CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Concept zienswijzen ontwerp UPLG 309870_3 (geredigeerd).pdf

Raadscommissie 10 februari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 9: Wensen en bedenkingen zienswijzen ontwerp-UPLG, Povi en -verordening2.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gedeputeerde

Staten Postbus 80300 3508 TH UTRECHT

Verzonden

van

Utrecht

op:

Zaaknr: Documentnr:

Z.352203 D.309870

Contactpersoon:

(geanonimiseerd)

Afdeling:

Fysiek

Domein

Bijlage(n):

Onderwerp:

Zienswijze Ontwerp

Geacht

College,

Graag

maken

Utrechts

Programma

Landelijk

Gebied

(UPLG).

wij gebruik van de mogelijkheid om onze zienswijze te geven op het ontwerp Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied (UPLG). Deze zienswijze is besproken met onze gemeenteraad. Er komt eveneens een reactie namens het bestuurlijk overleg regio Amersfoort. Deze zienswijze is een aanvulling op die reactie. Allereerst

willen

uitspreken voor de intenties die u heeft met het UPLG. We noemen daarbij als de integrale (gebiedsgerichte) aanpak en de heldere doelstellingen. Gelet op de vele opgaven in het landelijk gebied is het voor alle sectoren en in het bijzonder de agrarische sector zeer wenselijk om voor de lange termijn duidelijkheid te krijgen, waarmee de sector ook daadwerkelijk met de opgaven aan de slag kan. Met een integrale aanpak voorkomen we dat jaar op jaar nieuwe regels en normen ontstaan. In de tweede plaats noemen we de intentie om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Want dat is hard nodig. Al is het maar om daarmee bijvoorbeeld de problematiek van PAS-melders en interimmers daadwerkelijk met voorrang te kunnen oplossen. wij

onze

waardering

eerste

Gelijktijdig hebben wij grote zorgen die door het ontwerp-UPLG niet weggenomen worden, deze zullen wij hieronder per thema toelichten. Omdat binnen het Woudenbergse grondgebied nauwelijks rechtstreekse maatregelen worden voorgesteld en vrijwel alleen de generieke maatregelen voor de agrarische sector aan de orde zijn, vormt die sector ook de basis van onze input, wat niet inhoudt dat wij geen oog hebben voor

de

natuur-

en

waterdoelen.

Effecten agrarische sector anno 2026 Wij zien in ons buitengebied al de gevolgen van de al jarenlang durende onzekerheid het ontbreken van een duidelijk perspectief. De afgelopen decennia is het aantal agrarische bedrijven al flink afgenomen, maar deze ontwikkeling gaat op dit moment nog sneller door het ontbreken en afhaken van bedrijfsopvolgers vanwege die voortdurende onzekerheid in deze sector. Ook wordt deze ontwikkeling versneld door de LBV+ regeling. Het aantal agrarische bedrijven in ons

tijdelijk buitengebied nu

en

blad 2 van 6

loopt daarmee hard terug. Als gemeente zetten we ons in voor een blijvend duurzaam verdienmodel voor de agrariërs. Op 25 april 2024 onderschreven in een raadsbrede motie , met als strekking; “de agrarische sector moet beleidsmatig en financieel voldoende toekomstperspectief geboden worden door middel van rendabele business cases om met vertrouwen door te ontwikkelen naar een circulaire en duurzamere bedrijfsvoering”. Waardering voor de agrarische sector Wij waarderen dat landbouw als volwaardige pijler in het UPLG is opgenomen. De landbouw speelt in de regio en zeker ook in Woudenberg , een cruciale economische en maatschappelijke rol. De agrarische sector is van groot belang voor de voedselproductie en maar ook als beheerders van ons landschap. Met het nu voorliggende ontwerp-UPLG en de daaruit voortkomende maatregelen zal (buiten de autonome ontwikkeling om) het aantal stoppende bedrijven verder toenemen. De vraag die dan terecht gesteld wordt en wat ons betreft ook beantwoord zal moeten worden , is welke kritische massa van de agrarische sector en dan specifiek de veehouderij u als provincie voorstaat om de voedselzekerheid niet in het geding te laten komen. Maar ook welke mate van omschakeling van veehouderij , met het daarbij behorende landschap , naar akkerbouw (met andere ook niet altijd positieve effecten op natuur en natuur kwaliteit) volgens u nog passend is.

Antwoorden op deze vragen zijn niet alleen belangrijk voor de agrarische bedrijven zelf , maar ook voor allerlei aanverwante bedrijven die van elkaar afhankelijk zijn , zoals transportbedrijven , voerproducenten , loonwerkers e. d. . Perspectief voor de landbouw Het UPLG schetst een transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw en stelt ambitieuze doelen (50% natuurinclusieve bedrijven in 2030 , 15% biologisch). Wij twijfelen aan het realiteitsgehalte van deze ambitie en vragen u om concrete borging van verdienmodellen en langjarige contracten voor ecosysteemdiensten (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) en groenblauwe dooradering (GBDA)) , zodat ondernemers zekerheid hebben. Innovatie en investeringen zijn noodzakelijk om de ambitieuze doelen te bereiken. Wij verzoeken u om voldoende provinciale en rijksmiddelen voor kennisprogramma’s en subsidies voor de noodzakelijke investeringen in de agrarische sector. Ook verzoeken wij u om ondersteuning van (in eerste instantie) PAS-melders en Interimmers. Natuur is een langzaam herstellend fenomeen , dus in de praktijk zal in 2035 niet zichtbaar zijn dat de natuur voldoende hersteld is.

Een juridische garantie dat niet na 2035 opnieuw maatregelen nodig zijn voor natuur- , bodem- en waterherstel is niet te geven , maar de provincie kan wel uitspreken dat de landbouw met dit ontwerp-UPLG al maximaal belast wordt met maatregelen en dat u niet van zins bent om extra maatregelen op te leggen. Wij vernemen graag die intentie van u , zodat de landbouw nu al , ook voor na 2035 , een toekomstperspectief geboden kan worden. Goede monitoring is daarbij onmisbaar. Monitoring Over die monitoring het volgende. Zoals gezegd zijn er ook in Woudenberg al veel agrariërs gestopt. Daarmee is al veel emissiereductie behaald. Onze oproep: wees daar helder over , breng en houdt dat actueel in beeld , inclusief de positieve effecten die dat zou moeten hebben op de staat van de Natura2000 gebieden en de waterkwaliteit.

blad 3 van 6

Het UPLG gaat uit van het behalen van de doelen door maatregelen op bedrijven , eerst vrijwillig , en als het niet voldoende is via de verordening. Maar welke wijze van algemene borging en monitoring is en komt er? Hoe kan een gemeente of gemiddelde boer inschatten dat het gebied goed op weg is. Zolang niet bekend is hoe de provincie gaat monitoren en daarmee wanneer de “stok” uit de verordening aan de orde is , is het moeilijk sturen en lastig om als sector/gemeente te bezien of acties voldoende zijn of geïntensiveerd moeten worden. Dit geeft grote onzekerheid voor het gebied , maar zeker ook voor de individuele boer , omdat niet duidelijk is waar deze zelf grip op heeft. Juist vanwege de impact op de agrarische sector is het voor ons een groot zorgpunt dat u wel aan de slag gaat met het UPLG , maar de monitoring nog uitgedacht moet worden. Hoe krijgt u dan beeld of , hoe en wanneer de doelen bereikt worden? Sociaal economische impact Wij missen aandacht voor de sociaaleconomische effecten van het UPLG. Wij zien in de praktijk dat er op dit moment weinig nieuwe bedrijfsopvolgers starten en kennen veel bedrijven met bedrijfshoofden van 55+ die nog een jaar of 10 het bedrijf zullen uitvoeren. Als er geen opvolgers komen , dat heeft dat grote gevolgen voor de sector , het buitengebied , maar ook voor werkgelegenheid , leefbaarheid en de regionale economie.

In het UPLG wordt het sociaaleconomisch risico wel benoemd en er wordt vooral monitoring en platteland-coaches toegezegd. Maar monitoring houdt geen rekening met de omvang van de verandering van de samenleving in een gebied , daar is meer voor nodig. Wij sluiten niet uit dat een sociaaleconomische impactanalyse vóór besluitvorming zichtbaar maakt dat in plaats van de generieke maatregelen meer gebied specifieke maatregelen passender zijn. En daarmee ook betere sturing per gebied. Realistische en herkenbare doelen en eisen Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat een plan als het UPLG vooral gestoeld is op een juridische en modelmatige basis en dat de toepasbaarheid in de praktijk , nog , niet meegenomen is. Weliswaar wordt landbouw als volwaardige pijler betrokken , maar de pijn die deze plannen bij boerengezinnen veroorzaakt is vaak niet in woorden te vatten.

Vanuit de praktijk bereiken ons berichten dat een generiek reductiepercentage van 9095% met een vaste norm per dierplaats voor niet-grondgebonden dierbedrijven vaak niet haalbaar is , bijvoorbeeld waar het gaat om chemische luchtwassers die bij en biologische bedrijven en bedrijven met vrije uitloop niet mogelijk zijn. Wij verzoeken u dit in nauw overleg met de sector aan te passen. Ook verzoeken wij u om nadrukkelijk te benoemen , ook in de verordening , dat dit percentage niet ‘heilig’ is , maar dat de best beschikbare techniek leidend zal zijn. Ook verzoeken wij u om concreet op te nemen dat de mogelijk na 2029 in te stellen generieke norm voor grondgebonden veehouderijen (40-42 kg ammoniak per ha per jaar) ruimte gaat bieden om bij gebiedsprocessen te differentiëren in een hogere norm voor de één en een lagere norm voor de ander en daarmee een te stellen norm als gemiddelde per gebied te beschouwen. Maatregelen die de afgelopen decennia de landbouw al hebben getroffen hebben grote sociaaleconomische , maar ook emotionele impact gehad. Gelet op het steeds dwingender karakter van maatregelen in dit UPLG zal dit nog harder aankomen aan de keukentafel. Wij willen de provincie verzoeken hiervan rekenschap te geven en ook deze impact nadrukkelijk te betrekken bij het maken van afwegingen.

blad 4 van 6

Nieuwe inzichten uit landelijke wetgeving Wij begrijpen dat Utrecht van het slot moet , maar zonder heldere rijksregels blijkt de nu voorgestelde aanpak later misschien niet nodig te zijn geweest. Dit doet iets met het toch al broze vertrouwen. De provincie Utrecht loopt , met een aantal andere provincies , voorop om maatregelen vast te stellen. Lobby naar Rijk en Europa; het ontwerp-UPLG bevat maatregelen op het gebied van natuur , water en bodem die gebaseerd zijn op hogere regelgeving (Habitatrichtlijn , Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn)). Het NPLG is door het rijk opgesteld om onder andere provincies opdracht te geven vorm te geven aan de maatregelen. Nu het kabinet het NPLG heeft ingetrokken , alsmede het hieraan gekoppelde transitiefonds , is het de vraag waarom de provincie toch is doorgegaan met het UPLG. Temeer omdat landelijk ook geluiden opgaan om te trachten de (met name Europese) regelgeving aangepast te krijgen , bijvoorbeeld in de vorm van het uit de wet schrappen van de Kritische Depositiewaarde (KDW) en het stellen van een hogere vaste rekenkundige ondergrens voor stikstofuitstoot waaronder geen natuurvergunning nodig is.

Om die reden vragen wij u of u als provincie u ook wil hard maken voor een lobby om deze aanpassingen van regelgeving te ondersteunen? En ook verzoeken we om duidelijkheid over uw voornemens , indien blijkt dat vanuit het rijk toch minder strenge normen gaan gelden? Worden de maatregelen dan teruggedraaid of afgezwakt? En als dat de intentie is , verzoeken we dat dan ook als afwijking op te nemen in de verordening. Juridische borging Wij begrijpen de worsteling van de provincie om te komen tot een beleid en vastlegging in de verordening waarmee de vergunningverlening weer opgang kan komen. Onze vraag is wel of het UPLG en de vertaling in de provinciale verordening in de huidige vorm voldoende juridisch geborgd zijn , mede gelet op eerdere uitspraken van Raad van State. Onze zorg op dit punt is dat we met dit UPLG een enorme impactvolle opgave bij de agrarische sector neerleggen die uiteindelijk over tien jaar misschien niet zou hebben geholpen , behalve dat de agrarische sector verder is gekrompen. We roepen u op het UPLG alleen vast te stellen in een vorm met juridische zekerheid op dit punt. Samenwerking met de sector We roepen op tot een aanpak met draagvlak in samenwerking met de agrarische sector.

De wijze waarop bijvoorbeeld op het laatste moment een (volgens signalen uit de praktijk) volstrekt onhaalbare norm voor gebouwgebonden agrarische bedrijven is geïntroduceerd in plaats van deze het laatste half jaar in goed overleg met de sector vorm te geven , heeft de relatie en het vertrouwen geschaad. Oproep deskundigheid Foodvalley Woudenberg is geen onderdeel van de bestuur regio Foodvalley , maar het landelijk gebied van Woudenberg , het type bedrijven en water en natuur zijn onderdeel van het totale systeem van de Gelderse Vallei. Voor dat gebied heeft Foodvalley de afgelopen decennia veel deskundigheid opgebouwd. Het gebied is niet te vergelijken met bijvoorbeeld het westelijk veenweide gebied. Wij roepen u dan ook op om voor oostUtrecht en in het bijzonder de Gelderse Vallei maximaal aan te sluiten en gebruik te maken van de deskundigheid van Foodvalley.

blad 5 van 6

De Gelderse Vallei omvat een samenhangend agrarisch en landschappelijk systeem over provinciegrenzen heen. Wij vragen om intensieve afstemming met de provincie Gelderland en de regio Foodvalley , zodat stikstofreductie , verduurzaming en innovatie niet leiden tot ongelijk speelveld of tegenstrijdige regels. Afstemming van Utrechtse stikstofzones en emissienormen op de Gelderse maatregelen is nodig om rechtszekerheid en uitvoerbaarheid te waarborgen. In landschap , luchtstromen en de economische bedrijfsvoering spelen provincie grenzen geen rol en ook de beken hebben veelal in Gelderland hun oorsprong. Geen financiële middelen Het UPLG erkent dat lange termijn financiering onzeker is. Wij verzoeken om heldere afspraken met het rijk over structurele middelen , zodat de transitie niet stokt en ondernemers niet in onzekerheid blijven. De basis voor UPLG zijn gebiedsprocessen , waar financiële ruimte moet zijn voor goede uitvoering , die deelname van natuur- water en landbouworganisaties op professionele wijze mogelijk maakt. Er wordt nogal wat samenwerking gevraagd en afstemming binnen gebiedsprocessen terwijl bedrijven feitelijk concurrenten zijn en nu daarnaast afhankelijk van keuze van anderen. Dat kan alleen met duidelijke doelen per gebied en onafhankelijke en deskundige begeleiding van gebiedsprocessen , waar financiële middelen voor nodig zijn.

Het opleggen van vergaande en juridisch afdwingbare verplichtingen aan agrarische ondernemers , vraagt om investeringen per ondernemer , daarvoor zijn voldoende en toegankelijke financiële instrumenten voor nodig. Zonder substantiële financiering in het UPLG wordt de opgave volledig bij individuele agrarische bedrijven neergelegd. Echte gebiedsgerichte aanpak en maatwerk Het UPLG benoemt beekherstel en waterberging in de Gelderse Vallei als maatregelen , daarnaast zijn de generieke maatregelen voor de landbouw van toepassing. Voor deze generieke maatregelen ontbreekt een duidelijke gebiedsaanpak. Wij vragen om een gebiedsaanpak en maatregelen die passen bij het gebied en dus rekening houdt met de hoge veedichtheid en de economische vitalteit van onze agrarische bedrijven. Wij willen daarnaast aandacht vragen om te voorkomen dat maatregelen voor hydrologie en stikstofreductie leiden tot onhaalbare beperkingen zonder reële alternatieven. Dit gaat dan ten koste van landbouwareaal , terwijl voor extensivering van de landbouw juist meer grond nodig is. Wij pleiten voor maatwerk in gebiedsprocessen , want niet op alle plekken zal de geclaimde ruimte daadwerkelijk nodig zijn om doelen te kunnen bereiken. Daarnaast vragen wij om niet alleen gebiedsprocessen rond de natuur- en waterdoelen , maar ook om actief in te zetten op gebiedsprocessen voor de generieke stikstofdoelen.

In het ontwerp-UPLG is uitsluitend sprake van generieke doelen voor de landbouw. Dat lijkt in tegenspraak met het in de ontwerp provinciale omgevingsverordening nog steeds opgenomen Landbouw ontwikkelingsgebied , waar mogelijkheden voor nietgrondenlandbouw anders zijn dan elders. Of is dat in de ontwerp-Povi een “dode” beleidsmatige aanduiding nu deze in het UPLG geheel niet voor komt? Vertrouwen De uitvoering van UPLG vraagt om middelen , maar misschien nog wel meer om vertrouwen en zekerheid. Vertrouwen en zekerheid dat de overheid de regels niet weer

blad 6 van 6

ingrijpend gaat aanpassen. Maar vooral ook vertrouwen en zekerheid dat men (in dit geval de boer en/of het gebied) het in eigen hand heeft en niet afhankelijk is , zonder vorm van zeggenschap , van het handelen van anderen; overheid , natuurbeheerders , banken en collega agrariërs. Vanuit het belang van vertrouwen lijkt een uitgebreide zienswijzenota ons een passende en wenselijke manier om alle individuele zienswijzen af te doen en zeker ook op alle praktische suggesties en opmerkingen vanuit de agrarische sector en individuele bedrijven te reageren. Wij zijn ons bewust dat dit veel werk zal inhouden , maar het lijkt ons de enige wijze om het vertrouwen van de agrarische sector te kunnen verkrijgen. De zienswijzen afdoen met een algemene samenvatting zal dat effect zeker niet hebben. Wij zijn er van namelijk van overtuigd dat naast alle emoties over de toekomst van de veelal familiebedrijven binnen de sector ook veel innovatiekracht , kennis en veerkracht aanwezig is. Die komt alleen tot inzet , als er vertrouwen kan zijn in het lange termijn beleid en visie van de overheid. Ons verzoek is dan ook: zorg voor ondersteuning van de sector , ook in de gebieden waar alleen generieke maatregelen aan de orde zijn om de doelen te halen. Concluderend De gemeente Woudenberg ondersteunt de integrale aanpak die het UPLG voorstaat , maar

vraagt om:

Duidelijke borging van landbouwperspectief (verdienmodellen , subsidies , grondstrategie , haalbare doelen); Maatwerk in de uitvoering voor de Gelderse Vallei in afstemming met Food Valley; Structurele financiering en rechtszekerheid. Pas verordening zo aan , dat er invloed momenten zijn , voordat de juridische borging van kracht wordt. Hoogachtend , Burgemeester en wethouders van Woudenberg

Z. D. M. van den Boogaard Secretaris

M. Jansen-van Harten Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4263/documents/72964