03. Integrale verordening sociaal domein Woudenberg 2026 - Was-wordt-tabel.pdf
Tekst van het document
Was/wordt-tabel Integrale Verordening Sociaal Domein 2025 Was Wordt Artikel 1. Toepassing en begrippen Bovengebruikelijke hulp: Bovengebruikelijke hulp: hulp die hulp die gebruikelijke hulp, gebruikelijke hulp, zoals zoals gedefinieerd in lid 3.j, gedefinieerd in lid 3.k, overstijgt. overstijgt. Artikel 2. Melding hulpvraag Een melding als bedoeld in Een melding als bedoeld in artikel 1 artikel 1 onder m van deze lid 3 sub n van deze verordening verordening Artikel 3 Vooronderzoek Het college verzamelt alle voor het onderzoek als bedoeld in artikel 1 onder o,
Het college verzamelt alle voor het onderzoek als bedoeld in artikel 1 lid 3 sub p,
Artikel 7a. Medewerkingsplicht (Wmo/Jeugdwet) [Nieuw artikel] 1. De cliënt, en diens ouder(s) als de cliënt jeugdige is, is/zijn verplicht om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op besluitvorming over en de doelmatige inzet van een maatwerkvoorziening. 2. Als de cliënt, en diens ouder(s) als de cliënt jeugdige is, naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt (meewerken), kan de omvang van de benodigde maatwerkvoorziening niet worden vastgesteld of is de maatwerkvoorziening niet effectief en kan door het college worden besloten geen maatwerkvoorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende maatwerkvoorziening in te trekken. Artikel 9. Algemene criteria maatwerkvoorziening [Nieuw artikel] 2e. de gevraagde voorziening in geen redelijke verhouding staat tot het te bereiken resultaat, gelet op de kosten, de effectiviteit en
Toelichting De verwijzing was abusievelijk naar het verkeerde onderdeel (3.j in plaats van 3.k).
De verwijzing was abusievelijk naar het verkeerde onderdeel (1 onder m in plaats van artikel 1 sub 3onder n). De verwijzing was abusievelijk naar het verkeerde onderdeel (1 onder o in plaats van artikel 1 sub 3onder p) Overgenomen uit modelverordening Jeugdhulp van de VNG (december 2024). Het is nodig dat een cliënt meewerkt aan zorgvuldig onderzoek naar de hulpvraag. Anders kan niet goed worden bepaald welke hulp effectief en noodzakelijk is. Door toevoeging van dit artikel specificeren we deze plicht voor cliënten die een hulpvraag hebben in het kader van de Wmo of de Jeugdwet.
Bepaling opgenomen om uitvoeringsorganisatie meer ruimte te bieden een passende
1
6 d. gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen;
mogelijke alternatieven; f. de cliënt of diens vertegenwoordiger geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek of het opstellen van het plan van aanpak. 6 d. gebruikmaking van algemene gebruikelijke voorzieningen;
afwijzingsgrond te selecteren.
De tekst ‘kan verminderen of wegnemen.’ was foutief en is verwijderd
kan verminderen of wegnemen. Paragraaf 10.1 Voorwaarden pgb 3. Het college beoordeelt 3. of de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het pgb-plan zoals omschreven in lid 4. Daarnaast dient de uitvoerder van de ondersteuning te beschikken over een recente VOG (afgiftedatum ligt maximaal 3 maanden voor indiening pgbplan). De budgethouder is verplicht om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank. 6. De kwaliteit van de met het pgb ingekochte professionele ondersteuning voldoet minimaal aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare
Het college beoordeelt of de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt getoetst door middel van het pgb-plan zoals omschreven in lid 4. Daarnaast dient de uitvoerder van de ondersteuning – tenzij de uitvoerder de ouder(s) van de cliënt is/zijn - te beschikken over een recente VOG (afgiftedatum ligt maximaal 3 maanden voor indiening pgbplan). De budgethouder is verplicht om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank.
Toevoeging van een tenzij: als de ouder(s) van een jeugdige de ondersteuning middels een pgb uitvoert, vervalt de voorwaarde om te beschikken over een VOG voor hen.
6. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen maatwerkvoorziening voldoet de uitvoerder van de hulp aan de volgende eisen:
Conform de modelverordening Jeugdhulp van de VNG (december 2024) een scheiding gemaakt in de kwaliteitseisen voor alle hulpverlening via pgb, en voor hulpverlening door een professionele organisatie. Zo is
a. Beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet
2
ondersteuning leveren, hierbij moeten pgbaanbieders voldoen aan de volgende criteria: a. ingeschreven staan in het handelsregister; b. adequaat opgeleid personeel in dienst hebben; c. een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen overleggen; d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; e. een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen; f. een afschrift van de meest recente jaarrekening - of in het geval van een ZZP’er een balans en een winst- en verliesrekening kunnen tonen; g. verzekerd zijn tegen beroepsen/of bedrijfsaansprakelij kheid.
ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder is dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. Ouder(s) van de cliënt zijn uitgesloten van deze eis; b. Beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde hulp te bieden; c. Houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp; d. Is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal de communiceren; e. Werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; f. Voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. Stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de cliënt, en in het geval van jeugdhulp diens ouder(s); h. Stemt de hulp af op andere voorzieningen, overige voorzieningen en maatwerkvoorzieningen waar de cliënt, of in het geval van jeugdhulp diens ouder(s) gebruik van maken; i. Respecteert de privacy van de cliënt, en in het geval van jeugdhulp diens ouder(s), en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; j. Neemt bij vermoedens bij huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de cliënt voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; k. Meldt calamiteiten en
duidelijk welke kwaliteitseisen ook gelden wanneer het gaat om hulpverlening binnen het informele netwerk.
3
geweldsincidenten bij de verlening van de maatwerkvoorziening aan het college; l. Werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en m. Is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbelast. 7. Ter waarborging van de kwaliteit van de met het pgb ingekochte professionele ondersteuning voldoet de uitvoerder aan de volgende aanvullende eisen: ingeschreven staan in het handelsregister; a. in overeenstemming met de professionele standaard handelen; b. adequaat opgeleid personeel in dienst hebben; c. een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen overleggen, die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie; d. beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan de landelijke eisen; e. de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van een maatwerkvoorziening hanteren; f. Een vertrouwenspersoon aanstellen die in staat is diens taak uit te voeren; g. een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen;
4
h. een afschrift van de meest recente jaarrekening - of in het geval van een ZZP’er een balans en een winst- en verliesrekening -kunnen tonen; en i. verzekerd zijn tegen beroepsen/of bedrijfsaansprakelijkheid. Paragraaf 10.3 Voorwaarden pgb-beheerder 3. Onverlet het bepaalde in 3. Onverlet het bepaalde in het het vorige lid wordt een vorige lid wordt een pgb-beheerder pgb-beheerder alleen alleen geacht de aan het pgb geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde verbonden taken op wijze te kunnen uitvoeren indien: verantwoorde wijze te a. hij eerste of tweedegraads bloedkunnen uitvoeren indien: of aanverwant is van de cliënt of a. hij eerste of tot het sociaal netwerk behoort; tweedegraads bloed-of b. hij door de rechtbank is aanverwant is van de aangesteld als mentor, curator of cliënt of tot het sociaal bewindvoerder; netwerk behoort; c. hij niet tevens uitvoerder is van b. hij door de rechtbank is de ondersteuning die met het aangesteld als mentor, pgb wordt ingekocht, tenzij curator of hiervoor door het college bewindvoerder; toestemming is verleend; c. hij niet tevens uitvoerder d. er geen sprake is van een is van de ondersteuning (financiële) relatie tussen de die met het pgb wordt pgb-beheerder en de pgbingekocht; aanbieder; d. er geen sprake is van e.
er geen sprake is van is van een (financiële) relatie belangenverstrengeling tussen tussen de pgb-beheerder de pgb-beheerder en de pgben de pgb-aanbieder; aanbieder. e. er geen sprake is van is f. er sprake is van voldoende van nabijheid in de vorm van fysieke belangenverstrengeling aanwezigheid en tijd; tussen de pgb-beheerder g. hij de belangen van de cliënt en de pgb-aanbieder. voldoende kan behartigen zoals f. er sprake is van omschreven in artikel 10.1 lid 2; voldoende nabijheid in h. hij de aan een pgb verbonden de vorm van fysieke taken kan uitvoeren zoals aanwezigheid en tijd; omschreven in artikel 10.1. lid 2. g. hij de belangen van de cliënt voldoende kan behartigen zoals omschreven in artikel 10.1 lid 2; h. hij de aan een pgb verbonden taken kan uitvoeren zoals
Bij 10.3 lid c toevoeging van een ‘tenzij’. In principe heeft de Centrale Raad voor Beroep geoordeeld dat een dubbelrol niet toegestaan is, omdat de zorgverlener niet in staat zal zijn met voldoende afstand en kritisch de beheerstaken uit te voeren. In het geval van hulp uit het sociaal netwerk kan het echter voorkomen dat het niet anders kan dan dat deze rollen samenvallen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er zwaarwegende argumenten zijn om de jeugdhulp te laten uitvoeren door de ouders er geen andere persoon uit het netwerk is die het pgb beheer op zich kan nemen. In deze specifieke situaties kan het college toestemming geven om deze rollen te laten samenvallen.
5
omschreven in artikel 10.1. lid 2.
Paragraaf 10.5 Hoogte pgb 11 a. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen vloeit voort uit het voor de cliënt van toepassing zijnde zorgarrangement. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van het aantal geïndiceerde uren, het geldende uurtarief zoals bedoeld in sub. b van dit artikel en het pgb-plan;
11
a. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen vloeit voort uit het voor de cliënt van toepassing zijnde zorgarrangement. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van het aantal geïndiceerde uren, het geldende uurtarief zoals bedoeld in sub. b van dit artikel en het pgb-plan; b. De hoogte van het pgb-uurtarief b. De hoogte van het pgbvoor professionals in dienst van uurtarief voor professionals een instelling wordt gebaseerd in dienst van een instelling op de tarieven zoals vastgesteld wordt gebaseerd op de bij de inkoop van zorg in natura tarieven zoals vastgesteld (ZIN); bij de inkoop van zorg in c. Het pgb-uurtarief bedraagt 90% natura (ZIN); van het uurtarief ZIN. Jaarlijks worden deze tarieven c. Het pgb-uurtarief geïndexeerd conform de bedraagt 90% van het inkoopafspraken zoals uurtarief ZIN. Jaarlijks gehanteerd bij de inkoop van worden deze tarieven ZIN (Beschermd Wonen) en door geïndexeerd conform de het college vastgesteld in het inkoopafspraken zoals financieel besluit; gehanteerd bij de inkoop d. Indien sprake is van van ZIN (Beschermd overgangsrecht geldt een tarief Wonen) en door het college van 75% van het van toepassing vastgesteld in het financieel zijnde zorginstellingstarief; besluit; e. Het werkelijk toe te kennen pgb d.
Indien sprake is van wordt afgestemd op de overgangsrecht geldt een ondersteuningsbehoefte, dat tarief van 75% van het van volgt uit het plan van aanpak en toepassing zijnde de hiermee samenhangende zorginstellingstarief; kosten. e. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.
De opmaak van deze opsomming is aangepast ten behoeve van de leesbaarheid
Artikel 22. Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s Vanaf 1 januari 2019 is in Vanaf 1 januari 2019 is in artikel 3.7 Het bedrag is gewijzigd door artikel 3.7 van het van het Uitvoeringsbesluit Wmo te verwijzen naar het
6
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaald dat er de bijdrage niet meer bedraagt dan € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. Artikel 35. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering:
2015 bepaald dat er een maximaal bedrag per bijdrageperiode geldt, die jaarlijks vastgesteld wordt.
maximaal bedrag per bijdrageperiode. Op deze manier hoeft de toelichting niet gewijzigd te worden wanneer het bedrag ad € 17,50 wordt gewijzigd.
Vervalt
De nieuwe p-wet in balans spreekt over zelfstandig vormgegeven participatie, daarbij vervalt de sociale activering
a.
Voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; of b. gericht op het voorkomen van sociaal isolement.
2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudin gen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel 39g. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 4. De subsidie voor 4. De subsidie voor jobcoaching heeft een maximum duur van jobcoaching heeft een twee jaar. Als hierna nog maximum duur van twee begeleiding nodig is dan valt het jaar. onder verantwoording van de werkgever en niet langer onder
De toevoeging Als hierna nog begeleiding nodig is dan valt het onder verantwoording van de werkgever en niet langer onder de gemeente.
7
de gemeente. Dit is toegevoegd om discussie met de werkgever te voorkomen. Artikel 41c. Uitstroompremie
Artikel 41d. Proefplaats 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met twee keer één maand, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudinge n niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de
4. De uitstroompremie wordt uitbetaald zodra de betrokkene na werkaanvaarding ten minste een aaneengesloten periode van zes maanden en één dag in dienst is, of op het moment dat een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden wordt verlengd
Extra toevoeging bij 4 op verzoek van de uitvoering, er was niets opgenomen over betaling premie, wel noodzakelijk voor de uitvoering. Uitbetaling na verlening halfjaarcontract is een extra stimulans.
1.Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met twee keer één maand, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering.
De zin: “Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023” is foutief en hoort niet in de verordening en is derhalve verwijderd.
3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens
De tekst in dit artikel betreft een opsomming maar was in opmaak niet als opsomming vormgegeven. Ten behoeve van leesbaarheid is dit in een opsomming gezet
8
werkzaamheden van de rechtsvoorganger, zijn verricht; persoon niet al eerder en onbeloond door hem bij e. de werkgever bij aanvang van die werkgever, of diens de proefplaats schriftelijk de rechtsvoorganger, zijn intentie heeft uitgesproken dat verricht; en e. de hij de persoon, bij gebleken werkgever bij aanvang geschiktheid, direct aansluitend van de proefplaats aan zijn proefplaatsing, voor schriftelijk de intentie minimaal zes maanden, zonder heeft uitgesproken dat proeftijd, in dienst zal nemen. hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. Artikel 49. Inhoud van een tegenprestatie 1. Het college kan Artikel 49 t/m 50 komen te vervallen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en d. niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 2. De premie, bedoeld in artikel 10a zesde lid van de wet, bedraagt €50,- per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 3.
Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vaststellen, waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daarover in deze verordening geen
Het begrip tegenprestatie komt niet meer voor in de participatiewet in balans, in plaats daarvan zal worden gesproken over eigenhandig vormgeven van participatie, waarvan (intensieve) mantelzorg ook een onderdeel kan zijn. Er zal hiervoor nieuwe tekst komen, zie bijlage toekomstige wijzigingen participatiewet in balans.
9
nadere bepalingen zijn opgenomen. Artikel 50. Het opdragen van een tegenprestatie Artikel 49 t/m 50 komen te vervallen Bij het opdragen van een tegenprestatie betrekt het college de volgende factoren: a. het vermogen van de belanghebbende om een tegenprestatie te verrichten; b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende; c. de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende; als een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk verricht, moet daarmee rekening worden gehouden Toelichting Artikel 9. Algemene criteria maatwerkvoorziening e. de gevraagde voorziening Ad e. Onevenredige voorziening in geen redelijke Indien het college van oordeel is dat verhouding staat tot het te de gevraagde voorziening in geen bereiken resultaat, gelet op redelijke verhouding staat tot het te de kosten, de effectiviteit en bereiken resultaat, kan een mogelijke alternatieven; maatwerkvoorziening worden geweigerd. Daarbij kijkt het college f. de cliënt of diens naar de kosten, effectiviteit, vertegenwoordiger geen of duurzaamheid van de voorziening en onvoldoende medewerking mogelijke passende alternatieven. verleent aan het onderzoek, Deze afweging dient om het keukentafelgesprek of onevenredige of disproportionele het opstellen van het plan inzet van publieke middelen te van aanpak.
voorkomen en sluit aan bij het proportionaliteitsbeginsel. Ad f. Geen of onvoldoende medewerking aan onderzoek of planvorming Het college kan een voorziening weigeren indien de cliënt of diens vertegenwoordiger geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, zoals beschreven in artikelen 2 tot en met 8. Zonder die medewerking kan het college de hulpvraag niet zorgvuldig beoordelen. Deze bepaling vindt
Het begrip tegenprestatie komt niet meer voor in de participatiewet in balans, in plaats daarvan zal worden gesproken over eigenhandig vormgeven van participatie, waarvan (intensieve) mantelzorg ook een onderdeel kan zijn. Er zal hiervoor nieuwe tekst komen, zie bijlage toekomstige wijzigingen participatiewet in balans.
Verdere uitwerking van toelichting op grond van de aanvullingen in het artikel.
10
grond in artikel 2.3.2, tweede lid van de Wmo 2015 en vergelijkbare bepalingen in de Jeugdwet. Het college hanteert hierbij een zorgvuldige werkwijze waarbij de cliënt herhaaldelijk wordt geïnformeerd over het belang van medewerking. Artikel 49. Inhoud van een tegenprestatie Additionele onbeloonde Vervallen maatschappelijk nuttige werkzaamheden In artikel 49 van deze verordening is bepaald dat de tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden betreffen die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie dienen zich te onderscheiden van werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt verricht worden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is afhankelijk van onder meer economische factoren en van keuzes die mede op basis daarvan door het bedrijfsleven en/of de overheid worden gemaakt (Tweede Kamer 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30). Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden voldoen aan de in artikel 3, eerste lid, van deze verordening genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als tegenprestatie in te zetten werkzaamheid: a. naar zijn aard niet is
Het begrip tegenprestatie komt niet meer voor in de participatiewet in balans, in plaats daarvan zal worden gesproken over eigenhandig vormgeven van participatie, waarvan (intensieve) mantelzorg ook een onderdeel kan zijn. Er zal hiervoor nieuwe tekst komen, zie bijlage toekomstige wijzigingen participatiewet in balans.
11
gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet is bedoeld als reintegratie instrument; c. wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin deze worden verricht; en d. niet leidt tot verdringing. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de belangrijkste kenmerken van de tegenprestatie die volgen uit de parlementaire geschiedenis (zie Tweede Kamer 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14). Samenwerking met maatschappelijke organisaties De gemeente kan voor het werven van maatschappelijk nuttige werkzaamheden samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals: welzijnsinstellingen, vrijwilligerswerkorganisatie s, en/of sportvoorzieningen. Om ervoor te zorgen dat voldoende maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn, is het van belang dat contacten worden onderhouden met maatschappelijke organisaties. Een vrijwilligersvacaturebank bij een vrijwilligerscentrale kan een belangrijk hulpmiddel zijn om het aanbod van maatschappelijk nuttige werkzaamheden te bepalen. Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader
12
van de re-integratie. De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als reintegratie instrument. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie worden ingezet. De tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of van reintegratie-inspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven uitkering staat voorop. Dit volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14). Artikel 50. Het opdragen van een tegenprestatie Het college dient maatwerk Vervallen toe te passen bij het opdragen van een tegenprestatie. Rekening moet worden gehouden met de individuele omstandigheden van belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding, werkervaring en andere relevante persoonlijke omstandigheden. De werkzaamheden worden immers opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook in staat is de werkzaamheden te verrichten (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2502-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5 171).
Het begrip tegenprestatie komt niet meer voor in de participatiewet in balans, in plaats daarvan zal worden gesproken over eigenhandig vormgeven van participatie, waarvan (intensieve) mantelzorg ook een onderdeel kan zijn. Er zal hiervoor nieuwe tekst komen, zie bijlage toekomstige wijzigingen participatiewet in balans.
13
Factoren opdragen tegenprestatie In artikel 50 van deze verordening is neergelegd met welke factoren het college rekening moet houden bij het opdragen van een tegenprestatie. Deze factoren worden hierna toegelicht. a. tegenprestatie 'naar vermogen' De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten naar vermogen door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term 'naar vermogen' heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te verrichten. Immers, niet alle onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde (Tweede Kamer 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30). b. persoonlijke situatie en individuele omstandigheden belanghebbende Bij het opdragen van de tegenprestatie houdt het college rekening met de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding en werkervaring (Rechtbank Zeeland-WestBrabant 25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5 171). Hierbij wordt rekening gehouden met het fysieke en psychische vermogen van een belanghebbende. Bij het opdragen van de tegenprestatie dient het college maatwerk te leveren. Voorts wordt bij opdragen van een tegenprestatie rekening gehouden met praktische
14
omstandigheden zoals reistijd, beschikbaarheid van kinderopvang en/of belanghebbende al maatschappelijke activiteiten verricht. c. persoonlijke wensen en kwaliteiten belanghebbende Bij het opdragen van de verplichting tot tegenprestatie houdt het college rekening met de persoonlijke wensen en kwaliteiten van belanghebbende. De regering vindt het immers belangrijk dat een belanghebbende invloed heeft op de keuze van de activiteiten (Tweede Kamer 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 47). Belanghebbende kan zelf ideeën aandragen voor de als tegenprestatie te verrichten werkzaamheden. Het college beoordeelt de door belanghebbende zelf aangedragen ideeën en kan besluiten om het voorstel van belanghebbende over te nemen en die werkzaamheden in te zetten als tegenprestatie. Uiteraard moet die werkzaamheid voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 3 van deze verordening en moet die werkzaamheid beschikbaar zijn. Het college is niet gehouden te voldoen aan de wensen van een belanghebbende, maar moet deze wel in de beoordeling meenemen. Draagt belanghebbende geen ideeën aan, dan legt het college belanghebbende een lijst met keuzemogelijkheden voor van maatschappelijk nuttige werkzaamheden die voorhanden zijn. Als belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt of er geen keuzemogelijkheid is, legt het college een werkzaamheid op. Het is immers aan het college, en
15
niet aan een belanghebbende, een tegenprestatie op te dragen aan belanghebbende. d. maatschappelijke activiteiten en vrijwilligerswerk door belanghebbende Het college houdt bij het opdragen van de plicht tot tegenprestatie rekening met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al maatschappelijk actief is (Tweede Kamer 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Indien een belanghebbende al een maatschappelijke activiteit verricht, kan het college in bepaalde gevallen besluiten deze maatschappelijke activiteit aan te merken als tegenprestatie. Dit geldt ook voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het college kan ook besluiten vrijwilligerswerk dat qua aard en omvang vergelijkbaar is met de tegenprestatie als bedoeld in deze verordening aan te merken als tegenprestatie. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de minimale en maximale duur van de tegenprestatie zoals neergelegd in artikel 5 van deze verordening. Hierbij kan ook de aard van het vrijwilligerswerk een rol spelen. Omdat vrijwilligerswerk veelzijdig van aard is, is geen begripsomschrijving opgenomen.
16