CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

01b. Bijlage 1 Analyse windmolens Woudenberg nav motie.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken2.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

20 Windenergie gemeente Woudenberg

Hans Pouw

Gemeente

25-2-2021

Inhoud Inleiding..................................................................................................................................................2 Welke ruimte kent bestemmingsplan bebouwde Kom en Buitengebied 2010/2013 voor dit type?......2 Conclusie............................................................................................................................................2 Welke ruimte biedt huidige provinciale ruimtelijke verordening?.........................................................2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (Herijking 2016)........................................................................2 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016)....................................................3 Conclusie huidige provinciaal beleid..................................................................................................3 Welke ruimte biedt toekomstig provinciaal beleid vanuit de in interim verordening?..........................4 Conclusie nieuw Provinciaal beleid....................................................................................................5 Conclusie................................................................................................................................................6

Inleiding De raad heeft het college verzocht om te onderzoeken of er beleid kan worden opgesteld voor het plaatsen van “kleine” windturbines dat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen van het klimaatakkoord en de regionale Energie Strategie. Bij dit onderzoek wordt betrokken aan welke voorwaarden voldaan dient te worden om dergelijke turbines te plaatsen en onder welke voorwaarden de business case voor agrariërs rendabel is. Vervolgens worden de uitkomsten gedeeld met de raad.

1

Welke ruimte kent bestemmingsplan bebouwde Kom en Buitengebied 2010/2013 voor dit type? Bebouwde Kom: Er wordt niks gezegd over mogelijk windmolens/windturbines in dit bestemmingsplan. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde; deze bedraagt 20,0 m. Zendmast installaties mogen een maximale bouwhoogte van 40,0 m hebben op daarvoor aangewezen gebieden. Buitengebied 2010: Er wordt niks gezegd over mogelijk windmolens/windturbines in dit bestemmingsplan. De maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt 10 meter. Buitengebied 2013: Er wordt niks gezegd over mogelijk windmolens/windturbines in dit bestemmingsplan. De maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt 10 meter.

Conclusie De geldende bestemmingsplannen (Bebouwde Kom & Buitengebied 2010/2013) laten zich niet uit over windmolens of windturbines. Aanleiding is het feit dat de provincie Utrecht destijds nog geen beleid had welke windmolens in Woudenberg mogelijk maakte en dat binnen de compact kern van Woudenberg in de bebouwde kom nauwelijks locaties aanwezig zijn waar windmolen praktisch kunnen staan (afstand tot woningen van derden).

Welke ruimte biedt huidige provinciale ruimtelijke verordening? Provinciale Ruimtelijke Verordening (Herijking 2016) In de PRV (Herijking 2016) zijn de volgende regels opgenomen omtrent windturbines in het landelijk gebied; Artikel 3.13 Windturbines landelijk gebied Als ‘Windturbines landelijk gebied’ wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart Duurzame energie. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Windturbines landelijk gebied’ kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines tot een ashoogte van 20 meter toestaan onder de voorwaarde dat de windturbines worden geplaatst op bestaande bouwpercelen. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Windturbines landelijk gebied’ bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarde is voldaan. Toelichting Windturbines met een ashoogte tot 20 meter zijn in het landelijk gebied onder voorwaarde(n) toegestaan. In de PRV (Herijking 2016) zijn de volgende toelichting is opgenomen over windenergielocaties; Artikel 3.14 Windenergielocatie Als ‘Windenergielocatie’ wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GML-bestand en is verbeeld op de kaart Duurzame energie.

Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Windenergielocatie’ bevat geen bestemmingen en regels die een belemmering vormen voor de oprichting of het gebruik van windenergieturbines met een ashoogte van 60 meter of meer. Een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Windenergielocatie’ kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines met een ashoogte van 60 meter of meer toestaan.

2

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016) In de PRS 2013-2028(Herijking 2016) zijn de volgende regels opgenomen omtrent windturbines landelijk gebied;

4.2 Duurzame energie 4.2.2 Ruimte bieden voor windenergie Beleid Voor windenergie bieden wij verschillende mogelijkheden. We bieden ruimte voor kleinschalige, particuliere, initiatieven tot 20 meter en voor turbines vanaf 60 meter. Turbines tot 20 meter hebben beperkt rendement en beperkte impact op de omgeving. Vanwege hun beperkte impact op de omgeving achten wij deze aanvaardbaar. Turbines tussen 20 en 60 meter hebben een grotere impact op de omgeving en in relatie tot die impact een te beperkt (maatschappelijk) rendement. Daarom faciliteren wij deze niet. Turbines vanaf 60 meter hebben in relatie tot hun impact een hoge bijdrage aan de ambities met betrekking tot duurzame energie. We bieden op specifiek benoemde locaties ruimte voor grootschalige windturbines met een ashoogte van 60 meter en hoger. Op deze locaties mogen geen belemmeringen ontstaan voor het realiseren van deze windturbines. Naast de specifiek benoemde gebieden nodigen wij gemeenten en initiatiefnemers uit te komen met initiatieven voor grootschalige windturbines met een ashoogte van 60 meter en hoger in gebieden waar geen wettelijke belemmeringen aanwezig zijn. Tenslotte zijn deze windturbines binnen de rode contouren toegestaan. Hiermee zetten wij in op het bereiken van 65,5 MW aan windenergie in 2020.

Als specifiek benoemde locaties met ruimte voor een nadere uitwerking hiervan zijn in beeld: - locatie gelegen langs het Amsterdam-Rijnkanaal ten zuiden van Houten nabij de Goyerbrug; - locatie langs de A12 in het plangebied van Rijnenburg; - locatie langs de A2 in de Autenasepolder, in de zuidoost oksel van knooppunt Everdingen. Voor alle locaties geldt, dat wij de voorkeur hebben voor realisatie met draagvlak bij het gemeentebestuur. Concretisering gebeurt via initiatieven vanuit de markt. Wij staan open voor initiatieven die leiden tot intensivering van de benutting van genoemde locaties.

Conclusie huidige provinciaal beleid De Provincie Utrecht heeft speciale gebieden aangewezen voor windturbines van 60 meter hoog, deze zijn reeds in behandeling genomen. In het gehele landelijk gebied zijn windturbines met een ashoogte tot 20 meter onder voorwaarden toegestaan. Deze voorwaarden zijn, naast algemene wettelijke bepalingen, gericht op het geven van voorrang aan het behoud of versterken van de kernkwaliteiten van het desbetreffende landschap boven het realiseren van turbines. Dit betekent dat de Provincie Utrecht deze windturbines alleen toestaat op bestaande bouwpercelen. Tenslotte vindt de Provincie Utrecht windturbines in het stedelijk gebied toelaatbaar, in het bijzonder op bedrijventerreinen. Hierbij moet vanzelfsprekend met de andere provinciale belangen rekening worden gehouden. De maximumhoogte volgt uit de inrichting van het stedelijk gebied.

Welke ruimte biedt toekomstig provinciaal beleid vanuit de in interim verordening? In de ontwerp interim verordening staat het volgende: 5.1 Wind, zon en biomassa 3

Artikel 5.1 Afwijking van verstedelijkingsverbod Landelijk gebied In afwijking van artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod Landelijk gebied kan een bestemmingsplan verstedelijking in het Landelijk gebied toestaan om nieuwe bestemmingen voor energie en transformatorstations mogelijk te maken. Artikel 5.2 Toepassingsbereik nieuwe functies voor energie Deze afdeling is van toepassing op nieuwe functies voor energie uit wind, zon en biomassa. Artikel 5.3 Instructieregel Windturbines landelijk gebied Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen windturbines kleiner dan 20 meter kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines tot een ashoogte van 20 meter toestaan onder de voorwaarde dat de windturbines worden geplaatst op of in aansluiting op bestaande bouwpercelen. Artikel 5.4 Instructieregel Windenergielocatie 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Windenergie kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines met een vermogen van 3 MW of meer toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld; en b. voorzien wordt in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit. 2.

Wanneer een bestemmingsplan windturbines met een vermogen van minder dan 3 MW toestaat, wordt onderbouwd waarom windturbines met een vermogen van 3 MW of meer niet mogelijk zijn. 3. Wanneer een bestemmingsplan een solitaire windturbine toestaat, wordt onderbouwd waarom meerdere windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst van die solitaire windturbine opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving. 4. De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; b. een beeldkwaliteitsparagraaf; en c. een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken. Toelichting op paragraaf 5.1 Wind, zon en biomassa De activiteiten die nodig zijn om energie te winnen uit wind, zon en biomassa worden in deze verordening aangemerkt als verstedelijking. Net als het Rijk wil de provincie dat initiatiefnemers de omgeving zorgvuldig betrekken bij de duurzame energieprojecten. De provincie vindt het belangrijk om bij een zorgvuldige locatiekeuze omwonenden, naburige grondeigenaren en grondgebruikers te betrekken in een gebiedsproces. Omwonenden moeten tijdig geïnformeerd worden over de ontwikkelingen. Ook moeten ze inspraak kunnen leveren op het ontwerp in de conceptuele fase.

Daarnaast moet de omgeving financieel kunnen meeprofiteren van de opbrengsten van de windturbines vanaf 3 megawatt (MW) en van de zonnevelden. Dit om de lusten en lasten te verdelen waarbij rekening wordt gehouden met de in het Klimaatakkoord afgesproken bijzondere positie van gemeenten en waterbeheerders indien zij de initiatiefnemers zijn. Financieel meeprofiteren kan bijvoorbeeld door zelf te investeren, via een lagere energierekening of een gebiedsfonds waaruit lokale voorzieningen worden betaald. In geval van zonnevelden is het bespreken van de mogelijkheden voor kavelruil vanwege het behouden en verbeteren van een goede landbouwstructuur belangrijk. Samen met gemeenten en waterbeheerders zoekt de provincie naar mogelijkheden om hier invulling aan te geven. De provincie zet in op een duurzame en circulaire economie in 2050. Recycling van materialen na beëindiging van de energieprojecten draagt daaraan bij. Een mogelijkheid om recycling te stimuleren van elektronische apparaten, is dat de importeur of leverancier voldoet aan de AEEA-richtlijn (regeling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en staat ingeschreven bij WEEE-Nederland. Het is evident dat ook rekening moet 4

worden gehouden met beperkingen vanuit andere beleidsterreinen, zoals rijksbeleid met betrekking tot vrijwaringszones voor radar, Wnb-toets, Natura 2000, etc. en milieubeheer zoals geluidsnormen. Toelichting op artikel 5.3 Instructieregel Windturbines landelijk gebied Windturbines met een ashoogte tot 20 meter zijn in het landelijk gebied op of in aansluiting op een bestaand bouwperceel mogelijk. Toelichting op artikel 5.4 Instructieregel Windenergielocaties Deze verordening bevat geen bepalingen voor windenergie binnen het stedelijk gebied. Dit artikel heeft betrekking op het landelijk gebied met uitzondering van de Natura 2000-gebieden en de ganzenrustgebieden. De voorkeur gaat uit naar een combinatie van meerdere windturbines met een vermogen van 3 megawatt (MW) of meer. Van minder vermogende turbines vindt de provincie dat hun energieopbrengst niet genoeg oplevert in verhouding met de impact die turbines hebben op de omgeving. Een solitaire turbine is alleen mogelijk als onderbouwd kan worden dat meerder windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving. Bij het plaatsen van de windturbines moet rekening worden gehouden met de kernkwaliteiten van de Utrechtse Landschappen (zie artikel 7.9).

Het is ook duidelijk dat daarbij rekening moet worden gehouden met beperkingen vanuit andere beleidsterreinen, zoals: rijksbeleid met betrekking tot vrijwaringszones voor radar, etc. en milieubeheer, zoals geluidsnormen. Verder bevat afdeling 6.1 en afdeling 9.4 aanvullende voorwaarden voor specifieke gebieden. Eerste lid, onder b: Wanneer de windturbines niet meer gebruikt worden, moeten ze worden opgeruimd.

Conclusie nieuw Provinciaal beleid De realisatie van windturbines tot een ashoogte van 20 meter is toegestaan onder de voorwaarde dat de windturbines worden geplaatst op of in aansluiting op bestaande bouwpercelen binnen het landelijk gebied. Bij de behandeling van de POVI en verordening is aandacht gevraagd voor het feit dat oa in de Vallei een ashoogte van 20 meter niet passend is. Als gevolg van effect van houtwallen is een hoogte van 25 meter gewenst. Windenergie kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines met een vermogen van 3 MW of meer toestaan, mits voldaan is aan een aantal voorwaarden. Wanneer een bestemmingsplan windturbines met een vermogen van minder dan 3 MW toestaat, wordt onderbouwd waarom windturbines met een vermogen van 3 MW of meer niet mogelijk zijn. Daarnaast moet de omgeving (financieel) meeprofiteren van de aanleg van windturbines. De provincie vindt het belangrijk om bij een zorgvuldige locatiekeuze omwonenden, naburige grondeigenaren en grondgebruikers te betrekken in een gebiedsproces. Omwonenden moeten tijdig geïnformeerd worden over de ontwikkelingen. Ook moeten ze inspraak kunnen leveren op het ontwerp.

Conclusie Het is mogelijk om de regelgeving uit de PRV en de interim PRV over te nemen en te verwerken in de beleidsdocumenten van de gemeente Woudenberg. In eerste instantie in het afwijkingenbeleid en in de toekomst het Omgevingsplan. Een voorstel daartoe wordt geformuleerd in het concept afwegingskader zon en wind. - In eerste instanties voor kleine windmolens tot 20 of 25 meter. - Voor grootschalige windmolens of parken is het gewenst om eerste een participatie traject te doorlopen. Bij voorkeur met omwonenden die interesse hebben in de aanleg van windturbines. Zoals in de interim PRV wordt geschetst is het van belang dat omwonenden mee profiteren van de windturbines in hun omgeving. Dit kan op verschillende manieren, 5

denk aan: zelf mee te investeren, een lagere energierekening of een gebiedsfonds waaruit lokale voorzieningen worden betaald.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1239/documents/28750