03. Ambtelijk overdrachtsdocument opvang planuitval (Geredigeerd).pdf
Tekst van het document
,
,
,
,
,
,
,
,
Onzekerheden aanvullende locaties De twee aanvullende locaties (De Wieken en uitbreiding 82 richting de Isselt) kennen beide • significante onzekerheden: maatwerk op geluid bij De Wieken en NNN-randvoorwaarden plus bereidheid van grondeigenaren spelen ene rol bij bij uitbreiding gebied 82 locatie richting de Isselt. Als beide locaties wegvallen resteert een opwekpotentie van slechts 25–135 GWh/jr uit de drie kerngebieden wat mogelijk onvoldoende is om de volledige planuitval op te vangen. De aanvullende locaties hebben niet de status van formele PlanMER-gebieden wat de • planologische procedures kan bemoeilijken en vertragen. ,
,
,
Beperkte robuustheid bij tegenvallers Het scenario is sterk afhankelijk van de realisatie van gebieden met grotere ruimtelijke • complexiteit (Grebbelinie ecologie). Als meerdere locaties tegelijk vertragen of wegvallen is bijsturen lastig omdat er weinig alternatieve gebieden in dit scenario zijn opgenomen. • Door het gebruik van relatief weinig gebieden is de gevoeligheid groter als één of meer projecten stranden in bezwaar- of vergunningsprocedures. • Gebieden 91 92 en 95 hebben alle drie het effect op de Grebbelinie als belangrijk aandachtspunt. De cumulatieve impact van turbines in drie aangrenzende gebieden op dit cultuurhistorisch waardevolle landschap kan leiden tot zwaarwegende bezwaren in de vergunningsprocedure en mogelijk tot juridische blokkades. ,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
27
4. 3
Scenario 2: Eerlijke verdeling
4. 3. 1
Waarom dit scenario?
Dit scenario vertrekt vanuit het principe van eerlijke verdeling zoals benoemd in de leidende principes. Een eerlijke verdeling binnen de RES-opgave betekent dat voor de planuitval een grotere opgave rust bij gemeenten die nog geen of een beperkte bijdrage leveren aan de invulling van de RES. Dit scenario speelt in op de motie " Wie goed doet goed ontmoet." ,
Uitgangspunten: • Er wordt gekeken naar de kansrijkheid van gebieden voor zowel wind als zon. (PlanMER‑gebieden + paarse kansrijke gebieden en aanvullende gebieden). De meest kansrijke gebieden binnen gemeenten die al een invulling hebben gegeven aan de • 22 blijven buiten beeld voor de planuitval. RES-opgave (Eemnes en Amersfoort) • Eerlijke verdeling tussen gemeenten: Soest Bunschoten Leusden Baarn en Woudenberg leveren een substantiële bijdrage ; Amersfoort en Eemnes komen niet direct aan de beurt. • Primair wordt gekeken naar wind daarna naar zon op plekken waar netcapaciteit en lokale ruimtelijke haalbaarheid dat toelaten. Dit scenario streeft naar een meer evenwichtige verdeling waarbij gemeenten die tot nu niet hebben (kunnen) bijgedragen nu meer verantwoordelijkheid nemen. ,
,
,
,
,
4. 3. 2
Kenmerkende verdeling gebieden – wind scenario 2
TABEL 10: WINDVERDELING SCENARIO 2
Gebied
Gemeente
Aansluitpunt
Afstand (km)
Aantal turbines
Opwekpotentie (GWh/jr)
82 richting de Isselt (Soest) 86
Soest
Soest 2 50
15 ,
2
30-40
25 ,
Min 1-
34-38
91
Woudenberg
85 ,
Min 1-
Noordzijde A28 afrit 5
Leusden
35
Min 1-
kV Bunschoten 10 kV Leusden 2 10 kV Leusden 2 10 kV
Bunschoten
Max 2 20
Max 2 ,
15-30
Max 2
Maarn
(Leusden) 95
Woudenberg
Leusden 2 10 kV
100 ,
Totaal
Min 1-
33-66
Max 2 6-10
90-160
De verdeling in Scenario 2 leidt afhankelijk van de uiteindelijke invulling per gebied tot ongeveer 6– 10 windturbines met een gezamenlijke opwekpotentie van circa 90–160 GWh/jaar. Bij volledige benutting van de bovenzijde van de bandbreedte (10 turbines en hogere turbinetypen) kan de planuitval van ongeveer 016 TWh in principe volledig met wind worden opgevangen ; bij een conservatievere invulling (minder turbines en/of lagere turbinetypen) resteert een deel van de opgave dat in dit scenario wordt aangevuld met zon‑op‑landprojecten in dezelfde gemeenten ,
,
,
,
Dit scenario blijft binnen de maxima per zoekgebied die in de Bosch & van Rijn analyse en Stedin Netimpact analyse zijn doorgerekend waarbij 2 turbines in gebied 82 86 91 en 94 representatief zijn voor de hogere maar niet maximale invulling van deze locaties. ,
,
,
,
22Wind op de Isselt in Amersfoort moet nog vergund worden.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
28
De spreiding
stations Soest 1 Soest 2 Bunschoten en Leusden 2 sluit aan bij de netimpactanalyse ; richting 2030–2035 is deze mix nog binnen de bandbreedte die Stedin als technisch haalbaar inschat mits niet ál het overige potentieel tegelijk wordt gerealiseerd. over
,
,
,
4. 3. 3
Kenmerkende verdeling gebieden - zon op land scenario 2
Omdat de realisatie van alle 10 turbines onzeker is en net‑ en ruimtelijke beperkingen tussentijds kunnen optreden wordt scenario 2 aangevuld met een pakket zon‑op‑landprojecten in dezelfde gemeenten. Deze zonprojecten dienen als vangnet wanneer één of meerdere windlocaties niet (tijdig) realiseerbaar blijken. ,
In scenario 2 wordt rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid van geschikte ruimte: harde belemmeringen zoals bestaand en toekomstig bebouwd gebied NNN‑natuur en defensieterreinen dekken een groot deel van de regio af. In de overblijvende zones spelen complexe kansen zoals weidevogelgebieden militair erfgoed en de Groene Contour die zon niet uitsluiten maar wel vragen om extra landschappelijke inpassing natuurmaatregelen en zorgvuldige participatie. Voor een gezonde businesscase zijn projecten groter dan circa 10 hectare nodig maar aanvullende eisen rond inpassing en participatie vergroten de kosten waardoor zon op land niet onbeperkt kan opschalen. ,
,
,
,
,
,
De afstand tot het onderstation en landschappelijke inpassing verstrekt dat beeld: vooral locaties binnen ongeveer 5 kilometer van een onderstation zijn economisch aantrekkelijk terwijl grotere afstanden de businesscase snel verslechteren. De zonclusters in Soest Bunschoten en Leusden zijn ,
,
daarom geselecteerd rond onderstations bestaande velden bij bedrijventerreinen en restgronden kunnen aanvullend werken als congestieverzachters mits ze goed worden afgestemd met de netbeheerder. en
infrastructuur ; kleinschaliger
,
De in tabel 11 opgenomen
zijn gebaseerd op de regionale zoekgebieden voor zon op land zoals uitgewerkt in de Antea‑analyse en de Stedin‑netimpactanalyse (10 ha per cluster 10 MWp geinstalleerd vermogen en circa 5 MW aansluitcapaciteit 23 en circa 8–12 GWh/jr inclusief marge voor landschappelijke inpassing en niet volledig volleggen). De exacte begrenzing van deze clusters wordt in een vervolgfase met gemeenten en netbeheerder nader bepaald. vermogens
,
,
TABEL 11: AANVULLING ZON OP LAND
Gemeente
Gebieden (nr. )
Vermogen (MW)
Opwek (GWh/jaar)
Soest
1 4 5 6
20
25
Bunschoten
2 3
10
125
Leusden
,
,
,
,
7 9 10 ,
,
,
15
Korte typering locaties
Het gebied tegen de Isselt aan (hetzelfde gebied als het aanvullende windgebied) ,
1875 ,
Tussen A1 en nieuwe verbindingsweg Bovenduist
Achterveld/Emelaarsweg (2 ha met vergunning) noordwest- en zuidzone Leusden ,
Belangrijkste belemmeringen / aandachtspunten Veel kleine percelen ligging in Groene Contour met compensatieplicht Weidevogelkerngebied versnipperd eigendom tracé nieuwe verbindingsweg nog niet definitief Kleinschalig agrarisch gebied Groene Contour Grebbelinie ; overige zones vragen ,
, ,
,
,
23een aansluitcapaciteit van 50% van de MWp geïnstalleerd vermogen is een eis geweest vanuit de SDE subsidie en zorgt voor een betere benutting van het net.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
29
nadere haalbaarheidsanalyse Baarn
OER A1
10
8
zon op aan
Totaal
Beperkte ruimte door infrastructuurprojecten ; ligging nabij weidevogel- en natuurgebieden kan vergunningverlening bemoeilijken
6425 GWh/j
50 MW
In scenario 2 vervult zon
land gekoppeld
OER A1 (circa 10 ha)
,
land primair de functie van vangnet: indien (een deel van) de windturbines in de genoemde gebieden niet of pas na 2030 realiseerbaar blijkt kan de RES‑opgave in dezelfde gemeenten gedeeltelijk worden ingevuld met deze zonclusters binnen de technische randvoorwaarden uit de Stedin‑netimpactanalyse. De aanvullende zon-op-landprojecten in Scenario 2 (circa 705 GWh/jaar) kunnen in theorie ongeveer een derde tot bijna de helft van de wind‑planuitval van 016 TWh/jaar afdekken afhankelijk van de uiteindelijk gerealiseerde hoeveelheid wind. op
,
,
,
,
,
Verhouding wind en zon scenario 2 In dit scenario wordt de planuitval in eerste instantie zo veel mogelijk met wind opgevangen aangevuld met zon op land als vangnet. De gekozen verdeling van turbines over vijf gemeenten levert bij volledige realisatie naar verwachting ongeveer 09–016 TWh per jaar aan extra windopwek op afhankelijk van de uiteindelijke tiphoogtes en aantal turbines per gebied. De zonclusters in Soest Bunschoten Leusden en Baarn voegen indicatief circa 0064 TWh per jaar aan opwek toe. Samen met de 009–016 TWh wind komt de totale bijdrage van Scenario 2 uit op ongeveer 015–022 TWh per jaar met een verhouding van grofweg 60–70% wind en 30–40% zon in lijn met de wens om de RES-opgave niet eenzijdig met zon op land in te vullen. ,
,
,
4. 3. 4
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Onderbouwing scenario 2
In dit scenario wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden die
de bestuurlijke en ruimtelijke afwegingen als relatief sterk overblijven en gebieden die een meer aanvullende rol vervullen. Sterke gebieden zijn hierbij niet de volledige potentieel kansrijke gebieden uit de oorspronkelijke PlanMER‑analyse maar de deelgebieden die na uitsluiting van onhaalbare zones (zoals defensieterreinen kwetsbare natuur en dichtbebouwde randen) bestuurlijk en ruimtelijk wél als kansrijk worden gezien. Deze resterende gebieden combineren een redelijke opwekpotentie met gunstige netafstanden en een inpasbare ruimtelijke context. ,
na
,
,
,
De minder sterke gebieden hebben óf een kleinere resterende opwekpotentie óf kennen grotere ,
ruimtelijke spanningen óf vragen langere kabeltracés en daarmee hogere kosten en uitvoeringsrisico’s. Zij spelen in scenario 2 vooral een aanvullende rol: ze helpen om de verdeling over gemeenten te verbreden en een eerlijker spreiding van de opgave te realiseren maar vormen niet de kern van de productie. Op deze manier sluit het scenario aan bij zowel de actualisatie van de potentieel kansrijke gebieden als bij de bestuurlijke wens om sterke haalbare locaties te combineren met een redelijke verdeling over de regio. De bredere spreiding in scenario 2 omvat zowel sterke als minder sterke windgebieden ; • Gebied 82 (Soest) wordt als sterk beschouwd omdat het resterende kansrijke deel een hoge opwekpotentie combineert met een korte afstand tot Soest 2 50 kV (15 km) en een relatief open agrarisch landschap. ,
,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
30
•
Gebied 86 (Bunschoten) wordt als sterk beschouwd omdat het ondanks ruimtelijke aandachtspunten een goede netpositie bij Bunschoten 10 kV (25 km) heeft en vanuit regionaal perspectief een belangrijke bijdrage levert aan de spreiding van wind over ,
,
,
gemeenten. •
Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden) wordt als sterk beschouwd omdat het een gunstige netafstand heeft tot Leusden 2 10 kV (35 km) en Leusden hiermee een substantiële bijdrage levert aan de windopgave. De haalbaarheid is afhankelijk van de natuurbeoordeling. Baarn levert in dit scenario uitsluitend een bijdrage via zon op land (OER A1 circa 8 GWh/jr). Hoewel er geen windturbine aan Baarn wordt toegewezen draagt de zonbijdrage bij aan een eerlijkere spreiding van de opgave over de regio en past dit bij het principe van " wie goed doet goed ontmoet." Gebieden 91 en 95 (Woudenberg) worden als aanvullend beschouwd: ze hebben een bescheidener resterende opwekpotentie en langere kabeltracés (respectievelijk 85 km en 10 km tot Leusden 2 10 kV) en vervullen daarom vooral een ondersteunende rol om de opgave te spreiden en flexibiliteit in de scenario's te houden. ,
•
,
,
,
•
,
Netaansluitbaarheid Scenario 2
4. 3. 5
De windturbines in dit scenario worden aangesloten op: Soest 2 50 kV: gebied 82/uitbreiding richting Isselt (2 turbines 15 km) • ,
• •
—
,
technisch gunstigste
positie in dit scenario. Bunschoten 10 kV: gebied 86 (1–2 turbines 25 km) — eveneens categorie " gunstig " ; voldoende capaciteit in 2030. Leusden 2 10 kV: Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (1–2 turbines 35 km categorie " gunstig)" en gebieden 91 en 95 (elk 1–2 turbines respectievelijk 85 km en 10 km categorie " minder gunstig)." ,
,
,
,
,
,
,
,
De totale extra netaansluiting uit de windprojecten in Scenario 2 blijft indicatief binnen de bandbreedtes die Stedin voor 2030 als technisch haalbaar inschat mits niet tegelijkertijd ook alle ,
overige onderzochte projecten op dezelfde stations worden gerealiseerd. Voor de 10 zonlocaties verdeeld over Soest (gebieden 1 4 5 6) Bunschoten (gebieden 2 3) Leusden (gebieden 7 9 10) en Baarn (OER A1) geldt dat alle clusters zijn gekoppeld aan stations binnen circa 6 kilometer afstand wat de businesscase voor deze projecten gunstig maakt. De zonlocaties in Soest sluiten aan op Soest 1 21 kV de Bunschoten-locaties op Bunschoten 10 kV de Leusden-locaties op Leusden 2 10 kV en Leusden 10 kV en het Baarn-project op het meest logische nabijgelegen station. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
4. 3. 6
Argumenten
voor
dit scenario 2
Past bij principe eerlijke verdeling: •
Materialiseert het leidende principe dat gemeenten die al bijdragen niet extra belast worden: Amersfoort (Wind op Isselt) en Eemnes (meerdere zonprojecten) zijn niet opgenomen voor aanvullende wind- of zonlocaties. Dit scenario geeft een concrete invulling aan het principe " Wie goed doet goed ontmoet " zoals vastgelegd in de provinciale staten motie van maart ,
2024. •
Rechtvaardiger verdeling van de opgave: Soest Bunschoten Leusden Woudenberg en Baarn leveren elk een zichtbare bijdrage aan de opvang van de planuitval terwijl de last niet eenzijdig bij één of twee gemeenten wordt neergelegd. ,
,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
31
Combinatie wind én zon vergroot flexibiliteit: • De combinatie van wind en zon per gemeente maakt de opgave lokaal beter uitlegbaar en verdedigbaar: gemeenten kunnen kiezen voor de energiebron die het beste past bij de lokale ruimtelijke context. • Vertraging in windprojecten kan deels worden opgevangen door de zonprojecten in hetzelfde gebied — zon fungeert als expliciet vangnet in dit scenario. • Kleinschalige zonnevelden (5–10 MW) zijn in sommige gevallen maatschappelijk beter inpasbaar dan windturbines en kunnen bijdragen aan lokaal draagvlak en participatie. 4. 3. 7
Argumenten tegen dit scenario 2
Niet elk gebied is even kansrijk: • De windlocaties in Woudenberg hebben lange afstanden tot netaansluitpunten (gebied 91: 85 km gebied 95: 10 km) — categorie " minder gunstig " conform de Stedin-analyse. Dit leidt tot hogere kabelkosten meer uitvoeringsrisico en een lastigere businesscase. • Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden) heeft weliswaar een gunstige netafstand (35 km) maar kent significante onzekerheden door de benodigde afstemming met de provincie. De haalbaarheid is afhankelijk van de natuurbeoordeling. Het station Leusden 2 10 kV wordt pas in 2029–2030 gerealiseerd waardoor aansluiting vóór 2030 beperkt is. • Verschillen in ruimtelijke complexiteit (landschap cultuurhistorie ecologie) worden minder zwaar gewogen. De verdeling over gemeenten is leidend waardoor minder optimaal rond de meest logische stations wordt geclusterd ; dat kan de benutting van het net minder efficiënt maken en in sommige gevallen extra investeringen of fasering vragen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Aanvulling met zon brengt eigen complexiteiten: • Extra zonopgave komt boven op de bestaande opgave zon op land en die is nog niet gerealiseerd. • Zonneprojecten hebben eigen ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen (weidevogelgebieden Groene Contour versnipperd eigendom). • Netaansluitingen voor zon concurreren met wind op beschikbare capaciteit. • Businesscase zon is gevoeliger dan wind voor locatie-specifieke factoren (afstand tot onderstation bedrijventerreinen grootte project). ,
,
,
,
,
4. 4
Scenario 3: Brede blik - combinatiescenario wind én zon
4. 4. 1
Waarom dit scenario 3?
dit scenario wordt de planuitval opgevangen met een gecombineerde inzet van wind en zon zó dat niet alleen de weggevallen 02 TWh wordt ingevuld maar ook het bredere RES‑bod van 05 TWh richting 2030 in beeld blijft. Dit scenario vertrekt vanuit het leidende principe van een brede blik op oplossingsrichtingen: planuitval wordt niet uitsluitend met wind opgevangen maar door een afgemeten combinatie van wind en zon op land. Het scenario balanceert tussen technische optimalisatie en ruimtelijke haalbaarheid door diversificatie van energiebronnen. n
,
,
,
,
,
Uitgangspunten: • De verhouding wind-zon wordt pragmatisch bepaald op basis van aansluitcapaciteit (korte afstanden) en ruimtelijke inpasbaarheid rekening houdend met solitaire woningen. • Wind behoudt prioriteit maar zon krijgt meer ruimte dan in andere scenario’s. • Geen expliciete focus op eerlijke verdeling – haalbaarheid en tempo zijn leidend. ,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
32
• •
•
Spreiding over zowel wind- als zonlocaties om de druk per locatie en energiebron te verlichten. De brede turbinebandbreedte van tabel 9 (bijv. min. 14 – max. 26) weerspiegelt de variatie tussen een conservatieve invulling per locatie en een maximale benutting conform de Bosch & Van Rijn analyse. 24 Opwekpotentie Noordzijde A28 afrit 5 Maarn: voor dit scenario wordt uitgegaan van 2 turbines met de indicatieve bandbreedte circa 33–50 GWh/jr (⅓ van de maximale bandbreedte op basis van 3. 000–3. 500 vollasturen en de vuistregel 15 GWh/j aan opwek). ,
Kenmerkende verdeling gebieden wind en zon scenario 3
4. 4. 2
TABEL 12: WINDVERDELING SCENARIO 3
Gebied
Gemeente
Aansluitpunt
Afstand (km)
82
Soest
Soest 2 50 kV
15
Aantal turbines Min 6 –
,
Opwekpotentie (GWh/jr) 100-240
12 Min 1max 4 2
max
86
Bunschoten
Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden) Totaal wind
Leusden
Bunschoten 10 kV Leusden 2 10 kV
25 ,
35 ,
3 locaties
13 - 40 21-42
Min 9 max
134-322
17
TABEL 13: ZON VERDELING SCENARIO 3
Gemeente
Zonnegebieden
Aansluit
Soest
4 gebieden (1 4 5 6) nabij Soest 1
Bunschoten
2 gebieden (2 3) nabij Bunschoten
Leusden
3 gebieden (7 9 10) nabij Leusden
vermogen ,
•
4 × 5 MW = 20 MW 2 × 5 MW = 10 MW 3 × 5 MW = 15 MW 1 × 5 MW = 5 MW 50 MW
,
,
,
Woudenberg Totaal zon
,
Opwekpotentie (GWh/jr)
,
stations 1 gebied (11) nabij Maarsbergen voor aansluiting Doorn 1 10 locaties
25 125 ,
1875 ,
625 ,
625,
Wind: strategische concentratie op 3 sterkste windgebieden met korte netafstanden (min. 9 – max. 17 turbines ongeveer 67% van de opwek). Zon: circa 50 MW zon gespreid over 10 locaties in 4 gemeenten (ongeveer 625 GWh/jr circa 33% van de opwek). Gemeenten: wind in 3 gemeenten (Bunschoten Leusden Soest) zon in 4 gemeenten (Soest Bunschoten Leusden Woudenberg ,
• •
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Scenario 3 streeft naar een meer gebalanceerde inzet van wind en zon en komt indicatief uit op circa 67% wind en 33% zon in termen van jaarlijkse opwek. De windcomponent (uitgaande van min. 9 – max. 17 turbines in drie kansrijke gebieden) levert naar verwachting circa 134–322 GWh/jr terwijl de zoncomponent (circa 50 MW verdeeld over 10 locaties) ongeveer 0063 TWh/jr toevoegt. Samen levert dit een indicatieve opwek van circa 200–390 GWh/jr. Daarmee draagt scenario 3 niet alleen bij aan het opvangen van de planuitval maar ook aan het op peil houden van de totale RES‑opwek richting de ,
,
,
,
,
24tabel 11 t/m 13 , figuur 15 t/m 26.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
33
05 TWh. Hierbij geldt de kanttekening dat de realisatie van Noordzijde A28 afrit 5 Maarn afhankelijk is van de natuurbeoordeling waardoor de onderkant van de bandbreedte onder druk kan staan. ,
,
4. 4. 3
Netaansluitbaarheid scenario 3
In de netimpactanalyse is voor alle wind- en zonlocaties een indicatieve verdeling over Soest 1 Soest 2 Bunschoten Leusden 2 en Doorn gemaakt. Scenario 3 sluit daarop aan door de windopgave te concentreren in drie technisch sterke gebieden (82 86 en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn) met korte netafstanden aangesloten op Soest 2 50 kV Bunschoten 10 kV en Leusden 2 10 kV. De totale extra ,
,
,
,
,
,
aansluiting uit deze drie gebieden blijft indicatief binnen de bandbreedtes die voor deze stations zijn geschetst zolang niet tegelijk ook alle overige onderzochte projecten worden gerealiseerd. ,
Voor het deelnet Soest 2 betekent dit dat een belangrijk deel van de extra wind via gebied 82 loopt terwijl de zonprojecten deels naar andere stations worden gespreid. De zonlocaties in Soest Bunschoten Leusden en Woudenberg liggen overwegend binnen circa 5 kilometer van bestaande of ,
,
,
geplande onderstations waardoor kabeltracés beperkt blijven en de kans op een rendabele businesscase toeneemt. Net als in de andere scenario's blijft nadere afstemming met Stedin nodig over de fasering per station en de optelsom met bestaande en geprojecteerde projecten. ,
Onderbouwing scenario 3
4. 4. 4
De gekozen windgebieden behoren tot de ruimtelijk en technisch sterkste opties: • Gebied 82 (Soest): grootste opwekpotentie binnen de regio (100–240 GWh/jr bij min. 6 – max. 12 turbines conform Bosch & Van Rijn analyse) met een zeer korte afstand tot Soest 2 50 kV (15 km). • Gebied 86 (Bunschoten): middelsterk gebied met indicatief 13–40 GWh/jr op 25 km van Bunschoten 10 kV wat de aansluitkosten beperkt. • Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden): aanvullende locatie ten noorden van de A28 grenzend aan het militair oefenterrein en nabij bestaande infrastructuur. Op basis van 2 turbines van 6–7 MW en 3. 000–3. 500 vollasturen is de indicatieve opwekpotentie circa 36–49 GWh/jr. De haalbaarheid is afhankelijk van natuurbeoordeling en de exacte uitwerking van geluid- en risicocontouren. Het meest logische aansluitpunt is Leusden 2 10 kV op 35 km ,
,
,
,
,
,
,
afstand. De zonlocaties zijn geselecteerd
basis van kansrijkheid uit de Antea-analyse (beperkte harde belemmeringen voldoende schaalgrootte nabijheid onderstation of bedrijventerrein) en sluiten aan bij de netimpactanalyse van Stedin. Door zon te positioneren nabij bestaande infrastructuur en onderstations (Soest 1 Bunschoten Leusden en Leusden 2 en Doorn) wordt de technische haalbaarheid vergroot al blijven netcongestie en businesscase belangrijke aandachtspunten. op
,
,
,
,
,
Zon
op • •
land kent een aantal algemene aandachtspunten¹: Beperkte beschikbaarheid: de kansrijkheid voor zon op land in de meeste gemeenten is laag tot matig. Businesscase onder druk: kleine zonneprojecten (5 MW) hebben moeite met rendabiliteit bij huidige eisen ; vaak zijn grotere projecten (10–15 MW) nodig wat ruimtebeslag en complexiteit vergroot. Technische aspecten: afstand tot onderstation is cruciaal – binnen 5 km zijn kosten en haalbaarheid gunstiger (vuistregel). Omdat 02 TWh zon op dak al onderdeel is van het RES‑bod schuift de totale mix in dit scenario verder richting zon en neemt de gelijktijdige piekbelasting op het middenspanningsnet toe waardoor extra fasering slim sturen of congestieverzachting nodig zal zijn om nieuwe zonprojecten daadwerkelijk aan te kunnen sluiten. ,
• •
,
,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
34
•
4. 4. 5
In de Groene Contour geldt een uitgestelde compensatieplicht ; agrarische grond benut worden en moet daarna natuur worden.
25 jaar
mag
Argumenten vóór dit scenario 3
Grotere flexibiliteit per gemeente: • •
Lokale afwegingen bepalen optimale mix wind-zon per gemeente. Vergroot kans dat elke gemeente op eigen wijze kan bijdragen.
Risicospreiding over energiebronnen: • Minder afhankelijk van realisatie van uitsluitend windprojecten. Vertraging in windprojecten kan deels gecompenseerd worden door zon. • Zon kan in sommige gevallen een kortere aanlooptijd hebben dan wind en daardoor sneller • bijdragen aan de 2030-doelstelling. • Zon/kleinschalige zonnevelden kunnen werken als mogelijke congestieverzachters vooral in samenhang met bedrijventerreinen en restgronden langs infrastructuur in combinatie met lokale vraag slimme sturing (load shifting) of batterijopslag. ,
,
Mogelijk beter lokaal draagvlak: • Kleinere zonneprojecten (5 MW) zijn maatschappelijk soms beter inpasbaar. • Meer opties vergroot kans op lokale participatie en eigenaarschap. Efficiëntere benutting netcapaciteit: • Zon en wind hebben verschillende netprofielen en kunnen elkaar aanvullen. • Spreiding over meerdere stations (Soest 2 Bunschoten Leusden 2 voor wind ; Soest 1 Leusden en Doorn aanvullend voor zon) voorkomt overbelasting. ,
,
,
Past bij principe " brede blik:" • • •
Materialiseert het leidende principe om breed te kijken naar oplossingsrichtingen. Maakt optimaal gebruik van verschillende potentieel kansrijke gebieden voor beide technologieën. Voorkomt te eenzijdige focus op wind alleen voor de opvang van planuitval. Argumenten tegen dit scenario 3
4. 4. 6
Grotere druk op netbeheerder: • Meer projecten betekent •
meer aansluitvragen. Cumulatieve netbelasting wind + zon kan leiden tot congestie.
Risico op " worst of both worlds:" 13 verschillende projecten (wind + zon) vergt intensievere coördinatie en teveel projecten kan • leiden tot geen enkel project op tijd gerealiseerd. • Meer procedures betekent meer potentiële vertragingen en bezwaarschriften. Onzekerheid businesscase zon: Businesscase zon op land blijft onzeker: dit kan ertoe leiden dat een deel van de • veronderstelde 50 MW zon financieel niet rond te rekenen is waardoor de feitelijke bijdrage aan de 05 TWh lager uitvalt dan in dit scenario is aangenomen. • Projecten moeten vaak groter worden om rendabel te blijven (spanning met < 10 MW projecten). • Beperkte ruimte op geschikte locaties. • Scenario concentreert zich op haalbaarheid niet op evenwichtige verdeling. ,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
35
4. 5
Scenario 4: Maximaal benutten
4. 5. 1
Waarom dit scenario 4?
Scenario 4 maximaliseert opwek: de sterkste windgebieden worden zwaarder benut om zo dicht mogelijk bij de 02 TWh planuitval te komen wat meer opbrengst per aansluiting oplevert maar ook een zwaardere lokale impact en hogere netdruk vraagt. Het binnen de afgesproken termijn mogelijk opvangen van de volledige planuitval van circa 02 TWh staat centraal met een sterke focus op wind in een beperkt aantal kansrijke gebieden. Dit verklaart ook de hoge aantal mogelijke turbines binnen de locaties ; er is uitsluitend gekeken naar opwekpotentie. ,
,
,
,
Uitgangspunten scenario 4: • 100% wind geen zon. • De planuitval van circa 016–02 TWh wordt opgevangen met 14–26 moderne windturbines verdeeld over drie potentieel kansrijke locaties: gebied 82 (Soest) gebied 77 (Eemnes) en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden). • De brede turbinebandbreedte (bijv: min. 14 – max. 26) weerspiegelt de variatie tussen een conservatieve invulling per locatie en een maximale benutting conform de Bosch & van Rijn analyse.25 • Bij de minimumvariant (14 turbines 225 GWh/jr) wordt de planuitval al ruimschoots gedekt ; de maximumvariant (26 turbines 453 GWh/jr) biedt substantiële overcapaciteit als buffer voor uitval van één of meer locaties. ,
,
,
,
,
,
,
TABEL 14: VERDELING SCENARIO 4
Gebied
Gemeente
Aansluitpunt
Afstand (km)
Gebied 77
Eemnes
Soest 1 21 kV
8
Aantal turbines Min 4-
Gebied 82
Soest
Soest 2 50 kV
15
Min 6-
100 -240
12 26 Min 4max 7
625 -100
Min 14-
2255,
max ,
Opwekpotentie (GWh/jr) 63-113
7
max
Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusdent) Totaal
Leusden
Leusden 2 10 kV
35 ,
,
–
453
Max 26 De totale bandbreedte (14-26 turbines 225–453 GWh/jr) is een inschatting binnen de maximale opwek potentie per gebied. ,
4. 5. 2
Kenmerkende verdeling gebieden scenario 4 • • • •
Geen zonnevelden in dit scenario. Focus op maximale opwek binnen drie kansrijke locaties met redelijke netaansluitbaarheid. Totaal: circa 14–26 turbines verdeeld over windgebieden 77 (Eemnes) 82 (Soest) en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden). Gemeenten: Soest levert de grootste bijdrage met 6–12 turbines in gebied 82 (Soest 2 50 kV 15 km) Leusden draagt bij met 4–7 turbines op Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden 2 10 kV 35 km) Eemnes levert 4–7 turbines in gebied 77 (Soest 1 21 kV 8 km). ,
,
,
,
,
,
,
,
25tabel 11 t/m 13 , figuur 15 t/m 26. 26Gelimiteerd tot maximale inpasbarheid van 12 turbines volgens Bosch & van Rijn analyse figuur 23 en tabel 13
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
36
4. 5. 3
Onderbouwing scenario 4
De gekozen gebieden behoren tot de windlocaties met de hoogste opwekpotentie en relatief
gunstige netafstanden: •
Gebied 82 (Soest):hoogste opwekpotentie binnen de regio (100–240 GWh/jr bij 6–12 turbines conform Bosch & Van Rijn analyse) met een zeer korte afstand tot Soest 2 50 kV (15 km). Dit maakt gebied 82 de kern van Scenario 4. Gebied 77 (Eemnes): sterk gebied met een opwekpotentie van 63–113 GWh/jr bij 4–7 turbines aangesloten op Soest 1 21 kV op 8 km afstand. De afstand is middelgroot maar acceptabel gegeven de hoge opwekpotentie. Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden): aanvullende locatie met een opwekpotentie van 625–100 GWh/jr bij 4–7 turbines logisch gekoppeld aan het nieuwe station Leusden 2 10 kV op 35 km. De haalbaarheid is afhankelijk van de natuurbeoordeling. ,
•
,
,
•
,
,
,
Door te kiezen voor locaties met een hoge opwekpotentie per turbine wordt de planuitval van 016– 02 TWh met een relatief beperkt aantal locaties gedekt in dit scenario. De totale indicatieve bandbreedte van 225–453 GWh/jr biedt ruime overcapaciteit wat robuustheid geeft indien één locatie ,
,
,
niet volledig realiseerbaar blijkt.
De spreiding •
drie stations helpt overbelasting van het deelnet Soest 2 te beperken:
over
Soest 2 50 kV ; gebied 82 met 6–12 turbines levert 100–240 GWh/jr. Dit is het belangrijkste aandachtspunt voor de netbelasting. De maximale invulling van 12 turbines vraagt om expliciete fasering en afstemming met Stedin omdat de totale aansluiting op dit deelnet de indicatieve grens van 80–100 MW kan naderen of overschrijden. Soest 1 21 kV: gebied 77 met 4–7 turbines (circa 36–63 MW) sluit aan op Soest 1. Dit station heeft in de Stedin-analyse voldoende capaciteit richting 2035 mits de optelsom met andere ,
•
,
•
projecten op dit station wordt gemonitord. Leusden 2 10 kV: Noordzijde A28 afrit 5 Maarn met 4–7 turbines (circa 24–42 MW) sluit aan op het nieuwe station Leusden 2 dat in 2029–2030 wordt gerealiseerd. Dit past binnen de technische mogelijkheden van dit station richting 2035. ,
De concentratie
drie locaties in drie gemeenten maakt dit scenario uitvoerbaar maar de grote hoeveelheid turbines in gebied 82 maakt nadrukkelijke afstemming met Stedin over fasering volgorde en mogelijke verplaatsing van een deel van de invoeding naar nieuwe stations (Veenendaal 1 Doorn 2) noodzakelijk. Er is niet gekeken naar inpasbaarheid op basis van ruimtelijke kwaliteit. op
,
,
,
4. 5. 4
Netaansluitbaarheid scenario 4
Voor de windlocaties is door Stedin een indicatieve verdeling over de beschikbare stations gemaakt. Scenario 4 sluit hierop aan door de windopgave te concentreren in drie locaties: gebied 82 op Soest 2 50 kV (15 km) Noordzijde A28 afrit 5 Maarn op Leusden 2 10 kV (35 km) en gebied 77 op Soest 1 21 kV (8 km). De afstanden tot de stations voor gebied 82 en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn zijn gunstig ,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
,
37
tot acceptabel ; gebied 77 heeft met 8 km een middelgrote afstand die de businesscase enigszins onder druk zet. Voor het deelnet Soest 2 is de concentratie van 6–12 turbines in gebied 82 het belangrijkste aandachtspunt. De maximale invulling van 12 turbines kan indicatief 240 GWh/jr produceren wat op het deelnet Soest 2 een aanzienlijke belasting betekent. Dit vereist nadrukkelijke afstemming met Stedin. Noordzijde A28 afrit 5 Maarn op Leusden 2 10 kV is netmatig gunstig gepositioneerd. Nadere afstemming met Stedin over de optelsom van alle projecten op de betrokken stations blijft ,
noodzakelijk. Stedin geeft in haar impactanalyse nadrukkelijk aan dat het om een grove indicatie gaat van de vraag of projecten in de toekomst technisch kúnnen worden aangesloten op basis van de huidige inzichten in stations deelnetten en geplande uitbreidingen. Dit scenario kijkt bewust naar een “volle bak” situatie waarin alle onderzochte wind‑ en zonprojecten zouden worden gerealiseerd en aangesloten ; dit scenario 4 levert hierop mogelijk knelpunten op qua aansluitbaarheid. ,
,
Argumenten vóór dit scenario 4
4. 5. 5
Hoge opwek met ruime dekking: • Scenario 4 biedt een indicatieve opwekpotentie van 225–453 GWh/jr (023–045 TWh/jr) met 14–26 turbines wat de planuitval van 016–02 TWh ruimschoots dekt. • Concentratie op 3 sterke locaties in 3 gemeenten (Soest Eemnes Leusden) met elk een hoge ,
,
,
,
• •
,
,
,
opwekpotentie per turbine. Hogere robuustheid: als één locatie niet volledig realiseerbaar blijkt kunnen de overige twee locaties de planuitval nog steeds grotendeels opvangen. De vergunningaanvraag voor Wind op Isselt loopt (aanvraag januari 2026) ; er is nog geen besluit genomen. Wanneer Wind op Isselt niet wordt gerealiseerd betekent dit 2–3 extra turbines voor de RES-opgave bovenop dit scenario. Dit scenario vangt deze eventuele extra ,
,
opgave op.
Netaansluiting over drie stations: Door de windopgave te spreiden over Soest 2 50 kV (gebied 82) Soest 1 21 kV (gebied 77) en • Leusden 2 10 kV (Noordzijde A28 afrit 5 Maarn) wordt de belasting over drie stations verdeeld. • Strategische spreiding over drie aansluitpunten voorkomt extreme capaciteitsconcentratie op één station. • Gebruik van meerdere aansluitpunten vergroot de flexibiliteit in fasering en prioritering in afstemming met Stedin. • Kanttekening: de grote invulling van gebied 82 (6–12 turbines) betekent dat het deelnet Soest 2 een kritiek aandachtspunt blijft en expliciete fasering vereist ,
,
Efficiënte uitvoering • Beperkt aantal locaties (3 gebieden in 3 gemeenten) houdt procedures overzichtelijk. • Focus op technisch en ruimtelijk sterkste locaties maximaliseert de realisatiekans per turbine. • Gunstige netafstanden voor twee van de drie locaties (gebied 82: 15 km Noordzijde A28 afrit 5 Maarn: 35 km) houden de businesscase gunstig ; gebied 77 heeft met 8 km een acceptabele afstand gezien de hoge opwekpotentie ,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
38
4. 5. 6
Argumenten tegen dit scenario 4
Ongelijke verdeling: • Soest levert in dit scenario de grootste bijdrage met 6–12 turbines in gebied 82 gevolgd door Eemnes (4–7 turbines in gebied 77) en Leusden (4–7 turbines op Noordzijde A28 afrit 5 ,
Maarn). • •
Andere gemeenten zoals Woudenberg Bunschoten Baarn en Amersfoort leveren geen directe bijdrage aan de opvang van de planuitval. Spanningen met het principe " eerlijke verdeling " blijven bestaan waarbij Soest een onevenredig grote last draagt. ,
,
,
Netcapaciteit is kritisch: • Het deelnet Soest 2 is het belangrijkste knelpunt: met 6–12 turbines in gebied 82 kan de invoeding op dit deelnet de indicatieve grens van 80–100 MW naderen of overschrijden zeker bij de maximale invulling. Expliciete afstemming met Stedin is noodzakelijk. • Extra windvermogen op Soest 1 (gebied 77) komt bovenop reeds geprojecteerde wind- en zonprojecten op dit station waardoor keuzes over volgorde en prioriteit nodig zijn. • Noordzijde A28 afrit 5 Maarn op Leusden 2 10 kV is netmatig gunstig maar het station wordt pas in 2029–2030 gerealiseerd wat de aansluitbaarheid vóór 2030 beperkt. • De omvang van het scenario (14–26 turbines) maakt dit het meest complexe scenario qua netafstemming. ,
,
,
,
5
Risico’s
als de regio nu géén keuzes maakt over het opvangen besluitvorming geeft risico’s die hieronder worden beschreven. Wat
er gebeurt
van
de planuitval? Uitblijvende
1. Verlies van regionale regie Wanneer de regio niet tijdig tot concrete en bestuurlijk geborgde keuzes komt kan de provincie overgaan tot het nemen van projectbesluiten. Daarmee verschuift de regie van de regio naar de provincie. Gemeenten verliezen dan invloed op locatiekeuze schaal ruimtelijke inpassing en timing. ,
,
,
Dit betekent dat keuzes mogelijk minder aansluiten bij lokale afwegingen 2. Niet halen
en
regionale samenhang.
de RES-doelstelling (05, TWh) Indien de planuitval niet volledig wordt gecompenseerd komt de RES-doelstelling van 05 TWh in 2030 in gevaar. Dit risico wordt vergroot doordat ook de realisatie van zon op dak en zon op land nog aanzienlijke inspanningen vraagt. Wanneer meerdere onderdelen achterblijven ontstaat cumulatieve planuitval en raakt het totaalbeeld verder uit balans. van
,
,
,
3. Onderschatten resterende opgaven (na 2030) Naast de opgave richting 2030 bestaat het risico dat de regio onvoldoende voorbereidt op de periode daarna. De energietransitie stopt niet in 2030. Wanneer nu geen robuuste keuzes worden gemaakt ontstaat een structurele achterstand die ook na 2030 druk zet op aanvullende opwek en ,
netinvesteringen. 4. Tijdsdruk De provincie heeft duidelijk gemaakt dat vóór het zomerreces 2026 helder moet zijn hoe de planuitval
wordt opgevangen. Huidige colleges kunnen nu al hun richting geven zodat besluitvorming in gemeenteraden binnen de afgesproken termijn kan plaatsvinden Concreet betekent dit dat als deze lijn gevolgd wordt: Een geografische locatie is aangewezen. • ,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
39
Een minimale opwek bepaald is. Een planning tot aan vergunningverlening is opgesteld met realisatie zo dicht mogelijk bij 2030. • Een of meerdere initiatiefnemers in beeld zijn ; hiermee wordt bedoeld dat in ieder geval gesprekken gevoerd zijn met partijen. • Er duidelijkheid is over de keuze wie het bevoegd gezag wordt. Het plan komt terug in het gesloten coalitieakkoord. Als deze stappen niet op korte termijn worden gezet schuift besluitvorming door waardoor de provincie alsnog projectbesluiten kan nemen als niet • •
,
,
tijdig wordt voldaan aan de eisen van de provincie. 5. Verzwakking van regionale samenwerking Wanneer gemeenten er niet gezamenlijk uitkomen komt het fundament van regionale samenwerking op energiegebied onder druk te staan. In dat geval is de kans groot dat slechts enkele gemeenten uiteindelijk de gevolgen dragen terwijl andere gemeenten zich onttrekken aan de opgave. ,
,
6. Netcongestie Een belangrijk extern risico betreft de toenemende netcongestie in de provincie Utrecht. Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet op bepaalde stations of deelnetten geen extra vermogen kan
verwerken omdat de maximale transportcapaciteit is bereikt. Dit speelt zowel bij invoeding (opwek) als bij afname. ,
Voor de RES Regio Amersfoort betekent dit dat: • • • •
aansluiting in sommige gevallen alleen mogelijk is via flexibele contracten met beperkingen op invoeding ; aanvullende maatregelen zoals energieopslag nodig kunnen zijn om aansluiting mogelijk te maken ; niet alle technisch mogelijke wind- of zonneprojecten automatisch kunnen worden aangesloten ; projecten mogelijk moeten wachten op uitbreiding van stations of nieuwe netverbindingen. ,
,
Dit betekent concreet dat: • de volgorde en timing van projecten bepalend zijn voor aansluitbaarheid ; • concentratie van projecten op één station leidt tot extra druk ; • keuzes over locatie en fasering nadrukkelijk moeten worden afgestemd met netbeheerder Stedin en TenneT. Netcongestie heeft daarmee direct invloed op de haalbaarheid planning en omvang binnen de RES-opgave. ,
7. Risico’s bij het wel maken
van
projecten
keuzes Ook het maken van keuzes kent risico’s: • Procedures kunnen stranden door bezwaar- en beroepsprocedures. • Initiatiefnemers kunnen afhaken bij onvoldoende financiële haalbaarheid. De businesscase kan onder druk staan door hogere netkosten of aanvullende eisen. • • Netcongestie kan leiden tot vertraging of beperking van aansluitmogelijkheden. • In sommige gevallen kan energieopslag noodzakelijk worden om aansluiting mogelijk te maken wat extra kosten en complexiteit met zich meebrengt. van
,
Grondeigenaar posities.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
40
Daarnaast
grondeigenaarsposities een algemeen en wezenlijk risico: zonder expliciete bereidheid eigenaren om grond beschikbaar te stellen kunnen zelfs ruimtelijk en technisch kansrijke locaties niet of slechts in sterk afgeslankte vorm worden gerealiseerd waardoor de haalbaarheid van de regionale windopgave als geheel onder druk komt te staan. vormen van
,
8. Vervolgproces Voor het vervolgproces zijn nog verschillende besluiten van gemeenteraden noodzakelijk. Ook zijn een aantal andere aspecten niet meegenomen in dit proces. Medewerking van grondeigenaren ,
participatieprocessen en interesse van initiatiefnemers zijn een aantal voorbeelden die een risico vormen voor het vervolgproces.
Aanbevelingen
6
voor
besluitvorming
Het overdrachtsdocument tracht nieuwe raden in staat te stellen haar afwegingen voor opvang van planuitval transparant te maken met meer inzicht in de consequenties van elke keuzerichting. Voor ,
zorgvuldige bestuurlijke afweging is het essentieel dat ook communicatie en participatie expliciet in beeld zijn. Raadsleden moeten kunnen zien wat al is gedaan welke gezamenlijke en lokale verantwoordelijkheden er zijn en welke stappen nog volgen. In dit kader zijn drie momenten van belang: een
,
•
• •
In december 2023 is een inwonersraadpleging uitgevoerd in het kader van het provinciale planMER‑proces. De uitkomsten daarvan bieden naast technische ook maatschappelijke
inzichten en kunnen raadsleden helpen bij het wegen van de scenario’s en het nemen van een besluit. In november 2025 heeft een gesprek met regionale stakeholders plaatsgevonden over hun aandachtspunten voor wind‑ en zonne‑energie op land. Voor de komende jaren geldt dat participatie met inwoners en lokale belangengroepen verder vorm moet krijgen. Gemeenten vinden het belangrijk dat iedereen die dat wil kan meepraten. In lopende projecten worden inwoners lokale coöperaties en georganiseerde groepen al betrokken via inspraakavonden en gesprekken ; voor toekomstige projecten en verkenningen wordt het participatieproces te zijner tijd door gemeenten en/of de provincie voorbereid. ,
,
Bijlage I aantallen windturbines
en
opwekpotentie
TABEL 27 AANTALLEN REALISEERBARE WINDTURBINES PER ZOEKGEBIED (81 , 84 EN 89 ZIJN AFGEVALLEN REKENING HOUDEND MET ENKELVOUDIGE BELEMMERINGEN , DOORGEREKEND VOOR DE NORMEN 45 DB , 2X TIPHOOGTE EN 47 DB , MET EEN TIPHOOGTE VAN 200 M EN 241 M.
ZOEKGEBIED 75 77 82 83 85 86 87 88 90
45 DB , 200M 2 5 4 0 0 1 1 2 2
45 DB , 241M 0 4 3 0 0 1 1 1 0
2X TIP , 200M 5 6 10 2 1 2 2 5 4
2X TIP , 241M 1 4 4 0 0 1 1 2 2
47 DB , 200M 8 7 11 3 2 3 2 5 4
47 DB , 241M 5 5 8 2 1 2 1 4 2
27Bosch & van Rijn , Opwekpotentie RES Amersfoort d. d. 27 februari 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
41
91 92 93 94 95
0 2 3 1 0 23
Totaal
0 1 2 0 0 13
2 4 4 4 2 53
0 2 3 1 1 22
2 8 5 6 4 70
1 4 4 3 2 44
TABEL AANTALLEN REALISEERBARE WINDTURBINES PER ZOEKGEBIED (81 , 84 EN 89 ZIJN AFGEVALLEN) ZONDER REKENING TE HOUDEN MET ENKELVOUDIGE BELEMMERINGEN , DOORGEREKEND VOOR DE NORMEN 45 DB , 2X TIPHOOGTE EN 47 DB AFSTANDSNORM , MET EEN TIPHOOGTE VAN 200 M EN 241 M. 28
ZOEKGEBIED 75 77 82 83 85 86 87 88 90 91 92 93 94 95
Totaal
45 DB , 200M 3 5 8 1 0 3 1 4 2 2 4 3 3 2 38
45 DB , 241M 1 4 5 0 0 2 0 3 0 1 2 2 3 2 25
2X TIP , 200M 8 6 12 3 2 4 2 6 4 3 8 4 5 4 71
2X TIP , 241M 3 4 6 1 0 3 1 4 2 2 4 3 3 2 38
47 DB , 200M 9 9 14 3 3 4 2 7 4 4 10 6 8 4 87
47 DB , 241M 6 5 12 2 2 4 2 4 3 3 6 5 5 3 62
TABEL BEREKENDE OPWEK (GWH/JAAR) PER ZOEKGEBIED (81 , 84 EN 89 ZIJN AFGEVALLEN) MET BEPERKING ENKELVOUDIGE BELEMMERINGEN , BEHOREND BIJ DE SCENARIO’S 45 DB , 2X TIPHOOGTE EN 47 DB AFSTANDSNORM MET EEN TIPHOOGTE VAN 200 M EN 241 M. 29
ZOEKGEBIED
45 DB , 200M
45 DB , 241M
2X TIP , 241M 20 80 80 0 0 20 20
47 DB , 200M
47 DB , 241M
GEMEENTE
0 80 60 0 0 20 20
2X TIP , 200M 63 75 125 25 13 25 25
75 77 82 83 85 86 87
25 63 50 0 0 13 13
100 88 138 38 25 38 25
100 100 160 40 20 40 20
Eemnes/Baarn Eemnes Soest Soest
88 90 91
25 25 0
20 0 0
63 50 25
40 40 0
63 50 25
80 40 20
Amersfoort Bunschoten Woudenberg/Utrechtse Heuvelrug Leusden Leusden Woudenbergse deel Utrechtse Heuvelrug
28Bosch & van Rijn , Opwekpotentie RES Amersfoort d. d. 27 februari 2026 29Bosch & van Rijn , Opwekpotentie RES Amersfoort d. d. 27 februari 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
42
92 93 94 95
Totaal
25 38 13 0 290
20 40 0 0 260
50 50 50 25 664
40 60 20 20 420
100 63 75 50 878
80 80 60 40 860
GWh/j
GWh/j
GWh/j
GWh/j
GWh/j
GWh/j
Woudenberg/Leusden Leusden Leusden Woudenberg
TABEL BEREKENDE OPWEK (GWH/JAAR) PER ZOEKGEBIED (81 , 84 EN 89 ZIJN AFGEVALLEN) ZONDER REKENING TE HOUDEN MET ENKELVOUDIGE BELEMMERINGEN , BEHOREND BIJ DE SCENARIO’S 45 DB , 2X TIPHOOGTE EN 47 DB AFSTANDSNORM MET EEN TIPHOOGTE VAN 200 M EN 241 M. 30
ZOEKGEBIED
45 DB , 200M
45 DB , 241M
75 77 82 83 85 86 87
38 63 100 13 0 38 13
88 90 91 92 93 94 95
Totaal
2X TIP , 241M 60 80 120 20 0 60 20
47 DB , 200M
47 DB , 241M
GEMEENTE
20 80 100 0 0 40 0
2X TIP , 200M 100 75 150 38 25 50 25
113 113 175 38 38 50 25
120 100 240 40 40 80 40
Eemnes/Baarn Eemnes Soest Soest
50 25 25
60 0 20
75 50 38
80 40 40
88 50 50
80 60 60
50 38 38 25 516
40 40 60 40 500
100 50 63 50 889
80 60 60 40 760
125 75 100 50 1. 090
120 100 100 60 1. 140
GWh/j
GWh/j
GWh/j
GWh/j
GWh/j
GWh/j
Amersfoort Bunschoten Woudenberg/Utrechtse Heuvelrug Leusden Leusden Woudenbergse deel Utrechtse Heuvelrug Woudenberg/Leusden Leusden Leusden Woudenberg
Bijlage II RES-bod Amersfoort Overzicht projecten RES Regio Amersfoort Onderstaande tabel is een weergave van projectlocaties voor wind- en zonne-energie waarop 31 De genoemde opwekcapaciteit is indicatief en kan gemeenten binnen RES Regio Amersfoort inzetten. als gevolg van toenemend inzicht veranderen. Ook de ruimtelijke haalbaarheid is zeker voor projecten in een verkennende fase nog niet zeker en wordt nader onderzocht. Ook hier kunnen nieuwe inzichten leiden tot aanpassing. ,
,
30Bosch & van Rijn , Opwekpotentie RES Amersfoort d. d. 27 februari 2026 31Zie de gezamenlijke regionale brief van 24 april 2024 en betreft het toenmalige RES-bod van regio Amersfoort als reactie aan de provincie.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
43
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
44
Bijlage III aansluitmogelijkheden wind
op
land
TABEL AANSLUITMOGELIJKHEDEN WIND OP LAND TOT 2030 OP BASIS VAN DE POTENTIEEL KANSRIJKEGEBIEDEN 32
GEBIED
MW (AANSLUITVERMOGEN)
AANTAL TURBINES
75
135 ,
3
77
135 ,
3
82
180
4
83
90 ,
2
85
45 ,
1
86
90 ,
2
87
45
1
88
180
MEEST LOGISCHE AANSLUIT PUNT Soest 1 21
AFSTAND HEMELSBREED (KM)
GEMEENTE
55
Eemnes/Baarn
8
Eemnes
,
kV Soest 1 21
kV ,
Soest 2 50
15
Soest
4
Soest
4
Amersfoort
,
kV Soest 1 21
kV
,
,
4
90
95 ,
2
91
90
2
92
135
3
94
90 ,
2
95
90
2
Totaal
153
,
,
,
Soest 1 21
kV Bunschoten 10 kV Leusden 2 10 kV Soest 2 50
kV Leusden 2 10 kV Leusden 2 10 kV Soest 2 50
kV Leusden 2 10 kV Leusden 2 10 kV
25
Bunschoten
7
Woudenberg/Utrechtse Heuvelrug Leusden
,
9 25
Leusden
85 10
Woudenbergse deel Utrechtse Heuvelrug Woudenberg/Leusden
35
Leusden
10
Woudenberg
,
,
,
32Stedin - Netimpactanalyse nieuwe zon en windgebieden - RES Amersfoort 2026 feb 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
45
TABEL DOORKIJK VAN DE AANSLUITMOGELIJKHEDEN WIND OP LAND IN 2035 OP BASIS VAN DE POTENTIEEL KANSRIJKE GEBIEDEN 33
GEBIED
MW
AANTAL TURBINES
75 77 82 83 85
135 135 180 90 45 ,
3 3 4 2 1
86
90 ,
2
87
45
1
Doorn 1 10 kV
55
88 90 91
180 90 90
4 2 2
Soest 2 50 kV Leusden 2 10 kV Doorn 2 10 kV
9 25 7
92
135
3
10
94 95
90 90
2 2
Veenendaal 1 21 kV Leusden 2 10 kV Veenendaal 1 21 kV
Woudenberg/Utrechtse Heuvelrug Leusden Leusden Woudenbergse deel Utrechtse Heuvelrug Woudenberg/Leusden
35 6
Leusden Woudenberg
Totaal
153
,
, ,
,
,
,
, ,
,
, ,
MEEST LOGISCHE AANSLUIT PUNT Soest 1 21 kV Soest 1 21 kV Soest 2 50 kV Soest 1 21 kV
Amersfoort Noord 21 kV Amersfoort Noord 21 kV
AFSTAND HEMELSBREED (KM)
GEMEENTE
55 8 15 4 4
Eemnes/Baarn Eemnes Soest Soest
1
Bunschoten
,
,
,
,
,
Amersfoort
Bovenstaande tabellen volgen uit de Netimpactanalyse Stedin voor RES Amersfoort 2026 in opdracht van Bureau Regio Amersfoort voor RES Regio Amersfoort.
33 Stedin - Netimpactanalyse nieuwe zon en windgebieden - RES Amersfoort 2026 feb 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
46
Bijlage IIII : Regionaal stakeholdergesprek november 2025
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
47