CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst_Raadsvergadering_9_november_2023

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Vaststellen besluitenlijsten raadsvergadering 9 november en besluitraad 30 november 20237.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Raadsvergadering Datum vergadering

:

9 november 2023

Aanwezige partijen

:

ABZ, AKT, CDA, D66, PvdA en VVD

Aanwezig (leden)

:

Voorzitter Griffier

: :

Verder aanwezig

:

M.R.G. Adriaansen, M. Bakker, L.M. Bolders, A.C.M. Buijsen, A.P.C.M. Gelten, M.P. Groffen, T. van Honschoten, G.A.P. Janssen, M.E. de Lange, A.M. Mathijssen, M.H.C.F. Michielsen-Goyvaerts, A.P.A. Nuijes, J.A.C. Pijnen, V.M.H. Verkuijl, L.J.C.L. de Vos, B. de Waal, E.C.M. van Wezel,

J.J.C. Adriaansen C. Adriaanse portefeuillehouders: J.M.A. van Agtmaal, L.G.M. van der Beek, T.J.W. de Heer, M.P.M. Schuurbiers,

Afwezig met kennisgeving:

0

M.M.E. van Eekeren, C.A.J.M. Rommens,

Opening De voorzitter opent de vergadering om 18.00 uur. Er zijn afmeldingen van de raadsleden Van Eekeren en Rommens

1

Vaststellen van de agenda De agenda wordt vastgesteld.

2

Vaststellen besluitenlijsten: Raadsvergadering verbonden partijen 15 juni, besluitraad 21 september, raadsvergadering 12 oktober en besluitraad 26 oktober 2023 De besluitenlijsten van de raadsvergaderingen van 15 juni (verbonden partijen) en van 12 oktober, besluitraden van 21 september 26 oktober worden vastgesteld.

3

Mededelingen De nestor feliciteert de plaatsvervangend griffier, de heer de Bie met de geboorte van zijn zoontje Tristan.

4

Mondelinge vragen (spoedeisend en/of actueel)

De volgende vragen worden gesteld: ABZ en CDA: Brand in Chalet bij Hazeduinen te Putte: Burgemeester Adriaansen VVD: PFAS bij de buurgemeente Reimerswaal: wethouder De Heer VVD: Watervoorziening IKC Woensdrecht: wethouder Van der Beek AKT: Beschikbaarheid AED apparaten: wethouder Van der Beek 5

Begroting 2024

5.a

Indienen van moties en amendementen (technisch indienen) 18.30-18.45 uur De volgende moties worden ingediend: Motie 1: CDA, ABZ en D66: Toeristische recreatieve impuls Volksabdij (De heer Groffen meldt niet deel te nemen aan de bespreking en stemming over deze motie) Motie 2: ABZ, CDA en D66: De mammoet terug in de gemeente Woensdrecht Motie 3: ABZ, CDA, D66, VVD, AKT en PvdA: Toekomst milieustraat in Ossendrecht Motie 4: AKT, VVD en PvdA: Extra middelen voor de groene agenda Er worden geen amendementen ingediend.

5.f

Fracties geven aan amendementen/moties al dan niet in te trekken 22.55-23.00 uur Motie 4: AKT, VVD en PvdA: Extra middelen voor de groene agenda: AKT: De motie wordt teruggetrokken na de toezegging van de wethouder. De overige moties zullen worden ingediend.

5.g.I

Amendementen bij de Begroting 2024 Er zijn geen amendementen ingediend bij de begroting 2024

5.g.II

Vaststellen van de Begroting 2024 Besluit:

besluit: 1. De Programmabegroting 2024 vast te stellen inclusief meerjarenperspectief 2025 t/m 2027; en daarbij: a. In te stemmen met de stortingen in en onttrekkingen aan de reserves zoals weergegeven in bijlage C; b. In te stemmen met votering van de in de Programmabegroting 2024 Pagina 2

opgenomen investeringen (jaarschijf 2024) c. In te stemmen, conform subsidieverordening, met het subsidieplafond voor de subsidieperiode 2024 zoals vermeld in bijlage D; Toelichting:

Er zijn geen stemverklaringen. Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. 5.g.III

Moties bij de Begroting 2024 Besluit:

Motie 1: CDA, ABZ en D66: Toeristische recreatieve impuls Volksabdij: Verzoekt het college · Initiatief te nemen om voor locatie De Volksabdij met direct betrokkenen een concreet voorstel uit te werken om z.s.m. een koffiepunt, toiletvoorzieningen en VVV-dienstverlening te voorzien ter behoud en stimulering van deze toeristische locatie en blijvende huisvesting van museum Wings over Woensdrecht; · Voor locatie De Volksabdij een gebiedsvisie te ontwikkelen die dit prachtige natuurgebied een toeristisch recreatieve impuls geeft naar voorbeeld van Natuurpoort Visdonk in Roosendaal en Natuurpoort Bergen op Zoom en deze visie te koppelen aan het nog op te stellen Uitvoeringsplan Toerisme en Recreatie; · In deze gebiedsontwikkeling tenminste de raad, Volksabdij OLV ter Duinen, Stichting Brabantse Natuurpoorten en Grenspark Kalmthoutse Heide te betrekken; · Te onderzoeken onder welke (juridische) voorwaarden een actievere financiële betrokkenheid van de gemeente op deze locatie tot behoud van functie en ontwikkeling van duurzame initiatieven mogelijk is; · De raad binnen drie maanden een plan van aanpak voor te leggen en hiervoor noodzakelijke kosten te financieren vanuit de algemene reserve Toelichting:

De heer Groffen onthoudt zich van stemming. Stemverklaringen: PvdA: PvdA stemt tegen de motie. Zij vinden dat het bisdom aan zet is en vindt dat het niet aan de raad is om iets te doen. AKT: AKT stemt voor deze motie omdat de portefeuillehouder naar zijn zeggen hier bagage krijgt om het probleem op de lossen De motie wordt aangenomen met 15 stemmen voor, 1 stem (PvdA) tegen en 1 onthouding (M. Groffen, VVD) Besluit:

Pagina 3

Motie 2: ABZ, CDA en D66: De mammoet terug in de gemeente Woensdrecht: Overwegende dat: 1. Circulaire Economie een belangrijke rol speelt bij het verminderen van afval, het verminderen van Co2- uitstoot en het behoud van kostbare grondstoffen; 2. Onze regio de potentie heeft om een leidende rol te spelen in de ontwikkeling en implementatie van het toepassen van circulaire bouwmaterialen; 3. Onze gemeente uitermate geschikte gronden heeft voor de aanplant van vezelrijke landbouwgewassen (zoals mammoetgras en olifantsgras) en dat eerste initiatieven hiertoe zich al aandienen; 4. De aanplant van vezelrijke landbouwgewassen een bijdrage levert in het opnemen van CO2 en stikstof; 5. In het nog op te stellen Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid de Circulaire Economie een prominente plaats dient te krijgen; 6. Samenwerking tussen lokale overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties essentieel is voor het bevorderen van de Circulaire Economie. 7. Naar schatting € 15.000,-- benodigd dient te zijn voor externe advisering, onderzoek en het opzetten van een pilot in onze gemeente. Verzoekt het college: 1. Zich ertoe te verbinden om de ontwikkeling en implementatie van Circulaire Economische uitvoering in onze gemeente (en in onze regio) te bevorderen en te ondersteunen; 2. Als “Pilot gemeente” zich hiervoor aan te melden bij de Regio West Brabant (RWB); 3.

Binnen deze pilot de volgende onderzoeksvraag te beantwoorden: “Kan door het werken met circulaire grondstoffen, stikstof negatief gebouwd worden en biedt dat kansen voor onder andere woningbouw binnen onze gemeente?” 4. Hiermee samen te werken met andere gemeenten en regionale partners om kennis en ervaringen uit te wisselen en gezamenlijke projecten te ontwikkelen ter bevordering van de Circulaire Economie; 5. Met onze lokale ondernemers, agrariërs en bouwbedrijven de mogelijkheden te bespreken om tot een pilot te komen voor de teelt en gebruik van circulaire materialen en bouwstoffen; 6. De raad een voorstel te doen een budget beschikbaar te stellen ten behoeve van externe advisering, onderzoek en het opzetten van een pilot en dit budget te financieren uit de algemene reserve.

Pagina 4

Toelichting:

De motie wordt unaniem aangenomen. Besluit:

Motie 3: ABZ, CDA, D66, VVD, AKT en PvdA: Toekomst milieustraat in Ossendrecht: Draagt het college op: 1. Het onderzoek met de gemeente Bergen op Zoom stop te zetten; 2. Zich in te zetten op behoud van de milieustraat in Ossendrecht; 3. Deze milieustraat te optimaliseren qua afgifte van verschillende afvalstromen en het aangeboden restafval op deze locatie beter te laten scheiden; 4. Te onderzoeken of deze locatie in Ossendrecht op termijn kan worden omgebouwd tot een grondstoffencentrum. Toelichting:

De motie wordt unaniem aangenomen. 6

OVERIGE RAADSVOORSTELLEN

7

Legesverordening 2024 Besluit:

besluit: 1. De legesverordening 2024 en bijbehorende tarieventabel vast te stellen Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. 8

Richtlijnen verbonden partijen Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 Belastingsamenwerking West-Brabant vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. Pagina 5

2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Aanvullende financiële richtlijnen 1. De reserve zoals aangegeven bij punt 5 van de financiële richtlijnen Pagina 6

mag alleen worden gevormd uit een positief resultaat bij de jaarrekening (en dus niet uit een verhoging van de deelnemersbijdrage). 2. In afwijking van punt 7 van de financiële richtlijnen en in aanvulling op punt 1 van deze aanvullende richtlijnen mag de BWB een eventueel positief resultaat bij de jaarrekening aanwenden voor het vormen van een algemene reserve. 3. In de begroting 2025 wordt een volledige set kritische prestatie indicatoren opgenomen waarover vooraf met de deelnemers overeenstemming is bereikt. Beleidsmatige richtlijnen 1. Van de BWB wordt verwacht dat ze op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden om de werkzaamheden zo efficiënt mogelijk uit te voeren. In dit kader wordt de BWB verzocht in de begroting aan te geven welke moderne ontwikkelingen er zijn, wat deze kunnen betekenen voor de BWB, welke daarvan daadwerkelijk ingezet gaan worden en wat het verwachte effect ervan is. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 GGD West-Brabant vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan Pagina 7

legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6.

Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Aanvullende financiële richtlijn De GGD heeft aangegeven in het najaar van 2023 te starten met de analyse van de bestemmingsreserves. De uitkomsten hiervan worden vertaald in te hanteren uitgangspunten. Zoals door de GGD is aangegeven, worden deze door het Algemeen Bestuur in 2024 bij de kadernota vastgesteld. In de beleidsbegroting 2024 worden deze verwerkt zodat aanvullend inzicht wordt gegeven in nut en noodzaak van de bestemmingsreserves. Dit dient ook te gebeuren voor de P&C- cyclus 2025. Op deze manier kan ook worden voldaan aan financiële richtlijn 4. Pagina 8

Beleidsmatige richtlijnen 1. De GGD geeft in de kaders en Beleidsbegroting 2025 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan de in het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’ opgenomen 4 ambities en laten ze hun 3 gezonde geluiden horen. 2. Met behulp van prestatie-indicatoren brengt de GGD de resultaten in beeld die zij bereikt op de diverse door haar uit te voeren taken. De GGD heeft aangegeven in de tweede helft van 2023 te starten met het formuleren van indicatoren, samen met een afvaardiging van de gemeenten. Gezien de gemaakte afspraak dient de GGD de indicatoren op te nemen in de begroting 2024 en dienen deze ook terugkomen (evt. met uitbreiding) in de Beleidsbegroting 2025. 3. In het kader van GALA gaat de GGD aan de slag met het versterken van de (regionale) kennis- en adviesfunctie. Daarnaast gaat ze aan de slag met de coördinatie. De concretisering van de coördinerende rol van de GGD wordt later uitgewerkt, waarbij gekeken wordt welke regionale thema’s worden opgepakt. Ook de precieze rol inzake de ketenaanpakken (vanuit IZA) wordt hierin uitgewerkt. De GGD heeft binnen het basispakket haar diensten in het kader van de Omgevingswet in 2024 uitgebreid. De algemene bijdrage is met € 0,13 per inwoner verhoogd.

In de begroting geeft de GGD aan wat zij gemeenten in 2025 binnen het basispakket biedt aan advisering in het kader van de Omgevingswet, waarbij het uitgangspunt is dat binnen het basispakket zo veel mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de vraag van gemeenten. De genoemde aantallen en termijnen dienen indicatief te zijn zodat voor (harde) afspraken eerst ervaring opgedaan wordt in de eerste jaren van de Omgevingswet. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 ISD Brabantse Wal vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het Gemeenschappelijk Orgaan van de ISD BW dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De ISD BW vermeldt daarin duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor 2025. In de begroting voor 2025 neemt de ISD BW ook een overzicht op Pagina 9

met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het Bestuur is besloten. 3. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de ISD BW de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 4. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. 6. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling per deelnemer inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Aanvullende financiële richtlijn 7. De op de ISD BW betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2025 opgenomen.

De ISD BW zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van het Werkplein Hart van West-Brabant en WVS. Beleidsmatige richtlijnen 1. De ISD BW heeft als hoofddoel om uitstroom van werkzoekenden naar regulier betaald werk te realiseren. Daarnaast heeft de ISD BW de taak om sociale uitsluiting en armoede te voorkomen door middel van (inkomens)ondersteuning en schuldhulpverlening en wordt de Wet inburgering uitgevoerd. In de kaderbrief en begroting wordt kwantitatief en kwalitatief beschreven hoe hiertoe middelen worden ingezet. 2. De activiteiten van de ISD BW vormen een keten met de activiteiten in de integrale toegangen van de deelnemende gemeenten en de activiteiten van de WVS en het Werkplein Hart van West Brabant. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. De ISD BW participeert aan en in de integrale toegangen van elk van de deelnemende gemeenten alsmede in het Werkgeversservicepunt (WSP) waar het betreft de werkgeversdienstverlening. 3. De ISD BW en de WVS werken samen met de deelnemende gemeenten Pagina 10

vanuit de vraag van de werkgever aan het versterken van vaardigheden en competenties van werkzoekenden en het ontwikkelen van activiteiten op het gebied van werk of participatie inclusief voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking en/of indicatie beschut werken. 4. De begroting 2025 van de ISD BW is opgesteld in lijn met de in 2023 geformuleerde ambities en doelstellingen in de ‘Uitgangspuntennotitie ISD BW’. 5. De ISD BW besteedt in de begroting aandacht aan de in de opdracht van de directeur ISD Brabantse Wal opgenomen ontwikkelingen. Deze dienen vertaald te worden in concrete interne doelstellingen en acties. 6. De gemeenschappelijke regeling wordt geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de herziene Wet gemeenschappelijke regelingen en de gewenste governancestructuur op de aan de ISD BW opgedragen beleidsterreinen. Intensivering van of verdergaande samenwerking met Werkplein Hart van West-Brabant en WVS is daarbij een wens. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 Omgevingsdienst Middenen West-Brabant vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van Pagina 11

deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7.

Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Beleidsmatige richtlijnen 1. De basis voor het uitvoeren van de wettelijke basistaken door de Omgevingsdienst vormt het inrichtingenbestand. Dit is onder meer de basis van het werkprogramma en de financiering van de dienst. Onze omgeving verandert voortdurend en dit vraagt het nodige voor het actueel houden van dit bestand. Met de komst van de omgevingswet moet dit bestand worden getransformeerd naar een bestand van Milieu Belastende Activiteiten (MBA). Wij verwachten dat de OMWB beschikt over een hoogwaardig, adequaat en up-to-date inrichtingenbestand dat wordt getransformeerd nar een MBA bestand en dat de dienst zich in staat stelt snel te reageren op veranderingen. Wij vragen de dienst om voor de Pagina 12

transformatie en met name het up-to-date houden van gegevens in het MBA bestand beleidsmatige maatregelen te treffen en dit tot uitdrukking te laten komen in de begroting 2025. 2. Overeengekomen is de aangepaste versie van de MWB-norm te herzien nadat de gevolgen van de inwerkingtreding Omgevingswet duidelijk zijn en er een nieuw GUK is vastgesteld. Wij vragen de OMWB om in 2025 samen met de deelnemers de MWB norm te herzien en te komen tot en nieuwe financieringsopzet van de dienst. Hou hierbij rekening met het herziene GUK en aan te sluiten de uitkomst van Interbestuurlijke programma Versterking VTH-stelsel en baseert het op een kwalitatief hoogwaardig en actueel MBA-bestand. 3. Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt wat we vooral terugzien in specialistische functies en dit raakt ook de OMWB. Dit vraagt om het maken van keuzes waarop de beschikbare capaciteit wordt ingezet. We vragen de OMWB om transparant en tijdig, maar uiterlijk in 2025 een duidelijk afwegingskader op te stellen voor die gevallen waarin keuzes gemaakt moeten worden (bijvoorbeeld ten aanzien van inzetten op basistaken of verzoektaken en waarbij het uitgangspunt dient te zijn het voldoen en de wettelijke (basis)- taken. Daarbij zijn maatwerk, risicogestuurd werken en vertrouwen belangrijke pijlers. 4. Kijk kritisch naar bestaande werkzaamheden en evalueer deze tijdig.

Hanteer bij het opstellen van de begroting het principe nieuwe werkzaamheden voor oud. We vragen de omgevingsdienst hierbij de focus te leggen op het programma collectieve taken (P3). Het beschikbare bedrag op basis van de overeengekomen verdeelsleutel hoort daarbij niet het uitgangspunt te zijn maar nut en noodzaak van de in programma 3 opgenomen taken en werkzaamheden. 5. De resultaten en uitgangspunten van het kwaliteitsmanagementsysteem en de doorontwikkeling van datamanagement en -beheer worden transparant verwerkt in de (meerjaren)begroting. De resultaten worden onder andere vertaald in de begroting door het opnemen van prestatie-indicatoren voor de (primaire) processen. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 RAV Brabant Midden-WestNoord vast te stellen: Financiële richtlijnen Pagina 13

n.v.t. Beleidsmatige richtlijnen 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. 2. Het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 bevat 26 indicatoren waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg wordt gemeten. Tijdigheid in het spoedvervoer is er hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. De RAV informeert de gemeenten hoe zij voldoet aan het landelijke kwaliteitskader. 3. In 2025 is naar verwachting de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg ingevoerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A1 en A2 ritten behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A1 ritten niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). 4. In haar begroting geeft de RAV aan wat de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekent voor de ambulancezorg in haar werkgebied.

De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 Regio West-Brabant te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor Pagina 14

de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Specifieke financiële richtlijn RWB Pagina 15

Bij de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. Beleidsmatige richtlijnen In de begroting 2025 wordt in heldere taal aangegeven: 1. Welke doelen uit het actieprogramma 2024-2028 in 2025 worden gerealiseerd en welke doelen in de periode 2026-2028 worden beoogd; 2. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; 3. Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s en Rewin en hoe deze samenwerking wordt vormgegeven; 4. Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 Regionaal Bureau Leren te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en Pagina 16

voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.

Beleidsmatige richtlijnen Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen voor het RBL omdat Woensdrecht, samen met de gemeenten Bergen op Zoom, Roosendaal, Steenbergen en Halderberge, de beleidstaken uitvoert op het niveau van 5 West-Brabant West gemeenten (netwerksamenwerking West-Brabant West) en ze niet van het RBL afneemt. Deze netwerkgemeenten zijn de zgn. “Niveau 1 gemeenten”, die de leerlplichtadministratie van het RBL afnemen. De vijf gemeenten hebben hun beleidsvoornemens rond de aanpak van Pagina 17

schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten in het LMC Uitvoeringsplan West-Brabant West 2021-2025 verwoord. Dit document is op aanvraag verkrijgbaar. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.

Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Pagina 18

5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Beleidsmatige richtlijnen In het beleidsplan 2023-2027 zijn actiepunten opgenomen, die uiterlijk in 2027 moeten zijn gerealiseerd. In de kaderbrief geeft de Veiligheidsregio aan welke actiepunten in 2025 centraal staan.

In de begroting geeft de Veiligheidsregio aan op welke wijze deze actiepunten worden ingevuld. In de kaderbrief dient aandacht gegeven te worden aan: · doorontwikkeling na de invoering van de omgevingswet en de wet kwaliteitsborging voor het bouwen; · de ontwikkelingen op het brede gebied van de Energietransitie; · de ontwikkelingen van de dynamische en flexibele incident bestrijding. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 West-Brabants Archief vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een Pagina 19

structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4.

De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de Pagina 20

gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Beleidsmatige richtlijnen 1. Het WBA hanteert vastgestelde normen met betrekking tot de service en dienstverlening richting de deelnemende gemeenten. Indien deze normen niet aanwezig zijn dienen deze te worden opgesteld en nageleefd. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat het WBA tijdige ondersteuning levert bij vragen over de uitvoering van aanbevelingen genoemd in het rapport Archiefinspectie, overbrenging van fysieke en digitale archieven en bij de invoering van nieuwe wetgeving die ons vakgebied raakt. 2. Het WBA hanteert de vereisten uit de Archiefwet wat betreft de koppeling naar het e-depot, zonder (nice-to-have) aanvullingen. 3. De dienstverlening rondom het e-depot dient te worden verbeterd zodat inwoners hier toegang tot krijgen. 4. Evaluaties met betrekking tot financiën en het functioneren van het WBA dient door een externe, onafhankelijke partij te worden uitgevoerd. Om dit te kunnen bekostigen dient het WBA geld te reserveren op de begroting. 5. Om de kwaliteit te verbeteren van uit te voeren projecten dient het WBA de kosten en de uitvoeringstermijn over een langere periode uit te spreiden. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit:

besluit: De onderstaande richtlijnen begroting 2025 WVS-groep vast te stellen: Financiële richtlijnen 1. We verwachten van het bestuur van WVS dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. WVS vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt WVS ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is Pagina 21

besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt WVS de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft WVS in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex. 5.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt WVS een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. 6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. WVS kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur. 8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft WVS de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft WVS inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Aanvullende financiële richtlijn 1. De op WVS betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2025 opgenomen. WVS zorgt er voor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van het Werkplein Hart van WestBrabant en de ISD Brabantse Wal. Pagina 22

2. De in de financiële richtlijn 3 bedoelde reserves betreffen uitsluitend de bestemmingsreserves. Beleidsmatige richtlijnen 1. WVS houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. 2. WVS besteedt in de begroting aandacht aan de visie en ambitie rondom de doorontwikkeling van het sociaal ontwikkelbedrijf. Daarbij verwachten we dat de gemaakte keuzes rond de verschillende leerroutes vertaald worden in concrete doelstellingen en acties die bijdragen aan het realiseren van de ketensamenwerking. 3. De begroting 2025 van WVS is opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. 9

Gemeentelijk Waterprogramma Woensdrecht 2024-2027 Besluit raadsvoorstel:

besluit: 1. Het gemeentelijk waterprogramma "GWP Woensdrecht 2024-2027" en het bijbehorende kostendekkingsplan vast te stellen ter onderbouwing van de rioolheffing. 1. Instemmen met bijgevoegde wijziging van de programmabegroting 2024. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. Besluit motie:

Motie: CDA: Rioolheffing Gemeentelijk waterprogramma 2024-27: Verzoekt het college · Te onderzoeken of en op welke manier de uitvoering van het gemeentelijk waterprogramma kan worden gefinancierd door respectievelijk € 500.000, € 1.000.000 of € 2.000.000 uit de reserves te onttrekken Pagina 23

· Te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de tariefverhoging Rioolheffing maximaal en gelijkmatig te spreiden over het verwachte uitgavenpatroon in de periode 2023-2092 · De raad voor de Perspectievennota 2024-2028 verschillende scenario’s voor te leggen waarbij de stijging van de rioolheffing voor zowel één- als meerpersoonshuishoudens en niet-woningen (bijv. vakantiehuizen en bedrijven) wordt geminimaliseerd en maximaal wordt gespreid. · De raad te informeren over eventuele kosten die nodig zijn voor dit onderzoek en een voorstel te doen om deze te onttrekken vanuit de Algemene Reserve Toelichting:

De motie wordt ingetrokken. 10

Gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan Kromstraat Hoogerheide Besluit:

besluit: 1. De Nota beantwoording zienswijzen van het bestemmingsplan Kromstraat Hoogerheide vast te stellen met hierin opgenomen de beantwoording van de ingekomen zienswijzen; 2. Gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan Kromstraat Hoogerheide bestaande uit: a. de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0873.HOWOxBP236xHERZx50-VG01 met bijbehorende bestanden, alsmede het bestand NL.IMRO.0873.HOWOxBP236xHERZx50VG01, zijnde de kadastrale ondergrond waarvan gebruik is gemaakt voor de locatie van de geometrische planobjecten; b. de pdf-bestanden bestemmingsplan Kromstraat Hoogerheide bestaande uit: - de toelichting, regels en bijlagen; - de verbeelding; c. het analoge bestemmingsplan, bestaande uit: - de toelichting, regels en bijlagen; - de verbeelding. Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. 11

Vaststellen grondexploitatie Kromstraat Hoogerheide Besluit:

besluit: 1. De grondexploitatie ‘Kromstraat Hoogerheide’ vast te stellen; Pagina 24

2. Een budget van € 12.500,- (incl. omzetbelasting) beschikbaar te stellen voor de realisatie van een berging op het schoolplein van basisschool De Boemerang en dit budget te activeren en af te schrijven in 15 jaar. 3. De bijgevoegde wijziging van de Programmabegroting 2023 / 2024 vast te stellen; Toelichting:

Het raadsvoorstel wordt unaniem aangenomen. 12

Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 december 2023, De griffier,

de voorzitter,

Pagina 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=3ea53630-24a5-495f-ae3c-ae488acffcca