03f. -burgemeestersbrief-evaluatie-driehoek-van-woonopstand.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Telefoon:
Aan de gemeenteraad
Portefeuillehouder: Burgemeester Aboutaleb Dienst: Directie Veiligheid Ons kenmerk: 22bb2335
Datum: 2 maart 2022 Betreft: Evaluatie driehoek van Woonopstand
Onderwerp: Evaluatie Woonopstand door driehoek Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Op 24 december 2021 stuurde ik uw raad een brief (21bb16667) met daarin een afdoeningsvoorstel voor de motie ‘Evalueren in dialoog’ (21bb14279). In die brief schreef ik dat in de driehoek een evaluatief gesprek plaats zou vinden en dat uw raad een brief zou ontvangen met de lessen die wij daar als driehoekspartners uit trekken. Dit is de toegezegde brief. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Programma ‘Veilig@Rotterdam 2018-2023’ Meerjarenbeleidsplan politie-eenheid Rotterdam 2019-2022 Motie Evalueren in dialoog Toelichting: Zoals aangekondigd in de brief van 24 december heeft de driehoek een evaluatief gesprek gevoerd over de Woonopstand. Dit interne evaluatiegesprek is gedaan aan de hand van een korte beschrijving van de voorbereiding en de regeling. De informatie die de driehoek hierbij heeft gebruikt is bij uw raad bekend, vanwege de brief die u kort na de Woonopstand ontving (21bb13276) en het commissiedebat van 4 november. Desalniettemin is het noodzakelijk sommige onderdelen in deze brief te herhalen, om zo de uitkomsten van het evaluatieve gesprek in context te kunnen plaatsen. Voorbereiding demonstratie Demonstreren is een grondrecht en dus faciliteer ik als burgemeester elke aanvraag.
Ik baseer mij daarbij op de Wet Openbare Manifestatie (de WOM). Overigens worden ook spontane demonstraties, die niet van tevoren aangevraagd worden, gefaciliteerd, maar omdat de Woonopstand een aangevraagde demonstratie betreft, richt deze brief zich verder op aangevraagde demonstraties.
Blad:
2/5 In de praktijk betekent faciliteren dat er contact is tussen de kennisgever en de gemeente en dat wordt afgestemd met de veiligheidspartners. Dit heeft als doel het voor deelnemers mogelijk te maken hun protest en standpunten te uiten en tegelijkertijd te zorgen voor een veilige en toegankelijke stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven. De gemeente vraagt de kennisgever dan ook naar de plannen voor de demonstratie. Vervolgens legt de gemeente contact met partners, de diensten, om de impact van de plannen te kunnen overzien. De diensten zijn politie, brandweer, ambulance en de RET. Binnen de gemeente wordt advies gevraagd aan Stadsbeheer en aan Team Verkeersregie. Als een demonstratie veel impact heeft op de stad wordt een dienstenoverleg georganiseerd. Hierin komen alle genoemde partners, inclusief de kennisgever bij elkaar, om afspraken te maken. Buiten het dienstoverleg kan een dienst ook één op één contact opnemen met de kennisgever, bijvoorbeeld als er tussen een dienstenoverleg en de demonstratie nog wijzigingen worden doorgegeven door de kennisgever, of als een dienst nog specifieke vragen heeft voor de kennisgever. De gemeente coördineert dus het proces om in overleg tot een goede samenhang te komen tussen de demonstratie enerzijds en overige activiteiten in de stad anderzijds.
De Woonopstand werd vooraf gezien als een demonstratie met impact op de stad, onder meer vanwege de tocht vanaf het Afrikaanderplein naar de Binnenrotte en het aantal deelnemers dat werd verwacht. Zodoende is een dienstenoverleg georganiseerd. Vanuit politie hebben verschillende medewerkers deelgenomen aan het dienstenoverleg. De overdracht tussen eerdere en latere medewerkers heeft, onder meer vanwege werkdruk, niet optimaal plaatsgevonden. Hierdoor kan de indruk zijn ontstaan dat de medewerkers die later aansloten, het werk opnieuw deden. Het lijkt erop dat dit door de kennisgever als onprettig is ervaren. In het commissiedebat kwam naar voren dat het vragen naar de plannen door de kennisgever als onacceptabel is ervaren. Vanuit politie is, buiten het dienstoverleg om, één op één contact geweest met de kennisgever. Deze gesprekken hadden als doel verbinding te maken met de kennisgever en te komen tot praktische afspraken. De politie is immers de organisatie die op de dag van de demonstratie aanwezig is en de demonstratie ter plaatse begeleidt. De politie spant zich daarbij maximaal in voor een ordentelijk verloop. Tijdens de demonstratie is de politie met de kennisgever of iemand van de organisatie van de demonstratie op locatie in contact namens de burgemeester. Deze gesprekken hadden daarnaast als doel een inschatting te maken van openbare orde risico’s.
Zowel in de raadsbrief als in het commissiedebat is toegelicht dat het verloop van de demonstratie Woonprotest in Amsterdam op 12 september 2021, in combinatie met signalen van de informatie-organisatie van de politie eraan bij hebben gedragen dat de politie alert was op mogelijke openbare ordeverstoringen. Een openbare ordeverstoring zou welwillende demonstranten in gevaar kunnen brengen en nadelige gevolgen kunnen hebben voor andere aanwezigen in de stad. De driehoek constateert een verschil in perceptie van de gesprekken tussen de organisatie en de diensten, in het bijzonder de politie. De driehoek vindt het bijzonder ongelukkig dat dit verschil niet eerder is geconstateerd en dat er zodoende niet eerder op geacteerd is. In het vervolg wordt meer aandacht besteed aan het verduidelijken van het proces aan de kennisgever en wordt beter toegelicht waarom bepaalde vragen worden gesteld. In het vervolg houdt de gemeente in de voorbereiding nog strakker de regie op het proces en de planning. Dit betekent onder meer dat er nog meer aandacht is voor heldere communicatie naar diensten onderling en in de richting van de kennisgever.
Blad:
3/5 Zo wordt de kennisgever actiever meegenomen in het procesverloop, zodat duidelijk is waarom beslissingen genomen worden en waarom gevraagd wordt om informatie vanuit de kennisgever. Ook komt er meer aandacht voor een goede overdracht als er bij de diensten gewisseld wordt van medewerker die betrokken is bij de regeling. Er wordt voor gezorgd dat de nieuwe personen worden bijgepraat zodat het proces geen vertraging oploopt en de kennisgever zo min mogelijk informatie dubbel hoeft te leveren. Een impactvolle demonstratie kan door de politie aangestuurd worden door een Staf Grootschalig- en Bijzonder Optreden (SGBO). Een SGBO dient als bevelsstructuur om een grote politie-inzet te coördineren. Ook het OM is hierbij beschikbaar voor directe afstemming. De SGBO’s van afgelopen jaren zijn voor het Openbaar Ministerie Rotterdam aanleiding geweest om het proces verder te professionaliseren en te stroomlijnen, bijvoorbeeld door extra opleidingen en het actualiseren van werkafspraken. Het Openbaar Ministerie trekt hierin gezamenlijk op met politie en gemeente. Verloop van de demonstratie De manier waarop een demonstratie door de politie wordt begeleid hangt af van de impact die de demonstratie op de stad heeft en de van tevoren ingeschatte openbare orde- en veiligheidsrisico’s. Om de inschatting goed te kunnen maken heeft de politie de hierboven beschreven voorbereiding nodig.
In principe is het uitgangspunt dat de begeleiding wordt gedaan door het Politie Netwerk Team (PNT), dat bestaat uit agenten die speciaal zijn opgeleid voor het begeleiden van demonstraties. Daarnaast kan bijvoorbeeld ook de Mobiele Eenheid, over het algemeen op de achtergrond, aanwezig zijn als de risico-inschatting hier aanleiding toe geeft. De Woonopstand begon in het Afrikaanderpark. Hier waren de politiemensen van PNT zichtbaar aanwezig. Zij maakten contact met deelnemers. Daarnaast was ook de politie te paard in de buurt en de Mobiele Eenheid in vredestenue, zonder helm, schild en extra bescherming. De sfeer op het Afrikaanderplein was in algemene zin goed. De politie had de indruk dat het merendeel van de demonstranten uit was op een ordentelijke demonstratie en alleen aanwezig was om hun standpunten over te brengen. Wel bleef de politie alert op een minderheid die wellicht uit was op ordeverstoringen of andere strafbare feiten. In de omgeving van het Afrikaanderpark hebben zich enkele incidenten voorgedaan. Zo was er sprake van opruiend gedrag richting andere demonstranten, werden er beledigingen richting politie geuit en bij een controle werd een boksbeugel aangetroffen. Daarnaast had een groepje demonstranten borden met leuzen bij zich, met aan de onderkant scherpe punten.
De scherpe punten werden als onveilig beoordeeld, zodoende hebben medewerkers van de Mobiele Eenheid die punten afgezaagd om de situatie veiliger te maken. Na het programma in het Afrikaanderpark vertrokken de demonstranten in een stoet naar de Binnenrotte. Tijdens de wandeling trok een groep van ongeveer 100-125 demonstranten negatief de aandacht. Deze groep uitte beledigingen, beschimpte agenten en trok de aandacht door het dragen en doorgeven van zwaar-ogende tassen en het dragen van gelaatsbedekking. In combinatie met de risico-inschatting gebaseerd op de ervaring uit Amsterdam en de informatie-organisatie van de politie, leidde dit tot de wens om over te gaan tot controle. Om dit te doen op een manier waarop de rest van de demonstranten hun weg kon vervolgen werd besloten de bewuste groep te isoleren van de rest van de demonstranten. Dit gebeurde op de Erasmusbrug op grond van artikel 3 van de Politiewet.
Blad:
4/5
Op het moment dat de politie ingreep, stokte de voorkant van de stoet. Tegelijkertijd was aan de achterzijde niet duidelijk wat er verderop gebeurde. De organisatie werd op de hoogte gebracht van het politie ingrijpen en kreeg de aanwijzing verder te lopen. De organisatie koos ervoor de hele tocht uit solidariteit te stoppen. Ondanks oproepen vanuit de ME-bussen om door te lopen, werd hier vooraan de stoet geen gehoor aan gegeven. Vermoedelijk werden deze oproepen achteraan niet gehoord. Ook was de doorgang over het fietspad niet breed genoeg voor de demonstranten achter de ingesloten groep. Hierop ontstond een impasse op de Erasmusbrug. Helaas was de communicatie tussen verschillende politie-eenheden niet optimaal in deze situatie. Daarom duurde het enige tijd alvorens de politiemensen van het PNT kennis kregen van de reden van het ME-ingrijpen. Dit punt is tijdens de evaluatie in de driehoek besproken en de geleerde lessen worden door de politie meegenomen naar toekomstig optreden. De politiemedewerkers die de geïsoleerde groep demonstranten omsingelden waren door de drukte niet in staat om in rust en veiligheid een controle uit te voeren. Daarbij werden de politiemensen agressief benaderd door andere demonstranten. Hierop reageerde de politie met gepast geweld. Uiteindelijk zijn negen personen gearresteerd. Zij zijn diezelfde dag heengezonden.
Zes van hen ontvingen een proces-verbaal voor strafbare feiten en drie zaken zijn geseponeerd. Van die zes personen ontvingen drie een OM strafbeschikking en tegen drie personen werd een mini-proces-verbaal uitgeschreven. De situatie op de Erasmusbrug heeft de demonstratie compleet overschaduwd. De driehoek vindt het spijtig dat het zo is gelopen. Politiemensen gebruiken niet zomaar geweld, zeker niet in een situatie waar een grondrecht wordt uitgeoefend. De feiten en omstandigheden op de brug leidde ertoe dat het gebruik van geweld in de ontstane situatie als onvermijdbaar werd ingeschat door de politiemedewerkers. Overigens wordt over de toepassing van geweld altijd verantwoording afgelegd. Een hulpofficier van justitie beoordeelt of het gebruik gepast was en in zwaardere gevallen wordt dit gedaan door de Commissie Geweldsaanwending van de politie. In het gesprek dat de driehoek voerde is vooral stil gestaan bij het algehele politieoptreden en minder bij individuele casussen. Dat neemt niet weg dat het gebruikte geweld door individuen als heftig ervaren kan zijn, zowel de mensen tegen wie het geweld werd gericht, als door omstanders. Individuele gevallen kunnen ook op zichzelf worden beoordeeld, dus naast de hierboven genoemde algemene beoordeling. Dat gebeurt als er een klacht wordt ingediend of als er aangifte wordt gedaan.
Zoals in de raadsbrief van 24 december is aangegeven, zijn bij de politie 21 klachten binnengekomen over het politieoptreden tijdens de Woonopstand. Met de indieners is, waar mogelijk, contact geweest tussen politie en indiener. Dit was niet met iedereen mogelijk, omdat in sommige gevallen contactgegevens ontbraken. In de gevallen waar contact is geweest, is de klacht naar tevredenheid van de indiener afgehandeld. Bij het OM is één aangifte van mishandeling door een agent. De zaak is nog in behandeling. Hoewel het gebruik van geweld door politiemedewerkers onvermijdbaar werd ingeschat, is het voorkomen van een situatie zoals die zich voor heeft gedaan uiteraard veel wenselijker. Dat kan worden bereikt door tijdens een regeling nog meer aandacht te besteden aan de communicatie tussen politie en kennisgever/organisatie van een demonstratie.
Blad:
5/5 Als politie ingrijpen aan de orde is, wordt een kennisgever daar zo snel mogelijk van op de hoogte gebracht. Voorafgaand aan de demonstratie worden altijd de volgende spelregels met de aanvrager gecommuniceerd: De kennisgever heeft een verantwoordelijkheid in het communiceren van het politieoptreden aan de deelnemers en instructies en aanwijzingen van hulpdiensten worden tijdens een demonstratie opgevolgd. Deze afspraken worden altijd al opgenomen in het bewijs van kennisgeving, maar in het vervolg zal daar, in de voorbereiding en op de dag zelf, extra aandacht aan worden besteed. Ook maken politie en gemeente afspraken over het contact met organisatoren van demonstraties na afloop. Sinds de Woonopstand Het verloop van de Woonopstand kreeg de nodige aandacht in de media en van uw raad. Hieruit komt naar voren dat er verschil is in de beleving van het verloop van de demonstratie. De driehoek constateert dat het constructief was geweest om na de demonstratie, contact op te nemen met de organisatie van de Woonopstand. In het vervolg zal na een demonstratie waar substantiële betrokkenheid van de politie heeft plaatsgevonden spoedig na afloop van de demonstratie contact worden gezocht met de kennisgever. De driehoek heeft met het interne evaluatiegesprek enkele lessen getrokken uit het verloop van de Woonopstand en deze in de brief toegelicht.
De organisatie van de Woonopstand heeft eerder laten weten de zienswijze van de driehoek op het verloop van de demonstratie af te wachten alvorens een besluit te nemen om in gesprek te gaan met de driehoek. Vanuit de gemeente wordt contact opgenomen met de organisatoren om te bezien hoe zij daar tegenover staan na deze brief. Tot slot merkt de driehoek op dat binnen de gemeente Rotterdam in het jaar 2021 208 unieke demonstraties werden aangemeld. Over het algemeen verloopt een demonstratie goed. Uit de demonstratie Mars voor de verbinding van 6 februari jongstleden blijkt bijvoorbeeld dat de politie, de gemeente en andere diensten zeer wel in staat zijn een demonstratie met impact op de stad in goede banen te leiden. Dat gegeven maakt het echter niet minder betreurenswaardig dat er zo’n schaduw over de Woonopstand is komen te liggen. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Geen.
De burgemeester,
A. Aboutaleb