CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

01. RV Regionaal VAB 277149_2 (geanonimiseerd) (1).pdf

Raadscommissie 10 september 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 12: Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley regio Amersfoort5.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

2024

Gemeente

Woudenberg

Datum

voorstel:

Registratiekenmerk:

Z.345744

Raadsvergadering

26

september

2024

10

september

2024

Portefeuillehouder:

H.J.

Molenaar

Behandelend

ambtenaar:

(geanonimiseerd) |

Onderwerp/

voorstel:

Vergadering

de

Aan

van:

Commissie

van:

Afwegingskader functieveranderingsbeleid Foodvalley regio Amersfoort

27

augustus

2024

2024

regio

Raad.

Voorstel

Wij

stellen

u

1.

Afwegingskader functieveranderingsbeleid

Het

voor

Amersfoort 2.

In

te

vast

stemmen

te met

2024

regio Foodvalley regio

stellen. de

voorgestelde

lokale

uitwerking,

zoals verwoord

in

bijlage

1.

Inleiding In dit afwegingskader functieveranderingsbeleid wordt vastgelegd hoe de deelnemende gemeenten om willen gaan met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het beleid stelt agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Het wijzigen van de agrarische functie in een andere functie, zoals een woon- of werkfunctie, is de daadwerkelijke functieverandering. Dit leidt op verschillende manieren tot kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Door de sloopverplichting van overtollige bebouwing, de landschappelijke inpassing bij hergebruik/ nieuwbouw voor nieuwe woon- of werkfuncties, natuurontwikkeling of landschapsverbetering in de wijdere omgeving. Sinds

2008

(in

2010

vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied) kent de gemeente Woudenberg (vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen) beleid. In 2021 heeft er een evaluatie plaatsgevonden van het huidige functieveranderingsbeleid 2016 van de Gelderse gemeenten binnen regio Foodvalley, Daarnaast is er vanuit de Utrechtse gemeenten van regio Foodvalley en regio Amersfoort de wens om geuit meer en eenduidige kaders op te stellen voor hoe om te gaan met Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Gezien de vergelijkbare problematiek met VAB en de overeenkomsten wat betreft landschapstypen en te behalen een

Geprint

op:

VAB

28-08-2024

11:59:47uur

Document2

ruimtelijke kwaliteit, is besloten om de regionale samenwerking van Foodvalley uit te breiden met de Utrechtse gemeenten. Het afwegingskader gaat uit van een gemeenschappelijke basis voor de sloopmetersystematiek, groencompensatie, voorwaarden voor herbestemming en de kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Daarnaast biedt het afwegingskader mogelijkheden voor eigen lokale keuzes en uitwerkingen. Centrale vraag Bent u bereid om het afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley regio Amersfoort vast te stellen en in te stemmen met de voorgestelde lokale uitwerking? Beoogd resultaat (wat) Doel is het faciliteren van stoppers, met oog op perspectief voor de blijvers. Het Afwegingskader geeft een basissystematiek voor berekening, registratie en inzetbaarheid van sloopmeters in het landelijk gebied. Op deze manier wordt gewerkt aan een economisch en sociaal vitaal landelijk gebied met versterkte ruimtelijke kwaliteit doordat (initiatieven voor) bedrijfsbeëindigingen kunnen worden gefaciliteerd en in plaats daarvan woon- en werkfuncties kunnen worden toegevoegd. Hiermee wordt uitruil over de gemeentegrenzen mogelijk. Het beleid biedt ruimte voor gemeentelijke uitwerkingen en stelt het deelnemende gemeenten in de gelegenheid om zelf aanvullende keuzes te kunnen maken die passen bij de lokale situatie.

Kader Bestemmingsplan Buitengebied 2010 en herziening 2013, provinciale omgevingsverordening Utrecht, voornemen provincie aanpassing VAB-beleid, motie beleidskader rood voor rood 30 juni 2022 en motie principe verzoeken rood voor groen 21 september 2023. Argumenten Doel van het afwegingskader VAB, is net als het huidige beleid, kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Uitgangspunt van dit beleid is dat een waarde toegekend wordt aan de overtollige agrarische bebouwing op de stoplocatie. Deze waarde wordt sloopmeters genoemd, uitgedrukt in m2. Nieuwe functies, zoals wonen, werken, het vergroten van de woninginhoud of oppervlakte aan bijgebouwen worden door de inzet van sloopmeters mogelijk gemaakt. Om het totaal oppervlak aan bebouwing in het landelijk gebied niet toe te laten nemen wordt gewerkt met een omrekening van de sloopmeters. Dit betekent dat de vrijkomende sloopmeters niet één op één ingezet kunnen worden voor een nieuwe functie. Om de kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied te vergroten wordt zorgvuldig omgegaan met de herbestemming van de locatie. In het functieveranderingsbeleid worden regionaal de voorwaarden vastgelegd voor een dergelijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld hoeveel sloopmeters nodig zijn voor een nieuwe functie en op welke manier gewerkt kan worden aan landschappelijke inpassing op het erf en landschapsversterking in de wijdere omgeving.

Door op interregionale schaal afspraken te maken is er een kader waardoor op een gelijke wijze gewerkt wordt met sloopmeters, groencompensatie, voorwaarden voor herbestemming en kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied en zijn de sloopmeters tussen de deelnemende gemeenten uitwisselbaar. Aanvullend op dit regionale kaders worden gemeenten uitgedaagd om een lokale ruimtelijke afweging te maken welke functies in welk gebied gewenst zijn. Hiervoor geeft het kader handvatten om tot een gemeentelijke uitwerking te komen. De wijze waarop wij daar in Woudenberg invulling aan willen geven staat in bijlage 1 van dit raadsvoorstel. Gezamenlijk afwegingskader functieveranderingsbeleid Het regionale afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten van de regio Foodvalley en de regio Amersfoort. Ook de beide provincies waarin deze regio’s liggen zijn hierbij betrokken; provincie Gelderland en provincie Utrecht. Het beleidskader is opgesteld voor en door de betrokken gemeenten: Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Putten, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen en Woudenberg. Het moment van inwerkingtreding en dus toetreding kan per gemeente verschillend zijn.

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

2/10

Een regionaal functieveranderingsbeleid is er sinds 2008, voor de Gelderse gemeenten van de regio Foodvalley en de gemeente Putten. In 2012 en 2016 is het beleid geactualiseerd met behoud van de eerdergenoemde doelstellingen in de regio Foodvalley. In de Utrechtse gemeenten, waaronder Woudenberg, is op dit moment het beleid uit 2008 de basis. Uit de evaluatie in 2020 blijkt dat het beleid van de Gelderse gemeenten goed functioneert. De Gelderse gemeenten geven hierbij enkele aanbevelingen mee om het beleid te verbeteren. De evaluatie is breder uitgezet dan de deelnemende gemeenten. Zo zijn de Utrechtse gemeenten van beide regio’s, de provincies Gelderland en Utrecht en het Waterschap Vallei en Veluwe ook gevraagd naar hun ervaringen. Daarnaast zijn ook diverse adviseurs die in hun dagelijkse werkzaamheden het beleid hanteren betrokken. Reikwijdte functieveranderingsbeleid De reikwijdte van het afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 is groot door het aantal deelnemende gemeenten. Het beleid is echter niet voor het gehele grondgebied van toepassing. De bebouwde kom (steden en dorpen) maakt hier geen onderdeel van uit. Voor het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000-gebieden gelden bijzondere regels. Daarnaast kunnen in de verschillende gemeenten landschappelijke-, ecologische en/of cultuurhistorisch waardevolle gebieden liggen.

Denk hierbij aan de engen op de overgang naar de Veluwe, de Grebbelinie of gemeentelijke ecologische verbindingszones. Ook voor deze gebieden kunnen strengere regels van toepassing zijn. Het is aan de gemeenten om deze in kaart te brengen. De reikwijdte van het afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 gaat verder dan de slooplocatie. Niet altijd ligt het initiatief voor ontwikkelen van woningen op de locatie van de voormalige bedrijfslocatie. Dit kan ook elders. Hiervoor beschrijft of wijst de gemeente, gebieden aan. In deze gebieden is doorontwikkeling naar de functie wonen, zoals buurtschappen en de omgeving van het dorp, ruimtelijk gewenst. Hiervoor zijn de mogelijkheden en voorwaarden vanuit het functieveranderingsbeleid ook van toepassing. Voordelen: 1. 1. De uitgangssituatie is voor de Gelderse gemeenten en de Utrechtse gemeenten anders. In de Gelderse gemeenten van de regio Foodvalley is al vanaf 2008 functieveranderingsbeleid van kracht met een samenwerking tussen gemeenten op het gebied van registratie en inzet van sloopmeters. In de Utrechtse gemeenten wordt functieverandering tot nu toe voornamelijk toegepast binnen de eigen gemeente en door middel van maatwerk incidenteel tussen gemeenten. In het landschap van de Gelders Vallei zijn gemeente- en provinciegrenzen veelal niet zichtbaar.

Met dit afwegingskader wordt een gemeenschappelijke basis gelegd waarbij de uitgangspunten voor functieverandering gelijk zijn voor alle deelnemende gemeenten. Dit gemeenschappelijk kader biedt meer rechtszekerheid voor zowel initiatiefnemers, gemeenten en andere belanghebbenden. Hiermee wordt voorkomen dat alle initiatieven met maatwerk worden uitgevoerd. 1. 2 Ruimtelijke kwaliteitswinst staat altijd voorop en dat betekent sloop van bebouwing, landschappelijke inpassing van ontwikkelingen en bredere landschappelijke versterking. Bij volledig stoppen biedt het afwegingskader onder voorwaarden mogelijkheden van functieverandering naar ‘wonen’ of ‘werken’. Bij gedeeltelijke beëindiging biedt het afwegingskader onder voorwaarden mogelijkheden voor gedeeltelijk slopen of voor het ontwikkelen van een nevengebruiksfunctie. Bij sloop van overtollige bebouwing vindt een berekening plaats van inzetbare sloopmeters. Om ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen voorziet het afwegingskader in een afromingssystematiek. Sloopmeters die na afroming kunnen worden ingezet voor ontwikkelingen, worden geregistreerd door de deelnemende gemeenten en kunnen ook worden uitgewisseld tussen die gemeenten. Daarbij spelen gemeente-, regio- en provinciegrenzen geen rol meer.

Hoe meer gemeenten deze methode van gezamenlijke registratie en inzet van sloopmeters onderschrijven, des te groter en flexibeler is de toepasbaarheid van het afwegingskader.

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

3/10

1. 3 Het Afwegingskader biedt ruimte voor eigen gemeentelijke uitwerkingen Na een gebiedsanalyse en de gehouden interviews met deelnemende gemeenten en externe stakeholders, werd duidelijk dat de ruimtelijke keuzes die verband houden met functieverandering gemaakt moeten worden door de gemeenten zelf. Het gaat dan met name om de locatie van inzet van de sloopmeters. Het bleek niet mogelijk om dit voor het projectgebied in zijn geheel te doen. Het nu voorliggende afwegingskader voorziet daarom in een gemeenschappelijk basis en ruimte voor lokale gemeentelijke uitwerkingen. Het is aan de gemeenten zelf om in een nadere uitwerking (bijvoorbeeld een visie op het landelijk gebied) te bepalen waar welke ontwikkelingen wenselijk zijn en waar niet. 1. 4 De Coördinatiegroep VAB wordt ingezet voor kennisdeling en casusbespreking In de regio Foodvalley wordt al langer gewerkt met een Coördinatiegroep VAB. Deze groep bestaat nu uit ambtenaren van de deelnemende gemeenten en de provincie Gelderland. Deze coördinatiegroep richt zich op kennisdeling en casusbespreking. Deze coördinatiegroep zal worden uitgebreid met de nieuwe Utrechtse deelnemende gemeenten.

In de coördinatiegroep monitoren we het functieveranderingsbeleid, bepalen we de koers, houden we de ontwikkelingen van het landelijk gebied in de garen en bepalen we hoe we het registreren van sloopmeters op een juiste en eenzelfde manier vormgeven. Provincie Utrecht Het huidige VAB-beleid van de gemeente Woudenberg sluit aan bij de provinciale omgevingsverordening. Ook de provincie Utrecht ziet een noodzaak voor het aanpassen van het VAB-beleid, en is daarom mede opdrachtgever geweest voor die afwegingskader. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 21 januari 2024 “Erven met perspectief, VABaanpak 2024-2026” vastgesteld. Een beleidsnota waarin verschillende activiteiten beschreven worden om de aanpak van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) te versnellen en vereenvoudigen en meer perspectief te bieden voor functieverandering in het landelijk gebied. Eén van die activiteiten betreft ondersteuning bij het opstellen van gemeentelijk VAB-beleid. De provincie ondersteunt, met budget, het laten opstellen van een VAB-visie. Samen met Renswoude en Leusden hebben wij de werkzaamheden voor de onderliggende visie aangemeld. De sloopmetersystematiek van dit afwegingskader wordt door de provincie ook erkend als een passende systematiek.

Na vaststelling van het afwegingskader wordt door de Utrechtse gemeenten met de provincie besproken op welke formele wijze plannen behandeld kunnen worden, in de periode dat de provinciale omgevingsverordening nog niet aangepast is aan de systematiek. Lokale Keuzen; Op diverse plekken in het afwegingskader wordt aangegeven dat lokale uitwerking danwel keuze nodig is ten behoeve van een optimale werking van het afwegingskader. In bijlage 1 van het raadsvoorstel hebben wij al deze punten verzameld en voorzien van een voorstel hoe hier als Woudenberg invulling aan te geven. Over een aantal gemeentelijke uitwerkingen kan gelijktijdig met het afwegingskader al besloten worden, namelijk: Verbreding met andere niet agrarische functies’ Inzet groencompensatie (nog) geen ontwikkkelfonds Geen algemene buiten opslag regeling Voor de overige punten is eerst een nadere uitwerking in de vorm van een Visie op het buitengebied nodig. Wij gaan samen met Renswoude en Leusden een bureau opdracht geven om na voorbeeld van Barneveld en Ede een Visie Buitengebied uit te werken. Deze Visie zal inzicht moeten geven of de huidige indeling, met andere regels voor functieverandering in Landbouw ontwikkelgebied en de andere gebieden nog passend is of dat in deze tijd andere keuzen gemaakt moeten worden.

Of er plekken of omstandigheden zijn die maakt dat toevoegen van woningen daar meer passend is, dan elders, waar bedrijven of nevenfunctie en welke type dan passend zijn. Om daarmee vooruitlopende op de Omgevingsvisie met brede participatie tot een onderlegger te komen, die meer dan het huidige beleid aansluit bij de actualiteit van het buitengebied.

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

4/10

Tot het moment van besluitvorming over dat document vormen de uitgangspunten van het bestemmingsplan Buitengebied en het maatwerk van de afgelopen jaren het toetsingskader, als dat voor de casus nodig is in aanvulling op het afwegingskader. Risico’s en kanttekeningen 1. 1 De Utrechtse gemeenten zijn nu gewend om met een basisregel uit het bestemmingsplan en maatwerk “ruimte-voor-ruimte” toe te passen voor het terugbouwen van woningen in ruil voor sloop. Aangevuld met een provinciale regeling die een staffeling kent bij de inzet van sloopmeters. Met het afwegingskader wordt een andere systematiek voorgesteld waarbij een afroming van sloopmeters plaatsvindt. Afhankelijk van de situatie kan dit tot enigszins andere uitkomsten leiden. Het biedt gelijktijdig de mogelijkheid om ook ruimtelijke kwaliteitswinst van kaders te voorzien. Wij hebben een aantal plannen uit het verleden in Woudenberg globaal getoetst aan de nieuwe systematiek, dan blijkt dat de meeste plannen verglijkbaar uit de toetsing komen, al is er in detail sprake van verschil. Daar waar de nieuwe systematiek financieel negatief lijkt uit te vallen voor de initiatiefnemer, biedt de mogelijkheid van het verhandelen van rest sloopmeters compensatie. Omdat een overgang naar een nieuwe systematiek altijd nadelig kan uitpakken voor lopende zaken, kent het afwegingskader zelf een soort overgangsrecht.

Bij plannen die al gestart zijn voor de inwerkingtreding van het afwegingskader zal in het vooroverleg, indien initiatiefnemer het wenst een dubbele toetsing worden uitgevoerd. De systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied 2010-2013 is immers nog steeds een wettelijke basis. Gebruik maken van beide opties: dus bestemmingsplan regel en daarnaast verkoop van sloopmeters is niet toegestaan. 1. 2 Met het vergroten van het werkingsgebied worden de mogelijkheden voor inzet van sloopmeters verruimd. Enerzijds vergroot dit de flexibiliteit, anderzijds kan de angst ontstaan dat er in de ene gemeente meer ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd dan in de andere gemeente. In het algemeen wordt echter met dit afwegingskader de ruimtelijke kwaliteit in het totale gebied vergroot. De ervaring leert uit de Gelderse praktijk dat de verhouding tussen vraag en aanbod van sloopmeters per gemeente redelijk in evenwicht is. Dat wil zeggen dat er niet onevenredig veel sloopmeters landen in een specifieke gemeente. In de nieuwe situatie zal dit goed gemonitord worden. Evaluatie/controle: De registratie van sloopmeters en de aan- en verkopen daarbij worden per gemeente bijgehouden en periodiek tussen gemeenten onderling gecontroleerd. Ook vindt daarbij een monitoring plaats van de marktsituatie rondom vraag en aanbod van sloopmeters.

Daarnaast zal er periodiek afstemming plaatsvinden tussen de deelnemende gemeenten in de Coördinatiegroep VAB. Duurzaamheid en Inclusie Het functieveranderingsbeleid levert een grote bijdrage aan het verminderen van verrommeling en risico’s als ondermijning in het buitengebied. Het is dan ook een instrument dat kan bijdragen aan het realiseren van diverse doelstellingen voor het buitengebied zoals verwoord in Handelingsperspectief Regio Amersfoort en concept UPLG, danwel de verder nog te verwachten effecten van de transitie van het buitengebied. Maatschappelijke participatie In ca 1,5 jaar is toegewerkt naar een document waarin de regio’s samen hebben gewerkt aan de totstandkoming van een afwegingskader wat zowel een vaste basis systematiek kent en tegelijkertijd ruimte biedt aan eigen gemeentelijke beleidskeuzes. Door middel van verschillende ambtelijke sessies (afvaardiging vanuit alle 16 gemeenten, 2 provincies en 2 regio’s) en interviews met externe stakeholders (agrarische adviseurs eb LTO) is dit afwegingskader tot stand gekomen. Vanuit de markt krijgen wij al sinds 2016 vragen waarom binnen Utrecht niet gewerkt wordt met de Gelderse sloopmeters. Dit document is vooral een instrument, daarom is vooral in gesprek met stakeholders tot stand gekomen.

De nog op te stellen onderlegger/ visie buitengebied, gaat meer over de concrete effecten en ruimtelijke keuzes in het buitengebied, in dat proces wordt uitgegaan van een brede participatie.

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

5/10

Beoogd resultaat (hoe) Door vaststelling van dit afwegingskader kan op korte termijn, streven is 1 oktober 2024, gewerkt worden met deze systematiek en daarmee bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en ondersteuning agrarische bedrijfsbeëindiging. Financiële

consequenties

juistheid

op

beoordeeld

door

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) |

De kosten voor het opstellen van het afwegingskader zijn voor 50% gedekt uit het budget vanuit de regio’s en voor 50% is er een subsidie vanuit de provincie Utrecht toegekend. De kosten die gepaard aan met de uitvoering van het beleid, zullen worden gedekt uit de leges. De kosten voor de nadere uitwerking komen ten laste van het budget Vitaal Buitengebied in de begroting (nummer 681000 34352). Door de samenwerking met de gemeente Renswoude en Leusden worden niet alleen de kosten gedeeld, ook verwachten de eerder genoemde subsidie van de provincie.

wij

in

aanmerking

te

komen

voor

Aanpak/ uitvoering Het Afwegingskader wordt ter vaststelling aan uw raad voorgelegd en ter kennisname gestuurd aan Gedeputeerde Staten van Utrecht en Gelderland. Het is aan de individuele gemeenten om te nadere invulling geven aan de gemeentelijke uitwerkingen. De verwachting is dat de Gelderse gemeenten van Foodvalley dit nieuwe kader vaststellen. Binnen de Utrechtse gemeenten is de verwachting dat de Foodvalley gemeenten Renswoude en Rhenen mee gaan doen en binnen regio Amersfoort Leusden en Woudenberg. De andere gemeenten hebben tot nu toe weinig ervaring met VAB-beleid en zullen pas op termijn toetreden. Conclusie

Wij 1.

stellen Het

2.

voor

om:

Afwegingskader functieveranderingsbeleid

2024

regio Foodvalley regio

Amersfoort

stellen.

vast

te

In te

stemmen

met

de

voorgestelde

lokale

uitwerking,

zoals

verwoord

in

bijlage

1

Communicatie De vaststelling en inwerkingtreding van dit kader wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Het afwegingskader is een instrumentarium dan kan bijdragen aan het versterken van het buitengebied voor de toekomstige agrarische bedrijven, door de stoppers te ondersteunen bij de bedrijfsbeëindiging.

Bijlage(n) Bijlage 1: lokale uitwerking Afwegingskader functieveranderingsbeleid bijlage -

-

-

-

2024

regio Foodvalley regio

Amersfoort

met

Raadsbesluit

collegeadvies

Burgemeester

D.C.G.

en

wethouders

van

Woudenberg

Ruseler

M.

Secretaris

Geprint

op:

Jansen-van

Harten

burgemeester

28-08-2024

11:59:47

uur

6/10

] Bijlage 1 Keuze rond de Gemeentelijke uitwerking Nummering verwijst naar de paragraaf in het Afwegingskader (sommige staan op Woudenbergse keuzes zijn genummerd met A, B, etc.

meer

plekken), de

2. 2. Ontwikkeling initiatiefnemer Gemeentelijke uitwerking: Met het opstellen van het gezamenlijke afwegingskader functieveranderingsbeleid is een werkwijze c. q. systematiek ontwikkeld voor veranderende agrarische functies. Deze werkwijze kan binnen de eigen gemeente ook op andere functies toegepast worden, bijvoorbeeld voor niet-agrarische bedrijvigheid en recreatie. A Woudenberg: De doelstelling bij andere functies in het buitengebied (recreatie of bedrijfsbestemmingen) zijn vergelijkbaar met stoppende agrarische bestemmingen, het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en voorkomen van verpaupering. Wij stellen voor om de systematiek binnen de gemeente ook op andere functies in het buitengebied van toepassing te verklaren. Dus bij vrijkomende bedrijfsgebouwen en recreatie gebouwen passen wij deze sloopsystematiek toe. 2. 5. 1. Sloopcompensatie Gemeentelijke uitwerking: Ruimtelijke afwegingen locaties functieveranderingswoningen Om te werken aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied maken gemeenten strategische- en landschappelijke keuzes. Zo ook gebieden waar functieveranderingswoningen wel of niet gewenst zijn. Het kan voorkomen dat het toevoegen van meerdere woonvolumes ruimtelijk aanvaardbaar is. Of dat in bepaalde gebieden waar slooplocaties liggen het toevoegen van woonvolume(s) ruimtelijk of anderszins niet aanvaardbaar of gewenst is.

Bijvoorbeeld door de aanwezige ecologische- landschappelijke of cultuurhistorische waarden. We nodigen gemeenten dan ook uit om hiervoor een ruimtelijke afweging te maken. Gemeenten kunnen functieveranderingswoningen elders toestaan. Dit zijn aangewezen gebieden waar doorontwikkeling naar de functie Wonen ruimtelijk aanvaardbaar is. Deze gebieden hebben meer draagkracht, bijvoorbeeld in de dorpsranden of de buurtschappen. Hierop zijn de mogelijkheden en voorwaarden vanuit het functieveranderingsbeleid ook van toepassing. We nodigen gemeenten uit om hiervoor een uitwerking te maken. Denk bij het opstellen van een dergelijk kader aan een ruimtelijke afweging voor ontwikkellocaties aan de onderstaande mogelijkheden: 1. door de gemeenten aangewezen locaties (bijvoorbeeld dorpsrandzones of gebieden met overwegend woonfuncties) 2. bestaande bebouwingsclusters of ~linten (bijvoorbeeld buurtschappen) 3. op eigen erf (bijvoorbeeld alleen inzet eigen sloopmeters) B Woudenberg: Het is gewenst om een visie op het buitengebied op te laten stellen om te bepalen op welke plekken woonfuncties passend zijn en waar minder, gelet op het totale functioneren van het buitengebied. Gelijktijdig kan dan worden bepaald waar meer of andere (neven)bedrijfsvormen passend zijn en waar niet.

Om te voorkomen dat op plannen moeten wachten, stellen wij voor om het geldende beleid (bestemmingsplan Buitengebied 2010-2013) als uitgangspunt te nemen en gelijktijdig samen met Renswoude en Leusden een nadere visie Buitengebied als uitwerking te laten opstellen. Woningdifferentiatie stimuleren Gebaseerd op de ervaring van de afgelopen jaren zien we dat veelal vrijstaande woningen en woongebouwen gebouwd zijn. Echter de vraag naar andere woonvormen kan per gebied of gemeente anders zijn. Op basis van de rekenregels is het voor gemeenten mogelijk om met een afwijkende sloopmetereis andere typologieën te stimuleren. Denk hierbij aan rug-aan-rug woningen, drie/vierkappers of erfdelen (een collectief erf met verschillende woonvormen op een voormalige agrarische functie). Ook denkbaar is het dat gemeenten actief sturen op woonvormen. Bijvoorbeeld wanneer er behoefte is aan betaalbare starterswoningen. Dan zouden minder sloopmeters ingezet kunnen worden om deze te realiseren. C Woudenberg: Op basis van de Woonvisie is een woningdifferentiatie gewenst, de visie Buitengebied wordt mede opgesteld om een basis te bieden om te kunnen bepalen op welke locaties in het buitengebied, onder welke voorwaarden of uitgangspunten welk type woningdifferentiatie passend is. Om te voorkomen dat plannen moeten wachten, stellen wij voor om het geldende beleid (bestemmingsplan Buitengebied 2010-

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

7/10

2013) eerst als basis te nemen en gelijktijdig samen met Renswoude en Leusden een nadere visie Buitengebied als uitwerking te laten opstellen. Inzet groencompensatie als aanvulling op sloopmeters Het verkrijgen van een functieveranderingswoning is nu mogelijk door het inzetten van sloopmeters. Gemeenten hebben de keuze om een gedeelte van de sloopmetercompensatie in te vullen met een groencompensatie. Regionaal is afgesproken om minimaal 75% van de benodigde sloopmeters met sloopmeters in te zetten. Aanvullend op de sloopmeters kan groencompensatie worden ingezet. Met een substantiële bijdrage aan omgevingskwaliteit kan dit een afweging zijn. Dit staat los van de reguliere landschappelijke inpassing en de bijdrage aan het Ontwikkelfonds landelijk gebied. Bijvoorbeeld door de realisatie van natuurontwikkeling, groen/blauwe dooradering of beekherstel ten behoeve van klimaatadaptatie. Gemeenten zijn vrij om voor een dergelijke aanpak te kiezen en dit uit te werken. Bij een uitwerking is het van belang om met een eenduidige systematiek te werken. Bijvoorbeeld door de waarde van de (aanvullende) groencompensatie uit te drukken in waarde die vergelijkbaar is met de investering in sloopmetercompensatie. Deze waarde kan opgebouwd zijn uit de investering voor de realisatie én het beheer voor een bepaalde periode (minimaal 10 jaar) en de afwaardering van de grondwaarde.

Voor het bepalen van de waarde van de sloopmetercompensatie kan de gemiddelde waarde over een periode tot een jaar voorafgaande aan de ontwikkeling genomen worden. Het gaat hierbij om de gemeentelijke waarde van de sloopmeter. Hiermee is de waarde van sloop- en groencompensatie in balans met de gewenste functie. Belangrijk hierbij is dat de groencompensatie als onderdeel van de functieverandering wordt meegenomen in de aanpassing en/of wijziging omgevingsplan. D Woudenberg: Ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied kan groencompensatie meerwaarde hebben, het biedt ruimte voor flexibiliteit en komt de landschappelijk kwaliteit ten goede. De opgenomen regeling geeft met de 75 % meer basis voor de toetsing dan het oude beleid. Om daarbinnen de groencompensatie wat meer kaders te geven, zoals eerder ook al eens door de raad gevraagd, stellen wij voor, gelijktijdig met dit beleid, de volgende werkwijze te hanteren. Initiatiefnemer moet de waarde/kosten van de groencompensatie aantonen. Doormiddel van offertes van aanleg van poelen en aanplant van bomen en struiken, de beheerkosten voor maximaal 10 jaar en de afwaardering van de waarde van de locatie en dat dient gezamenlijk vergelijkbaar te zijn met de waarde van de sloopmeters, die initiatiefnemers te kort komen. 2. 5. 2. / 2. 8. 2. / 2. 12. 1/ 2. 15. 1.

Landschappelijke inpassing Gemeentelijke uitwerking: Om richting te geven hoe in een landschapstype het betreffende landschap versterkt kan worden is veel informatie beschikbaar. Vanuit de diverse stukken van de provincie Utrecht en provincie Gelderland heeft Aveco de Bondt een bundeling gemaakt. Deze zijn opgenomen in de bijlage. Voor de verschillende landschapstypen in de regio zijn de kenmerken inzichtelijk gemaakt. Deze kunnen gebruikt worden bij de doorontwikkeling van de erven en het landschap. Door de betrokken gemeenten kan dit een basis vormen voor hun advisering dan wel toetsing. De toetsing zal plaatsvinden door de gemeentelijke landschapsdeskundige. Ook de initiatiefnemer kan hier van gebruik maken. Bij ontwikkelvoornemens adviseren we de initiatiefnemer een ter zake kundige in de arm te nemen. Deze kan de vertaling van de algemene landschapskenmerken en de bijbehorende ontwerpprincipes naar de specifieke locatie van het erf kunnen maken. We nodigen gemeenten uit om de gebiedsbeschrijvingen die op regionaal niveau gemaakt zijn te toetsen aan hun eigen specifieke gebied. Door het schaalniveau kunnen er lokale verschillen of bijzonderheden aanwezig zijn. Hiervoor kan een gemeentelijke aanvulling gemaakt worden. Ook kunnen deze gebiedsbeschrijvingen een basis vormen voor een gemeentelijke uitwerking zoals een beeldkwaliteitsplan voor het landelijk gebied.

De kenmerken van een gebied staan beschreven in een beeldkwaliteitsplan. Het gaat niet alleen om hoe een gebied er nu uitziet. De aandacht gaat vooral naar het gewenste beeld. Vandaar dat het document veel afbeeldingen, tekeningen en foto’s heeft. Onderwerpen in het beeldkwaliteitsplan zijn de vormgeving van de bebouwing, de plaatsing van bebouwing op het erf en de landschappelijke inrichting. Hierbij gaat het zowel op het erf als om de omliggende structuren van het landschap. Deze elementen samen vormen het landschapsbeeld E Woudenberg: In hoofdlijn sluiten deze gebiedsbeschrijvingen aan bij het huidige beleidskaders en ook de kaders van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Bij de op te stellen Visie Buitengebied samen met Renswoude en Leusden, zal bezien worden of meer lokale uitwerking noodzakelijk is. Tot die tijd zijn de beschrijving uit de bijlage van het afwijkingenbeleid en onze Nota Ruimtelijke Kwaliteit de basis. 2. 5. 3/ 2. 8. 3. / 2. 12. 2. Ontwikkelfonds landelijk gebied Gemeentelijke uitwerking:

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

8/10

Gemeenten worden uitgenodigd om een ontwikkelfonds landelijk gebied op te stellen. Dit kan al een bestaand ontwikkelfonds zijn of een nieuw op te richten fonds. De reikwijdte kan alleen het landelijk gebied of een groter bereik betreffen. Bij het laatste is het van belang dat gelden gelabeld worden voor het verbeteren van de omgevingskwaliteit landelijk gebied. In de naamgeving zijn gemeenten vrij, voor de eenduidigheid hanteren we in dit beleidskader ‘ontwikkelfonds landelijk gebied’. Onderdeel van de functieverandering is een financiële afdracht in het ontwikkelfonds landelijk gebied. De ontvangen bijdragen mogen worden besteed aan de verbetering van de omgevingskwaliteit van gebieden en de realisatie van maatschappelijke functies. Denk hierbij aan natuurontwikkeling, recreatieve routes, sport, waterberging, infrastructuur, etc. De grondslag voor deze financiële bijdrage ligt in een omgevingsvisie of een programma. Belangrijk uitgangspunt is dat er een verband is tussen de betalende activiteit en de gebiedsontwikkeling. De omgevingsvisie of het programma moet daarom: - het gebied omschrijven of aangeven dat ontwikkeld wordt; - het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen; - ingaan op de financiering van de ontwikkeling; - een indicatie geven van de gewenste bijdrage; - ingaan op de planning en realisatie van de ontwikkeling.

F Woudenberg: Het instellen van een Ontwikkelfonds kan meerwaarde hebben voor het buitengebied en de in het kader genoemde bedrag is passend. Wij hebben echter nog geen Ontwikkelfonds waar dit bij kan aansluiten. Het oprichten vraagt om een nadere uitwerking en besluitvorming ook over de doelen waar het aan het besteed zal worden. Wij vinden de overwegingen niet direct passen bij de besluitvorming over het Afwegingskader maar meer bij de nog op te stellen Omgevingsvisie en zullen het dan meenemen, dan kunnen wij ook bezien of er een juridische basis mogelijk is voor deze vorm van kostenverhaal (Nota Grondbeleid). 2. 9. 2. Overige mogelijkheden voor verbreding sloopmeters, buiten opslag Gemeentelijke uitwerking In principe staan we bij een functieverandering naar Werken geen buitenopslag toe. Toch kan een gemeente ervoor kiezen om buitenopslag mogelijk te maken bij bedrijfsfuncties. Hiervoor kan de gemeente voorwaarden stellen zoals het aantonen van de noodzakelijkheid, de landschappelijke aanvaardbaarheid en de omvang van de buitenopslag. Regionaal is afgesproken dat dit een gemeentelijke keuze is en dat buitenopslag mogelijk is met de inzet van sloopmeters. Hiervoor geldt de inzet van 2 m2 sloopmeters voor 1 m2 buitenopslag. G Woudenberg: Wij zien op dit moment geen aanleiding om in het algemeen bij een bedrijfslocatie (anders dan agrarisch) buitenopslag toe te staan.

Mocht er in een specifieke locatie aanleiding zijn om buiten opslag toe te staan, dan is de voorgestelde inzet van sloopmeters passend, voor het in een bijzondere situatie passend maatwerk. Ook zien wij op dit moment geen aanleiding voor een lokale verder verbreding van de inzet van sloopmeters. 2. 12. Voorwaarden nevengebruiksfunctie Gemeentelijke uitwerking: De planologische procedure voor een nevengebruiksfunctie kan per gemeente verschillen. Het is aan de gemeente om hier gemeentelijke kaders/beleid voor op te stellen. Hierdoor stuurt de gemeente op welke plek welke functies en van welke omvang gewenst zijn. Van bovenstaande maatvoeringen kan door gemeenten worden afgeweken, bijvoorbeeld voor multifunctionele landbouw. Onder multifunctionele landbouw verstaan we activiteiten waarmee we de burger en de agrariër aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan educatie ter plekke of verkoop eigen en/of streekproducten. Ook is het denkbaar dat gemeenten een kader opstellen voor recreatieve voorzieningen (niet zijnde bebouwing) die plaatsvinden buiten het werkingsgebied van het omgevingsplan. Denk hierbij aan een maisdoolhof of boerengolf. Het is goed om te beseffen dat een nevengebruiksfunctie een opstap kán zijn naar een volledige transformatie van de bedrijfsvoering. Deze functie kan bij het stoppen van de agrarische bedrijfsvoering de hoofdfunctie worden.

Daarom is het voor gemeentes van belang vooruit te denken. Het afwegingskader dat voor de functieverandering naar Werken gehanteerd kan worden, is ook bij deze toetsing bruikbaar. H Woudenberg; Het afwegingskader voor de functieverandering naar Werken en de kaders van het bestemmingsplan Buitengebied zijn op dit moment voldoende en het uitgangspunt om plannen voor nevenfuncties te beoordelen. In de op te stellen Visie Buitengebied samen met Renswoude en Leusden zal bezien worden of het wenselijk is om deze aan te vullen en/of aan te passen. 3. 6. Bijzondere situaties, Natuurnetwerk Nederland Gemeentelijke uitwerking:

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

en

Natura 2000 gebieden

9/10

Gemeenten hebben de keuze om voor gebieden een hogere waarde aan de te slopen bebouwing toe te kennen. Dit geldt voor slooplocaties in Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 gebieden. Aangevuld met gemeentelijke gebieden met hoge landschappelijke-, ecologische-, en/of cultuurhistorische waarde. Om de doelstellingen van het functieveranderingsbeleid te behalen dient de ontwikkellocatie buiten deze gebieden te liggen. Deze inzetbare sloopmeters verkregen uit deze aangewezen gebieden, zijn alleen inzetbaar binnen de eigen gemeentegrenzen. I Woudenberg; Omdat Woudenberg geen Natura 2000 gebieden kent en geen agrarische bouwvlakken in de NNN is er geen aanleiding om dit aan te passen of verder lokaal uit te werken. 3. 6. 2. Grebbelinie Voor de Utrechtse gemeenten is een inpassingplan Grebbelinielandschap opgesteld en haar omgeving planologische borging kent.

waarmee

J Woudenberg: Geen verdere uitwerking binnen Woudenberg nodig, deze keuze is alleen van toepassing gemeenten.

Geprint op: 28-08-2024 11:59:47 uur

voor

het element

de gelderse

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2594/documents/55474