CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Eindrapport enquête Veilig Woudenberg_ 14012026.pdf

Raadscommissie 7 april 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 11: Eindrapport Veilig Woudenberg4.159 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eindrapport onderzoek Veilig Woudenberg Datum 14-01-2026

1

1. VOORWOORD FRACTIEVOORZITTER

4

2. AANTAL DEELNEMERS AAN DE ENQUÊTE

6

2.1. ONDERZOEKSOPZET 2.2. BEPERKINGEN VAN HET ONDERZOEK

6 6

3. WAT INWONERS ONS MELDEN:

6

4. UITGEBREIDE BEVINDINGEN UIT DE ENQUÊTE

7

4.1 WANNEER VOELEN MENSEN ZICH HET MINST VEILIG? 4.2 WAAR VOELEN MENSEN ZICH ONVEILIG? 4.3 WAARDOOR VOELEN MENSEN ZICH ONVEILIG? 4.4 MELDINGSBEREIDHEID 4.5 EFFECT OP GEDRAG

7 7 7 7 8

5. VERDIEPENDE ANALYSE ONVEILIGHEIDSGEVOELENS

9

5.1 LEEFTIJD, GESLACHT EN ONVEILIGHEIDSGEVOEL 5.2 LEEFTIJD EN MELDINGSBEREIDHEID 5.3 GESLACHT EN MELDINGSBEREIDHEID 5.4. DUIDING 5.5 VERMIJDINGSGEDRAG 5.5.1 LEEFTIJD EN VERMIJDINGSGEDRAG 5.5.2 GESLACHT EN VERMIJDINGSGEDRAG 5.5.3 LEEFTIJD EN GESLACHT (GECOMBINEERD EFFECT) 5.5.4. DUIDING 5.6 SAMENHANG: TIJDSTIP, MELDINGSBEREIDHEID, VERMIJDINGSGEDRAG,

9 9 9 10 10 10 10 10 10

ONVEILIGHEIDSGEVOEL

5.6.1. TIJDSTIP EN VERMIJDINGSGEDRAG 5.6.2. MELDINGSBEREIDHEID EN ONVEILIGHEIDSGEVOEL 5.6.3. MELDINGSBEREIDHEID EN GEDRAGSAANPASSING

10 10 11 11

6. SAMENVATTENDE ANALYSE EN DUIDING

12

7. VOORSTELLEN VOOR VERBETERING

14

2

7.1 HOE NU VERDER? 7.2 AANBEVELINGEN 7.3 FASERING VAN DE AANBEVELINGEN

14 14 15

BIJLAGE 1 – SPECIFIEK GENOEMDE ONVEILIGE LOCATIES

17

BIJLAGE 2 – SELECTIE RUWE OPMERKINGEN VAN INWONERS

17

BIJLAGE 3 – GRAFIEKEN PER VRAAG

18

3

Fractie GemeenteBelangen Woudenberg Datum: 14 januari 2026 1. Voorwoord fractievoorzitter Voor u ligt het eindrapport Veilig Woudenberg. Met dit onderzoek heeft de fractie GemeenteBelangen Woudenberg inwoners gevraagd naar hun ervaringen, gevoelens en signalen rondom veiligheid in onze gemeente. Veiligheid is een onderwerp dat raakt aan het dagelijks leven van mensen: aan hoe vrij zij zich voelen om zich te verplaatsen, elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan het dorpsleven. Juist daarom vinden wij het belangrijk om niet alleen te kijken naar cijfers en incidenten, maar vooral ook naar hoe veiligheid door inwoners wordt beleefd. De aanleiding voor dit onderzoek ligt in signalen die wij als fractie de afgelopen jaren ontvingen. In gesprekken op straat, bij bijeenkomsten, via sociale media en via het landelijke nieuws met gruwelijke berichten, was onze conclusie dat inwoners zich op bepaalde momenten en op bepaalde plekken onveilig voelen. Deze signalen waren voor ons reden om dit onderwerp breder en systematischer te onderzoeken. Met deze enquête hebben wij inwoners de mogelijkheid gegeven om hun ervaringen te delen, zowel in cijfers als in hun eigen woorden. Wij zijn dankbaar voor de grote betrokkenheid en het vertrouwen dat inwoners hebben getoond door de vragenlijst in te vullen (320 deelnemers). Uit de resultaten komt een genuanceerd beeld naar voren.

Woudenberg wordt door veel inwoners ervaren als een veilige gemeente. Tegelijkertijd laat dit onderzoek zien dat er ook een duidelijke groep inwoners is die zich regelmatig onveilig voelt. Deze gevoelens doen zich niet willekeurig voor, maar concentreren zich vooral in de avond- en nachtelijke uren en op specifieke locaties. Het gaat daarbij vaak om sociale veiligheid: gevoelens van intimidatie, overlast of het ontbreken van sociale controle, eerder dan om zware criminaliteit. Een belangrijk inzicht uit dit onderzoek is dat onveiligheidsgevoelens niet alleen een beleving zijn, maar ook leiden tot concreet gedrag. Inwoners passen hun routes aan, mijden bepaalde plekken of blijven ’s avonds liever thuis. Daarnaast blijkt dat veel onveilige situaties niet worden gemeld, onder andere doordat inwoners niet goed weten waar zij terecht kunnen of twijfelen aan het effect van melden. Dit betekent dat een deel van wat inwoners ervaren, niet zichtbaar wordt in meldingen of cijfers, maar wel degelijk invloed heeft op hun dagelijks leven en op de leefbaarheid van ons dorp. Wij hebben er bewust voor gekozen om dit rapport verder te verdiepen met aanvullende analyses. Door te kijken naar samenhangen tussen leeftijd, geslacht, meldingsbereidheid en gedrag ontstaat een scherper beeld van welke groepen zich kwetsbaarder voelen en waarom.

Deze verdieping is niet bedoeld om te stigmatiseren, maar om beleid gerichter en effectiever te kunnen maken. Veiligheidsbeleid dat geen oog heeft voor verschillen in beleving en gebruik van de openbare ruimte, schiet zijn doel voorbij.

4

Met dit rapport willen wij het gesprek voeren: met het college, met de gemeenteraad en met inwoners. Niet vanuit de gedachte dat alles onveilig is, maar vanuit de overtuiging dat veiligheid blijvende aandacht verdient. Wij bieden dit rapport dan ook aan als een uitnodiging tot dialoog en tot actie. De aanbevelingen in dit rapport zijn bedoeld om te komen tot zichtbare verbeteringen, waarbij preventie, meldingsbereidheid en sociale veiligheid centraal staan. Wij willen benadrukken dat veiligheid geen eenmalig onderwerp is. Wij pleiten ervoor om de veiligheidsbeleving van inwoners periodiek te blijven monitoren, zodat zichtbaar wordt of maatregelen effect hebben en waar bijsturing nodig is. Alleen door te blijven luisteren en samen te werken, kunnen we werken aan een Woudenberg waarin iedereen zich veilig en welkom voelt. Tot slot wil de fractie GemeenteBelangen Woudenberg in het bijzonder Emel Onder en Wilma Opstelten bedanken voor hun grote inzet bij de totstandkoming van dit onderzoek. Beiden hebben veel tijd en energie gestoken in het opzetten van de enquête, het verzamelen en verwerken van reacties en het meedenken over de duiding van de resultaten. Hun betrokkenheid en zorgvuldige werkwijze hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de kwaliteit en diepgang van dit rapport.

Namens de fractie GemeenteBelangen Woudenberg, P. van Schaik, fractievoorzitter

5

2. Aantal deelnemers aan de enquête In totaal hebben 320 inwoners deelgenomen aan de enquête ‘Voel jij je veilig in Woudenberg? De enquête heeft drie maanden opengestaan en is onder de aandacht gebracht via sociale media, de lokale krant en onze aanwezigheid op de kerstmarkt. 2.1. Onderzoeksopzet De enquête bestond uit zowel gesloten als open vragen. In de gesloten vragen konden inwoners aangeven in welke mate zij zich (on)veilig voelen, op welke momenten en op welke plekken. In de open vragen konden zij situaties, locaties en ervaringen in eigen woorden toelichten. Deelname was vrijwillig en anoniem. 2.2. Beperkingen van het onderzoek • • • •

Het onderzoek betreft een open internet-enquête met vrijwillige deelname (zelfselectie); Er is geen sprake van een statistisch volledig representatieve steekproef; De resultaten geven vooral signalen en richting, geen exacte meting van de veiligheidsbeleving. Sommige groepen inwoners kunnen relatief onder- of oververtegenwoordigd zijn;

3. Wat inwoners ons melden: • Woudenberg wordt in brede zin als een veilige gemeente ervaren; • Tegelijkertijd is er een duidelijke groep inwoners die zich regelmatig onveilig (35,9%) voelt; • Onveiligheidsgevoelens doen zich vooral voor in de avond en nacht en op specifieke locaties; • Niet alle situaties of gevoelens van onveiligheid worden gemeld bij gemeente of politie; Wat dit volgens ons betekent: • Sociale veiligheid vraagt blijvende bestuurlijke aandacht en prioriteit; • Onveiligheidsgevoelens hebben effect op gedrag en op de ervaren leefbaarheid in Woudenberg; • Een centraal meldingspunt bekend maken; • Het vergroten van meldingsbereidheid en zichtbaarheid van handhaving kan direct bijdragen aan het veiligheidsgevoel.

6

4. Uitgebreide bevindingen uit de enquête In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste uitkomsten van de enquête verder uitgewerkt. De nadruk ligt hierbij op sociale veiligheid en ervaren onveiligheidsgevoelens, niet op verkeersveiligheid. 4.1 Wanneer voelen mensen zich het minst veilig? • De meeste inwoners geven aan zich overdag over het algemeen veilig te voelen; • Onveiligheidsgevoelens doen zich vooral voor in de avond en nacht; • De overgang van licht naar donker (schemering) wordt genoemd als moment waarop het onveiligheidsgevoel toeneemt; • Avonduren worden vaker in verband gebracht met ophouden van groepen personen en minder sociale controle; • Minder verlichting en lege straten versterken het gevoel van onveiligheid. 4.2 Waar voelen mensen zich onveilig? • Respondenten noemen specifieke locaties als onprettig of onveilig ervaren, vaak in de avonduren; • Hangplekken, speelveldjes en bankjes waar groepen samenkomen worden genoemd; • Slecht verlichte wandel- en fietsroutes worden als onveilig ervaren in het donker; • Afgelegen plekken en bos- en buitengebieden worden door een deel van de inwoners gemeden in de avond of nacht; • Parkeerplaatsen en open plekken met weinig sociale controle worden als minder veilig ervaren.

4.3 Waardoor voelen mensen zich onveilig? • Overlast door groepen personen wordt het meest genoemd als oorzaak van onveiligheidsgevoelens; • Intimidatiegevoelens, zoals aangestaard of nageroepen worden, komen in reacties terug; • Vernielingen en schade aan openbare eigendommen versterken het beeld dat het ‘niet veilig’ is; • Alcohol- of middelengebruik in de openbare ruimte wordt door sommige inwoners als dreigend ervaren; • Onvoorspelbaar of agressief gedrag van anderen leidt tot vermijdingsgedrag bij inwoners. 4.4 Meldingsbereidheid • Een aanzienlijk deel van de inwoners meldt incidenten of onveilige situaties niet; • Als reden wordt genoemd dat men niet weet waar of bij wie men moet melden; • Regelmatig wordt aangegeven dat men het idee heeft dat melden weinig zin heeft of geen zichtbaar resultaat oplevert; • Sommige inwoners vinden situaties op zichzelf te klein om te melden, ondanks dat zij er hinder van ondervinden; • Onzekerheid over anonimiteit of mogelijke gevolgen kan een drempel zijn om te melden. 7

4.5 Effect op gedrag • Gevoelens van onveiligheid leiden bij een deel van de inwoners tot aanpassing van gedrag; • Sommige inwoners mijden bepaalde routes, plekken of wijken op specifieke tijdstippen; • Een aantal inwoners gaat ’s avonds minder vaak de deur uit dan men eigenlijk zou willen; • Er zijn inwoners die bewust kiezen voor de auto in plaats van lopen of fietsen in het donker; • Een deel van de respondenten geeft aan extra alert te zijn of preventieve maatregelen te overwegen.

8

5. Verdiepende analyse onveiligheidsgevoelens In dit hoofdstuk is een verdiepende analyse opgenomen naar samenhangen tussen leeftijd, geslacht en onveiligheidsgevoelens. Deze analyse laat zien dat onveiligheidsgevoelens niet willekeurig voorkomen, maar samenhangen met persoonlijke kenmerken zoals leeftijd en geslacht. Dit benadrukt het belang van een gerichte aanpak van sociale veiligheid, waarbij expliciet aandacht is voor groepen die zich aantoonbaar vaker onveilig voelen. Tegelijkertijd blijft gelden dat dit onderzoek signalen en patronen blootlegt, en geen oorzakelijke verbanden vaststelt. Dit betekent dat het effect van leeftijd op onveiligheidsgevoelens wordt versterkt door geslacht, en dat bepaalde groepen inwoners zich aantoonbaar kwetsbaarder voelen in de openbare ruimte dan andere. 5.1 Leeftijd, geslacht en onveiligheidsgevoel Op basis van de beschikbare enquêtedata is een aanvullende analyse uitgevoerd naar mogelijke samenhangen tussen leeftijd, geslacht en de mate waarin inwoners zich onveilig voelen. Bij de leeftijdsgroepen van 31–45 jaar en 46–60 jaar nemen deze gevoelens af, terwijl inwoners van 60 jaar en ouder gemiddeld genomen minder vaak aangeven zich regelmatig onveilig te voelen. Dit wijst erop dat onveiligheidsgevoelens in Woudenberg sterker leven onder jongere inwoners dan onder oudere leeftijdsgroepen.

Met name jongvolwassen vrouwen (18–30 jaar) geven relatief vaker aan zich regelmatig onveilig te voelen. In deze leeftijdsgroep ligt het aandeel inwoners dat aangeeft zich “vaak” of “(bijna) altijd” onveilig te voelen hoger dan bij andere leeftijdscategorieën. 5.2 Leeftijd en meldingsbereidheid Uit de verdiepende analyse blijkt dat de meldingsbereidheid niet gelijk verdeeld is over leeftijd en geslacht. Met name jongere inwoners en vrouwen geven relatief vaker aan dat zij onveilige situaties niet melden bij de gemeente of politie Jongere leeftijdsgroepen, in het bijzonder jongvolwassenen, geven vaker aan dat zij onveilige situaties niet melden. Als redenen worden genoemd dat men niet goed weet waar men terecht kan, dat men twijfelt aan het effect van melden, of dat situaties als ‘niet ernstig genoeg’ worden ingeschat. Bij oudere leeftijdsgroepen is de meldingsbereidheid relatief hoger, wat mogelijk samenhangt met meer bekendheid met gemeentelijke en politiekanalen of met eerdere ervaringen met melden. 5.3 Geslacht en meldingsbereidheid Vrouwen geven vaker dan mannen aan dat zij onveilige situaties niet melden. In de open antwoorden komt naar voren dat gevoelens van onzekerheid, twijfel over anonimiteit en het idee dat melden weinig oplevert hierbij een rol spelen. Mannen melden relatief vaker, of geven aan situaties minder snel als meldingswaardig te beschouwen.

9

5.4. Duiding Deze uitkomsten wijzen erop dat juist groepen die relatief vaker onveiligheidsgevoelens ervaren, minder geneigd zijn om dit te melden. Dit vergroot het risico dat signalen onder de radar blijven en benadrukt het belang van een laagdrempelig, duidelijk en zichtbaar meldpunt, met expliciete aandacht voor bekendheid en terugkoppeling. 5.5 Vermijdingsgedrag De data laten zien dat gevoelens van onveiligheid bij een deel van de inwoners leiden tot aanpassing van gedrag, en dat dit effect sterker is bij bepaalde leeftijds- en geslachtsgroepen. 5.5.1 Leeftijd en vermijdingsgedrag Met name jongvolwassenen geven aan hun gedrag aan te passen naar aanleiding van onveiligheidsgevoelens. Dit uit zich onder andere in het mijden van bepaalde routes of locaties, het vermijden van de openbare ruimte in de avond en nacht, en het kiezen voor de auto in plaats van lopen of fietsen. Bij oudere leeftijdsgroepen komt vermijdingsgedrag ook voor, maar minder uitgesproken. 5.5.2 Geslacht en vermijdingsgedrag Vrouwen geven vaker dan mannen aan dat onveiligheidsgevoelens invloed hebben op hun gedrag. In de open antwoorden wordt genoemd dat men extra alert is, bewust andere routes kiest of bepaalde plekken volledig vermijdt. Mannen rapporteren minder vaak gedragsaanpassing, wat aansluit bij het eerder geconstateerde verschil in veiligheidsbeleving.

5.5.3 Leeftijd en geslacht (Gecombineerd effect) Het gecombineerde effect van leeftijd en geslacht laat zien dat jonge vrouwen het vaakst aangeven hun gedrag aan te passen vanwege onveiligheidsgevoelens. Deze groep ervaart niet alleen relatief vaker onveiligheid, maar ondervindt hiervan ook concreet effect in het dagelijks functioneren en gebruik van de openbare ruimte. 5.5.4. Duiding Dit vermijdingsgedrag heeft gevolgen voor de ervaren leefbaarheid, bewegingsvrijheid en sociale cohesie in de gemeente. Het benadrukt dat onveiligheidsgevoelens niet alleen een beleving zijn, maar ook leiden tot tastbare gedragsveranderingen. 5.6 Samenhang: tijdstip, meldingsbereidheid, vermijdingsgedrag, onveiligheidsgevoel 5.6.1. Tijdstip en vermijdingsgedrag De analyse laat zien dat onveiligheidsgevoelens vooral optreden in de avond en nacht. Deze tijdsgebonden onveiligheid leidt bij een deel van de inwoners tot vermijdingsgedrag, zoals het mijden van bepaalde routes of locaties en het beperken van activiteiten in de avonduren. Hierdoor wordt het gebruik van de openbare ruimte ingeperkt, wat gevolgen heeft voor de ervaren leefbaarheid en bewegingsvrijheid. 10

5.6.2. Meldingsbereidheid en onveiligheidsgevoel Opvallend is dat inwoners die zich regelmatig onveilig voelen, deze ervaringen niet altijd melden bij de gemeente of politie. Redenen hiervoor zijn onder andere onduidelijkheid over waar te melden, twijfel over het effect van melden en de inschatting dat situaties niet ernstig genoeg zijn. Hierdoor geven meldingscijfers slechts een gedeeltelijk beeld van de ervaren onveiligheid in de gemeente. 5.6.3. Meldingsbereidheid en gedragsaanpassing Inwoners die onveilige situaties niet melden, passen vaker hun gedrag aan om confrontatie te vermijden. In plaats van melding te maken, kiezen zij voor het vermijden van plekken of tijdstippen. Onveiligheid wordt daarmee individueel opgelost, wat kan leiden tot een afname van de ervaren leefbaarheid en sociale samenhang.

11

6. Samenvattende analyse en duiding In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen en verdiepende analyses samengebracht tot één samenhangend beeld van de veiligheidsbeleving in Woudenberg. Deze samenvattende duiding vormt de brug tussen de onderzoeksresultaten en de voorstellen voor verbetering in het volgende hoofdstuk. Uit het onderzoek blijkt dat Woudenberg in algemene zin door veel inwoners als een relatief veilige gemeente wordt ervaren. Tegelijkertijd geeft een aanzienlijke groep inwoners – circa 35,9% – aan zich soms tot vaak onveilig te voelen. Deze onveiligheidsgevoelens doen zich niet willekeurig voor, maar concentreren zich vooral in de avond- en nachtelijke uren en op specifieke plekken in de openbare ruimte. De onveiligheidsbeleving blijkt bovendien niet gelijk verdeeld over de bevolking. Met name jongvolwassenen, en in het bijzonder jonge vrouwen, geven relatief vaker aan zich onveilig te voelen. Vrouwen rapporteren daarnaast vaker gevoelens van onveiligheid dan mannen, terwijl mannen juist vaker aangeven zich nooit onveilig te voelen. Dit wijst op duidelijke verschillen in veiligheidsbeleving tussen leeftijds- en geslachtsgroepen, die vragen om een gerichte benadering. De ervaren onveiligheid heeft vooral betrekking op sociale veiligheid.

Het gaat daarbij om overlast, intimidatie, hinderlijk gedrag en het ontbreken van sociale controle, en minder om zware criminaliteit. Dit benadrukt dat veiligheidsbeleving niet uitsluitend samenhangt met strafbare feiten, maar in sterke mate wordt beïnvloed door de sfeer, het gedrag van anderen en de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Daarnaast blijkt dat onveiligheidsgevoelens sterk plaatsgebonden zijn. Inwoners noemen met name een beperkt aantal locaties waar zij zich onveilig voelen, zoals bepaalde pleinen, loop- en fietsroutes , speeltuinen en plekken waar groepen samenkomen. Dit betekent dat het veiligheidsprobleem zich niet gelijkmatig over de gemeente verspreidt, maar zich concentreert op specifieke locaties. Dit biedt belangrijke aanknopingspunten voor een gerichte en effectieve aanpak. Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat onveiligheidsgevoelens lang niet altijd worden gemeld. Juist inwoners die zich regelmatig onveilig voelen, geven vaak aan geen melding te doen bij de gemeente of politie. Redenen hiervoor zijn onder andere onduidelijkheid over waar men kan melden, twijfel over het effect van melden en de inschatting dat situaties niet ernstig genoeg zijn. Hierdoor geven meldingscijfers slechts een gedeeltelijk beeld van de werkelijke veiligheidsbeleving.

Voor een deel van de inwoners leiden onveiligheidsgevoelens ook tot aanpassing van het dagelijks gedrag. Met name jongvolwassenen geven aan hun routes, tijdstippen of activiteiten aan te passen om confrontaties of onprettige situaties te vermijden. Dit vermijdingsgedrag laat zien dat onveiligheid niet alleen een beleving is, maar ook invloed heeft op de bewegingsvrijheid, het gebruik van de openbare ruimte en de ervaren leefbaarheid in Woudenberg.

12

Gezamenlijk laten deze bevindingen zien dat de veiligheidsbeleving in Woudenberg wordt bepaald door een combinatie van tijd, plaats, doelgroep en sociale context. Deze samenhang vormt de inhoudelijke basis voor de aanbevelingen in het volgende hoofdstuk, waarin wordt voorgesteld hoe op deze inzichten kan worden voortgebouwd in beleid en uitvoering.

13

7. Voorstellen voor verbetering 7.1 Hoe nu verder? De fractie GemeenteBelangen Woudenberg hecht eraan dat de uitkomsten van dit onderzoek niet alleen worden vastgesteld, maar ook daadwerkelijk worden benut in het vervolgbeleid. Veiligheidsbeleving raakt direct aan de leefbaarheid en het dagelijks functioneren van inwoners en verdient daarom bestuurlijke aandacht en opvolging. Wij zullen dit rapport aanbieden aan de burgemeester als portefeuillehouder Veiligheid, met het verzoek om kennis te nemen van de bevindingen en te bezien op welke wijze de in dit rapport opgenomen aanbevelingen kunnen worden betrokken bij het bestaande veiligheidsbeleid. Daarbij vragen wij specifiek aandacht voor de aanbevelingen die gericht zijn op sociale veiligheid, meldingsbereidheid en het voorkomen van vermijdingsgedrag, omdat deze thema’s in dit onderzoek duidelijk naar voren komen. Daarnaast zal het rapport worden aangeboden aan de gemeenteraad, met het verzoek om het als ingekomen stuk te behandelen. Op die manier kunnen alle raadsleden kennisnemen van de uitkomsten en kan, indien gewenst, worden besloten om het rapport te agenderen voor inhoudelijke bespreking. Een dergelijke bespreking kan bijdragen aan een gezamenlijk beeld van de veiligheidsbeleving in Woudenberg en aan het bepalen van eventuele vervolgstappen.

De fractie GemeenteBelangen Woudenberg ziet dit onderzoek nadrukkelijk als een momentopname. Om te kunnen beoordelen of genomen maatregelen effect hebben en of de veiligheidsbeleving van inwoners daadwerkelijk verbetert, stellen wij voor om dit onderzoek over twee jaar te herhalen. Door periodieke herhaling kunnen trends zichtbaar worden gemaakt en kan beleid beter worden geëvalueerd en bijgestuurd. Met deze aanpak beogen wij dat de uitkomsten van dit onderzoek niet op zichzelf blijven staan, maar een structurele bijdrage leveren aan het gesprek over veiligheid en leefbaarheid in Woudenberg 7.2 Aanbevelingen De onderstaande aanbevelingen zijn gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek en de verdiepende analyses. Zij richten zich op het versterken van de sociale veiligheid, het vergroten van de meldingsbereidheid en het verminderen van vermijdingsgedrag. Met deze aanbevelingen beogen wij bij te dragen aan een gerichte en effectieve aanpak van de veiligheidsbeleving in Woudenberg. •

Richt het veiligheidsbeleid expliciet op jongvolwassenen, met bijzondere aandacht voor jonge vrouwen. Deze groep ervaart aantoonbaar vaker onveiligheidsgevoelens en vraagt om gerichte aandacht in beleid en uitvoering.

14

•

Richt veiligheidsmaatregelen tijds- en locatiegericht in, met extra aandacht voor de avond- en nachturen en bekende overlastlocaties. Door toezicht, handhaving en preventie af te stemmen op momenten en plekken waar onveiligheid wordt ervaren, sluit beleid beter aan bij de praktijk.

•

Vergroot de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van toezicht (BOA’s en politie). Zichtbaar toezicht draagt bij aan preventie en vergroot het veiligheidsgevoel van inwoners.

•

Verbeter de fysieke inrichting van de openbare ruimte, met name verlichting en overzicht. Goede verlichting en overzichtelijke ruimtes versterken sociale controle en verminderen vermijdingsgedrag.

•

Zet in op jongerenwerk en het gesprek met groepen die voor overlast zorgen. Preventieve inzet en dialoog kunnen overlast verminderen en bijdragen aan wederzijds begrip.

•

Ondersteun en breid buurtpreventie-initiatieven verder uit. Buurtpreventie versterkt sociale samenhang en vergroot de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid.

•

Betrek inwoners actief via bewonersavonden in wijken waar relatief veel signalen vandaan komen. Dit vergroot draagvlak, vertrouwen en het gezamenlijk zoeken naar oplossingen.

•

Verlaag de meldingsdrempel door één herkenbaar en laagdrempelig meldpunt, met duidelijke communicatie en zichtbare terugkoppeling. Dit vergroot de meldingsbereidheid en zorgt voor een beter beeld van wat er speelt.

•

Blijf monitoren en herhaal het onderzoek periodiek. Door structurele monitoring en herhaling van het onderzoek kan beleid worden geëvalueerd en bijgestuurd.

7.3 Fasering van de aanbevelingen Om te zorgen dat de uitkomsten van dit onderzoek daadwerkelijk leiden tot zichtbare verbeteringen, is het wenselijk om de aanbevelingen gefaseerd uit te voeren. Op basis van de analyses zijn drie aanbevelingen benoemd die op korte termijn het grootste effect kunnen hebben op de veiligheidsbeleving. Deze vormen de eerste fase. De overige aanbevelingen zijn van groot belang voor de structurele borging en verdere versterking van de sociale veiligheid en vormen de tweede fase. Fase 1 – Prioritaire maatregelen (korte termijn) Deze maatregelen grijpen direct in op de belangrijkste knelpunten die uit het onderzoek naar voren komen: lage meldingsbereidheid, tijd- en plaatsgebonden onveiligheid en het ontbreken van zichtbare aanwezigheid.

15

•

•

•

Verlaag de meldingsdrempel door één herkenbaar en laagdrempelig meldpunt, met duidelijke communicatie en zichtbare terugkoppeling over wat met meldingen gebeurt. Richt veiligheidsmaatregelen tijd- en locatiegericht in, met extra aandacht voor de avond- en nachturen en voor locaties waar inwoners zich aantoonbaar onveilig voelen. Vergroot de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van toezicht (BOA’s en politie) op momenten en plekken waar onveiligheid wordt ervaren.

Deze maatregelen zijn relatief snel uitvoerbaar en kunnen op korte termijn bijdragen aan een verbeterd veiligheidsgevoel onder inwoners. Fase 2 – Versterking en borging (middellange termijn) De volgende aanbevelingen bouwen voort op de eerste fase en zijn gericht op het structureel verbeteren van de sociale veiligheid en het versterken van de betrokkenheid van inwoners. • • • • •

Verbeter de verlichting en het overzicht op plekken die door inwoners als onveilig worden ervaren; Zet in op jongerenwerk en het gesprek met groepen die voor overlast zorgen; Organiseer bewonersavonden in wijken waar relatief veel signalen vandaan komen; Ondersteun en breid buurtpreventie-initiatieven verder uit; Blijf monitoren en herhaal het onderzoek periodiek om de effecten van beleid te kunnen volgen en bijsturen.

Met deze voorstellen en fasering wordt beoogd om de veiligheidsbeleving in Woudenberg gericht en structureel te verbeteren. Door te starten met maatregelen die direct inspelen op de belangrijkste knelpunten uit het onderzoek en deze te verbinden aan een bredere, duurzame aanpak, ontstaat een samenhangend kader voor verdere uitwerking en uitvoering. De fractie GemeenteBelangen Woudenberg ziet deze voorstellen als een uitnodiging aan college en raad om gezamenlijk te werken aan een veilig en leefbaar Woudenberg.

16

Bijlage 1 – Specifiek genoemde onveilige locaties • Centrum • Dorpsstraat • Omgeving Jumbo/AH/ALDI • Laanzicht • Speeltuinen • Parkje achter gemeentehuis • Voetpad padelhal/sportcomplex • Jongeren jop bij vijver Bijlage 2 – Selectie ruwe opmerkingen van inwoners • Voetpad achter padelhal en bij jongeren jop bij vijver • Overal waar groepen mensen rondhangen • Zegheweg (bij de bocht), waar vrachtwagenchauffeurs (achter een hek) met elkaar hangen • Tankstation Parallelweg (jongeren op scooters) • Op fietspaden te donker, door geen verlichting. • Slechte ervaring bij Pothbrug, van fiets getrokken. • In het dorp als ik in het weekend in de avond/nacht naar huis fiets • Bij het speeltuintje in het Zeeland met veel jongeren waarvan je al weet dat ze niet de liefste zijn tot laat in grote groep hangen. • Op de parkeerplaats tussen twee appartementencomplexen aan de Kastanjelaan. • In de avond op straat: te weinig straatverlichting. En rond de speeltuinen met veel hangjeugd. Moet er wel langs met mijn hond • Het d.orp in de buurt bij Moestas en bij speeltuinen • Langs de Westerwoud vijver, waar s ‘morgens om 6uur geen verlichting is.

• Bij de vijver bij de Plantage • Speeltuin bij de vijver Eshoflaan/Laan van Blotenburg • Hangplek bij voetbalveld Westerwoud, speeltuin Westerwoud in de avond, flatjes Westerwoud wegens overlastgevers • Rondom skatebaan aan de Paulus Potterlaan • Honden uitlaadveldje achter de brandweer • Parkje tussen de Rubenslaan en van Goghlaan • Tuin achter de begraafplaats • Parkje/speeltuintussen Paulus Potterlaan en Rembrandtlaan • In het weekend hordes fietsende, rondhangende jongeren (13-17 jaar) in het Zeeland. Zij kloppen keihard op deuren en ramen. • Omgeving AH/ALDI; veel hangjongeren die je lastigvallen. • Park Nieuwoord (verlichting is uit in de vroege ochtend) • Bosgebieden (de wolf)

17

Bijlage 3 – Grafieken per vraag Vraag 2 Wat is je leeftijd?

Vraag 3 Wat is je geslacht?

18

Vraag 4 In welke wijk of buurt woon je?

Vraag 5 Hoe vaak voel jij je onveilig op straat?

19

Vraag 6 Op welke momenten van de dag ervaar jij onveiligheid?

Vraag 8 Wat zijn de aard van de onveilige situaties?

20

Vraag 9 Situatie gemeld bij de politie of gemeente?

Vraag 10 Heeft de ervaren onveiligheid invloed op jouw gedrag?

21

Vraag 11 Wat zou je helpen om je veiliger te voelen?

22

23

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4270/documents/74731