Beantwoording raadsvergadering 17 april AB
Tekst van het document
Vragen agendapunt 6 – raadsvergadering 17 april Betreft: Raadsvoorstel ‘Toestemming voor het treffen van de Centrumregeling Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg en aanverwante taken - gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen en Woensdrecht’ Uit artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) volgt dat een gemeenteraad in de gelegenheid moet worden gesteld om een zienswijze naar voren te brengen bij het voornemen van een college om een centrumregeling aan te gaan. Dit is een wijziging die geldt sinds 1 juli 2022, waardoor gemeenteraden meer invloed op de besluitvorming van samenwerkingen hebben en deze beter kunnen controleren. In september 2024 hebben wij u daarvoor het ontwerp van bovengenoemde centrumregeling voorgelegd. Hierop heeft u – net als de overige 5 gemeenteraden in onze regio – besloten geen zienswijze in te dienen. Dit betekent dat de inhoud van de regeling is overeengekomen en het ontwerp van de regeling – in dit geval ongewijzigd – wordt ‘omgezet’ tot definitieve centrumregeling. De laatste stap in dit proces is het bekrachtigen van de centrumregeling. Conform de Wgr dient u als gemeenteraad toestemming te verlenen aan ons als college voor het treffen van de centrumregeling. Dit wordt geborgd middels voorliggend raadsvoorstel.
Naar aanleiding van dit voorstel heeft u diverse, aanvullende vragen gesteld. Hieronder treft u de beantwoording van uw vragen. Partij ABZ: In de beantwoording van de vragen die u werden gesteld in de afgelopen opinieraad Samenleving, gaf u aan dat de samenstelling van inwoners van bijvoorbeeld Bergen op Zoom anders is als die van ons. Dat betekend dat er dus naar alle waarschijnlijkheid meer vraag van deze regeling van zo een gemeente komt. Een percentage is dus tov onze gemeente is dus niet reëel om nu te vragen. In de bijlage staat dat de financiering van maatschappelijke opvang geregeld is via rijksmiddelen die de Centrumgemeente Bergen op Zoom ontvangt. Kunt u beamen dat dus andere gemeente hier nimmer uit eigen middelen zullen moeten betalen? Antwoord: ➢ Ja, dit is correct. Voor Maatschappelijke Opvang ontvangt gemeente Bergen op Zoom middelen voor onze regio van het Rijk, op basis van de landelijke centrumgemeenteconstructie. Bij eventuele tekorten dienen de deelnemende gemeenten wel extra middelen in te zetten, zoals aangegeven in artikel 8, lid 1 van de Centrumregeling. Daarover zal altijd éérst besluitvorming plaatsvinden via de separate colleges van B&W van de 6 gemeenten. Partij VVD: 1. Wat zijn de verschillen tussen de uitgangspunten die in september 2024 zijn goedgekeurd en waarvoor geen zienswijze is aangeboden en de huidige uitwerking.
➢ Er zijn geen verschillen. Wanneer een college van B&W het voornemen heeft om een centrumregeling aan te gaan, moet éérst de gemeenteraad in de gelegenheid worden
2. ➢
3. ➢
4. ➢
5.
➢ 6. ➢
gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. Dit volgt uit een wijziging uit 2022 in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Hiervoor hebben wij in september 2024 het ontwerp van de centrumregeling aan u voorgelegd. Hierop heeft u besloten géén zienwijze in te dienen. Zoals in het raadsvoorstel is verwoord, hebben ook de andere gemeenteraden geen zienswijzen ingediend. De definitieve Centrumregeling is daardoor ongewijzigd. Middels voorliggend voorstel wordt de laatste stap (conform de Wgr) in dit proces geborgd, namelijk de toestemming van uw raad voor het treffen van de definitieve centrumregeling. In het raadsvoorstel bij 1.3 staat vermeld dat wij mandateren naar Bergen op Zoom wat betekent dit voor besluitvorming voor Woensdrecht hebben wij nog inbreng hierin. Onder 1.3 wordt uitgelegd dat bij een centrumregeling geen besluitvorming plaatsvindt in bijvoorbeeld een separaat algemeen bestuur, wat bij andere vormen van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) wel het geval is. In het bestuurlijk overleg van deze centrumregeling worden voorstellen voorbereid, die vervolgens óf ter plaatse kunnen worden vastgesteld op basis van stemmen (conform artikel 11, lid 4) of die vervolgens door de afzonderlijke colleges/raden van de deelnemende gemeenten worden vastgesteld (bijvoorbeeld de Regiovisie BW-MO-OGGZ, of voorstellen omtrent inzet van extra financiële middelen).
In het raadsvoorstel staat bij kosten en baten dat de centrumregeling op zich geen kosten met zich meebrengt maar wat betekent dit voor de uitvoering hiervan? Zoals in het raadsvoorstel is verwoord, brengt het treffen van deze centrumregeling zelf geen kosten met zich mee. De wijze waarop financiering van uitvoerende zaken binnen wordt binnen deze centrumregeling geregeld, zijnde de overschotten/tekorten van Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang, Openbare geestelijke gezondheidszorg en aanverwante taken. Deze afspraken zijn ongewijzigd t.a.v. de afgelopen jaren. Hoofdstuk 2 artikel 3 lid 4 het afgeven…..bergen op zoom, bepaalt de centrum gemeente ook de locatie van plaatsing? Nee. Het uitgangspunt is inwoners zo passend, licht en dichtbij als mogelijk te helpen. Als voor het zoeken van locaties een gemeentelijke taak aan de orde is, zal dit in gezamenlijk overleg tussen de deelnemende gemeenten en betrokken ketenpartners (zoals zorgaanbieders en woningcorporaties) gebeuren. Bij een dergelijk locatieonderzoek zijn overigens meerdere randvoorwaarden van belang omdat het vaak een samenspel van onder andere veiligheid, zorg, volkshuisvesting en vraag/aanbod is. Voorstellen hiertoe worden bestuurlijk besproken binnen deze centrumregeling en vervolgens voorgelegd aan de separate colleges. Hoofdstuk 2 artikel 5 lid 4 “de inkoop ….door de centrumgemeente.
Gezien in het licht dat wethouder van Aken in een interview benoemde dat er locaties in de gemeente Woensdrecht geopend zouden worden. hij trok dit later weer in vertelde wethouder Buijsen maar toch blijft de vraag bestaan of Bergen op Zoom dit zomaar kan doen? De uitspraak van wethouder van Aken in BN de Stem was inderdaad onhandig. Wij hebben uiteraard geen invloed op uitspraken die een wethouder van een andere gemeente in de media doet. Hoofdstuk 7 artikel 18 lid 1. En 2. Lijken elkaar tegen te spreken. Kunt u dit uitleggen. Artikel 1 heeft betrekking op Maatschappelijke Opvang (MO) en artikel 2 heeft betrekking op Beschermd Wonen (BW). Hiervoor gelden andere regels voor het opheffen van de overeenkomst, omdat de Maatschappelijke Opvang valt onder de centrumgemeente-constructie vanuit het Rijk
en voor Beschermd Wonen geldt dat lokale gemeenten verantwoordelijk worden o.b.v. de doordecentralisatie en – op termijn – iedere gemeente zelf middelen vanuit het rijk ontvangt zodra de Wet Woonplaatsbeginsel BW wordt ingevoerd.
Partij CDA: 1. MO en BW zijn wettelijke taken. Op welke wijze wordt er binnen de deelnemers afgesproken hoe het aantal opvangplaatsen en de soort van de opvangplaatsen verdeeld worden binnen de gemeenten? ➢ Verdeling gaat vaak gepaard met vraag en aanbod. Als er bijvoorbeeld in een gemeente veel vraag is naar de opvang van daklozen, ligt het voor de hand dat een dergelijke opvang op voorhand in deze gemeente wordt georganiseerd en dat de omliggende gemeenten hiervan (meer incidenteel) gebruik kunnen maken. 2. Is het bepalen van de locatie voor bepaalde opvangplekken ook gemandateerd aan de centrumgemeente of ligt deze besluitvorming bij de individuele gemeenten? ➢ Zie antwoord op vraag 4 van VVD 3. Indien er opvanglocaties binnen onze gemeente komen, wordt de raad hier dan over geïnformeerd en ligt de besluitvorming (deels) bij de raad? ➢ Uiteraard wordt u hierover geïnformeerd. Besluitvorming (deels) bij de raad is afhankelijk van de specifieke situatie. Zie hierover ook het antwoord op vraag 4 van VVD.