CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Quickscan flora en fauna Huijbergen Canadaplein 1 en Bergsestraat 10 .pdf

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Kaderstelling ruimtelijke plannen Canadaplein Huijbergen, Glatt-locatie en locatie Sneek Hout Putte6.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Project Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen In het kader van de Wet natuurbescherming

Tekst, foto's en samenstelling

E.W.A. Michels

Collegiale toetsing

K.T. Berger

In opdracht van

Bouwgroep de Nijs Soffers

Ter attentie van

Dhr. L. de Nijs

Rapportnummer

2020_130172-04_02

Status rapport

definitief

Datum oplevering rapport

20 oktober 2020

Aantal pagina's Wijze van citeren

33 Michels, E.W.A., Quickscan Canadaplein 1 en Bergsestraat 10, Huijbergen, in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport 2020_130172-04-01, Ecodat Landschap & Ecologie , Etten-Leur

I NHOUD 1. Inleiding................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .......................................................................................................................... 3 1.2 Doel .................................................................................................................................... 3 2. Beschrijving van het plangebied ............................................................................... 4 2.1 Ligging en omgeving ......................................................................................................... 4 2.2 Huidige situatie ................................................................................................................. 5 3. Wettelijk kader ........................................................................................................ 7 4. Werkwijze en onderzoeksinspanning. ...................................................................... 10 Werkwijze ....................................................................................................................... 10 4.1 Zoogdieren......................................................................................................................

11 4.2 Vogels ............................................................................................................................. 16 4.3 Vaatplanten .................................................................................................................... 18 4.4 Reptielen......................................................................................................................... 20 4.5 Amfibieën ....................................................................................................................... 21 4.6 Vissen .............................................................................................................................. 23 4.7 Insecten .......................................................................................................................... 24 5. Houtopstanden ....................................................................................................... 25 6. Conclusies en aanbevelingen ................................................................................... 26 Geraadpleegde bronnen ................................................................................................ 29 Bijlage 1 Quickscanhulp .................................................................................................

30 Bijlage 2 foto’s ............................................................................................................... 32

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

2

1. I NLEIDING 1.1 Aanleiding Bouwgroep de Nijs Soffers (hierna genoemd opdrachtgever) is voornemens om de panden op resp. Canadaplein 1 en Bergsestraat 10 te Huijbergen te slopen en ter plaatse nieuwbouw te plegen. Volgens nationale en internationale regelgeving is het verplicht om, voordat een ingreep plaatsvindt, onderzoek te doen naar het eventueel voorkomen van beschermde flora en fauna.

1.2 Doel Met behulp van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: • Welke beschermde soorten flora en fauna komen voor in het plangebied? • Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige beschermde soorten? • Leidt de ingreep (mogelijk) tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

3

2. B ESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Ligging en omgeving De quickscan is ten behoeve van het plangebied aan de Canadaplein 1 en Bergsestraat 10 te Huijbergen.

Figuur 01: overzichtskaart met plangebied met in het zuiden Canadaplein 1 en noord Bergsestraat 10

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

4

2.2 H UIDIGE SITUATIE Groene elementen Het plangebied omvat een voormalig stadskantoor en een supermarkt. Rond het voormalige stadskantoor zijn een paar bomen, siergras en enkele tuinplanten aan te merken als groenelement. Het deel waar de supermarkt staat kent geen groene elementen. Ecologische potenties De ecologische potenties zijn betrekkelijk laag voor het plangebied. Het betreft een tweetal panden en wat openbaar groen.

Gebiedsbescherming Europese Natura 2000-gebieden Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van gebieden die zijn aangewezen als Europees Natura 2000-gebied. Eventueel verstorende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn met de voorgenomen planontwikkeling en werkwijze niet van toepassing.

Figuur 03: Natura2000 kaart provincie Noord-Brabant. Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

5

Natuurnetwerken (o.a. NNN, NNB) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk, het Natuurnetwerk Brabant of een ander gelijkwaardig netwerk. De ligging van gebieden die onderdeel uitmaken van deze netwerken zijn in het figuur hieronder weergegeven. Met de voorgenomen planontwikkeling is er geen sprake van directe vernietiging van deze netwerken. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuur Netwerk (dan wel andere netwerken) zal geen sprake zijn.

Figuur 04: Natuur-Netwerk-kaart provincie Noord-Brabant.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

6

3. W ETTELIJK KADER De Wet natuurbescherming bevat de voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Wet Natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt in beginsel soorten. Activiteiten waarbij schade gedaan wordt aan beschermde dieren of planten zijn verboden, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij”-principe). Het is dan ook altijd zaak dat, waar mogelijk, activiteiten zonder schade aan beschermde dieren en planten uitgevoerd worden. De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende diersoorten. In de wet is dan ook een zorgplicht opgenomen: iedereen moet 'voldoende zorg' in acht nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving (dus niet alleen de beschermde). Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb) geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: • • •

vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).

Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden. Vrijstelling binnen provincie Noord-Brabant Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Noord-Brabant worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat. Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten. Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

7

treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding). Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (Noord-Brabant). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • • •

Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? Is er een andere ‘bevredigende’ oplossing mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

Gebiedsbescherming Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedsbescherming houdt samengevat in dat een ingreep, in of nabij Natura 2000-gebieden, geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS). Algemene zorgplicht ter bescherming van de natuur Iedereen moet zich volgens artikel 1.11 van de Wnb voldoende zorgvuldig gedragen om beschadiging van Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden of in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving te vermijden of, als dat niet mogelijk is, zo veel mogelijk te beperken. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden.

Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

8

meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel V) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie. De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand.

Tevens kan ontheffing verleend worden voor herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode, die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

9

4. W ERKWIJZE EN ONDERZOEKSINSPANNING . Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 6 oktober 2020. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving, beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Tevens wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

10

4.1

Z O O GD IE R E N

Bureaustudie In de Quickscanhulp worden alle soorten uit categorie 1 en 2 benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Noord Brabant vrijstelling is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend betreffen onder andere de bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree en vos. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het plangebied waarvoor geen provinciale vrijstelling is verleend: • Boommarter • Bunzing • Eekhoorn • • • • • • • • •

Baardvleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Voor alle soorten geldt dat zij binnen een afstand van 1 tot 5 km (vleermuizen tot 10 km) waargenomen zijn. Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Gedurende het veldbezoek is gezocht naar sporen zoals uitwerpselen en vraatsporen, afgebeten veren of loopsporen van bijvoorbeeld marterachtigen. Deze zijn niet aangetroffen. Toch valt hieruit niet te concluderen dat er geen gebruik gemaakt wordt van het plangebied door marterachtigen. Gelet op het feit dat het plangebied uit een akker en grasland bestaat en er aan twee zijden sprake is van natuurlijk habitat, kan niet uitgesloten worden dat het plangebied gebruikt wordt door marterachtigen. Daarnaast wordt verwacht dat enkele soorten, waarvoor door de provincie NoordBrabant vrijstelling is verleend (zoals konijn en aantal muizensoorten), in het plangebied aanwezig zijn.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

11

Marterachtigen Boommarter, bunzing en wezel komen voor in het NDFF. Het leefgebied van deze marterachtigen hangt zeer sterk samen met de aanwezigheid van voldoende prooidieren en dekking (Murphy & Dowding, 1994; Alterio 1998). Over het algemeen hebben ze voorkeur voor kleinschalige, structuurrijke, extensief beheerde, agrarische cultuurlandschappen met voldoende verbindende lijnvormige landschapselementen, dekking en de aanwezigheid van verblijfplaatsen en prooidieren (Criel, 1990; Klemola, et al., 1999; Červinka, et al., 2013; Magrini, et al., 2009; Rozema et al. 2017; Twisk, et al., 2010). Boommarter (Martes martes) Bij de boommarter wordt al gauw gedacht aan oud (loof)bos. In Nederland klopt dat beeld in ieder geval niet; de boommarter komt hier in allerlei typen en leeftijden bos voor. Boommarters leven bijvoorbeeld ook in de jonge bossen van de Flevopolders en in moerasbossen in Overijssel en Utrecht. Gelet op het feit dat het plangebied uit een voormalig stadskantoor en een supermarkt bestaat, is de boommarter uitgesloten. Bunzing (Mustela putorius) De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt.

Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen. Gelet op het feit dat het plangebied uit een voormalig stadskantoor en een supermarkt bestaat, is de bunzing uitgesloten.

Overige grondgebonden zoogdieren Eekhoorn (Sciurus vulgaris) Het verspreidingsgebied van de eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en NoordAzië. Eekhoorns leven tot op een hoogte van 2000 meter. De eekhoorn komt in grote delen van Nederland voor; vooral in Drenthe, Overijssel, Utrecht, Noord Brabant, Noord-Brabant en Limburg. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is komen ze ook voor in bebouwd gebied. Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar), omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Gelet op het feit dat het plangebied uit een voormalig stadskantoor en een supermarkt bestaat, is ook de eekhoorn uit te sluiten. Veldbezoek wees uit dat er geen eekhoornnesten, noch sporen die de aanwezigheid van eekhoorns aanduiden zijn aangetroffen. Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

12

Algemene grondgebonden zoogdieren Voor de te verwachten soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van kap van de bomen en wegnemen van de houtwal alsmede de graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door (bv) het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

13

Vleermuizen Vleermuizen kennen verschillende soorten gebiedsfuncties (wijze waarop het plangebied gebruikt kan worden). Het gebiedsgebruik van een vleermuis(soort) wordt daarbij onderverdeeld in verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële verblijfplaatsen, foerageergelegenheid en/of vliegroutes aanwezig zijn. Er zijn een voormalig stadskantoor en een supermarkt aanwezig in het plangebied. Supermarkt, Bergsestraat 10: Deze kent diverse mogelijkheden voor vleermuizen om een zomer- en/of kraamen/of paarverblijf te herbergen. (zie hiervoor de foto’s in de bijlage). Stadskantoor, Canadaplein 1: Reeds in 2016 is er een vleermuisonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het pand. In het pand is destijds een kraamverblijfplaats aangetroffen (Ecologisch Adviesbureau Cools rapportage “Onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied Canadaplein 1 te Huijbergen”, oktober 2016). Hierop is een activiteitenplan opgesteld door Econsultancy (“activiteitenplan vleermuizen, Canadaplein 1 te Huijbergen”). Hierop is een ontheffing aangevraagd en zijn mitigerende maatregelen getroffen (exclusion (purschuim) op alle mogelijke openingen anders dan welke toegang biedt tot het aangetroffen kraamverblijf (zie foto’s in bijlage) en zijn 4 stuks tijdelijke verblijven opgehangen).

Door voortschrijdend inzicht is de toenmalige planvorming gewijzigd en is de ontheffing ingetrokken. Ter plaatse is de verwachting dat nog immer een kraamverblijf aanwezig is. Derhalve kan er bij doorgang van de werkzaamheden sprake zijn van verstoring of vernietiging van verblijfplaatsen en zal hier vervolgonderzoek naar gedaan moeten worden. Inspectie van de bomen rondom het pand wees uit dat er geen mogelijkheden aanwezig zijn die duiden op een vleermuisverblijf voor boombewonende soorten (er zijn geen holtes, scheuren, loszittende bast of anderszins aangetroffen). Aanvullend onderzoek naar verblijven van boombewonende soorten is niet noodzakelijk. De foerageermogelijkheid voor vleermuizen zal worden aangetast. Ter plaatse is nu wat openbaar groen, waaronder enkele bomen, heesters en sierbeplanting. Aangezien het gebied zeer beperkt is qua oppervlakte kan gesteld worden dat het geen essentieel foerageergebied is. Er zijn geen lijnvormige elementen in het plangebied aanwezig die duiden op de aanwezigheid van een vliegroute.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

14

Er is vervolgonderzoek naar vleermuizen noodzakelijk om aan te tonen of gebouwbewonende vleermuizen (nog immer) gebruik maken van de bebouwing in het plangebied als verblijf. Indien dat de situatie is, zal er een inschatting gemaakt moeten worden van wat de negatieve gevolgen zijn van de voorgenomen ingreep en zal er een ecologisch werkprotocol opgesteld worden. In het geval er sprake is van een uitzonderlijk verblijf, kan het zijn dat een ontheffing bij het bevoegd gezag aangevraagd moeten worden. Onderzoek zal gedaan moeten worden naar de volgende gebiedsfunctie: •

Verblijven o Kraamverblijf: Canadaplein 1 en Bergsestraat 10 o Zomerverblijf: Canadaplein 1 en Bergsestraat 10 o Paarverblijf: Canadaplein 1 en Bergsestraat 10 o Massa-winterverblijf: Canadaplein 1 ▪ Bergsestraat 10 is ongeschikt als massa-winterverblijf

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

15

4.2

V OGELS

(Jaarrond) beschermde soorten Het onderzoek naar vogels heeft zich gericht op soorten van de Vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn en de mogelijke aanwezigheid van nesten van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Bureaustudie Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het plangebied: • • • • • • • • • • • • •

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldwerk Broedvogels (nesten jaarrond beschermd): Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er (potentiële) nestplaatsen van vogels (vallende onder de verschillende beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming) in het plangebied aanwezig zijn. Controle van de bomen wees uit dat er geen nesten van boombewonende soorten zijn . Noch zijn er sporen (prooiresten, braakballen, e.d.) aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de hierboven genoemde soorten. In het pand Bergsestraat 10 zijn mogelijkheden tot nestgelegenheid en/of een vaste rust- en of verblijfplaats van huismus en/of gierzwaluw aanwezig. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de huismus en/of gierzwaluw daadwerkelijk in het pand Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

16

verblijven. Indien dat de situatie is, zal er een inschatting gemaakt moeten worden wat de negatieve gevolgen zijn van de voorgenomen ingreep en zal er een ecologisch werkprotocol opgesteld worden. Voor wat betreft het pand aan de Canadaplein 1 is reeds in de quickscan (Ecologisch Adviesbureau Cools) in 2016 geconcludeerd dat er geen gebouwbewonende soorten te verwachten zijn. Deze situatie is nog steeds van kracht. Overige broedvogels: De beplanting op de onderzoekslocatie kan onderdak bieden aan algemene broedvogelsoorten. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen. De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals aalscholver, blauwe reiger, ekster en zwarte kraai. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (hoofdstuk 3), alsmede met artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen). De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn.

In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij verwijdering van het groen binnen het broedseizoen zal er eerst een broedvogelinspectie moeten plaatsvinden.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

17

4.3

V AATPLANTEN

Bureaustudie Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komt de volgende soorten voor op korte afstand van het plangebied: •

Drijvende waterweegbree

•

Knollathyrus

•

Knolspirea

•

Wolfskers

Veldwerk Onder de Wnb beschermde planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg. Op basis van de ligging en de aard van de locatie is het onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied beschermde vaatplantsoorten voorkomen. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële groeiplaatsen voor beschermde flora in het plangebied aanwezig zijn. Geen van de beschermde soorten is aangetroffen, noch geschikt biotoop dat bewijs zou geven dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Drijvende waterweegbree (Luronium natans) Drijvende waterweegbree is een plant van helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen. Het is een vrij zeldzame soort met een uitgebreide verspreiding in de hoge delen van Nederland. Het bolwerk ligt in Noord-Brabant. Knollathyrus (Lathyruslinifolius) Knollathyrus staat op matig vochtige, basenarme, matig voedselarme en vaak zwak zure, kalkvrije tot kalkhoudende, stikstofarme, meestal lemige en vaak kiezelrijke grond, Ze verdraagt geen bemesting en matige beschaduwing. De plant groeit in lichte loofbossen (in het buitenland ook in naaldbossen), in struwelen, hakhoutbossen en op kapvlakten.

Verder ook in vochtige (berg)graslanden, in lemige bermen, landweggetjes en in leemgroeven en geldt in Nederland als een leemindicator in zandstreken. Nederland valt nog net binnen een deel van de noordwestelijke rand van het Europese areaal. De soort is in ons land zeer zeldzaam en is nog te vinden in Zuid-Limburg en tussen Gennep en Nijmegen, op de Veluwe, in Twente en in Drenthe. Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

18

Knolspirea (Filipendula vulgaris) Deze plant komt in bijna geheel Europa voor in weiden en bossen, vooral op kalkgrond. Kan slecht tegen bemeste grond en sterke bewerking van de gronden. Wolfskers (Atropa bella-donna) Wolfskers prefereert half beschaduwde, warme, droge tot vochtige, voedsel- en stikstofrijke, zwak basische tot kalkrijke bodems en op stenige plaatsen, met een humeuze bovenlaag. De sterk giftige plant groeit op kap- en brandvlakten, op open plekken in bossen en langs bosranden, op ruderale plaatsen en braakliggende grond, op beschaduwde plekken en in de bebouwde kom. Een deel van het verbrokkelde areaal op het vasteland reikt tot in Nederland. Deze uitgesproken lichtminnaar is zeer zeldzaam; nog te vinden in Zuid-Limburg en komt ook voor op enkele plaatsen in het stedelijk gebied. Door het uitblijven van hakhoutbeheer is de soort sterk achteruit gegaan. Wolfskers groeit het liefst op plaatsen waar het strooisel o.i.v. zonlicht wordt afgebroken en deze omstandigheden verdwijnen wanneer het traditionele beheer ophoudt. Veldonderzoek wees uit dat de soorten niet aanwezig zijn, noch te verwachten zijn. Aangezien er geen geschikt biotoop voor deze soort aanwezig is, kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

19

4.4

R EPTIELEN

Bureaustudie De meeste reptielen houden zich voornamelijk op in geleidelijke overgangssituaties tussen natuurlijke biotopen in bos-, heide- en veengebieden. Alvorens het onderzoek ter plaatse op te starten is er vooronderzoek gedaan om vast te stellen van welke soorten de aanwezigheid bekend is in de omgeving van het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen en waarneming.nl. Volgens de Quickscanhulp komt de volgende soort voor op korte afstand van het plangebied: •

Levendbarende hagedis

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldwerk In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop voor beschermde reptielen. Levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit laagveen. Het plangebied kent geen geschikt biotoop. Derhalve kan de soort worden uitgesloten. Aangezien er geen geschikt biotoop voor deze soort aanwezig is, kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

20

4.5

A MFIBIEËN

Bureaustudie In de Quickscanhulp worden alle soorten uit categorie 2 benoemd, dus ook de soorten waarvoor door de provincie Noord-Brabant vrijstelling is verleend. Deze soorten waarvoor vrijstelling is verleend betreffen onder andere de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. De volgende soorten, welke voorkomen op een afstand van 0 tot 1 km van het plangebied, waarvoor geen vrijstelling is verleend, zijn volgens de quickscanhulp: • • • • •

Alpenwatersalamander Heikikker Kamsalamander Poelkikker Vinpootsalamander

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldwerk In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop. Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) De soort komt vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen. Hij heeft een voorkeur voor zanderige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. Alpenwatersalamanders leven binnen een afstand tot 300 à 600 mtr. van oppervlaktewater waarin zij zich voortplanten. Het plangebied kent geen geschikt biotoop. Derhalve kan de soort worden uitgesloten. Heikikker (Rana arvalis) De heikikker is een soort die erg kritisch is ten aanzien van zijn habitat. Het habitat waar de heikikker wordt aangetroffen is in zijn algemeenheid te kenschetsen als schraal, ietwat ruig en vochtig. Het bestaat met name uit heide, hoogveen, laagveen en halfnatuurlijk grasland, maar ook bos en struweel, alles met een hoge grondwaterstand. Waterhabitat is vaak zuur en relatief voedselarm en bestaat uit ondiep, zonbeschenen water. Heidevennen en wateren op hoog- en laagveen zijn de belangrijkste voortplantingswateren. (kennisdocument heikikker, versie 1.0, juli 2017) Het plangebied kent geen geschikt biotoop. Derhalve kan de soort worden uitgesloten.

Kamsalamander (Triturus cristatus) Het landschap waarin de kamsalamander wordt aangetroffen is bosrijk, bevat houtwallen of struweel en wordt vaak gekenmerkt door kleinschaligheid in de directe omgeving van het voortplantingswater. Kamsalamanders komen zelden in Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

21

akkerbouwgebieden voor. Ze komen relatief veel voor langs de grote rivieren, in beekdalen en op landgoederen. Kamsalamanders komen voor in een verscheidenheid aan typen visvrije wateren. Op de zandgronden en in beekdalen leeft de soort in poelen, vijvers, matig voedselrijke (mesotrofe) vennen en in leemputten. In het rivierengebied komt de soort voor in zelden overstromende (laagdynamische) strangen, kleiputten en kolken. Er moet altijd een geschikt voortplantingswater binnen enkele honderden meters, zonder barrières, te bereiken zijn. Het plangebied kent geen geschikt biotoop. Derhalve kan de soort worden uitgesloten. Poelkikker (Pelophylax lessonae) Poelkikkers zijn typische waterkikkers. (kennisdocument poelkikker, versie 1.0, juli 2017) De poelkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Hij heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden. Het plangebied kent geen geschikt biotoop. Derhalve kan de soort worden uitgesloten.

Vinpootsalamander (Lissotriton helveticus) Vinpootsalamanders worden in Nederland in twee landschapstypen aangetroffen, de heidegebieden op de hogere zandgronden en het heuvellandschap van Zuid-Limburg. . (De reptielen en amfibieën van Nederland, KNNV uitgeverij, Jeroen van Delft et al.) Het plangebied kent geen geschikt biotoop. Derhalve kan de soort worden uitgesloten. Conclusie en aanbevelingen Het plangebied is ongeschikt als leefomgeving voor de hiervoor genoemde beschermde amfibieën. Aangezien er geen geschikt biotoop aanwezig is kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3). De onderzoekslocatie vormt tevens geschikt landhabitat en voortplantingshabitat voor algemene amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad. De voorgenomen werkzaamhedenkunnen mogelijk negatieve gevolgen voor individuen van algemene soorten hebben. Derhalve dient hier rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

22

4.6

V ISSEN

Bureaustudie Volgens de Quickscanhulp komen er geen vissen voor op korte afstand van het plangebied. Veldwerk In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop. Aangezien er geen oppervlaktewater aanwezig is, kan gesteld worden dat er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

23

4.7

I NSECTEN

Bureaustudie Conform de Quickscanhulp komt er een beschermde insectensoort (bosbeekjuffer) voor op een afstand van 1 tot 5 km van het plangebied. Uit de verdere literatuurstudie is het niet aannemelijk gebleken dat er in het plangebied beschermde ongewervelden voorkomen. Volgens de Quickscanhulp komen de volgende soorten voor op korte afstand van het plangebied: • •

Grote vos Teunisbloempijlstaart

Hierbij is niet bekend wat de activiteit van de soort was (passerend, foeragerend, verblijvend in een verblijfplaats, sporen, etc.). Veldwerk In het terrein is gekeken naar de geschiktheid van de biotoop. Grote vos (Nymphalis polychloros) De biotoop van de grote vos bestaat uit vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Waardplant: iep, zoete kers en wilg (spec.). Teunisbloempijlstaartvlinder (Prosperinus prosperina) Deze vlinder zien we met name op open plekken in vochtige bossen, aan bosranden en op warme open plaatsen. Het gebied, bestaande uit een voormalig stadskantoor, een supermarkt en wat openbaar groen, is ongeschikt als leefomgeving voor de hiervoor genoemde beschermde soorten. Aangezien er geen geschikt biotoop aanwezig is kan volstaan worden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 3).

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

24

5. H OUTOPSTANDEN In algemene zin is het mogelijk dat bij een voorgenomen ontwikkeling sprake is van het verloren gaan van houtopstanden die beschermd zijn conform artikel 4 van de Wet natuurbescherming. In een dergelijk geval kan er sprake zijn van een meldingsplicht en herplantplicht. In dit hoofdstuk wordt beschreven of bij de voorgenomen ontwikkeling mogelijk sprake is van een meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of vervolgstappen nodig zijn in kader van beschermde houtopstanden en of een ontheffingsaanvraag in het kader van de herplantplicht noodzakelijk is. Op de locatie zijn geen houtopstanden aanwezig die vallen onder artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

25

6. C ONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Ecodat heeft in opdracht van Bouwgroep de Nijs Soffers een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het plangebied als gelegen aan het Canadaplein 1 en de Bergsestraat 10 te Huijbergen. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De initiatiefnemer is voornemens om in het plangebied beide panden te slopen en hier nieuwbouw voor in de plaats te realiseren. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 1. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten.

In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

26

Tabel 1: Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep

algemeen Broedvogels jaarrond beschermde status

verblijfplaatsen Vleermuizen

Geschikt habitat

Ingreep Nader OntheffingsBijzonderheden / opmerkingen verstorend onderzoek aanvraag het verwijderen van nestgelegenheden buiten het ja nee nee nee broedseizoen uitvoeren, bij werken binnen broedseizoen broedvogelcontrole uitvoeren er wordt geadviseerd om de ja (v.w.b. aanwezigheid van de huismus en Bergsestraat mogelijk ja mogelijk gierzwaluw v.w.b. Bergsestraat 10 10) te onderzoeken er wordt geadviseerd om de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied te onderzoeken; ja mogelijk ja mogelijk aan de hand van deze informatie dienen maatregelen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol

foerageergebied

ja

nee

nee

nee

-

vliegroutes

nee

nee

nee

nee

-

boommarter

nee

nee

nee

nee

-

bunzing

nee

nee

nee

nee

-

eekhoorn

ja

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

Grondgebonden wezel zoogdieren Algemene soorten

ja

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van alle voorkomende grondgebonden zoogdieren zoals egels, konijnen, hazen, mollen, diverse muizensoorten, reeën, vossen, etc.

Beschermde soorten

nee

nee

nee

nee

-

Algemene soorten

minimaal

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten zoals gewone pad en bruine kikker

nee

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

-

nee

nee

nee

nee

afhankelijk van de werkzaamheden dient er volgens ecologisch werkprotocol gewerkt worden

Insecten

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Amfibieën

Reptielen

Vissen

Beschermde soorten Beschermde soorten Algemene soorten

Gebiedsbescherming

Gebied aanwezig

Ingreep Nader VergunningBijzonderheden / opmerkingen verstorend onderzoek plicht

Natura 200

nee

nee

nee

nee

Natuurnetwerk Nederland / Gelders Natuurnetwerk

nee

nee

nee

nee

Houtopstanden

nee

nee

nee

nee

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

27

C O N CL US I E Op basis van onderhavige quickscan flora en fauna kan gesteld worden dat de geplande ingreep mogelijk negatieve invloed zal hebben op wettelijk beschermde soorten. Er zal nader onderzoek noodzakelijk zijn naar het voorkomen van en het gebruik van het plangebied voor de volgende soorten: • Huismus, Bergsestraat 10 •

Gierzwaluw, Bergsestraat 10

•

Vleermuizen, Bergsestraat 10 en Canadaplein 10

Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door groen te verwijderen buiten het broedseizoen. Daarnaast dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van onder andere algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natuurnetwerk, waarvan de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet negatief beïnvloed mogen worden. Bij de realisatie van de voorgenomen plannen zal dit niet het geval zijn. Ook met betrekking tot natura 2000-gebieden en houtopstanden worden geen bezwaren verwacht.

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

28

G ERAADPLEEGDE BRONNEN * Bronnen waarnaar in de rapportage niet specifiek is verwezen *

Twisk et al, KNNV uitgeverij; veldgids europese zoogdieren

*

Stumpel et al, KNNV uitgeverij; veldgids amfibieën en reptielen

*

Hartman et al, Tirion uitgeverij, zoetwatervissen van Europa

*

Bellman et al, ANWB uitgeverij, ANWB insectengids

*

Svensonn et al, ANWB uitgeverij, , ANWB vogelgids

*

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2017.

*

www.gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.

*

www.vleermuis.net. Het netwerk voor informatie over vleermuizen in Nederland. Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN) van de Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.

*

Floron, 2011. Atlas van de Nederlandse flora, KNNV Uitgeverij, Utrecht.

*

http://www.verspreidingsatlas.nl

*

www.waarneming.nl

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

29

B IJLAGE 1 Q UICKSCANHULP Naam Alpenwatersalamander Bastaardkikker Heikikker Kamsalamander Poelkikker Vinpootsalamander Grote vos Teunisbloempijlstaart Levendbarende hagedis Drijvende waterweegbree Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Baardvleermuis Boommarter Bosvleermuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Huisspitsmuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Rosse woelmuis Ecodat Landschap & Ecologie

Groep Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Nachtvlinders Reptielen Vaatplanten Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Beschermingsregime Afstand 1 - 5 km 0 - 1 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 1 - 5 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-vrl 0 - 1 km wnb-hrl 1 - 5 km 1 - 5 km wnb-hrl 5 - 10 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km 0 - 1 km wnb-hrl 0 - 1 km wnb-hrl 1 - 5 km wnb-hrl 0 - 1 km 0 - 1 km

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

30

Naam Ruige dwergvleermuis Veldmuis Watervleermuis

Groep Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Beschermingsregime Afstand wnb-hrl 0 - 1 km 1 - 5 km wnb-hrl 0 - 1 km

provinciale vrijstelling geen geschikt habitat aanwezig geschikt habitat aanwezig

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

31

B IJLAGE 2 FOTO ’ S

Canadaplein 1

Gevelbetimmering (Bergsestraat) biedt mogelijkheden tot vleermuisverblijven

Bergsestraat 10 Kantpannen van de Bergsestraat biedt mogelijkheden voor Huismus, Gierzwaluw en Vleermuizen

Kantpannen van de Bergsestraat biedt mogelijkheden voor Huismus, Gierzwaluw en Vleermuizen Canadaplein 1, alle openingen (behalve de toegang tot het kraamverblijf) zijn afgesloten

Ecodat Landschap & Ecologie

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

32

De open stootvoeg die toegang biedt tot het kraamverblijf

Ecodat Landschap & Ecologie

De open stootvoeg die toegang biedt tot het kraamverblijf

Quickscan Canadaplein 1 / Bergsestraat 10 te Huijbergen

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=ce85d259-e85b-401c-88f1-f7810838f9b9