CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Zienswijzen Omgevingsvisie Woensdrecht (niet geanonimiseerd) .pdf

Informatiebijeenkomst 18 oktober 2022, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Uitleg werking Omgevingswet en Omgevingsvisie14.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Zienswijzen BIJ DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE WOENSDRECHT

INHOUD 1.

2.

3.

4.

Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.1

Wet bescherming persoonsgegevens ............................................................................................. 3

1.2

Leeswijzer ........................................................................................................................................ 3

Zienswijzen .............................................................................................................................................. 4 2.1

Asselbergs & Klinkhamer Advocaten namens inspreker 1 (mevrouw J.J. Sommeling) ................... 4

2.2

Benegora milieuvereniging.............................................................................................................. 4

2.3

Cumela, Brancheorganisatie voor groen, grond en infra ................................................................ 5

2.4

Evides............................................................................................................................................... 6

2.5

Werkgroep dubbelbestemming/legalisatie Groenendries.............................................................. 7

2.6

Kaan consultancy namen Stichting Leidingenstraat Nederland (LSNED) ........................................ 8

2.7

Inspreker 2 (Familie Koolen)............................................................................................................ 8

2.8

Natuur- en milieuvereniging NAMIRO............................................................................................. 9

2.9

Provincie Noord Brabant ............................................................................................................... 11

2.10

Van Zaeck & Co namens Dingemanse Beheermaatschappij B.V. .................................................. 14

2.11

Van Zaeck & Co namens Snebo ..................................................................................................... 15

2.12

Rijkswaterstaat .............................................................................................................................. 17

2.13

VeLu Vastgoed ............................................................................................................................... 18

2.14

Windstil Ossendrecht 2.0 .............................................................................................................. 18

2.15

Woningstichting Woensdrecht ...................................................................................................... 21

2.16

ZLTO ............................................................................................................................................... 22

2.17

Gemeente Stabroek ...................................................................................................................... 25

2.18

Inspreker 3 (Families Koolen en Gorisse) ...................................................................................... 25

2.19

Inspreker 4 (Jan van Wezel) .......................................................................................................... 26

Ambtshalve wijzigingen ......................................................................................................................... 27 3.1

Wijzigingen .................................................................................................................................... 27

3.2

Milieueffectrapportage ................................................................................................................. 28

Wijzigingen omgevingsvisie................................................................................................................... 29 4.1

Wijzigingen kaart ........................................................................................................................... 29

4.2

Wijzigingen matrix ......................................................................................................................... 29

4.3

Wijzigingen tekst omgevingsvisie .................................................................................................. 29

1. INLEIDING De ontwerp-omgevingsvisie heeft met ingang van 24 maart 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn was eenieder in de gelegenheid een zienswijze kenbaar te maken bij de gemeenteraad. In totaal zijn binnen deze periode 19 zienswijzen ingediend. Naast de zienswijzen is een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het betreft enkele omissies en nieuwe inzichten. Deze nota heeft als doel om de indieners van de zienswijzen en belangstellenden kennis te laten nemen van de ingediende reacties en van het standpunt van de gemeenteraad hierover.

1.1

Wet bescherming persoonsgegevens

Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Er is geen wettelijke grondslag of dringende noodzaak om de NAW-gegevens van natuurlijke personen te vermelden. Om die redenen zijn geen NAW-gegevens vermeld. In de vertrouwelijke versie zijn deze gegevens opgenomen in bijlage 2. Veel reacties richten zich op specifieke locaties in het plangebied. Om een leesbare Nota Zienswijzen te maken, is het wenselijk om deze locaties wel te benoemen, zodat eenieder kan opmaken waarover wordt gesproken, wat vanuit het oogpunt van duidelijkheid en rechtszekerheid wenselijk is. Hierbij is alleen een straatnaam met huisnummer en woonplaats genoemd. Op basis hiervan is voldoende duidelijk op welk perceel een reactie ziet.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een beantwoording. In de conclusie wordt aangegeven of de zienswijzen leiden tot wijzigingen in de Omgevingsvisie. De integrale reacties zijn opgenomen in bijlage 1 van deze Nota Zienswijzen. De aard van de ambtshalve wijzigingen en redenen hiervoor zijn weergegeven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 geeft aan welke wijzigingen worden voorgesteld door het gemeentebestuur.

2. ZIENSWIJZEN 2.1

Asselbergs & Klinkhamer Advocaten namens inspreker 1 (mevrouw J.J. Sommeling)

Ingekomen op 20 april 2022 Reactie: Reclamant heeft een aanvraag voor uitbreiding van haar zorgappartementen van 7 naar 12. Reclamant wil hiermee de doorstroom van cliënten bevorderen. Dit initiatief is eerder besproken met de gemeente, die destijds aangaf dat het moet passen in de omgevingsvisie. Reclamant stelt dat de locatie van haar initiatief niet goed past in de zone van de Polders. De doelen van de zone ‘polders’ komen niet overeen met de aard van de zorgboerderij. De koers ‘sterke dorpen’ zou daar veel beter bij passen. Reclamant pleit er daarom voor de koers op de betreffende locatie aan te passen. De Koers ‘sterke dorpen’ staat immers voor (excellent) wonen waarin de hoge kwaliteit van het dorpse leven in de groene omgeving voorop staat. Ook andere doelstellingen van ‘sterke dorpen’ passen beter bij het initiatief van reclamant. Daar komt nog bij dat het initiatief van reclamant gericht is op de bevordering van de gezondheid, een belangrijk aspect van de fysieke leefomgeving. Reclamant stelt dat deze doelstellingen van toepassing zijn op de zorgboerderij van reclamant, maar dat een stedelijke omgeving daar niet bij past. Reclamant wil in een weids landschap zorg kunnen bieden aan personen met een zorgvraag. De koers ‘polders’ past juist niet bij het initiatief van reclamant. Reclamant vraagt daarom de functie ‘Polders’ te veranderen in de functie ‘Sterke dorpen’.

Beantwoording: De locatie van de huidige zorgboerderij ligt in het deelgebied ‘De Polders’ vlak bij de grens van het deelgebied ‘Sterke dorpen’ en de ‘Brabantse wal’. De begrenzing van de deelgebieden is gebaseerd op enerzijds de fysieke kenmerken van de deelgebieden, anderzijds op beleidsgrenzen die voort komen uit Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. De grens van de Sterke dorpen is gekoppeld aan de provinciale verordening Ruimte, die het stedelijk gebied strak heeft begrensd. In de verordening is in artikel 3.42 opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het stedelijk gebied moet liggen. Deze begrenzing is overgenomen in de omgevingsvisie. Het aanpassen van die grens is in strijd met het provinciaal beleid. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.2

Benegora milieuvereniging

Ingekomen op 29 april 2022 Reactie: Reclamant geeft aan zich goeddeels te kunnen vinden in het in de visie gestelde. Desalniettemin heeft reclamant drie aandachtspunten: 1. Reclamant wenst alsnog het verslag van de laatste bijeenkomst te ontvangen; 2. Reclamant wenst het aspect gezondheid meer zwaarte te geven, met name gezien de nabijheid van een groot industrieel complex en de nabijheid van een van de drukste verkeersaders van Nederland; 3. De omgeving is ‘rijk’ aan geluid in de meest negatieve betekenis van het woord (verkeer, industrie, windmolens). Geluid is schadelijk voor de gezondheid. Reclamant verzoekt de opmerkingen over gezondheid een plaats te geven in de omgevingsvisie.

Beantwoording: 1. Het verslag van de laatste bijeenkomst is inmiddels aan u toegezonden. 2. In onze omgevingsvisie hebben wij nadrukkelijk aandacht besteed aan het aspect gezondheid. In de matrix, waarin de koers en beleidsdoelen per gebied en per thema zijn samengevat, is voor alle deelgebieden aangegeven hoe wij willen omgaan met het thema gezondheid. In de matrix zijn ook de andere thema’s en de koersen voor deelgebieden zichtbaar. Wij beogen zo de integrale afweging die moet plaats vinden zichtbaar te maken. De zwaarte per thema zal per situatie beoordeeld moeten worden. De afweging of initiatieven in voldoende mate bijdragen aan onze doelstellingen is geen mathematische rekensom maar vraagt om situationeel maatwerk, waarbij we alle belanghebbenden willen betrekken. Overigens is het wel zo dat wij in de omgevingsvisie vooral sturen op onderwerpen en situaties waar wij als gemeentelijke overheid invloed op kunnen uitoefenen. Dat betekent dat wij zeker onze stem laten horen als in regionaal/internationaal verband gesproken wordt over het industrieel complex, maar dat onze invloed op dat dossier beperkter is dan op lokale vraagstukken waar wij vaak het bevoegde gezag zijn die verantwoordelijk is voor de besluitvorming. 3. Het is ons bekend dat geluid schadelijk voor de gezondheid kan zijn.

Onder het thema gezondheid zijn vooral doelen benoemd die gericht zijn op het stimuleren van gezond gedrag. Daarnaast kent onze milieuwetgeving regels en normen voor geluidsbelasting. Die zijn niet in de omgevingsvisie benoemd, omdat dergelijke regelgeving sowieso van kracht is. Uiteraard wordt deze regelgeving toegepast bij de te maken afwegingen voor initiatieven waar geluid relevant is. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.3

Cumela, Brancheorganisatie voor groen, grond en infra

Ingekomen op 2 mei 2022 Reactie: Cumela vertegenwoordigt belangen van bedrijven die met name in het buitengebied gevestigd zijn en daar hun werkzaamheden uitvoeren. Cumela geeft een overzicht hoe cumelabedrijven bij dragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en wat ze daarvoor nodig hebben: 1. Vakbekwaam en goed opgeleid personeel 2. Innovatief machinepark & dito werkwijze 3. Moderne bedrijfslocaties, lokaal in het landelijk gebied 4. Beschikbaarheid van een bedrijfswoning is essentieel in de organisatie van Cumelabedrijven De zienswijze van Cumela richt zich in zijn algemeenheid op het kunnen blijven functioneren van Cumelabedrijven in het buitengebied, ook als het gaat om nieuwvestiging. Verplaatsing van Cumelabedrijven naar een bedrijventerrein geeft logistieke problemen, omdat de werkzaamheden van deze bedrijven hoofdzakelijk in het buitengebied plaats vinden. Cumela wil dat diverse thema’s c.q. aspecten erkend worden en betrokken worden in de visie. Cumela gaat de uitnodiging graag aan om te participeren in het gezamenlijk oppakken van de ambities uit de omgevingsvisie. Beantwoording: De gemeente is het eens dat Cumelabedrijven moeten kunnen blijven functioneren. Wel gelden er nadrukkelijk voorwaarden zoals in de omgevingsvisie zijn verwoord. Dit betreft maatwerk.

Het beleid in de omgevingsvisie is erop gericht om verdere verstening van het buitengebied zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit is geen absoluut verbod, maar de ontwikkeling moet wel een positieve bijdrage leveren. Wel

zal bij mogelijke initiatieven die bouwen in het buitengebied voorstaan, eerst gekeken worden naar alternatieven. Als blijkt dat er geen reëel alternatieven voorhanden zijn, is bouwen in het buitengebied niet uitgesloten. Wel zal er dan een tegenprestatie worden gevraagd waarmee de effecten op het landschap en mogelijk andere aspecten zoveel mogelijk worden beperkt en dat door de tegenprestatie ook een meerwaarde voor het gebied ontstaat. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.4

Evides

Ingekomen 3 mei 2022 Reactie: Reclamant gaat in op haar taken en de samenwerking met de gemeente Woensdrecht hierin. Vervolgens geeft reclamant haar zienswijze weer: 1. Reclamant verzoekt een drinkwaterparagraaf op te nemen in het omgevingsplan waarin wordt omschreven hoe de gemeente de zorgplicht voor openbare drinkwatervoorziening invult 2. Reclamant verzoekt eerder gemaakt opmerkingen bij de matrix en alsnog bijgevoegde opmerkingen te verwerken in de matrix. 3. Reclamant verzoekt om het regionaal water- en bodemprogramma van de provincie en het waterbeheersplan van het waterschap te verwerken in de omgevingsvisie. Specifiek gaat het om: a. De bescherming van waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater daar waar het gaat om het tegengaan van verontreiniging met industriële stoffen, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen; b. Het voorkomen van risicovolle ontwikkelingen in de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden bij het behandelen van ruimtelijke plannen; c. Het zorg dragen voor een klimaat robuuste inrichting van de gemeente en het bijdragen aan de watertransitie. 4. De omgevingsvisie is uitnodigend en biedt ruimte aan initiatieven. Reclamant vraagt om door de gemeente van ontwikkelingen op de hoogte te worden gehouden. Enerzijds om rekening te kunnen houden met de drinkwaterbehoefte van nieuwe ontwikkelingen.

Tegelijkertijd vraagt reclamant om duidelijker in de omgevingsvisie aan te geven wat niet kan. 5. Reclamant mist een overkoepelende visie, waarmee duidelijk wordt wat de gemeente wil bereiken en wat de kernwaarden zijn. Dit geeft meer richting en helpt de doelen aan te scherpen. 6. Reclamant verzoekt de volgende passage weg te halen: ‘waterwinning voorziet in een belangrijke nutsfunctie. Een negatief effect hiervan is de verdroging van de Brabantse Wal.’ Uit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is, omdat water gewonnen wordt uit het diepe watervoerende pakket. Dat heeft geen effect op verdroging vanwege de aanwezigheid van ondoorlatende kleilagen. 7. Reclamant verzoekt in de paragraaf duurzaamheid ook expliciet in te gaan op de gemeentelijke rol en bijdrage in de watertransitie om te komen tot klimaat robuuste inrichting van het landschap, het watersysteem en de bijdrage aan verbetering van de (grond) waterbalans. Beantwoording: 1. Terecht maakt reclamant een onderscheid in wat in de omgevingsvisie beschreven moet worden en wat in het omgevingsplan. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen weer wat we in Woensdrecht willen bereiken in de toekomst. In het omgevingsplan worden regels gekoppeld aan deze beleidslijnen. Het omgevingsplan is de plaats waar we inhoud zullen geven aan de zorgplicht voor de openbare drinkwatervoorziening. 2.

Het voert te ver om alle tekstuele opmerkingen hier te bespreken. De meest opmerkingen zijn in lijn met het beleid van de gemeente en versterken die beleidslijn. Deze verwerken we in de matrix. Zo voegen we

3.

4.

5.

6. 7.

in ieder geval het thema ‘bodem en water’ toe aan de matrix onder het thema duurzaamheid. Enkele opmerkingen hebben in onze ogen onvoldoende toegevoegde waarde en worden niet verwerkt. In de omgevingsvisie is het beleid op hoofdlijnen weergegeven. Het invoegen van sectorale beleidsoverwegingen van regionaal en provinciaal belang voert daarin te ver. Bovendien betreft het ook zaken die zo meteen bij het opstellen van het omgevingsplan geborgd worden, vergelijkbaar met hoe dat in het bestemmingsplan gebeurd is. Het bijdragen aan een klimaat robuuste inrichting komt, mogelijk in iets andere bewoordingen, voldoende tot uiting in de omgevingsvisie. Wij hebben bewust gekozen voor een uitnodigende visie, omdat wij van mening zijn dat wij onze doelen alleen samen met initiatiefnemers kunnen realiseren. De betreft ook reclamant en andere ketenpartners. Om die reden is onze insteek positief. Wat niet kan, is niet expliciet omschreven, maar blijkt duidelijk uit paragraaf 5.2., spelregels voor nieuwe ontwikkelingen. Daarin is aangegeven dat nieuwe initiatieven substantieel moeten bijdragen aan het behoud en de versterking van de sturende principes en de koers voor de verschillende deelgebieden. Dat betekent dat als een initiatief dat niet doet, het initiatief niet door kan gaan. In onze ogen is daarmee voldoende duidelijk gemaakt wat er niet kan.

De overkoepelende visie van Woensdrecht is al eerder geformuleerd in de toekomstvisie en komt terug in hoofdstuk 2, waar we het DNA van Woensdrecht omschrijven. Vervolgens hebben we in de omgevingsvisie onze overkoepelende visie (toekomstvisie) gebiedsgericht vertaald, door voor elk deelgebied aan te geven welke koers we willen varen. Reclamant doet een terechte constatering. De tekst zal worden aangepast. Wij zijn het met reclamant eens dat de rol van bodem en water onvoldoende in de matrix tot zijn recht komt. Wij zullen de matrix en zo nodig ook de toelichting erop, op dat punt aanpassen.

Conclusie: De zienswijzen 1, 3, 4 en 5 geven geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie. Naar aanleiding van de zienswijzen 2, 6 en 7 wordt de omgevingsvisie op die punten aangepast.

2.5

Werkgroep dubbelbestemming/legalisatie Groenendries

Ingekomen 21 april 2022 Reactie: Reclamant verzoekt de gemeente het huidige gebruik van de Groenendries, namelijk wonen, beleidsmatig in de omgevingsvisie in te kaderen. Reclamant is voor kwaliteitsverbetering, zoals in de omgevingsvisie wordt aangegeven, maar die kan beter worden bereikt als de gemeente instemt met een dubbelbestemming recreatie-wonen. Het bezwaar uit het verleden, namelijk dat de provincie niet wil meewerken aan een woonbestemming, komt volgens reclamant te vervallen als de Omgevingswet in werking treedt. Ook is er veel belangstelling voor het wonen op de Groenendries door bewoners uit de omliggende kernen. Zij zijn hier geworteld, de kinderen zijn het huis uit en men wil kleiner gaan wonen. De Groenendries biedt daar bij uitstek een groene en rustige woonomgeving voor. Beantwoording: Hoe sympathiek de gedachte van de werkgroep ook is, het blijft een feit dat de locatie van de Groenendries buiten het bestaand stedelijk gebied ligt. Om die reden kan er geen woonbestemming op de Groenendries gelegd worden. Het is namelijk niet zo dat de provincie bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet geen zeggenschap meer heeft op het beleid van de gemeente. De gemeente moet voldoen aan de instructieregels die in de omgevingsverordening zijn vastgelegd.

Daarin staat nadrukkelijk dat buiten het stedelijk gebied en buiten de gebieden die zijn aangemerkt als ‘verstedelijking afweegbaar’ geen ruimte is voor een woonfunctie.

Conclusie: De zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding voor aanpassing van de omgevingsvisIe.

2.6

Kaan consultancy namen Stichting Leidingenstraat Nederland (LSNED)

Ingekomen 29 april 2022 Reactie: Reclamant verzoekt een aantal tekstuele aanpassingen te doen in de omgevingsvisie. Het betreft: 1. In paragraaf 4.1.5 de buisleidingenstraat meenemen als belangrijke verbinding tussen Antwerpen/Vlissingen en Rotterdam (en spoorwegen). Ook biedt de buisleidingenstraat kansen voor de energietransitie. 2. In 4.2.3. doet reclamant de suggestie om gas-loze woningen te vervangen door aardgas loos, zodat ruimte blijft voor groene gassen of waterstofgas. 3. Reclamant verzoekt ook in paragraaf 4.3.5 de suggestie die zij in haar eerste zienswijze deed, mee te nemen. Daar voegt reclamant aan toe dat de belangrijke verbinding tussen het buisleidingennetwerk van Antwerpen en de buisleidingenstraat ontbreekt, terwijl de buisleidingenstraat dit bij uitstek kan faciliteren. 4. Onder paragraaf 4.2.4. ontbreekt onder het kopje ‘veiligheid’ de toetsing van nieuwe initiatieven aan de vigerende externe veiligheid wet- en regelgeving. Het externe veiligheidsaspect zou kunnen worden toegevoegd in de tabel. 5. Reclamant verzoekt de ondergrondse hoofdstructuur toe te voegen aan de verbeelding. 6. Reclamant verzoekt in de tabel op pagina 12 toe te voegen dat de buisleidingenstraat een belangrijke rol kan spelen bij de genoemde restwarmte. Beantwoording: Onder dankzegging voor uw suggesties, nemen wij die van de zienswijzen 1 t/m 3 en 5 over.

De suggestie van zienswijze 4 heeft eerder betrekking op het omgevingsplan dat te zijner tijd zal worden opgesteld. Het voert te ver om dat in de omgevingsvisie op te nemen. De suggestie in zienswijze 6 is waardevol. Genoemde tabel heeft echter als functie om een beknopt overzicht van alle beleidsuitgangspunten (zowel gebieds- als themagericht) te geven. Het benoemen van restwarmte betreft meer gedetailleerde informatie die beter past bij de toelichting op de matrix. Daar zullen wij de opmerking van reclamant een plaats geven. Conclusie: De zienswijze 1 tm 3 en 5 geven aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie. Zienswijze 6 geeft aanleiding tot aanpassing van de Matrix.

2.7

Inspreker 2 (Familie Koolen)

Ingekomen 24 april 2022 Reactie: Reclamant verzoekt de kaart met de aanduiding ‘Bedrijven en Maintenance’ ter plaatse van het gebied Driehoeven 3, uit te breiden met 5 hectare over de Molenweg heen. Dit om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraagbehoefte van lokale ondernemers. Beantwoording: De begrenzing van het bedrijventerrein Driehoeven 3 is afgestemd op de provinciale omgevingsverordening. Deze grens bepaalt waar stedelijke ontwikkelingen kunnen plaats vinden. Deze begrenzing komt overeen met de begrenzing zoals in de omgevingsvisie is opgenomen.

Bovendien is bedrijventerrein Driehoeven 3 na de bestemmingswijziging up to date en voorziet in voldoende mogelijkheden om lokale bedrijven te accommoderen. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.8

Natuur- en milieuvereniging NAMIRO

Ingekomen 29 april 2022 Reactie: Reclamant ondersteunt de omgevingsvisie op hoofdlijnen. Daarnaast hebben zij enkele suggesties en aanvullingen: 1. N2000 en NNB: Reclamant verzoekt de doelen die de gemeente minimaal wil realiseren te concretiseren en geeft de suggestie in te zetten op de gunstige staat van instandhouding voor populaties en habitats. 2. Landbouwenclaves: Reclamant verzoekt in te zetten op uitkoop van agrarische bedrijven, begrippen als natuurinclusief en circulair te definiëren, aandacht te besteden aan herstel van hydrologische condities en pesticiden en gewasbeschermingsmiddelen te verbieden met het oog op een gezonde bodem. 3. Reclamant verzoekt om zo veel mogelijk maatregelen te nemen om verdroging te voorkomen. Samenwerking met het waterschap ligt hierin voor de hand. Kwelwater moet zoveel mogelijk worden behouden voor het gebied en een ecologische verbinding van de Noordpolder naar het Markiezaat wordt belangrijk geacht. 4. Recreatiewoningen: Reclamant vindt permanente bewoning van recreatiewoningen of opvang van arbeidsmigranten daarin ongewenst. Reclamant geeft ter overweging aan om een eventuele vergunning voor permanent bewonen van een recreatiewoning te koppelen aan een financiële bijdrage ten gunste van het versterken van omgevingskwaliteit. 5. Cultuurhistorie: Reclamant bepleit het handhaven van zandpaden.

Naast cultuurhistorische waarden zijn zandpaden ook belangrijk voor ecologische functies. 6. Groenbeleid: Reclamant is blij met het voorgestelde groenbeleid. Reclamant vraagt aandacht voor de eiken op de Tiestenberg. Deze eeuwenoude populatie wordt bedreigd door intensieve recreatie. Door bodemerosie komen de wortels bloot te liggen. 7. Polders: Reclamant ziet kansen voor recreatie in de Polders en pleit voor meer landschapselementen. Ook stelt reclamant voor jaren onbenutte vergunningen in te trekken. Als herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing niet op korte termijn te realiseren is, verzoekt reclamant sloop te stimuleren. 8. Gezondheid: Reclamant sluit zich aan bij de zienswijze van Benora met betrekking tot lucht en geluid en doet de suggestie om bij de provincie aan te dringen op het geschikt maken van het meetstation Ossendrecht voor de monitoring van PFAS. 9. Veiligheid: Reclamant doet een beroep op regionale samenwerking met BOA’s, TBO’s en politie om ondermijning in het buitengebied tegen te gaan. 10. Klimaat: Reclamant verzoekt duidelijk te zijn over het expliciet uitsluiten van windturbines. 11. Tot slot geeft reclamant aan uit te kijken om op een positieve manier met de gemeente en andere belanghebbenden samen te werken om de visie verder te concretiseren.

Beantwoording: Onder dankzegging voor de ondersteuning op hoofdlijnen van de visie, gaan wij in op de verschillende onderwerpen waar reclamant op heeft gereageerd. 1. De gunstige staat van instandhouding van populaties en habitats in N2000-gebieden en de NNB is wettelijk geborgd. De provincie is op dat punt bevoegd gezag. De gemeente heeft vooral een toetsende rol bij

nieuwe ontwikkelingen. Daar waarborgt de gemeente dat dergelijke ontwikkelingen de natuur geen schade toebrengen aan de N2000 en NNB gebieden. 2. De gemeente heeft beperkte invloed op de landbouwenclaves. Zo beschikt de gemeente niet over de middelen om boeren uit te kopen. Wel zal de gemeente nieuwe ontwikkelingen in de landbouwenclaves toetsen op de doelen zoals geformuleerd in het deelgebied Brabantse wal. Zo zal de gemeente wel meewerken aan natuurinclusieve en circulaire initiatieven en niet aan agrarische initiatieven die de intensiteit van de bedrijfsvoering vergroten en zo de doelen van de Brabantse wal schaden. Het nader definiëren van begrippen natuurinclusieve- en circulaire landbouw gebeurt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan. 3. Ook op het gebied van tegengaan van verdroging heeft de gemeente beperkte invloed. Samenwerking met het waterschap is daarin vanzelfsprekend. Bij het toetsen van initiatieven heeft het waterschap een wettelijke taak. Voor de aanduiding en realisatie van een ecologische verbindingszone beschikt de gemeente over onvoldoende middelen. Op dat vlak sluiten wij aan bij het NNB van de provincie. 4. Het is plezierig om te horen dat het standpunt van de gemeente met betrekking tot recreatiewoningen door reclamant wordt ondersteund.

De koppeling aan een financiële bijdrage ten gunste van de omgevingskwaliteit is een gedachte die door de gemeente nog nadere uitwerking behoeft. 5. Het behoud van zandpaden is onderdeel van de identiteit van de Brabantse wal. De waarde voor de biodiversiteit wordt onderkend. Zo zal de gemeente dit belang ook meewegen bij initiatieven die zich hier voordoen. 6. De gemeente stelt de positieve beoordeling van het groenbeleid door reclamant op prijs. De Tiestenberg is in beheer door enkele particuliere eigenaren. In die zin heeft de gemeente hier geen rol in het beheer van het gebied. In het gebied komen geen bomen voor die voorkomen op de gemeentelijke en/of landelijk lijst met beschermde bomen. Wel ligt het gebied in een Natura 2000-gebied en is het gebied aangewezen als onderdeel van het natuurnetwerk. 7. Net als reclamant pleit de gemeente voor meer landschapselementen in de polder. Ontwikkeling door agrarische bedrijven moet daarom gepaard gaan met een goede landschappelijke inpassing. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden van het intrekken van vergunningen als deze lange tijd niet zijn gebruikt. Net als reclamant is het beleid van de gemeente gericht op het tegengaan van onnodige verstening van de polders. Daarom worden alleen die ontwikkelingen toegelaten die bijdragen aan de doelstellingen van De Polders.

Het instellen van een sloopfonds is een suggestie die het onderzoeken waard is. 8. Verwezen wordt naar de zienswijze van Benora. Met betrekking tot de suggestie over PFAS en het meetstation, de gemeente heeft hierin een rol via de Bodemkwaliteitskaart/ functieklassenkaart. Initiatiefnemers hebben een onderzoeksplicht, waarna de Omgevingsdienst de bodemkwaliteitskaart actualiseert n.a.v. de onderzoeken. Het is altijd nodig om hier aan te kunnen voldoen bij een buitenplanse omgevingsactiviteit. 9. Op het gebied van veiligheid wordt al langer regionaal samengewerkt en doet de gemeente er alles aan de handhaving van het buitengebied gezamenlijk en zo efficiënt mogelijk op te pakken.] 10. Het college zal niet meewerken aan de realisatie van windmolens, conform het coalitieakkoord. In de omgevingsvisie wordt alleen zonne-energie specifiek benoemd. In de RES staat Woensdrecht genoemd, i.c.m. Zeeland als potentieel zoekgebied voor 2030. Aangezien dit buiten de coalitieperiode van het college valt, wordt het toestaan van windmolens niet opgenomen in de omgevingsvisie en wordt op andere wijzen bijgedragen aan de RES. 11. Ook de gemeente ziet uit naar een vruchtbare samenwerking tussen de verschillende partijen en stelt deze positieve houding van reclamant op prijs. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze aanpassing met betrekking tot zienswijze 10.

2.9

Provincie Noord Brabant

Ingekomen 2 mei 2022 Reactie: De provincie spreekt haar waardering uit voor de omgevingsvisie en geeft de provinciale belangen aan waar aandacht voor gevraagd wordt bij nadere uitwerking van de visie. 1. Omgevingskwaliteit: Reclamant adviseert in de omgevingsvisie de gebiedskwaliteiten te benoemen, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de Groene Agenda. 2. Bedrijvigheid: Reclamant stelt voor dat de gemeente eventuele uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen nader onderbouwt en hierover afspraken maakt met andere Brabantse Walgemeenten, de regio West-Brabant en de provincie. 3. Natuur en biodiversiteit: a. Reclamant vraagt om aandacht voor vergroening en natuurinclusief bouwen voor bedrijventerreinen, net als bij de dorpen is gebeurd. b. Voor de Brabantse wal valt het reclamant op dat naast versterken van natuur en biodiversiteit, stevig ingezet wordt op de economische betekenis (met name die van recreatie) van de Brabantse wal. Reclamant vraagt zich af of en hoe de economische revenuen ten goede komen aan de primaire koers voor de Brabantse wal. Reclamant is van oordeel dat het goed zou zijn als de gemeente daarop een visie zou ontwikkelen, samen met gebiedspartners. Reclamant wil zelf ook graag bij dat gesprek betrokken worden. c.

Voor de polders vraagt reclamant zich af of de gemeente bij de ambitie voor het verstevigen van het natuurnetwerk uitgaat van een aanvullende natuurambitie of dat deze ambitie eerder gezien moet worden als een commitment om de nog niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant te realiseren. d. Bij het verhogen van de biodiversiteit adviseert reclamant uit te gaan van inheemse, allochtone soorten. e. Reclamant constateert dat een visie op de bijdrage van de gemeente aan het versterken van de biodiversiteit ontbreekt. Reclamant noemt de provinciale bossenstrategie als aanknopingspunt voor vergroting van de biodiversiteit, zeker gezien de grote hoeveelheid bos in de gemeente. 4. Grondwaterbescherming: Reclamant vraagt aandacht voor de grondwaterbescherming ten behoeve van de drinkwaterwinning en doet daarvoor een tekstvoorstel. 5. Klimaatrobuust en toekomstbestendig watersysteem, klimaatadaptatie: a. Reclamant vraagt om het klimaatrobuuste en toekomstbestendig watersysteem als uitgangspunt te nemen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij verzoekt reclamant om expliciet de laag gelegen gebieden aan te geven die voor waterberging zijn gereserveerd en welke acties de gemeente onderneemt bij de Brabantse wal om het watersysteem te verbeteren en te beschermen. b.

Reclamant adviseert met betrekking tot klimaatadaptatie concreter in de matrix op te nemen wat de gemeente verwacht van nieuwe bedrijven qua bijdrage aan duurzaamheidsambities voor het ontwikkelen van circulair en klimaatadaptief terrein. c. Reclamant noemt, naast aandacht voor hitte en wateroverlast, het vasthouden en infiltreren van zoveel mogelijk water om verdroging tegen te gaan. Ook het niet beschikbaar hebben van zwemwater zou benoemd moeten worden, waarbij ook kan worden aangegeven welk beleid wordt gevoerd om hittestress te vermijden. 6. Ontgrondingen: Reclamant adviseert om in de omgevingsvisie in te gaan op de mogelijkheden voor ontgrondingen. Reclamant doet daarvoor een tekstvoorstel. 7. Gezondheid: Reclamant adviseert om de kernwaarde luchtkwaliteit op te nemen in de omgevingsvisie en daarmee verder te gaan dan de wettelijke voorschriften op het gebied van milieudrukfactoren (fijnstof, geur- en geluidhinder).

8.

Landbouw: Reclamant geeft aan dat de beschrijvingen over de landbouw erg algemeen zijn en geen beeld schetsen van de aard van de bedrijven op de Wal of in de Polders. Reclamant adviseert om de ontwikkeling van de landbouwenclaves op de Brabantse Wal verder uit te werken in het kader van de gebiedsgerichte aanpak voor Natura 2000 gebieden. Ook kan dan de relatie gelegd worden met klimaatrobuust water- en bodemsysteem. 9. Duurzaamheid: Reclamant geeft aan dat voorzichtig moet worden omgegaan met zonneparken op landbouwgrond. En dat er een afweging moet plaats vinden in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES). Ook verwijst reclamant naar de interim omgevingsverordening. Reclamant noemt de aanleg van zonnevelden ook een vorm van verstening van het landschap en aantasting van de karakteristiek en erfgoedwaarden van de historische polders. Grootschalige energieprojecten vragen om een integrale gebiedsgerichte regie van de gemeente. Reclamant werkt hierin graag samen in RES-verband. 10. Cultuurhistorie en erfgoed: Reclamant stelt voor dat de gemeente, gezien zijn bijzondere cultuurhistorische kwaliteiten, het beleid voor wat betreft erfgoed (o.a. de fysieke tegenprestatie gericht op behoud en versterking van de genoemde waarden) op te nemen in de omgevingsvisie.

Reclamant vraagt verder aandacht voor cultuurhistorische landschapswaarden, die op de gemeentelijke erfgoedkaart staan. Reclamant benoemt deze cultuurhistorische gebieden. Ook adviseert reclamant aandacht te besteden aan het inpandig kunnen splitsen van beeldbepalende woonboerderijen. 11. Mobiliteit: Reclamant gaat ervan uit dat de gemeente rekening houdt met de gemeenschappelijke aanpak in de regionale mobiliteitsagenda’s en regionale mobiliteitsprogramma’s. Beantwoording: 1. Wij hebben ervoor gekozen een omgevingsvisie op hoofdlijnen op te stellen, waarin een vijftal deelgebieden wordt onderscheiden. Voor een verdere uitwerking van bijvoorbeeld gebiedskwaliteiten, wordt verwezen, conform de suggestie van de provincie, naar de Groene Agenda. In bijlage 2 wordt de groenstructuur per kern beschreven en in bijlage 5 is de landschapsvisie opgenomen. 2. De gemeente is enerzijds zuinig op haar groene omgeving, anderzijds is zij verantwoordelijk voor voldoende werkgelegenheid. Op dit moment zijn alle bedrijventerreinen uitgegeven en kan er in de toekomst aanspraak worden gemaakt op uitbreiding ervan. Wij vinden daarom dat onder voorwaarden uitbreiding van bedrijventerreinen niet moet worden uitgesloten. Uiteraard gebeurt dat in goed overleg met de andere Brabantse Wal-gemeenten, de regio en de provincie. 3. Natuur en biodiversiteit: a.

In de omgevingsvisie is omschreven dat bedrijven op bedrijventerreinen zich moeten richten op een circulaire economie, energiezuinig moeten zijn en het principe “People, planet, profit” moeten hanteren. Ook is benoemd dat kansen voor het vergroten van de biodiversiteit moeten worden benut en verdroging moet worden voorkomen en kansen om water vast te houden moeten worden benut. Desondanks zijn wij het eens met reclamant dat vergroening en natuurinclusief bouwen ook in dit deelgebied explicieter kan worden benoemd. b. Het primaire belang van de Brabantse Wal is bescherming, versterking en ontwikkeling van natuur. Dat neemt niet weg dat de Brabantse Wal tegelijkertijd een verdienmodel is, dat we zorgvuldig kunnen en moeten benutten. Economische initiatieven moeten een meerwaarde hebben voor de Brabantse Wal. Wij laten het in eerste instantie aan initiatiefnemers over om daar invulling aan te geven. De mogelijkheid van bijvoorbeeld fondsvorming hebben wij overwogen, maar nog niet nader uitgewerkt in de omgevingsvisie. De gemeente neemt de suggestie van reclamant in overweging. c. Voor de polders heeft de gemeente geen aanvullende natuurambitie maar moet inderdaad eerder gedacht worden aan commitment om de nog niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant te realiseren. d.

De suggestie om bij het verhogen van de biodiversiteit uit te gaan van inheemse, allochtone soorten, wordt in dank aanvaard. Tegelijkertijd is dit een suggestie die hoort op uitvoeringsniveau en minder op strategisch niveau van de omgevingsvisie.

e.

De gemeente is het niet eens met reclamant dat een visie op de bijdrage van de gemeente aan het versterken van de biodiversiteit ontbreekt. De ambities zijn helder en de visie is integraal, omdat deze ambities zijn verknoopt met andere ambities van de omgevingsvisie. De suggestie die reclamant doet over de bossenstrategie overstijgt het abstractieniveau van deze omgevingsvisie. In de uitvoering, het groenbeheer en het beoordelen van nieuwe ontwikkeling geven we verdere invulling aan het vergroten van de biodiversiteit. 4. De gemeente is het eens met reclamant dat grondwaterbescherming een belangrijk issue is. Het is tevens een issue dat via allerlei regelgeving in voldoende mate wordt beschermd, met name in het bestemmingsplan. Nieuwe ontwikkelingen worden niet alleen getoetst aan de ambities en doelen uit de omgevingsvisie, maar ook aan het overige wettelijke instrumentarium. Het tekstvoorstel dat reclamant doet, overstijgt in de ogen van de gemeente het abstractieniveau waar de omgevingsvisie zich op begeeft. 5. Klimaatrobuust en toekomstbestendig watersysteem, klimaatadaptatie: a. In de omgevingsvisie zijn met name de doelen met betrekking tot klimaatadaptatie benoemd. De wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven is meerledig.

Enerzijds zal bij nieuwe ontwikkeling worden beoordeeld of in voldoende mate rekening wordt gehouden met klimaatrobuustheid, anderzijds zal er gericht actie moeten worden uitgevoerd en maatregelen worden getroffen. Dat laatste is een taak die vooral in samenwerking met het waterschap moet worden opgepakt en niet is uitgewerkt in deze omgevingsvisie. We hebben geen specifieke gebieden voor waterberging gereserveerd, maar sluiten dat in de toekomst niet uit. b. Maatregelen met betrekking tot klimaatadaptatie en die bijdragen aan duurzaamheidsambities verschillen per situatie en per bedrijf. Wij geven initiatiefnemers nadrukkelijk de ruimte om invulling te geven aan de geformuleerde doelen en gaan hierover met hen in gesprek. Op die manier komen we samen tot een voorstel, waarbij zowel de doelen van de initiatiefnemer gerealiseerd kunnen worden als de doelen die de gemeente in de omgevingsvisie heeft geformuleerd. Dit nu al verder uitwerken en leidt tot een keurslijf en inflexibiliteit en past niet bij de werkwijze die de gemeente Woensdrecht voorstaat. c. Een van de doelen die in de matrix is benoemd, is het benutten van kansen om water vast te houden. Niet wordt ingezien waarom het niet beschikbaar hebben van zwemwater van toegevoegde waarde is voor de omgevingsvisie. 6. De omgevingsvisie benoemt de ambities en doelen die de gemeente wil bereiken.

Ontgrondingen behoren daar niet toe. Ondanks dat de gemeente bereid is mee te werken aan onderzoek naar locaties voor ontgrondingen als dat aan de orde is, past dit niet in de opzet van de omgevingsvisie. 7. De gemeente is het niet eens met de veronderstelling van reclamant dat geen duidelijke keuze gemaakt wordt voor het opnemen van normen (waaronder die van luchtkwaliteit) die verder gaan dan de wettelijke verplichtingen. Het is een bewuste keuze van de gemeente om dat niet te doen. Wij willen onze ambities realiseren binnen de bestaande wettelijke normen. 8. Gemeente en reclamant zijn het eens over het standpunt dat in het kader van de gebiedsgerichte aanpak de landbouwenclaves verder uitgewerkt dienen te worden. De omgevingsvisie is in onze ogen niet de plaats om dat te doen. Bovendien is reclamant de initiatiefnemer voor de gebiedsgerichte aanpak. Wij stellen voor om die in goede samenwerking verder uit te werken, maar niet in de omgevingsvisie maar via het uitwerkingsspoor. 9. De gemeente is het eens met reclamant dat zorgvuldig moet worden omgegaan met het realiseren van zonneparken op landbouwgrond. Om die reden heeft de gemeente het Uitnodigingskader zonne-energie opgesteld. Daarin heeft zonne-energie op landbouwgrond de laatste voorkeur.

Ook hebben wij recent in ons coalitieakkoord afgesproken dat er, met uitzondering van de Vliegbasis Woensdrecht, buiten de vergunde initiatieven geen extra zonneparken bijkomen in deze bestuursperiode. Wij passen dat aan in de visie. 10. Reclamant wordt op haar wenken bediend. In de omgevingsvisie wordt in de matrix ingegaan op behoud en versterking van ons cultureel erfgoed. In paragraaf 4.1.2 wordt daar verder invulling aan gegeven.

11. De gemeente past paragraaf 4.2.6 aan door een verwijzing op te nemen naar de gemeenschappelijke aanpak in de regionale mobiliteitsagenda’s en regionale mobiliteitsprogramma’s. Conclusie: Wij passen de omgevingsvisie op de onderdelen 3 a, 9 en 11 aan, zoals weergegeven is in de beantwoording. Naar aanleiding van de overige zienswijzen wordt de omgevingsvisie niet aangepast.

2.10 Van Zaeck & Co namens Dingemanse Beheermaatschappij B.V. Ingekomen op 4 mei 2022 Reactie: Reclamant beschrijft het proces waarin reclamant achtereenvolgens: • Een overeenkomst heeft gesloten voor de aankoop van bedrijfsterrein van de gemeente Woensdrecht; • IN de koopovereenkomst is opgenomen dat de gemeente een nieuw bestemmingsplan opstelt die het mogelijk maakt het hoofdgebouw van Reclamant uit te breiden • Reclamant is uitgenodigd voor een intakegesprek inzake de gewenste uitbreiding, waarbij het project opnieuw beoordeeld werd op basis van de Omgevingswet en het omgevingsplan. De conclusies is dat reclamant een inspraakreactie kan indienen tegen het omgevingsplan • Het college vervolgens beslist geen aanvragen meer te behandelen. Betrokken partijen zijn daarover niet geïnformeerd • De gemeente Woensdrecht legt een concept omgevingsvisie ter inzage die de uitbreiding van Dingemanse niet meer mogelijk maakt. Reclamant maakt bezwaar tegen deze handelswijze en vraagt zich tevens af of de gemeenteraad op de hoogte is gebracht en of zij dit beleid van het college steunen. In een bijlage is dit proces en het bezwaar hiertegen uitgebreid toegelicht. Daarbij maakt reclamant de volgende bezwaren tegen de omgevingsvisie: • De omgevingsvisie is geschreven als een reclamefolder.

Reclamant constateert een groot verschil tussen de tekst van de omgevingsvisie en de dagelijkse praktijk; • Reclamant merkt op dat een SWOT analyse ontbreekt; • In de omgevingsvisie wordt geen aandacht besteed aan het stikstofprobleem. Stikstofproblematiek belemmert de gemeente om in de toekomst bedrijfsterreinen te ontwikkelen, waardoor ze hun ambitie van het verplaatsen van individuele bedrijven naar bedrijfsterreinen niet waar kunnen maken. Reclamant illustreert dat aan de hand van een voorbeeld over het vliegveld Woensdrecht. Reclamant geeft aan dat het college moet aantonen dat het bedrijf van reclamant bestaansrecht heeft, gezien de geschetste situatie; • Reclamant verbaast zich erover dat in de omgevingsvisie het standaardinstrument voor gebiedstransitie, te weten Ruimte voor Ruimte, niet wordt genoemd. Een bedrijf dat de doelen van de Brabantse wal schaadt, verdwijnt immers niet vanzelf; • Reclamant constateert daarom dat er geen ruimte is voor het bedrijf van reclamant en meer in zijn algemeenheid dat andere bedrijven zich niet in de gemeente Woensdrecht kunnen vestigen. Reclamant besluit met de zienswijze dat de gemeente zich beter zou kunnen richten op het behoud van bestaande bedrijvigheid en waar dat niet passend is, de ruimte voor ruimteregeling toe te passen, zodat een transitie kan plaats vinden.

De wijze waarop het versterken van de werkgelegenheid en het uitbreiden van bedrijventerrein nu in de visie is opgenomen, is pure fictie en komt voort uit het ontbreken van een goede realistische analyse. • Reclamant gaat tot slot uitvoerig in op het voorbeeld waarmee de zienswijze is gestart (zie de eerste vijf punten bovenaan de samenvatting).

Beantwoording: De gemeente is op de hoogte van de situatie van reclamant en begrijpt de ingediende zienswijze. De praktijk is echter genuanceerder dan reclamant doet voorkomen. Allereerst geeft de omgevingsvisie de ambities weer van de gemeente, de situatie die de gemeente nastreeft. Het is echter niet zo dat die ambitie in enkele jaren is gerealiseerd. Het is de denkrichting voor de langere termijn. Dat betekent dat er, net als bij reclamant, meer situaties bestaan die niet overeenkomen met de ambities uit de visie. Een bestaande situatie kan blijven voortbestaan, als er geen middelen beschikbaar zijn om de transitie te bewerkstelligen. Voor het bedrijf van reclamant betekent dat, dat het bedrijf kan blijven bestaan, maar dat er geen ontwikkelruimte meer is, gezien de ambities die de gemeente heeft met de Brabantse wal. Dat staat nog los van de stikstofproblematiek. Want naast het feit dat nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de ambities van de omgevingsvisie, moet uiteraard ook voldaan worden aan de wettelijke (milieu)regels. Dat maakt de puzzel er niet eenvoudiger op. Maar binnen die randvoorwaarden, wil de gemeente wel degelijk ruimte bieden voor bedrijven die goed zijn voor de lokale en regionale werkgelegenheid, maar de gemeente beseft ook heel goed dat de ruimte daarvoor beperkt is.

Dat neemt niet weg dat er in de loop der jaren verschuivingen plaats vinden, die mogelijk weer voor ruimte zorgen. Reclamant maakt ook bezwaar tegen het ontbreken van een SWOT analyse. Reclamant heeft gelijk dat de analyse op zichzelf niet in de omgevingsvisie is opgenomen. Maar er heeft wel degelijk een analyse plaats gevonden van kwaliteiten en knelpunten en kansen en bedreigingen. Deze exercitie is ook met diverse stakeholders doorlopen. De resultaten ervan zijn vertaald naar de omgevingsvisie. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.11 Van Zaeck & Co namens Snebo Ingekomen 19 april 2022 Reactie: Reclamant maakt de volgende bezwaren tegen de omgevingsvisie: 1. De omgevingsvisie is geschreven als een reclamefolder. Reclamant constateert een groot verschil tussen de tekst van de omgevingsvisie en de dagelijkse praktijk. 2. Reclamant merkt op dat een SWOT analyse ontbreekt. 3. In de omgevingsvisie wordt geen aandacht besteed aan het stikstofprobleem. Bovendien maakt reclamant bezwaar tegen de conclusie van de gemeente, aldus reclamant, dat het stikstofprobleem een landbouwprobleem is. Reclamant acht dat een vreemde visie is voor een gemeente die grenst aan de Antwerpse haven en daar de meeste stikstof uit ontvangt. 4. Reclamant geeft aan dat voor diens bedrijf, waar uien worden geteeld, circulaire of natuurinclusieve landbouw niet mogelijk is., omdat het bedrijf niet zonder kunstmest of het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan functioneren. Bovendien geldt dat voor alle akkerbouwbedrijven. Ook gezien de ligging in de nabijheid (minder dan 10 km) van Natura-2000 gebieden is er ook geen ruimte voor veeteelt. Daaruit trekt reclamant de conclusie dat er geen plaats meer is voor landbouw in de gemeente Woensdrecht. 5. Het bedrijf van reclamant kent ook een verwerkingstak. Reclamant leest in de omgevingsvisie dat solitaire bedrijven gestimuleerd worden te verplaatsen naar een bedrijventerrein.

Daarvoor is nieuw bedrijventerrein nodig. Deze kunnen niet worden gerealiseerd, gezien de stikstofproblematiek. Reclamant constateert dat zowel de teelt als de verplaatsing naar een bedrijventerrein niet mogelijk is en dat reclamant zijn bedrijf moet voortzetten in een andere gemeente.

6.

Reclamant verbaast zich erover dat in de omgevingsvisie het standaardinstrument voor gebiedstransitie, te weten Ruimte voor Ruimte, niet wordt genoemd. Een bedrijf dat de doelen van de Brabantse wal schaadt, verdwijnt immers niet vanzelf. 7. Reclamant constateert daarom dat er geen ruimte is voor het bedrijf van reclamant en meer in zijn algemeenheid dat andere bedrijven zich niet in de gemeente Woensdrecht kunnen vestigen. Reclamant besluit met de zienswijze dat de gemeente zich beter zou kunnen richten op het behoud van bestaande bedrijvigheid en waar dat niet passend is, de ruimte voor ruimteregeling toe te passen, zodat een transitie kan plaats vinden. De visie van de gemeente op circulaire en natuurinclusieve landbouw en de wijze waarop het versterken van de werkgelegenheid en het uitbreiden van bedrijventerrein nu in de visie is opgenomen, is pure fictie en komt voort uit het ontbreken van een goede realistische analyse. 8. Reclamant gaat tot slot uitvoerig in op een praktijkvoorbeeld van hoe de gemeente omgaat met de uitvoering.

• Op 16 juli 2019 is door reclamant een principeverzoek ingediend voor uitbreiding van het bedrijf; • Twee jaar later volgde een positief besluit hierop; • Vervolgens was er geen ambtelijke capaciteit om de wijziging van het bestemmingsplan te begeleiden • Door de invoering van de Omgevingswet zijn bestemmingsplanwijzigingen innen de gemeente Woensdrecht stop gezet. • In een intakegesprek, anticiperend op de Omgevingswet, werd het verzoek van reclamant behandeld, waarbij de ontwerp omgevingsvisie als toetsingskader werd gebruikt. Conclusie was dat het initiatief past onder de categorie ‘Ja mits’; • Vervolgens zou het initiatief worden besproken aan de omgevingstafel. Vervolgens heeft de gemeente Woensdrecht nooit meer iets van zich laten horen; • Vervolgens is nog een principeverzoek ingediend om te kijken of binnen de contouren van het bestaande bestemmingsplan en met gebruikmaking van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een oplossing gevonden kon worden. Dit verzoek is zonder verdere motivatie afgewezen. Ook op een brief aan de omgevingstafel is niet op gereageerd; • De directie van reclamant heeft over deze gang van zaken nog contact gezocht met de burgemeester, maar die weigert terug te bellen. 9.

Reclamant constateert dat de teksten in de omgevingsvisie over het samen oppakken van de uitvoering van de omgevingsvisie, in de praktijk niet worden toegepast en maakt tegen die gang van zaken bezwaar. Reclamant is van mening dat pas na een ingrijpende aanpassing van de omgevingsvisie, deze als leidraad kan dienen voor de gemeente Woensdrecht. Reclamant staat open voor een gesprek met het nieuwe college over de toekomst van het bedrijf van reclamant. Reclamant heeft ter ondersteuning van zijn pleidooi enkele bijlagen toegevoegd over stikstof binnen de gemeente Woensdrecht. Beantwoording: De gemeente is op de hoogte van de situatie van reclamant en begrijpt de ingediende zienswijze. De praktijk is echter genuanceerder dan reclamant doet voorkomen. 1. Allereerst geeft de omgevingsvisie de ambities weer van de gemeente, de situatie die de gemeente nastreeft. Het is echter niet zo dat die ambitie in enkele jaren is gerealiseerd. Het is de denkrichting voor de langere termijn. Voor bestaande situaties betekent dit dat deze kunnen blijven voortbestaan, maar dat nieuwe ontwikkelingen op die locaties aan de voorwaarden en doelen van de omgevingsvisie moeten voldoen. 2. Aan de ambities van de gemeente heeft wel degelijk en vorm van SWOT analyse ten grondslag gelegen.

Deze is uitgevoerd gedurende het ontwikkeltraject van de visie met de verschillende stakeholders die aan het proces hebben deelgenomen. In hoofdstuk 2 van de omgevingsvisIe is dat proces beschreven. 3. In de omgevingsvisie is niet expliciet aandacht aan het stikstofprobleem besteed. Dat geldt voor meer milieuaspecten. Dat wil niet zeggen dat deze geen rol spelen. Nieuwe initiatieven worden enerzijds

4.

5.

6.

7.

8. 9.

beoordeeld op hun bijdrage aan de doelen en ambities zoals die in de omgevingsvisie zijn verwoord, anderzijds wordt bezien of aan alle relevante wettelijke regels wordt voldaan. Dat geldt dus ook voor de stikstofproblematiek en de voorwaarden die hiermee samenhangen. Ook voor reclamant betekent dit diens bestaande situatie kan blijven voortbestaan, tenzij er middelen beschikbaar zijn om een transitie te bewerkstelligen. Voor het bedrijf van reclamant betekent dat, dat het bedrijf kan blijven bestaan, maar dat de ontwikkelruimte gezocht moet worden in meer duurzame vormen van landbouw, zoals circulaire landbouw en natuurinclusieve landbouw. De gemeente bestrijdt dat de gemeente Woensdrecht een experimenteerplek voor deze vormen van landbouw wordt. Zowel op Rijksals Europees niveau is dat de beleids- en denkrichting. Ook het vergoedingenstelsel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is daar op gericht. In Nederland worden bovendien in diverse gebieden goede ervaringen opgedaan meer duurzame manieren van landbouw. Voor de veeteelt is de ontwikkelrichting voor de toekomst lastiger, gezien de stikstofproblematiek en de nabijheid van Natura-2000 gebieden. Het nieuwe stikstofbeleid van het Rijk en dat door de provincies moet worden uitgewerkt en uitgevoerd, biedt mogelijkheden en middelen om een transitie in het landelijk gebied in te zetten.

Ook dat is een traject van de lange adem. De bedrijfstak van reclamant wordt door de gemeente gezien als horende bij het agrarisch bedrijf. Er bestaat geen bezwaar tegen het verwerken van producten op het agrarisch bedrijf. Dat betekent dat een dergelijk bedrijf in de Polders gehandhaafd kan blijven. Wel zal bij uitbreidingsbehoefte van het bedrijf aan de in de omgevingsvisie genoemde randvoorwaarden moeten worden voldaan (duurzaamheid, klimaat, biodiversiteit, etc.). Het ruimte voor ruimte instrumentarium is een van de instrumenten die mogelijk kunnen worden ingezet. Niet altijd is het gewenst bestaande functies te saneren in ruil voor woningbouw. Het daadwerkelijk nemen van maatregelen vergt maatwerk. Dit hoort ook bij verdere uitvoering en uitwerking van de visie te worden ingezet. De gemeente ziet dit anders. De omgevingsvisie is gericht op de langere termijn. Per situatie moet worden beoordeeld welke maatregelen worden ingezet. Ook zal het per onderwerp verschillen welke rol de gemeente voor zichzelf ziet en welke andere stakeholders bij een opgave betrokken zijn of moeten worden. De omgevingsvisie is niet de plaats om in te gaan op specifieke casussen. Uiteraard zijn wij graag bereid om met initiatiefnemer in overleg te gaan over betreffende casus. De gemeente is het niet eens met deze constatering, dat diverse zaken in de visie aangepast zouden moeten worden.

Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.12 Rijkswaterstaat Ingekomen 19 april 2022 Reactie: Reclamant constateert dat de omgevingsvisie uitspraken doet die inhoudelijke raakvlakken hebben met gedeelde belangen, zoals bereikbaarheid en milieuthema’s. Reclamant geeft de gemeente mee dat bij uitwerking van omgevingsplannen die direct of indirect van invloed kunnen zijn op de doorstroming en de veiligheid van de (vaar)wegen waar reclamant het beheer over voert, zij graag worden geïnformeerd. Verder ziet reclamant geen aanleiding tot het geven van een reactie.

Beantwoording: Vanzelfsprekend wordt reclamant op de hoogte gehouden van genoemde plannen, voor zover deze raakvlakken hebben met de belangen van reclamant. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.13 VeLu Vastgoed Ingekomen 4 mei 2022 Reactie: VeLu Vastgoed verzoekt om de locatie Sportlaan 1a-3 in Hoogerheide in de omgevingsvisie op te nemen als behorende bij deelgebied “Excellent leven in dorpen”. De locatie is gelegen tegenover het sportpark en voor 95% bebouwd met tuinbouwkassen (ca. 20.000 m2 kassen). De tuinbouwkassen zouden op korte termijn kunnen verdwijnen voor een ruim opgezette natuur inclusieve woningbouwontwikkeling die aansluit bij de woningmarktvraag. De initiatiefnemer geeft daarbij aan dat de milieuwinst voor de omgeving significant is (stikstof emissie wordt teruggedrongen ten gunste van de biodiversiteit in het nabij gelegen Natura 2000 gebied, beëindiging nachtelijke lichtverspreiding en aardgasverbruik). Ruimtelijk wordt volgens de initiatiefnemer een gesloten massa opgeheven ten gunste van zichtlijnen en een verbetering van de leefomgeving. Het gebied is door de provincie ook aangemerkt als verstedelijking afweegbaar. Beantwoording: Het beleid in de omgevingsvisie is erop gericht om verdere verstening van het buitengebied zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit is geen absoluut verbod, maar de ontwikkeling moet wel een positieve bijdrage leveren aan de doelen van de omgevingsvisie. Wel zal bij mogelijke initiatieven die bouwen in het buitengebied voorstaan, eerst gekeken worden naar alternatieven.

Als blijkt dat er geen reële alternatieven voorhanden zijn, is bouwen in het buitengebied niet uitgesloten. Wel zal er dan een tegenprestatie worden gevraagd waarmee de effecten op het landschap en mogelijk andere aspecten zoveel mogelijk worden beperkt en dat door de tegenprestatie ook een meerwaarde voor het gebied ontstaat. De door initiatiefnemer aangegeven locatie ligt op de ‘Brabantse Wal’. Hier wordt, aansluitend aan de kernen woningbouw niet op voorhand uitgesloten. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.14 Windstil Ossendrecht 2.0 Ingekomen op 21 april 2022 Reactie: 1. Windstil stelt dat nog onvoldoende sprake is van een richtinggevend kader. Het betreft een omgevingsvisie op een vrij hoog abstractieniveau en dat vertaalt zich volgens Windstil in een groot aantal tamelijk inhoudsloze algemeenheden. Iets waar je alle kanten mee op kunt. Windstil vraagt om aanvulling en verduidelijking van het ontwerp, meer concreet en minder abstract – inclusief een visie op windmolens. 2. Het thema ‘geluidsoverlast’ wordt niet benoemd op pagina 9 en 22 en dat wordt gezien als een onbegrijpelijke misser die moet worden aangepast en uitgewerkt. Windstil denkt daarbij aan het Antwerpse havengebied, de snelweg A4, windpark Kabeljauwbeek en het voorgenomen windpark ZE-BRA. Op pagina 23 staat dat in het beschermingsspoor in veel gevallen de wettelijke normen en richtlijnen worden gehanteerd. Ook dit moet volgens Windstil worden aangepast: de wettelijke normen en richtlijnen

3.

4.

5.

6.

7.

moeten in alle gevallen de minimum norm zijn die wordt toegepast en gehandhaafd! Verder wordt op pagina 23 een concrete situatie benoemd: geluidsoverlast en luchtvervuiling vanuit de haven van Antwerpen. Hier zou geluidsoverlast van windmolens en de A4 aan moeten worden toegevoegd. Windstil vraagt om paragraaf 4.2.3 te herschrijven volgens de volgende aanbevelingen en in overeenstemming te brengen met de intenties van het coalitieakkoord: • Gesteld wordt dat er in de duurzaamheidsvisie (uit 2017) afspraken zijn gemaakt hoe Woensdrecht sneller dan de nationale doelstelling voor 2050 CO2-neutraal kan worden. In de genoemde duurzaamheidsvisie staat alleen wat de gemeentelijke doelstelling is - overigens zonder duidelijke definitie van wat ‘CO2-neutraal’ of ‘energie-neutraal’ betekent. • In tegenstelling tot de ‘versnelde doelstelling’ staat in het nieuwe coalitieakkoord voor de periode 2022-2026 juist: “Woensdrecht wil op termijn energie- en klimaatneutraal zijn, we volgen daarin het landelijke tempo. We bepalen in een nieuw uitvoeringsprogramma duurzaamheid de ambitie tot 2026.” Windstil geeft aan dat de duurzaamheidsvisie achterhaald is en verwijst naar het Coalitieakkoord: “Woensdrecht op weg naar een duurzame gemeente: o Woensdrecht wil op termijn energie- en klimaatneutraal zijn, we volgen daarin het landelijke tempo. o We stellen de Warmtevisie vast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=c49c1d13-4a00-4a20-a532-e5a37b8d8459