B16b - Principeakkoord Provincie H2XP Woensdrecht (a)
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Gemeente Woensdrecht Postbus 24 4630 AA HOOGERHEIDE
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Verbeterde versie: Leidingstraat 11 (LBV-plus en waterstofproductie) Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
Geacht college,
C2337915/5940760 Uw kenmerk
Al enige tijd zijn wij met uw gemeente en betrokken partijen in overleg over de wijziging van de functie van de varkenshouderij aan de Leidingstraat 11 gelegen in landelijk gebied, westelijk van Woensdrecht. Dhr. Bastiaansen (varkenshouder) gevestigd aan de Leidingstraat 11 is voornemens gebruik te maken van de LBV-plus regeling. In samenhang daarmee wenst hij zijn agrarische bouwblok aan te wenden voor een nieuwe niet-agrarische functie in de vorm van waterstofproductie. Hiervoor is dhr. Bastiaansen een samenwerkingsverband aangegaan met Energie XP. LBV-plus regeling Om in aanmerking te komen voor de landelijke subsidieregeling LBV-plus is dhr. Bastiaansen gehouden om vóór 16 juli 2024 zijn handtekening te zetten onder de beschikking. Dit betekent dat hij binnen één jaar een procedure moet starten voor het wijzigen van de functie op zijn perceel, zijn stallen moet slopen en aan de overige voorwaarden van deze regeling moet voldoen. Omdat de beoogde ontwikkeling een bijzondere VAB-ontwikkeling betreft en omdat dhr. Bastiaansen wat zekerheid zoekt voor deelname aan deze regeling is ons gevraagd, om een principe-uitspraak te doen over de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
Bevoegdheid In dit kader is van belang erop te wijzen, dat voor het ruimtelijke spoor de gemeente Woensdrecht het bevoegde gezag is en verantwoordelijk is voor de planologische afweging van het initiatief. Voor het milieu spoor is de provincie het bevoegde gezag, omdat de beoogde nieuwe functie van waterstofproductie een IPPC-installatie betreft. Omdat het uiteraard essentieel is dat de waterstofproductie vanuit het milieuspoor vergunbaar blijkt, vóórdat het ruimtelijke spoor wordt doorlopen vindt nauwe afstemming plaats met de
Contactpersoon
G.C. (Gaby) Toenbreker Telefoon
(06) 52 79 42 05 Email
gtoenbreker@brabant.nl Bijlage(n)
-
Omgevingsdienst. In dit schrijven wijzen wij er nadrukkelijk op, dat wij nog geen uitspraken kunnen doen onder welke voorwaarden deze functie vergunbaar is.
Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
C2337915/5940760
Hieronder wordt eerst inhoudelijk ingegaan op de voorgenomen ontwikkelingen in relatie tot ons provinciaal beleid (Omgevingsverordening) en vervolgens ingegaan op de procedurele aspecten. Inhoudelijk In de eerste plaats merken wij op, dat wij dit als een bijzondere VABontwikkeling zien waarbij er een unieke kans ligt om duurzame opgaven in dit gebied met elkaar te combineren. Wel zien wij, dat de VABontwikkeling op onderdelen ‘schuurt’ met de regelgeving voor VABontwikkelingen in de Omgevingsverordening en zien we enkele procedurele bezwaren. Hieronder gaan we daar nader op in. Uitgangspunt van de LBV-plus regeling is, dat de alle stallen in gebruik voor de veehouderij moeten zijn gesloopt, het houden van een veehouderij moet worden uitgesloten en 15 % van de vergunde stikstofruimte mag worden hergebruikt voor een nieuwe functie. VAB-beleid Ons VAB-beleid zoals vertaald in artikel 5.78 Omgevingsverordening (OV) is in principe van toepassing. Een niet-agrarische activiteit is mogelijk binnen een bestaand bouwperceel (vigerend agrarische bouwblok) onder de daarin gestelde voorwaarden.
Moet passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting - De activiteit specifiek wordt bestemd (qua functie/activiteit en milieucategorie) en qua maatvoering wordt afgebakend en op de langere termijn passend is, - De bedrijfsactiviteit kleinschalig is, past binnen een gemengde omgeving waarbij het niet doelmatig is deze op een bedrijventerrein te vestigen. Ontwikkelingsrichting Basisprincipe, is dat de ontwikkeling moet passen binnen de door de gemeente gewenste ontwikkelingsrichting van dit gebied. Van belang is erop te wijzen dat uit de Omgevingsvisie van uw gemeente volgt, dat dit als een agrarisch poldergebied (De Polders) wordt aangemerkt, waarbij de openheid geborgd moet blijven, verstening moet worden beperkt en bijgedragen moet worden aan een circulaire landbouw. Indien de gemeente voornemens is, om mee te werken aan dit initiatief zal zij daarom, in haar ruimtelijke onderbouwing nádrukkelijk in moeten gaan op het gemeentelijke beleid en dus op de vraag hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het beleid in de Omgevingsvisie voor dit gebied.
2/8
Daarbij adviseren wij nader afstemming te plegen met de regio (Omgevingsdialoog) en de provincie Zeeland. Wij zijn overigens van oordeel, dat deze ontwikkeling goed kan bijdragen aan de energietransitie, vanwege de directe nabijheid van bestaande zonne- en windparken in de omgeving. Bovendien is de ligging van deze VAB-locatie direct aan de Leidingstraat uniek. Het betekent wél dat het karakter van dit gebied in toenemende mate gaat veranderen naar een zgn. Energielandschap. Nogmaals wijzen wij erop dat het van belang is, dat uw gemeente hier uitspraak over doet over het gebiedsgerichte beleid.
Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
C2337915/5940760
Passende omvang Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de nieuwe gebruiksactiviteit qua omvang wordt afgebakend en ook op de langere termijn past binnen de ontwikkelingsrichting. De vestiging is bedoeld voor bedrijfsmatige activiteiten die passen in een gemengde omgeving en die geen onevenredige hinder naar de omgeving veroorzaken. Oók dit onderdeel vraagt nader aandacht, waarbij een sterke relatie met de beoogde ontwikkelrichting gelegd moet worden. Daarbij is namelijk niet alleen het ruimtebeslag bepalend, maar óók het feit dat het hier om een industriële activiteit (milieu-categorie 4) gaat en deze functie gevolgen heeft voor de ontwikkeling van dit gebied. In principe horen dergelijke industriële activiteiten thuis op een bedrijventerrein. De mogelijke veiligheids- en (milieu) en verkeerseffecten op de omgeving moeten nader in beeld gebracht worden. Daarbij gaat het tevens om de vraag of het reëel is dat de waterstofproductie in dit gebied mogelijk zal gaan toenemen, de relatie tussen vraag en aanbod en op termijn deze functie mogelijk niet meer zal passen in dit gebied. Dit moet onderbouwd worden. In dit verband realiseren wij ons dat dit om een unieke VAB-ontwikkeling gaat, omdat er meerdere gunstige aspecten met elkaar verenigd worden en tot méérwaardecreatie gekomen kan worden.
Hierbij benoemen wij: - De ligging van deze VAB-locatie aan de Leidingstraat - De ligging in de nabijheid hernieuwbare energieproductie (wind en zon) - De kans om net-congestie te verminderen - De kans om tot aanzienlijke stikstofreductie te komen (sanering varkens) - De mogelijke kans om restwarmte en of lozingswater her te gebruiken Het betekent dat wij in principe positief staan tegenover de voorgenomen ontwikkeling.
3/8
Woning Bij de presentaties en tot dusver gevoerde ambtelijke overleggen over het initiatief waterstofproductie, blijkt dat de agrarische bedrijfswoning en akkerbouwstal géén onderdeel uitmaken van de plannen voor waterstofproductie en dus van het aangegeven besluitvak bij de BoPa. Dhr. Bastiaansen stelt in feite een groot deel van zijn agrarische bouwblok ter beschikking aan Energie XP om de waterstofproductie mogelijk te maken. Tot dusver is ons niet duidelijk geworden of en zo ja welke (bedrijfsmatige) rol de familie Bastiaansen gaat vervullen bij de nieuwe functie van waterstofproductie en of vanuit die hoedanigheid handhaving van de bedrijfswoning bij de nieuwe functie noodzakelijk is. Indien die rol er niet is leidt handhaving van de woning, in feite tot planologische (af)splitsing van dit bedrijfsperceel, hetgeen niet past binnen onze regels met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik op grond van artikel 5.8 lid 1 onder sub e. OV, omdat het leidt tot nieuwvestiging en praktisch ook evenmin wenselijk is. Enerzijds is het de vraag of handhaving van de woning naast de waterstofproductie wenselijk is vanuit de zorg en verantwoordelijkheid voor het borgen van een ‘goed, gezond en veilig leefklimaat’, basisprincipe artikel 5.7 Omgevingsverordening. Deze planologische afweging staat lós van de beoordeling voor het milieuspoor voor vergunningverlening.
Anderzijds stuit handhaving van de woning in de toekomst mogelijk op praktische problemen, als deze woning deel uit maakt van de toekomstige bedrijfsbestemming, levert dit een grote beperking op voor de eventuele verkoopbaarheid. Een en ander is wel van de eigendomsconstructie die familie Bastiaansen en EnergieXP samen kiezen.
Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
C2337915/5940760
Hieronder gaan we nader in op de procedurele consequenties voor dit initiatief en daarbij ook op de gevolgen van de woning. Kwaliteitsverbetering van het landschap Als sluitpost bij de onderbouwing wijzen wij er ten overvloede op dat elke ruimtelijke ontwikkeling in landelijk gebied gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap, volgens artikel 5.11 OV. Hiervoor gelden regionale afspraken welke zijn vastgelegd in de handreiking Kwaliteitsverbetering landschap West-Brabant. Dit onderdeel moet nog nader worden uitgewerkt. Samenvattend inhoudelijk, wijzen wij erop dat artikel 5.78 OV een goede onderbouwing vraagt op de onderdelen: ontwikkelingsrichting en passendheid (omvang en effecten in relatie tot milieu-categorie) en kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 5.11 OV). Indien deze aspecten goed worden onderbouwd zien wij mogelijkheden.
4/8
Wij zien wij hier namelijk een unieke kans gelet op de ligging aan de Leidingstraat, directe nabijheid van groen opgewekte energie (wind en zon), terugdringing van stikstof in nabijheid van Natura 2000 gebied en mogelijk hergebruik van reststromen zoals lozingswater en restwarmte. Dit laatste onderdeel vragen wij nader te onderzoeken en te onderbouwen, voor de méérwaarde van de ontwikkeling. Tevens vragen wij de kans op precedentwerking en daarmee ook de uniekheid in de onderbouwing toe te lichten. Bovendien vragen wij met nádruk een planologische afweging te maken over positie van de (bedrijfs)woning met in achtneming van bovengenoemde overwegingen.
Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
C2337915/5940760
Procedureel Namens gemeente is aangevoerd, dat deze ontwikkeling via een buitenplanse omgevingsvergunning mogelijk zal worden gemaakt. Zoals hierboven al aangestipt heeft deze optie juridische consequenties, mede in relatie tot de aanduiding veehouderij, de achterblijvende bedrijfswoning en omgevingskwaliteit. Wij dringen wij er daarom nádrukkelijk op aan zo spoedig mogelijk een wijziging van tijdelijk Omgevingsplan voor dit plangebied in procedure te brengen, waarbij bovengenoemde aspecten nadrukkelijk aandacht krijgen en planologisch worden vertaald. Indien gemeente alsnog en vooruitlopend op het Omgevingsplan een BoPa in procedure wil brengen wijzen wij op het volgende. Buitenplanse omgevingsvergunning (BoPa) De beoogde omgevingsvergunning ziet op de bouw- en gebruiksactiviteit waterstofproductie, welke in afwijking van de vigerende agrarische bedrijfsbestemming met functie-aanduiding veehouderij wordt mogelijk gemaakt. Met een BoPa wijzigt de onderliggende agrarische bedrijfsbestemming (inclusief bedrijfswoning) met functieaanduiding veehouderij niet. Om in aanmerking te komen voor subsidieregeling LBV-plus, moet de aanduiding veehouderrij geschrapt worden. Daarvoor zal sowieso een wijziging van het tijdelijk Omgevingsplan gemaakt moeten worden.
Wijzing Tam omgevingsverordening-regelwijziging (artikel 5.76) Omdat veel gemeenten praktisch gezien, nog niet zover zijn dat zij een omgevingsplanprocedure kunnen doorlopen is dit probleem ondervangen. Op 31 mei j.l. is een ontwerp-wijziging Omgevingsverordening in procedure gebracht. Deze wijziging voorziet o.a. in verruiming van voorbeschermingsregels voor saneringslocaties,
5/8
waar gebruik gemaakt wordt van de subsidieregeling LBV-plus in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze voorbeschermingsregels vervallen op het moment dat uw gemeente het omgevingsplan heeft vastgesteld conform de opgenomen instructieregels. Uw gemeente zal hiervoor wel een verzoek moeten indienen voor een aanduiding op de kaart Omgevingsverordening voor het adres Leidingstraat 11, zodat de voorbescherming op dit adres van toepassing is. Dus wij adviseren de gemeente een verzoek in te dienen voor een aanduiding op de kaart Omgevingsverordening als deze regelwijziging in werking treedt.
Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
C2337915/5940760
Bedrijfswoning Voor zover bekend is de heer Bastiaansen voornemens op de bedrijfslocatie te blijven wonen en zijn resterende akkerbouwactiviteiten op nabijgelegen gronden voort te zetten. Als de waterstofproductie als niet-agrarische functie op het bouwperceel wordt vergund, blijft zoals hierboven aangegeven evengoed de agrarische bedrijfsbestemming met aanduiding veehouderij, inclusief de bedrijfswoning intact. Dit heeft juridisch-planologische consequenties, omdat de BoPa uiteindelijk planologisch vertaald moet worden in het Omgevingsplan is het van belang hier in de ruimtelijke onderbouwing inzicht in te geven. Omgevingsplan Bij het wijzigen van het tijdelijke omgevingsplan zal de functie-aanduiding veehouderij geschrapt moeten worden. Het is niet aannemelijk dat de resterende agrarische bedrijfsfunctie akkerbouw als nevenfunctie op dit adres náást de waterstofproductie (bedrijf in milieu-categorie 4.2) kan blijven bestaan. Met andere woorden, als de waterstofproductie naar alle waarschijnlijkheid de hoofdfunctie wordt op dit adres, is de vraag welke functie voor de achterblijvende akkerbouwtak en agrarische bedrijfswoning resteert. Voor zover bekend is vanuit de bedrijfsvoering waterstofproductie een bedrijfswoning ter plaatse in principe niet noodzakelijk.
Afsplitsing van de bedrijfswoning ten behoeve van een burgerwoning past niet binnen de provinciale regels van zorgvuldig ruimtegebruik en is beleidsmatig evenmin wenselijk. Samenvattend procedureel: vragen wij de gemeente te onderbouwen: - of de voormalige agrarische bedrijfswoning een functie vervult voor de beoogde nieuwe niet-agrarische functie waterstofproductie én zo ja aanvullend - of handhaving van de (bedrijfs)woning vanuit de milieu-aspecten en een goed- woon en leefklimaat haalbaar is. Als dit voldoende kan worden onderbouwd, zal de BoPa betrekking moete hebben op de functieverandering voor het gehele bouwblok, dus inclusief de woning en akkerbouwstal.
6/8
Als níet aan beide voorwaarden kan worden voldaan, kan in principe géén medewerking worden verleend aan dit initiatief via gebruikmaking van een BoPa, omdat de bedrijfswoning niet wordt wegbestemd met een BoPa en daarmee planologische afsplitsing van de (voormalige)bedrijfswoning op termijn wordt mogelijk gemaakt.
Datum
5 juli 2024 Ons kenmerk
C2337915/5940760
7/8