CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7.8 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend adviesrecht BOPA Antwerpsestraatweg 64 Hoogerheide7.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QUICKSCAN FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT Antwerpsestraat 64, Hoogerheide

1

De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide 20250806 17 november 2025 Most architecture

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 5

1.1. 1.2. 1.3.

Aanleiding .................................................................................................................................... 5 Onderzoeksvragen ...................................................................................................................... 5 Leeswijzer. ................................................................................................................................... 5

2.

PLANGEBIED ................................................................................................................................. 6

2.1. 2.2.

Planlocatie ................................................................................................................................... 6 Beoogde ingreep ......................................................................................................................... 7

3.

TOETSINGSKADER. ...................................................................................................................... 9

3.1. De Omgevingswet ....................................................................................................................... 9 3.2. Flora- en fauna-activiteiten .......................................................................................................... 9 Flora- en fauna-activiteiten – Vogelrichtlijn ......................................................................................... 9 Flora- en fauna-activiteiten – Habitatrichtlijn ..................................................................................... 10 Flora- en fauna-activiteiten – Andere soorten ................................................................................... 10 Flora- en fauna-activiteit – Specifieke zorgplicht ............................................................................... 10 Vrijstelling en omgevingsvergunning ................................................................................................. 11 3.3.

Relevante overige kaders .......................................................................................................... 12

4.

METHODE ..................................................................................................................................... 14

4.1. 4.2.

Bronnenonderzoek .................................................................................................................... 14 Veldbezoek ................................................................................................................................ 14

5.

RESULTATEN............................................................................................................................... 15

5.1. Bronnenonderzoek .................................................................................................................... 15 Beschermde gebieden ....................................................................................................................... 15 Waargenomen soorten ...................................................................................................................... 15 5.2. 5.3. 5.4.

Flora ........................................................................................................................................... 15 Ongewervelden.......................................................................................................................... 16 Zoogdieren................................................................................................................................. 16 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................................ 16 Vleermuizen ................................................................................................................................................. 18

5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9.

Vogels ........................................................................................................................................ 19 Vissen ........................................................................................................................................ 22 Reptielen en Amfibieën ............................................................................................................. 22 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................... 23 Houtopstanden .......................................................................................................................... 23

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

3

6. CONCLUSIE.................................................................................................................................. 24 BIJLAGE I. FOTO’S VELDBEZOEK ............................................................................................ 27

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

4

1.

INLEIDING

1.1. Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om aan de Antwerpsestraatweg 64 te Hoogerheide een bedrijfsperceel met twee bedrijfspanden te saneren ten behoeve van nieuwbouw. De geplande ingreep kan mogelijk negatieve effecten hebben op aanwezige flora en fauna. In het kader van de Omgevingswet (Ow) is het daarom noodzakelijk een quickscan Flora- en Fauna-activiteit uit te voeren. Tijdens een quickscan wordt bepaald of de geplande ingreep in strijd is met de Ow en hoe/wanneer eventueel maatregelen kunnen worden getroffen om overtreding van de wet te voorkomen.

1.2. Onderzoeksvragen De doelstelling van het onderzoek is drieledig. Ten eerste wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden (waarschijnlijk) aanwezig zijn in het plangebied. Ten tweede worden de consequenties van deze (mogelijke) aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Hiervoor is van belang dat de volgende vragen worden beantwoord. 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen (mogelijk) voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied? 2. Welke te verwachten wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden negatieve effecten van het plan? 3. Hoe dient te worden omgegaan met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig. Omdat de Omgevingswet naast soorten ook natuurgebieden en houtopstanden beschermd wordt tot slot advies gegeven of vervolgonderzoek voor het onderdeel gebiedsbescherming noodzakelijk is en of in het kader van het vellen van houtopstanden een melding moet worden gedaan.

1.3. Leeswijzer. Het rapport is onderverdeeld in 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt de locatie en de voorgenomen ingreep beschreven. In hoofdstuk 3 volgt informatie over het toetsingskader wat gebruikt wordt. Hoofdstuk 4 geeft de methode van het onderzoek weer. De resultaten van het onderzoek worden in hoofdstuk 5 beschreven, deze worden daarna in hoofdstuk 6 concluderend samengevat.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

5

2.

PLANGEBIED

2.1. Planlocatie Het plangebied is gelegen aan de Antwerpsestraatweg 64 Hoogerheide in het bebouwde gebied van Abbekerk. De locatie is kadastraal aangeduid als gemeente Woensdrecht, sectie B en perceelnummer 3177. Bijhorende rijksdriehoekscoördinaten zijn 807, 383. Figuur 1 geeft de topografische ligging van het plangebied weer.

Figuur 1. Topografische ligging van het plangebied (aangeduid met gele pijl).

Het plangebied wordt in noord-, oost-, en zuidzijde direct omgeven door woonhuizen en tuinen. Aan de westzijde bevindt zich direct naast het plangebied een strook parkeerplaatsen, fietspad en de Scheldeweg met daarnaast een bomenrij van esdoorn en zomereiken. In westelijke richting van het plangebied (+/- 225 meter) bevindt zich een bosrijke omgeving met graslanden en een waterplas. Op ongeveer 490 meter in noordelijke richting bevindt zich de N289. In zuidelijke richting bevindt zich de dorpskern van Hoogerheide. In westelijke richting bevinden zich woonhuizen en vanaf een afstand van ongeveer 500 meter enkele gras- en weilanden.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

6

Binnen het plangebied bevinden zich een voormalig bedrijfspand (A) en een opslagloods (B). De planlocatie is geheel omheind en verhard. Het bedrijfspand bestaat deels uit gemetselde muren zonder stootvoegen een plat, bitumen dak en daklijsten. Het andere deel van het gebouw bestaat uit ramen. Er bevindt zich een balkon aan de noordzijde van het bedrijfspand. Een deel van het balkon is betegeld en een deel is beplant met siergrassen, coniferen en langs de muren met wilde wingerd. De opslagloods bestaat uit damwandplaten en een schuin bitumen dak. Aan de rand van het plangebied, aan de westzijde van de loods, bevindt zich een erfafscheiding van levensbomen. Daaronder is de grond volledig begroeid met hedera. In zuidelijke richting van de rij levensbomen bevindt zich een hoop wit zand, welke ook bijna volledig is begroeid met hedera. Aan de noordzijde van de opslagloods bevindt zich een smalle strook bestrating met in de meest oostelijke hoek een bramenstruik en wat algemene plantensoorten. In de meest zuidoostelijke hoek bevindt zich begroeiing van klimop, jonge esdoorn, en net buiten het plangebied een zomereik.

B

A A

Figuur 2. Weergave plangebied (rood omkaderd).

2.2. Beoogde ingreep De initiatiefnemer is voornemens om in totaal 22 wooneenheden te realiseren aan de Antwerpsestraatweg 64 in Hoogerheide. Het betreft 12 starters appartementen in bouwblok met interne ontsluiting. In het tweede bouwblok komen 4 levensloopbestendige appartementen op de begane grond en 6 starters appartementen op de eerste verdieping. Hiervoor zal al de aanwezige bestaande bebouwing worden gesloopt en een gedeelte van

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

7

het groen worden verwijderd. De bestaande levensbomenhaag zal behouden blijven. Figuur 3 geeft een impressie van de beoogde situatie.

Figuur 3. Visuele representatie van de beoogde situatie.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

8

3.

TOETSINGSKADER.

3.1. De Omgevingswet De Omgevingswet (Ow) vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming (Wnb). Binnen de omgevingswet zijn de meeste voorheen geldende wetgevingen die betrekking hadden tot de fysieke leefomgeving opgenomen. Kortgezegd gaat de Omgevingswet over de ruimte waarin mensen wonen, werken en recreëren. De Ow is onderverdeeld in vier besluiten en één omgevingsregeling. De regels voor soortenbescherming die voorheen werden beschreven in de Wet natuurbescherming zijn ondergebracht in afdeling 11.2. van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als zijnde Flora- en Fauna-activiteit, een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. In dit het Bal zijn daarnaast ook delen van eerder geldende regelgeving voor gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden buiten de wettelijke vastgestelde bebouwde kom beschreven.

De Ow ziet toe op: - Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; - Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en - Het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.

3.2. Flora- en fauna-activiteiten Afdeling 11.2 van het Bal is het nationale wettelijke kader waarin de bepalingen van EUrichtlijnen op het gebied van bescherming van soorten zijn vertaald naar nationaal recht. Het doel van dit onderdeel van het besluit is het in stand houden van de planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Hiertoe is een groot aantal plant- en diersoorten beschermd. Hieronder een beknopte algemene toelichting. Schadelijke handelingen zoals het doden, opzettelijk verontrusten, verstoren of vernietigen van beschermde dieren en hun vaste rust- en verblijfplaatsen, hun holen, nesten, eieren rapen, net als het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van beschermde planten, zijn verboden. Er wordt onderscheidt gemaakt in de volgende beschermingsregimes:

Flora- en fauna-activiteiten – Vogelrichtlijn Vogels nemen een bijzondere plaats in de natuurwetgeving. Alle broedende vogels, hun eieren, hun vaste rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving daarvan, zijn beschermd. Vogelsoorten worden onderscheiden in vijf categorieën, waarbij soorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn, en soorten van categorie 5 in principe alleen tijdens de broedperiode. Voor het verstoren van broedende vogels tijdens de broedperiode wordt geen omgevingsvergunning verleend. Voor het aantasten van broedende vogels en/of

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

9

de jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, geldt een zware toets, vergelijkbaar met die van de Habitatrichtlijn soorten.

Flora- en fauna-activiteiten – Habitatrichtlijn Alle plant- en diersoorten genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn zijn beschermd. Voor deze streng beschermde soorten, geldt dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat en er sprake is van een in of bij de wet genoemd belang. Binnen deze categorie bestaat een verdere onderverdeling, waarvoor de criteria voor het verlenen van een omgevingsvergunning nog iets verschillen.

Flora- en fauna-activiteiten – Andere soorten Alle in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders en kevers van soorten genoemd in bijlage IX, onderdeel A en B van het Bal vallen onder deze categorie. De dieren opgenomen in deze bijlagen mogen niet opzettelijk gedood of gevangen worden. Voor deze soorten geldt dat een omgevingsvergunning vereist blijft bij ruimtelijke ingrepen die negatieve effecten voor deze soorten hebben. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden als wordt gewerkt volgens een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode. In zo’n gedragscode geeft een sector of initiatiefnemer zelf aan welke gedragslijnen men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Als er volgens een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt, is alleen nog een omgevingsvergunning nodig voor werkzaamheden die niet conform die gedragscode (kunnen) worden uitgevoerd.

Flora- en fauna-activiteit – Specifieke zorgplicht Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22 van het Bal, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is ingevolge artikel 11.27 verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. Wanneer gevolgen niet kunnen worden voorkomen geldt de plicht om die gevolgen zoveel mogelijk te beperken dan wel ongedaan te maken. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt moet de activiteit die deze veroorzaak achterwege worden gelaten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. In de zorgplicht is tevens een onderzoekplicht opgenomen. Degene die een Flora- en faunaactiviteit onderneemt heeft de plicht door een ecologisch deskundige te laten onderzoeken of beschermde soorten of rode lijst soorten aanwezig zijn binnen het effectgebied. Als blijkt dat deze of essentieel leefgebied hiervan aanwezig is dan moet op basis van objectieve gegevens worden bepaald of op voorhand nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Als gevolgen niet kunnen worden uitgesloten wordt beschreven welke gevolgen de activiteit

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

10

kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. Op basis hiervan worden alle passende maatregelen moeten worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen. Tijdens of na het verrichten van de activiteiten wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. Als uit monitoring blijkt dat nadelige gevolgen toch niet kunnen worden voorkomen dan moet de Flora- en fauna-activiteit worden gestaakt. Als het staken van de activiteit niet meer mogelijk is moeten passende maatregelen worden getroffen. Ecologische deskundigheid Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die in een bepaalde situatie en voor specifieke soorten gevraagd wordt te adviseren en/of begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie1.

Hij voldoet aan een of meer van deze punten: • Hij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; • Hij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; • Hij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; • Hij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: o Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; • Hij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming.

Vrijstelling en omgevingsvergunning Een ruimtelijke ingreep kan gepaard gaan met negatieve effecten op planten en dieren. Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Om een ruimtelijk plan dat mogelijk negatieve effecten heeft op beschermde soorten toch tot uitvoering te mogen brengen, is een vrijstelling of een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag noodzakelijk. Om na te gaan of een vrijstelling of omgevingsvergunning noodzakelijk is zijn verschillende onderzoeken nodig: • Met een quickscan wordt aangetoond of er mogelijk matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn; • Zo nodig wordt met nader onderzoek aangetoond of er schadelijke effecten op beschermde soorten zijn.

1

http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

11

Indien bij de quickscan is aangetoond dat er nationaal beschermde soorten of onder de Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn beschermde soorten aanwezig zijn, dan geldt een algemene vrijstelling. Indien wel beschermde soorten aanwezig zijn en met nader onderzoek aangetoond is dat er schadelijke effecten op deze beschermde soorten zijn is het noodzakelijk om mitigerende of compenserende maatregelen te treffen. Indien dit kan door te werken volgens een gedragscode (goedgekeurd werkprotocol) is er vrijstelling verleend, er moet dan wel aantoonbaar worden voldaan aan de voorwaarden en voorschriften uit de gedragscode. Onder de Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten daarnaast de bevoegdheid om vrijstellingen op te nemen voor soorten die worden beschermd onder artikel 11.54 van het Bal. Wanneer een provinciale vrijstelling van kracht is dan gelden de verboden uit dit artikel niet voor de in de vrijstelling beschreven soorten. Als nog geen gedragscode voor de specifieke situatie beschikbaar is en er geen provinciale vrijstelling van kracht is dient een omgevingsvergunning verkregen te worden. Om een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, moet aangetoond worden dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen beschermde soorten.

Of, als er geen alternatief is en de ingreep een voldoende zwaarwegend belang dient (wettelijk gedefinieerd per bovengenoemde categorie), kan mogelijk toch omgevingsvergunning verleend worden onder voorwaarden. Een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten van de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis mogen wel opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (Bal, Artikel 11.54. tweede lid onder a). Ook de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden (Bal, Afdeling 11.2.8).

3.3. Relevante overige kaders Onder de Omgevingswet zijn naast de Flora- en fauna-activiteiten ook de regels opgenomen voor Natura-2000-activiteiten, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Activiteiten die houtopstanden, hout en houtproductie betreffen. In de Omgevingswet is het nationale wettelijke kader beschreven waarin de bepalingen van EU-richtlijnen op het gebied van bescherming van gebieden zijn vertaald naar nationaal recht. Als in de nabijheid van het plangebied percelen liggen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen genaamd Ecologische Hoofdstructuur), of Natura 2000-gebied, zijn deze beschermd onder de Omgevingswet of door landelijk, provinciaal en

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

12

gemeentelijk beleid, vastgelegd in het omgevingsplan. De mogelijke effecten van het plan op de specifieke kenmerken van deze gebieden moeten dan in beeld worden gebracht. Het onderdeel houtopstanden binnen de Omgevingswet geldt voor houtopstanden buiten de bebouwde kom. Voor het vellen van houtopstanden geldt een meldingsplicht en een herplantingsplicht. Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het behouden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long voor ons dichtbevolkte land.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

13

4.

METHODE

De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.

4.1. Bronnenonderzoek Ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen en provinciale structuurvisies, zijn geraadpleegd op de overheidswebsite www.atlasleefomgeving.nl. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen van flora en fauna in Nederland gebundeld. De Gegevensautoriteit Natuur staat ervoor in dat alleen gevalideerde waarnemingen worden opgenomen. Gegevens uit meer dan 100 databanken zijn gebundeld, waaronder die van de particuliere gegevens beherende organisaties (Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, etc.), provincies en terrein beherende organisaties. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. Uit deze nationale databank is een overzicht opgevraagd van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Het overzicht geeft een indicatie op welke soorten in het bijzonder gelet moet worden bij het veldbezoek.

4.2. Veldbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten en soortgroepen beoordeeld, met bijzondere aandacht voor de vanuit het bronnenonderzoek verwachte soorten. Het gaat hierbij om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Het veldbezoek is uitgevoerd door dhr. N. de Bruijn ecologisch adviseur bij De Roever Omgevingsadvies, op 18 juni 2025 in de ochtend, bij licht bewolkt weer, 23˚C en windkracht 2(bft). Resultaten zijn als tweede lezing beoordeeld door dhr. W. Nijland, ecologisch adviseur bij De Roever Omgevingsadvies.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

14

5.

RESULTATEN

5.1. Bronnenonderzoek Beschermde gebieden De dichtstbijzijnde gronden met bestemming ‘natuur’ zijn gelegen op +/- 45 meter ten oosten van het plangebied aan de straat de Groenling. De afstand tot het Natuurnetwerk Nederland is gelegen op +/- 45 meter afstand op dezelfde locatie als de bestemming ‘natuur’. De betreffende beschermde gebieden bevinden zich op zodanige afstand dat, met het oog op de gunstige staat van instandhouding en gelet op het overgangsrecht onder de Omgevingswet, mogelijke negatieve effecten niet zonder nadere onderbouwing kunnen worden uitgesloten. Bij deze ontwikkeling geldt dat externe werking -waaronder geluid, licht, betreding en trillingen- onderdeel vormt van het toetsingskader. Tussen de planlocatie en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich een rij bestaande bebouwing, die een buffer vormt en daarmee eventuele effecten van geluid, trillingen en menselijke aanwezigheid afdoende afschermt. Ten aanzien van optische verstoring door licht kunnen negatieve effecten worden voorkomen door geen werkzaamheden uit te voeren in de nachtelijke uren en door bouwverlichting uit te schakelen tussen zonsondergang en zonsopgang. Gelet op het bovenstaande kunnen negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten.

Waargenomen soorten Het overzicht van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten van de NDFF is bij dit rapport per soortgroep genoemd onder ‘verspreidingsatlas’. De genoemde soorten zijn op een afstand van minder dan 5 kilometer van het plangebied waargenomen en vormden een aandachtspunt bij het terreinbezoek. De resultaten daarvan worden hieronder per soortgroep belicht. Zie ook bijlage I voor foto’s van het plangebied.

5.2. Flora Verspreidingsatlas: drijvende weegbree Door het ontbreken van watervoerende elementen binnen het plangebied is het voorkomen van drijvende waterweegbree uit te sluiten. Er zijn enkel algemene tot zeer algemene soorten aangetroffen die kenmerkend zijn voor een vroeg succesioneel stadium en voedselrijke bodems zoals bezemkruiskruid, duizendblad, heermoes, hedera, klaproos, sintjanskruid, speerdistel en teunisbloem. Conclusie flora: Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

15

5.3. Ongewervelden Verspreidingsatlas: grote vos, grote weerschijnvlinder, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, teunisbloempijlstaart Vlinders Voor vlinders geldt dat ze voor hun voortplanting afhankelijk zijn van de aanwezigheid van specifieke waardplantsoorten. Binnen het plangebied zijn geen waardplanten aangetroffen voor de grote vos en de grote weerschijnvlinder. Voor zijn overwintering gebruikt de grote vos koele, donkere plekken. Vooral plaatsen met oud hout zoals houtopslag, houten schuurtjes of holle bomen worden daarvoor gebruikt. Binnen het plangebied ontbreekt het aan mogelijke overwinterplaatsen. Binnen het plangebied zijn elf teunisbloemplanten aangetroffen. Deze kunnen dienen als waardplant voor de teunisbloempijlstaart. Omdat de rups van deze soort voorkomt in de periode juni tot en met september, zijn de aanwezige teunisbloemen tijdens het veldbezoek op 18 juni 2025 gecontroleerd op de aanwezigheid van rupsen. Daarbij zijn geen rupsen aangetroffen. Op enkele teunisbloemen waren wel vraatsporen aanwezig. Deze bleken veroorzaakt te zijn door de teunisbloemaardvlo Altica oleracea en de aanwezige larven daarvan. Negatieve effecten op de grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart kunnen daarom worden uitgesloten en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Libellen Libellen zijn voor hun voortplanting afhankelijk van water.

Het ontbreekt binnen het plangebied aan watervoerende elementen. Negatieve effecten op de bosbeekjuffer en gevlekte witsnuitlibel kunnen daarom worden uitgesloten. Conclusie ongewervelden Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

5.4. Zoogdieren. Grondgebonden zoogdieren Verspreidingsatlas: aardmuis, boommarter, bosmuis, bunzing, damhert, dwergmuis, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos, wezel, wolf

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

16

In de nabijheid van het plangebied zijn bovengenoemde soorten waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor deze soorten. Hierbij is onderscheid gemaakt in migratieroute, foerageergebied en verblijfplaats. Boommarter De boommarter is sterk gebonden aan grotere bosgebieden met een aaneengesloten boomstructuur die dekking en voortplantingsmogelijkheden biedt. Voor verblijfplaatsen maakt de soort doorgaans gebruik van boomholtes of holen tussen boomwortels. Op circa 50 meter van het plangebied bevindt zich een bosrijker gebied dat potentieel geschikt is als leefgebied voor de boommarter. Binnen het plangebied zelf ontbreken echter schuilmogelijkheden zoals holle bomen of andere schuilmogelijkheden, en er is geen sprake van verbindende groene structuren tussen het plangebied en het nabijgelegen bosgebied. Gezien het ontbreken van essentieel leefgebied en verbindingsroutes, wordt de aanwezigheid van de boommarter binnen het plangebied uitgesloten. Steenmarter Steenmarter verblijft doorgaans in verlaten stukken van gebouwen, boomholtes, takkenhopen of dichte struwelen met geschikte toegangsopeningen. Deze openingen kunnen al zo klein zijn als 5x5 centimeter.

Het voormalig bedrijfspand en de loods beschikken beiden niet over openingen die groter zijn dan 5x5 centimeter en bieden daarmee geen toegang tot mogelijke verblijfplaatsen voor de steenmarter. Tevens zijn er geen sporen in het bedrijfspand of de loods aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van de steenmarter. Negatieve effecten op de steenmarter kunnen daarom worden uitgesloten. Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen (bunzing en wezel) jagen ondergronds op muizen en andere kleine gewervelde dieren. Deze soorten vangen vaak de bewoners van een hol om daar vervolgens zelf hun verblijfplaats van te maken. Geschikte verblijfplaatsen en foerageerbiotoop vallen voor deze soorten daarom nauw samen. De planlocatie is geheel verhard en biedt daarmee geen geschikt foerageerbiotoop en tevens onvoldoende struweel dat dient als dekking. Negatieve effecten op de bunzing en wezel kunnen daarom worden uitgesloten. Damhert, ree, haas, konijn, vos, wolf De ligging van het plangebied in een bewoond gebied en het ontbreken van voldoende beschutting en foerageergebied maakt dat het plangebied niet geschikt is als leefgebied voor het damhert, ree, haas, konijn, vos en wolf. Negatieve effecten op deze soorten kunnen daarom worden uitgesloten.

Eekhoorn Eekhoorn geeft voorkeur aan een bosrijke leefomgeving zoals loof-, naald-, en gemengd bos, tuinen parken en houtwallen in de buurt van bos. Belangrijk dat er voldoende voedsel aanwezig is. Binnen het plangebied zijn geen mogelijke eekhoornnesten aangetroffen in de levensbomen en het plangebied is tevens niet geschikt als foerageergebied. Negatieve effecten op de eekhoorn kunnen daarom worden uitgesloten.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

17

Egel Het plangebied zou mogelijk kunnen dienen als foerageergebied voor de egel gezien de ligging van het plangebied tussen tuinen van omliggende bewoners. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt echter een vrijstelling voor deze soort op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), waardoor voor mogelijke verstoring of tijdelijke verplaatsing van egels geen omgevingsvergunning vereist is. Wel blijft de algemene zorgplicht van toepassing. Negatieve effecten op de egel kunnen daarmee worden uitgesloten. Algemene muizensoorten Door kleine openingen onder de rolluiken in het bedrijfspand en de loods is een vaste verblijfplaats van algemene muizensoorten niet uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek zijn er ook een al bijna vergane, dode muis en muizenkeutels aangetroffen. Direct rondom de mogelijke verblijfplaatsen zijn foerageermogelijkheden aanwezig op het erf en de rondom gelegen tuinen. Negatieve effecten op algemene muizensoorten kunnen daarom niet worden uitgesloten. De aardmuis, bosmuis, dwergmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis en veldmuis genieten een provinciale vrijstelling binnen de provincie Noord-Brabant. Een ontheffing of aanvullend onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De specifieke zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

Dit impliceert dat bij het bouwrijp maken van het terrein binnen het plangebied met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient te worden gehandeld. De werkzaamheden worden stapvoets en in één vaste werkrichting uitgevoerd, zodat een ontsnappingsroute voor aanwezige fauna behouden blijft. Indien tijdens de werkzaamheden een dier wordt waargenomen, worden de werkzaamheden direct tijdelijk gestaakt om het dier in de gelegenheid te stellen zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Waar mogelijk vinden de werkzaamheden overdag plaats, zodat dieren gedurende de nacht ongestoord de kans krijgen zich te verplaatsen naar geschikt alternatief leefgebied. Conclusie grondgebonden zoogdieren Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren te verwachten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

Vleermuizen Verspreidingsatlas: baarvleermuis, brandts vleermuis, bosvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis In de nabijheid van het plangebied zijn bovengenoemde vleermuissoorten waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in vliegroute, foerageergebied en verblijfplaats.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

18

Vliegroute: In de omgeving zijn gebouwen en bomenrijen aanwezig waarop vleermuizen zich oriënteren. Ze volgen dergelijke elementen bij het verplaatsen tussen foerageergebieden en verblijfplaatsen. De aanwezige bebouwing staat niet in verbinding met een bosgebied waar vleermuizen kunnen foerageren. Het plangebied functioneer daarom niet als vliegroute. Om verstoring door licht te voorkomen mag tussen zonsondergang en zonsopkomst geen breed uitstralende bouwverlichting worden gebruikt. Dit voorkomt overtreding van artikel 11.46 van het Bal. Verblijfplaatsen: De aanwezige bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen. Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende/scheefliggende dakpannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang zouden kunnen verlenen tot mogelijke verblijfplaats. Het voormalig bedrijfspand bestaat uit een plat bitumen dak en metalen daklijst. De metalen daklijst heeft geen kieren van voldoende grootte om te dienen als invliegopening. De dilatatievoeg is volledig dicht. Er zijn geen stootvoegen of ventilatiegaten aanwezig. Er zijn daarmee geen invliegopeningen in het voormalig bedrijfspand aanwezig.

De voormalig loods bestaat geheel uit damwandplaten en een schuin bitumen dak. Er zijn geen openingen of verblijfruimten aanwezig waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Daarnaast zijn er vleermuissoorten die verblijfplaatsen hebben in bomen. Binnen het plangebied zijn een aantal levensbomen aanwezig. Deze beschikken niet over holen waardoor deze niet geschikt zijn als verblijfplaats voor boom bewonende vleermuissoorten. Negatieve effecten op verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn daarom uitgesloten. Foerageergebied: Door het ontbreken van voldoende groenstructuren en watervoerende elementen is het niet aannemelijk dat vleermuizen binnen het plangebied foerageren. Conclusie vleermuizen: Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

5.5. Vogels Verspreidingsatlas: steenuil, gierzwaluw, huismus, roek, grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, slechtvalk, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief en zwarte wouw Broedvogels waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn, zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om bovengenoemde soorten. Gedurende het veldbezoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde vogelsoorten.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

19

Steenuil, kerkuil De kerkuil maakt gebruik van rustige, betrekkelijk afgesloten ruimten in gebouwen als broedlocatie, mits deze via een vrije aanvliegroute en voldoende ruime invliegopening (circa 10 x 10 cm) toegankelijk is. Steenuil broedt in boomholtes, nestkasten en nauwe ruimten in gebouwen binnen kleinschalig landschap met open terrein om te jagen. Binnen het plangebied zijn geen invliegopeningen in het bedrijfspand of loods aanwezig en de aanwezige levensbomen beschikken niet over holtes die kunnen dienen als nestplaats. Negatieve effecten op de steenuil en kerkuil kunnen daarom worden uitgesloten. Ooievaar, oehoe, slechtvalk, boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, zwarte wouw Bovengenoemde vogelsoorten broeden ofwel in zelfgebouwde nesten hoog in de toppen van bomen, op hoge gebouwen of op platformen. Binnen het plangebied of de directe omgeving zijn geen nesten aangetroffen. Negatieve effecten op de ooievaar, oehoe, slechtvalk, boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief en zwarte wouw kunnen daarom worden uitgesloten. In het plangebied en de directe omgeving van het plangebied zijn bomen aanwezig die als potentiële nestplaats kunnen dienen voor jaarrond beschermde vogelsoorten.

Indien voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden omvangrijke nesten binnen of in de directe omgeving van het plangebied worden waargenomen, dient een controle op broedvogels te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Ransuil In het plangebied is een nest aangetroffen in een levensboom. Dit nest is mogelijk afkomstig van een houtduif. Het nest is aan de kleine kant en te onstabiel om te fungeren als mogelijke nestplaats voor de ransuil. Negatieve effecten op de ransuil kunnen daarom worden uitgesloten. Indien voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden omvangrijke nesten binnen of in de directe omgeving van het plangebied worden waargenomen, dient een controle op broedvogels te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Roek Roek broedt in kolonies in toppen van bomen. De soort gebruikt vaak laanbomen, solitaire bomen en bossen om hun nesten in de bomen te maken. Binnen het plangebied is een enkel nest waargenomen, waarmee uitgesloten is dat de roek binnen het plangebied nestelt. In de directe omgeving van het plangebied zijn potentiële nestlocaties aanwezig.

Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen, maar indien voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden omvangrijke nesten binnen of in de directe omgeving van het plangebied worden waargenomen, dient een controle op broedvogels te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Boomvalk De boomvalk broedt in halfopen bosgebieden in oude kraaien- en reigernesten. Binnen het plangebied is een nest aangetroffen, mogelijk afkomstig van een houtduif. Dit nest is qua formaat niet van voldoende grootte om te worden gebruikt als mogelijk nest voor de boomvalk. Tevens bevindt het plangebied zich in een bewoonde omgeving waardoor het niet

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

20

aannemelijk is dat de boomvalk binnen het plangebied voorkomt. In de directe omgeving zijn mogelijk geschikte nestplaatsen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn er geen potentiële nesten aangetroffen. Indien voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden omvangrijke nesten binnen of in de directe omgeving van het plangebied worden waargenomen, dient een controle op broedvogels te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Gierzwaluw en huismus De gierzwaluw en huismus broeden doorgaans in holtes in gebouwen. Vaak betreft dit ruimte onder de pannen van daken en in het geval van gierzwaluw soms ook nissen achter bijvoorbeeld regenpijpen. Vanwege een ongeschikte dakconstructie bestaande uit een hellend bitumen dak en een plat bitumen dak, kan het voorkomen van nestplaatsen voor de huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. Algemeen voorkomende broedvogels Binnen het plangebied is potentieel geschikt broedbiotoop aanwezig voor tuinvogels. In de omgeving van het plangebied is gelegenheid voor het broeden van algemeen voorkomende vogels. Tijdens het veldbezoek is een nest waargenomen in een levensboom. Deze is waarschijnlijk afkomstig van een middelgrote tuinvogel. Tijdens het broeden zijn alle in Nederland voorkomende vogels beschermd.

Om verstoring van deze broedvogels te voorkomen is het noodzakelijk om sloop en bouwwerkzaamheden te starten buiten de broedperiode van algemeen voorkomende broedvogels. Deze loopt grofweg van 15 maart tot 15 juli. Deze periode is geen wettelijk vastgestelde periode. Wij adviseren om bij twijfel een broedvogelcontrole uit te voeren alvorens de start van hiervoor relevante werkzaamheden. Conclusie vogels: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. In het plangebied en de directe omgeving van het plangebied zijn bomen aanwezig die als potentiële nestplaats kunnen dienen voor jaarrond beschermde vogelsoorten. Indien voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden omvangrijke nesten binnen of in de directe omgeving van het plangebied worden waargenomen, dient een controle op broedvogels te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Wettelijk is geen periode vastgesteld als broedseizoen. Onder afdeling 11.2 van het Bal zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar. Het is daarom noodzakelijk om te werken op een manier waarop broedactiviteit van vogels niet verstoord wordt.

Werkzaamheden zijn mogelijk indien door een deskundige is vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten zijn, of indien is vastgesteld dat met het werken volgens een goedgekeurd werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Een dergelijk ecologisch werkprotocol dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige en vervolgens goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

21

5.6. Vissen Verspreidingsatlas: Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF worden er in het plangebied en de directe omgeving daarvan geen beschermde vissen aangetroffen. Daarnaast bevinden er zich binnen het plangebied geen watervoerende elementen die kunnen dienen als leefgebied voor beschermde vissoorten. Negatieve effecten op vissen kunnen daarom worden uitgesloten. Conclusie vissen Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vissen uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

5.7. Reptielen en Amfibieën Verspreidingsatlas: gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis, alpenwatersalamander, boomkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kamsalamander, kleine watersalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, vinpootsalamander In de nabijheid van het plangebied zijn beschermde reptielen of amfibieën waargenomen. Het gaat om de bovengenoemde soorten. Gedurende het veldbezoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor strikt beschermde soorten. Een geschikt leefgebied voor strikt beschermde reptielen of amfibieën ontbreekt op de planlocatie. Alpenwatersalamander, boomkikker, gladde slang, hazelworm, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, levendbarende hagedis, poelkikker, vinpootsalamander. Gezien het geheel verharde terrein, het ontbreken van watervoerende elementen, voldoende groenstructuren en het ontbreken van overwinterplaatsen is het voorkomen van de alpenwatersalamander, boomkikker, gladde slang, hazelworm, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, levendbarende hagedis, poelkikker, vinpootsalamander uitgesloten. Rugstreeppad De rugstreeppad komt voornamelijk voor in terreinen met een hoge natuurlijke of menselijke dynamiek. Voortplantingsbiotopen bestaan uit tijdelijke, stilstaande, ondiepe en grotendeels vegetatieloze wateren of oeverzones.

De soort komt echter ook voor in meer stabiele landschappen, zoals veenweidegebieden en agrarisch gebied met sloten waarbij de oevers niet te hoog of steil zijn, aangezien het slechte zwemmers en klimmers zijn. Binnen het plangebied ontbreekt het momenteel aan geschikte leefomgeving door de rugstreeppad. Er kan geen plasvorming ontstaan op de hoop zand die zich in het plangebied bevindt. Deze is daarnaast bijna volledig begroeid met hedera. Gezien de aard van de werkzaamheden is het mogelijk dat de rugstreeppad geschikt voorplantingsbiotoop vindt binnen het plangebied. Door tijdens de werkzaamheden plasvorming te voorkomen en geen losse zandhopen te laten liggen is potentieel geschikt voortplantingsbiotoop uit te sluiten. Negatieve effecten op de rugstreeppad kunnen daarmee worden voorkomen.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

22

Bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, poelkikker Bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker geldt dat ze niet kieskeurig zijn in welke wateren ze bewonen. Binnen het plangebied is geen voortplantingsbiotoop door het ontbreken van waterelementen. Daarom is aanwezigheid van voortplantingsbiotoop voor deze soorten uit te sluiten binnen het plangebied. Door het ontbreken van voldoende substraat, losse grond of holen is het voorkomen van winterverblijfplaatsen ook uitgesloten. Negatieve effecten op de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en poelkikker zijn daarom uitgesloten. Conclusie reptielen en amfibieën Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen en amfibieën uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tijdens de werkzaamheden zijn wel aanvullende voorzorgsmaatregelen van toepassing t.a.v. rugstreeppad. Om te voorkomen dat deze soort zich vestigt in het plangebied tijdens de uitvoering van werkzaamheden moet het ontstaan van regenplassen en het blijven liggen van losse zandhopen worden voorkomen.

5.8. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op een afstand van ±1,9 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ‘Brabantse Wal’ en op een afstand van ±2,4 kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Markiezaat’. Door de ligging van het plangebied ten opzichte van deze Natura 2000-gebied kunnen er mogelijk negatieve effecten plaatsvinden van de ingreep op deze gebieden. Indien er sprake van is van negatieve effecten dan is de voorgenomen ontwikkeling vergunning plichtig. De grenzen van het plangebied vallen buiten de grenzen van de Natura 2000gebieden ‘Brabantse Wal’ en ‘Markiezaat’. Op basis hiervan zijn verlies aan oppervlakte of versnippering uitgesloten. Effecten zoals trillingen, licht, geluid en optische effecten kunnen wel op grotere afstanden optreden. Omdat de afstand van het plangebied tot grenzen van de Natura 2000-gebieden meer dan 500 meter bedraagt kunnen deze overige effecten worden uitgesloten. Op nog grotere afstanden van ruimtelijke ontwikkelingen kunnen negatieve effecten plaatsvinden door stikstofdepositie. In de Natura 2000-gebieden ‘Brabantse Wal’ en ‘Markiezaat’ bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen. Als er bij de ingreep stikstof wordt uitgestoten zijn de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden mogelijk in het geding. Bij de voorgenomen ingreep vindt naar verwachting stikstofuitstoot plaats.

Hierdoor zijn negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden niet op voorhand uit te sluiten. Wij adviseren u daarom een stikstofberekening m.b.v. AERIUS Calculator uit te voeren en te laten toetsen door het bevoegd gezag.

5.9. Houtopstanden Binnen het plangebied bevinden zich geen houtopstanden die betrekking hebben tot Afdeling 11.3 van het Bal. De effecten van de ingreep op houtopstanden hoeft om deze reden niet getoetst te worden aan de Ow.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

23

6.

CONCLUSIE

In dit rapport is de quickscan Flora- en fauna-activiteit naar aanleiding van het plan aan Antwerpsestraat 64 te Hoogerheide beschreven. Conclusies gebiedsbescherming: De dichtstbijzijnde gronden met bestemming ‘natuur’ zijn gelegen op 46 meter ten oosten van het plangebied aan de straat de Groenling. De afstand tot het Natuurnetwerk Nederland is ongeveer 46 meter op dezelfde locatie als de bestemming ‘natuur’. De betreffende beschermde gebieden bevinden zich op zodanige afstand dat, met het oog op de gunstige staat van instandhouding en gelet op het overgangsrecht onder de Omgevingswet, mogelijke negatieve effecten niet zonder nadere onderbouwing kunnen worden uitgesloten. Bij deze ontwikkeling geldt dat externe werking -waaronder geluid, licht, betreding en trillingen- onderdeel vormt van het toetsingskader. Tussen de planlocatie en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich een rij bestaande bebouwing, die een buffer vormt en daarmee eventuele effecten van geluid, trillingen en menselijke aanwezigheid afdoende afschermt. Ten aanzien van optische verstoring door licht kunnen negatieve effecten worden voorkomen door geen werkzaamheden uit te voeren in de nachtelijke uren en door bouwverlichting uit te schakelen tussen zonsondergang en zonsopgang.

Gelet op het bovenstaande kunnen negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgesloten. Conclusies Soortenbescherming: Flora Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. Ongewervelden Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Flora- en faunaactiviteit is niet noodzakelijk. Zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Negatieve effecten op overige zoogdieren zijn uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk. Vleermuizen Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van een Flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

24

Vogels Jaarrond beschermde vogels Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Flora- en faunaactiviteit is niet noodzakelijk. Indien voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden omvangrijke nesten binnen of in de directe omgeving van het plangebied worden waargenomen, dient een controle op broedvogels te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Broedvogels Onder de Omgevingswet zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevindt zich een nestplaats. De opdrachtgever is voornemens deze levensbomen niet te verwijderen. Echter is verstoring door de sloop- en bouwwerkzaamheden niet uit te sluiten. Het is daarom noodzakelijk om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart tot 15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Omgevingswet worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord.

Zo’n werkprotocol dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een omgevingsvergunning is dan niet noodzakelijk. Vissen Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vissen uitgesloten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Flora- en faunaactiviteit is niet noodzakelijk. Reptielen en amfibieën Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen en amfibieën uitgesloten. Tijdens de werkzaamheden zijn wel aanvullende voorzorgsmaatregelen van toepassing t.a.v. rugstreeppad. Om te voorkomen dat deze soort zich vestigt in het plangebied tijdens de uitvoering van werkzaamheden moet het ontstaan van regenplassen en het blijven liggen van losse zandhopen worden voorkomen. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit is indien niet noodzakelijk.

Zorgplicht Artikel 11.27, de zorgplicht, van het Besluit activiteiten leefomgeving is en blijft altijd van kracht: Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

25

verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. Dit impliceert dat bij het bouwrijp maken van het terrein binnen het plangebied met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient te worden gehandeld. De werkzaamheden worden stapvoets en in één vaste werkrichting uitgevoerd, zodat een ontsnappingsroute voor aanwezige fauna behouden blijft. Indien tijdens de werkzaamheden een dier wordt waargenomen, worden de werkzaamheden direct tijdelijk gestaakt om het dier in de gelegenheid te stellen zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Waar mogelijk vinden de werkzaamheden overdag plaats, zodat dieren gedurende de nacht ongestoord de kans krijgen zich te verplaatsen naar geschikt alternatief leefgebied.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

26

BIJLAGE

I. Foto’s veldbezoek

Figuur 1. Vooraanzicht van het bedrijfspand. Gezien vanaf de westzijde.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

27

Figuur 2. Uitzicht op de omliggende omgeving van het plangebied aan de westzijde. Met uitzicht op de Scheldeweg.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

28

Figuur 3. Uitzicht op de opslagloods die zich ten oosten van het plangebied bevindt. Gezien vanuit het zuidwesten.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

29

Figuur 4. Aan de linkerzijde de loods en aan de rechterzijde de levensbomenhaag en daarachter de achterzijde van het voormalig bedrijfspand. Onder de levensbomenhaag is een tapijt van hedera gevormd.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

30

Figuur 5. Nest (rood omcirkeld) van waarschijnlijk een houtduif in de levensbomenhaag.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

31

Figuur 6. Zandheuvel die bijna volledig is begroeid met hedera. Bevindt zich ten zuiden van de levensbomenhaag.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

32

Figuur 7. De oprit naar het oostelijke gelegen deel van het plangebied. Aan de linkerzijde is het voormalig bedrijfspand te zien, daarachter is een deel van de loods te zien. Aan de rechterzijde bevindt zich de erfafscheiding van het naastgelegen perceel.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

33

Figuur 8. Een teunisbloem die is gevonden binnen het plangebied. Deze plant bevond zich aan de noordzijde naast de loods.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

34

Figuur 9. Op de teunisbloem is een teunisbloemaardvlo (rood omcirkeld) waargenomen. Op meerdere teunisbloemplanten waren zowel volwassen exemplaren als larven van de teunisbloemaardvlo aanwezig. Deze soort veroorzaakt vraatschade aan het blad, wat de aangetroffen vraatsporen op de teunisbloemen verklaart, ondanks het ontbreken van teunisbloempijlstaartrupsen.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

35

Figuur 10. Een teunisbloem die is gevonden binnen het plangebied. Op deze teunisbloem zijn larven (rood omcirkeld) van de teunisbloemaardvlo aangetroffen.

Quickscan Flora- en fauna-activiteit Antwerpsestraat 64, Hoogerheide Datum: 17 november 2025 ; Referentie: 20250806

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=df5117d9-98bf-46cb-92cd-a6a450db00f5