Juist nu we zien dat het Cultuurhuis meer en meer een ontmoetingsplek binnen de Woudenbergse samenleving wordt, zou het funest zijn wanneer de partners ernstig beknot worden in hun mogelijkheden. Het bestaansrecht van het Cultuurhuis komt daardoor op de tocht te staan. Anderzijds betekent een verlaging van het subsidiebedrag ook dat de exploitatielasten onder druk komen te staan. Dat heeft vervolgens weer gevolgen voor het voorzieningen niveau zoals bijvoorbeeld de schoonmaak en dergelijke.
Wij doen dan ook een dringend beroep op de leden van de Raad om in alle wijsheid een besluit te nemen over de mate van bezuiniging van de partners teneinde de doelstelling van het Cultuurhuis om als een cultureel, kunstzinnig, informatief en lokaal ontmoetingscentrum te fungeren, zowel inhoudelijk als in exploitatie mogelijk te blijven maken.
Reactie over het proces Procesmatig sluiten wij aan bij de opmerkingen die door de heer Van den Bergh zijn gemaakt over met name de laatste fase van het proces. Van echt draagvlak kan niet gesproken worden, waardoor deelnemers zich niet herkennen in de eindpresentatie. Dat heeft ook te maken met de vorm van de eindpresentatie waarin wordt gesuggereerd dat er voorstellen zijn die door 75 tot 100% van de deelnemers aan de dialoog (maar in feite deelnemers aan de peiling) worden onderschreven. Daardoor kan de indruk ontstaan dat deze voorstellen “al binnen gehaald” kunnen worden. En dat is te kort door de bocht. Het met elkaar in dialoog gaan en mogelijkheden verkennen is een goed proces geweest, maar de schijnbare conclusies die daaruit getrokken kunnen worden doen afbreuk aan dat geheel en geven een nare nasmaak. Dit is door de heer Riezebosch ook tijdens de inspraakavond van 11 mei aangegeven en wordt door ons ook onderschreven.