01 RV BP Voskuilerdijk (Geredigeerd)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
2026
Gemeente
Woudenberg
Datum
voorstel: Registratiekenmerk: Raadsvergadering Vergadering
van
9
: van:
juli
16
2026
juni
2026
Portefeuillehouder:
H.J.
Behandelend
ambtenaar:
(geanonimiseerd) |
Onderwerp
voorstel:
Bestemmingsplan Voskuilerdijk
Aan
de
2026
Z.352194
Commissie
/
12 mei
Molenaar
26
Raad.
Voorstel
Wij
stellen 1. 2.
3.
voor:
De ingediende zienswijzen zoals verwoord in de Nota beantwoording zienswijzen Voskuilerdijk 26 ontvankelijk en deels gegrond te verklaren. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Voskuilerdijk 26’, bestaande uit plantoelichting, regels en verbeelding gewijzigd vast te stellen overeenkomstig: De wijzigingen uit ‘Nota van beantwoording zienswijzen Voskuilerdijk 26’ en de “samenvatting ambtshalve wijzigingen” zoals verwerkt in de bijlage “Bestemmingsplan Voskuilerdijk 26” (verbeelding, regels en toelichting) NL.IMRO.0351.BPVoskuilerdijk26-vg01. Geen exploitatieplan, als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening, vast
4.
u
te
stellen.
Overeenkomstig de aanmeldnotie hoeft plaats te vinden.
m.e.r.
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Voskuilerdijk 26,
te
besluiten
dat
geen
MER
beoordeling
gedurende zes weken, vanaf 29 2023 2024 visie gelegen. Binnen de termijn zijn negen zienswijzen binnen gekomen en na afloop nog één zienswijze. Naar aanleiding daarvan heeft initiatiefnemer ons gevraagd om extra tijd om het plan nader uit te werken en op basis van die aanpassing en nieuw overleg met omwonenden heeft hij medio december 2025 verzocht om op onderdelen het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Na het besluit van ons college van 13 januari 2026 om het bestemmingsplan ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad is door de ODU geconstateerd dat een verdere aanpassing van het december
Geprint
op:
tot
en
26-05-2026
met
8 februari
13:32:09uur
heeft
ter
Document2
bestemmingsplan en de m. e. r. -aanmeldnotitie nodig was om het geheel aan alle voorwaarden te kunnen laten voldoen. Door de raadscommissie is daarop besloten om het bestemmingsplan als agendapunt van de vergadering te halen. In de nu voorliggende stukken zijn de noodzakelijke aanpassingen verwerkt. Wij stellen u voor het bestemmingplan gewijzigd vast te stellen. Beoogd resultaat Vergroting van de productie van groen gas op een wijze die past op de locatie Voskuilerdijk 26 en met een bestemming die beter aansluit op de functies op het perceel , daarbij aanpassing van het bouwvlak ten behoeve van een modernisering van het pluimveebedrijf en het opnemen van een bestemming bij Voskuilerdijk 28 en 26 die juridisch aansluit bij het feitelijk gebruik. Kader Wet op de Ruimtelijke Ordening en bestemmingsplan Buitengebied 2010/2013 , Structuurvisie 2030 en provinciale omgevingsverordening. Argumenten Algemeen Binnen het agrarisch bedrijf aan de Voskuilerdijk 26 is sinds 2019 een nevenfunctie in de vorm van een biogasinstallatie aanwezig. De basis daarvoor is gelegd in het bestemmingsplan Buitengebied 2010. Sinds de start van het project zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van biogasinstallaties.
Naast een positieve vooruitgang op het gebied van de techniek zijn er ook ontwikkelingen die ervoor zorgen dat het steeds lastiger wordt om een (relatief kleine) biogasinstallatie rendabel te (laten) opereren. Initiatiefnemer wil de capaciteit verdubbelen tot 60. 000 ton ingaande mest van rund- en pluimvee en organische restproducten. Door stijgende kosten voor biomassa en digestaatafzet en de afbouw van subsidies voor groene stroom , is deze uitbreiding noodzakelijk om de installatie rendabel te houden , en investeringen in de nieuwste (milieu)technieken mogelijk te maken. Gelet op de behoefte aan duurzame energie en circulaire regionale mestverwerking is de wens om de capaciteit van deze installatie uit te breiden en een bestaand foliebassin te vervangen voor na-opslag. Dat kan voor een belangrijk deel binnen de bestaande voorzieningen , alleen voor de nieuwe na-opslag silo is binnen het bestaande bouwvlak geen ruimte. Om ruimte te creëren voor deze silo en gelijktijdig beide de bedrijfsfuncties (pluimvee en mestvergisting) elk van een passende , toekomstgerichte bestemming te voorzien is deze planherziening opgesteld. Door de vergroting is geen sprake meer van een nevenfunctie bij het agrarisch bedrijf. Daarom wordt gekozen voor een aparte bestemming die wel verbonden is met het agrarische gebruik.
Niet alleen in eigendom en bemensing , maar ook door het delen van voorzieningen (gebouwen (bedrijfswoning) , infrastructuur etc. ) en de mest voor de installatie. Hiermee wordt meer recht gedaan aan het verschil tussen de agrarische en de mestvergistingsbestemming. Ook wordt het hiermee niet meer mogelijk de mestvergisting uit te breiden naar het deel van het perceel dat oorspronkelijk enkel agrarisch werd gebruikt. Het huidige foliebassin (in een omwalling) wordt mede om geurhinder tegen de gaan vervangen door een luchtdichte betonnen bassin (eind-opslag dunne stikstofrijke digestaat) , met een afdekkap van folie (spankapconstructie). De uitbreiding van de co-/mestvergistingsinstallatie , de nieuwe silo met de biogasopslagkoepel , komt ten zuiden van de bestaande koepels. In de oorspronkelijke plannen van initiatiefnemer , zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan , was naast de uitbreiding van de mestvergister sprake van een overschakeling van reguliere naar biologische pluimveehouderij. Hierbij was een afname van de maximale stalbezetting van 44. 900 naar 41. 880 leghennen en een toename van het staloppervlak noodzakelijk. Initiatiefnemer heeft besloten om af te zien van de omschakeling
Geprint op: 26-05-2026 13:32:09 uur
2/7
naar biologische pluimveehouderij. Een van de voordelen daarvan is dat de mest geschikt blijft om ook ter plaatse verwerkt te worden. In plaats van het verlengen van beide aanwezige stallen , zoals voorzien in het oorspronkelijke ontwerp , wordt nu de zuidelijke stal gemoderniseerd en verlengd. Deze ver/nieuwbouw is noodzakelijk omdat de bestaande stalinrichting versleten en verouderd is. De noordelijke stal zal niet langer worden gebruikt voor het houden van dieren maar krijgt een functie voor opslag van het pluimveebedrijf. De zuidelijke stal (momenteel 80 meter lang) zal verbouwd worden
tot één lange stal (ongeveer 151 meter lang). Door het pluimvee in één stal onder te brengen
zijn door efficiëntie meer investeringen in dierwelzijn en milieutechnologie mogelijk. Het aantal te houden stuks pluimvee blijft gelijk. Voor de verbouwing is een aanpassing van het bouwvlak noodzakelijk. Overwegingen Via de vergisting produceert het bedrijf biogas. Het biogas wordt voor een gedeelte opgewaardeerd tot groen gas en een ander deel wordt via een warmtekrachtkoppeling verbrand en omgezet tot groene stroom (±40%) en warmte (±60%). De mestvergister vergist mest van pluimvee en melkvee , dat voor een groot deel uit Woudenberg afkomstig is en waarvoor nog meer Woudenbergse bedrijven op de wachtlijst staan. Concreet wordt er een nieuwe vergister van 4. 926 m3 en een na-opslag van 8. 413 m3 gerealiseerd , die beide niet hoger worden dan de bestaande vergisters (13 meter). Een aanpassing van het bouwvlak is daarvoor noodzakelijk. Gelet op de nieuwe omvang van de vergister is overwogen of deze nog thuis hoort op deze locatie. De Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (IOV) , die nog van toepassing is op dit bestemmingsplan , maakt onderscheid tussen klein- en grootschalige vergistingsinstallaties. Daarbinnen was geen duidelijke scherpe grens tussen klein- en grootschalig. Echter , in deze situatie wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de aanwezige voorzieningen en functies.
Bij een verplaatsing naar een bedrijventerrein is niet alleen sprake van , een niet financierbare kapitaalvernietiging van het niet meer gebruiken van recente en nog niet afgeschreven voorzieningen , maar dan is ook een investering nodig in de aanleg daarvan. Vooral het feit dat gebruik gemaakt kan worden van de bestaande netcapaciteit en gasleiding maakt dat wenselijk en aanvaardbaar is dat de vergrote installatie op deze locatie gerealiseerd wordt. De behoefte van Nederland aan duurzame en groene energie versterkt dat. De provincie heeft in haar tegen het ontwerp ingebrachte zienswijze geen bezwaar geuit tegen de omvang van de installatie. Vigerende bestemming Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied 2010 , in combinatie met de reparatieherziening daarvan: Buitengebied 2013 (herziening) en het wijzigingsplan Voskuilerdijk 26. Voor het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschapswaarde - Reliëf' , met de functieaanduidingen 'intensieve veehouderij' en 'specifieke vorm van bedrijf - mestvergistingsinstallatie'. Verder geldt voor het plangebied deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Naar verwachting aanwezige , archeologische waarden worden daarmee beschermd. Tevens rust op het plangebied ook de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwervingsgebied'.
Binnen het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk het voornemen te realiseren. De uitbreiding van de vergistingsinstallatie , de nieuwe silo , past niet op een bedrijfseconomisch logische locatie in het bouwvlak. Ook de aanpassing van de stal ten behoeve van de modernisering van de pluimveehouderij en verbetering van de situering ten opzichte van het adres Voskuilerdijk 28 is niet mogelijk binnen het huidige bouwvlak. Daarom is een nieuw bestemmingsplan nodig voor het planvoornemen. Nieuwe bestemming Het ontwerpbestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen. De hoofdaanleiding is het vergroten van de capaciteit van de opwek van duurzame energie met zoveel mogelijk gebruikmaking van bestaande gebouwen en gebruikmaking van bestaande gas- en elektra voorzieningen. De splitsing van het plangebied in een agrarisch deel en industrieel deel heeft een juridische en
Geprint op: 26-05-2026 13:32:09 uur
3/7
praktische reden. Zoals Gedeputeerde Staten van Utrecht in hun zienswijzen terecht opmerken wordt met de splitsing recht gedaan aan het niet agrarische karakter van de mestvergistingsinstallatie. Er is een duidelijk verschil tussen de vergister en het agrarisch bedrijf waarbij de omvang van beide activiteiten zodanig is dat geen sprake is van ondergeschiktheid. Van een dubbelbestemming kan ook geen sprake zijn nu geen sprake is van een duidelijke rangorde tussen beide functies. Gezien de samenhang van beide functie op het erf moet die samenhang wel goed geregeld worden. De bedrijfsvoering tussen beide bedrijfsonderdelen zal verbonden blijven. In het bestemmingsplan wordt opgenomen dat de aanwezige bedrijfswoning bij beide bestemmingen behoort zodat van daaruit op beide bedrijfsonderdelen toezicht kan worden gehouden. In de nieuwe bestemming wordt tevens het bouwvlak aanpast ten behoeve van de aanpassing van het pluimvee bedrijf. Daarbinnen wordt ten behoeve van Voskuilerdijk 28 een zone aangegeven waar geen vee gehouden mag worden. Tenslotte wordt in het bouwvlak van Voskuilerdijk 28 (in overleg) opgenomen dat die bedrijfswoning niet verder naar het zuiden verplaatst mag worden. een
Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Bij het besluit tot ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan , dat niet langer kon wachten als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 , was bekend dat op onderdelen nog een verbetering van motivering en de plannen nodig zou zijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Het aantal zienswijzen en met name de inhoud van de zienswijzen heeft dit bevestigd. Initiatiefnemer heeft u dan ook verzocht om een gewijzigd bestemmingsplan vast te stellen en het concept daarvoor aangeleverd (zie bijlage 7 , 8 en 9). Op inhoud is de voornaamste wijziging de aanpassing van de plannen voor het pluimvee deel. In eerste instantie was de planherziening wat betreft de agrarische bestemming bedoeld om de bestaande stallen opnieuw in te richten en het perceel na een uitbreiding van de stallen in te zetten voor biologische kippen. De plannen voor de pluimveehouderij zijn inmiddels gewijzigd naar aanleiding van onder andere gewijzigde marktomstandigheden en de tegen het ontwerpbestemmingsplan gerezen bezwaren. Dat heeft ook gevolg voor de stallen. Er is geen sprake meer van omschakeling naar biologische kippen. De meest noordelijke stal , nabij het adres Voskuilerdijk 28 gelegen , wordt zo bestemd dat deze niet meer als stal voor het houden van dieren gebruikt mag worden.
De zuidelijke pluimveestal wordt naar achteren uitgebreid en geschikt gemaakt voor de moderne bedrijfsvoering , met (gelijk aan het huidige gebruik) vrije uitloop. Voor dit deel van de aanpassing van het bouwperceel wordt het maximale aantal en type te houden pluimvee in de regels opgenomen. Hiermee wordt het plangebied efficiënter benut en worden de afstand tussen de stal en de meest nabije gevoelige functies aanzienlijk vergroot. Gelijktijdig wordt , in overleg met de eigenaar van het adres Voskuilerdijk 28 , op dat perceel het agrarisch bouwvlak aangepast. Waarmee het niet meer mogelijk wordt (mocht men dat al wensen) om die bedrijfswoning in het zuidelijke deel van dat bouwvlak te (her)bouwen. Op deze wijze wordt zeker gesteld dat er geen woning van derden gebouwd mag worden binnen de voorkeursafstand van de veehouderij en van de bedrijfsbestemming. Op basis van de nieuwe plannen voor het pluimveebedrijf en diverse zienswijzen zijn nadere onderzoeken gedaan (verkeer , geluid , geur) en toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. Ook is gevolg gegeven aan de toezegging die bij de inzage van het ontwerpbestemmingsplan gedaan was om de ruimtelijke inpassing te verbeteren naar aanleiding van reacties van de buurt.
Hierbij zijn de zienswijzen van de provincie en het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit meegenomen en daarmee is het definitieve inpassingsplan tot stand gekomen. De toegezegde verkenning van aanpassing van de verkeerscirculatie heeft plaats gevonden. Helaas bleek geen andere circulatie mogelijk , de daarvoor noodzakelijke toestemming van een grondeigenaar ontbreekt. Wel is nadere onderzoek gedaan naar de mobiliteit en geschiktheid van de wegen , daaruit blijkt dat de wegen geschikt zijn. Naar aanleiding van de zienswijzen die het gevoel van onveiligheid bij het
Geprint op: 26-05-2026 13:32:09 uur
4/7
dagelijks gebruik van de Voskuilerdijk (in het algemeen) verwoorden gaan wij in overleg met de buurt om te bezien welke maatregelen op dit punt mogelijk zijn. Aanmeldnotitie Milieueffectrapportage-beoordeling Bij de inzage van het ontwerp bestemmingsplan is verzuimd om ook de concept m. e. r. aanmeldnotitie ter inzage te leggen. Dat kan , blijkens jurisprudentie gerepareerd worden bij de vaststelling , er staat voor derden beroep open tegen dit besluit. Door de ODU was geconstateerd dat een verdere aanpassing van het bestemmingsplan en de m. e. r. -aanmeldnotitie nodig was , dan in eerste instantie was doorgevoerd , om het geheel aan alle voorwaarden te kunnen laten voldoen. In de nu voorliggende stukken zijn de noodzakelijke aanpassingen , regeling maximale dieren aantallen pluimveehouderij en omvang mestvergister , op de toegevoegde gronden verwerkt en is een nieuwe m. e. r. -aanmeldnotitie aangeleverd. Deze sluit aan bij de voorstellen tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat de voorgenomen activiteit geen belangrijke milieugevolgen heeft zodat voor de mestvergisting geen milieueffectrapportage noodzakelijk is. Dit plan voorziet niet in een toename van de veebezetting en is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.- , project-m. e. r. of m. e. r. -beoordelingsplichtig.
Omdat het planvoornemen wel een activiteit (wijziging inrichting) betreft zoals genoemd in lijst D is een vormvrije m. e. r. beoordeling nodig. De vormvrije m. e. r. -aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage 8 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het opstellen van een milieueffectrapportage voor de voorgenomen activiteiten is niet nodig. De effecten voor het milieu zijn in deze aanmeldingsnotitie inzichtelijk gemaakt en worden in de aanvraag voor de omgevingsvergunning verder toegelicht. De ODU heeft op 11 mei 2026 gemeld dat zij akkoord gaan met de planmer-beoordeling in de toelichting in het aangepaste bestemmingsplan en de aangeleverde ‘Aanmeldingsnotitie m. e. r. beoordeling’. Wij stellen voor om deze conclusie over te nemen als besluit. Zienswijzen Uit de participatie voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan was al duidelijk dat in de directe omgeving bezwaren waren tegen het plan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen , gedurende de periode van ter inzagelegging zijn binnen de termijn 9 zienswijzen ingediend en nog 1 buiten de termijn. In de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen Voskuilerdijk 26 zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een antwoord.
Naar aanleiding van de zienswijzen heeft initiatiefnemer onderzocht op welke wijze het plan aan te passen was , om daarmee invulling te geven aan de zienswijzen. Hij heeft de direct omwonende indieners van zienswijzen hierover in november 2025 geïnformeerd , zie verslag bijlage 9b (versie 5 januari 2026). Hieruit blijkt dat de verbeterde plannen door de omwonenden ook als verbetering ontvangen zijn. Het meedenken met de landschappelijke inpassing is als positief ervaren. Naar aanleiding van de conclusies uit de Nota van zienswijzen stellen wij voor om het bestemmingplan gewijzigd vast te stellen. Overgangsrecht Omgevingswet Het ontwerp bestemmingsplan is onder de Wro ingediend en in procedure gebracht. Dat houdt in dat deze , op basis van het overgangsrecht van de Omgevingswet (sinds 1-1-2024) onder het oude recht afgehandeld moet worden. Op dit besluit is dan ook nog de procedure van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. In het algemeen wordt de periode tussen inzage en indienen zienswijzen en besluitvorming door uw raad zo kort mogelijk gehouden. Echter bij dit plan was op het moment van ter inzage legging al bekend dat de motivering in de toelichting nog aanpassing behoefte. De ingediende zienswijzen hebben dit bevestigd. De initiatiefnemer heeft veel tijd nodig gehad om alle onduidelijkheden te verbeteren.
Daarmee was het niet mogelijk om dit plan eerder aan uw raad voor te leggen.
Geprint op: 26-05-2026 13:32:09 uur
5/7
Conclusie De noodzaak en motivatie voor de uitbreiding en de technische details staan nader beschreven in de nieuwe toelichting van het bestemmingplan. Samengevat kunnen wij stellen dat er behoefte is aan verwerking van mest en dat opwek van groene duurzame energie gewenst is. Door mest te vergisten en het biogas nuttig in te zetten wordt een bijdrage geleverd beperking van de methaanemissie. De gewenste verdubbeling van de inputcapaciteit kan met uitzondering van een extra silo binnen de bestaande gebouwen en installatie worden gerealiseerd. Daarmee is feitelijk sprake van een geringe planologische aanpassing. Gelijktijdig met de aanpassing van het bouwvlak ten behoeve van de mestvergister wordt het bouwvlak aangepast ten behoeve van de modernisering van het pluimveebedrijf en naar aanleiding van overleg met de buren wordt het bouwvlak van Voskuilerdijk 28 tevens aangepast.
Het plan leidt slechts beperkt tot extra verstening of meer verstedelijking omdat grotendeels gebruik wordt gemaakt van de bestaande bebouwing voor de voorzieningen van de vergister. Er is echter wel een forse extra silo nodig en de aanpassing van het pluimveebedrijf zal leiden tot een langere stal. In het kader van de wijzing van het bouwperceel en de toevoeging van bebouwing zal het perceel landschappelijk worden ingepast zodat ook de totale beeldkwaliteit van het perceel ten opzichte van de huidige situatie verbetert. Het aangepaste bestemmingsplan voldoet aan de wettelijke kaders en uitgangspunten. Kanttekeningen en risico’s Zoals hierboven gemeld is sprake van een bestemmingsplan dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. Tevens is het plan ingediend voor de rechtelijke uitspraken over saldering in verband met de natuurvergunning. In het kader van een bestemmingsplan moet bezien worden over het in redelijkheid te verwachten is dat noodzakelijke milieu- en natuurvergunningen verleend kunnen worden. Dat is in de toelichting van het bestemmingsplan aannemelijk gemaakt. Voor de feitelijke realisatie van de verandering van het bedrijf zullen diverse vergunningen nog aangevraagd en verleend moeten worden. Daarvoor is de Omgevingswet het kader en is voor de mestvergister de provincie bevoegd gezag.
Het is niet uitgesloten dat in het kader van die vergunning(en) aanvullende onderzoeken , onderbouwing en vergunning e nodig zijn. En dat aanpassing van de plannen nodig is. Mocht het plan daarmee uiteindelijk niet passen in dit bestemmingsplan , dan zal alsnog een procedure onder de Omgevingswet moet plaats vinden , met een overweging die daarbij past. Voor dit bestemmingsplan is voldoende aannemelijk gemaakt dat noodzakelijke vergunningen verleend kunnen worden. Mocht dat uiteindelijk niet mogelijk zijn is dat het risico van initiatiefnemer. Maatschappelijk draagvlak De installatie levert een belangrijk bijdrage aan opwek van duurzame energie en levert tevens een bijdrage aan de oplossing van het mestprobleem. Zie voor de participatie onder zienswijzen en het aangevulde participatie verslag. Ten behoeve van het ontwerp bestemmingsplan was conform de participatiewijzer overleg met de omgeving gewenst en daarvan verslag gedaan. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft initiatiefnemer de aanpassingen in de plannen opnieuw besproken met de omgeving en het participatie verslag daarover aangevuld. Financiële consequenties Dit voorstel past binnen de begroting
Uitgaven inkomsten Totaal
Voorstel
Begroot
€0
€ 0
Naam Product VerschilGevolg budget € 0minder uitgaven € 0minder inkomsten € 0tekort op begroting
Geprint op: 26-05-2026 13:32:09 uur
6/7
Legesverordening is van toepassing en daarnaast wordt een anterieure overeenkomst afgesloten , welke op de gebruikelijke wijze voor de raadsvergadering gedeeld zal worden met de gemeenteraad. Aanpak/uitvoering De vaststelling van het bestemmingsplan Voskuilerdijk 26 wordt op de gebruikelijke wijze in het Gemeenteblad , mijnoverheid en lokale kranten , bekend gemaakt en indieners van zienswijzen krijgen bericht. Het vastgestelde bestemmingsplan ligt gedurende zes weken ter visie. Communicatie Publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan volgens de wettelijke procedure plaatsvinden. Bijlage(n) D. nummer 309735 309736 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 14 Bijlage 10 Bijlage 13
Documentnaam Concept raadsbesluit College advies Nota van beantwoording zienswijzen Zienswijzen anoniem Samenvatting ambtshalve wijzigingen Gewijzigde Verbeelding Gewijzigde Toelichting met bijlagen. Gewijzigde Regels met bijlagen. Landschap inpassing m. e. r. -aanmeldnotitie Ontwerp bestemmingsplan. Participatie verslag Ann. Akkoord Voskw 28
Geheimhouding
Actieve openbaarmaking
Burgemeester en wethouders van Woudenberg
Z. D. M. van den Boogaard Secretaris
Geprint op: 26-05-2026 13:32:09 uur
M. Jansen-van Harten Burgemeester
7/7