CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Bijlage Bestemmingsplan pdf document_20201245_bijlagen toelichting.pdf

Raadscommissie 6 september 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 14: Ontwerp bestemmingsplan Hoevelaar fase 2 o.v.v. de GBW-fractie9.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HOEVELAAR FASE 2 Woudenberg bestemmingsplan 8 juni 2022

1/1

Hoevelaar fase 2

Woudenberg

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0351.BP2021hoevelaar2‐OW01

03‐06‐2021 21‐12‐2021 08-06-2022

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

035100.20201245 opdrachtleider:

I. de Feijter

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting Bijlage 1

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Bijlage 2

Masterplan Hoevelaar

Bijlage 3

Beeldkwaliteitplan

Bijlage 4

Mobiliteitstoets

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek fase 2 en 3

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 7

(water)bodem en asbestonderzoek

Bijlage 8

rioolgemaal

Bijlage 9

Quickscan flora en fauna

Bijlage 10

Waterhuishoudkundig plan

Bijlage 11

Quickscan externe veiligheid fase 1

Bijlage 12

Advies veiligheidsregio

Bijlage 13

Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 14

Archeologisch onderzoek

Bijlage 15

Nota van beantwoording vooroverleg en inspraakreacties

Rho adviseurs voor leefruimte

Verkennend

Geuronderzoek

035100.20201245

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245

BP HOEVELAAR FASE 2 WOUDENBERG Vormvrije m.e.r.-beoordeling 22 oktober 2021

1/17

2/17

DATUM KENMERK

22 oktober 2021 035100

PROJECT PROJECTLEIDER

BP Hoevelaar fase 2 Woudenberg I. de Feijter

OPDRACHTGEVER

gemeente Woundeberg

AUTEUR

E.E. Barendregt

INHOUD 1.

2.

3.

4.

3/17

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

4 4 4

Plaats en kenmerken van het project

5

2.1 2.2 2.3 2.4

5 8 9 10

Plaats van het plan Kenmerken van het plan Cumulatie met andere projecten Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11

11 11 12 12 13 13 14 14 15 16 16

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusies

17

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Ten oosten van de kern van Woudenberg wordt de wijk Hoevelaar gerealiseerd. De ontwikkeling past niet binnen de vigerende bestemmingsplan ‘Rottezoom’. Om de ontwikkeling van fase 2 mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het planvoornemen kan worden gezien als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in onderdeel D11.2 van de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage. Voor deze activiteit geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer. De beoogde ontwikkeling betreft maximaal 275 woningen in een gebied van circa 115.000 m² (11,5 ha). Er wordt geen drempelwaarde overschreden. Daarom kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. Dit document bevat die beoordeling.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het plan; ● de omvang van het plan; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de plaats en omvang van het project beschreven. In hoofdstuk 3 worden de verwachte milieueffecten voor de verschillende omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 4 bevat de conclusie van de m.e.r.-beoordeling.

4/17

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het plan

Hoevelaar fase 2 is het middelste gedeelte van de nieuwe woonwijk en grenst aan de zuidkant aan Hoevelaar fase 1. Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Parallelweg. Ten westen grenst het plangebied aan de Zegheweg. Het plangebied voor de in totaal 275 woningen omvat grofweg de gronden ten zuiden van de Spoorlaan tussen de twee houtwallen. In de huidige situatie is de locatie in agrarisch gebruik en is dus volledig onverhard. De locatie heeft een grondoppervlakte van circa 115.000 m2. Zie figuur 1 voor de ligging en begrenzing van het plangebied.

Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied (bron: google maps luchtfoto, 2021)

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Archeologie Op de locatie ligt grotendeels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. De dubbelbestemming voor archeologie beschermt de archeologische waarden die mogelijk in de grond aanwezig zijn. Hier geldt dat uitsluitend bebouwing is toegestaan die niet dieper reikt dan 0,3 meter beneden maaiveld of die een grondoppervlakte bestrijkt die niet groter dan 100 m2 is. Indien deze maten worden overschreden, dient er eerst archeologisch onderzoek te worden verricht. Natuur Het plangebied ligt niet in of in directe nabijheid van natuurgebieden, zie figuur 2 en 3. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 360 meter. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (Rijntakken) ligt op grote afstand (circa 9 kilometer), dit Natura 2000-gebied is niet stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 14 km vanaf het plangebied.

5/17

Figuur 2: Ligging projectgebied (oranje cirkel) t.o.v. Natura-2000 gebieden (bron: AERIUS calculator)

Figuur 3: Ligging projectgebied (rode cirkel) t.o.v. NNN (bron: Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028)

Het plangebied ligt niet in waterwin- of grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 4).

6/17

Figuur 4: Ligging plangebied t.o.v. waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving)

Op de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht wordt het plangebied aangeduid als agrarisch cultuurlandschap, zie figuur 5. Aan de rand van de locatie was vroeger een schaapskooi aanwezig (groene punt).

Figuur 5: Uitsnede Gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaarten (provincie Utrecht)

De milieukwaliteit binnen het plangebied wordt mede bepaalde door de infrastructuur in de omgeving (spoor en wegen) en de omliggende bedrijven. In hoofdstuk 3 is nader ingegaan op de milieusituatie (waaronder de optredende geluidbelasting).

7/17

2.2

Kenmerken van het plan

Hoevelaar fase 2 is het middelste gedeelte van de nieuwe woonwijk en grenst aan de zuidkant aan Hoevelaar fase 1. Ten noordoosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Parallelweg. Ten westen grenst het plangebied aan de Zegheweg. Het plangebied voor de in totaal 275 woningen omvat grofweg de gronden ten zuiden van de Spoorlaan tussen de twee houtwallen.

Figuur 6: Plangebied

ONTSLUITING De woningbouwontwikkeling Hoevelaar fase 2 wordt in de toekomstige situatie afgewikkeld op het kruispunt met de Stationsweg Oost (N224). Het verkeer dat wordt afgewikkeld op de Parallelweg wordt uiteindelijk ook op de Stationsweg Oost afgewikkeld. De Stationsweg Oost (N224) is een provinciale weg tussen de kernen Woudenberg en Scherpenzeel. Ter hoogte van het plangebied geldt op deze provinciale weg een maximumsnelheid van 50 km/u. De Stationsweg Oost (N224) sluit in oostelijke richting aan op de N226 waardoor de A12 bereikt kan worden. De nieuwe woonwijk is in de toekomstige situatie te bereiken via de vrijliggende fietspaden die gelegen zijn langs de Stationsweg Oost (N224). En fietspaden vanuit fase 1. Fietsers worden ook gescheiden van het gemotoriseerde verkeer. Vanuit het plangebied worden fietsroutes aangelegd die aansluiten op de kern en richting het buitengebied, dit nabij de Zegheweg en richting de Laagerfseweg. Tevens wordt een deel van de Zegheweg heringericht als fietsstraat. Door middel van deze fietsroutes zijn de kernen van Woudenberg, Scherpenzeel en de omgeving op veilige wijze te bereiken.

VERKEER EN PARKEREN Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. De huidige functie genereert momenteel geen verkeer. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 2.460 mvt/etmaal (motorbewegingen per etmaal) bedraagt. De parkeerbehoefte van de nieuwe woningen zal geheel binnen het plangebied opgevangen worden.

8/17

2.3

Cumulatie met andere projecten

De woningbouwlocatie Hoevelaar omvat in totaal de realisatie van maximaal 925 woningen in de periode tot 2030 binnen het gebied dat wordt omsloten door de provinciale weg N224, de Zegheweg en de voormalige spoordijk. De totale ontwikkeling is in het Masterplan uit 2015 toegelicht. De woningen in fase 1 worden op dit moment ontwikkeld.

Figuur 7: Deelgebieden ontwikkeling Hoevelaar

Het aantal woningen blijft in totaal ruimschoots onder de grenswaarde.

9/17

2.4

Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn

Voor de realisatie van de beoogde woningen en herinrichting van het terrein worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Verontreiniging en hinder, optredende risico’s en eventuele gezondheidseffecten komen aan de orde in hoofdstuk 3.

10/17

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.

3.1

Verkeer en parkeren

Aangezien het woningbouwprogramma nog flexibel is, wordt uitgegaan van een worst-case situatie van de categorie "koop, vrijstaand". Het gehanteerde kencijfer bedraagt, op basis van de in het toetsingskader genoemde uitgangspunten, 8,2 mvt/weekdagetmaal. Voor 275 woningen bedraagt de maximale verkeersgeneratie dan 2.460 mvt/weekdagetmaal. Voor de beoordeling van de toekomstige verkeersafwikkeling is een mobiliteitstoets opgesteld. Hieruit blijkt dat de autonome en plansituatie niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Op het moment van realisatie van fase 3 zal een extra ontsluiting van Hoevelaar worden gerealiseerd op de Parallelweg ten oosten van het plangebied. Op dat moment zal er minder verkeer rechtsreeks op de Stationsweg Oost ten zuiden van fase 1 ontsluiten en neemt de intensiteit op dit gedeelte van de Stationsweg Oost af. De parkeerbehoefte van de nieuwe woningen zal geheel binnen het plangebied opgevangen worden. Het parkeren wordt voor een deel voorzien op eigen terrein van de grondgebonden woningen. Daarnaast voorziet het plan in parkeerkoffers, parkeerpleinen en parkeerplaatsen langs de openbare weg. Op basis hiervan is het aannemelijk dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd kan worden om in de parkeerbehoefte te voorzien.

Om te borgen dat er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt is in de regels van het bestemmingsplan een parkeerregeling opgenomen.

3.2

Geluid

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd met als doel na te gaan of kan worden voldaan aan een (blijvend) goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het wegverkeer op de gehele Zegheweg, Randweg en de Interne weg de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het wegverkeer op de gehele Zegheweg, Randweg en de Interne weg de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Uitstralingseffect Uit de resultaten blijkt dat na de realisatie van fase 2, in het plangebied fase 1 ongeveer 3 dB toename van de geluidbelasting plaats zal vinden. Voor een toename aan verkeersbewegingen op een bestaande weg zijn geen wettelijke voorwaardes. Voor de beoordeling van het uitstralingseffect wordt aangesloten bij normstelling die de Wgh kent voor reconstructiesituaties. Daarbij geldt een geluidstoename tot 1,5 dB als acceptabel. Voor geluidstoenames tussen 2 en 5 dB zou op grond van de Wgh een hogere waarde vastgesteld moeten worden. Met een toename van 3 dB zou op grond van de Wgh hogere waarde vastgesteld moeten worden. Omdat bij eenzelfde geluidniveau voor een reconstructieonderzoek hogere waarde kan worden vastgesteld, wordt voor het uitstralingseffect deze toename aanvaardbaar bevonden.

Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

11/17

3.3

Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 275 woningen mogelijk, de totale ontwikkeling maximaal 925 woningen. Het aantal woningen valt onder de drempelwaarde van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitseisen en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Stationsweg Oost (N224), ten zuiden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat direct langs deze weg in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 19,7 µg/m3 voor NO2, 20,3 voor PM10 (met 7,9 overschrijdingsdagen per jaar) en 11,5 voor PM2,5. De concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen af naar gelang de afstand tot de weg. Ter hoogte van de locatie van het plangebied is hierdoor sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.4

Externe veiligheid

De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Risicorelevante bedrijven Van Apeldoorn B.V. Voor Van Apeldoorn is een QRA opgesteld. Als gevolg hiervan is geen noemenswaardige stijging van het groepsrisico waarneembaar. Gelet op de ruime afstand tussen het bedrijf en de beoogde woningen zal ook het toevoegen nieuwe woningen zeer beperkt van invloed zijn op de hoogte van het groepsrisico. Autobedrijf Van Aalten Voor het tankstation is de doorzet aan LPG beperkt tot maximaal 1.000 m3 per jaar. Voor het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar gelden de afstanden uit tabel 1. Tabel 1: Veiligheidsafstanden voor het PR, bijlage 1 van de Revi

Doorzet (m3 per jaar) Afstand (m) vanaf vulpunt Afstand (m) vanaf ondergronds Afstand (m) vanaf afleverzuil of ingeterpt reservoir 1.000 of meer 110 25 15 500 - 1000 45 25 15 Voor het groepsrisico moet rekening worden gehouden met een invloedsgebied van 150 meter. Daarnaast wordt in de Circulaire LPG-tankstations verzocht om naast het hanteren van de afstanden voor het plaatsgebonden risico bij het nemen van een nieuw ruimtelijk besluit rekening te houden met een effectafstand van 60 meter als gevolg van een fakkelbrand tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan op grond van veiligheidsargumenten. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 150 meter als gevolg van een BLEVE tot zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden worden gemeten vanaf het vulpunt van het LPG-tankstation. Aangezien het tankstation op ruim 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, wordt er ruim voldaan aan bovengenoemde afstanden.

12/17

V.O.F. F. Hazeleger Laagerfseweg 12a Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de aanwezige opslagtank (25 meter). Andere inrichtingen liggen op dermate grote afstand van het plangebied dat deze niet relevant zijn. Vervoer van gevaarlijke stoffen Provinciale weg N224 In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) zijn vuistregels opgenomen waarmee inzicht kan worden gegeven in de risicosituatie langs transportroutes zoals de N224. Op basis van de vuistregels volgt dat 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Hoge druk aardgastransportleidingen De hogedruk aardgasleiding W-520-01 heeft een invloedsgebied van 95 meter. Deze leiding is op circa 150 meter afstand gelegen en vormt dan ook geen belemmering. De hogedruk aardgasleiding W-520-01 ligt in het plangebied en heeft een invloedsgebied van 200 meter. Door LievenseCSO is daarom een QRA uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het groepsrisico 0,022 * de oriëntatiewaarde bedraagt. Deze toename van het aantal personen leidt niet tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van verschillende bronnen is een (beknopte) verantwoording van het groepsrisico uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voldoende zijn. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

De verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan.

3.5

Bodem

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het voorgenomen gebruik (wonen). De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie tot woonbestemming. Negatieve effecten door, en ten gevolge van, de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.

3.6

Water

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten. Voor waterberging in stedelijk gebied is volgens de uitgangspunten van het waterschap 600 m3 berging per hectare verharding nodig. De exacte inrichting van het plangebied is nog onbekend. Hierdoor is de oppervlakte verharding en benodigde watercompensatie in deze planfase lastig te bepalen. Naast de benodigde watercompensatie als gevolg van de toename in verharding dient ook het oppervlak aan te dempen watergangen gecompenseerd te worden. Het te graven oppervlak dient minimaal gelijk te zijn aan het te dempen oppervlak. In de algemene uitgangspunten notitie van het waterschap is aangegeven dat voor situaties waar in de eerste fase van het proces de exacte oppervlakte aan verharding nog onbekend is een vuistregel kan worden gehanteerd. Het waterschap adviseert om in dit geval 10% van het oppervlak van het plangebied te 'reserveren' voor waterberging. Uit de praktijk blijkt dit

13/17

vaak nodig is om de benodigde hoeveelheid water in het plangebied te kunnen vasthouden en zo de afvoer vanuit het gebied niet te laten toenemen. Door het 'reserveren' van ruimte voor waterberging (al dan niet in combinatie met groen) worden moeilijke keuzes later in het proces voorkomen. Risico’s op rampen door klimaatverandering De ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een locatie in bestaand stedelijk gebied. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe.

3.7

Ecologie

GEBIEDSBESCHERMING Het plangebied is buiten beschermde natuurgebieden gelegen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien afstand kunnen tevens verstoring van het natuurgebied als verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Qua stikstofdepositie genereert het plan geen problemen, het dichtstbijzijnde stikstofgevoelig habitat ligt op een afstand van circa 14 kilometer.

SOORTENBESCHERMING Voor de realisatie van de woonwijk is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Er is een potentiële essentiële vliegroute voor vleermuizen aanwezig in het plangebied en er kan verstoring op verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderzoeksgebied optreden. Daarnaast kan het plangebied deel uitmaken van het leefgebied van steenuil en kerkuil. Nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van bovengenoemde soorten is nodig. Dit onderzoek wordt in een latere fase van het plan uitgevoerd. Indien blijkt dat mitigerende maatregelen nodig zijn worden deze opgevolgd.

3.8

Cultuurhistorie en archeologie

CULTUURHISTORIE Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardes aanwezig.

EXPLOSIEVEN

In het kader van het bestemmingsplan is een vooronderzoek uitgevoerd naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het plangebied. Het was namelijk niet bekend of er rekening gehouden dient te worden met het aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in deze gebieden. Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat er geen indicaties gevonden zijn die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waardoor conventionele explosieven in de bodem kunnen zijn achtergebleven.

ARCHEOLOGIE In verband met de beoogde ontwikkeling is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in plangebied alleen archeologische waarden worden verwacht in de waterbron en op, en mogelijk rondom, de noordwestelijke en noordoostelijke dekzandkop. In figuur 8 zijn de gebieden voor nader onderzoek weergegeven.

14/17

Figuur 8: Uitsnede verdeling resultaten verkennend archeologisch onderzoek

Op basis van de resultaten het verkennend onderzoek wordt een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden indien gereed opgenomen in deze paragraaf. Vooralsnog worden de eventuele mitigerende maatregelen die uit dit onderzoek komen opgevolgd. Hierdoor vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de bestemmingswijziging.

3.9

Gezondheid

Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.

15/17

3.10 Sloop- en aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.11 Mitigerende maatregelen Voor de beoogde ontwikkeling zijn mogelijk aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk. Dit is afhankelijk van de resultaten van de nadere onderzoeken naar archeologie en flora en fauna. Indien mitigerende maatregelen nodig zijn, worden deze opgevolgd.

16/17

4. CONCLUSIES Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.

17/17

Bijlage 2 Masterplan Hoevelaar

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245

Bijlage 3 Beeldkwaliteitplan

Rho adviseurs voor leefruimte

035100.20201245

HOEVELAAR FASE II, Woudenberg BEELDKWALITEITPLAN

concept

Hoevelaar Woudenberg 24-05-2022 P3339.01

1

COLOFON

SFEERBEELDEN

buro Ontwerp & Omgeving P3339.01 formaat: A4 bezoekadres: Velperweg 157 6824 MB Arnhem correspondentieadres: Postbus 2033 6802 CA Arnhem T: 026-4432663 I: www.ontwerpenomgeving.nl E: info@ontwerpenomgeving.nl

2

OPDRACHTGEVER

Aan de afbeeldingen in dit document kunnen geen rechten worden ontleend, wijzigingen voorbehouden BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

INHOUDSOPGAVE ALGEMEEN

5

HET PLANGEBIED

7

STEDENBOUWKUNDIG PLAN

11

BEELDKWALITEITCRITERIA

16

Aanleiding Doelstelling Status Leeswijzer

Masterplan Woonmilieu’s Fases en deelgebieden Beeldkwaliteit fase 1 Landschappelijk raamwerk Ontsluiting en hoofdstructuur Nieuwe bebouwing Deelgebieden en zone’s Variatie en samenhang Oriëntatie van de bebouwing

Deelgebied 'De Erven' Deelgebied 'De Singels' Aanvullende criteria - Zone 'Weteringen' Aanvullende criteria - Zone 'Laan door Hoevelaar' Aanvullende criteria - Zone 'Dorpse allure' Aanvullende criteria - Zone 'Centraal Park' Aanvullende criteria - Zone 'Zegheweg' Aanvullende criteria - Zone 'Woonstraten' Overgang privé- openbaar

OPENBARE RUIMTE Hoofdgroenstructuur Natuurinclusiviteit Principe profielen

5 5 5

7 7 7 7

11 11 12 12 14 14 16 18 20 22

24 26 28 30 32 34 34 38 38

3

4

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

ALGEMEEN Aanleiding

Status

De Hoevelaar is de naam van de woningbouwontwikkeling Hoevelaar aan de oostzijde van de kern van Woudenberg. Dit gebied wordt in fases ontwikkeld volgens het Masterplan Hoevelaar. Het voornemen is om circa 900 woningen te realiseren. Dit rapport beschrijft de beeldkwaliteitcriteria voor de tweede fase van deze woningbouwontwikkeling.

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (deelgebied bebouwde kom) van de gemeente Woudenberg staat het plangebied aangeduid als ‘Kampenlandschap’. De daarbij gegeven welstandscriteria bieden onvoldoende houvast voor deze ontwikkeling. Dit beeldkwaliteitplan fungeert als een gebiedsgericht welstandskader voor dit specifieke plangebied en vervangt daarmee voor dit gedeelte de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Woudenberg. De criteria zoals deze in dit plan document zijn omschreven is formeel het toetsingskader voor de beeldkwaliteit van de gebouwen en de openbare ruimte. Voor de overige aspecten (algemene criteria, excessenregeling, etc.) blijft de huidige welstandsnota van toepassing.

Het uitgangspunt voor dit beeldkwaliteitsplan is het stedenbouwkundig plan voor de tweede fase. Er wordt voortgebouwd op de beeldkwaliteit van de eerte fase om voldoende samenhang te scheppen. Er zijn dan ook veel overeenkomsten, maar ook verschillen zodat dit gebied een eigen identiteit kan krijgen.

Doelstelling De ambitie is om aantrekkelijke en diverse woonmilieu’s te realiseren binnen bestaande landschappelijke en groene waarden. Dit is vastgelegd in het Masterplan Hoevelaar in 2015 waarin de kaders in hoofdlijnen staan beschreven. Dit beeldkwaliteitplan heeft betrekking op de tweede fase zoals omschreven in het Masterplan en is samen met het stedenbouwkundig plan een belangrijk instrument om de ambitie te verwezenlijken. De criteria zijn zo geformuleerd dat er voldoende houvast is voor het borgen van kwaliteit, tegelijkertijd blijft er voldoende vrijheid voor de architect. Het beeldkwaliteitsplan is dan ook vooral bedoeld om te inspireren.

Leeswijzer Het eerste deel beschrijft het plangebied en het masterplan. Vervolgens wordt het stedenbouwkundig plan toegelicht. De kern van dit beeldkwaliteitplan zijn de sets criteria bij de verschillende deelgebieden.

5

Masterplan Hoevelaar

Stedenbouwkundig plan Hoevelaar - Fase II

M a s t e r p l a n

H o e v e l a a r

I

W o u d e n b e r g

Masterplan Hoevelaar zoals vastgesteld in 2015

6

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

13

Stedenbouwkundig plan Fase 2

HET PLANGEBIED Masterplan Het plangebied ‘Hoevelaar’ wordt gerealiseerd in het slagenlandschap ten oosten van de kern van Woudenberg. Het wordt begrensd door de Zegheweg aan de noordwestzijde, de spoordijk aan de oostzijde en de N224 aan de zuidzijde. Het van oorsprong agrarische gebied kent een strokenverkaveling met op de perceelgrenzen rijen knotwilgen die het landschap in stroken verdelen. Aan de eind van de negentiende eeuw werd een spoorlijn aangelegd en is sindsdien een markant element in het landschap die samen met de Zegheweg de ruimtelijke begrenzing vormt van het plangebied. Het landschappelijk raamwerk speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het plangebied. Het masterplan is ingebed in het landschappelijk raamwerk waarbij in is gezet op het behouden van bestaande kwaliteiten en het leggen van verbindingen met de omgeving. Zo is er dwars door het plangebied een route voorzien. De bestaande strokenverkaveling wordt behouden en versterkt samen met de waterstructuur.

Woonmilieu’s Binnen het raamwerk worden verschillende woonmilieus gedefinieerd die elk inspelen op de bijzondere landschappelijke kenmerken. Zo sluit het woonmilieu ‘De Singels’ aan op de aanwezige sloten en ‘houtsingels’. Rond de oude boomgaard komt het woonmileu ‘De Gaarden’ waarbij compact landschappelijk gewoond zal worden in verschillende wooneenheden. ‘De Erven’ sluit aan op de Zegheweg wat typologisch gebaseerd is op de ‘boerenerven’ die hier van oudsher voorkomen. Een ensemble van woningen met een ruimtelijke en functionele relatie met het landschap is een hierbij een

belangrijk uitgangspunt. In de noordelijke punt van het gebied komt ‘De Linie’ waarbij een aantal lijnen bij elkaar komen. Het vormt het staartstuk van de ontwikkeling Hoevelaar.

Fases en deelgebieden Het stedenbouwkundig plan is een deeluitwerking van het Masterplan Hoevelaar en betreft de tweede fase van de woningbouwontwikkeling wat aansluit op de eerste fase. In de eerste fase zijn de verschillende woonmilieu’s (De Erven en De Singels) ook in de beeldkwaliteit tot uitdrukking gebracht. Een belangrijke schakel tussen de verschillende deelgebieden is de Laan door Hoevelaar. Ook is er een informele route voorzien die de verschillende woonmilieu’s en de verschillende pleintjes en hofjes met elkaar verbinden. Het vorm de ‘ruggengraat’ van het plan. In het plangebied van de tweede fase komen deze twee routes samen in een groenzone.

Beeldkwaliteit Fase 1 De bebouwing aan de oostzijde van de Laan door Hoevelaar, overwegend rijwoningen, markeren de rand van het deelgebied ‘De Singels’. Aan de westzijde is het deelgebied ‘De Erven’ gelegen.

De Singels (oostelijk deel) Het meerendeel van de woningen is voorzien van langskappen met hier en daar een dwarskap. Dit breekt de lengte van de gevels en geeft een speels effect. De architectuur is overwegend traditioneel te noemen met donkerrood metselwerk, donkere dakpan en witte accenten. De architectuur heeft zowel horizontale als verticale expressie.

7

Aan de ‘Zwarte Roodstaart’ zijn enkele woningen gerealiseerd die zijn voorzien van wit gekeimde gevels en rietgedekte kappen. Hierbij is de accentkleur zwart. Dit geeft een mooi contrast met de overige bebouwing. Ook aan de Valleilaan zijn woningen gerealiseerd met een informele uitstraling. De woningen zijn geschakeld met een verspringende rooilijn. Deze verspringing komt ook in het dakvlak tot uitdrukking. In tegenstelling tot de overige woningen in de wijk zijn hier geen dwarskappen toegepast. Dit geeft een rustig straatbeeld. Aan de voorzijde zijn de woningen voorzien van een overkapping afgedekt met een schuin dak. Het metselwerk is (donker)grijs en beige genuanceerd en heeft een horizontale geleding.

Verkavelingsplan fase 1

Op bepaalde hoeken zijn bebouwingsaccenten toegepast. Een voorbeeld hiervan is het appartementengebouw op de hoek van de ‘Centrale groene as’ en ‘De Lus’. Door de afwijkende vorm en markante positie draagt het bij aan de oriëntatie binnen, en herkenbaarheid van, dit deel van de wijk.

De Erven (westelijk deel) Aan de westzijde van de weg is het straatbeeld anders. Hier is de structuur losser, en heeft de bebouwing een meer individueel en landelijk karakter gekregen wat aansluit op het lint van de Zegheweg.

zonering beeldkwaliteit fase 1

8

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

woningen aan de Zwarte Roodstaart (Wetering)

woningen aan de Laan door Hoevelaar (Centrale groene as)

woningen aan de Valleilaan (De Lus)

woningen aan de Zegheweg (De Erven)

9

Stedenbouwkundig plan Hoevelaar - Fase II

10

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

STEDENBOUWKUNDIG PLAN De ambitie is om een aantrekkelijk woonmilieu te realiseren binnen een landschappelijk raamwerk passend bij de bestaande woonmilieus van Woudenberg. Hierbij wordt aangesloten op de structuur van fase 1 en het onderliggend landschap.

Landschappelijk raamwerk Het oorspronkelijke landschap is de voornaamste ruimtelijke drager van het plan. De structuur van de bebouwing en de woonstraten is gerelateerd aan de opstrekkende verkaveling. De bestaande singels en sloten vormen samen met de nieuwe structuren een stevig groen blauw raamwerk. De belangrijkste nieuwe structuur is de parkzone in noord-zuid richting, midden in het deelgebied Singels. De zone bestaat voor een groot deel uit een multifunctionele wadi. Deze wadi bestaat uit verschillende niveau’s. De diepste delen lopen het snelste vol en vormen de basis voor de waterberging. Bij extreme buien lopen ook de minder diepe delen vol. De waterberging voor de nieuwbouw wordt voorzien in het groen-blauwe raamwerk.

Ontsluiting en hoofdstructuur

‘De Erven’

‘De Singels’

Principe stedenbouwkundig plan; twee deelgebieden binnen landschappelijk raaamwerk Hoevelaar Fase II

De Laan door Hoevelaar is een belangrijke ontsluitingsweg voor de wijk. Deze doorkruist het plangebied en is tevens de grens tussen het woonmilieu ‘De Erven’ en ‘De Singels’. Parallel aan deze weg ligt midden in het deelgebied ‘De Singels’ een groene ruimte in noord-zuid richting. Dit is de voornaamste openbare ruimte van het plan en legt de verbinding met de omgeving. Haaks op deze noord-zuid structuur liggen de hoofdstraten.

11

Nieuwe bebouwing Binnen de hoofdstructuur wordt een diverse mix van woningtypen gerealiseerd. Dit zijn in het westelijk deel voornamelijk grondgebonden woningen, vrijstaand maar ook geschakeld. Zo worden er ook rug-aan-rugwoningen voorzien. In het oostelijk deel van de wijk worden voornamelijk geschakelde woningen en rijwoningen gebouwd. Midden in de wijk zijn er tevens twee appartementengebouwen voorzien die omzoomd zijn door het groen. Door deze mix van woningtypen zal er een gevarieerd en diverse woonomgeving ontstaan voor jong en oud.

Deelgebieden en zones Binnen het plan zijn een tweetal deelgebieden te onderscheiden, te weten ‘De Erven’ en ‘De Singels’. Daarnaast zijn er 6 zone’s te benoemen met aanvullende eisen ten aanzien van de beeldkwaliteit. Deze moeten zorgen voor voldoende samenhang en variatie binnen het geheel. De volgende zone’s zijn te onderscheiden; • • • • • •

Zone ‘Weteringen’ Zone ‘Laan door Hoevelaar-Valleilaan’ Zone ‘Dorpse allure’ Zone ‘Centraal park’ Zone ‘Zegheweg’ Zone ‘Woonstraten’ de verschillende woningtypen

12

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

CRITERIA BEELDKWALITEIT DEELGEBIEDEN

ZONES 'De Erven' We te

rin

gen

rk al

llu

ra

re

We te

n

ea

eil aa

rps

llu

re

Va ll

Do

Wo

ons

ons

tra

tra

ten

ea

pa

rps

nt

Do

Ce

re

ten

llu

elaar

ea

Wo

+

rps

or Hoev

Deelgebied ‘De Erven’

Do

Laan do

Zegheweg

'De Singels'

rin

Deelgebied ‘De Singels’

CRITERIA PER DEELGEBIED

gen

SPECIFIEKE AANVULLENDE CRITERIA PER ZONE

13

Variatie en samenhang Op bijgaande afbeelding op p.15 is weergegeven wat de korrelgrootte is binnen het plan Hoevelaar II. Het deelgebied de Erven heeft een kleine korrelgrootte, deze is maximaal twee woningen groot (met uitzondering van de rugaan-rug woningen in een schuurvolume). In deelgebied Singels is de korrel groter. De bouwblokken vormen een eenheid, met een samenhangend ontwerp. Binnen deze eenheid wordt variatie ingebracht op enkele plekken, bijvoorbeeld om langere rijen op te delen in kleinere eenheden.

variatie in 'De Erven'

samenhang in 'De Singels'

Op basis van deze indeling kan de architectenselectie plaats vinden. Voor deelgebied 'De Erven' kan met meerdere architecten gewerkt worden, dit kan per kavel verschillen. Voor deelgebied 'De Singels' wordt per bouwblok een architect benoemd. Voor het hele gebied worden in ieder geval minimaal 3 architecten geselecteerd.

Oriëntatie van de bebouwing De afbeelding laat zien wat de belangrijkste oriëntatie van de woningen in het plan is. Sommige woningen, die op hoeken liggen, hebben een dubbele oriëntatie. Voor het gewenste straatbeeld is het van belang de meerzijdige oriëntatie in de architectuur tot uitdrukking te laten komen. De belangrijkste orientatie van de bebouwing, aangegeven is waar de prioriteit ligt vwb ambitie en uitstraling

14

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

kleine korrel (1 a 2 woningen)

Architectuur 1

architectonische eenheid van twee woningen

verschillende architectuur

Architectuur 2 Architectuur 3

grote eenheden (ca. 4 - 6 woningen)

Architectuur x architectonische eenheid per bouwblok

Special

variatie in het straatbeeld

uitzondering op de regel

variatie binnen architectonische eenheid (maximaal twee woningen)

architectonische samenhang (eenheid) appartementengebouw en rijwoningen

Architectuur afgestemd op de ruimtelijke eenheden t.b.v. de gewenste samenhang en variatie in het straatbeeld

15

BEELDKWALITEITCRITERIA Deelgebied ´De Erven´

SFEERBEELDEN ‘DE ERVEN’

Dit deelgebied grenst aan de landelijke Zegheweg en het aangrenzende buitengebied. Om die reden krijgt dit deelgebied een lagere dichtheid en een bebouwingsbeeld met een landelijk(er) uitstraling. Dit landelijke beeld komt tot uitdrukking in de bebouwingsmassa en de te gebruiken materialen. De architectuur is een eigentijdse variant op landelijke bouwvormen waarbij met name het dak in het oog springt (door de lage goothoogte).

16

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Structuur en situering • • • • • •

Vrije verkaveling variërend in grootte en richting; Losse bebouwing met individueel karakter; Verspringende rooilijn (geen straatwanden); Verscheidenheid aan bebouwingstypologien; Afwisselende oriëntatie en situering (haaks en parallel aan openbare weg); Afwisseling kapvormen en kaprichtingen;

• • •

Materiaal, kleur en detail •

Massa en hoofdvorm • • • • • •

• •

Schuurtype of woonhuis passend in landelijke omgeving; Heldere, eenvoudige hoofdvorm (rechthoekig volume) passend bij beoogde type; Eén bouwlaag met kap; Zadel- of mansardekap; Kappen zijn voorzien van een (royaal) overstek, incidenteel kan daarvan worden afgeweken; - De goothoogte van grondgebonden woningen is overwegend 3 meter hoog (min 50%). Met name naar de buitenzijde van de erven is dit van belang. Daar waar de gevel gericht is richting het erf is een hogere goothoogte ook mogelijk; Nokhoogte: max. 11 meter; Het dak is een beeldbepalend onderdeel van de bebouwing. Het samenspel van daken bepaalt, van de buitenzijde, de aanblik van het deelgebied Erven. Het is een landschap van daken;

Toevoegingen (dakkappelen, erkers etc) aan het eenvoudige hoofdvolume zijn voldoende ondergeschikt; Tweekappers vormgeven als één groot woonhuis; Het complex levensloopbestendige woningen is opgebouwd uit architectonische eenheden van maximaal twee woningen, de kaprichting wordt regelmatig gedraaid;

•

• •

Ingetogen kleurgebruik, overwegend donker en natuurlijk, passend bij een landelijke omgeving (witte accenten incidenteel mogelijk) Kap; keramische dakpannen, grijs of zwart genuanceerd (geen gekleurde en/of glimmende pan) Toepassing van zink of riet als dakbekleding mogelijk ter verbijzondering; Genuanceerde baksteen in een overwegend bruine of grijze tint aangevuld met houten gevelbekleding; Natuurlijk en hoogwaardig materiaalgebruik voor kozijnen en deuren (hout);

17

Deelgebied ´De Singels´

SFEERBEELDEN ‘DE SINGELS’

Dit deelgebied vormt het hart van het woongebied van Hoevelaar. Het gebied heeft een dorpse uitstraling. Het verschil met deelgebied 'De Erven' zit in het bebouwingsbeeld. De bouwmassa’s laten meer gevel zien door de hogere goothoogte. Daarnaast is er sprake van een grotere korrelgrootte in architectonische eenheden. Het dorpse karakter blijkt uit de parcelering van grotere eenheden (zoals rijen en appartementengebouwen) en het kleur- en materiaalgebruik.

18

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Structuur en situering

Materiaal, kleur en detail

•

• •

• •

De bebouwing staat (op enkele uitzonderingen na) haaks of parallel aan de heersende landschapsrichting; De woningen zijn gesitueerd in een aantal duidelijk begrensde bouwblokken; De bouwblokken vormen architectonische eenheden die in samenhang ontworpen worden;

Massa en hoofdvorm • • • • • 1. 2. 3. 4. •

• •

Twee bouwlagen met een kap; Het zadeldak is de basis kapvorm, andere vormen zijn ter verbijzondering ook mogelijk; Goothoogte max 6 meter, nokhoogte maximaal 11 meter; De appartementengebouwen vormen hierop een uitzondering, zie hiervoor ‘aanvullende criteria zone centraal park; Rijen met woningen worden optisch verkort door een aantal mogelijke ingrepen (minimaal 2 van onderstaande): Sprong in de gevel; Overgang in materiaal/kleur; Optische verlaging van de goot, met of zonder uitbouw; Dwarskap; Rijen van 4 of langer hebben in ieder geval een fysieke onderbreking zoals de sprong in de gevel, een dwarskap of sprong in de goothoogte; Woningen op hoeken hebben ook een representatieve kopgevel en daarmee een dubbele oriëntatie; Bijgebouwen bij hoekwoningen, inclusief de zijdelingse perceelgrens maken deel uit van de architectonische ontwerp opgave van de woning.

• • • • •

Kleurgebruik passend bij een dorpse omgeving; Overwegend donker rode baksteen, afgewisseld met lichte baksteen t.b.v. een contrastrijk en gevarieerd straatbeeld; Genuanceerde bakstenen (afwisselend donker en lichte tinten) Witte accenten (boeiborden, kozijnen etc); Dak; keramische dakpannen, effen zwart / donker grijs (geen gekleurde en/of glimmende pan) Een rieten kap in combinatie met een lichte gevels is incidenteel mogelijk langs de weteringen; Natuurlijk materiaalgebruik voor kozijnen en deuren (hout);

Specials • •

•

Op een drietal in het oog springende grotere hoekpercelen worden ‘specials’ gebouwd; De specials onderscheiden zich van de rij door een afwijkende bouwmassa (bijvoorbeeld 3 lagen met plat dak) en kleur- en materiaalgebruik; Deze woningen hebben een dubbele oriëntatie.

19

Aanvullende criteria - Zone ’Weteringen' Deze zone begeleidt de weteringen, een structuur bestaande uit een watergang met begeleidende boomstructuren. De woningen zijn overwegend met de voorkant naar de weteringen gericht. Daar waar kopgevels gericht zijn richting de wetering moeten deze als ‘voorkant’ beschouwd worden. Ook de positionering en vormgeving van bijgebouwen grenzend aan de wetering gebeurt zorgvuldig en heeft een hoge (beeld) kwaliteit.

Stedenbouwkundig • De woningen zijn primair, danwel secundair georienteerd op de wetering; Architectonisch • Er worden op enkele plaatsen rieten kappen toegepast aan de wetering overeenkomstig fase 1; • Bijgebouwen en zijdelingse perceelsgrenzen in deze zone worden integraal mee-ontworpen; Overgang privé- openbaar • Groene erfafscheiding aan de voorzijde; • Op zijdelingse perceelgrenzen, grenzend aan openbaar gebied, wordt de erfafscheiding mee ontworpen met de woning. Deze bestaat uit een constructieve voorziening in hout of metselwerk gecombineerd met groen waar nodig. • Zie paragraaf 'Overgangen privé - openbaar' voor het totaalbeeld.

SFEERBEELDEN

De zone bevindt zich in twee welstandsgebieden (‘De Erven’ en ‘De Singels’). De samenhang ontstaat o.a. door het gebruik van rieten daken op goed gekozen locaties. Op bijgaande afbeelding zijn mogelijke posities voor rieten daken aangeduid. Maar ook de erfafscheidingen en bijgebouwen grenzend aan de wetering dragen bij aan de beoogde sfeer.

20

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

“Wonen aan de weteringen met Elzensingels en knotwilgen”

rieten kap

kopgevel appartementengebouw

goothoogte beperken

rieten kap bijgebouw mee-ontwerpen

kopgevel appartementengebouw

21

Aanvullende criteria Zone ’Laan door Hoevelaar-Valleilaan’ De woningen grenzend aan deze zone zijn primair op de 'Laan'georiënteerd. Voor sommige woningen betekent dit dat ze meerdere ‘voorzijden’ hebben. De architectuur langs de Lanen laat een gevarieerd beeld zien. Zie de afbeelding over de variatie en samenhang op pagina 15. De verspringende rooilijn en de wisselingen in nokrichting zorgen voor een afwisselend bebouwingsbeeld. De erfafscheidingen grenzend aan de Laan door Hoevelaar- Valleilaan zijn hagen. De bewoners kunnen dit naar eigen wens aanvullen met hekwerken en/of leibomen.

Langs de doorgetrokken Valleilaan is een nieuw appartementengebouw voorzien. Hiervoor zijn aanvullende criteria opgesteld: Stedenbouwkundig • Appartementengebouw maakt deel uit van het bouwblok waarbinnen het staat; • Drie bouwlagen, plat afgedekt, deels met kap om aan te sluiten op aangrenzende woningen; • Meerzijdige oriëntatie primair gericht op wetering én doorgetrokken Valleilaan; • Secundair gericht op binnenterrein; • Appartementen op de begane grond hebben een gebouwgebonden buitenruimte; • Buitenruimte valt binnen de contouren van de robuuste hoofdvorm of zijn gegroepeerd binnen robuuste kaders; • Gebouw met heldere (sculpturale) vormen;

zie pag

ina

26

elden

Architectonisch • De uitstraling past binnen de criteria ‘De Singels’; • Geen blinde gevels; • Verspringen in de gevel; • Horizontale en verticale geleding; • Rijke detaillering en hoogwaardige hoekoplossingen; • Bij een plat dak gevels zorgvuldig beeindigen; • Representatieve entree’s; • Buitenruimtes mee ontwerpen met architectuur;

rbe sfee or vo

SFEERBEELDEN

Langs de hoofdverkeersstructuur wordt een doorlopende bomenstructuur voorzien aansluitend op de boomsoort gekozen in fase 1.

Appartementengebouw Valleilaan

Overgang privé- openbaar • Overgang privé- openbaar mee ontwerpen; • Erfafscheidingen zijn transparant; bijvoorbeeld sierhekwerken i.c.m. groen en/of houten lamellen / shutters;

22

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

“Wonen in een landelijke én dorpse omgeving” Laan door Hoevelaar

Appartementengebouw Valleilaan 'Special' (zie p.26 en 27) Herhaling / repetitie

Hoek richting Weteringen

Valleilaan

23

Aanvullende criteria - Zone ’Dorpse allure’ Van oost naar west, dwars door de deelgebieden Erven en Singels loopt de ontsluiting van de buurten. Deze takt aan op de rondweg van Hoevelaar (Laan door Hoevelaar – Valleilaan). Bij ontwikkeling van fase 6 kan deze structuur nog verder verlengd worden richting het erf aan de Stationsweg Oost 239. In de openbare ruimte is voorzien in een groenstrook waaraan begeleidende bomen worden geplant. De woningen grenzend aan deze zone zijn allen in hoofdzaak hierop georiënteerd. Voor sommige woningen betekent dit dat ze meerdere ‘voorzijden’ hebben.

SFEERBEELDEN

De erfafscheidingen grenzend aan deze zone zijn hagen aangevuld met een laag metalen hekwerk met horizontale structuur op de erfgrens. De soorten haag varieren, dit versterkt de variatie en de biodiversiteit. Het toepassen van hekwerk draagt bij aan de verbinding tussen de twee deelgebieden en de verschillende soorten hagen en groen.

24

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Stedenbouwkundig • Op een drietal in het oog springende grotere hoekpercelen worden ‘specials’ gebouwd; • De 'special' maakt deel uit van het bouwblok waarbinnen het staat; • De specials onderscheiden zich van de rij door een afwijkende bouwmassa (bijvoorbeeld 3 lagen met plat dak) en kleur- en materiaalgebruik; • Tweezijdige oriëntatie; Architectonisch • De uitstraling past binnen de criteria ‘De Singels’; • Geen blinde gevels; • Rijke detaillering en hoogwaardige hoekoplossingen; • Bij een plat dak gevels zorgvuldig beeindigen; Overgang privé- openbaar • Erfafscheidingen in de vorm van een horizontaal geleidend hekwerk of strook i.c.m. haag. • Op zijdelingse perceelgrenzen, grenzend aan openbaar gebied, wordt de erfafscheiding mee ontworpen met de woning. Deze bestaat uit een constructieve voorziening in hout of metselwerk gecombineerd met groen waar nodig. De constructie is moeilijk te verwijderen en voorkomt daarmee aanpassing door bewoners. • Zie paragraaf 'Overgangen privé - openbaar' voor het totaalbeeld.

“Wonen aan een straat met allure” Beeíndiging zone Horizontaal geleidend hekwerk of strook i.c.m. haag aan voorzijde

'Special'

'Special'

Toekomstige doorverbinding richting erf / fase 6

'voorgevel' appartementengebouw

25

Aanvullende criteria - Zone ’Centraal Park’

Appartementengebouwen

De parkzone betreft de groenzone in noord-zuid richting in deelgebied 'De Singels'. In deze zone staan twee appartementengebouwen.

Stedenbouwkundig • Twee appartementengebouwen vrijstaand in het groen; • De massa's geven een gezicht aan de open groene ruimte; • Meerzijdige orientatie; • Drie bouwlagen plat afgedekt, evt. met deels afgeschuinde kap ter verbijzondering of overgang naar aangrenzende bebouwing; • Alzijdige uitstraling met goede hoekoplossingen; • Buitenruimte valt binnen de contouren van de robuuste hoofdvorm of zijn gegroepeerd binnen robuuste kaders; • Gebouw met heldere (sculpturale) vormen;

De zone bestaat voor een groot deel uit een multifunctionele wadi. Deze wadi bestaat uit verschillende niveau’s. De diepste delen lopen het snelste vol en vormen de basis waterberging. Bij extreme buien lopen ook de minder diepe delen vol. Deze minder diepe delen kunnen gebruikt worden als speelvoorziening. Ook is ruimte voorzien voor een trapveldje ten zuiden van het zuidelijke appartementengebouw. De waterberging van de appartementengebouwen kan verwerkt worden in de tuin bij de gebouwen. Het groen loopt (optisch) door tot aan de gevels.

SFEERBEELDEN

Voor de twee gebouwen zijn hier aanvullende criteria opgenomen.

26

Architectonisch • De uitstraling past binnen de criteria ‘De Singels’; • Architectuur zoekt verbinding met het aangrenzende bouwblok; • Geen blinde gevels; • Verspringen in de gevel; • Horizontale en verticale geleding; • Rijke detaillering en hoogwaardige hoekoplossingen; • Bij een plat dak gevels zorgvuldig beeindigen; • Representatieve entree’s; • Buitenruimtes mee ontwerpen met architectuur; Overgang privé- openbaar • Groen loopt (optisch) door tot aan de gevel; • Overgang privé- openbaar mee ontwerpen; • Erfafscheidingen zijn transparant; bijvoorbeeld sierhekwerken i.c.m. groen en/of houten lamellen / shutters; horizontale structuur i.c.m. haag.

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

“Wonen aan een parkzone”

Appartementengebouw Fiets- en voetverbinding

Special

Special Wadi / spelen

Fiets- en voetverbinding

Appartementengebouw Trapveldje

27

Aanvullende criteria - Zone ’Zegheweg’ De Zegheweg is een historische landweg, begeleid door een bomenstructuur. De bestaande kwaliteit moet behouden blijven. Een uitgangspunt was dan ook om geen auto ontsluitingen op de Zegheweg te plaatsen zodat deze zijn landweg profiel kan blijven behouden. Om die reden worden de woningen ontsloten vanaf Hoevelaar II, hetzelfde geldt ook voor de nutsvoorzieningen. Het is echter wel wenselijk om een representatieve (voor)zijde te richten naar de Zegheweg. Om die reden is ervoor gekozen om een groot deel van de woningen met de voorgevel te richten naar de Zegheweg. De uitzondering hierop zijn twee woningen die de beëindiging vormen van wegen in het plan. Doordat de voorzijde en achterzijde van woningen wisselen t.o.v. elkaar en er aan beide kanten openbaar gebied is vraagt dit de nodige aandacht voor de wijze waarop erfafscheidingen worden ingericht. Daar waar voorzijden grenzen aan de Zegheweg wordt de woning middels een voetpad verbonden met de weg, en is er op de erfgrens voorzien in een lage haag. Waar de tuin grenst aan de Zegheweg is er sprake van overgang van 2 meter voordat er een hogere erfafscheiding geplaatst kan worden. In deze zone worden inheemse heesters geplant. Samen vormen deze de overgang. De inpassing van bijgebouwen vraagt de nodige aandacht in deze zone, gezien de wisselende oriëntaties van de hoofdgebouwen.

Deze worden integraal mee ontworpen met de architectuur van de woning. Bijgebouwen staan nabij het hoofdgebouw, op afstand van de wegen aan beide zijden.

28

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Stedenbouwkundig • Vrije verkaveling parallel en haaks aan de Zegheweg gesitueerd; • Ruime kavels; • Woningen hebben een alzijdige uitstraling; Architectonisch • Voldoet aan de criteria ‘De Erven’; • Hoogwaardige architectuur en een hoog uitwerkingsniveau; • Representatieve gevels; • Bijgebouwen zijn integraal mee ontworpen; • Bijgebouwen zijn voldoende ondergeschikt; Overgang privé- openbaar • Aan de zijde van de Zegheweg: zie pagina 29; • Aan de zijde van Hoevelaar II: een lage of hogere haag. • Geen bijgebouwen op de erfgrens;

Overgang tuin - Zegheweg Zegheweg

“Wonen in landelijke sferen” Profiel Zegheweg in het geval de voorzijde hieraan grenst

Voorzijde Voorzijde

Profiel Zegheweg in het geval de achterzijde hieraan grenst, een zone van ca. 2 mtr met daarin clusters inheemse heesters zorgt voor een geleidelijke overgang naar de tuin .

29

Aanvullende criteria - Zone ’Woonstraten’ De smalle woonstraten zijn specifiek aangeduid vanwege het smalle profiel met aan twee zijden woningbouw. Er is sprake van een smal straatprofiel, met éénrichting verkeer. De voetganger is de baas in deze straatjes. De woningen staan relatief dicht op de straat. Het profiel van de straat wordt als geheel ontworpen waarbij bouwhoogte, kaphelling, voortuin/ stoepje en straatinrichting op elkaar worden afgestemd. Hagen haaks op de gevel, gepositioneerd op de zijdelingse perceelgrenzen zorgen voor het groen in het straatbeeld. Veranda's, in de gevel geintegreerde bankjes, het zijn ideeen die het straatbeeld een vriendelijke uitstraling geven.

SFEERBEELDEN

Het bebouwingsbeeld is kleinschalig door bijvoorbeeld een geleed gevelbeeld, af een toe een lage goot en kleur- en materiaalverschillen.

30

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Stedenbouwkundig • Smalle woonstraten haaks op de wetering; • Gevarieerd, kleinschalig en informeel straatbeeld; • Markeren entree en beeindiging van de woonstraten, bijvoorbeeld door dwarskap of verbijzonderde gevel; • Verspringende rooilijn; • Incidenteel verlaagde goot waardoor het straatprofiel lucht krijgt. Architectonisch • Voldoet aan de criteria ‘De Singels; • Speciale aandacht voor voorzijde, overgang woning - straat; • Integraal ontwerp straatprofiel van gevel tot gevel; Overgang privé- openbaar • Voortuin als verblijfsruimte en ruimte voor interactie; • Groen (hagen) haaks op de gevel zorgen voor groenbeeld in de straat; • Op zijdelingse perceelgrenzen, grenzend aan openbaar gebied, wordt de erfafscheiding mee ontworpen met de woning. Deze bestaat uit een constructieve voorziening in hout of metselwerk gecombineerd met groen waar nodig.

“Wonen aan een gezellige woonstraat ”

Markeren entree

Markeren entree

Vormgeving straatprofiel

Vormgeving straatprofiel

Markeren entree

Markeren entree

31

Overgang privé - openbaar Op bijgaande afbeelding is weergegeven hoe de overgang van privé naar openbaar is vormgegeven. Op de erfgrens aan de voorzijde wordt voorzien in een haag. Voor de hagen stellen we drie soorten voor. Een variatie in hagen, maar per stedenbouwkundige en architectonische eenheid een soort. Dit versterkt de stedenbouwkundige opzet en draagt bij aan de oriëntatie binnen de buurten. En uiteraard; variatie in soort is goed voor de biodiversiteit. Gekozen kan worden uit onderstaande soorten. Definitieve soortkeuze in afstemming met afdeling groen van de gemeente. • • • • • •

Elaeagnus ebbingei (olijfwilg) Crataegus (meidoorn) Ligustrum (liguster) Acer campestre (veldesdoorn) Fagus sylvatica (beuk) Carpinus betulus (haagbeuk)

In de zone 'Dorpse Allure' wordt aan de haag een horizontaal geleidend hekwerk in hout of metaal toegevoegd. Dit element versterkt de samenhang in deze centrale ontsluitingsstructuur. Deze samenhang wordt verder versterkt door de toegepaste bomen met onderbeplanting in deze straten.

Langs de Zegheweg wordt igv achtertuin voorzien in een natuurlijke overgang met inheemse heesters en haag

Op zichtbare , beeldbepalende plaatsen wordt de zijdelingse perceelgrens mee ontworpen met de woning als gebouwde voorziening gecombineerd met groen .

Ter plaatse van de openbare parkeerclusters wordt voorzien in een dubbelstaafmat hekwerk (zwart gecoat) met klimop. Op enkele plaatsen grenzen woningen met hun zijdelingse perceelgrens aan openbaar gebied. Op enkele plekken vraagt de ruimtelijke kwaliteit om een robuuste, niet gemakkelijk te verwijderen, voorziening die mee ontworpen wordt met de architectuur van de woning. Gedacht kan worden aan metselwerk gecombineerd met groen, al dan niet in combinatie met een bijgebouw.

32

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Er worden verschillende haagsoorten toegepast, van links naar rechts: olijfwilg - liguster - beuk (bijv.)

Overgang met inheemse heesters (zie pagina 29)

Haagsoort 1 Haagsoort 2 Haagsoort 3

Metalen hekje i.c.m. haag (zie pagina 24, 25)

Hekwerk met klimplanten Constructieve voorziening Hekwerk met haag combi

Haagsoort 3

Haagsoort 2 Haagsoort 1

Haagsoort 1

Haagsoort 2 Haagsoort 1

Hekwerk met klimplanten

Constructieve voorziening Haagsoort 3

33

OPENBARE RUIMTE In dit hoofdstuk gaan we in het beoogde beeld van de openbare ruimte, voor zover dat een relatie heeft met beeldkwaliteit. De volgende onderdelen komen daarbij aan bod: de hoofdgroenstructuur met suggesties voor de beplanting en de dwarsprofielen met suggesties voor de verharding en kleurgebruik.

Het ontwerpen met een grote diversiteit aan vaste planten, hagen, struiken en bomen zal resulteren in het hoge belevingswaarde voor de bewoners. Tevens zal het bijdragen aan voldoende voedsel voor insecten, kleine zoogdieren en vogels. Hierbij kan aangesloten worden bij de principes van de Heuvelrugtuinen

Hoofdgroenstructuur Op bijgaande afbeelding is de hoofdgroenstructuur weergegeven. Het uitgangspunt bij het ontwerpen van het groen-blauwe raamwerk is (1) het zichtbaar maken en houden van het onderliggende landschap, (2) het leesbaar maken van de hoofdopzet van de wijk met beplanting en (3) het realiseren van biodiversiteit. De soorten zijn een voorstel ter inspiratie. We gaan graag in overleg met de gemeentelijke diensten om samen tot een gedragen keuze te komen. Een keuze die past bij het landschap, bij de stedenbouwkundige opzet van het plan, maar ook voor het beheer op lange termijn geschikt moet zijn. Langs de Weteringen De bestaande bomen langs de watergangen in dit gebied (en plan) zijn veelal elzen. Elzensingels, als vroegere veekering en productie van hakhout en windbeschutting. De elzen zijn vaak geknot.

34

BEELDKWALITEITPLAN - WOUDENBERG -HOEVELAAR FASE II

Weteringen

Het doel is om zo weinig mogelijk verharding toe te passen. En waar mogelijk waterpasserende of half-open verharding toe te passen. Het voorstel is om voor de parkeerplaatsen een half open verharding toe te passen.

Hoofdgroenstructuur

Accentboom We teri n

gen

pse A

llur e me

n

rk

pse A

l pa

Dor

Cen traa

P-b o

llur e

me

n

Accentboom

P-b o

me

n P-b o

We teri n

gen

Dor

pse A

P-b o

llur e

me

n

n Vall eila an

rk

me

l pa

oevelaar

Laan doo rH

P-b o

Cen traa

Dor

Accentboom (toekomstig)

35

Dorpse allure Voor de doorgaande structuur is gekozen voor een goede straatboom met een opvallende verkleuring of bloei. Een landschappelijke boom met een hoge waarde voor biodiversiteit. Goed voor bijen, vlinders ed. Voor de doorgaande structuur kunnen wij een tevens een onderbeplanting voorstellen in de vakken. Een kleurrijke beplanting is voor de gehele strook een verrijking. In een inrichtingsplan kunnen wij dit verder uitwerken. • Styphnolobium japonicum (honingboom) • Tilia platyphyllos (zomerlinde) • Tilia cordata 'Greenspire' (winterlinde, cultivar) • Robinia pseudoacacia 'Semperflorens' (doorbloeiende witte acacia) Centraal park De soorten voor de wadi moeten waterminnende soorten zijn. Passend bij het natte karakter van een wadi, maar tegelijkertijd moet ze ook droogte kunnen verdragen, gezien het veranderde klimaat. Een variatie aan soorten is gewenst in de wadi, voor een afwisselend beeld en een positieve bijdrage voor biodiversiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1686/documents/39006