03.b Brief aan gemeenten over planMER windenergie.pdf
Tekst van het document
PROVINCIE· UTRECHT
ONDERWERP DATUM DOCUMENTN UMMER VAN
Voortgang Windenergie 14-02-2023 UTSP-1571811695-177 Gedeputeerde Staten
E-MAILA DRES
secretariaatvanEssen@provinc ie-utrecht.nl
Geacht college van burgemeester en wethouders, In onze brief van 6 juli jl. hebben wij een oproep gedaan aan alle gemeenten in de provincie Utrecht om voor 1 december 2022 te komen met concrete (nieuwe) locaties voor grootschalige windturbines. Wij hebben van alle colleges een reactie per brief ontvangen hierop en met alle gemeenten bestuurlijke gesprekken gevoerd. Ook hebben wij verschillende gesprekken gevoerd aan de bestuurstafels van de 3 RES regio's. Wij bedanken u voor de reacties en voor de constructieve houding in de gesprekken. Middels deze brief stellen we u op de hoogte van de uitkomst van deze gesprekken en over het vervolgproces. Provinciale Staten hebben op 21 september 2022 een besluit genomen over de Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht. Hierin was afgesproken dat de provincie zou starten met een verkenning als voorbereiding op een projectbesluit- of inpassingsplanprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende plannen voor de opwek van windenergie door gemeenten ingebracht zouden worden. We hebben een rapportage opgesteld over de voortgang van windenergie in de provincie en hieruit blijkt dat meerdere gemeenten positief staan tegenover windenergie. Tegelijkertijd komt in de rapportage naar voren dat veel plannen op dit moment onvoldoende (concreet) zijn om zicht te hebben op realisatie voor 2030.
De provincie Utrecht gaat daarom een verkenning uitvoeren en daarbij een planMER opstellen om milieu-informatie te verzamelen over een groot aantal onderzoeksgebieden voor windenergie. Hiermee krijgen gemeenten meer informatie om te gebruiken in gemeentelijke processen en wordt een provinciale rol voorbereid. Daarnaast kan de informatie uit het planMER gebruikt worden voor een toekomstige herijking van de RES. Aanleiding In het nationaal Klimaatakkoord (2019) spraken de overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven af om de uitstoot van CO in 2030 met 49% te beperken. Gemeenten, provincies en het Rijk hebben zich gecommitteerd om in 2030 landelijk 35 TWh zonne- en windenergie op land op te wekken. De verantwoordelijkheid voor de realisatie daarvan is via de RES regio's bij gemeenten, provincies en waterschappen neergelegd. In onze 3 RES-regio's hebben wij in de RES 1.0 met elkaar afgesproken hoeveel duurzame elektriciteit we in 2030 gaan opwekken. Bij elkaar opgeteld gaat het in de hele provincie Utrecht om 2,4 TWh. Op basis van de doelstellingen in de RES regio's is de provinciale doelstelling voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit opgenomen in de Omgevingsvisie provincie Utrecht (55% in 2030).
Conform de afspraken binnen de RES regio's en in lijn met de verzoeken die we vanuit Provinciale Staten hebben gekregen, hebben we in juli 2022 een Tussenbalans opgesteld om te zien of de RES'en op koers liggen. Er is in veel gemeenten hard gewerkt, ook na RES 1.0. Op sommige onderdelen en locaties is goede voortgang geboekt. Zon-op-dak ligt bijvoorbeeld goed en soms zelfs voor op schema. Echter, wat de grootschalige opwek van zonneenergie en windenergie op land betreft loopt de voortgang achter op schema en is de afspraak om de ruimtelijke procedures in 2022 te starten vaak niet gehaald. In de Tussenbalans werd ook duidelijk dat de verhouding zonwind uit balans is met een verwacht opgesteld vermogen van 90% zon tegenover 10% wind. Een goede balans zon-wind is belangrijk voor het toekomstig energiesysteem doordat er ook windenergie opgewekt wordt in de nachten en in de winter (wanneer de zon niet schijnt). Daarnaast is het ook nodig voor lagere maatschappelijke kosten en voor de netinfrastructuur, omdat met een combinatie van zonne- en windenergie 4x meer energie opgewekt kan worden op dezelfde infrastructuur dan wanneer enkel op zonne-energie wordt ingezet. Het belang van een betere balans zon-wind is door afgekondigde netcongestie urgenter geworden, waardoor een efficiëntere benutting van het elektriciteitsnet nog belangrijker is geworden.
Provinciale Staten van Utrecht hebben daarom in september gevraagd om aanvullende inzet en dit te richten op de realisatie van minimaal 1 TWh aan windenergie in de provincie Utrecht.
PROVINCIE'' UTRECHT
Uitkomst oproep aan gemeenten Dit was aanleiding voor de provincie om een oproep te doen aan gemeenten om met concrete windenergielocaties te komen. De reacties van gemeenten zijn geanalyseerd in de Provinciale Rapportage Voortgang Windenergie. De uitkomst van de oproep aan gemeenten laat zien dat een meerderheid van gemeenten op enige wijze wel met windenergie verder wil, maar dat op dit moment hiervan slechts een klein deel concrete plannen heeft met duidelijke locatie en planning. De oproep heeft ervoor gezorgd dat het gesprek over windenergie opnieuw is opgestart en heeft bij een aantal gemeenten tot concretere plannen geleid. Bij elkaar zijn er op dit moment onvoldoende (concrete) plannen om zicht te hebben op de realisatie van een jaarlijkse opwek van 1 TWh aan windenergie in de provincie Utrecht in 2030. Dit betekent dat conform het besluit van Provinciale Staten de provincie Utrecht zal starten met een planMER waarmee milieu-informatie verzameld wordt over onderzoeksgebieden voor windenergie. Deze informatie kan dienen als input voor gemeentelijke processen en processen waarbij de provincie de rol van bevoegd gezag invult. Milieu-informatie verzamelen met planMER Provincie Utrecht gaat een planMER opstellen om inzicht te krijgen in de milieu-informatie over onderzoeksgebieden voor windenergie in de hele provincie Utrecht.
Het planMER is een onderzoek waarin geen beslissingen over gebieden worden genomen. In het planMER wordt alleen milieu-informatie over de onderzoeksgebieden verzameld en zal er dus geen ranking komen van individuele gebieden. De milieu-informatie uit dit planMER zal input zijn voor de voorkeursbeslissing die eind 2023 / begin 2024 genomen zal worden, met daarin de locatiekeuze(s) voor te nemen projectbesluiten. Bij de afweging van de voorkeursbeslissing wordt naast de informatie uit het planMER ook andere informatie betrokken, zoals lokaal eigenaarschap, aansluitbaarheid op het net, lokale participatieprocessen en de inzet van gemeenten. Eerdere besluiten van gemeenten over het verder brengen van windenergie procedures en gemeentelijke onderzoeken zoals resultaten uit een lokale planMER zullen hier dus ook meegenomen worden. Uitgangspunt bij de afweging is dat de provincie terughoudend zal zijn om gebieden in het voorkeursalternatief op te nemen in gemeenten die zelf procedures voor windenergie oppakken. Een aantal gemeenten heeft per brief als reactie op de provinciale oproep al laten weten met procedures aan de gang te gaan. In het proces dat met elkaar is afgestemd is een moment ingepland voor andere gemeenten om een gesprek te voeren over het vervolg en de rol die zij hier mogelijk in willen oppakken.
Eerste stap februari 2023 met publicatie NRD Wij zijn voornemens om een verkenning uit te voeren waarbij het planMER een belangrijk onderdeel vormt. De eerste stap voor het planMER is de publicatie van de ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) in februari 2023. Deze ontwerp NRD omschrijft welke milieueffecten onderzocht zullen worden in het planMER, en hoe deze onderzocht gaan worden. Ook staat hierin welke onderzoeksgebieden in het planMER meegenomen zullen worden (zie bijlage Ontwerp NRD). Deze gebieden zijn tot stand gekomen door eerst op grond van wettelijke beperkingen (zoals geluid en veiligheid) en de Interim Omgevingsverordening (Natura 2000 en Ganzen rustgebieden) gebieden af te laten vallen. Vervolgens zijn enkele complexe gebieden voor windenergie buiten beschouwing gelaten. Het gaat hier om: Natuur Netwerk Nederland (NNN), weidevogelkerngebieden, stiltegebieden (stille kern en bufferzone), en rode en oranje zonering van de Nieuwe Hollandse Waterlinies uit het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. Aan deze potentiële onderzoeksgebieden zijn onderzoeksgebieden toegevoegd die door gemeenten of waterschappen zijn aangedragen bij de provincie met de vraag om deze in het planMER mee te nemen.
Ook zijn in overleg met Rijkswaterstaat gebieden toegevoegd omdat ze samen met gemeenten en provincie worden verkend in het kader van het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Het gaat veelal om locaties waarvoor gemeenten een voorkeur uitspreken of die uit eerder doorlopen participatieprocessen naar voren zijn gekomen. Vanwege ligging of opwekpotentie waren deze gebieden in eerste instantie niet door de provincie als onderzoeksgebied opgenomen. Op verzoek van gemeenten, waterschappen of in overleg met Rijkswaterstaat zijn deze locaties alsnog toegevoegd. Verzoeken van gemeenten om locaties uit het planMER weg te laten zijn niet overgenomen. Om de provinciebrede locatieafweging goed te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk om te werken met een onderzoeksgebied voor het planMER waarin alle potentiële onderzoeksgebieden voor de ontwikkeling van windenergie zijn meegenomen. Dit betekent dat gebieden alleen op ruimtelijk gronden buiten beschouwing zijn gelaten op basis van de wettelijke beperkingen en complexe belemmeringen (zie hierboven). Op deze manier worden dezelfde criteria gehanteerd voor de hele provincie. Het planMER is enkel een milieutechnisch onderzoek waarin gebieden met elkaar worden vergeleken. Met het
PROVINCIE::UTRECHT opnemen van gebieden in het planMER wordt nog geen voorkeur uitgesproken, de locaties worden enkel beoordeeld op (verwachte) milieueffecten. Participatie en vervolgproces Aangezien wij er veel waarde aan hechten om met de RES-partners in goede samenwerking de participatie vorm te geven, wordt bij de publicatie van de ontwerp NRD ook aangegeven op welke wijze de participatie wordt ingericht. We kiezen dit moment hiervoor zodat op deze manier aan de voorkant voor iedereen helder is wie op welke wijze wanneer in het proces betrokken wordt. Aan de RES bestuurstafels is gesproken over de samenwerking met de RES regio's en gemeenten. Afgesproken is dat er vaste afstemmingsmomenten met gemeenten en RES regio's in het proces plaats zullen vinden. Daarnaast is ook een breder participatieplan opgesteld waarin te vinden is hoe alle stakeholders, waaronder inwoners, in de verschillende fases van het proces betrokken zullen worden. Uitgangspunt bij de participatie is dat het geen lokale participatieprocessen mag doorkruisen en hier zal aandacht voor zijn bij de uitvoering. Ook wordt gewerkt aan de invulling van lokaal eigendom en verschillende vormen van financiële participatie gelet op de oproep van Provinciale Staten om minimaal 50% lokaal eigendom als uitgangspunt te hebben bij de realisatie van windenergieprojecten.
De NRD wordt in februari 2023 ter inzage gelegd, waarna iedereen de kans krijgt om een zienswijze in te dienen. De binnengekomen zienswijzen zullen in het voorjaar van 2023 verwerkt worden in een Nota van Beantwoording. Na de Provinciale Statenverkiezingen wordt een startgesprek met de nieuwe Staten gehouden waarna het planMER-proces, indien wij daartoe in de volgende bestuursperiode besluiten, vervolgd wordt. Gemeenten, inwoners en andere stakeholders worden in het planMER fase op verschillende momenten betrokken. We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over het proces. Het is onze wens om het vervolg in goede afstemming met u verder vorm te geven.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht,