CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

01c. Bijlage 2 concept ambtelijk Afwegingskader zon en wind.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken4.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afwegingskader Zon en Wind toestemming provincie

Februari 2021 Gemeente Woudenberg

Inhoud

1

Inleiding.............................................................................................................................2

2

Technische/ economisch kader........................................................................................3

2.1. Waarom is een businesscase lastig in Woudenberg?.........................................................3 2.2. Wind vs Zon........................................................................................................................4 3

Algemeen beleidslijn ten aanzien van opwek...................................................................5

4

Uitgangspunten kleinschalige opwek................................................................................6

5 Uitgangspunten grootschalige opwek....................................................................................6 5.1.

Uitgangspunten zon en wind per landschapstype.........................................................7

5.2

Landschappelijke inpassing...........................................................................................8

5.3

Kleinschalig landschap, kampen landschap...................................................................9

5.4.

Het Open agrarisch gebied, stroken verkaveling........................................................10

5.4

landschapstype Bos.....................................................................................................10

5.5

Overige uitgangspunten.............................................................................................11

5.6

Inspanningsverplichtingen..........................................................................................11

6

Procedure.......................................................................................................................12

6.1

Vooroverleg.................................................................................................................12

6.2.

Rolverdeling................................................................................................................12

6.3

Overeenkomst.............................................................................................................12

6.4

Planologisch regime....................................................................................................13

6.5

Participatie eisen.........................................................................................................13

7

Kanttekening/ voorbehoud.............................................................................................13

8

Conclusie:........................................................................................................................14

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 1

1

Inleiding

Woudenberg wil en moet voldoen aan de afspraken uit het klimaatakkoord en daarvoor zal op termijn alleen nog duurzame energie gebruikt kunnen worden. Om dat te bereiken zal ook in Woudenberg duurzame energie opgewekt moeten worden en zijn in Woudenberg zonnepanelen op daken en velden nodig en windturbines. De gemeente Woudenberg wil ruimte geven aan duurzame initiatieven van inwoners en bedrijven, maar heeft ook te maken met praktische zaken en juridische kaders. De energiemix geeft voor Woudenberg aan dat om in 2050 zelfvoorzienend te zijn met zon en windenergie 14 windmolens (3MW) en 87 ha zonneveld nodig zijn.

Het afwegingskader geeft antwoord op de vraag onder welke voorwaarden welke vormen van duurzame opwek mogelijk zijn en onder welke voorwaarden dat dan gerealiseerd kunnen worden. Deze voorwaarden kunnen ruimtelijk, technisch of financieel zijn, maar gaan ook over wat Woudenberg toelaatbaar vindt en over in welke gebieden bepaalde vormen van opwek ongewenst zijn. Het Afwegingskader wordt gebruikt om aanvragen van ontwikkelaars te toetsen. In de uitwerking van de RES 1.0 is het van belang om de kaders en mogelijkheden binnen de gemeente Woudenberg, voor met name de onderdelen Zon en Wind, nader uit te werken. Aanvullend daaraan zijn bij de behandeling van de concept bod RES door de gemeenteraad twee moties aangenomen, aan deze moties wordt met dit concept afwegingskader uitvoering gegeven. Veel gemeenten in onze omgeving zijn gestart met participatieprocessen met de bevolking om te komen tot een uitnodigings- of afwegingskader, vanuit het startpunt dat grootschalige opwek economisch rendabel is. Gezien de complexe situatie van Woudenberg, veroorzaakt door de afstand tot middenspanningssstations start Woudenberg iets later en wordt niet gestart vanuit de zekerheid dat potentiele locaties ook financieel haalbaar zijn en dus tot stand zullen komen.

Het concept afwegingskader houdt (nog) geen rekening met voorkeurslocaties of locaties die minder gewenst zijn maar beschrijft de uitgangspunten die ongeacht de locatie van toepassing zijn bij een opweklocaties. Hierbij is aangesloten op de ruimtelijke/ inrichtingsuitgangspunten die recent in buurgemeenten (o.a. Utrechtse Heuvelrug) zijn vastgesteld, het landschap stopt immers niet bij de gemeentegrens Via een apart proces dat na zomer 2021 zal starten zal doormiddel van participatie inzicht verkregen worden over de maatschappelijke haalbaarheid van locaties en dus het ophalen van voorkeurslocaties. Dan zal ook een aanscherping/ aanpassing van dit afwegingskader plaatsvinden, waarna formele vaststelling aan de orde zal zijn. Het afwegingskader geeft inzicht in de huidige (beleids) situatie, de gewenste aanpassing en biedt een kader voor de afweging van grootschalige projecten, op het moment dat daar concrete verzoeken toe worden ingediend. Na de participatie zal bezien worden op welke wijze deze uitgangspunten juridisch geborgd worden.

2

Technische/ economisch kader

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 2

Binnen de huidige regelgeving in Woudenberg (bestemmingsplannen) is nog geen ruimte voor grootschalige opwek. Oorzaken daarvan zijn: - Bestemmingsplan Buitengebied 2010/2013 is vastgesteld in een periode dat het provinciaal beleid nog geen ruimte toestond voor grootschalige opwek. - Grootschalige opwek is binnen de bebouwde kom (m.u.v. zon op dak) praktisch/juridisch weinig kansrijk (afstanden tot woningen en weinig grote lege percelen). - Voor basis opwek, zon op dak, biedt de bestaande (landelijke) wetgeving voldoende basis. - Woudenberg was niet interessant voor projectontwikkelaars, elders sneller rendabele businesscase, daarmee geen urgentie voor eigen afwegingskader. Binnen het provinciaal beleid is inmiddels meer ruimte, op onderdelen kunnen wij dat direct toevoegen aan het gemeentelijke afwijkingenbeleid, andere onderdelen vragen eerst een lokaal afwegingskader.

2.1. Waarom is een businesscase lastig in Woudenberg? Landelijke wetgeving bepaalt dat de beheerders van de energieleidingen (in Woudenberg Stedin) binnen het eigen verzorgingsgebied een aansluitplicht hebben. Door de vormgeving van Woudenberg is de afstand tot het netwerk van Liander, aan de oostzijde soms korter. Maar voor een opweklocatie binnen Woudenberg (ongeacht de afstand) heeft Stedin een aansluitplicht, terwijl Liander keuzevrijheid heeft om een aansluiting wel of niet aan te nemen. Nog belangrijker is dat alle netwerken in Nederland vraaggericht zijn aangelegd, dus verdeelstations dicht bij de verbruiker. Woudenberg ligt als vanouds klein gebruiksgebied op afstand van de verschillende verdeelstations in de omgeving (Amersfoort, Leusden). Vergroting van de capaciteit van verdeelstations is eenvoudiger op de bestaande locaties. Het aanleggen van verdeelstations ten behoeve van de opwek, kost tijd, geld en vraagt een omslag in denken. Deze omslag komt op gang, maar er is nog geen zekerheid dat afstanden tot verdeelstations in de toekomst korter worden. De afstand van een opweklocatie tot het verdeelstation is medebepalend voor de economisch en maatschappelijke haalbaarheid van een opweklocaties. Immers de meters kabel van opweklocatie naar verdeelstation moeten aangelegd en betaald worden.

Op basis van ervaringsgegevens hanteert Stedin een vuistregel om globaal te bepalen vanaf welke afstand tot aan het verdeelstation het opgewekt vermogen rendabel is. Het zijn globale gegevens, die in detail van een opweklocaties natuurlijk anders kunnen uitvallen maar het geeft wel aan waarom Woudenberg als opweklocaties niet vooraan in de business case staat. Maar, op het moment dat de makkelijke plekken al gevuld zijn, wel in beeld kan komen. Middenspanningstation Tussenstation Richtafstand wind 5 km 10 km Richtafstand zon 3 km 5 km Geschikt voor zon Dak en 10-100 ha <100 mw veld 2-10 ha <10 mw Geschikt voor wind Tot 2x 5 mw Tot 20 x 5 mw Hoe groter de afstand hoe meer aansluitvermogen nodig is om de businesscase rendabel te krijgen. Slechts een klein deel van het grondgebied van Woudenberg ligt binnen deze richtafstanden vanuit de verdeelstations in Leusden, Soest, Driebergen, Doorn en Veenendaal en dan ook nog voornamelijk voor wind.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 3

2.2. Wind vs Zon Uit de enquête in de zomer van 2020 bleek de bevolking van Woudenberg een voorkeur te hebben voor zonnevelden boven het plaatsen van windmolens. Door het landschappelijke effect op grote afstand en het geluid wordt ook in de landelijke opinie windenergie negatiever beoordeeld dan zonne-energie. Een windmolen is immers van grote afstand te zien, of het nu om een hoge molen of om een

molen hoort). Door de verspreide ligging van woningen in het buitengebied van Woudenberg is het aantal locaties beperkt en zijn nadere afspraken en onderzoeken nodig om het aantal kansrijke plekken te vergroten. Ten behoeve van inspraak zal hier een uitdraai van de ETA of kansen kaart Provincie aan toegevoegd worden die zichtbaar maakt waar de “witte wind vlekken” binnen Woudenberg te vinden zijn.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 4

3

Algemeen beleidslijn ten aanzien van opwek

Van belang is waar mogelijk en in zo eenvoudig mogelijke vormen te komen tot opwek, maar ook van belang is het beperken van aantasting van landschap en leefomgeving. Om het buitengebied zo veel mogelijk te ontzien, kiezen we voor een getrapte, restrictieve aanpak voor het verlenen van medewerking aan grootschalige zonnevelden. Voor Wind is de bebouwde kom geen optie, gelet op de afstand tot woningen. Het realiseren van zonne-initiatieven op bestaand dakoppervlak heeft de grote voorkeur. Maar dit zal niet voldoende opwek kunnen realiseren om te voldoen aan de lokale energiebehoefte. Aanvullende zal dus ook op andere wijze opwek plaats moeten vinden. Wij kiezen dan ook voor zon (en wind) met “principes”. De “principes” zijn dan de kader die passen bij het gebied en haar bewoners. Binnen dit uitgangspunt past ruimte voor agrarische bedrijven om de bedrijfsvoering aan te vullen met energie opwek niet alleen voor eigen gebruik maar ook voor de markt. Dat heeft de voorkeur boven grootschalige opwek door bedrijven zonder binding met het gebied en uitsluitend voor de markt. Onder deel van is het ruimte bieden aan zogenoemde boerderijmolens, als integraal onderdeel van de totale bedrijfsvoering. Zonneparken en windturbines kunnen een grote claim leggen op gronden die ook geschikt zijn voor andere doeleinden.

Locaties met initiatieven waar meervoudig en/ of slim ruimtegebruik bij het zonnepark of windturbines is toegepast, vindt de gemeente Woudenberg daarom kansrijk. Onder meervoudig ruimtegebruik wordt het volgende verstaan: Een initiatiefnemer combineert actief 2 functies, waarbij meerdere doelen worden nagestreefd. De eerste functie is daarbij al bestaand. Voorbeelden hiervan zijn: zonnepanelen boven parkeerterreinen en zonnepanelen in combinatie met landbouw /veeteelt. Deze insteek is als volgt samen te vatten en is vergelijkbaar met de zonneladder; 1. Zon op daken a. Bestaande daken: optimaal benutten van het bestaande dakoppervlak, ofwel meer zonnepanelen plaatsen dan noodzakelijk voor alleen het eigen gebruik (grootschalige (bedrijfs-)zonnedaken). b. Nieuwbouwdaken: bij gemeentelijke grondexploitatie zon-op-dak verplichten, waarbij het totale dakoppervlak optimaal wordt benut (meer dan alleen voor eigen verbruik). (gevolgen moeten nog worden bezien, heeft invloed op netcapaciteit in nieuwbouwwijk en juridisch kader moet worden vastgesteld). 2. Stedelijke en industriële locaties a. Onbenutte bebouwde locaties b. Op hoofdinfrastructuren (wegbermen en geluidsschermen) en direct langs hoofdinfrastructuren (rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen). 3. Combineren op gevoelige locaties a.

Direct grenzend aan de bebouwde kom, ofwel langs dorpsranden, bijvoorbeeld gecombineerd met recreatie- en natuurfunctie. b. Op en direct grenzend aan recreatiegebieden. c. Direct grenzend aan bedrijventerreinen en windparken. 4.

Wind en Zonnevelden in het buitengebied

a. Binnen de nader te bepalen zoekgebieden

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 5

b. Gronden die onderdeel uitmaken van een ecologische verbindingszone of deel uit maken van het NNN zijn uitgesloten voor het plaatsen van grootschalige zonnevelden. Voor alle duidelijkheid: deze volgorde betekent niet dat de lagere treden actief worden ontmoedigd of pas later aan de beurt komen. Wel betekent het dat, hogere treden sneller en intensiever worden aangepakt. Realisatie in de lagere treden aan strengere randvoorwaarden moet voldoen. Bij overaanbod onder aan de ladder initiatieven binnen de hogere treden voorrang krijgen. De juiste wijze van juridische borging wordt nog onderzocht en uitgewerkt.

4

Uitgangspunten kleinschalige opwek

Ten behoeve van draagvlak is wenselijk dat de kleinschalige mogelijkheden laagdrempelig zijn en er zo min mogelijk belemmeringen zijn. Binnen de huidige (landelijke) regelgeving is zon op dak veelal vergunningsvrij. Ook zonnepanelen op de grond bij een woning zijn mogelijk binnen de bestaande wetgeving, zolang aan bepaalde bebouwingseisen voldaan wordt, het gaat dan om opwek voor eigen gebruik en dat de hoofdfunctie, tuin bij woning behouden blijft. Voor windmolens is er geen nu geen lokaal beleid, het is wenselijk om gelijk aan de regeling van de provincie Utrecht en de bestemmingsplannen van diverse buurgemeenten ruimte te voor lager “boerderijmolens”. De opbrengst van een boerderijmolen is beperkt, maar kan wel een aanvullende rol spelen in de eigen opwek van het bedrijf, naast zonnepanelen, omdat wind ook ’s nachts waait. Uitgangspunt is om tot het moment van herziening van het bestemmingsplan Buitengebied in een Omgevingsplan (deel buitengebied) de mogelijkheden van het provinciaal beleid op te nemen in het lokale afwijkingenbeleid. Daarna rechtstreeks in het omgevingsplan. Daarbij uitgaan van 25 meter hoog. Het regulier opnemen van de provinciale regeling heeft als voorkeur dat alle agrarische bedrijven, die aan de aanvullende eisen kunnen voldoen, niet belemmerd worden door lokale regelgeving.

Gezien het beleid van de gemeente Woudenberg op het gebied van duurzaamheid en ten aanzien van het agrarisch gebruik van het buitengebied is het niet passend om stringentere regels op te stellen of gebieden uit te sluiten.

5 Uitgangspunten grootschalige opwek Het inpassen van grootschalige opwek door zon of wind is een complexe afweging tussen ruimtelijke, technische, financiële en sociale factoren. Daarbij zoeken we de balans tussen enerzijds de bescherming van belangrijke kernwaarden (leefbaarheid, natuur, enz.) en anderzijds het creëren van voldoende ruimte voor initiatiefnemers om rendabele projecten te realiseren. Grootschalige vormen van duurzame energieopwekking zijn relatief nieuwe activiteiten die impact hebben op ons landschap. Cultuurhistorische waarden van het landschap kunnen hierdoor onder druk komen te staan of worden aangetast. Anderzijds kunnen op bepaalde plekken ook nieuwe waarden worden gecreëerd en nieuwe landschappen ontstaan. Windmolens zijn van grote afstand zichtbaar. De landschappelijke afweging en inpassing is daardoor windmolens van een andere orde dan bij zonneparken.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 6

Ruimtelijke inpassing (als onderdeel van ruimtelijke kwaliteit) is een basiskwaliteit. Een meerwaarde is een duidelijke plus ten opzichte van de basiskwaliteit en/of vergelijkbare ontwikkelingen. Het gaat hierbij om ruimtelijke, maatschappelijke en natuurdoelen. Voorbeelden hiervan zijn extra natuurmaatregelen, paden ten behoeve van recreatie buiten eigen plangebied. De energietransitie staat niet op zichzelf en zou onderdeel moeten zijn van de totale gebiedsopgaven. Misschien is het mogelijk om bepaalde opgaven te combineren met de realisatie van een zonnepark of windturbinepark (koppelkansen), zowel met nieuwe als bestaande opgave bijvoorbeeld zonnepanelen in combinatie met waterberging. Deze mogelijkheden zullen per gebied verschillen en op voorhand is geen lijstje beschikbaar met meer of minder gewenste koppelingen. Basis beschrijving is dan ook de koppelen aan de Woudenbergse eigenheid (van landschap en samenleving). Indien na beoordeling aan de ladder blijkt dat zon of wind in het landschap noodzakelijk is (dus of er geen alternatieven zijn) volgt de beoordeling of een locatie geschikt is voor de realisatie van een zonnepark; 1 Eerst wordt gekeken of er nog (landschappelijke) ruimte is in het betreffende deelgebied.

Wat deelgebieden zijn moet uit de participatie komen 2 Vervolgens wordt beoordeeld of de beoogde kavel geschikt is (aanwezigheid waardevolle landschapselementen en cultuurhistorisch waardevolle elementen). 3 Tenslotte wordt bekeken hoe het zonnepark landschappelijk ingepast kan worden. Vooral bij de laatste twee stappen is sprake van maatwerk. Deze kunnen alleen op basis van concrete initiatieven worden uitgevoerd. Dit afwegingskader vormt daarbij een belangrijke leidraad.

5.1. Uitgangspunten zon en wind per landschapstype De landschapsindeling zoals opgenomen in de RES-regio Amersfoort vormt de basis. De impact van zonneparken in het buitengebied van Woudenberg is niet overal hetzelfde. Het landschap van de (flanken) van de Heuvelrug, het gebied van de open strokenverkaveling en het meer besloten kampenlandschap vragen om een andere benadering. Vertrekpunt voor de Gelderse Vallei is het gevarieerd landschap, met houtwallen, laanbeplantingen en boselementen en de flanken van de Utrechtse Heuvelrug. De beplantingen hebben het effect van coulissen en zorgen voor omsloten ruimtes. Het gebied wordt dooraderd door vele beken. Landbouw is de belangrijkste drager van het gebied. Het is een landschap van ‘doeners’, met veel agrarische bedrijven. De gronden in de Gelderse Vallei kenmerken zich naast particulier agrarische eigendom, door het eigendom en de verpachting van de diverse landgoederen. Een aantal zones in de Gelderse Vallei valt als een soort stapstenen onder het Natuurnetwerk Nederland. Tevens maakt de zone aan de oostzijde van het Valleikanaal deel uit de historische Grebbelinie. Delen daarvan hebben ook nu nog een dubbelfunctie als waterbergingsgebied. De kamers van het kampenlandschap bieden dan ook meer ruimte en mogelijkheden dan het veel open landschap van de strokenverkaveling, om zonnevelden goed in te passen in het gebied.

Binnen het agrarisch gebied, waar terughoudend en zorgvuldig om gegaan moet worden met zonnevelden heeft het kampenlandschap dan ook de voorkeur boven het landschap met de stroken verkaveling.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 7

typen landschapselementen die daarvoor kunnen worden benut.

5.3 Kleinschalig landschap, kampen landschap Het gebied van het kampenlandschap biedt door historische verkaveling en omzoming met houtwallen veel natuurlijke mogelijkheden om met name zonnevelden in te passen in het landschap, het zal dan wel om kleinschalige velden gaan, “zon met principes” en niet de standaard industriële inrichting die elders in het land gangbaar is. Zon

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 8

-

Hoogte max. 1,5 meter, tenzij hoger vereist is voor combinatie met agrarisch gebruik of biodiversiteit. Oppervlakte aansluitend op kavelgrootte. Groter veld te realiseren door enkele naast elkaar gelegen kavels te gebruiken. De samenvoeging van meerdere kavels moet zo plaatsvinden dat die niet strijdig is met de beleefbare kleinschaligheid van het landschap. Zichtlijnen door het landschap en richting objecten moeten behouden blijven. Positie bij de bosrand of direct aan agrarisch bouwblok heeft voorkeur boven situering als los element(en) in de meer open delen. In geval van koppeling aan een bosrand, moeten de panelen zo geplaatst

5.4. Het Open agrarisch gebied, stroken verkaveling Dit gebied heeft gezien het open karakter en de kenmerkende overgang van Heuvelrug naar Vallei niet de voorkeur, mocht uitgaande van andere overweging een (rest) perceel in dit gebied overwogen worden dan gelden de volgende uitgangspunten: Zon -

Hoogte max. 1,5 meter, tenzij hoger vereist is voor combinatie met agrarisch gebruik of biodiversiteit.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 9

Wind -

Oppervlakte is afgeleide van het streven naar een optimum tussen spreiden en concentreren. Zichtlijnen door het landschap en richting objecten behouden. Geen vaste voorkeurspositie in het landschap (al dan niet direct bij bebouwing/ wegen). Dit is afhankelijk van type project. Vorm van veld in lijn met bestaande kavelstructuur, aandacht voor de aanwezige en beeldbepalende verhouding open en dicht. Geen rafelranden. Eventuele camouflage met gebiedseigen landschapselementen en behoud van openheid. Windmolens >100m zijn alleen toegestaan langs grootschalige infrastructuur die het landschap doorkruist. Boerderijmolens (tot 25 m) kunnen een plek krijgen in het open gebied mits gekoppeld aan een agrarisch bedrijf. Opstelling in logische lijnen of clusters, rekening houdend met bestaande zichtlijnen en behoud van rust en openheid. Boerderijmolens alleen in goede aansluiting op de bestaande bebouwing om verrommeling te voorkomen.

5.4 landschapstype Bos Zon Grondgebonden zonnepanelen in het bos alleen direct bij bestaande bebouwing. Dus de gebieden die al een functie hebben die afwijkt van de NNN. Daarbij gelden dan dezelfde uitgangspunten als voor zon in de andere landschapstypen. Wind -

5.5

Windmolens >100m zijn alleen toegestaan langs grootschalige infrastructuur die het landschap doorkruist. Molens <100 zijn niet toegestaan. Opstelling in logische lijnen of clusters, rekening houdend met bestaande zichtlijnen vanuit de omliggende landschapstypen. Voet mogelijk in camouflagekleuren.

Overige uitgangspunten

Het ontwerp dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. Minimaal 10% van het projectgebied (oppervlakte van het zonneveld) wordt in het ontwerp bestemd als blijvende natuur/ beplanting en/of agrarisch in gebruik. 2. Mogelijke combinaties met andere functies, bijvoorbeeld recreatief, natuur of agrarisch, worden onderzocht. Multifunctioneel gebruik heeft de voorkeur. 3. Het ontwerp moet zijn voorzien van een landschappelijk inpassingsplan met onderbouwing, waarbij de lokale landschapskarakteristiek als uitgangspunt wordt genomen. 4. Bestaande bomen mogen in principe niet worden verwijderd. Voor het landschappelijk inpassingsplan moeten onderstaande ontwerpprincipes worden gehanteerd: - Volg de hoofdrichting in het landschap; - Gebruik gebiedseigen landschapselementen en beplantingen;

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 10

-

-

Benut kansen om landschap en ecologische structuur te herstellen of te versterken; Gebruik de patronen, maat en schaal en structuur van de aanwezige verkaveling; Houd rekening met zichtlijnen in het landschap; Creëer passende overgangen naar de omgeving:  Bv. combineer hekwerk met landschappelijke beplanting; Zorg voor een rustig totaalbeeld:  Bv. zelfde richting zonnepanelen, 1 type zonnepaneel; De ondergrond van zonnevelden wordt niet verhard; Houd rekening met aanwezige natuur.  Bv. hoogte en vermazing hekwerk. specifiek bij wind een voorstel te doen van uitvoerbare maatregelen die mogelijke hinder/overlast van het windproject (door bv. slagschaduw, geluid of obstakelverlichting) wegnemen of beperken en dit af te stemmen met (direct) omwonenden en andere belanghebbenden; Verschillende opstellingsvarianten te onderzoeken en daarover ook een advies te vragen aan de commissie ruimtelijke kwaliteit.

5.6 Inspanningsverplichtingen De initiatiefnemer spant zich in om: In het ontwikkelgebied zo veel mogelijk duurzame energie op te wekken; De meest geluidarme windturbine te selecteren; Bij het opruimen van de windturbines en zonneveld na de vergunde periode zoveel mogelijk materialen en grondstoffen her te gebruiken of te recyclen.

6

Procedure

De gemeente hanteert bij initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking een procedure, waardoor onder meer communicatie met inwoners en nakoming van verplichtingen worden geborgd. Zowel voor de maatschappelijke als voor de landschappelijke inpassing worden van de initiatiefnemer inspanningen gevraagd om tot een aanvaardbaar resultaat te komen. De gemeente toetst of er voldaan wordt aan de basisinspanning, of het eventuele verlies aan landschappelijke en ecologische waarden voldoende wordt gecompenseerd en of er voldoende invulling wordt gegeven

6.1 Vooroverleg Voorafgaand aan de formele planologische procedure vindt overleg plaats tussen gemeente, initiatiefnemers en inwoners over de maatschappelijke en landschappelijke inpassing. De gemeente adviseert over het te voeren proces. De initiatiefnemer blijft te allen tijde zelf verantwoordelijk en risicodragend. Zo moeten Initiatiefnemers zelf tijdig overleg voeren en afstemmen met de netbeheerder over de aansluiting op het elektriciteitsnet en de daarvoor benodigde vergunningen aanvragen. Wanneer het vooroverleg voor alle partijen tot een aanvaardbaar resultaat leidt, zal de gemeente medewerking verlenen aan een planologische procedure. Mochten partijen niet tot overeenstemming komen, dan zal het college op basis van de uitgangspunten van deze visie en een zorgvuldige belangenafweging tot een gewogen besluit moeten komen. De initiatiefnemer dient hiertoe een principeverzoek in.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 11

6.2. Rolverdeling Voor het realiseren van lokaal draagvlak is een belangrijke stem weggelegd voor omwonenden. De gemeente zit met name om tafel voor het behartigen van het belang van de gemeente als geheel. In een dialoog tussen omwonenden, ontwikkelaar en gemeente worden de randvoorwaarden waarbinnen het initiatief kan ontwikkelen nader ingevuld.

6.3 Overeenkomst Voorafgaand aan de planologische procedure worden de afspraken vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst. Het gaat in ieder geval om de volgende aspecten: • een participatieplan, waarin de maatregelen voor de maatschappelijke inpassing zijn opgenomen (inclusief wijze van betrokkenheid inwoners en afspraken over financiële bijdrage aan maatschappelijke doelen); • een ontwerp, waarin de landschappelijke inpassing en de maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit zijn vertaald; • een beheerplan, waarin het beheer van het park tijdens de exploitatieperiode is beschreven met aandacht voor het aspect biodiversiteit; • de garantie dat het zonnepark/windpark na 25 jaar of na afloop van de levensduur weer wordt opgeruimd met bijbehorende afspraken over verwijderbaarheid, hergebruik van materialen etc. • Overige afspraken rond plankosten ea welke regulier onderdeel uit maken van anterieure overeenkomt bij bestemmingsplan of omgevingsplan.

6.4 Planologisch regime Zonneparken en Windmolens passen niet binnen de bestemmingsplanregels van de gemeente Woudenberg. In overleg met de initiatiefnemers kan worden gekozen voor een herziening van het bestemmingsplan of Omgevingsplan.

6.5 Participatie eisen Belangrijk is dat inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden meedenken over hoe we meer duurzame energie kunnen opwekken en dat burgers zelf initiatieven ontplooien. Projecten waarin inwoners meedoen hebben een grotere kans op succes. Bovendien lopen deze projecten vaak positiever en soepeler dan projecten waarbij geen lokale betrokkenheid is. Draagvlak en participatie maken daarom onderdeel uit van het afwegingskader. Het gaat onder andere om de mogelijkheid om inbreng te hebben en de effectiviteit ervan. Verschillende ideeën en perspectieven moeten daadwerkelijk een kans krijgen. De omgevingsdialoog staat centraal. Dit betekent niet dat er 100% overeenstemming moet zijn, maar keuzes zijn helder en gemotiveerd. Duidelijk is dat de minderheid is gehoord. Hier komen de minimale eisen (ondergrens) die binnen RES-regio worden geformuleerd, verder is het regulier participatiebeleid van de gemeente Woudenberg aan de orde. Ten aanzien van de doelstelling uit het klimaatakkoord en de RES regio Amersfoort is een inspanningsverplichting voor 50 % lokaal eigendom van toepassing. Ook deze wordt later uitgewerkt. 50% lokaal eigendom (inspanningsverplichting) In lijn met de afspraken in het Klimaatakkoord (2019) streven de initiatiefnemers er aantoonbaar naar het eigendom van een park voor minimaal 50% in handen te geven van de lokale omgeving.

Dit houdt in dat ernaar gestreefd wordt om minimaal 50% van het benodigde eigen vermogen op te halen bij de lokale omgeving. Het

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 12

eigendom van de wordt in dat geval gedeeld tussen de lokale omgeving (eventueel verenigd in een energiecoöperatie) en een professionele ontwikkelaar. Het is echter niet zo dat op het moment dat er geen lokaal draagvlak is om te investeren een plan uitgesloten wordt, het is een pre. Gebrek aan lokale inversteringsbelangstelling dient onderbouwd te worden. Van belang is ook om de lasten en opbrengsten zo goed mogelijk te verdelen, dus niet alleen de landeigenaar op wiens grond de opwek staat maar ook de buren die er last van hebben (of bij wie het niet meer kan door noodzakelijke afstand) moet kunnen profiteren.

7

Kanttekening/ voorbehoud

1.

Het afwegingskader is geen afvinklijstje met een zekere uitkomst. Het is geen garantie dat als alle voorwaarden wordt voldaan, het initiatief planologisch mogelijk is en doorgang kan vinden. Een initiatief moet altijd nog beoordeeld worden op een ‘goede ruimtelijke ordening’ (waaronder landschappelijke en functionele inpasbaarheid, ruimtelijke aanvaardbaarheid en een evenwichtige belangenafweging). In de planologische procedure moet een ruimtelijke onderbouwing c.q. ruimtelijke motivering opgesteld worden. In het afwegingskader staat niet altijd precies waar het initiatief aan moet voldoen. Wel is in het afwegingskader aangegeven welke aspecten en waarden we belangrijk vinden. Een belangrijk aspect is bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing. Het afwegingskader geeft niet exact aan op welke wijze hier invulling aan moet worden gegeven. Dit is ook afhankelijk van de specifieke situatie. Bij de concrete invulling van de aangegeven waarden speelt participatie ook een belangrijke rol. Ook als een initiatief aan alle voorwaarden van het afwegingskader voldoet is er geen garantie op een positief bestuurlijk (principe)besluit voor planologische medewerking. Het is wel aannemelijk, maar niet vanzelfsprekend. Een (‘afwijkend’) besluit zal wel goed gemotiveerd worden.

Voorbeeld is de omstandigheid dat effecten (dreigen) op te treden die niet zijn voorzien in de feitelijke situatie en/of onevenredig zijn of dat er nieuwe inzichten zijn ten aanzien van effecten op bijvoorbeeld milieu,

2.

3.

8

Conclusie:

Het afwegingskader is de eerste aanzet voor de beoordeling van kleinschalige en grootschalige initiatieven voor energie opwek. Voor kleinschalige opwek bieden de huidige wet- en regelgeving al veel basis en zijn geen aanvullende regels nodig. Binnen de bebouwde kom van Woudenberg zijn nauwelijks gebieden aan te wijzen die een rol kunnen spelen voor de grootschalige opwek, daarom daar geen aparte regels voor. Op het moment dat binnen de bebouwde kom een locatie beschikbaar is voor grootschalige opwek, die niet binnen de bestaande wet- en regelgeving (bestemmingsplan/omgevingsplan) zijn de uitgangspunten voor grootschalige opwek buiten de bebouwde kom het uitgangspunt. Daar waar binnen de bebouwde kom mogelijkheden zijn voor zon op dak, hanteren wij geen aanvullende eis dat het uitsluitend voor eigen behoefte moet zijn. Extra zonnepanelen dak leggen ten behoeve van de opwek is dus toegestaan. Voor zon op de grond, kleinschalig (dus voor eigen gebruik) wordt op basis van de landelijke mogelijkheden meegewerkt, zolang de grond wel de hoofdfunctie van de bestemming behouden, bv-tuin bij woning.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 13

Zodra sprake is van meer opwek dan voor eigen gebruik en of de gronden agrarische of natuur bestemming hebben zijn de afwegingen voor grootschalige opwek van toepassing. Voor het buitengebied wordt: In het afwijkingenbeleid een regeling opgenomen die aansluit bij die van het provinciaal beleid en waarmee het mogelijk wordt om boerderijmolens toe te staan. Wij overwegen een regeling om benutting van het onbebouwde deel van het agrarisch bouwvlak voor zonnevelden toe te staan, onder de voorwaarde dat dit geen aanleiding heeft voor de verdere vergroting van de bouwvlakken. Voor alle andere vormen van (grootschalige) opwek vormt het afwegingskader de basis afweging, dit kader kan ook dienen als uitnodigingskader. Voordat het kader vastgesteld wordt zal eerst consultatie van stakeholders en inwoners plaatsvinden. Dit alles wordt aangevuld / aangepast op basis van de uitkomsten van een participatie traject en daar aan gekoppelde bestuurlijke besluivorming.

Afwegingskader Zon en Wind Woudenberg 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1239/documents/28751