Agendabundel
Tekst van het document
Ingekomen op 21 april 2022 Reactie: 1. Windstil stelt dat nog onvoldoende sprake is van een richtinggevend kader. Het betreft een omgevingsvisie op een vrij hoog abstractieniveau en dat vertaalt zich volgens Windstil in een groot aantal tamelijk inhoudsloze algemeenheden. Iets waar je alle kanten mee op kunt. Windstil vraagt om aanvulling en verduidelijking van het ontwerp, meer concreet en minder abstract – inclusief een visie op windmolens. 2. Het thema ‘geluidsoverlast’ wordt niet benoemd op pagina 9 en 22 en dat wordt gezien als een onbegrijpelijke misser die moet worden aangepast en uitgewerkt. Windstil denkt daarbij aan het Antwerpse havengebied, de snelweg A4, windpark Kabeljauwbeek en het voorgenomen windpark ZE-BRA. Op pagina 23 staat dat in het beschermingsspoor in veel gevallen de wettelijke normen en richtlijnen worden gehanteerd. Ook dit moet volgens Windstil worden aangepast: de wettelijke normen en richtlijnen
3.
4.
5.
6.
7.
moeten in alle gevallen de minimum norm zijn die wordt toegepast en gehandhaafd! Verder wordt op pagina 23 een concrete situatie benoemd: geluidsoverlast en luchtvervuiling vanuit de haven van Antwerpen. Hier zou geluidsoverlast van windmolens en de A4 aan moeten worden toegevoegd. Windstil vraagt om paragraaf 4.2.3 te herschrijven volgens de volgende aanbevelingen en in overeenstemming te brengen met de intenties van het coalitieakkoord: Gesteld wordt dat er in de duurzaamheidsvisie (uit 2017) afspraken zijn gemaakt hoe Woensdrecht sneller dan de nationale doelstelling voor 2050 CO2-neutraal kan worden. In de genoemde duurzaamheidsvisie staat alleen wat de gemeentelijke doelstelling is - overigens zonder duidelijke definitie van wat ‘CO2-neutraal’ of ‘energie-neutraal’ betekent. In tegenstelling tot de ‘versnelde doelstelling’ staat in het nieuwe coalitieakkoord voor de periode 2022-2026 juist: “Woensdrecht wil op termijn energie- en klimaatneutraal zijn, we volgen daarin het landelijke tempo. We bepalen in een nieuw uitvoeringsprogramma duurzaamheid de ambitie tot 2026.” Windstil geeft aan dat de duurzaamheidsvisie achterhaald is en verwijst naar het Coalitieakkoord: “Woensdrecht op weg naar een duurzame gemeente: o Woensdrecht wil op termijn energie- en klimaatneutraal zijn, we volgen daarin het landelijke tempo. o We stellen de Warmtevisie vast.
o We bepalen in een nieuw uitvoeringsprogramma duurzaamheid de ambitie tot 2026. o We maken afspraken binnen een nieuwe Regionale Energiestrategie over het tempo en de ambitie. o Duurzaam zijn betekent ook dat we klimaatadaptief gaan denken en daarnaar handelen in de ontwikkeling en uitvoering van plannen. o We zetten in op verduurzaming van de bestaande woningen. o We leggen het accent op meer ‘Zon op het dak’. o We zijn voor duurzame energieopwekking. We willen er, met uitzondering op de Vliegbasis Woensdrecht, buiten de vergunde initiatieven geen extra zonneparken bij in deze bestuursperiode. o Dat geldt ook voor windmolens. We kunnen dat niet garanderen. De druk op het snel realiseren van alternatieve vormen van energieopwekking is door de energiecrisis zo groot dat medewerking door Rijk of provincie aan ons kan worden opgelegd.” De tekst op pagina 24 is niet in overeenstemming met het coalitieakkoord: De mogelijkheid voor nieuwe zonneparken in het buitengebied op agrarische gronden wordt nadrukkelijk opengelaten. Zie ook pagina 32. Windmolens worden in het geheel niet genoemd. Hier moet een duidelijke uitspraak over komen. Windstil vraagt om de vage formulering “als zich nieuwe mogelijkheden voor hernieuwbare energiebronnen aandienen, die voor Woensdrecht kansrijk zijn, zullen we de mogelijkheden verkennen om die te benutten” op pagina 24 te concretiseren.
Op de Brabantse Wal (paragraaf 4.3.2, pagina 29) worden zonnevelden nadrukkelijk uitgesloten, wat niet geldt voor ‘andere mogelijkheden voor opwekking van energie’. Bovenaan pagina 30 staat vervolgens een cryptische omschrijving: “Ter compensatie van ontwikkelingen in de Brabantse Wal kan op de daarvoor aangewezen plekken een bijdrage worden geleverd aan de opwekking van alternatieve energie.” Windstil vraagt om dit uit te leggen. Windstil geeft aan dat de regels voor participatie moeten worden verduidelijkt en vastgelegd om de belangen van inwoners daadwerkelijk en effectief te borgen en hen bij voorgenomen nieuwe initiatieven te betrekken. De ‘spelregels’ zijn te vaag en onvoldoende omdat er te veel aan de initiatiefnemers wordt overgelaten. Windstil verzoekt om de bepaling over het afkopen van harde verplichtingen “Mocht het initiatief daar niet of onvoldoende in voorzien, dan kan de extra kwaliteitsimpuls ook door middel van een bijdrage in bijvoorbeeld een fonds worden gedaan.” te schrappen. Op pagina 37 wordt uitgelegd dat het omgevingsplan de opvolger is van het bestemmingsplan. Dit is een belangrijke verandering omdat hierin naast gemeentelijke verordeningen ook specifieke milieuregels
8.
9.
opgenomen worden. In paragraaf 5.4.3 staat daarover een vage omschrijving die volgens Windstil nader dient te worden uitgewerkt: “…de kwaliteiten die in de omgevingsvisie zijn benoemd worden in het omgevingsplan veiliggesteld door daar regels aan te verbinden.” Er wordt gerefereerd aan mogelijke verbodsbepalingen of voorwaarden waar ontwikkelingen aan moeten voldoen om vergund te worden. Wat volgens Windstil nader moet worden verduidelijkt en vastgelegd is: • hoe deze voorwaarden zullen worden ingevuld, • wat het proces hiervoor is, • hoe de inwoners en belanghebbenden hierbij proactief worden betrokken, • welke instantie hierover het laatste woord heeft, en • hoe de handhaving is voorzien. In paragraaf 5.4.4 staat beschreven dat een omgevingsvergunning op twee manieren kan worden verleend. Terecht wordt vastgesteld dat in afwijking van het omgevingsplan de omgevingsvisie een cruciale rol speel. Gesteld wordt dat een omgevingsvergunning wordt verleend als wordt bijgedragen, dan wel geen afbreuk wordt gedaan aan ‘de koers uit de omgevingsvisie’. In het geval van een omgevingsvisie met een bewust gekozen ‘hoog abstractieniveau’ is er erg veel ruimte voor de gemeente om hier tamelijk willekeuring een eigen interpretatie aan te geven en daarmee dus ook om ‘eigen regels’ te stellen.
Windstil vindt deze onduidelijkheid ongewenst en vraagt daarom het idee van een ‘hoog abstractieniveau’ te verlaten en in plaats daarvan tot een omgevingsvisie met concretere invulling te komen. Hierover kan dan ook een zinvol inhoudelijk debat worden gevoerd. Windstil geeft aan dat van een aantal documenten met het college en de raad moet worden besproken of deze nog wel actueel en volledig zijn: • Toekomstvisie Woensdrecht 2035 (dateert uit 2015 en sindsdien is het een en ander veranderd) • Duurzaamheidsvisie 2017-2035 (dateert uit 2017 en is in het kader van het voorgenomen windpark ZEBRA bekritiseerd) • Uitnodigingskader zonne-energie (dateert uit 2019) • Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant (dateert uit 2014)
Beantwoording: 1. Wij hebben er bewust voor gekozen een omgevingsvisie op een vrij hoog abstractieniveau op te stellen. Wij beogen hiermee een visie die zowel uitnodigend is en tegelijkertijd duidelijk is over wat waar kan (en wat niet). 2. Geluidsoverlast is een voorbeeld van een schadelijke invloed (pagina 9). Op pagina 22 zijn enkele voorbeelden uitgeschreven, waaronder geluidsoverlast. Met “in veel gevallen” bedoelen we “minimaal”. Wij zullen dit aanpassen. Ook zullen wij op pagina 23 ‘geluidsoverlast van windmolens en de A4’ toevoegen als voorbeeld van een concrete situatie. 3. Wij zullen de teksten over duurzaamheid actualiseren op basis van het nieuwe coalitieakkoord, waarin is opgenomen dat er geen medewerking wordt verleend aan windenergieprojecten. 4. Hiermee worden vormen van duurzame energie bedoeld, niet zijnde zonneparken of windenergie. 5. In de spelregels is aangegeven dat wij het belangrijk vinden dat het initiatief voldoende breed wordt gedragen. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan deze aspecten is in beginsel aan de initiatiefnemer. Wij beoordelen uiteindelijk of hieraan voldoende is voldaan en sprake is van voldoende draagvlak. 6. Wij hebben er bewust voor gekozen een omgevingsvisie op een vrij hoog abstractieniveau op te stellen. Wij beogen hiermee een visie die zowel uitnodigend is en tegelijkertijd duidelijk is over wat waar kan (en wat niet).
Initiatieven moeten bijdragen aan de doelen van de visie en mogen daar geen afbreuk aan doen. Verdere detaillering volgt zo nodig via uitwerkingen en programma’s. Deze opzet biedt inderdaad iets meer flexibiliteit en beleidsvrijheid, maar wel binnen de opgestelde spelregels. U mag van de gemeente verwachten dat zij zich aan deze spelregels houdt. Andersom wordt dat ook van initiatiefnemers verwacht. Bovendien hebben belanghebbenden bij het opstellen van het omgevingsplan of omgevingsvergunningen
7. 8.
9.
inspraakmogelijkheden en rechtsbescherming voor besluiten. Deze omgevingsvisie is alleen bindend voor de gemeente. Dit zijn zaken die in het Omgevingsplan worden uitgewerkt. Uitgangspunt is dat een meerwaarde binnen het project wordt gerealiseerd. Wij kunnen ons voorstellen dat er situaties zijn waarin het niet mogelijk is om de beoogde meerwaarde binnen het project te realiseren. In dat geval vragen wij een bijdrage om de kwaliteitsverbetering op een andere plek (bij voorkeur in de directe omgeving) te kunnen realiseren. Wij bewaken dat de financiële bijdrage ook daadwerkelijk wordt besteed om deze meerwaarde te creëren. Ook het gekozen abstractieniveau is een bewuste keuze. In de omgevingsvisie bepalen we de koers op hoofdlijnen en geven we aan welde doelen we willen bereiken. De manier waarop we die doelen willen bereiken, is onderwerp van gesprek met de initiatiefnemer. Dit geeft de nodige flexibiliteit. Een meer concrete invulling leidt tot een omgevingsvisie die inflexibel is en snel verouderd. Concretere invullingen kunnen plaats vinden door onderwerpen of thema’s nader uit te werken als daar behoefte aan bestaat. Of verdere invulling te geven via programma’s of het omgevingsplan. De hoofdlijnen uit de Toekomstvisie zijn nog steeds actueel, maar wordt in deze coalitieperiode wel herzien.
Met deze Omgevingsvisie is voortgeborduurd op de toekomstvisie en zijn actuele thema’s toegevoegd. Wij zullen de passages over de duurzaamheidsvisie en het uitnodigingskader zonne-energie actualiseren op basis van de uitspraken in het coalitieakkoord. Als actualisering van het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering wordt overwogen, gebeurt dat op regionaal niveau.
Conclusie: De zienswijzen 2 en 3 geven aanleiding tot een aantal wijzigingen in de Omgevingsvisie. De overige zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Ingekomen 21 april 2022 Reactie: De Woningstichting verzoekt om de locatie Anjerstraat 28 in Putte onderdeel te laten vormen van het deelgebied ‘Sterke dorpen’ in plaats van ‘Brabantse Wal’, omdat daarmee de toekomstige herontwikkeling van de locatie niet op voorhand onmogelijk wordt gemaakt. De locatie is in bezit van de Woningstichting en is bedrijfsmatig in gebruik geweest als boomkwekerij. Op het westelijk deel van de locatie Anjerstraat 28 is bedrijfsbebouwing aanwezig. De locatie vormt een onmisbaar onderdeel in het plan tot het voorzien in de toenemende vraag naar sociale woningbouw. Zowel voor gemeente als woningcorporatie is herontwikkeling van de locatie daardoor van groot belang. Het plan is reeds voorzien in het strategisch woningvoorraadbeleid van de woonstichting en past binnen de woonvisie van de gemeente. Uit de interim-omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het gebied is aangemerkt als mogelijke stedelijke ontwikkeling. Bij de herontwikkeling moet uiteraard voldoende aandacht uitgaan naar de landschappelijke inpassing van de te realiseren woningen. Dit kan op een zodanige wijze, dat de belangen van natuurwaarden van de Brabantse Wal niet worden geschaad. Beantwoording: De gemeente heeft er voor gekozen om geen nieuwe stedelijke gebieden waaronder potentiële woningbouwlocaties op de visiekaart aan te wijzen.
Het beleid in de omgevingsvisie is erop gericht om verdere verstening van het buitengebied zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit is geen absoluut verbod, maar de ontwikkeling moet wel bijdragen aan de doelen van de omgevingsvisie. Wel zal bij mogelijke initiatieven die bouwen in het buitengebied voorstaan, eerst gekeken worden naar alternatieven. Als blijkt dat er geen reële alternatieven voorhanden zijn, is bouwen in het buitengebied niet uitgesloten.
Wel zal er dan een tegenprestatie worden gevraagd waarmee de effecten op het landschap en mogelijk andere aspecten zoveel mogelijk worden beperkt en dat door de tegenprestatie ook een meerwaarde voor het gebied ontstaat. De door de Woningstichting aangegeven locatie ligt op de ‘Brabantse Wal’. Hier wordt, aansluitend aan de kernen woningbouw niet op voorhand uitgesloten. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.
Ingekomen 2 mei 2022 Reactie: De ZLTO-afdeling Woensdrecht heeft zienswijzen die betrekking hebben op verschillende deelgebieden. De Polders: 1. Circulaire landbouw en natuurinclusieve landbouw worden meerdere keren als doel benoemd. De gemeente geeft aan dat zij de landbouw als belangrijke economische pijler in Woensdrecht wil behouden en versterken en geeft daarbij aan in te zetten op een transformatie naar duurzame- en circulaire landbouw. ZLTO vraagt de gemeente dit toe te lichten. 2. In het ontwerp staat dat voor de landbouw criteria zullen worden opgenomen om begrippen als circulairen duurzaam toetsbaar te maken. Voor stoppende bedrijven wordt ingezet op criteria die bijdragen aan kwaliteitswinst. Er is landelijk en provinciaal een traject van extensivering van de veehouderij ingezet. Hoe gaat de gemeente de beschikbaarheid van grond hier voor faciliteren met de extra gronddruk die zij zelf creëert door doelstellingen? 3. Binnen de Polders biedt de gemeente ruimte voor ontwikkeling van recreatief medegebruik. Met het oog op de primaire agrarische functie van ‘De Polders’ wenst de ZLTO-afdeling Woensdrecht hier kleinschalige recreatie en dat recreatieve activiteiten niet belemmerend werken voor de primair agrarische activiteiten. 4. De gemeente stelt dat men onnodige verstening van het landschap in de ‘Polders’ wil voorkomen.
ZLTO geeft aan dat voor behoud van een vitale agrarische sector mogelijkheid voor uitbreiding van agrarische bebouwing nodig is. 5. Aanleg van zonnevelden op agrarische gronden vormt een verstoring van de agrarische structuur. Dit terwijl de gronddruk al enorm hoog is door de verplichtingen waar de sector mee te maken heeft zoals de extensivering. ZLTO Woensdrecht is tegen zonnevelden met impact op de agrarische structuur en vraagt de gemeente de zonneladder goed toe te passen en dergelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk tegen te gaan. Het verdient volgens ZLTO aandacht om eerst de andere mogelijkheden voor productie van herwinbare energie te verkennen. 6. ZLTO vindt het realistisch dat de gemeente in ‘De Polders’ inzet op de realisatie van de al geplande ecologische verbindingszones. Echter, verdere versteviging van het NatuurNetwerk vindt ZLTO in dit primair agrarische gebied niet verantwoord en vraagt de gemeente hier terughoudend mee om te gaan. 7. De gemeente geeft in het ontwerp aan dat ze stuurt op klimaatbestendige- en natuurinclusieve nieuw- en herbouw. Wat verstaat de gemeente onder natuurinclusieve nieuw- en herbouw? 8. De gemeente stelt dat ontwikkelingen moeten bijdragen aan een vergroting van de verkeersveiligheid. ZLTO vindt het redelijk om te stellen dat nieuwe ontwikkelingen geen verslechtering van de verkeersveiligheid tot gevolg mogen hebben.
Het stellen dat ontwikkelingen bij moeten dragen aan een vergroting van de verkeersveiligheid vindt ZLTO onredelijk. Geeft de huidige situatie aanleiding tot dergelijke maatregelen? Brabantse Wal
9.
De gemeente geeft aan dat agrarische enclaves en -bedrijven bijdragen aan het karakteristieke landschap van de Brabantse Wal en stelt dat intensieve vormen van landbouw een bedreiging vormen voor de natuur. De gemeente geeft met die reden in de enclaves alleen ruimte voor die vormen van landbouw die geen negatieve gevolgen voor de natuurwaarden hebben en richt zich op circulaire- en natuurinclusieve landbouw. ZLTO vindt dat te ver gaan. Oorspronkelijk ging het hier om het beschermen van de landschappelijke waarden. Wat verstaat de gemeente onder ‘intensief’? Als alleen natuurinclusieve en circulaire land- en tuinbouw mogelijk is dan ontstaat er een groot probleem voor de aanwezige agrarische bedrijven. ZLTO vraagt de gemeente er voor te waken niet de van oorsprong voor de Brabantse Wal zo kenmerkende tuinbouw die bijdraagt aan het cultuurlandschap daar uitsluit. Dit gaat volgens ZLTO een gigantisch probleem vormen voor de gevestigde bedrijven met ook de gevolgen voor de uitstraling van de Brabantse Wal. Daarnaast is eventuele verplaatsing van de bedrijven volgens ZLTO een groot knelpunt aangezien er al een grote druk op beschikbaarheid van grond is.
Kunnen op de Brabantse Wal asperge- en aardbeienteelt in de toekomst nog plaats vinden? ZLTO vraagt de gemeente bij zorgen over verdroging, gerichte voorwaarden te stellen op het vlak van hydrologie, en geen voorwaarden te stellen in het brede spectrum. 10. Teeltsystemen zoals bepaalde teeltondersteunende voorzieningen (TOV) en kassen die horen bij de intensievere tuinbouwsectoren kunnen een bijdrage leveren aan circulariteit en het beperken van impact op de hydrologie van het omliggende landschap. In de praktijk zijn bepaalde teeltondersteunende voorzieningen mogelijk zonder dat het effect heeft op de waterhuishouding. De provincie Brabant erkent dit en geeft in haar vigerende Interim Omgevingsverordening en vastgestelde Omgevingsverordening ruimere mogelijkheden voor ontwikkeling van solitaire kassen, teeltondersteunende kassen en TOV. In gebieden met Groen Blauwe waarden soms op basis van een maatwerk afweging. ZLTO vraagt om deze optie op te nemen in het omgevingsplan en gaan hierover graag het gesprek met de gemeente aan. 11. De gemeente geeft in de ontwerp omgevingsvisie aan dat verplaatsing van het militaire oefenterrein naar de Koude Heide in de toekomst onderwerp van gesprek kan zijn. De Koude Heide is een landbouwenclave. Een verplaatsing van het oefenterrein zorgt voor knelpunten voor de daar gevestigde agrarische bedrijven en extra druk op de agrarische grondmarkt.
ZLTO vraagt de gemeente daar zorgvuldig mee om te gaan. 12. Momenteel zijn veel recreatiewoningen in gebruik als huisvesting voor internationale werknemers en permanente bewoning. De gemeente geeft in het ontwerp aan dat om de kwaliteit van verblijfsrecreatieve terreinen te verbeteren en de problematiek van permanente bewoning en huisvesting van internationale werknemers aan te pakken, er een nieuw evenwicht nodig is. De agrarische sector ziet op dit moment geen knelpunt. Als de gemeente een andere invulling wil voor de huisvesting van internationale werknemers dan wil ZLTO tijdig het gesprek met de gemeente aangaan zodat samen gekeken kan worden naar een passende invulling. Bedrijven en maintenance 13. Groei van de werkgelegenheid voor de inwoners van Woensdrecht betekent ook voorzien in voldoende huisvesting en overige voorzieningen voor werknemers. U geeft aan dat u met name voor de huisvesting van internationale werknemers aandacht heeft. We gaan graag met u in gesprek over deze opgave. Beantwoording: 1. Het nader definiëren van begrippen natuurinclusieve- en circulaire landbouw gebeurt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan. 2. ZLTO stelt dat extensivering van de veehouderij leidt tot extra gronddruk en dat die gronddruk door de gemeente wordt gecreëerd door eigen doelstellingen ten aanzien van circulaire- en duurzame landbouw.
Deze doelstellingen zijn echter gericht op de noodzakelijke transitie die vanuit de sector zelf zal moeten worden opgepakt. De gemeente wil deze transitie faciliteren. Bij de opstelling van het omgevingsplan zal samen met de sector worden gekeken naar de mogelijkheden en toetsbare randvoorwaarden. Overigens wordt een deel van genoemde gronddruk gecompenseerd door de langjarige trend dat het
3.
4.
5.
6.
7. 8.
aantal agrariërs afneemt en de gronden van stoppende agrariërs in bezit komen van overblijvende agrariërs. De landbouw is in ‘De Polders’ de grootste grondgebruiker. De polders lenen zich prima voor recreatief medegebruik, zoals wandelen en fietsen. Uitbreiding van het routenetwerk ligt voor de hand. Maar ook het mogelijk maken van (kleinschalige) recreatieve accommodaties in vrijkomende agrarische bebouwing, zien wij als mogelijkheden. Voor alle initiatieven geldt dat deze rekening moeten houden met hun omgeving. We hebben in de visie aangegeven dat behoud van het karakteristieke weidse polderlandschap betekent dat we terughoudend omgaan met nieuwe bebouwing. Nieuwe bouwkavels zijn niet nodig. Bestaande bouwkavels kunnen worden uitgebreid als dat nodig is voor de omschakeling naar circulaire landbouwbedrijven. In het uitnodigingskader zonne-energie is vastgesteld dat er zo’n 230 hectare aan zonnepanelen moet worden gerealiseerd om in 2035 in de eigen gemeentelijke energiebehoefte te kunnen voorzien. Inmiddels is in het coalitieakkoord afgesproken dat er met uitzondering op de Vliegbasis Woensdrecht, buiten de vergunde initiatieven geen extra zonneparken bijkomen in deze bestuursperiode. Er komen geen zonnevelden met impact op de agrarische structuur. Wij zullen de tekst met betrekking op zonnevelden actualiseren op basis van de uitspraken in het coalitieakkoord.
We streven naar versteviging van het NatuurNetwerk. Daar waar mogelijk en noodzakelijk wordt de aanwezige natuur uitgebreid. In De Polders gaat het vooralsnog om de al geplande verbindingen. Voor de polders heeft de gemeente geen aanvullende natuurambitie, maar we sluiten nieuwe noodzakelijke verbindingen niet op voorhand uit. Bij nieuwe initiatieven gaan wij uit van natuurinclusieve nieuw- en herbouw. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met biodiversiteit en klimaatadaptatie. In het gehele buitengebied maakt landbouwverkeer gebruik van wegen die relatief smal zijn. Er kan niet worden voorkomen dat landbouwverkeer ook gebruik maakt van wegen in de kernen. Landbouwverkeer in de kernen leidt tot onveiligheidsgevoelens. Bij het realiseren van nieuwe routestructuren, betrekken we nadrukkelijk de verkeersveiligheid, die in het geding kan zijn bij vermenging van recreatieverkeer en landbouwverkeer. Bij nieuwe agrarische ontwikkelingen vragen wij om in het plan bij te dragen aan een vergroting van de verkeersveiligheid of op zijn minst geen verslechtering van de bestaande situatie.
Brabantse Wal De huidige rechten van agrarische ondernemers worden gerespecteerd. Door verschillende duurzaamheidsvraagstukken (stikstofproblematiek, dierenwelzijn en andere milieuvraagstukken) moet de moderne landbouw zich transformeren naar circulaire vormen van landbouw. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als deze niet ten koste gaan van de natuurdoelen en een extra impuls geven aan de gebiedskwaliteiten van de Brabantse wal. Wij willen deze verduurzaming faciliteren. 10. De gemeente ondersteunt de gedachte van circulariteitbevorderende maatregelen op het boerenbedrijf. Dit is echter niet alleen een afweging tussen landbouw en duurzaamheid. Ook andere belangen worden door de gemeente meegenomen in deze afweging. Met name biodiversiteit en landschappelijke kwaliteiten zullen op de Brabantse wal moeten worden meegewogen. Het regelen hiervan is inderdaad, zoals reclamant al aangeeft, voorbehouden aan het omgevingsplan. De gemeente gaat hierover graag te zijner tijd in gesprek met reclamant. 11. Als een mogelijke verplaatsing aan de orde is, zullen deze belangen breed afgewogen worden. Behoud van landbouwgrond is een van de factoren die daarin meegewogen zal worden. 12. De gemeente heeft aandacht voor de huisvesting van arbeidsmigranten, maar wil ook het recreatief gebruik laten groeien, binnen de capaciteit van de huidige verblijfsrecreatieve terreinen.
Uitbreiding van bestaande terreinen is niet gewenst vanwege het (beperkte) draagvlak van het gebied. Dit vraagt om andere huisvesting voor arbeidsmigranten waarbij behoud van voldoende mogelijkheden uitgangspunt is. Wij betrekken u uiteraard bij dit huisvestingsvraagstuk. 13. De gemeente heeft specifiek aandacht voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Wij betrekken u uiteraard bij dit huisvestingsvraagstuk. 9.
Conclusie: De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van zienswijze 5 aangepast. Met betrekking tot de overige zienswijzen behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing
Ingekomen 4 mei 2022 Reactie: Het college van burgemeester en schepenen heeft kennis genomen van het ontwerp “Omgevingsvisie Woensdrecht”. De omgevingsvisie is een richtinggevend instrument. In de visie zijn een kaart en matrix opgenomen die helder uiteenzetten welke ambities er zijn binnen het gebied en welke voorwaarden en criteria daarbij gesteld zijn. Het ontwerp “Omgevingsvisie Woensdrecht” grenst aan het Stabroeks grondgebied, met name de zone “Bescherming, versterking en ontwikkeling natuur- (primair) en landschapswaarden en recreatie”. Beantwoording: Wij bedanken de gemeente voor haar kennisname. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.
Ingekomen 25 april 2022 Reactie: Reclamant stelt dat er te weinig woningen worden gebouwd en dat er een tekort is aan woningen, zo ook in Ossendrecht. Situationeel voor de gemeente Woensdrecht is sprake van een extra stijging van de woningbehoefte, waarbij met name behoefte is aan starters- en seniorenwoningen. De extra stijging komt doordat de afgelopen jaren veel Belgen een woning hebben gekocht in de gemeente Woensdrecht. Reclamant verzoekt gemeente om het gebied op de hoek Hagelend - Moleneind in Ossendrecht te wijzigen van deelgebied De Polders, naar deelgebied Sterke dorpen. Hiermee behoudt dit gebied volgens reclamant de mogelijkheid om op basis van uitnodigingsplanologie in de toekomst een rol te vervullen in de volkshuisvestelijke opgave van Woensdrecht en het versterken van het Sterke dorp Ossendrecht. Reclamant ziet weinig mogelijkheden voor herstructurering in de kern en geeft aan dat die locaties meer in aanmerking komen voor appartementen. De beoogde uitbreiding kan invulling geven aan de behoefte aan grondgebonden koopwoningen. In geval van een nieuwe ontwikkeling in dit gebied blijft het uitgangspunt dat dit moet passen in het landschap, bijdragen aan biodiversiteit en recreatieve routenetwerken versterken.
Ook moet onnodige ‘verstening’ worden voorkomen, zal er ruimte zijn voor duurzame energieopwekking en moet dit bijdragen aan een gezonde woon- en leefomgeving. Beantwoording: De gemeente heeft er voor gekozen om geen nieuwe stedelijke gebieden waaronder potentiële woningbouwlocaties op de visiekaart aan te wijzen. Het beleid in de omgevingsvisie is erop gericht om verdere verstening van het buitengebied zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit is geen absoluut verbod, maar de ontwikkeling moet wel bijdragen aan de doelen van de omgevingsvisie. Bij mogelijke initiatieven die bouwen in het buitengebied voorstaan, zal eerst gekeken worden naar alternatieven. Als blijkt dat er geen reële
alternatieven voorhanden zijn, is bouwen in het buitengebied niet uitgesloten. De gemeente moet voldoen aan de instructieregels die in de omgevingsverordening zijn vastgelegd. Daarin staat nadrukkelijk dat buiten het stedelijk gebied en buiten de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, geen ruimte is voor een woonfunctie. De door reclamant aangegeven locatie ligt dan niet het meest voor de hand. Het initiatief ligt in ‘De Polders’. De gemeente wil het karakteristieke weidse polderlandschap behouden en ‘verstening’ voorkomen. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.
Ingekomen 4 mei 2022 Reactie: Reclamant geeft aan binnenkort te komen met een initiatief om een stuk landbouwgrond aan de Heidebaan met een oppervlakte van 4,3 hectare aan te passen, zodat de gebiedskwaliteit hierdoor verbetert zoals beschreven in de omgevingsvisie op paraaf 4.3.2. Reclamant hoopt dat dit dan meegenomen gaat worden in de zienswijze. Uit de bijlage valt op te maken dat reclamant Tiny Houses ziet als onderdeel van het initiatief. Beantwoording: Paragraaf 4.3.2 gaat over de Brabantse Wal. Het initiatief ligt in ‘De Polders’. De gemeente wil het karakteristieke weidse polderlandschap behouden en ‘verstening’ voorkomen. Dit is geen absoluut verbod, maar de ontwikkeling moet wel bijdragen aan de doelen van de omgevingsvisie. Wel zal bij mogelijke initiatieven die bouwen in het buitengebied voorstaan, eerst gekeken worden naar alternatieven. Als blijkt dat er geen reële alternatieven voorhanden zijn, is bouwen in het buitengebied niet uitgesloten. De gemeente moet voldoen aan de instructieregels die in de omgevingsverordening van de provincie zijn vastgelegd. Daarin staat nadrukkelijk dat buiten het stedelijk gebied en buiten de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, geen ruimte is voor een woonfunctie. De door reclamant aangegeven locatie ligt dan niet het meest voor de hand. Het initiatief ligt in ‘De Polders’ en grenst niet aan een woonkern.
Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.
Ingekomen 3 mei 2022 Reactie: Reclamant schetst het bedrijf van Maatschap Hendrickx, een vollegronds groenteteeltbedrijf aan het Moleneind in Ossendrecht. Zowel de goede productiegronden en de betekenis van het bedrijf voor de lokale werkgelegenheid worden daarbij benadrukt. Reclamant heeft twee bezwaren tegen de omgevingsvisie: 1. Reclamant maakt bezwaar tegen het feit dat de mogelijke verplaatsing van het militair terrein naar de Koude Heide in de toekomst onderwerp van gesprek kan zijn. Reclamant heeft daar 40% van haar gronden liggen. Die zijn niet alleen nodig voor de bedrijfsvoering. Het betreft kwalitatief erg goede grond; 2. Reclamant is van mening dat het belang van de agrarische sector in de omgevingsvisie nauwelijks onderkend wordt. Er wordt vooral gesproken in termen als transitie, stoppende bedrijven en vrijkomende bebouwing en het gebruik van gronden voor de energieopgave. Reclamant voelt zich onvoldoende gesteund om nog generaties lang op duurzame wijze gezond voedsel te produceren.
Beantwoording: 1. Met betrekking tot een mogelijke verplaatsing van het militair terrein naar de Koude Heide spelen 2 overwegingen: a. De formulering luidt: verplaatsing naar de Koude Heide kan in de toekomst onderwerp van gesprek zijn. Dat betekent dat het niet vaststaat dat dit gesprek gevoerd wordt. En als het gevoerd wordt, zullen alle belangen opnieuw moeten worden afgewogen binnen de context van de koers voor de Brabantse wal: behoud, toekomstbestendig maken en versterken van natuur staat voorop. Voor de landbouwenclaves streven we circulaire en natuur inclusieve landbouw na; b. Mocht de belangenafweging toch leiden tot verplaatsing van het militair terrein naar de Koude Heide, dan dienen de huidige eigenaren volledig schadeloos gesteld te worden. IN het geval van reclamant kan dat zowel een financiële schadeloosstelling betekenen, maar ook dat gezocht wordt naar alternatieve landbouwgronden. Wij zien daarom geen aanleiding deze passage in de omgevingsvisie anders te formuleren. 2. In de omgevingsvisie is wel degelijk ruimte voor landbouw; landbouw van de toekomst die circulair is. Dat is ook de beleidsrichting waarvoor op Europees en Rijksniveau voor wordt gekozen. Deze transitie zal de nodige jaren in beslag nemen. In Woensdrecht geldt dit met name voor de polders, het gebied waar de moderne toekomstbestendige landbouw volop kansen heeft.
Daarnaast is Woensdrecht ‘gezegend’ met een groot areaal aan natuurgebieden op de Brabantse wal. Hier is de koers ingegeven door de natuurwaarden van het gebied. Andere functies kunnen voort bestaan binnen de context van het versterken (en het op zijn minst niet laten verslechteren-) van die natuurwaarden. Dat er daarnaast trends waarneembaar zijn die leiden tot stoppende agrariërs met als gevolg vrijkomende bebouwing, is een ontwikkeling waar de gemeente haar ogen niet voor kan en wil sluiten. Om die reden worden deze trends benoemd en wordt er beleid voor geformuleerd. Wij zien dan ook geen aanleiding de omgevingsvisie op dit punt aan te passen. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.
Naast ingediende zienswijzen, zijn er ook nog enkele wijzigingen doorgevoerd die voortkomen uit gewijzigde inzichten of onvolkomenheden. 1. Rijksvastgoedbedrijf Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een zienswijze ingediend buiten de periode dat zienswijzen formeel konden worden ingediend. De zienswijze is daarom niet ontvankelijk. Toch heeft de gemeente de zienswijze beoordeeld en die elementen die goed passen bij het gemeentelijk beleid, overgenomen. 1.
2. 3.
4.
5. 6. 7.
Verzoek om de geldende bescherming van de vliegactiviteiten ook te benoemen als toetsingskader voor nieuwe activiteiten en op te nemen in de matrix (obstakelbeheergebieden zoals funnel, ILS en IHCS, de Ke-contour en de radarverstoringsgebieden). Onder Veiligheid ook de luchtverkeerveiligheid opnemen en de munitiezonering. Weliswaar zijn Defensie en het RVB met u en de andere terrein beherende organisaties in gesprek om te kijken of het oefenterrein mogelijk kan worden verplaatst naar een ander gebied, het is echter nog te vroeg om de Koude Heide exclusief te benoemen als potentiële nieuwe locatie. Ik vraag u dan ook om de Koude Heide enkel als een voorbeeld van een mogelijke locatie te benoemen. Daarnaast monitort Defensie ook de ecologische waarden op enkele oefenterreinen en op basis hiervan menen wij te kunnen stellen dat juist de aanwezigheid van Defensie ook vaak ecologische voordelen heeft. Ik verzoek u hier rekening mee te houden in uw belangenafweging. Overigens ga ik ervan uit dat naast de Ossendrechtse Heide ook Oefenterrein De Woensdrechtse Heide gehandhaafd mag blijven. Verzoek om op de visiekaart “Versterking Businesspark Aviolanda” aan te passen in “Versterking aircraft en maintenance bedrijvencluster”.
Tevens verzoek om LC Huijbergen, de politieacademie Ossendrecht en de Koningin Wilhelminakazerne een meer passende omschrijving te geven, zoals ook “Bedrijven en maintenance”.
Beantwoording 1. Dit wordt in het omgevingsplan geregeld. De zienswijze is ongegrond 2. De tekstsuggestie zal in de omgevingsvisie onder veiligheid worden verwerkt. 3. De omgevingsvisie geeft het gemeentelijk beleid weer. De voorkeur van de gemeente betreft de koude heide, vandaar dat dit in de tekst is weergegeven. De zienswijze is op dit punt ongegrond. 4. De gemeente is het eens met reclamant. De omgevingsvisie behoeft op dit punt echter geen aanpassing; 5. De gemeente is het eens met reclamant. De omgevingsvisie behoeft op dit punt echter geen aanpassing; 6. De gemeente is het eens met reclamant, de visiekaart wordt op dit punt aangepast.. 7. De locaties vallen in het deelgebied Brabantse wal. Binnen dit deelgebied worden nieuwe ontwikkelingen beoordeeld aan de hand van de doelen die voor dit deelgebied gelden. Een andere omschrijving past niet bij het abstractieniveau dat we hier hanteren. Conclusie Naar aanleiding van deze wijziging behoeft de omgevingsvisie aanpassing voor wat betreft de punten 2 en 6.
2. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Ingekomen 6 december 2021. Dit is geen zienswijze, maar een eerdere ambtelijke reactie. Daarom reageren wij hier op als ware het een ambtelijke wijziging. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant schetst haar visie over een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Daarbij onderscheiden zij verschillende thema’s. Daarnaast schetsen ze de rol van de veiligheidsregio. Reclamant onderscheidt daarbij een viertal kernwaarden en ontwerpprincipes. Bij de uitwerking van bepaalde thema’s verzoekt reclamant rekening te houden met deze kernwaarden en ontwerpprincipes. Op twee onderwerpen wordt specifiek ingegaan: 1. Energietransitie, die betrekking heeft op een zestal thema’s. Bij de uitwerking van genoemde thema’s wordt de Veiligheidsregio graag betrokken in een vroeg stadium; 2. Omgevingsveiligheid. Dit onderwerp is grotendeels geborgd in wet- en regelgeving, maar leidt ook tot keuzes in omgevingsplannen. De Veiligheidsregio wil hierin proactief meedenken. Tot slot roept de Veiligheidsregio op tot actieve betrokkenheid in uitwerkingsplannen en dergelijke. Beantwoording: Onder dankzegging voor de reactie van de Veiligheidsregio past de houding om samen in een vroeg stadium na te denken over veiligheidsthema’s en de wijze hoe deze geborgd worden in omgevingsplannen, helemaal bij de werkwijze zoals de gemeente Woensdrecht die voor zich ziet.
Wij maken daarom graag gebruik van het aanbod van reclamant. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.
Bij het opstellen van een omgevingsvisie wordt (bijna) altijd de discussie gevoerd of hiervoor een planMER moet worden opgesteld. Dat zou het geval zijn als de omgevingsvisie ontwikkelingen mogelijk maakt zoals benoemd in het besluit m.e.r./Omgevingsbesluit. Omdat de omgevingsvisie een hoog abstractieniveau kent en geen hard toetsingskader is, is dat niet het geval. De omgevingsvisie hanteren we als gespreksleidraad. Juist omdat de actieve rol van de gemeente is beëindigd, is besloten geen planMER op te stellen voor de omgevingsvisie. Dat betekent overigens niet dat in het geheel niet is gekeken naar milieueffecten. Juist in de voorwaardelijke sfeer biedt de omgevingsvisie voldoende handvatten om ontwikkelingen die negatieve effecten hebben op de fysieke leefomgeving tegen te gaan. Conclusie Door dit relaas over de planMER wordt de omgevingsvisie niet aangepast, maar kan dit gezien worden als een verantwoording achteraf.
In dit hoofdstuk worden de concrete tekstvoorstellen (cursief) weergegeven die volgen uit de beantwoording van de zienswijzen.
De ondergrondse hoofdstructuur wordt toegevoegd aan de verbeelding. (naar aanleiding van zienswijze 6) In de legenda wordt ‘Versterking Businesspark Aviolanda’ gewijzigd in ‘Versterking aircraft en maintenance bedrijvencluster’. (naar aanleiding van ambtshalve wijziging 1)
Onder het thema ‘Duurzaamheid’ wordt toegevoegd, het subthema ‘bodem en water’ Waar ‘De Polders’ en ‘Duurzaamheid’ elkaar kruisen, wordt toegevoegd: Ontwikkelingen dragen bij aan een gezonde bodem en goede waterkwaliteit en -kwantiteit. (naar aanleiding van zienswijze 4, onder 2 en 7) Waar ‘grenzen en verbindingen’ en ‘Duurzaamheid’ elkaar kruisen, wordt toegevoegd: We benutten de mogelijkheden die de buisleidingenstraat biedt voor restwarmte (naar aanleiding van zienswijze 6)
4.1.2 Onder ‘overige functies’ wordt de tekst onder de tweede bullet verwijderd. Waterwinning voorziet in een belangrijke nutsfunctie. Een negatief effect hier-van is de verdroging van de Brabantse Wal. Hierover worden gesprekken ge-voerd in het kader van de klimaatdialoog.
(naar aanleiding van zienswijze 4, onder 6) 4.2.2. In de tekst bovenaan pagina 23, rechterkolom wordt de tekst ‘in veel gevallen’ vervangen door ‘minimaal’ (n.a.v. zienswijze 14) Op pagina 23, rechterkolom 2e alinea wordt in zijn geheel vervangen door de volgende tekst: Concrete situaties op het gebied van gezondheid vragen specifieke aandacht: de geluidsproblematiek en de negatieve invloed van de luchtkwaliteit vanuit de haven van Antwerpen en geluidsoverlast van windmolens en de A4. (n.a.v. zienswijze 14) 4.2.3. De tekst op pagina 24, rechterkolom wordt in zijn geheel vervangen door onderstaande tekst. Op basis van de duurzaamheidsvisie hebben we het “Uitnodigingskader zonne-energie” opgesteld. In het coalitieakkoord 2022-2025 zijn uitspraken gedaan over wind- en zonne-energie die de duurzaamheidsvisie en het uitnodigingskader in nieuw perspectief plaatsen. Nog steeds geldt dat om in 2035 energieneutraal te kunnen zijn, de zon een belangrijke energiebron is. Andere duurzame energiebronnen, zoals geothermie, leveren te weinig op. In dat licht stimuleren we het benutten van daken voor de opstelling van zonnepanelen. Uit
onderzoek blijkt dat er – in aanvulling op het stimuleren van zon op dak – een aanzienlijke oppervlakte grondgebonden zonneparken nodig is om als gemeente energieneutraal te kunnen zijn. Voor het plaatsen van zonnepanelen hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: - Op daken (in de Sterke dorpen, Bedrijven en maintenance en de Polders) zijn er geen beperkingen, met uitzonderingen op daken van monumenten (daar is toetsing aan de monumentale waarde noodzakelijk). Het Besluit omgevings-recht maakt plaatsing op daken vergunningvrij mogelijk, met uitzondering van monumenten. - Grondgebonden zonne-opstellingen binnen het bebouwd gebied: o binnen bedrijfsterreinen; o op ongebruikte terreinen binnen bebouwd gebied - Binnen bouwvlakken in het buitengebied (de Polders) zijn kleinschalige opstellingen voor eigen gebruik mogelijk. - In het buitengebied (de Polders) buiten bouwvlakken en in natuurgebieden (Brabantse Wal) zijn zonneparken uitgesloten. Als zich nieuwe mogelijkheden voor hernieuwbare energiebronnen aandienen, die voor Woensdrecht kansrijk zijn, zullen we de mogelijkheden verkennen en benutten. Windenergie sluiten we in deze coalitieperiode uit. Het potentiele zoekgebied voor windenergie voor 20230 in Woensdrecht in combinatie met Zeeland, zoals in de RES is benoemd, wordt in deze coalitieperiode niet opgepakt. De gemeente sluit mestvergisters uit.
We maken regionale afspraken over de mogelijkheden voor duurzame herwinbare energie. Naast het stimuleren van zonne-energie zetten we in op isolatie van woningen en afbouw van gebruik van fossiele brandstoffen. Dat betekent dat we werk maken van aardgasloze woningen. (n.a.v. zienswijzen 6, 8, 9, 14 en 16) 4.2.4. Pagina 25, onder het kopje ‘wat is er aan de hand’ wordt de volgende bullet toegevoegd: de luchtverkeerveiligheid en de veiligheid met betrekking tot munitiezonering. (naar aanleiding van ambtshalve wijziging 1) 4.2.6. Aan het eind van pagina 27 nemen we de volgende zin op: Hierbij houden wij rekening en maken gebruik van de gemeenschappelijke aanpak in de regionale mobiliteitsagenda’s en regionale mobiliteitsprogramma’s. (naar aanleiding van zienswijze 9) 4.3.1. Pagina 28 onder het kopje ‘duurzaamheid’wordt de 2e bullet vervangen door: Zonneparken zijn mogelijk. Wij gaan hierbij uit van meervoudig ruimtegebruik. Wij leggen het accent op ‘Zon op het dak’. (n.a.v. zienswijze 14) 4.3.3. Op pagina 31 worden onder het kopje duurzaamheid’ een volgende 2 bullets toegevoegd: Bij nieuwe ontwikkelingen streven we naar vergroening en natuurinclusief bouwen.
Zonneparken zijn mogelijk op Vliegbasis Woensdrecht en op bedrijventerreinen. Wij leggen het accent op ‘Zon op het dak’. (n.a.v. zienswijze 14) 4.3.4. Op pagina 32 onder het kopje duurzaamheid wordt de laatste bullet vervangen door de volgende tekst:
Buiten de vergunde initiatieven worden geen extra zonneparken mogelijk gemaakt in De Polders. Wij leggen het accent op ‘Zon op het dak’. (n.a.v. zienswijzen 14 en 16)
1. Asselbergs & Klinkhamer Advocaten namens inspreker 1 (mevrouw J.J. Sommeling)
ak-advocaten.eu
Asselbergs & Klinkhamer Advocaten
lllilllllllillllilllll II lil
2022.15218 25/04/2022 College van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht Postbus 24 4630 AA Hoogerheide
Datum: Onderwerp: Kenmerk: E-mail:
20 april 2022 Inspraak ontwerp omgevingsvisie Woensdrecht [AK-222000330] asd(aak-advocaten.eu
Geachte heer/mevrouw,
Namens cliënte, mevrouw J.J. Sommeling, eigenaar van de zorg boerderij De Leemberg, gevestigd aan de Dorpsstraat 51 (4634 TN) te Woensdrecht, maak ik graag gebruik van de inspraakmo gelijkheid voor de ontwerp Omgevingsvisie Woensdrecht (de Omgevingsvisie).
Op 8 maart 2022 heeft uw college ingestemd met het ontwerp van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie ligt in ontwerp ter inzage vanaf 24 maart 2022 gedurende een periode van zes we ken. Cliënte maakt dan ook tijdig gebruik van deze inspraakmo gelijkheid. Dit licht zij hierna toe.
Initiatief van cliënte Cliënte is voornemens om een aanvraag in te dienen bij uw college inzake het aantal appartementen dat wordt gebruikt. Op het mo ment wordt gebruik gemaakt van zeven appartementen. Deze wooneenheden worden benut voor personen met een zorgvraag. De zorgvraag varieert van licht tot zwaar. Cliënte zou graag de doorstroom van haar cliënten willen bevor deren (van onder meer onzelfstandig naar zelfstandig). Daarom zou zij graag het aantal appartementen willen verhogen met vijf appartementen zodat sprake is van een totaal appartementen aan 12. Dit initiatief is besproken met uw gemeente. Tijdens dat over leg is besproken in hoeverre het initiatief van cliënte past in de Omgevingsvisie (die nu werking krijgt onder de rechtsfiguur van een structuurvisie). Aan cliënte is medegedeeld dat haar initiatief niet zou passen onder de functie 'Polders'. Afwijkingen zouden im mers onder deze functie niet zijn toegestaan. Los van de vraag of die stelling helemaal opgaat (omdat ook onder de Omgevingswet al dan niet via een buitenplanse
Correspondentieadres: Postbus 301 I 4870 AH Etten-Leur
Bezoekadres: Bredaseweg 161 | 4872 LA Etten-Leur
Asselbergs & Klinkhamer Advocaten is de handelsnaam van Asselbergs & Klinkhamer BV | KvK 20143631
Op de dienstverlening van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten zijn de algemene voorwaarden van toepassing zoals gepubliceerd op: www-ak-advocaten.eu/algemene-voorwaarden/
info(aak-advocaten.eu +31 076 - 502 20 80
Asselbergs & Klinkhamer Advocaten
omgevingsactiviteit afwijkingen van het omgevingspian mogelijk zijn) verzoekt cliënte u om in overweging te nemen om de functie van haar perceel onder te brengen onder de functie 'Sterke Dor pen'. Met de functie Polders wordt geen recht gedaan aan de hui dige situatie en met name de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van het perceel. Dat kan als volgt worden uitgelegd.
Perceel dient de koers functie 'Sterke dorpen'
In de Omgevingsvisie is een kaart opgenomen. Uitsnede van deze kaart is aan deze brief toegevoegd:
Het perceel van cliënte wordt aangemerkt als de functie 'Pol ders.' Opmerkelijk is alleen dat de doelstellingen die gelden bij deze functie niet overeenkomen met de aard van de Zorgboer derij Leemberg (de zorgboerderij) en met de eerder verleende omgevingsvergunning voor strijdig gebruik met het bestem mingsplan. Cliënte vraagt zich ook af of deze bestemmingsplanwijziging van 'Agrarisch' naar 'Recreatie' is meegenomen bij de indeling van het perceel. Cliënte is van mening dat de wijze waarop het perceel in gebruik wordt genomen (namelijk van recreatie) beter past onder de functie 'Sterke dorpen' dan de functie 'Polders'. Deze functie ziet op (excellent) wonen waarin de hoge kwaliteit van het dorpse le ven in de groene omgeving voorop staat. Hierbij is de verbete ring en instandhouding van de ruimtelijke kwaliteit van de woonen leefomgeving van belang. Ook wordt de woningvoorraad zo wel kwantitatief als kwalitatief afgestemd op de behoefte. Bo venal is volgens de Omgevingsvisie deze functie gericht op behoud/versterking van de sociale cohesie en goed bereikbare voorzieningen. Dit zijn doelstellingen die met de zorgboerderij
2
AsselbergsSc ’ klinkhamer' Advocaten
van cliënte worden behaald.
Sterker nog, deze aspecten komen 1-op-l overeen met de situa tie van cliënte. Met zorgboerderij wordt het mogelijk om in een open weids landschep zorg te bieden aan personen met een zorgvraag. De ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet bij de beant woording aan deze zorgvraag. De naam zegt het al, de zorgboer derij, kan met de boerderijdieren en het dorpse karakter de zorgvragers van de juiste zorg voorzien. Een stedelijke omgeving is voor deze doelgroep niet passend. In een samenleving met een groeiende vraag naar zorg en naar maatwerk is deze locatie niet alleen geschikt, maar beantwoordt het ook aan de (behoefte aan diverse) woningvoorraad. Bovendien betreft het een locatie waarbij het kleinschalig ka rakter van de zorgboerderij voorop staat. Daarmee wordt de so ciale cohesie gewaarborgd. De kleinschalige manier van wonen en het zorgaanbod maakt het mogelijk om de onderlinge banden te verstevigen alsook de binding met het dorpse leven en de kin derboerderij te waarborgen. Tot slot komt cliënte met het initia tief tegemoet aan de vraag naar meer zorgvoorzieningen. Het gaat derhalve niet alleen om een kwalitatieve behoefte waaraan wordt voldaan, maar ook aan de kwantitatieve behoefte wordt voldaan. Uit deze punten blijkt dus dat het initiatief van cliënte volkomen past onder de functie 'Sterke dorpen'.
Dat de functie 'Polders' niet passend is, blijkt tevens uit de koers en de doelstellingen die in de Omgevingsvisie onder deze functie zijn benoemd. Deze functie ziet namelijk op het behoud van ka rakteristieke open polderlandschappen. Een belangrijke (econo mische) pijler is behoud en versterking van de landbouw. Dat is een kenmerk dat niet past bij het huidige gebruik alsook het nieuwe initiatief van cliënte. Onder deze functie 'Polders' wordt ruimte gebonden voor nieuwe functies die aan de polderland schap bijdragen en de circulaire landbouw niet hindert. Dat rijmt niet met het huidige gebruik van een zorgboerderij. Uit deze be schrijving blijkt dan ook dat de functie 'Polders' in tegenstelling tot de functie 'Sterke dorpen' niet in overeenstemming is met de aard en het gebruik van het perceel van cliënte. Het is daarom onbegrijpelijk dat dit perceel onder de functie 'Pol ders' komt te vallen. Uiteraard geldt voor uw college ook bij een omgevingsvisie dat er beleidsvrijheid is. Echter wordt dit ook on der de Omgevingswet begrensd, in zoverre dat het recht moet doen aan een goede omgevingskwaliteit. Cliënte is van mening dat het in acht nemen van het huidige gebruik daar onderdeel
3
I
* -Iéé.
AsselbergsS Klinkhamer Advocaten
van is. Gelet op de beschrijving van de zorgboerderij meent zij dat hier meer sprake is van een gebruik van een perceel dat passend is onder de functie 'Sterke dorpen'. Om die reden is cli ënte van mening dat bij het perceel van de zorgboerderij de functie 'Sterke dorpen' dient te zijn en niet de 'Polders'. Zorgboerderij staat in teken van gezonde fysieke leefom geving In het verlengde kan worden gesteld dat de zorgboerderij gericht is op bevordering van gezondheid. In de Omgevingsvisie is aan gegeven dat aanvullend op het gebruikelijke beleid van de woonen leefomgeving het aspect gezondheid wordt betrokken bij de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Daarin leest cliënte dat de gemeente Woensdrecht de doelstellingen van de Omgevingswet hoog in het vaandel heeft staan, te weten de veilige en gezonde fysieke leefomgeving en de goede omgevingskwaliteit.
Dat is zeker aan te moedigen. De zorgboerderij is ook bij uitstek een manier om een bijdrage te leveren aan het lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn van de zorgvragers. In die zin kan de zorgboerderij en de toekomstige initiatieven van cli ënte worden begrepen als een uitwerking van de doelstellingen die de Omgevingswet vooropstelt. Het is daarom wenselijk dat een dergelijk initiatief van cliënte - ook met de inwerkingtreding van de Omgevingswet - de ruimte en de mogelijkheden krijgt om dit te realiseren. Cliënte acht het daarom van belang dat de functie die het perceel nu krijgt binnen de Omgevingsvisie ook passend is. Vandaar dat ook op dit punt uw college in overwe ging wordt gegeven om de functie 'Polders' te veranderen in de functie 'Sterke dorpen'.
Cliënte is bereid om hierover in contact te blijven met uw gerneente. ' Met vriendelijke groet, !
x-/ i V V Asliha^n Durmus Advocpat
V
1
4
K AsselberösSi’ Klinkhamer Advocaten
2. Benegora milieuvereniging
IIIIIIIIIIIII lilII lil Hl ll
2022.16381 03/05/2022
College gemeente Woensdrecht Huijbergseweg 3 4631 GC Hoogerheide.
MILIEUVERENIGING
p/a Nederheide 2 4634 TJ Woensdrecht 0164-613422 bertzwiers@kpnmail.nl
Woensdrecht, 29 april 2022
Betreft; Inspraak Ontwerp Omgevingsvisie Woensdrecht &
Geacht college,
Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Woensdrecht. Wij kunnen ons goeddeels vinden in het in de visie gestelde. Desalniettemin een enkel aandachtspunt.
• Om de visie te kunnen toetsen aan de sessies die als richting gevend element hebben plaatsgevonden en waaraan Benegora heeft deelgenomen zouden wij graag willen beschikken over het toegezegde verslag van met name de laatste bijeenkomst. Ondanks meerdere rappels per mail hebben wij nooit een verslag ontvangen. Wij zouden het graag alsnog ontvangen. • Hoewel de visie een hoog abstractieniveau kent stellen wij voor het aspect ‘gezondheid’ in de visie meer zwaarte te geven. De nabijheid van een groot (chemisch) industrieel complex en één van de drukste verkeersaders van Nederland hebben effect op het leefmilieu in onze gemeente. Zo is bijvoorbeeld recent de PFAS problematiek, vooral veroorzaakt door uitstoot van Indaver, 3M en lozing gemaal Bath, helaas ook in onze regio een reële bedreiging van de gezondheid. • Onze omgeving is ‘rijk’ aan geluid, en dit in de meest negatieve betekenis van het woord, veroorzaakt door verkeer, industrie en aanwezige en mogelijk nog te plaatsen windmolens. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat geluidsoverlast schade berokkent aan de gezondheid. Wij stellen voor om deze o.i. relevante opmerkingen t.a.v. gezondheid een plaats te geven binnen het document. Wij voegen hier nog graag aan toe dat Benegora de inspraak van de natuur- en milieuverenging NAMIRO volledig onderschrijft.
Wij verzoeken u deze als geïntegreerd onderdeel van onze inspraak te beschouwen.
Met vriendelijke groet. Milieuvereniging BENEGORA. »
Z
I
Jan Andriesi
'oorzitter
C.c: Gemeenteraad Woensdrfecht
1
BELGISCH ■ DERLANDS RENS VERLEG EGIO NTWERPEN KvK BREDA 40282935 REKENINGEN: NL10 RABO 0140 5852 73
College gemeente Woensdrecht Huijbergseweg 3 4631 GC Hoogerheide.
MILIEUVERENIGING
p/a Nederheide 2 4634 TJ Woensdrecht 0164-613422 bertzwiers@kpnmail. nl
Woensdrecht, 29 april 2022
Betreft; Inspraak Ontwerp Omgevingsvisie Woensdrecht k
Geacht college, Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Woensdrecht. Wij kunnen ons goeddeels vinden in het in de visie gestelde. Desalniettemin een enkel aandachtspunt. • Om de visie te kunnen toetsen aan de sessies die als richting gevend element hebben plaatsgevonden en waaraan Benegora heeft deelgenomen zouden wij graag willen beschikken over het toegezegde verslag van met name de laatste bijeenkomst. Ondanks meerdere rappels per mail hebben wij nooit een verslag ontvangen. Wij zouden het graag alsnog ontvangen. • Hoewel de visie een hoog abstractieniveau kent stellen wij voor het aspect ‘gezondheid’ in de visie meer zwaarte te geven. De nabijheid van een groot (chemisch) industrieel complex en één van de drukste verkeersaders van Nederland hebben effect op het leefmilieu in onze gemeente. Zo is bijvoorbeeld recent de PFAS problematiek, vooral veroorzaakt door uitstoot van Indaver, 3M en lozing gemaal Bath, helaas ook in onze regio een reële bedreiging van de gezondheid. • Onze omgeving is ‘rijk’ aan geluid, en dit in de meest negatieve betekenis van het woord, veroorzaakt door veleer, industrie en aanwezige en mogelijk nog te plaatsen windmolens. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat geluidsoverlast schade berokkent aan de gezondheid.
Wij stellen voor om deze o.i. relevante opmerkingen t.a.v. gezondheid een plaats te geven binnen het document. Wij voegen hier nog graag aan toe dat Benegora de inspraak van de natuur- en miiieuverenging NAMIRO volledig onderschrijft. Wij verzoeken u deze als geïntegreerd onderdeel van onze inspraak te beschouwen.
Met vriendelijke groet, Milieuvereniging BENEGORA, z
Jan Andriest
’oorzitter
C.c: Gemeenteraad Woensdrecht
1
F LGISCH OERLANDS RENS VERLEG EGIO NTWERPEN KvK BREDA; 40282935 REKENINGEN; NL10 RABO 0140 5852 73
3. Cumela, Brancheorganisatie voor groen, grond en infra
Cf cumela Brancheorganisatie voor groen, grond en infra
Gemeente Woensdrecht T.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 24 4630 AA Hoogerheide
Cumela Nederland Nijverheidsstraat 13 3861 RJ Nijkerk Postbus 1156 3860 BD Nijkerk T (033) 247 49 00 E info@cumela.nl I www.cumela.nl IBAN NL08 RABO 0364 2084 30 KvK 40477842 BTW NL0026.10.590.B01
Nijkerk, 2 mei 2022 Betreft
:
Inspraak ontwerp omgevingsvisie Woensdrecht
Per aangetekende post Per reguliere post
Geacht College, De afgelopen periode is het ontwerp van de Omgevingsvisie Woensdrecht opgesteld. Dit ontwerp doorloopt een zienswijze- en overlegprocedure voor de periode van zes weken, tot en met 5 mei 2022. Namens de cumelabedrijven (leden) van Cumela Nederland die in de gemeente Woensdrecht zijn gevestigd danwel werkzaam zijn, wordt een zienswijze ingediend in relatie tot de ontwerp omgevingsvisie. In deze zienswijze worden na de motivatie als belanghebbende, de activiteiten van de cumelasector en diens maatschappelijke uitdagingen nader toegelicht. Tot slot wordt ingegaan op enkele inhoudelijke thema's.
Belanghebbende Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. Dat doen zij als dienstverlener voor belangrijke opdrachtgevers als agrariërs, gemeenten, waterschappen, provincies, Rijkswaterstaat, bedrijven en natuurschappen. De werkzaamheden van cumelabedrijven bestaan onder andere uit (agrarisch) loonwerk, grondwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, mestaanwending, infrastructurele projecten, be- en verwerking van meststoffen, compostering en onderhoud van (openbare)groenvoorzieningen, natuurgebieden en oppervlaktewater. Eén van de kerntaken van Cumela Nederland is het behartigen van de belangen van de bedrijven in deze sector in de breedste zin van het woord. Namens onze leden die in de gemeente Woensdrecht zijn gevestigd wordt deze zienswijze ingediend. Binnen de gemeente Woensdrecht zijn deze bedrijven nagenoeg allemaal in het buitengebied en/of landelijk gebied van uw gemeente gevestigd. Deze bedrijven bieden een stabiele werkgelegenheid en dragen bij aan een sterk markteconomisch aandeel van het landelijk gebied. Deze ondernemingen 'bewerken' op enigerlei wijze, als cumelabedrijf in de vorm van verhuur of (onder)aanneming, op basis
0CUMELA van inschatting 80 - 85% van de gronden (landbouw, watergangen, natuur, infrastructuur, groen blauwe sector, stedelijk gebied etc.) binnen de gemeente. Cumela Nederland kan derhalve worden aangemerkt als belanghebbende. Om de belangen van en omgevingswaarden voor deze bedrijven in het buitengebied te beschermen is deze zienswijze ingediend.
Maatschappelijke uitdagingen en verantwoordelijkheden van de cumelasector De cumelasector speelt met haar dienstverlening een belangrijke rol bij veel maatschappelijke uitdagingen in het algemeen alsmede bij 'uitdagingen' welke u als gemeente ook grotendeels benoemd in onderhavige visie, waarvan de meeste direct of indirect een positieve bijdrage leveren aan: De verbetering van lucht- en water- en bodemkwaliteit; De verbetering van waterveiligheid; Ecologisch verantwoord beheer van de groene ruimte; Bestendigen van duurzame landbouw en voedselproductie; Het creëren van korte circulaire stromen waarbij minder afval ontstaat; Het verbeteren van de verkeersveiligheid; Het versnellen van de energietransitie; Het versterken van het landschap en natuur; Het behouden en versterken van werkgelegenheid en participatie in plattelandsgemeenten.
Hoe dragen cumelabedrijven bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en wat hebben ze daarvoor nodig Cumelabedrijven dragen bij aan deze maatschappelijke opgaven vanuit hun technologische kennis, hun natuurlijke drang om te innoveren en hun mentaliteit om altijd hard te willen werken en probleemoplossend bezig te zijn. Hieronder zijn de belangrijkste pijlers voor cumelabedrijven weergegeven.