Woondeal West-Brabant West 9 maart 2023
Tekst van het document
AFSPRAKEN WONINGBOUW 2022-2030
WOONDEAL WEST-BRABANT WEST
Deelnemers
Aanleiding Aanleiding In het eerste kwartaal van 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda uitgebracht, met als kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Hierin stelt het Rijk dat er landsdekkende regionale woondeals moeten komen. In het voorjaar van 2022 heeft het Rijk aan de provincies gevraagd een Woonbod op te stellen om tot provinciale woningbouwafspraken te komen. Alle provincies hebben in het Woonbod het aantal te realiseren woningen in de periode tot en met 2030 aangegeven en de bijbehorende randvoorwaarden. Zo ook de provincie Noord-Brabant. Zie bijlage 1 voor de bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de provincie Noord-Brabant. De provincie Noord-Brabant heeft met de minister een handtekening gezet onder een totaal van 130.600 woningen in de periode t/m 2030. Hiervan dienen 8.630 (netto) woningen te worden gerealiseerd in de Stedelijke Regio West-Brabant West. Deze opgave is gebaseerd op de taakstelling van het Rijk waarbij een uitsplitsing is gemaakt op basis van de (provinciale) bevolkingsprognose. Het Woonbod is vertaald naar deze regionale woondeal. De provincie, de gemeenten, de woningcorporaties en de minister voor VRO maken in deze regionale woondeal wederkerige afspraken.
De kwalitatieve (betaalbaarheidsdoelstelling) en kwantitatieve woningbouwopgave per regio, die wordt vastgelegd in deze regionale woondeals, tellen op tot de provinciale woningbouwopgave. De provincie Noord-Brabant bestaat uit vier woonregio’s. Voor u ligt de Woondeal West-Brabant West. Naast de Woondeal bestaat er ook het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant, met daarbinnen de specifieke afspraken voor de Stedelijke Regio West-Brabant West.1 Daarin wordt verder gekeken dan de periode t/m 2030. West-Brabant West zet daarbij in op een hoogwaardige, integrale en duurzame ontwikkeling van de regio waarin ruimte is voor uitbreiding van wonen en werken, maar waarbij water, groen en natuur eveneens verder ontwikkeld worden. Binnen deze strategie worden beelden en ambities geschetst. De aantallen woningen die in de Verstedelijkingsstrategie/Ontwikkelperspectief worden genoemd zijn daarom hoger dan in het provinciaal Woonbod en in deze regionale Woondeal. De woondeal betreft de minimum woningbouwopgave, terwijl de aantallen in RIA een (hogere) ambitie weergeeft.
Woningbouwopgave Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw tot en met 2030 nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar groei tot 100.00 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2023. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.0000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huurwoningen en betaalbare koopwoningen) nodig. Gemeenten, provincies en Rijk maken afspraken over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. Het Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven. Het provinciale aandeel is 130.600 woningen. Op 30 juni 2022 hebben Minister Hugo de Jonge, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Woonbond en Aedes de Nationale prestatieafspraken ondertekend. Voor woningcorporaties ligt in die prestatieafspraken een opgave vast voor de bouw van 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 midden huurwoningen tot en met 2030. In deze Woondeal West-Brabant West wordt een regionale doorvertaling gemaakt naar gemeenten en woningcorporaties van de gemaakte afspraken tussen Rijk en provincie en tussen Rijk en woningcorporaties.
Inhoudsopgave
Inleiding
1
Leeswijzer
1
Definities en afkortingen
2
Deel A
4
1)
Woningbouwopgave
5
2)
Betaalbaarheid
8
3)
Versnelling woningbouw: sleutelprojecten
11
4)
Versnelling woningbouw: flexwoningen
14
5)
Aandachtsgroepen
17
6)
Herstructurering en transformatie
22
7)
Vakantieparken
23
8)
Duurzame en toekomstbestendige bouw
24
9)
Ruimtelijke ordeningsaspecten
25
Deel B
26
10) Samenwerking, monitoring en sturing
26
11) Kritische succesfactoren en ondersteuning
28
Ondertekening
33
Bijlagen 1)
Bestuurlijke afspraken Rijk - provincie Noord-Brabant
2)
Generieke ondersteuning woningbouw
3)
Regionale woningbouwprincipes
4)
Monitoring en bespreking voortgang
Inleiding Voor u ligt de regionale Woondeal West-Brabant West. Dit document is opgesteld in navolging op het verzoek van minister De Jonge om te komen tot regionale Woondeals. In de Woondeal is de provinciale woningbouwopgave als basis genomen en te vertalen naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw. Focus ligt hierbij op de realisatie van bestaande (harde) plannen en betaalbaarheid. In 2023 wordt ingezet op monitoring van de woningbouw en woonopgaven. Het voornemen is om de Woondeal eind 2023 te herijken. 9 maart 2023
Leeswijzer De Woondeal West-Brabant West bevat afspraken over onderwerpen en thema’s die van belang zijn voor de stedelijke regio, zoals de woningbouwopgave, het betaalbaar houden van de (bestaande) woningvoorraad en kwalitatieve woonvraagstukken. Deze woonvraagstukken hebben betrekking op een bepaalde aandachtsgroep of op een ander specifiek onderwerp. In deel A van de Woondeal zijn de afspraken als volgt geordend: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Woningbouwopgave: aantallen Betaalbaarheid Versnelling woningbouw: sleutelprojecten Versnelling woningbouw: flexwoningen Aandachtsgroepen Herstructurering en transformatie Vakantieparken Duurzame en toekomstbestendige bouw Ruimtelijke ordeningsaspecten
In deel B van de Woondeal zijn de afspraken over samenwerking en sturing opgenomen. Daarbij gaat het over monitoring van de voortgang, escalatieniveaus, de kritische succesfactoren en de benodigde ondersteuning en beheersmaatregelen bij de woningbouwprojecten.
10. 11.
Samenwerking, monitoring en sturing Kritische succesfactoren en ondersteuning
In deze Woondeal zijn in kaders de afspraken tussen de regiogemeenten, woningcorporaties, de provincie Noord-Brabant en het Rijk opgenomen.
Definities en afkortingen Definities Betaalbare woning
Flexwoning
Geclusterde (ouderen)woning
Herstructurering
Huisvesting arbeidsmigranten
Nultredenwoning
Plancapaciteit Bruto plancapaciteit Netto plancapaciteit Totale plancapaciteit Harde plancapaciteit Zachte plancapaciteit
Een betaalbare woning is een sociale huur of middenhuur woning door corporaties en een middenhuur woning of betaalbare koopwoning door marktpartijen. Betaalbare huurwoningen zijn woningen met een huur van 1.000 euro per maand of minder; betaalbare koopwoningen zijn woningen tot 355.000 euro. Een woning die snel kan worden gerealiseerd, door gebruik te maken van een versnelde procedure (tijdelijke afwijking). Daarmee helpt dit type woningen om de acute woningnood te verkleinen. Veelal worden de woningen geplaatst op locaties die tijdelijk beschikbaar zijn en zijn ze verplaatsbaar. Geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetingsruimtes, beslaan onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), servicefats en seniorenfats. Geclusterde woonvormen zijn primair ingericht op de woonwensen van ouderen, beslaan woningen die tenminste nultreden zijn en voorzien daarmee in hoger wooncomfort. Daarnaast zijn deze woonvormen ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Ook hierbij geldt nabijheid van voorzieningen als belangrijk. Het vernieuwen van verouderde of verloederde woongebieden, bijvoorbeeld door sloop en nieuwbouw, waardoor met andere typen woningen voorzien wordt in de actuele vraag naar woningen.
Betreft huisvestingsplekken (geen zelfstandige woningen) en maken geen onderdeel van de woningbouwopgave of plancapaciteit. In nultredenwoningen hoeft geen trap te worden gelopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen en appartementen in de buurt van voorzieningen. Nultredenwoningen zijn geschikt voor bewoning door ouderen. Niet alle nultredenwoningen worden bewoond door ouderen; ook jongeren en starters wonen vaker in dit type woningen. Alle woningbouwplannen. De bruto toe te voegen woningen. Woningbouwplannen minus sloop en/of transformatie. De netto toe te voegen woningen. Optelsom van harde en zachte plancapaciteit Woningbouwplannen waarvan het bestemmingsplan vastgesteld of onherroepelijk is. Woningbouwplannen waaraan de gemeenteraad een principeakkoord hebben gegeven of die in planvorming zijn genomen, dan wel waarvoor een ontwerp bestemmingsplan is opgesteld.
Provinciaal Woonbod Stedelijke Regio WBW Regionale Woondeal
Sleutelprojecten
Transformatie
Verstedelijkingsstrategie
Verpleegzorgplekken
Doorvertaling van nationale woondoelen in bestuurlijke afspraken woningbouw tussen provincie en het Rijk. Samenwerkingsverband bestaande uit de zeven gemeenten, provincie Noord-Brabant en de vijf corporaties. Doorvertaling van provinciale taakstellingen vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en Rijk met provinciale taakstellingen. Afspraken tussen regiogemeenten, woningcorporaties, provincie en Rijk. Woningbouwplannen die een belangrijke bijdrage leveren aan de versnelling van de regionale woningbouwopgave. Locaties die belangrijk zijn voor zowel de regionale als gemeentelijke opgave. De verandering van de functie van de bebouwing van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld een winkelpand wordt woning of na sloop van een bedrijf ontstaat er ruimte voor woningbouw. Uitwerking van de verstedelijkingsopgave voor de stedelijke regio tot 2040 met bouwstenen, ontwerpprincipes en afspraken over de toepassing daarvan in de verschillende gebiedsuitwerkingen. Een deel van de geclusterde woonvormen betreffen verpleegzorgplekken. Deze woningen dienen zorggeschikt te zijn: deze woningen hebben extra voorzieningen, zodat deze beter zijn voor mensen met een beperking of voor het verlenen van zorg. Het kabinet heef in het coalitieakkoord besloten om nieuwe verpleegzorgplekken in te richten op basis van scheiden wonen en zorg.
Bewoners betalen de lage eigen bijdrage voor de langdurige zorg die zij ontvangen (volledig pakket thuis – VPT) en betalen zelf de woonkosten van hun woning.
Afkortingen BO MIRT
Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken
CPO
Collectief particulier opdrachtgeverschap
GS
Gedeputeerde Staten
NOVI
Nationale Omgevingsvisie
RIA
Regionale Investeringsagenda
VRO
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
WBI
Woningbouwimpuls
WBW
West-Brabant West
Deel A In deel A van de Woondeal treft u een uitwerking van de woningbouwopgave binnen de regio WestBrabant West. Wij gaan hierbij in op de totale woningbouwopgave in de regio (A.1), het aandeel betaalbaarheid (A.2) en de sleutelprojecten binnen de regio (A.3). Het betreft hier reguliere woningen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bruto- en netto woningbouwaantallen. Daarnaast wordt in deel A ingegaan op flexwoningen (A.4): deze woningen dragen bij aan de versnelling van de regionale woningbouwopgave, zoals omschreven in A.1 en A.2. Tevens zijn de woningen voor aandachtsgroepen (A.5) onderdeel van de totale woningbouwopgave. Een uitzondering vormen locaties voor (grootschalige) huisvesting van arbeidsmigranten: hierbij is namelijk sprake van een logiesfuncties met niet zelfstandige huisvesting. Deze huisvesting maakt daarom geen onderdeel van de woningbouwopgave of plancapaciteit. De woningaantallen die samenhangen met herstructurering en transformatie worden separaat omschreven (A.6). Ook deze aantallen hebben overlap met de totale woningbouwopgave. Tot slot wordt ingegaan op vakantieparken binnen het gebied (A.7), de duurzaamheidsaspecten van de bouw (A.8) en ruimtelijke ordeningsaspecten (A.9).
1. Woningbouwopgave Voldoende en passende woningbouw is een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken is het noodzakelijk om de komende jaren het bouwtempo flink te verhogen en sneller en meer woningen bij te bouwen. In heel Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen nodig. Circa 130.000 van deze woningen (120.000 netto) moeten worden gerealiseerd in de provincie Noord-Brabant. De regio West-Brabant West zet zich, in samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van onderstaande opgave (tabel 1). Elke gemeente neemt een evenwichtig aandeel (‘fair share’) op basis van aantal inwoners van de regionale opgave van in totaal 8.630 woningen (netto) c.q. 9.635 woningen (bruto / excl. sloop). We maken daarom afspraken over de (minimale) opgave voor de regio. Het grootste deel (ruim 70%) van de woningen moet gerealiseerd worden in de gemeenten Bergen op Zoom, Moerdijk en Roosendaal.
Tabel 1a: Verdeling opgave 2022-2030
Tabel 1b: Verdeling opgave (2022-2030) naar gemeenten
De totale plancapaciteit voor de periode 2022-2030 in de regio per 1-10-2022 bedraagt 14.3821 woningen, waarvan ‘hard’ 4.930 woningen (vastgesteld of onherroepelijk bestemmingsplan). Het streven is om rond de 130% plancapaciteit te hebben ten opzichte van de te realiseren woningen: kwantitatief wordt hieraan voldaan voor de regio als geheel, namelijk circa 150%. Ook de individuele gemeenten hebben voor de periode 2022-2030 voldoende plancapaciteit in de programmering.
Tabel 2: verdeling woningbouw aantallen in plannen per gemeente
Om de woningbouwopgave uit tabel 1 te realiseren, is het noodzakelijk om te beschikken over voldoende harde plancapaciteit, met name de eerste 3-jaarsperiode. Gemeenten zorgen er tijdig voor dat ‘zachte’ woningbouwplannen worden omgezet in ‘harde’ plannen, met daarbij specifieke aandacht voor het opharden van de plannen tot en met 2024.
Tabel 3: Verdeling netto harde plan capaciteit naar gemeenten
In tabel 3 is de totale harde plancapaciteit op basis van vastgestelde of onherroepelijke bestemmingsplannen opgenomen. We zien tot 2030 harde plannen voor 4.930 woningen. Het is logisch dat het aantal harde plannen in de tijd afneemt. Maar het is wel noodzakelijk om de zachte plannen tot en met 2024 op te harden om de regionale opgave van in totaal 8.630 woningen (netto) te realiseren.
Tabel 4: Regionale aandeel in de provinciale opgave
Voldoende plancapaciteit in voorbereiding wil niet zeggen dat er al planologische aanvaardbaarheid is over de plannen. Hierover moeten in een groot aantal gevallen nog besluiten worden genomen. Het geeft een indicatie weer van de haalbaarheid van de minimumbouwgave in de regio als geheel en de gemeente in het bijzonder. Zowel de regio als geheel als de individuele gemeenten hebben hogere ambities in kader van de Regionale InvesteringsAgenda (hierna: RIA) en de verstedelijkingsstrategie kenbaar gemaakt. De regionale woondeal biedt kwantitatief ruimte om aan deze ambitie te werken. Tegelijkertijd wordt opgeroepen om realisme in het totale planaanbod te hanteren en de focus te leggen op voldoende harde plancapaciteit om – m.n. op korte termijn – tot realisatie te komen.
Afspraken woningbouwopgave 1.1.
Elke gemeente neemt een evenwichtig aandeel (‘faire share’) van de regionale woningbouwopgave van in totaal 8.630 woningen (netto) c.q. 9.635 woningen (bruto / excl. sloop) tot en met 2030.
1.2.
Gemeenten zorgen voor voldoende harde plancapaciteit voor de eerste 5 jaarsperiode om hun eigen woningbouwopgave te kunnen realiseren.
1.3.
Gemeenten zorgen voor het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van de in deze woondeal afgesproken woningbouwopgave. Daarbij zijn (de oplossingen van) de kritische succesfactoren zoals geschetst onder Hoofdstuk 11. A randvoorwaardelijk.
2. Betaalbaarheid Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Daarom is het streven dat twee-derde van de t/m 2030 nieuw te realiseren woningen op zowel landelijk, provinciaal als op regionaal niveau betaalbare woningen zijn. Onder dit betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een maximum van €1.000 per maand en koopwoningen tot €355.000.2 In de provincie Noord-Brabant gaat het om in totaal 87.000 van deze betaalbare huur- en koopwoningen. Voor de regio West-Brabant West betreft het een opgave van 6.410 betaalbare huuren koopwoningen). In totaal omvatten de gemeentelijke plannen 7.980 betaalbare woningen (bruto plancapaciteit). Hiermee is er momenteel ruim voldoende plancapaciteit in het betaalbare segment (125%) om in de opgave te voorzien. Momenteel wordt het wetsvoorstel ‘versterking regie volkshuisvesting’ door het ministerie van BZK opgesteld. In deze wet wordt ook de definitie van sociale huur opgenomen.
Tabel 5: Opgave betaalbaarheid en plancapaciteiten gemeenten
Plannen met betrekking tot sociale huurwoningen Voor de provincie Noord-Brabant is de inzet om in de periode t/m 2030 39.200 sociale huurwoningen te realiseren. Vertaald naar de regio West-Brabant West betekent dit een opgave van 2.890 sociale huurwoningen. Uitgaande van de beschikbare gegevens is de inschatting dat op basis van de huidige gemeentelijke plannen voor deze periode slechts 1.410 sociale huurwoningen en 1.410 middeldure huurwoningen voorzien zijn. Terwijl de vraag naar sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen groot is en de wachtlijsten toenemen. En het dus belangrijk is dat er meer van deze woningen bijkomen. Verdeling per project Om deze opgave voor sociale en middeldure huurwoningen versneld te bereiken, hanteren partijen in de huidige (waar juridisch mogelijk) en toekomstige plannen als uitgangspunt de volgende verdeelsleutel per project: 30% sociale huur 2/3 betaalbare woningen. Het minimum aantal woningen per project waarvoor deze afspraak geldt is 20 woningen.
Partijen spreken af hiervan in onderling overleg per plan af te kunnen wijken, zodat toegewerkt wordt naar een percentage van 30% sociale huur. Het kan voorkomen dat in bepaalde kernen een groter aandeel in sociale huurwoningen aanwezig is dan volkshuisvestelijk gewenst. Het uiteindelijke doel is in de regio West-Brabant West gezamenlijk voldoende sociale huurwoningen toe te voegen om aan de vraag te voldoen. Middeldure huurwoningen Op landelijk niveau is de ambitie uitgesproken om 50.000 middeldure huurwoningen door woningcorporaties toe te voegen in de periode t/m 2030. Vertaald naar de regio West-Brabant West gaat het om 500 woningen.3 Hoewel de corporaties en gemeenten in onze regio hieraan naar rato van de landelijke opgave willen bijdragen, zijn in de huidige plannen van de corporaties tot op heden minder dan 500 middeldure huurwoningen opgenomen. Partijen maken daarom in 2023 afspraken op welke manier deze huurwoningen alsnog opgenomen kunnen worden in de (huidige en toekomstige) plannen tot het aantal van 500 woningen is bereikt. Daarnaast zullen ook door andere marktpartijen middeldure huurwoningen worden gerealiseerd. Betaalbare en sociale koop Er ligt ook een opgave voor het toevoegen van betaalbare en sociale koopwoningen. Partijen maken afspraken over de toe te voegen aantal nieuw te bouwen sociale koopwoningen per kern c.q. gemeente.
Het kan voorkomen dat in bepaalde kernen een groter aandeel in sociale huurwoningen aanwezig is dan volkshuisvestelijk gewenst. Partijen spreken in dat geval af om binnen nieuwbouwprojecten in lijn met overheidsbeleid toch 30% sociale nieuwbouwwoningen toe te voegen. Dit kan er dan vervolgens wel toe leiden om binnen de bestaande voorraad een gelijk aantal sociale huurwoningen te verkopen. Dit draagt bij aan een evenwichtige spreiding per kern en levert een bijdrage aan het verhogen van het aantal betaalbare koopwoningen. Vervangingsopgave Om te zorgen dat de woningvoorraad van woningcorporaties up-to-date is en blijft, hebben corporaties naast een onderhouds- en renovatieopgave ook een vervangingsopgave: nieuw voor oud door nieuwbouw met daartegenover sloop en /of verkoop van woningen. Dit is aanleiding om in kernen met al veel sociale woningbouw toch te investeren in nieuwbouw. De verkoop die daartegenover staat, levert een aandeel in de bijdrage aan betaalbare koopwoningen. Stand Woningbouwplannen corporaties: betaalbaar en sociale huur In de Nationale prestatieafspraken met de corporatiesector is opgenomen dat woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor de realisatie van 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuur woningen in heel Nederland.
De woningcorporaties in de regio West-Brabant West hebben plannen om in de periode 2022 t/m 2030 in totaal 3.517 sociale huurwoningen en 326 midden huurwoningen te realiseren (zie onderstaande tabel). Daarmee wordt ruim voldoende ingespeeld op de opgave van 2.890 sociale woningen. Al moet wel de kanttekening gemaakt worden dat niet alle plannen meteen uitvoerbaar zijn. Van de 4.026 woningen in de plannen is 40% hard en 60% zacht. Bovendien is verkoop en sloop niet meegerekend in de aantallen.
Tabel 6: Opgave betaalbaarheid en plancapaciteiten woningcorporaties
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij partijen het noodzakelijk vinden van de algemene afspraken met betrekking tot betaalbaarheid af te wijken: indien hier sprake van is, wordt dit op de Woondealtafel besproken. Specifieke afspraken tussen gemeenten en woningcorporaties zijn opgenomen in bijlage 5.
Afspraken betaalbaarheid 2.1.
De regionale opgave voor twee-derde betaalbare woningen voor de periode 2022-2030; in totaal betreft dit 6.410 woningen. De regio zet zich in om dit aantal minimaal te behalen.
2.2.
De regionale opgave voor 30% sociale huurwoningen voor de periode 2022-2030; in totaal betreft dit 2.890 woningen. De regio zet zich in om dit aantal minimaal te behalen. te leveren.
2.3.
Woningcorporaties in de regio hebben initiatieven en projecten met in totaal 3.520 sociale huurwoningen in de regio. Een deel daarvan zitten in plannen die bekend zijn bij gemeenten. Gemeenten en corporaties gaan in 2023 nader met elkaar in gesprek om de plannen van de corporaties te concretiseren.
2.4.
De gemeenten en de corporaties spreken af in 2023 gezamenlijk een regionaal woningbehoefte onderzoek te houden. De resultaten van dit onderzoek vormen de input voor nadere afspraken vanaf 2024 over de regionale en daarvan afgeleide gemeentelijke opgave in de sociale woningvoorraad, middeldure woningvoorraad en sociale koopvoorraad.
2.5.
In situaties waarbij wordt afgeweken van de algemene afspraken met betrekking tot betaalbaarheid, wordt dit op de Woondealtafel besproken.
3. Versnellen woningbouw: sleutelprojecten In het kader van de woningbouwversnelling zijn door de regio 35 projecten aangewezen als sleutelprojecten. De focus van gemeentes ligt op deze grotere sleutelprojecten. De volgende criteria zijn geformuleerd om sleutelprojecten te definiëren:
Plannen zijn regionaal afgestemd; Plannen leveren substantiële bijdrage aan de regionale woningbouwopgave/ c.q. leveren een substantiële bijdrage aan de lokale woningbouwopgave; Plannen hebben een zekere mate van uitvoerbaarheid: plannen zijn uitvoeringsgereed of hard, dan wel op korte termijn hard te maken; Plannen dragen zo veel mogelijk bij aan doelstelling van twee-derde betaalbaar en/of 30% sociaal.
De sleutelprojecten dragen niet allemaal bij aan de doelstelling van twee-derde betaalbaar en 30% sociaal. Dat geldt met name voor de sleutelprojecten in Bergen op Zoom en Halderberge. Dat komt omdat de sleutelprojecten bestaande plannen zijn met een zekere mate van uitvoerbaarheid (uitvoeringsgereed cq. hard). De planvorming heeft jaren geleden plaatsgevonden, destijds is ervoor gekozen om duurdere woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. In figuur 1 en tabel 7a zijn de actuele 35 regionale sleutelprojecten aangeduid. De knelpunten voor de realisatie van deze locaties zijn opgenomen in Hoofdstuk 11. A.
Figuur 1: Kaart met regionale sleutelprojecten
375
375
U
450
450
De Markiezaten - De W al - fase II
PLV
U
130
130
De Markiezaten - De Terpen
PLV
U
152
71
Louis Porquinlaan 1
PLV
I
52
52
Marzairac
OTW
I
85
85
30% sociale huur
I
ONH
2/3 betaalbaar
realisatie 2022 t/m 2026
ONH
De Markiezaten - De Meander II
realisatie 2027 t/m 2030
woningbouw capaciteit
Schelde Vesting - Nieuw e Vesting
Gemeente / locatie
plan fase
Inbreiding / uitbreiding
Regionale sleutelprojecten woningbouw
Bergen op Zoom
81
Halderberge Centrum Hoeven Oost
PLV
I
75
75
Hoeven Zuid
PLV
U
250
250
Bovendonksestraat, Hoeven
ONH
U
65
65
Sportpark Pagnevaart
ONH
I/U
110
110
Havendijk-Drimmelaarstraat
PLV
I/U
52
52
Waterw ijk, Fijnaart
UIT
U
63
63
Westschans, Klundert
PLV
U
133
109
Willemstad Oost
PLV
U
180
Bosselaar Zuid, Zevenbergen
UIT
U
318
318
Zevenbergen Oost
PLV
U
1.000
Dr.Brabersstraat/V&D
OTW
I
Groot Mariadal
VST
I
Takspui
OHN
I
60
60
Stadsoevers
ONH
I
500
293
Permekeplein
VST
I
50
50
√
√
Josephbuurt
ONH
I
200
200
√
√
Hofstede
UIT
U
159
159
Rucphen Noordw est
PLV
U
249
100
Kerkeheidestraat 38 Fase II
ONH
I
39
39
√
Sint Janstraat (Onder de molen)
PLV
I
50
50
√ √
√
Moerdijk 24
√
√
180
√
√
330
670
√
√
175
141
34
√
√
144
144 √
√
207
√
Roosendaal
Rucphen √ 149
√
√ √
Steenbergen Buiten de Veste, fase 3
ONH
U
130
130
Buiten de Veste, fase 4
PLV
U
80
80
Kaaistraat/Berenstraat/Visserstraat
UIT
I
52
52
√
Van Heemskerckstraat
PLV
I
58
58
√ √
√
√
√
Woensdrecht METO, Hoogerheide
PLV
I
77
77
Raadhuisstraat 126-130
OTW
I
26
26
Ossendrechtsew eg 61
PLV
I
25
25
Semmelweisstraat
PLV
I
28
28
Antw erpsestraat 237, Putte
OTW
I
120
120
5.712
4.367
totaal
1.345
I = Inbreiding / U = uitbreiding
VST = vastgesteld plan
PLV = planvorming
ONH = onherroepelijk plan
OTW = ontw erpplan
UIT = In uitvoering / uitvoeringsgrereed
Tabel 7a: Regionale sleutelprojecten
Het Rijk heeft via het BO MIRT in West-Brabant West aan 3 grote woningbouwlocaties financiële bijdragen toegekend in het kader van mobiliteitsmaatregelen (tabel 7b). Een deel hiervan (Zevenbergen Oost en enkele projecten van Rondje Roosendaal) behoren tot de regionale sleutelprojecten (tabel 7a), de rest zal volgen op moment dat planvorming hiervoor plaatsvindt.
600
PLV
U
1.000
PLV
I
600
√
√
330
670
√
√
2.000
1.000
1.000
√
3.600
1.330
2.270
realisatie 2022 t/m 2026
30% sociaal
I
2/3 betaalbaar
woningbouw capaciteit
POC
realisatie 2027 t/m 2030
Inbreiding / uitbreiding
Gemeente / locatie
plan fase
Grote woningbouwlocaties financi le bijdrage Rijk
Bergen op Zoom Schelde Vesting - Spaensche Scharen Moerdijk Zevenbergen Oost Roosendaal Rondje Roosendaal totaal I = Inbreiding U = uitbreiding
POC = Planinitiatief PLV = planvorming
Tabel 7b: Grote woningbouwlocaties met financiële bijdrage van het Rijk
Afspraken sleutelprojecten 3.1.
Gemeenten, corporaties, provincie en rijk geven prioriteit aan 35 sleutelprojecten in de regio om tot versnelling van de regionale woningbouwopgave te komen.
3.2.
De regionale sleutelprojecten dragen zoveel mogelijk bij aan de doelstelling 30% sociaal en/of twee-derde betaalbaar.
4. Versnelling woningbouw: flexwoningen Flexibele of tijdelijke woningen zijn woningen die snel kunnen worden gerealiseerd, door gebruik te maken van een versnelde procedure (tijdelijke afwijking). Veelal worden de woningen geplaatst op locaties die slechts tijdelijk beschikbaar zijn om te wonen en zijn verplaatsbaar. Daarmee helpt dit type woningen om de acute woningnood te verkleinen. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 flexwoningen per jaar. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief hoogwaardige woningen. De regiogemeente hebben gezamenlijk de ambitie om voor de periode 2022-2030 met 3.300 flexwoningen een forse bijdrage te leveren aan de woningbouwversnelling. Momenteel zitten circa 800 flexwoningen in concrete plannen. Dit aantal is onderdeel van de totale woningbouwopgave opgenomen in tabel 1. Hierbij geldt dat flexwoningen wordt gezien als instrument om te versnellen, het bouwen van flexwoningen is geen doel op zich. De ambitie voor flexwoningen kan zowel door woningcorporaties als door marktpartijen (ontwikkelaars en bouwers) worden opgepakt. De woningcorporaties binnen de regio zien dat flexwoningen voor de korte en middellange termijn een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de opgave.
Corporaties hebben daarbij de bereidheid om vanuit de gezamenlijkheid en los van een specifieke locatie aanzienlijke aantallen flexwoningen in te kopen en deze vervolgens op diverse nader te bepalen locaties te plaatsen. De regio heeft ambitieuze doelstellingen ten aanzien van de realisatie van flexwoningen. Voor de realisatie van deze woningen is de recent vastgestelde herplaatsingsgarantie van het Ministerie belangrijk. Deze garantie neemt een groot deel van het risico van een mogelijk kortere exploitatietermijn grotendeels uit de businesscase. De regio maakt gebruik van de herplaatsingsgarantie volgens de ‘contouren financiële herplaatsingsgarantie d.d. 6-12-2022’.
Overzicht flexwoningen Projecten Bergen op Zoom
Ambitie Flexw oningen 2022-2030 in plannen 900
PM
inbreidng / uitbreiding
Planfase
Jaartal beoogde oplevering
U
PLV
2022
35 35
Halderberge
200
0
Moerdijk
600
600
Zevenbergen - Schansdijk
300
U
PLV
vanaf 2022
Diverse (uitvraag huisvesting arbeidsmigranten w aarvan 20% flex) Zevenbergen - Zevenbergen-Oost
260
U
PLV
vanaf 2023
40
U
PLV
2025
Roosendaal
900
Roosendaal Rucphen
40 300
Thuisvester 200
Woensdrecht
200
METO
2023
U
2023
30 30
3.300
I
70 70
Steenbergen
totaal
40
775
Tabel 8: Projecten & initiatieven flexwoningen regio West-Brabant West
I
PLV
2023
Flexwoningen regio West-Brabant West Jaar
2022
Bergen op Zoom
35
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totaal 35 0
Halderberge Moerdijk
70
Roosendaal
40
70
110
70
70
70
70
70
40
Rucphen
70
70
30
30
0
Steenbergen Woensdrecht totaal
600
35
210
70
110
70
70
70
70
70
775
Tabel 9: Geplande flexwoningen 2022-2030 (indicatief), regio West-Brabant West
Om invulling te geven aan de versnelling van de woningbouwopgave met de ambitie om 3.300 flexwoningen t/m 2030 toe te voegen zijn alle gemeenten momenteel bezig met de mogelijkheden binnen hun gemeente in beeld te brengen: Bergen op Zoom Een gemeentelijke projectgroep is in het kader van de woningbouwversnelling gestart met een locatieonderzoek voor meerdere locaties voor de realisatie van flexwoningen. Woningcorporatie Stadlander maakt onderdeel uit van deze projectgroep. Over aantallen kunnen nog geen uitspraak worden gedaan. Halderberge De gemeente Halderberge staat positief ten opzichte van initiatieven om flexwoningen te realiseren. De gemeente wil onderzoeken of er mogelijkheden zijn om flexwoningen te realiseren in samenhang met grotere uitbreidinglocaties, daarnaast wordt ook gekeken of deze woningen inpasbaar zijn en een mogelijke oplossing kunnen bieden voor enkele inbreidingslocaties. Moerdijk Moerdijk wil in de periode tot 2030 ten minste 600 flexwoningen realiseren. Met de huidige plannen (zie overzicht) zou Moerdijk daaraan invulling moeten kunnen geven. Daarnaast onderzoekt Moerdijk of het wenselijk en mogelijk is om boven op deze opgave meer flexwoningen te realiseren. Roosendaal In de gemeente Roosendaal is onlangs vergunning aangevraagd voor de bouw van 40 flexwoningen.
Daarnaast is minimaal één grotere locatie in beeld en wordt in samenspraak met de woningcorporatie onderzocht of flexwoningen sneller gerealiseerd kunnen worden dan reguliere woningen. Op korte termijn worden specifiek voor deze woonvorm locaties in beeld gebracht. Rucphen Een gemeentelijke projectgroep is in het kader van de woningbouwversnelling gestart met een locatieonderzoek voor meerdere locaties voor de realisatie van flexwoningen. Woningcorporatie Thuisvester maakt onderdeel uit van deze projectgroep. Circa 70 woningen worden voorzien in het eerste project dat momenteel gestart is.
Steenbergen De gemeente staat positief ten opzichte van initiatieven om flexwoningen te realiseren. Gezamenlijk met woningcorporaties Stadlander en Woonkwartier worden mogelijkheden onderzocht in samenhang met het versneld huisvesten van specifieke doelgroepen en/of grootschalige herstructurerings/renovatieplannen in het centrumgebied van Steenbergen en directe omgeving. Woensdrecht De gemeente is actief opzoek naar locaties waar flexwoningen gebouwd kunnen worden. Er is op dit moment één concrete locatie in beeld (locatie METO). Momenteel wordt in overleg met de woningcorporaties afgewogen of hier flexwoningen of prefab woningen gebouwd gaan worden. Naast METO worden ook andere locaties getoetst op hun geschiktheid. De woningcorporaties hebben de bereidheid uitgesproken om mee te denken over de realisatie van dit soort woningen.
Afspraken Flexwoningen 4.1.
Gemeenten gaan hun ambitie voor 3.300 flexwoningen in 2023 verder onderzoeken. Per 01-02-2023 zitten er circa 800 flexwoningen in plannen.
4.2.
Gemeenten en woningcorporaties gaan ervaringen met flexwoningen met elkaar delen om, bij goede ervaringen, dit type woningbouw vaker onderdeel te kunnen laten uitmaken van het bouwprogramma.
4.3.
Gemeenten gaan begin 2023 samen met woningcorporaties, marktpartijen en provincie in regionaal verband met elkaar in gesprek welke acties gezamenlijk opgepakt worden om tot plannen en tot uitvoering daarvan te komen.
5. Aandachtsgroepen Voor steeds meer mensen is het moeilijk een passende woning te vinden. Sommige mensen hebben nog minder kansen, omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden. Zij zijn vaak afhankelijk van extra zorg of begeleiding, of zij moeten hun leven (opnieuw) opbouwen. In deze paragraaf onderscheiden we de volgende aandachtsgroepen: 1. 2. 3. 4. 5.
Ouderen en verpleegzorgwoningen Arbeidsmigranten Statushouders Woonwagenbewoners Dak en thuislozen (i), sociaal urgenten en dreigend daklozen (ii) en uitstroom uit intramurale situaties (iii).
De huisvestingsopgave voor deze zogenaamde bijzondere doelgroepen behoeft niet persé vertaalt te worden in nieuwbouw. Door het aanpassen van de bestaande woningvoorraad zijn er ook mogelijkheden om de extra huisvestingsopgave te realiseren. 5.1 Ouderen en verpleegzorgwoningen Ouderenhuisvesting Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘Wonen en Zorg voor Ouderen’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woonvormen en 40.000 verpleegzorgplekken die ook geschikt zijn voor ouderen. In de ‘begrippenlijst’ zijn de definities van deze woningen opgenomen. Bij het opstellen van de woonzorgvisies besteden gemeenten expliciet aandacht aan zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte van ouderen. Het regionale aandeel in deze opgave is 3.000 nultredenwoningen en 1.200 geclusterde woonvormen. Deze woningen zijn onderdeel van de totale woningbouwopgave opgenomen in tabel 1. Dit betreft de opgave voor de periode 2022 t/m 2030. Verpleegzorgwoningen Aanvullend ligt er een landelijke opgave voor circa 40.000 verpleegzorgplekken op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Het provinciale aandeel is 6.800 in Noord-Brabant. Het regionale aandeel van verpleegzorgplekken is 850 in West-Brabant-West.
5.2 Arbeidsmigranten In de regio West-Brabant West werken ruim 13.000 arbeidsmigranten, grotendeels in onze topsectoren agrofood / biobased en logistiek, de industrie of bij toeleverende bedrijven. Nu, maar ook in de toekomst hebben we deze groep arbeiders hard nodig. Niet alleen in de primaire sectoren, ook in de technische beroepen knelt het op de regionale arbeidsmarkt, zowel nu als in de toekomst. We willen arbeidsmigranten en hun inzet en talenten daarom binden aan onze regio. Daarvoor zetten we in op optimale randvoorwaarden, bijvoorbeeld voor goede en humane huisvesting. Het realiseren van voldoende en kwalitatief goede huisvesting (short/midstay) voor arbeidsmigranten blijft een actuele opgave voor gemeenten in de regio.
Een aantal gemeenten heeft (recentelijk) haar beleidskaders geactualiseerd, zodat invulling kan worden gegeven aan deze kwantitatieve en kwalitatieve opgave en nieuwe initiatieven voor (grootschalige) huisvesting van arbeidsmigranten een plek kunnen krijgen. Daarnaast hebben gemeenten en provincie in 2021 een aantal zaken vastgelegd in het ‘Afsprakenkader arbeidsmigranten West-Brabant’ samen met een aantal uitvoeringsactiviteiten. Monitor realisatie huisvestingsplaatsen arbeidsmigranten Kwantitatief Gemeente
Gerealiseerd 2013-2021
1
Gerealiseerd 2021-2022
2
Kwalitatief
Concrete plannen
3
Potentiële plannen
Kleinsc halig Middelgroot (tot 20 pers.) (20-80 pers.)
Grootsc halig (> 80 pers.)
Bergen op Zoom
72
276
400
Halderberge
920
300
180
480
Moerdijk
616
1.500
1.500
Roosendaal
1.000
750
1.100
Ruc phen 512
Tholen
93
142
Woensdrec ht
400
160
772
304
868
925
25
900
466 3.213
892
2.542
616
1.100 160
Steenbergen
totaal
60
466 3.937
0
389
6.090
1
Gerealiseerde huisvesting arbeidsmigranten tot 01/01/2021 (n.a.v. opgave Quick-scan Arbeidsmigraten West-Brabant, 2013)
2
Gerealiseerd dan wel vergunning verleend vanaf 01/01/2021 (Afsprakenkader Arbeidsmigranten West-Brabant, 2021)
3
Plannen w aarvoor omgevingsdialoog w ordt gevoerd 200 legaal - 720 illegaal Uitvraag uitgezet voor 1.500 plaatsen, waaronder gemeentelijke grondpositie voor 450 plaatsen
Tabel 10: Geplande huisvesting arbeidsmigranten 2022-2030 (indicatief), regio West-Brabant West
In de periode 2022-2030 zet de regio zich in om voor ruim 6.4004 arbeidsmigranten kwalitatief goede en betaalbare huisvesting te realiseren in de regio. 5.3 Statushouders Gemeenten in het district de Markiezaten zijn, onder voorzitterschap van de gemeente Bergen op Zoom, al enige tijd aan de slag met het “model Markiezaten”. Dit model houdt op hoofdlijn in, dat de zeven gemeenten in het district de Markiezaten (Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen en Woensdrecht) onderling afspraken maken over het realiseren van (crisis)noodopvang en/of reguliere opvang van vluchtelingen en huisvesting van statushouders. Hiermee wordt gezamenlijk invulling gegeven aan de uitvoeringsagenda flexibilsering asielketen welke met name is gericht op een duurzame oplossing voor opvangplekken voor asielzoekers en de huisvesting van statushouders. Al geruime tijd worden er op gemeentelijk en districtsniveau flinke inspanningen verricht om de (on)mogelijkheden van vaste opvangplekken in beeld te brengen, tot op heden ook rekening houdend met opvangmogelijkheden andere doelgroepen:
Oekraïense vluchtelingen Asielzoekers, Crisisnoodopvang (CNO) Alleenreizende minderjarige vluchtelingen (AMV) Vergunninghouders (statushouders) Reguliere opgaven in de opvang van asielzoekers (uitvoeringsagenda flexibilisering asielketen)
Eén van de wettelijke kerntaken van de provincie Noord-Brabant is het toezicht houden op de taakuitvoering die wordt uitgevoerd door de lokale overheden. In dit kader beoordeelt zij ook de prestaties van gemeenten op het gebied van het huisvesten van statushouders. Zij toetst of gemeenten voldoen aan de door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opgelegde halfjaarlijkse taakstelling. Bij de toetsing door de Provincie zijn de taakstellingscijfers (peildata 1 januari en 1 juli) van het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) leidend. Doorgaans worden statushouders gehuisvest in woningen van de woningcorporaties, werkzaam in de afzonderlijke gemeenten. Met de woningcorporaties worden afspraken gemaakt over deze huisvesting, waarbij de taakstelling (aantallen) leidend zijn en halfjaarlijks worden geactualiseerd. Het huisvesten van de doelgroep statushouders is niet eenvoudig. Of er voldoende juiste woningen op het juiste moment beschikbaar zijn hangt samen met een aantal onzekere factoren. De krapte op de woningmarkt is één van de belangrijkste oorzaken van het (over het algemeen) niet kunnen voldoen aan de opgelegde taakstelling. In de onlangs verschenen Nationale Woon- en Bouwagenda is een programma huisvesting van aandachtsgroepen opgenomen; waaronder statushouders.
Dit programma heeft als doel voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, waarbij gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling over gemeenten en waar nodig met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Vooralsnog wordt verwacht wordt dat er een taakstelling komt voor de huisvesting van alle aandachtsgroepen, waarbij de Provincie een toezichthoudende rol krijgt. Ontwikkelingen over de uitvoering van de Nationale Woon- en Bouwagenda worden geagendeerd in de Stuurgroep Wonen WBW. Voorzien wordt dat het wetsvoorstel ‘Wet gemeentelijke taak aan gemeenten om asielopvang mogelijk te maken’ per 1 februari 2023 in werking zal treden. Deze wetgeving is nodig om de actuele opvangcrisis op te lossen en te komen tot een duurzaam en stabiel opvanglandschap. Uitgangspunt is solidariteit tussen gemeenten en een eerlijke en evenwichtige spreiding over het land. Op dit moment loopt de consultatietermijn van de wet nog en in de wet is op diverse onderdelen voor de uitwerking verwezen naar nog op te stellen algemene maatregelen van bestuur (AMvB). In de wet en de Memorie van Toelichting wordt verwezen naar een nog te maken AMvB voor de capaciteitsraming, minimale omvang en de verdeelsleutel van de provinciale opvangopgave. Hoe deze raming tot stand zal komen is op dit moment nog onzeker.
Het ontbreken hiervan maakt het lastig in te schatten wat de impact en uitvoerbaarheid gaat zijn voor gemeenten en provincie. 5.4 Woonwagenbewoners In de afgelopen jaren is de aandacht voor woonwagenstandplaatsen toegenomen. Mede naar aanleiding van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman, heeft het Ministerie van BZK in juli 2018 het Beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ (Beleidskader) uitgebracht dat gemeenten bouwstenen biedt voor de beleidsvorming rondom standplaatsen en woonwagens. In kader van regionale samenwerking brengt de regio periodiek in beeld wat de vraag en aanbod is naar huisvesting voor woonwagenbewoners. Momenteel zijn er ruim 300 standplaatsen verdeeld over de gemeenten aanwezig in de regio. Gemeenten en woningcorporaties willen een gezamenlijke aanpak ten aanzien van uitbreiding van standplaatsen en streven naar regionaal beleidsmatige keuzes te maken.
5.5 Dak en thuislozen (i), dreigend daklozen (ii) en uitstroom uit intramurale situaties (iii) Deze drie groepen zijn gezamenlijk genomen, omdat hiervoor één regionaal project is opgezet, namelijk het project ‘de juiste ondersteuning op de juiste plek’, welke in 2020 is gestart. Alle gemeenten in de woondealregio, met uitzondering van de gemeente Moerdijk (zij zijn onderdeel van de regio Breda e.o.), nemen deel aan deze regionale samenwerking. In het regionale project zijn de contouren vastgelegd van de toekomst van het beschermd wonen (BW) en de maatschappelijke opvang (MO). De beleidsuitgangspunten van dit in 2020 vastgestelde project worden uitgewerkt in samenwerking met verschillende partners in de regio. Hiervoor is in 2021 een convenant duurzame huisvesting en begeleiding voor kwetsbare doelgroepen regio West-Brabant ondertekend door de volgende partijen:
De gemeenten in de regio West-Brabant West: Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht. De zorgaanbieders in de regio West-Brabant West: zorgaanbieders die bij de gemeenten onder contract staan voor het bieden van Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Jeugdzorg met verblijf. De woningbouwcorporaties in de regio West-Brabant West: Alwel, Stadlander, Thuisvester, Woningstichting Woensdrecht, Woonkwartier Overige ketenpartners: maatschappelijk werk (Wijzijn Traverse, Surplus), Stichting Twist, Stichting Mozaïk, Intergemeentelijke Sociale Dienst en Werkplein Hart van West-Brabant. Herstelacademies: Fameus.
De volgende afspraken uit het convenant zijn de woondeal vooral van belang: 1. Met betrekking tot de beschikbaarheid van en plaatsing voor zelfstandig wonen: Er worden voldoende passende woonplekken gerealiseerd om mensen uit de doelgroep op het moment dat hun zorgvraag dit toestaat zelfstandig te kunnen laten wonen. Hierover maken de zes gemeenten concrete prestatieafspraken met de betrokken woningcorporaties. Het met voorrang plaatsen van mensen uit de doelgroep in passende sociale huurwoningen vindt plaats middels een duidelijke voorrangsregeling. Dit proces vervangt de huidige regionale voorrangsregeling. 2. Met betrekking tot de inzet van woningen voor beschermd wonen: Er worden voldoende woningen gerealiseerd, verspreid over de hele regio, om mensen uit de doelgroep die een tijdelijke beschermde woonomgeving nodig hebben een passende plek te bieden waar zij zelf kunnen huren. Hierover maken de zes gemeenten afspraken met de woningcorporaties, particuliere investeerders/ verhuurders en zorgaanbieders in de regio. Desgewenst kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden over spreiding tussen gemeenten en corporaties.
Met de inwoners die gebruik gaan maken van een BW (Beschermd wonen)-plek worden duidelijke afspraken gemaakt over de tijdelijkheid van het gebruik van de woonplek (gebruik is alleen mogelijk gedurende het BW (Beschermd wonen)-traject bij de desbetreffende zorgaanbieder). Voor de gehele regio dienen 153 woningen per jaar beschikbaar te worden gesteld via een voorrangsregeling voor deze bijzondere doelgroepen. Dit zijn t/m 2030 circa 1.225 woningen, deze maken onderdeel uit van de woningbouwopgave zoals toegelicht in hoofdstuk A1.
Deze totale regionale opgave is vertaald naar een jaarlijks opgave per gemeente, die zal worden nagestreefd:
Uitstroom maatschappelijke opvang en beschermd wonen Aantal inw oners (2020)
% per gemeente t.o.v. totaal inw oners regio
Verw achting aantal uitstromende cliënten (per jaar)
Bergen op Zoom
66.811
27%
42
Halderberge
30.194
12%
19
Roosendaal
77.032
32%
49
Rucphen
22.572
9%
14
Steenbergen
25.054
10%
15
W oensdrecht
21.866
9%
14
totaal (per jaar)
243.529
99%
153
Gemeente
Moerdijk
Tabel 11: verwachting totale uitstromende cliënten per jaar vanuit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (transitie periode). Verdeelsleutel op basis van spreiding over de regio.
Afspraken aandachtsgroepen 5.1.
De regio committeert zich aan het realiseren van 3.000 nultredenwoningen en 1.200 geclusterde woonvormen als ouderenhuisvesting en 850 verpleegzorgwoningen.
5.2.
Regionaal zijn kwalitatieve afspraken over de huisvesting van arbeidsmigranten gemaakt (2021). In de periode 2022-2030 zet de regio zich in om voor ruim 6.400 arbeidsmigranten kwalitatief goede en betaalbare huisvesting te realiseren in de regio.
5.3.
In 2023 gaan gemeenten aan de slag met de invulling van de taakstelling ten aanzien van statushouders.
5.4.
De regio gaat in 2023 aan de slag met een behoefte-inventarisatieonderzoek ten aanzien van woonwagenbewoners en onderzoekt of het wenselijk is om te komen tot regionaal woonwagenbeleid.
5.5.
De regio committeert zich aan het realiseren van 1.225 woningen (t/m 2030) voor dak en thuislozen en uitstroom uit intramurale situaties.
6. Herstructurering en transformatie Binnenstedelijk liggen veel kansen om extra woningbouw te creëren door herstructurering en het transformeren van vastgoed. In de praktijk wordt circa 60-70% van de woningbouw binnenstedelijk gerealiseerd. Daarnaast draagt dit bij aan de vitaliteit van steden, dorpen en gebieden. Daarom wordt landelijk gestreefd naar de realisatie van 15.000 woningen per jaar doormiddel van transformatie. In het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid (NPLV) is aangekondigd dat er naast afspraken over woningbouw, ook afspraken over herstructurering worden gemaakt. Het betreft zeer slecht onderhouden woningen in een onaantrekkelijke woonomgeving waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Deze woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte. Deze herstructureringsopgave onderscheidt drie categorieën: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie. Het Rijk, de provincie en de gemeente hebben zo over Roosendaal stad concrete afspraken gemaakt in het NPLV. In het kader van efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik en de leefbaarheid van kernen inventariseert de regio elk jaar (in Q2) de mogelijkheden om binnenstedelijk woningen toe te kunnen voegen op transformatie en herstructureringslocaties. De regio zet zich in om een bijdrage te leveren van 5.785 woningen door herstructurering en transformatie te realiseren in de periode 2022-2030.
Een deel hiervan is opgenomen in de huidige woningbouwprogramma’s en een deel betreft potentiële woningbouw capaciteit in binnenstedelijke gebied.
Tabel 12: Mogelijkheden voor binnenstedelijke woningbouw d.m.v. herstructurering en transformatie
Afspraken herstructurering en leegstand 6.1.
De regio inventariseert elk jaar de mogelijkheden om binnenstedelijk woningen toe te voegen op transformatie- en herstructureringslocaties.
6.2.
De regio zet in op zorgvuldig ruimtegebruik door binnenstedelijke kansen voor woningwoningbouw te benutten. Uitgangspunt daarbij is dat dit niet ten koste mag gaan van stedelijk groen.
7. Vakantieparken Vakantieparken hebben een recreatieve functie. Het verblijf op deze parken is dan ook hiervoor bedoeld. Om deze reden wil de provincie en de regio in zijn algemeenheid permanente bewoning op vakantieparken tegengaan. Toch zijn er recreatieparken die niet meer vitaal zijn en waar permanente bewoning plaatsvindt. Eén van de mogelijke toekomstscenario’s die in deze tijden van het woningtekort extra aandacht krijgt, is het transformeren van vakantieparken naar wonen. De provincie Noord-Brabant heeft vanuit de Actieagenda Vitale Vakantieparken – en in lijn met de bestuurlijke afspraken met het Rijk - een inventarisatie gedaan van vakantieparken die potentieel getransformeerd kunnen worden naar wonen. Uit deze inventarisatie (2022) is gebleken dat circa 10 parken van de circa 200 parken mogelijk in aanmerking komen voor een transformatie naar wonen. Deze parken worden grotendeels gebruikt voor permanent verblijf. Het eventueel toevoegen van extra woningen levert een beperkt aantal op. Nader onderzoek en overleg met gemeenten naar de aard, ligging, verschijningsvorm en zaken als eigendom, veiligheid en ondermijning moet uitwijzen of transformatie wenselijk en haalbaar is.
Afspraken vakantieparken 7.1.
De regio wilt vitale vakantieparken behouden voor de recreatie en gaat het permanent bewonen van vakantiewoningen hier tegen.
7.2.
Bij niet vitale vakantieparken wordt per park bekeken wat een wenselijk en haalbaar toekomstperspectief is.
8. Duurzame en toekomstbestendige bouw Het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen vraagt – versterkt door de beperkte capaciteit in de bouwsector en de stikstofproblematiek – om vormen van innovatie, standaardisatie en industrialisatie zodat de gewenste bouwproductie slimmer kan worden gerealiseerd. Daarbij is aandacht voor zowel duurzaamheidsprestaties in gebruik (energie) als duurzaamheidsprestaties in de realisatie (milieu-impact & stikstof) en het verlagen van de milieuimpact van groot belang. De regio spant zich in om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Deze verschuiving leidt onder meer tot een kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie. Woningbouw met een lage milieu-impact (uitgedrukt in de Milieuprestatie Gebouwen, MPG) is technisch mogelijk. Betrokken partijen zetten binnen aanbestedingen in op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een MPG van 0,5, vooruitlopend op de voorgenomen aanscherping van nationale wetgeving. Woningcorporaties nemen dit mee in opdrachtverlening; gemeenten nemen dit mee bij eventuele grondverkoop. Toepassing van biobased materialen levert een grote bijdrage aan het verbeteren van de milieuprestatie en slaat bovendien CO2 op.
Deze toepassing wordt actief gestimuleerd in nieuw te realiseren projecten, waarbij partijen zich inspannen om het gebruik van hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen naar 25% in 2025 en 50% in 2030. We hanteren Het Nieuwe Normaal als eenduidige taal voor circulair bouwen, en vragen bij al onze projecten naar de circulaire prestaties op basis van het HNN-raamwerk. Daarmee dragen we bij aan de nationale transitie naar een circulaire bouweconomie. Om te zorgen voor een toekomstbestendige woningvoorraad besteden we aandacht aan de aanpasbaarheid en flexibiliteit van woningen, om in te kunnen spelen op toekomstige behoeften. Woningen die nu gebouwd worden moeten ook in het toekomstige klimaat veilig, aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Partijen in deze woondeal spannen zich dan ook in om klimaatadaptief en natuurinclusief te (ver)bouwen en in te richten. Ze passen hiertoe waar mogelijk - vooruitlopend op mogelijke wettelijke borging - de ‘landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ toe. Deze is eind 2022 gereed is. Tot slot is het voornaamste doel het versneld bouwen van voldoende duurzame én betaalbare woningen. Vergaande duurzaamheidsmaatregelen kunnen op gespannenvoet staan met de betaalbaarheid en (financiële) haalbaarheid van projecten. Dit vraagt maatwerk per project.
Afspraken duurzame en toekomstbestendige bouw 8.1.
De regio spant zich in om in 2030 minimaal de helft van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma Woningbouw van BZK. Hierbij is het voornaamste doel het versneld bouwen van voldoende duurzame en betaalbare woningen.
8.2.
De regio zet zich in om de milieuprestatie te verbeteren, klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen. Hierbij is het voornaamste doel bouwen van klimaat veilige, aantrekkelijke en betaalbare woningen.
9. Ruimtelijke ordeningsaspecten Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met verschillende andere grote ruimtelijke opgaven als klimaat, landbouw, natuur en energie. Met het programma NOVEX wordt deze brede ruimtelijke puzzel de komende maanden opgepakt. Het is in eerste aanleg aan de provincies om deze – soms lastige – puzzel te leggen. De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in deze woondeal, zijn taakstellend in deze ruimtelijke puzzel. Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verdere richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’. In het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 zijn vijf ontwikkelprincipes vastgesteld die leidraad zijn voor een zorgvuldige ruimtelijke ordening. De opgaven en ambities voor een leefbare, werkbare en klimaat robuuste regio gaan niet vanzelf. In gezamenlijkheid integraal ruimtelijke afwegingen maken is noodzakelijk voordat doorgeschakeld wordt naar programmatische afspraken. De vijf ontwikkelprincipes zijn; 1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking; 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking; 3.
Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp; 4. Mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp; 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie. De realisatie van nieuwe woningen moet hand-in-hand gaan met klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, gezondheid en brede welvaart. In de regionale Verstedelijkingsstrategie zijn hiervoor een aantal verstedelijkingsprincipes voor 2040 opgenomen: 1. Elke ontwikkeling draagt bij aan een klimaatbestendig en robuust watersysteem 2. We benutten woningbouw als hefboom voor opgaven van wijken en dorpen 3. We zetten verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal in om nieuwe woningtypes toe te voegen aan het regionale palet 4. Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als daarmee de opgave van de versterking van de groen-blauwe in kunnen vullen.
Afspraken ruimtelijke ordeningsaspecten 9.1.
De woningbouwaantallen die bestuurlijk afgesproken zijn in deze woondeal, zijn taakstellend in de ruimtelijke puzzel.
9.2.
Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze.
9.3.
De realisatie van nieuwe woningen moet hand-in-hand gaan met klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, gezondheid en brede welvaart.
Deel B In deel B van de Woondeal zijn de afspraken over samenwerking en sturing opgenomen. Daarbij gaat het over monitoring van de voortgang, escalatieniveaus, de kritische succesfactoren en de benodigde ondersteuning en beheersmaatregelen bij de woningbouwprojecten.
10. Monitoring, samenwerking en sturing Met de woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en woningbouwcorporaties. Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan de versnelling van de complexe woonopgave. We maken daarom - naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over de governance. Denk daarbij aan monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang, de overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te detecteren en het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten.
A. Monitoring en bespreken voortgang Met deze woondeal committeren onze gemeenten zich aan interbestuurlijke afspraken over landelijke monitoring en de procesafspraken, zoals omschreven in bijlage 4. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie. Dit zijn de zogenaamde woondeal-overleggen. Daarnaast zijn c.q. worden er in deze regio een aantal regionale tafels georganiseerd waar monitoring en afstemming over de voortgang wordt besproken: 1. Stuur- en werkgroep wonen De stuur- en werkgroep wonen bestaat uit de zeven regiogemeenten (en de gemeente Tholen), de provincie Noord-Brabant en de vijf woningcorporaties uit de regio. De stuur- en werkgroep bestaat daarmee enkel uit (semi) publieke partijen. Tweemaal per jaar vindt regionale afstemming plaats over de gemeentelijke woningbouwplannen. Deze afstemming is zowel kwalitatief als kwantitatief (aantallen woningen). In bijlage 3 staan de regionale woningbouwprincipes van de regio omschreven. Om te kunnen sturen op de voorgang van de uitvoering wordt vanuit de provincie het komende jaar actiever gemonitord dan voorheen, de focus ligt daarbij op de sleutelprojecten in de diverse gemeenten.
Door op regelmatige basis in gesprek te gaan met gemeenten en woningcorporaties over de voortgang en knelpunten kunnen gemeenten en woningcorporaties ook gerichter worden ondersteund door de provincie. 2. Woondeal-overleg Er vinden reguliere woondeal-overleggen plaats tussen gemeenten, woningcorporaties, provincie en Rijk om de voorgang van de woondeal-afspraken te bespreken. In deze overleggen worden onder andere de aantallen gemonitord, als ook het oplossen van de kritische succesfactoren c.q. knelpunten besproken.
3. Versnellingstafel woningbouw In de regio wordt periodiek een regionale woningbouwtafel georganiseerd waarvoor naast de woondealpartijen ook marktpartijen (ontwikkelaars, huurdersorganisaties en bouwers) worden uitgenodigd. Op deze tafel wordt primair de voorgang en uitvoering van de woondeal besproken. Daarnaast kan het gaan over bijvoorbeeld de planning, knelpunten, haalbaarheid en prioriteiten. Deze regionale woningbouwtafels moet bestuurlijk worden verankerd. Daarbij zetten we in op een koppeling met reguliere werkprocessen, zodat het een duurzame vorm krijgt. De regionale woningbouwtafel stelt hiervoor een agenda op. Dat is een gezamenlijk product van provincie met gemeenten, corporaties en marktpartijen, waterschappen, eventueel ook drinkwaterbedrijven en elektriciteitsnetwerkbeheerders en bij voorkeur ook het Rijk. Op deze manier sturen partijen gezamenlijk op de goede locaties en realisatie van plannen. Partijen moeten afspraken maken over het oprichten van een regionale woningbouwtafels (doel, deelnemers, rollen, frequentie, financiering, monitoring van de voortgang en escalatieafspraken) en de agenda van deze overleggen. Op de agenda komen in ieder geval de onderwerpen uit de woondeal aan de orde: de woningbouwopgave, betaalbaarheid, huisvesting voor aandachtsgroepen, flexwonen, et cetera.
B. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn. Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.