01c. vragen SP UH over entreeheffing.pdf
Tekst van het document
• VRAAG 15 Vraag 15) In hoeverre mag een exploitant opeens geld gaan vragen voor toegang als het gebied al jaren en jaren gratis toegankelijk gesteld is. In hoeverre is er geen sprake van verjaring van overpad (erfdienstbaarheid)? (klopt dit en mag dat zomaar, wie had hier eventueel moeten ingrijpen?). • Reactie Provincie Met betrekking tot de vragen 14 en 15 constateren wij dat de samenwerkingsovereenkomst tot doel heeft om te komen tot een financieel gezond recreatieterrein. Hierin past het zoeken naar een rendabele exploitatie van het recreatieterrein zodat het voor recreatie behouden blijft. Door het vertrek van de overheid waardoor het terrein naar de markt is gebracht is, is het verblijf op het terrein duurder geworden voor recreant (heffing entree). Dat gegeven is correct. • Reactie Gemeente Utrechtse Heuvelrug: Dat de toegangsheffing is ingevoerd is het gevolg van de keuze van de exploitant om op deze manier inkomsten te verkrijgen voor de exploitatie. Zie ook 14.
• Reactie Gemeente Woudenberg: Geen • Reactie van de SP Utrechtse Heuvelrug: Even de basis, een weg is openbaar: • wanneer hij, na het tijdstip van dertig jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest; • wanneer hij, na het tijdstip van tien jaren vóór het in werking treden van deze wet, gedurende tien achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest en tevens gedurende dien tijd is onderhouden door het Rijk, eene provincie, eene gemeente of een waterschap; • wanneer de rechthebbende daaraan de bestemming van openbaren weg heeft gegeven. Een weg heeft opgehouden openbaar te zijn: • wanneer hij gedurende dertig achtereenvolgende jaren niet voor een ieder toegankelijk is geweest; • wanneer hij door het bevoegd gezag aan het openbaar verkeer is onttrokken. De Website van de VNG heeft aanvullende informatie over openbare wegen; Vaak zijn gronden met een openbare bestemming eigendom van de gemeente, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Ook particulieren kunnen eigenaar zijn van gronden of andere zaken met een openbare bestemming, zoals een weg of een sloot. Het openbare karakter van deze zaken stelt beperkingen aan de bevoegdheden die de eigenaar over die zaak kan uitoefenen. Deze beperkingen gelden zowel voor de gemeente als eigenaar als voor de particuliere eigenaar.
Zo moet de eigenaar van een openbare zaak het gebruik overeenkomstig de bestemming dulden. Dit geldt in het bijzonder voor openbare wegen in de zin van de Wegenwet (artikel 4). Op grond van artikel 14 van de Wegenwet moet de rechthebbende op een weg alle
verkeer op deze weg dulden. Dat geldt dus voor zowel de gemeente als de particuliere eigenaar. Een openbare weg kan dus ook niet zomaar door de eigenaar worden afgesloten. Een tijdelijke afsluiting is wel mogelijk (via een verkeersmaatregel of verkeersbesluit), maar voor het permanent afsluiten en het daarmee onttrekken aan de openbaarheid is een besluit van de gemeenteraad nodig (artikel 7 jo. Artikel 9 Wegenwet). De gemeenteraad kan deze bevoegdheid desgewenst delegeren aan het college. In de wegenwet wordt aangegeven wat onder openbare wegen word verstaan: • •
voetpaden, rijwielpaden, jaagpaden, dreven, molenwegen, kerkwegen en andere verkeersbanen voor beperkt gebruik; bruggen.
Een weg is voor een ieder toegankelijk indien er sprake is van vrije toegankelijkheid van de weg. Van vrije toegankelijkheid is sprake indien de eigenaar van de grond waarop de weg is gelegen het gebruik van de weg door het publiek heeft toegelaten. Dit is bijvoorbeeld niet het geval wanneer de eigenaar de weg feitelijk afsluit met een hek. De weg is niet openbaar als deze beperking is aangebracht door afsluiting en door borden met opschriften met als ‘eigen weg’ of ‘verboden toegang’. Deze borden zijn nooit aanwezig geweest rondom het Henschotermeer. We kunnen onomstotelijk stellen dat er sprake is van vrije toegankelijkheid voor in ieder geval wandelaars en fietsers. Nu is er een boeiende vraag of deze vrije toegankelijkheid ook geld voor automobilisten. Aan het begin van de weg naar het Henschotermeer staat reeds jarenlang een slagboom, waardoor auto's alleen tegen betaling kunnen doorrijden naar de parkeerplaatsen aan deze weg. Bepalend voor de vraag of het parkeerterrein een voor het openbaar verkeer openstaande weg is, is of het terrein ten tijde van de gedraging feitelijk voor het openbaar verkeer open stond. Daarvoor zijn de verdere feitelijke omstandigheden van belang. Borden “verboden toegang” of “eigen weg” ontbreken. Een parkeerkaart kan worden gekocht bij de ingang.
De slagboom is geplaatst om parkeergeld te heffen en niet om bepaalde weggebruikers de toegang te ontzeggen. Een parkeerplaats hoort dus onomstotelijk tot de openbare weg. De wegen/paden bij het Henschotermeer zijn meer dan 30 jaar voor ieder toegankelijk geweest en zijn meer dan 10 jaar door het Rijk onderhouden. Als aan 1 van deze voorwaarden is voldaan is een weg een openbare weg. Het Henschotermeer voldoet aan de belangrijkste 2 eisen om een weg openbaar te noemen Zoals uit bovenstaande blijkt, voldoen alle paden bij het Henschotermeer volledig aan alle eisen die de wet aan openbare wegen stelt. Zoals te lezen is in de wegenwet is de bestemming van een openbare weg niet van belang, dus ook niet dat een openbare weg, een bepaalde behoefte vervult ten behoeve van de afwikkeling van het openbare verkeer. Ook of er van een openbare weg veel of weinig gebruik gemaakt wordt is niet aan de orde. Factoren of een openbare weg naar een restaurant gaat of iets dergelijks, of dat een openbare weg gebruikt wordt voor wandelen of hardlopen (recreatief gebruik) is niet aan de orde en in ieder geval niet terug te vinden in de Wegenwet. Tevens is de opmerking dat een weg alleen tussen zonsopgang en zonsondergang te betreden is niet van belang of een weg openbaar is of niet.
Op dia 18 van het ontwikkelkader Henschotermeer staat bij het eerste punt: “De herontwikkeling van het Henschotermeer wordt verwacht bij te dragen aan de ontwikkeling van een toeristische poort. Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkeling van bv. Mountainbikeroutes/paardrijden etc, af te stemmen met het Landgoed DTH. Het gebied is reeds aangesloten op het voet- en fietspadennetwerk in de omgeving. Mogelijk kan dit verder worden opgewaardeerd in combinatie met plannen van de nieuwe exploitant van het Henschotermeer.” Dit stukje geeft aan dat het gebied bij het Henschotermeer reeds is aangesloten op het voet- en fietspadennetwerk in de omgeving. Met deze uitspraak geeft het college aan dat de paden een duidelijke functie vervullen voor het afwikkelen van het openbare verkeer. De bestemming van het gebied bij het Henschotermeer is recreatie. De wegen en paden vervullen dus een prachtige rol bij hun bestemming, namelijk recreëren. Een weg is voor een ieder toegankelijk indien er sprake is van vrije toegankelijkheid van de weg. Van vrije toegankelijkheid is sprake indien de eigenaar van de grond waarop de weg is gelegen het gebruik van de weg door het publiek heeft toegelaten. De paden/wegen bij het Henschotermeer hebben in onze ogen de bestemming van openbare weg is en is voor iedereen toegankelijk geweest en is het op zich nog steeds (maar dan tegen betaling).
In 2019 hebben wij navraag gedaan via de website van de overheid of de paden bij het Henschotermeer openbare wegen zijn aangezien ze meer dan 30 jaar vrij toegankelijk geweest zijn en de paden meer dan 10 jaar door het Rijk zijn onderhouden aangelegd etc zijn. De reactie van de overheid was bevestigend dat het dus openbare wegen zijn. Natuurlijk zijn we op zoek gegaan of dit op ander manieren ook onderbouwt kan worden. Tijdens deze zoektocht kwamen we op de volgende site van de overheid uit die heel duidelijk is in dit verhaal. https://www.helpdeskbouwregels.nl/vraag/19. Hier staat: “Wegen Uit de definitie van “wegen” uit de Wegenverkeersweg 1994 ("alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten") valt af te leiden dat sprake moet zijn van voor openbaar verkeer openstaande wegen of paden. Een stoep of parkeerplaats direct naast de weg gelegen behoort ook tot de weg. Brandgangen, achterpaden en zijpaden worden in de definitie van openbaar toegankelijk gebied specifiek uitgezonderd: ‘met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaamverkeer’.
Dus paden voor voetgangers en fietser die alleen de percelen ontsluiten en dus niet ook voor doorgaand voet of fietsverkeer worden gebruikt zijn geen openbaar toegankelijk gebied. Op het moment dat er over een brandgang of achterpad ook gemotoriseerde voertuigen mogen rijden is er wel sprake van openbaar toegankelijk gebied.
Indien u twijfelt of het pad langs uw erf gezien dient te worden als openbaar toegankelijk gebied, dan adviseren wij u contact op te nemen met uw gemeente.” Zoals men kan voorstellen was er voor het plaatsen van het hekwerk rondom het Henschotermeer geen hek. Het Henschotermeer was gewoon een onderdeel van het Nationaalpark de Utrechtse Heuvelrug. Het Henschotermeer was te bereiken via diverse toegangswegen, (het waren er in ieder geval meer dan 10). Deze paden komen niet uit de lucht vallen en zijn dus aangesloten op andere doorgaande paden in het Nationaal park de Utrechtse Heuvelrug. De opmerking dat paden voor voetgangers en fietser die alleen de percelen ontsluiten en dus niet ook voor doorgaand voet of fietsverkeer worden gebruikt zijn geen openbaar toegankelijk gebied, houd geen stand in het verhaal bij het Henschotermeer. Dit in combinatie met de opmerking “De herontwikkeling van het Henschotermeer wordt verwacht bij te dragen aan de ontwikkeling van een toeristische poort. Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkeling van bv. Mountainbikeroutes/paardrijden etc, af te stemmen met het Landgoed DTH. Het gebied is reeds aangesloten op het voet- en fietspadennetwerk in de omgeving.
Mogelijk kan dit verder worden opgewaardeerd in combinatie met plannen van de nieuwe exploitant van het Henschotermeer.” Wij kunnen dan ook geen andere conclusie trekken dan dat de wegen bij het Henschotermeer openbaren wegen zijn. Als SP - Utrechtse Heuvelrug hebben we overigens wel enige twijfel over of er überhaupt een antwoord komt en over de kwaliteit van het antwoord, bij contact opnemen met de gemeente, maar dat zal geen verbazing oproepen bij de Provincie Utrecht, de Gemeente Woudenberg en de Gemeente Utrechtse Heuvelrug. Meestal is het gebruik van de openbare ruimte/weg (of publieke ruimte/weg) gratis. Soms moet een gebruiksvergoeding betaald worden om van de openbare ruimte gebruik te mogen maken, bijvoorbeeld voor het parkeren of het exploiteren van een kiosk. Dit roept de vraag op wanneer de overheid als eigenaar van de openbare ruimte een gebruiksvergoeding mag vragen voor het gebruik van die openbare ruimte. Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet onderscheid gemaakt worden tussen ‘gewoon’ en ‘bijzonder’ gebruik van zaken met een openbare bestemming. Gebruik overeenkomstig de openbare bestemming wordt gezien als gewoon gebruik of normaal gebruik.
Normaal gebruik van de openbare ruimte is wat de meeste mensen dagelijks doen: lopen op de stoep, fietsen op het fietspad, met een auto rijden op de weg, varen in een boot, spelen in een speeltuin, ontspannen in het park. Hier is de openbare ruimte voor bedoeld en voor ingericht. Bijzonder gebruik van de openbare ruimte is wat afwijkt van het normale gebruik. Hierbij speelt met name de gebruiksduur een rol. Met een auto op de weg rijden is normaal gebruik, maar een auto parkeren langs de kant van de weg is bijzonder gebruik. Een boot die door het water vaart is normaal gebruik, maar een boot die aangemeerd ligt bij een steiger is bijzonder gebruik. Zo is ook bij de bloemenkraam op de stoep sprake van een bijzonder gebruik van de openbare ruimte. Door het bijzonder gebruik van de openbare ruimte wordt dit gedeelte eigenlijk onttrokken aan de openbare ruimte voor het normaal. Dit bijzondere gebruik hoeft de eigenaar van een openbare weg niet te dulden en mag door de eigenaar worden beperkt of aan voorwaarden worden verbonden. Het is namelijk geen gebruik overeenkomstig de bestemming. Daarnaast kan gekeken worden bij een gebruiksvergoeding naar of het een publiekrechtelijke weg is of een privaatrechtelijke weg. De publiekrechtelijke weg is als de overheid de
gebruiksvergoeding regelt via haar publiekrechtelijke bevoegdheden. De overheid kan belasting heffen en zo een vergoeding ontvangen voor het gebruik van de openbare ruimte. Een voorbeeld hiervan is de parkeerheffing die verschuldigd kan zijn om je auto langs de kant van de weg te parkeren. Of de marktkoopman die een heffing verschuldigd is om zijn marktkraam te mogen plaatsen in de openbare ruimte (precariobelasting). Ook het vragen van tol voor het gebruik van een specifieke weg of tunnel valt hieronder. De overheid kan via de publiekrechtelijk weg een gebruiksvergoeding vragen voor zowel het normaalgebruik als het bijzonder gebruik van de openbare ruimte. De privaatrechtelijke weg is als de overheid de gebruiksvergoeding regelt via haar privaatrechtelijke bevoegdheden. De overheid kan haar privaatrechtelijke bevoegdheden alleen inzetten om het bijzonder gebruik van de openbare ruimte te regelen (voor zover zij deze bevoegdheid heeft). Normaal gebruik van de openbare ruimte kan niet via de privaatrechtelijke weg geregeld worden. Voor bepaald gebruik van de openbare ruimte is een vergunning nodig. Er wordt wel gedacht dat entreeheffing voor het bezoeken van een evenement in strijd is met bepalingen van de Wegenwet over tolheffing.
Entreeheffing bij de toegang tot een evenement is toegestaan, omdat er wordt betaald voor het mogen bezoeken van het evenement en niet voor het gebruik en de toegang tot de openbare weg waarop het evenement plaatsvindt. De entreeheffing voor het mogen bezoeken van een evenement is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen bezoeker en organisator van dat evenement. Het betalen voor het parkeer terrein is normaal en volkomen volgens de verwachting, aangezien dat een van de inkomsten bronnen was voordat het Henschotermeer de markt op ging. Nu het toch gaat over de kosten van een bezoek aan het recreatiegebied van het Henschotermeer. De SP – Utrechtse Heuvelrug is van mening dat de kosten die gepaard gaan met een bezoek aan dit recreatiemeer aanzienlijk hoger zijn dan de kosten bij omliggende recreatiemeren. Een dagkaart parkeren bij het Henschotermeer is 7 euro of 10 euro. Tarief om als bezoeker het Henschotermeer te bezoeken is 3,25 euro. Dat is buitenproportioneel hoger dan de meren in de omgeving. BV als we kijken naar de dichtstbijzijnde meren namelijk Zeumeren en Gravenbol. Deze meren zijn ongeveer vergelijkbaar met het Henschotermeer. De parkeertarieven zijn daar de enige kosten voor recreatie. In beide gevallen is een dagkaart 3 euro.
Een veel groter meer met veel activiteiten zoals bijvoorbeeld het Rutbeek in Enschede vraag slechts 5 euro parkeer vergoeding per dag, daarnaast is het meer volledig gratis te bezoeken. Bij alle meren zijn fietsers gratis, dus ook het stallen van de fiets. Het lijkt ons dan ook niet meer dan logisch dat de SP – Utrechtse Heuvelrug enige twijfel heeft over de vraag of de kosten markconform zijn. We zijn blij dat de exploitant van het Henschotermeer er tot op heden voor gekozen heeft de fietsen gratis te laten stallen in de daarvoor bestemde ruimtes. Het geld vragen voor het parkeren van de fiets mag ongetwijfeld ook vanuit de wetgeving. Vanuit politiek oogpunt is het wel de vraag of dat een wenselijke ontwikkeling is. De SP – Utrechtse Heuvelrug is van mening dat het betalen voor de fiets een verkeerd signaal is voor wenselijk gedrag dat we de fiets pakken in plaats van de auto (voor het milieu/natuur). Daarnaast kan het een ontlasting zijn voor het verkeer in drukke periodes als er meer gebruik gemaakt wordt van de fiets. Het uitgangspunt van de overheden en het landgoed Den Treek – Henschotermeer is dat het Henschotermeer een grote aantrekkend kracht moet blijven voor toerisme en dat het voor iedereen toegankelijk moet zijn om er te kunnen recreëren (Doelen in het ontwikkelkader Henschotermeer).
Voor mensen met een kleinere beurs kan het nu een financiële drempel opleveren als mensen willen recreëren aan een natuurlijk
meer/water. Het spreken over marktwerking is op zich mogelijk aangezien er een bepaalde vorm van markt is namelijk een monopolie, echter dat is niet wat de voorstanders van marktwerking bedoelen met marktwerking. Het Henschotermeer heeft een monopolie positie op deze faciliteit en er is in de regio verder geen natuurlijk water waar gerecreëerd mag worden. (Bron oa: https://www.omgevingsweb.nl/vragen/wanneer-moet-je-betalen-voor-hetgebruik-van-de-openbare-ruimte/) Zoals we weten is het landgoed Den Treek Henschotermeer gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928. Het gebied van het Henschotermeer is een onderdeel van het Landgoed Den Treek Henschotermeer dat betekend dus ook dat het Henschotermeer valt onder de regels van de Natuurschoonwet 1928. Als we deze opmerking plaatsten is het vooral ook handig om enkele onderdelen van de voorwaarden te bekijken. (te vinden op de website van de rijksoverheid). Voorwaarden bij publieke openstelling Wilt u het landgoed laten aanmerken als een NSW-landgoed dat is opengesteld voor het publiek? Dan moet het landgoed aan de volgende voorwaarden voldoen: • •
• •
Wandelaars kunnen de wegen en paden vrij bewandelen. De wegen en paden mogen bestaan uit gemarkeerde groenstroken en randen van percelen waar u goed op kunt lopen. U mag hiervoor draadoverstapjes gebruiken. Het landgoed is meestal het hele jaar en elke dag open. Dit is van zonsopkomst tot zonsondergang. De openstelling is voor het publiek duidelijk te zien. Dit staat op borden die bij de wegen staan die toegang geven tot het landgoed.
Delen van het Landgoed (tijdelijk) afsluiten U hoeft niet het hele NSW-landgoed openbaar te maken voor het publiek. U kunt in sommige gevallen delen van het landgoed tijdelijk of voor altijd afsluiten voor het publiek. Dit kan voor: • • •
het beschermen van een gebied met hoge natuur- of cultuurhistorische waarden; het beschermen van de privésfeer. U kunt de directe omgeving van huizen of boerderijen afsluiten voor het publiek; de jacht. U mag uw landgoed ieder jaar maximaal 7 dagen voor het publiek afsluiten.
Het Henschotermeer valt dus buiten de gebieden die (tijdelijk) afgesloten kunnen worden en zijn dus opengesteld voor publiek. De volgende stap is wat de wet en regelgeving aangeeft over wat de mogelijkheden zijn voor het heffen van entree. (Volgende stukje komt van de webpagina https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/12/Rangschikking-als-landgoedVoorwaarden_1.pdf )
“Toegangsprijs De toegangskaarten verstrekt u gratis of tegen een geringe toegangsprijs. Onder een geringe toegangsprijs wordt verstaan een bedrag van ten hoogste € 0,50 per persoon per dag of € 2,50 per persoon per kalenderjaar. De toegangskaarten zijn verkrijgbaar via een internetadres, of op het landgoed, of in de directe omgeving, op tijden dat het landgoed open is. Door borden bij de toegangswegen naar het landgoed te plaatsen, ziet het publiek duidelijk waar de toegangskaarten te koop zijn. Zijn de toegangskaarten via een internetadres verkrijgbaar? Dan zijn deze toegangskaarten vrijwel direct na bestelling door een bezoeker op de mobiele telefoon zichtbaar.” De SP – Utrechtse Heuvelrug is zoals eerder aangegeven van mening dat de paden bij het Henschotermeer openbare wegen zijn, zodat het altijd vrij van entree moet zijn. Mochten er mensen zijn die onterecht daar twijfel over hebben dan is dus de maximale toegestane entree voor het betreden van het Henschotermeer 0,50 euro en 2,50 euro voor een jaarkaart. Allereerst zijn wij er sterk van overtuigd dat de paden bij het Henschotermeer openbare wegen zijn in het kader van de Wegenwet. Dit brengt met zich mee dat het uitgesloten is dat er geld gevraagd word voor het betreden van openbare wegen wat naar een exploitant gaat buiten een evenement om.
Mochten wij er naast zitten wat in onze ogen erg onwaarschijnlijk is dan is het tarief wat gevraagd wordt door de exploitant (3,25 per persoon) niet vallend binnen de wet en regelgeving van de Natuurschoonwet. Wat dit aangeeft is dat de exploitant van het Henschotermeer, buiten de wettelijke mogelijkheden handelt, voor het vragen van entree om toegang te verkrijgen tot het Henschotermeer. Het is uiterst zorgelijk dat dit wordt toegestaan door de overheden en dat het lijkt dat er niemand ingrijpt. Voor de volledigheid doe ik 2 verwijzingen van webpagina’s waar aangegeven wordt dat openstelling van wegen gevolgen heeft voor het zijn van een openbare weg. Mocht men er interesse in hebben. Het is een bevestiging van hetgeen boven beschreven is. * https://advocaatwegen.nl/openbaarheid-van-een-weg-op-een-opengesteldlandgoed/ * https://www.kienhuishoving.nl/nl/blogs/kan-een-weg-op-een-opengesteld-landgoedopenbaar-worden/ Met verbazing is er naar de uitspraak gekeken van de Raad van State over het openbaar zijn van de wegen bij het Henschotermeer. De motivatie van de Raad van State was: Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 15 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2241) is het doel van de Wegenwet het treffen van een regeling ten behoeve van het openbaar verkeer. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wegenwet (Kamerstukken II 1929/1930, nr. 99a, blz.
1) werd een afzonderlijke bepaling, waarbij tot uitdrukking komt wat tot de wegen geacht wordt te behoren, niet nodig en niet gewenst geacht omdat voornamelijk door de praktijk zelf wordt aangegeven wat tot weg gerekend moet worden te behoren. De Wegenwet heeft betrekking op verkeersbanen die een functie vervullen ten behoeve van het afwikkelen van het openbare verkeer en die derhalve naar hun aard of functie een grote, onbepaalde publieksgroep dienen, aldus de Afdeling in die uitspraak.
Onze motivatie ondermijnd dit verhaal ons ziens volledig. Met andere woorden we hebben een twijfel bij de uitspraak van de Raad van State wat openbare wegen betreft bij het Henschotermeer. Het gaat over het stuk: Zoals men kan voorstellen was er voor het plaatsen van het hekwerk rondom het Henschotermeer geen hek. Het Henschotermeer was gewoon een onderdeel van het Nationaalpark de Utrechtse Heuvelrug. Het Henschotermeer was te bereiken via diverse toegangswegen, (het waren er in ieder geval meer dan 10). Deze paden komen niet uit de lucht vallen en zijn dus aangesloten op andere doorgaande paden in het Nationaal park de Utrechtse Heuvelrug. De opmerking dat paden voor voetgangers en fietser die alleen de percelen ontsluiten en dus niet ook voor doorgaand voet of fietsverkeer worden gebruikt zijn geen openbaar toegankelijk gebied, houd geen stand in het verhaal bij het Henschotermeer. Dit in combinatie met de opmerking “De herontwikkeling van het Henschotermeer wordt verwacht bij te dragen aan de ontwikkeling van een toeristische poort. Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkeling van bv. Mountainbikeroutes/paardrijden etc, af te stemmen met het Landgoed DTH. Het gebied is reeds aangesloten op het voet- en fietspadennetwerk in de omgeving.
Mogelijk kan dit verder worden opgewaardeerd in combinatie met plannen van de nieuwe exploitant van het Henschotermeer.” Wij kunnen dan ook geen andere conclusie trekken dan dat de wegen bij het Henschotermeer openbaren wegen zijn. Het college van de Utrechtse Heuvelrug heeft het standpunt ingenomen dat de toegangspaden geen wegen in de zin van de Wegenwet zijn, zodat de afsluiting daarvan geen overtreding van artikel 2.10 van de APV inhoudt (artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug 2019). Als de toegangspaden wel als wegen in de zin van deze wet moeten worden aangemerkt, zijn ze volgens het college niet openbaar. De SP - Utrechtse Heuvelrug is van mening dat we een helder en duidelijk betoog hebben opgesteld waarbij duidelijk is dat de wegen bij het Henschotermeer vallen onder de openbare wegen, zoals gesteld in de Wegenwet. Voor de volledigheid willen we toch ook kijken naar artikel 2.10 van de APV aangezien bovenstaande opmerking daaruit voort lijkt et komen. De vraag is of er wel een relatie zit tussen de stelling van de gemeente Utrechtse Heuvelrug en het artikel 2.10. van de APV: Artikel 2:10 1a. Het is verboden, met inachtneming van het gestelde onder lid 1b, de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.
schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats belemmert of kan belemmeren, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de openbare plaats; of Allereerst: •
Het is verboden, met inachtneming van het gestelde onder lid 1b, de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
•
als dat gebruik. De bestemming van het gebied bij het Henschotermeer is recreatie. Daarnaast zijn het openbare wegen. Het doel van een openbare weg is het erover heen kunnen gaan. schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats belemmert of kan belemmeren, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de openbare plaats. Wij zien het plaatsen van het hek absoluut als belemmering voor de openbaarheid van het gebied. Daarnaast zijn we van mening dat het plaatsen van het hek schade toebrengt aan de daar liggende natuur. Tot en met het jaar 2019 heeft het Henschotermeer zich kunnen redden zonder entree en tot 2018 heeft het Henschotermeer het prima gedaan zonder hekwerk. De SP – Utrechtse heuvelrug is altijd van mening geweest dat de tekorten opgedaan bij de exploitatie van het Henschotermeer zouden moeten worden opgevangen door innovatief ondernemerschap. Het tekort bij het Henschotermeer was ongeveer 100.000 euro. Met een bezoekersaantal van tussen de 300.000 en 400.000.
Het tekort aan geld en de grote aantallen bezoekers in combinatie met goed ondernemerschap had dit probleem moeten oplossen (natuurlijk binnen de kaders van de Nederlandse wet- en Regelgeving, maar ook de lokale kaders zoasl bestemmingsplannen etc). Het kiezen voor de makkelijkste weg door een ondernemer, door entree te vragen en een hek te plaatsen (wat ver buiten kaders valt van de Nederlandse wet- en regelgeving, maar ook ver buiten de aangegeven kader van de lokale overheden zoals beschreven is de bestemmingsplannen etc) vindt de SP – Utrechtse Heuvelrug een gemiste kans door de exploitant en een uitermate onwenselijk situatie.
Bij deze nog een opmerking over de erfdienstbaarheid. De erfdienstbaarheid recht van overpad heeft doorgaans twee partijen een dienend erf en een heersend erf. Lastig is hier die indeling wel. De eigenaar is het dienende erf, maar wie is nu het heersende erf, De gemeenschap in ruime zin, Individuele burgers, aanwonenden ??? Dat kan een zeer uitvoerige beschouwing opleveren. Verkrijgende verjaring is dus het ontstaan van een heersend erf door verloop van tijd. Het kadaster bewijst niets. Een erfdienstbaarheid hoeft niet altijd te blijken uit geregistreerde akten. In Nederland geldt een passief kadaster. Dat wil zeggen dat het verkopen en/of verervingen hoeven niet uit het kadaster te blijken.
Conclusie: het is uitgesloten dat entree heffing is toegestaan volgens de Nederlandse wet- en regelgeving, door een particulier partij, bij het Henschotermeer om toegang te verkrijgen tot de daar liggende openbare wegen voor Normaal gebruik. Het per direct stoppen van entreeheffing bij het Henschotermeer lijkt dan ook de enige logische conclusie.
Aan de hand van dit betoog is de SP – Utrechtse Heuvelrug van mening dat de antwoorden van de 3 betrokken overheden te kort schieten wat kwaliteit van antwoord betreft. Deze constatering dat er geen entree geheven mag worden bij het Henschotermeer was al gedaan in de brief naar de gemeentes en provincie in december 2019. Bij deze constateer ik dus uitzonderlijk grote problemen bij de Provincie Utrecht en de Gemeenten Woudenberg en Utrechtse Heuvelrug. Blijkbaar handelen Gedeputeerde Staten en de beide B & W’s buiten de kaders van de Nederlandse Wet- en Regelgeving. Vervolgens is het nog zorgelijker dat de ambtenaren van de provincie en beide gemeentes blijkbaar de inhoud van de wet- en regelgeving niet goed hebben kunnen overbrengen aan de Gedeputeerde Staten en de beide B & W’s. Wat mogelijk nog slechter is dat de ambtenaren de inhoud van de Wet- en Regelgeving niet kennen (maar dat lijkt me uitgesloten). Indien dit al ontzettend mis gaat hebben we gelukkig de controlerende functie van de Gedeputeerde Staten Leden en de Raadsleden. Er kan geen andere conclusie getrokken worden dat dat het hier ontzettend mis gaat. Alsof dit niet erg genoeg is lijkt het er op dat deze 3 overheden er alles aan gedaan hebben voor het faciliteren van een onwettige manier van een exploitant voor het toe-eigenen van geld van burgers voor het betreden van openbare wegen.
Dit alles in het voordeel van een exploitant, met als doel het ondersteunen van het mogelijk maken van een winstgevende businesscase. Het zorgen maken over een winstgevende businesscase is tevens geen kerntaak van de overheid en zorg dragen voor het uitvoeren van de Wet en regelgeving wel. Dit handelen pakt tevens uiterst negatief uit voor de belangen van de burgers en de natuur, die wel vertegenwoordigd zou moeten worden door de overheid.
Aanbevelingen: •
De SP – Utrechtse Heuvelrug wil een schriftelijk antwoord/reactie op bovenstaand betoog van: o De provincie Utrecht o De gemeente Utrechtse Heuvelrug o De gemeente Woudenberg Dit antwoord willen we hebben op een manier die valt binnen de Nederlandse wet- en regelgeving. Aangezien de ervaring leert dat dit een heel lastig punt is voor de 3 overheden: o Ontvangst bevestiging o Zichtbaar in de ontvangen documenten o Tijdig een afhandelingsbericht o Een schriftelijk antwoord van voldoende kwaliteit o Niet zelf kiezen, zonder te melden, dat de overheden er geen zin in hebben om te komen tot het beantwoorden van vraag
Bij deze nog eens het advies van het Ministerie van Binnenlandse zaken: Beantwoording van een dergelijk schrijven moet tot de normale bedrijfsvoering van de
gemeente gerekend worden. Het is een kwestie van behoorlijk bestuur dat gemeenten - redelijkerwijze - antwoord geven op door burgers gestelde vragen, ook waar het vragen van niet-inwoners betreft. •
Het onderwerp beschreven in dit stuk, is bij uitstek een onderwerp, dat besproken zou moeten worden in de vergaderingen van de provincie en de gemeentes. (Hoe het zo heeft kunnen lopen, hoe dit probleem opgelost dient te worden, hoe omgegaan wordt met mensen die slachtoffer geworden zijn van het onwettig betalen voor het betreden van het Henschotermeer etc etc etc.)