Bijlage 7.7. M.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Antwerpsestraatweg 64 te Hoogerheide Project-mer-beoordeling
datum projectnummer
13 november 2025 250103
Rapport
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl
Antwerpsestraatweg 64 te Hoogerheide project projectnummer projectleider
opdrachtgever adres
BOPA Antwerpsestraatweg 64 Hoogerheide 250103 Wilrik Hengstmengel Sujo Green Projects B.V. 's-Gravenweg 29 2901 LA CAPELLE AAN DEN IJSSEL
contactpersoon
auteur
Judith Paus
paraaf gecontroleerd
Jelle Snepvangers
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2
Inleiding Aanleiding Leeswijzer
1 1 1
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Procedurele en inhoudelijke aspecten mer-beoordeling Wet- en regelgeving Toetsing aan de mer-verplichtingen Procedure en betrokken partijen Inhoudelijke eisen aan de project-mer-beoordeling
2 2 2 3 3
3 Planbeschrijving en effectenbeoordeling 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Plaats van het project 3.3 Kenmerken van de potentiële effecten 3.3.1 Bodem 3.3.2 Omgevingsveiligheid 3.3.3 Geluid 3.3.4 Geur 3.3.5 Luchtkwaliteit 3.3.6 Natuurgebieden 3.3.7 Flora en fauna 3.3.8 Water 3.3.9 Verkeersgeneratie 3.3.10 Gezondheid
4 4 6 6 7 7 8 8 8 9 9 10 10 11
4
12
Conclusies en advies
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
1
Inleiding
1.1 Aanleiding De Sujo groep, hierna initiatiefnemer is voornemens, om aan de Antwerpsestraatweg 64, 18 appartementen en 4 levensloopbestendige woningen te realiseren. De percelen zijn momenteel in gebruik als bedrijfslocatie en zijn gelegen in het stedelijk gebied van de kern Hoogerheide.
Figuur 1: Aanzicht initiatief vanuit vogelperspectief.
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zal een ruimtelijke procedure worden doorlopen voor de planologische inpassing van deze woningbouw. Bij de voorbereiding van dit besluit moet beoordeeld worden of het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben. In deze aanmeldnotitie staat de informatie die het bevoegd gezag nodig heeft om te bepalen of de initiatiefnemer een milieueffectrapport (MER) moet maken en welke milieueffectrapportage procedure (mer) van toepassing is. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. In hoofdstuk 3 wordt het beoogde plan getoetst aan deze wetgeving en worden de effecten van het plan beschreven. In hoofdstuk 4 worden de conclusies van de mer-beoordeling verwoord in een advies aan het bevoegd gezag.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 1/13
2
Procedurele en inhoudelijke aspecten mer-beoordeling
2.1 Wet- en regelgeving De mer-procedure en mer-beoordeling is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een merprocedure en mer-beoordeling is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een omgevingsvisie, omgevingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de mer-procedure en merbeoordeling zijn vastgelegd in de Omgevingswet (Ow) en in het Omgevingsbesluit (Ob). 2.2
Toetsing aan de mer-verplichtingen
Is er sprake van een project of van plannen en programma’s? De wet maakt onderscheid tussen milieueffectrapportage voor een project of voor plannen en programma’s. Het verschil zit in het kaderstellende karakter. Als het besluit rechtstreeks activiteiten toestaat die op grond van het Ob mer-(beoordelings)plichtig zijn, dan is sprake van een project-mer(-beoordeling). Als deze activiteiten slechts indirect worden mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld omdat daarvoor eerst nog een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is, is sprake van een kaderstellend plan. In dat geval geldt de plan-mer (beoordeling). In deze situatie ligt een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor. Het besluit over deze omgevingsvergunning staat rechtstreeks activiteiten toe die op grond van het Ob mer-(beoordelings)plichtig zijn. Er is dus mogelijk sprake van een project-mer(-beoordeling). Is er sprake van een project-mer of van een project-mer-beoordeling? Of een besluit over een project mer-(beoordelings)plichtig is kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Ob. In deze bijlage is een tabel opgenomen met 4 kolommen: 1. Projecten 2. Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow) 3. Gevallen waarin de mer-beoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de Ow) 4.
Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit. Behalve de in kolom 4 aangewezen besluiten bepaalt artikel 11.6 lid 3 sub a, b en d van het Ob dat voor alle categorieën projecten ook enkele andere besluiten als mer-(beoordelings-)plichtig besluit hebben te gelden. Hieronder vallen in beginsel de projectbesluiten (als bedoeld in artikel 5.44 van de Ow), de regels in een omgevingsplan die zijn gericht op gemeentelijke projecten van publiek belang als bedoeld in art. 5.55 van de Ow en de besluiten uit artikel 11.8 van het Ob. Onder die laatste categorie valt dus ook de hiervoor besproken situatie waarin in plaats van het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit het project-merbeoordelingsplichtige besluit is. Indien het project of de activiteit voorkomt in kolom 1 en het besluit in kolom 4 dan kan op basis van kolom 2 en 3 afgeleid worden of sprake is van een mer-plicht (kolom 2) of mer-beoordelingsplicht (kolom 3). In deze situatie betreft het project, vanwege de aard van de functiewijziging en de omvang van de bebouwing, een stedelijk ontwikkelingsproject. Een stedelijk ontwikkelingsproject komt voor onder categorie J11 van bijlage V bij het Ob. De omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit is aangewezen als besluit waarvoor een mer-(beoordelingsplicht) geldt.
Bij categorie J11 is kolom 2 niet van toepassing. Kolom 3 wijst ‘aanleg, wijziging of uitbreiding’ aan als gevallen waarin sprake is van de mer-beoordelingsplicht. Hiervan is in deze situatie sprake. Geconcludeerd wordt dus dat sprake is van een project-mer-beoordeling.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 2/13
2.3 Procedure en betrokken partijen Betrokken partijen Bij deze mer-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. Sujo Groep is de initiatiefnemer van het plan. Het college van de gemeente Woensdrecht treedt op als bevoegd gezag. Het college moet immers een besluit nemen over de omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Burgers en andere belanghebbenden hebben geen formele rol in de merbeoordelingsprocedure, maar wel in de procedure van het besluit (omgevingsvergunning) dat nodig is voor het project waar de mer-beoordeling bij hoort. Procedure De initiatiefnemer van een mer-beoordelingsplichtig project moet zijn voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen private initiatiefnemers of een initiatiefnemer binnen dezelfde overheidsorganisatie. Voor de mededeling worden eisen gesteld aan de inhoud. In de praktijk staat de informatie vaak in een aparte notitie (onderhavig document). In deze mededeling staat de informatie die het bevoegd gezag nodig heeft om te bepalen of de initiatiefnemer een milieueffectrapport (MER) moet maken. De mededeling en aanvraag kunnen tegelijkertijd, het verzoek om de mer-beoordelingsbeslissing is dan onderdeel van de aanvraag. Het is ook mogelijk om eerst te verzoeken om een mer-beoordelingsbeslissing, en daarna de aanvraag te doen.
Het bevoegd gezag beslist vervolgens over de project-mer-beoordeling (wel/niet een MER maken). Dat is de mer-beoordelingsbeslissing. Deze moet binnen 6 weken na ontvangst van de mededeling worden genomen. Er is niet direct bezwaar of beroep mogelijk tegen de mer-beoordelingsbeslissing dat een mer niet nodig is. Er is wel inspraak mogelijk op of bezwaar en beroep tegen het besluit waar de mer-beoordelingsbeslissing bij hoort. Op dat latere moment kan de inhoud van de mer-beoordelingsbeslissing door derden worden betwist. De initiatiefnemer kan wel meteen bezwaar maken of beroep instellen tegen de mer-beoordelingsbeslissing dat een mer wél nodig is. 2.4 Inhoudelijke eisen aan de project-mer-beoordeling De mededeling aan het bevoegd gezag moet een beschrijving bevatten van: • het project: de fysieke kenmerken en de locatie • de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project • wanneer die informatie beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke effecten door verwachte residuen, emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Een initiatiefnemer mag in de mededeling ook een beschrijving opnemen van de kenmerken van het voorgenomen project. En van de voorgenomen maatregelen, om mogelijk aanzienlijke effecten te beperken of te voorkomen.
Het bevoegd gezag beoordeelt de informatie uit de mededeling op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 3/13
3
Planbeschrijving en effectenbeoordeling
3.1 Kenmerken van het project Bij het criterium ‘kenmerken van het project’ moet in het bijzonder in overweging worden genomen: A. de omvang en het ontwerp van het gehele project B. de opstapeling van effecten (cumulatie) met andere projecten C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen D. de productie van afvalstoffen E. verontreiniging en hinder F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering G. de risico’s voor de menselijke gezondheid Ad A. de omvang en het ontwerp van het gehele project De percelen zijn gelegen aan een bebouwingslint in het stedelijk gebied van de gemeente Woensdrecht behorend bij de kern Hoogerheide. De percelen bestaan uit de kadastrale percelen WDT00-B-3177, WDT00-B3167 en WDT00-B-2406 en hebben een oppervlakte van respectievelijk 1081m2, 245m2 en 1530m2, wat neerkomt op een totaal plangebied van 2856m2 Initiatiefnemer is voornemens om 18 appartementen en vier levensloopbestendige woningen te bouwen. Het eerste bouwblok betreft het appartementencomplex grenzend aan de Antwerpsestraatweg. Deze bestaat uit twee lagen met hierop een kap en omvat 12 appartementen. Het tweede bouwvlak ligt achter het eerste bouwvlak en omvat 2 bouwlagen. Op de begane grond worden vier levensloopbestendige woningen gerealiseerd en op de eerste verdieping zes appartementen.
Ten noorden van het 2e bouwvlak worden tevens bebouwing gerealiseerd waarin bergingen voor de beoogde woningen worden gesitueerd.
Figuur 2: Definitieve situatietekening (Bron: MOST Architecture).
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 4/13
Ad B. de opstapeling van effecten (cumulatie) met andere projecten In de omgeving van het projectgebied vinden geen gelijktijdige grootschalige ontwikkelingen plaats die kunnen leiden tot een opstapeling van effecten (cumulatie). Gelet op jurisprudentie is sprake van mogelijke samenhang wanneer de gemeente op de hoogte is van het voornemen ‘Antwerpsestraatweg 64 te Hoogerheide’ te willen realiseren en er sprake is van organisatorische, financiële en/of ruimtelijke samenhang tussen deze en andere ontwikkelingen. Dit is met het project niet van toepassing. Ad C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling van het project legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Ten behoeve van bouwen woonrijp maken zijn bouwmaterialen en grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De woningen worden niet op aardgas aangesloten en moeten voldoen aan de laatste eisen qua energieprestatie. Behoudens de reguliere materialen en hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt in het onderhavige plan. Ad D. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de sloop van het bestaande gebouw en de realisatie van de 18 appartementen en 4 levensloopbestendige woningen.
De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Er is geen sprake van productie van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet milieubeheer. Ad E. verontreiniging en hinder In het kader van het bouw- en woonrijp maken en bij de bouw van de woningen kan tijdelijk sprake zijn van verkeers- en/of geluidhinder door bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Deze situatie is tijdelijk en vormt in principe geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage, tenzij deze emissies tot een aanzienlijk effect leiden. In de gebruiksfase worden ten gevolge van de activiteiten geen belangrijke nadelige effecten verwacht. Verder leidt dit project niet tot onevenredige aantasting van beschermde natuurgebieden. In paragraaf 3.3 zijn eventuele milieugevolgen nader in beeld gebracht en worden de effecten in meer detail beoordeeld. Ad F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering Het project voorziet niet in de realisatie van risicobronnen waardoor zware ongevallen en/of rampen kunnen ontstaan. In de omgeving zijn ook geen relevante risicobronnen aanwezig. In paragraaf 3.3 wordt dit nader toegelicht als onderdeel van het aspect omgevingsveiligheid.
Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. In paragraaf 3.3 wordt hier verder op ingegaan als onderdeel van het aspect water. Ad G. de risico’s voor menselijke gezondheid Het project leidt niet tot relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 5/13
3.2 Plaats van het project Bij het criterium ‘plaats van het project’ moet de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn in overweging worden genomen: A. het bestaande (en goedgekeurde) grondgebruik B. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en de ondergrond ervan. C. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met aandacht voor: - wetlands, oeverformaties, riviermondingen - kustgebieden en het mariene milieu - berg- en bosgebieden - reservaten en natuurparken - gebieden die in de Nederlandse wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd - speciale beschermingszones (Natura 2000 gebieden) door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) - gebieden waar de Europese milieukwaliteitsnormen al niet worden gehaald - gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid - landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Ad H. het bestaande grondgebruik De locatie waar de bouw van de nieuwe appartementen en levensloopbestendige woningen is beoogd, ligt aan de Antwerpsestraatweg.
Het plangebied is gelegen aan de doorgaande weg, richting het centrum van Hoogerheide en maakt onderdeel uit van een 50km/uur zone aan de westzijde en een fietsstraat aan de oostzijde van het plangebied. Aan de noord, oost- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich woningen. Op de locatie vigeert het omgevingsplan gemeente Woensdrecht, waaronder het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Hoogerheide Woensdrecht’ (vastgesteld op 26 juni 2013) nog van toepassing is. Het plangebied kent hierin de enkelbestemming Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘bedrijf van categorie 3’, en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Ad I. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied Het plangebied en de omgeving hebben, vanwege de ligging in de bebouwde kom, geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen, waardoor maar beperkt sprake is van kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op verschillende uitgevoerde milieuonderzoeken. Ad J. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het plangebied is niet gelegen in of direct nabij een gebied dat een kwetsbaar natuurlijk milieu vertegenwoordigd. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 1,8 kilometer afstand van het plangebied.
Het dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 50 meter afstand van het plangebied. 3.3 Kenmerken van de potentiële effecten Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria die besproken zijn in voorgaande paragrafen (de plaats en kenmerken van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: • de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten • de aard van het effect • het grensoverschrijdend karakter van het effect • de intensiteit en de complexiteit van het effect
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 6/13
• • • •
de waarschijnlijkheid van het effect de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen
De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Het is daarbij niet noodzakelijk dat alle bovengenoemde aspecten aan de orde komen. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Voor de rapportages van uitgevoerde milieuonderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten, wordt echter verwezen naar hoofdstuk 4 van de motivering van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). 3.3.1
Bodem
Huidige situatie In mei 2019 is door Lycens B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Antwerpsestraatweg 64 te Hoogerheide. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de afgifte van een omgevingsvergunning bouwen. Effecten voornemen Het uitgevoerde onderzoek zal na sloop van de huidige bedrijfsbebouwing geactualiseerd worden. Deze actualisatie dient aan te tonen of dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit nog steeds geschikt is voor het beoogd gebruik. Aangezien ter plaatse van het plangebied momenteel nog bedrijfsmatige bebouwing aanwezig is, wordt deze actualisatie in een nadere fase uitgevoerd. Het project voorziet niet in de realisatie van milieubelastende activiteiten die een risico vormen voor de kwaliteit van de bodem. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten voor de kwaliteit van de bodem, mits dit ook zal blijken uit de actualisatie van het verkennend bodemonderzoek. 3.3.2
Omgevingsveiligheid
Huidige situatie Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven en/of inrichtingen zijn gelegen welke een risicobron zijn op het gebied van omgevingsveiligheid is de landelijke signaleringskaart geraadpleegd. Uit de signaleringskaart blijkt dat de A4 zich ten noorden van het plangebied bevindt waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd van o.a. de stofcategorie LT3. Het invloedsgebied hiervan bedraagt 4 kilometer. De afstand van het plangebied tot deze weg bedraagt circa 3,5 kilometer. Effecten voornemen Omdat bovengenoemde afstand groter is dan 200 meter, kan volgens het BEVT worden voldaan met een beknopte verantwoording en hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 7/13
De zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied is als voldoende beschouwd. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Het project voorziet bovendien niet in de realisatie van nieuwe bronnen die een risico vormen voor de omgevingsveiligheid. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten voor de omgevingsveiligheid. 3.3.3
Geluid
Huidige situatie Om te bepalen wat de invloed van het aspect geluid is op het planvoornemen is er een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd door de Roever in juli 2025. In dit onderzoek is het geluid vanwege wegverkeerslawaai op beoogde woningen aan de Antwerpsestraatweg 64 in Woensdrecht berekend. Het berekende geluid van de gemeentelijke wegen (hierbij is de Scheldeweg de maatgevende weg) bedraagt maximaal 60 dB. Hiermee wordt de standaardwaarde van 53 dB overschreden, maar de grenswaarde van 70 dB (grenswaarde voor gemeenteweg en waterschapswegen conform artikel 5.78 van het Bkl) niet. Voor de woningen aan de Antwerpsestraatweg zal een hogere waarden worden toegestaan. Effecten voornemen Uit een vergelijking met de bestaande planologische situatie volgt bovendien dat het plan niet leidt tot een lagere verkeersgeneratie ten opzichte van de bestaande situatie. Er is dus sprake van significante positieve effecten als gevolg van veranderend verkeer en bijbehorende geluidsproductie. Conclusie Het project leidt niet tot aanzienlijke nadelige effecten op het gebied van geluid. 3.3.4
Geur
Huidige situatie In de nabijheid van het plangebied zijn geen geur-emitterende inrichtingen aanwezig. Effecten voornemen Het project voorziet niet in de realisatie van nieuwe bronnen die geurhinder kunnen veroorzaken. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten op het gebied van geur. 3.3.5
Luchtkwaliteit
Huidige situatie De luchtkwaliteit in en rondom het plangebied voldoet ruimschoots aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit (met name fijnstof en stikstofdioxiden relevant).
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 8/13
Effecten voornemen Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie 18 appartementen en 4 levensloopbestendige woningen. Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen op de bouw van 1500 woningen, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten voor de luchtkwaliteit. 3.3.6
Natuurgebieden
Huidige situatie Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied‘Brabantse Wal’ ligt op een afstand van circa 1,8 km. Het besluitgebied valt daarmee buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Significante negatieve effecten op Natura-2000 gebied kunnen zijn: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door trilling, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en beschadiging van beschermde flora en fauna. Afgaande op de inrichting van het besluitgebied en de binnen het besluitgebied mogelijk aan te treffen flora en fauna en de ligging van het besluitgebied heeft het besluitgebied vooralsnog geen kernwaarden die aansluiten bij of ondersteunend zijn aan de (kern)waarden van Natura-2000 gebieden. Vanwege mogelijke emissie van stikstof is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Effecten voornemen Door De Roever is in november 2025 de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekeningen blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/j. In de berekening is nadrukkelijk geen gebruik gemaakt van intern salderen.
Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het project is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit. Deze beschermde gebieden zijn op dusdanige afstand gelegen dat negatieve effecten van het plan op voorhand kunnen worden uitgesloten voor de gunstige staat van instandhouding van deze in het kader van de Omgevingswet (in het kader van het overgangsrecht) beschermde gebieden. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ingreep binnen het besluitgebied vallen daarmee redelijkerwijs geen effecten te verwachten die van invloed zijn op de doelstellingen van de Provinciale omgevingsverordening of anderszins Provinciaal natuurbeleid. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten ten aanzien van natuurgebieden. 3.3.7
Flora en fauna
Huidige situatie Het besluitgebied is vrijwel volledig verhard en bebouwd. Aan de randen van het besluitgebied bevinden zich bomen, struiken en onkruid. Aan de oostzijde van het besluitgebied grenst het besluitgebied aan historisch groen van hoge waarde ‘Bos, laanbeplanting Vinkenberg, De Hoef Zandfort’.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 9/13
Effecten voornemen Door De Roever is in juni 2025 een Quickscan flora- en fauna uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er geen noodzaak is om nader onderzoek te verrichten naar vaste stand- of verblijfplaatsen van vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen, amfibieën, bijzondere beschermde planten- en overige soorten. Wel is er een bewoond vogelnest aanwezig op het plangebied. Derhalve is het noodzakelijk om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels of te werken op een manier waarbij de vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige effecten ten aanzien van beschermde soorten. 3.3.8
Water
Huidige situatie Het besluitgebied is vrijwel volledig verhard en bebouwd. Aan de randen van het besluitgebied bevinden zich bomen, struiken en onkruid. De totale verharding bedraagt in de huidige situatie 2.856 m². Effecten voornemen In de toekomstige situatie zal het verhard oppervlakte afnemen en zal circa 2.355 m2 bedragen. Er geldt een waterbergingseis van 75 mm voor de totale oppervlakte aan verharding in de nieuwe situatie. De benodigde waterberging behelst derhalve 0,075*2355= 176 m3. Deze waterberging zal op diverse manieren geborgd worden, waaronder door waterpassende bestrating, een IT-riool met een grindbed en sedumdaken op de beoogde bergingen. Met een infiltratiecapaciteit van circa 60,8 m³ per uur is de ondergrond zeer goed waterdoorlatend. De beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden vormen geen verhoogd risico vormt voor een potentiële verontreiniging van het grondwater. Het project voorziet bovendien niet in de realisatie van milieubelastende activiteiten die een risico vormen voor de kwaliteit van het grondwater. Conclusie Geconcludeerd wordt dat op basis van een afgewogen ‘weging van het waterbelang’ sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Het project leidt niet tot aanzienlijke nadelige milieueffecten. 3.3.9
Verkeersgeneratie
Huidige situatie Het besluitgebied is gelegen aan een bestaande ontsluitingsweg. In de huidige situatie vinden hier al verkeersbewegingen plaats. Effecten voornemen Het plangebied wordt ontsloten door de Scheldeweg en de naastgelegen fietsstraat. De weg loopt in noordelijke richting over in de Rijksweg N289 en in zuidelijke richting naar de kern Hoogerheide. Via deze weg kunnen de kernen Hoogerheide en Ossendrecht worden bereikt. De locatie is toegankelijk voor zowel brede voertuigen als normale voertuigen. Normale personenauto’s kunnen elkaar op de toekomstige inrit passeren. Daarnaast is de weg breed genoeg om te keren. De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op de goede werking van de infrastructuur omdat een afname van de verkeersbewegingen per etmaal wordt verwacht.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 10/13
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige milieueffecten.
3.3.10
Gezondheid
Huidige situatie Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Effecten voornemen Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. In voorgaande paragrafen zijn deze aspecten behandeld. Hieruit volgt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het aspect gezondheid voldoende is afgewogen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het project niet leidt tot aanzienlijke nadelige milieueffecten.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 11/13
4
Conclusies en advies
In navolgende tabel zijn de conclusies van de beoordeling van de potentiële effecten van de ontwikkeling samengevat en is aangegeven of het noodzakelijk is om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. (milieu)thema Bodem Omgevingsveiligheid Geluid Geur Luchtkwaliteit Natuurgebieden Flora en fauna Water Verkeersgeneratie Gezondheid
Conclusie beoordeling potentiële effecten Opstellen MER noodzakelijk? Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen belangrijke Nee nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van omgevingsveiligheid geen Nee belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke Nee nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geur geen belangrijke Nee nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen Nee belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van natuurgebieden geen Nee belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna geen Nee belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke Nee nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeersgeneratie geen Nee belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van gezondheid geen belangrijke Nee nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.
Op basis van de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Wanneer er geen aanzienlijke milieueffecten zijn is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Geadviseerd wordt om op basis van deze aanmeldnotitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapport (MER) nodig is.
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 12/13
datum referentie
13 november 2025 250103_AdB_RAP_0001_v0.1
P 13/13