CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

01.b Nadere regels verordening sociaal domein (Jeugdwet en Wmo) 2024.pdf

Raadscommissie 14 mei 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken11.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De maatwerkvoorziening dagactiviteit kan arbeidsmatig van aard zijn, gericht op activering of beleving. De cliënt kan tevens in aanmerking worden gebracht voor het vervoer van huis naar de locatie en weer terug waar de dagactiviteiten wordt geboden. Wanneer het vervoer in ieder geval noodzakelijk wordt geacht is neergelegd in het tweede lid. Naast de dagactiviteit, die in groepsverband wordt geboden, kan de cliënt ook in aanmerking komen voor (individuele) begeleiding. Het college stelt tijdens het onderzoek vast op welke maatwerkvoorziening(en) de cliënt aangewezen kan zijn en wat in dat kader de goedkoopst passende bijdrage levert aan de beperkingen die door de cliënt worden ondervonden. Vervoer naar dagbesteding De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de dagbesteding (begeleiding groep). Gemeenten zijn vrij om het vervoer en de bekostiging ervan zelf in te richten. De gemeente kan het vervoer zelf organiseren (inkoop zorg zonder vervoer) of de zorgaanbieder het vervoer laten organiseren (inkoop zorg met vervoer). Uitgangspunt bij het beoordelen van de noodzaak van geïndiceerd vervoer is: het gebrek aan zelfredzaamheid/veiligheid bij de cliënt waardoor de cliënt niet zelfstandig (of met 25

behulp van een mantelzorger of informele zorgverlener) van de woonsituatie naar de dagactiviteit kan reizen. De te kiezen locatie voor de dagactiviteit(en) ligt in principe niet verder dan 15 kilometer van het woonadres van de cliënt. Wanneer er binnen 15 kilometer van het woonadres van de cliënt geen passend aanbod te vinden is, kan worden gekozen voor een aanbod dat verder weg ligt. 1. Er wordt altijd eerst gekeken naar voorliggende voorzieningen: is vervoer door de inzet van het netwerk (mantelzorg/ informele, vrijwillige zorg) van de cliënt mogelijk? 2. Wanneer een cliënt via training/coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagactiviteit kan reizen, dan komt dit in plaats van het vervoer door een aanbieder; 3. Biedt het netwerk geen mogelijkheden voor vervoer, dan regelt de aanbieder het vervoer met de aanvullende indicatie vervoer; 4. Wil of kan de aanbieder dit vervoer toch niet aanbieden, dan wordt gezocht naar een alternatieve aanbieder voor zowel dagactiviteiten als vervoer;

26

5. Cliënt heeft afwijkende wens: cliënt kiest voor een locatie verder weg dan 15 kilometer, terwijl er een passend alternatief dichterbij is, dan mag de aanbieder extra kosten voor het vervoer in rekening brengen bij de cliënt. De cliënt kan ook gebruikmaken van de regiotaxi, maar niet tegen gereduceerd tarief. De extra kosten worden niet door de gemeente vergoed. Hulp bij het huishouden De inzet van hulp bij het huishouden heeft als doel een bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid van de cliënt met het oog op zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep d.d. 18 mei 2016 is duidelijk geworden dat hulp bij het huishouden binnen het bereik valt van de Wmo 2015 maar niet of het valt onder het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen of onder het voeren van een gestructureerd huishouden. Het tweede lid bepaalt welke vormen van hulp bij het huishouden er worden onderscheiden. Het derde lid bepaalt dat voor wat betreft het schoonhouden en opruimen van de woning het uitgangspunt geldt dat de taken alleen betrekking hebben op ruimten die voor de cliënt noodzakelijk zijn voor het normale gebruik van de woning. Ruimten die niet in gebruik (hoeven te) zijn vallen hier dus buiten. Dat wil niet echter zeggen dat in deze ruimte(n) helemaal nooit gestofzuigd of gedweild hoeft te worden.

Vanaf 1 januari 2020 is er geen onderscheid meer in specifieke vormen van hulp bij het huishouden. Wel blijft het mogelijk dat bij de indicatie de intensiteit van de ondersteuning wordt aangegeven en daarop de eventuele hulp kan worden aangepast. Respijtverblijf in een instelling Nadat is vastgesteld dat de mantelzorger ontlast moet of wil worden, geldt een specifiek criterium om in aanmerking te komen voor deze maatwerkvoorziening. De cliënt is voorkomende gevallen door het (tijdelijk/deels) wegvallen van de mantelzorg aangewezen op ondersteuning welke gepaard gaat met permanent toezicht. Is de cliënt daar niet op aangewezen, dan zou bijvoorbeeld dagactiviteit (groepsverband) al dan niet gecombineerd met begeleiding (individueel) en zorg als bedoeld in de Zvw uitkomst kunnen bieden. Voor zover de mantelzorger ‘geneeskundige zorg’ verleend als bedoeld in de Zvw ligt het voor de hand dat er aanspraak bestaat op Eerstelijnsverblijf op grond van de Zvw. Er geldt in die gevallen geen ondersteuningsplicht voor het college. Persoonlijke verzorging vanuit de Zvw gaat niet voor op ondersteuning vanuit de Wmo. Afdwingen kan dus niet, het college zal altijd in overleg met cliënt en mantelzorger bekijken wat de beste oplossing is (zie ook ECLI:NL:CRVB:2011:BT2790, ECLI:NL:CRVB:2010:BL9930).

Ondersteuning bij het wonen Dit artikel beschrijft de vormen van de maatwerkvoorzieningen die het college kan verlenen en wat de reikwijdte daarvan is. De cliënt wordt op deze manier in staat gesteld tot het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar hij zijn hoofdverblijf heeft (of zal hebben). Onder omstandigheden kan het te bereiken resultaat tevens betrekking hebben op de berging, de toegang tuin of balkon van de woning. Denk bijvoorbeeld ook aan het verbreden van een toegangspad of toegangsdeur. Het moet bij het verlenen van maatwerkvoorzieningen gaan om het kunnen uitvoeren van elementaire woonfuncties gericht op het opheffen of verminderen van problemen bij het normale gebruik van de woning. Dat is feitelijk een uitwerking van het begrip zelfredzaamheid. Verwezen wordt naar de begripsbepalingen in de verordening van een woning en het normale gebruik van de woning.

27

Waar het gaat om aanpassingen van de woning geeft de door ScioPeng opgestelde limitatieve lijst een indicatie van de kosten. De meest recente lijst is van april 2018 en gezien de ontwikkelingen op de markt is deze niet meer actueel, Daarnaast blijkt dat aannemers niet voor de bedragen van dit calculatiebedrag kunnen/willen uitvoeren. Voor bouwkundige aanpassingen is het daarom altijd wenselijk om meerdere offertes aan te vragen danwel te informeren bij Meyra Wooncare naar eventuele relevante prijzen. Criterium primaat van verhuizen In geval van een indicatie voor een woningaanpassing en/of een traplift geldt het principe van het primaat van verhuizen. In voorkomende gevallen beoordeelt het college de mogelijkheden hiertoe. Deze beoordeling blijft achterwege als het college vaststelt dat verhuizen binnen een medisch aanvaardbare termijn niet mogelijk is. Bezoekbaar maken van de woning In afwijking van de hoofdregel dat alleen woonvoorzieningen worden verleend in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben, kan het college een woning bezoekbaar laten maken. Alleen personen die hun hoofdverblijf hebben in een instelling met een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg komen hier voor in aanmerking. Het kan gaan om partners of kinderen die met deze mogelijkheid in staat worden gesteld om op bezoek te gaan bij partner of ouders.

Verder bepaalt dit artikel wat onder bezoekbaar maken wordt verstaan. Beschermd wonen Een indicatie voor beschermd wonen is slechts aangewezen indien de cliënt is aangewezen op een beschermende woonomgeving (inclusief noodzakelijk verblijf) gelet op diens complexe problematiek. Die kan betrekking hebben op onder meer het psychisch en psychosociaal functioneren of een psychiatrisch ziektebeeld. Daarnaast is het zo dat de maatwerkvoorzieningen zoals begeleiding geen passende bijdrage kunnen bieden. Verder is beschermd wonen primair gericht op personen die zich (nog) niet kunnen handhaven in de samenleving en daarom zijn aangewezen op noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling. Daarvoor kan aanleiding bestaan omdat de cliënt er (nog) niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder (in de directe nabijheid van) 24 uur per dag toezicht en aangewezen ondersteuning. Het kan zijn dat de cliënt, op termijn, in staat is een meer regulier leven op te bouwen, maar er zullen ook cliënten zijn die levenslang afhankelijk zijn van een beschermende woonomgeving. Om zo goed mogelijk maatwerk te kunnen bieden wordt de indicatie voor beschermd wonen gesteld in de vorm van een zorgarrangement. Het college werkt nader uit wat onder zorgarrangementen wordt verstaan.

Uit de wettelijke definitie van beschermd wonen volgt dat het een maatwerkvoorziening betreft voor(noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een instelling en bijbehorende aangewezen ondersteuning. In het geval de cliënt recht heeft op een pgb worden eisen gesteld aan de accommodatie, het moet gaan om een zogeheten kleinschalige woonvorm. Hoewel dat impliciet uit de wet kan worden afgeleid bepaalt het tweede lid expliciet dat verblijf bij ouders of wettelijk vertegenwoordigers niet kan worden aangemerkt als kleinschalige woonvorm. De indicatie voor beschermd wonen bestaat, naast de beschermende woonomgeving (het noodzakelijke verblijf) uit niveaus van bijbehorende noodzakelijke ondersteuning. Bij het stellen van de indicatie wordt bepaald waar de cliënt op is aangewezen. In het geval van overgangsrecht kan het oude tarief (75%) aan de orde zijn. Het kan dat de cliënt in aanmerking komt voor een pgb, als wordt voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden. Ondersteuning deelname maatschappelijk verkeer

28

Het college kan een vervoersvoorziening en/of een gebruikerspas Regiotaxi verlenen voor respectievelijk ‘de korte afstand’ en voor de wat ‘langere afstand’ binnen de leefomgeving van de cliënt. Het verschil hiertussen is doorgaans gelegen in de vraag of het gerichte of ongerichte bestemmingen betreft. De verordening bepaalt in 10.4 lid 4 dat er geen pgb mogelijk is wanneer de collectieve maatwerkvoorziening passend en toereikend is. Personen die geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer kunnen ook onder de Wmo 2015 tegen gereduceerd tarief gebruik maken van de Regiotaxi (ofwel het collectief vraagafhankelijk vervoer). Deze voorziening wordt verstrekt door middel van het beschikbaar stellen van een Wmo-vervoerspas, zijnde een kortingspas. Met deze pas reist men tegen een gereduceerd tarief tot maximaal 600 zones exclusief opstapzones per jaar. Het is niet mogelijk bij een beroep op deze voorziening keuzevrijheid te bieden. Voor deze voorziening geldt een uitzondering op het abonnementstarief. De gebruiker betaalt naar het gebruik van het vervoer een reizigersbijdrage.. De Regiotaxi geldt als aanvullend openbaar vervoer en zal in de meeste gevallen als passende bijdrage kunnen worden aangemerkt. De cliënt die gebruik maakt van Regiotaxi is daarvoor een ritbijdrage verschuldigd.

Het gaat om algemeen gebruikelijke kosten omdat iedereen die gebruik maakt van het Openbaar Vervoer daarvoor ook moet betalen. Met het zich kunnen verplaatsen in de leefomgeving wordt de cliënt in staat gesteld tot participatie. Onder de leefomgeving in het kader van dit artikel wordt 15-20 kilometer rondom de woning verstaan (vergelijk CRVB:2009:BH4270 en CRVB:2010:BL4037). Het uitgangspunt qua omvang is bepaald op 2000 kilometer (gelijk aan 600 zones)per jaar. Dit betekent echter niet dat er in het individuele geval niet meer of minder mogelijk zou kunnen zijn. Het college is immers gehouden maatwerk te leveren en is daarom bevoegd in individuele gevallen om af te wijken. Dat zou bijvoorbeeld (ook) het geval kunnen zijn als er meer dan één vervoersvoorziening wordt verleend en met deze voorzieningen tezamen 2000 kilometer op jaarbasis kunnen reizen bereikt kan worden. Bij een combinatie van vervoersvoorzieningen valt te denken aan een scootmobiel voor het verplaatsen rondom de woning en middellange afstanden naast een pasje voor collectief vervoer (vervoersdoel middellange en lange afstanden). De (extra) vervoersbehoefte of kosten in verband met het verrichten van vrijwilligerswerk vormt in beginsel geen aanleiding voor verstrekking van vervoersvoorzieningen.

Uit de WVG-jurisprudentie blijkt dat het redelijk is dat de vervoerskosten worden betaald door de organisatie waarvoor het vrijwilligerswerk verricht wordt. Aangenomen wordt dat dit uitgangspunt ook geldt onder de Wmo 2015.

29

Bijdrage in de kosten Eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening/pgb voor een woonvoorziening of hulpmiddel Dit artikel regelt de hoogte en de omvang (duur) voor de bijdrage in de kosten voor woningaanpassingen en hulpmiddelen.

Kwaliteit In de Wmo 2015 staat in hoofdstuk 3 (artikelen 3.1-3.5 van de wet) beschreven wat relevante kwaliteitseisen zijn. Zo wordt bepaald dat de (maatwerk)voorziening zelf veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht moet zijn. Andere eisen die relevant zijn hebben betrekking op regelingen voor de afhandeling van klachten, medezeggenschap, meldcode en betrokken professionals. In artikel 3.4, eerste lid, van de wet is bepaald dat de aanbieder bij de toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet onverwijld melding doet van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden en van geweld bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening.

Tegemoetkoming meerkosten Dit artikel bepaalt de kaders voor de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten afhankelijk van de kostensoort en verwijst voor de bedragen naar het Financieel besluit bij de verordening en nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Woudenberg.

Slotbepalingen Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van de nadere regels. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele van de cliënt. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet nadrukkelijk worden beschouwd als een uitzondering. Citeertitel en inwerkingtreding Dit artikel regelt de inwerkingtreding, waarbij geen overgangsrecht is opgenomen. Dat betekent dat deze nadere regels, net als de verordening, onmiddellijke werking hebben.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2584/documents/53019