A Bijlage 4. Archeologisch bureauonderzoek Bergsestraat.pdf
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK BERGSESTRAAT 10 TE HUIJBERGEN GEMEENTE WOENSDRECHT
Archeologisch onderzoek Bergsestraat 10 te Huijbergen Opdrachtgever
Bouwgroep De Nijs Soffers Postbus 183 4630 AD Hoogerheide
Rapportnummer
11500.002
Versienummer1
1
Datum
Vestiging
7 augustus 2020
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
Mevr. E.M. de Boo van Uijen, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. drs. A.J. Wullink
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
11500.002
Toponiem
Bergsestraat 10
Opdrachtgever
Bouwgroep De Nijs Soffers
Gemeente
Woensdrecht
Plaats
Huijbergen
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Huijbergen, sectie B, nr 1218 (ged.), 724, 725 en 749
Omvang plangebied
circa 1.195 m2
Kaartblad
49G (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 84.720 / Y: 383.223
Bevoegde overheid
Gemeente Woensdrecht Postbus 24 4630 AA Hoogerheide
Onderzoeksmelding ARCHIS3
4882384100
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerder
Econsultancy, Mevr. E.M. de Boo van Uijen, MSc
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bouwgroep De Nijs Soffers in juli en augustus 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Bergsestraat 10 te Huijbergen in de gemeente Woensdrecht. In het plangebied zullen nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Deze is laag voor het Paleolithicum en Mesolithicum door het ontbreken van een gradiëntzone en resten uit deze periodes binnen het onderzoeksgebied. De verwachting is middelhoog voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Het landschap was geschikt voor bewoning gedurende deze tijd, maar er zijn geen resten uit deze perioden aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast is er in de directe omgeving van het plangebied wel sprake van vernatting, getuige de veenvorming. In de Late-Middeleeuwen ontstaat Huijbergen en het plangebied ligt erg dicht bij het centrale punt van het dorp. Vanaf 1777 is er ook cartografisch bewijs dat het plangebied deel uitmaakt van de historische kern en dat het plangebied bebouwd is. Er is een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Conclusie Op basis van de beschikbare bouwdossiers is de bodem niet zodanig verstoord, dat er geen resten meer aanwezig kunnen zijn. De kans van aantreffen van archeologische resten blijft daarom hoog. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen.
Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Gezien de ligging van het plangebied in een historische kern is in dit stadium dit de meest geschikte onderzoeksmethode. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden na de bovengrondse sloop met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Woensdrecht). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen.
Rapport 11500.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 9 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 13
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 16
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 17 BRONNEN .......................................................................................................................................... 18
Rapport 11500.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de kaart van Adan Situering van het plangebied binnen de kaart van Ferraris Situering van het plangebied op de Kadastrale Minuut Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1938 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1943 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1961 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1968 Overzicht rijks- en gemeentemonumenten in het onderzoeksgebied
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus
Rapport 11500.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Bouwgroep De Nijs Soffers een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Bergsestraat 10 te Huijbergen in de gemeente Woensdrecht (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande supermarkt te amoveren en er 9 rijwoningen en een hofje te realiseren. De buitenwerkplaats van de brandweerkazerne wordt deels ingezet om een nieuwe doorsteek te creëren van het Canadaplein naar de Jeneverbes. Onderdeel van de plannen is ook Canadaplein 1, waar het bestaande gemeentehuis wordt herontwikkeld tot 13 appartementen en een supermarkt. Dit deel is in 2016 onderzocht door middel van een bureauonderzoek en is derhalve niet opgenomen in dit rapport.2 Het advies van dat bureauonderzoek, namelijk een begeleiding van de werkzaamheden, blijft staan. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992), de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006) en de Erfgoedwet (2016). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 0).
Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting en in relatie tot de geplande bodemverstoringen wordt geadviseerd of en in welke vorm vervolgonderzoek nodig is (hoofdstuk 3). Het bureauonderzoek is uitgevoerd in juli 2020 door mevr. E.M. de Boo van Uijen, MSc (KNAProspector). Het rapport is gecontroleerd door dhr. drs. A.J. Wullink (Senior KNA-Prospector).
2 Stiekema, 2016.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 1 van 19
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Woensdrecht; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
SIKB.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 2 van 19
2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 750 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 1.195 m2, ligt aan de Bergsestraat 10, in de kern van Huijbergen in de gemeente Woensdrecht (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld op circa 19,0 m NAP. Volgens de topografische kaart van Nederland, 49G (1:25.000), zijn de centrumcoördinaten van het plangebied X: 84.720 / Y: 383.223. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel bebouwd met een Coöp supermarkt (zie figuur 3). Rond de bebouwing is klinkerverharding aanwezig. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht.
Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Bebouwde kom Huijbergen, 1e herziening. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming waarde - archeologie. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 60 cm beneden maaiveld.5 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische waardenkaart en de bijbehorende beleidsnota. Volgens deze kaart (Figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. 6 Huidig milieuonderzoek Voortijdig aan het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 11500.001, in concept).
De aangetoonde verontreinigingen vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 5 Portaal voor Ruimtelijke Plannen. 6 Gemeente Woensdrecht, 2018.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 3 van 19
2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied zijn negen rijwoningen en een hofje gepland. Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie7
Formatie van Waalre met een dek van de Formatie van Boxtel; rivierzand en -klei met een zanddek (Wa1)
Geomorfologie8
Bebouwd (terrasafzettingswelvingen met dekzand of lage landduinen)
Bodemkunde9
Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21)
Grondwatertrap
VII
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied is gelegen in westelijk Noord-Brabant. Hier komen laatpliocene en vroegpleistocene afzettingen van de Formatie van Waalre dicht onder het maaiveld voor. Deze afzettingen bestaan uit fluviatiele kleien en fijne zanden, aangevoerd door voorlopers van de Rijn. De bovenste kleilaag van de Formatie van Waalre heeft een grote invloed op de waterhuishouding. Plaatselijk zijn deze kleien in het verleden gewonnen voor de productie van keramiek. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 – 10.000 jaar geleden) zijn op de afzettingen van de Formatie van Waalre lokaal-terrestrische afzettingen van de Formatie van Boxtel afgezet. Tijdens de koudste fase van het Weichselien, het Laat-Pleniglaciaal (26.000 – 13.000 jaar geleden) worden, door sneeuwsmeltwater en wind, nateolische zanden afgezet. Deze zanden staan ook welbekend als ten dele verspoelde dekzanden en Oude Dekzanden. Tijdens de koude fases van het Laat-Glaciaal (13.000 – 10.000 jaar geleden) zijn deze zanden lokaal gaan verstuiven en ontstonden dekzandruggen en kopjes (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel). Deze eolische afzettingen worden ook wel Jonge Dekzanden genoemd.
7
De Mulder et al., 2003. Wageningen Environmental Research, 2017. 9 Stichting voor Bodemkartering, 1982. 8
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 4 van 19
In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door de verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden wat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd. De stuifzanden, geomorfologisch aangeduid als lage landduinen, worden binnen de Formatie van Boxtel gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk.In het Holoceen hebben lokale beken zich ingesneden in het dekzand, veelal tot in de top van de bovenste kleilaag van de Formatie van Waalre. Hierdoor zijn relatief smalle beekdalen ontstaan met steile dalhellingen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Huijbergen bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt in een gebied met terrasafzettingswelvingen met dekzand of lage landduinen. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)10 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse.
Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt de Bergseweg op de overgang van een lager gebied in het westen naar een hoger gebied in het oosten (zie figuur 6). Ten oosten van het plangebied is een duinencomplex zichtbaar. Ten westen van het plangebied is een oude geul herkenbaar in de laagte. Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) komen in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden voor (zie figuur 7). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Boringen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken boringen gezet. Uit deze boringen blijkt dat er vanaf het maaiveld bruin, zwak humeus, zwak siltig matig fijn zand aanwezig is. Dit is in ieder geval 50 cm dik (de meeste boringen gaan niet dieper dan 50 cm onder maaiveld). Twee boringen zijn dieper gezet. In één boring wordt het zand langzaam lichter van kleur naar beneden toe.
Ook wordt het zand zeer fijn. Vanaf 2 m beneden maaiveld komt er grondwater voor en is het zand gereduceerd. In de tweede diepe boring komt het bruine zandpakket tot 130 cm onder maaiveld voor. Daaronder is licht beigegeel, zwak siltig zeer fijn zand aangetroffen. Het grondwater werd in deze boring op 1,80 m beneden maaiveld aangetroffen. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen 10
AHN.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 5 van 19
grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling11
Tabel II. Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Omdat het plangebied momenteel vrijwel geheel bebouwd is en de toekomstige bebouwing niet veel in omvang zal verschillen wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed/Vanwege deze diepe grondwaterstand is niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden.
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).12 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 750 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het provinciaal ‘belang aangeduid’. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt.
De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt in het cultuurhistorisch landschap de Brabantse wal.
11 12
Locher & De Bakker, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 6 van 19
De bijzondere aardkundige structuur van de Brabantse Wal bestaat uit een steilrand, een reeks paraboolduinen en het tussenliggende duingebied. De Brabantse wal was lang een hoge zandrug te midden van veenmoerassen, die ten westen, noorden en oosten van de rug lagen. Door veenwinning en afslag van de zee door overstromingen zijn de venen aan de west- en noordkant verdwenen. Later zijn hier de huidige zeekleigronden afgezet. Het veengebied ten oosten van de Wal is vrijwel geheel afgegraven ten behoeve van de turfwinning. De Brabantse wal is geomorfologisch zeer bijzonder vanwege het macrorelief. De steilrand is in het zuiden 20 meter hoog en wordt noordwaarts lager, 10 meter in Bergen op Zoom, 5 meter bij Halsteren. De paraboolduinenreeks in het oosten dateert uit de jongste ijstijd. In het "oog" van de duinbogen kwamen meren en venen voor. Kenmerkend voor de Brabantse Wal is de grote verscheidenheid aan bossen: parkbos, productiebos, doorgeschoten hakhout en dennenbossen om zandverstuivingen te fixeren. Veel van de bossen maken deel uit van landgoederen. Al in het begin van de 16e eeuw zijn landgoedbossen aangelegd (Wouwsche Plantage). De afwisseling aan bossen en lanen heeft geleid tot een kleinschaliger besloten landschap van steden, dorpen, landbouwgronden, landgoederen, plantages met loof- en naaldhout, vennen, woeste gronden met heidevelden en verstuivingen.
De natuur wordt gekenmerkt door soorten die afhankelijk zijn bos, water en het besloten landschap dat kenmerkend is voor de oude zandontginningen. Op de overgang naar de zeeklei liggen nederzettingen met oude akkercomplexen. Op de meer geleidelijke overgang van de Brabantse Wal naar het open agrarische landschap ten oosten daarvan wordt het landschap gekenmerkt door agrarische percelen omzoomd door bospercelen. Bijzonder voor de Brabantse Wal zijn de vestingsteden Bergen op Zoom en Steenbergen, de tussengelegen forten en de voormalige inundatieterreinen die samen deel uitmaken van de Zuiderwaterlinie. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied13 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied en het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie figuur 8).
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 14 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal zeven archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend), en een opgraving (zie bijlage 2 en figuur 8). Aansluitend aan het plangebied, in het zuiden, is in 2016 een bureauonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (Zaakid. 3997816100). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied in de 18e eeuw al deel uit maakte van de kern van Huijbergen. Er is daarom ook geen booronderzoek uitgevoerd op dit terrein. Op basis van de ligging op de Brabantse Wal en het ontbreken van resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum in de omgeving van het plangebied, is de verwachting hoog voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Er is geadviseerd om de werkzaamheden te laten begeleiden door een archeoloog. Op 260 meter ten westen van het plangebied is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de landschappelijke locatie en de bekende gegevens is er een lage verwachting opgesteld voor alle perioden. Uit het booronderzoek is gebleken dat er sprake is van hoge zwarte enkeerdgronden. Het bodemprofiel bleek in grote mate onverstoord. Op grond van de resulta13 14
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 7 van 19
ten van het IVO- verkennende fase door middel van boringen heeft Grontmij conform het advies van de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag geadviseerd het plangebied nader te onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische waarden middels een IVO- karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven. De adviseur van de bevoegde overheid onderschrijft dit advies niet en geeft aan dat het plangebied, op basis van de lage verwachting, vrijgegeven kan worden. Het booronderzoek met onderzoekmeldingsnummer 2172714100 is gelijktijdig uitgevoerd met voorgaand onderzoek, maar betreft een perceel verder westelijk gelegen, op 460 m van het huidige plangebied. Op basis van de lage archeologische verwachting en het ontbreken van een eerddek in het plangebied is er geen vervolgonderzoek geadviseerd. In 2002 is er op 500 m ten zuiden van het plangebied een booronderzoek uitgevoerd (onderzoeksmeldingsnummer 2139431100). Het betreft de locatie van het klooster Sainte Marie. Op basis van het bureau- en booronderzoek is er geadviseerd om in een deel van het plangebied nader onderzoek uit te voeren middels proefsleuven. Deze proefsleufonderzoeken zijn niet gemeld in archis, wel is er een opgraving uitgevoerd op het terrein van Sainte Marie (onderzoekmeldingsnummer 2125078100, 700 m ten zuiden van het plangebied). Het rapport van dit onderzoek kon niet achterhaald worden.
Op 700 m ten oosten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmeldingsnummer 2294660100). Tijdens het veldonderzoek zijn vijf boringen gezet met een edelman van 15 cm doorsnede en met een grid van circa 30 x 35 m. Er zijn echter geen archeologische waarden aangetroffen. De hoge en middelhoge archeologische verwachting voor het gebied kon bovendien naar beneden worden bijgesteld door de natte omstandigheden waarbij het plangebied niet gunstig was voor het gebruik voor landbouw en bewoning. Daarnaast gaan de plannen niet dieper dan de reeds verstoorde laag van circa 50 cm. Er wordt dan ook geen vervolgonderzoek geadviseerd. Tot slot is er in 2019 een booronderzoek aangemeld, dat op circa 700 m ten zuidwesten van het plangebied uitgevoerd zou worden. Dit onderzoek is nog niet afgemeld en er kunnen dan ook geen resultaten besproken worden. De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat de meeste onderzoeken niet leiden tot een vervolgonderzoek. Dit is met name op basis van de lage verwachting die wordt opgesteld. De ligging op een vlakte of laagte, met natte omstandigheden, heeft geen hoge verwachting. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied15 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd.
Binnen het onderzoeksgebied staat één vondstmelding geregistreerd (zie bijlage 3 en figuur 8). Op aanwijzen van dr. Van Loon is er in 1965 een veldkartering met enige boringen uitgevoerd op de locatie van een mogelijke dam. Er bleek geen dam, maar een natuurlijke zandkop te liggen. Aan het maaiveld werd middeleeuws puin aangetroffen. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn diverse rapporten van de archeologische onderzoeken in de omgeving geraadpleegd. Een korte samenvatting en de verwijzing naar deze rapporten is opgenomen in de paragraaf betreffende de eerder uitgevoerde onderzoeken. Het rapport over de opgra-
15
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 8 van 19
ving bij Sainte Marie is opgevraagd bij de heemkundevereniging, aangezien het archief vanwege Corona momenteel niet te bezoeken is. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Huijbergen In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 4. Onderstaande tekst is overgenomen uit BN/De Stem.16 Op 9 april 1264 gaf de Heer van Breda, de eigenaar van de woeste grond, het gebied uit aan ene Willem Bollard. Hij gaf daarbij de duidelijke opdracht er een nederzetting en een kerk te stichten. Gedurende vijf jaar kreeg Willem vergaande bevoegdheden in Huijbergen. De naam Bollard komen we in de 13e eeuw tegen in de buurt van het Stoppeldijk. In die tijd kocht een zekere Clais Bollard ook moeren, turfgronden, in de buurt van Roosendaal. Het is niet onmogelijk dat Willem uit ZeeuwsVlaanderen, toen het noorden van Vlaanderen, afkomstig was zoals zoveel moerkopers in die dagen.
Of met de Vlamingen van Bollard ook Zeeuwen meegekomen zijn, blijft gissen. In 1278, toen het contract van Bollard allang afgelopen was, gaf de Heer van Breda het gebied aan de Wilhelmieten. Dat was een contemplatieve kloosterorde met de vestigingen in Den Bosch en Biervliet. Schriftelijke bronnen doen verslag van een civiele procedure in 1349. In dat jaar bouwden de Wilhelmieten illegaal een hoeve op grond van de abdij van Tongerlo. Op die plek ligt nu het centrum van Huijbergen. De kloosterlingen zetten hun nederzetting heel planmatig op. In de beginperiode bestond Huijbergen uit veertien boerderijen binnen het halfronde duin waar het dorp nu nog ligt. Buiten het duin dat de kom omringt, kwam er nog een blok van dertien boerderijen bij het al door Bollard aangelegde blok van 8 hoeven. Geheel volgens de traditie van de 13e eeuw werd de grond verdeeld in stroken die twaalf maal zo lang waren als breed, met een oppervlakte van 15,5 ha. Dat waren de zogenaamde 'hoeven'. Wie Huijbergen bezoekt, kan de systematisch uitgezette agrarische structuur uit de Middeleeuwen nog op enkele plaatsen in het landschap herkennen. Bijvoorbeeld bij de Weverbeek, die de oostgrens van een blok hoeven vormde. En ook 'binnen het duin', in de omgeving van de Demerhoeve. De ruilverkaveling heeft echter heel veel doen verdwijnen. Eeuwenlang is Huijbergen grensgebied geweest.
Dat begon al met de ruzie tussen de Wilhelmieten en de abt van Tongerlo. Later is het conflict altijd blijven etteren omdat de grens van het Markizaat van Bergen op Zoom en het gebied van Tongerlo, uiteindelijk eigendom van de Hertog van Brabant, door het dorp liep. De grens zou een rechte lijn dwars over Huijbergen zijn, maar het uitzicht werd belemmerd door de zandheuvels.
16 Leenders, 1999.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 9 van 19
Eeuwenlang beheerste het klooster van Wilhelmieten het leven in Huijbergen. De kerk was er niet alleen religieus dominant, maar had ook wereldlijke macht als eigenaar van de grond. Het klooster kon je voor straf dwangarbeid opleggen. Daar hadden ze de Schoelieberg voor, de naam zegt het al: daar mocht het dorpsschoelje het land ontginnen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, tussen 1585 en 1595, raakte de streek van Huijbergen totaal ontvolkt. Zwervende bendes soldaten plunderden de boerderijen en veel bewoners zochten hun heil binnen de wallen van Bergen op Zoom. Toen ze terugkeerden, vonden ze slechts ingestorte en uitgebrande boerderijen en verwilderde landerijen. Ook de Wilhelmieten kwamen terug. Ze maakten haast met de wederopbouw. Pachtcontracten uit 1607 laten zien dat de pachter hun bedrijven moesten herstellen. Alles wat ooit onder de ploeg geweest was, moest opnieuw ontgonnen worden en de schaapskudde moest opnieuw opgebouwd worden. Na de Vrede van Munster in 1648 werd in StaatsBrabant het katholieke geloof onderdrukt. In dat verband kwam het goed uit dat de grens met de zuidelijke Spaanse Nederlanden, nu België, dwars door de kerk liep. Om die reden kon men de kerk openhouden voor de eredienst. Ook na het einde van de oorlog bleef het bij tijd en wijle onrustig. De monniken hielden het 569 jaar vol in Huijbergen. De laatste verliet het klooster in 1847.
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kaart van Adan17
1758
Huybergen
-
Deels bebouwd
De vorm van de hedendaagse kern is herkenbaar. Ten zuiden van Huijbergen woeste groenden en ten oosten een duinenrij.
Kaart van Ferraris18
1777
87
1:11.520
Deels bebouwd
Bergsestraat reeds aanwezig, bebouwing met name ten zuiden van het plangebied
Kadastrale minuut19
1816
Gemeente Huijbergen, sectie B, Blad 01
1:2.500
Deels bebouwd, bouwland en moestuin
Woningen en moestuinen langs de wegen, bouwland en hakhout er achter. Kloostercomplex ten zuiden van de Dorpstraat
Militaire topografische kaart20 (veldminuut)
1898
683
1:50.000
Situatie onveranderd
Bergsestraat is half verhard.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1910
683
1:50.000
Situatie onveranderd
Bergsestraat volledig verhard
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1918
683
1:50.000
Situatie onveranderd
Situatie onveranderd
Topografische kaart
1938
49G
1:25.000
Grond nu weergegeven als weiland
Zuivelfabriek ten noorden van het plangebied
Topografische kaart
1943
49G
1:25.000
Twee gebouwen in het plangebied
Situatie onveranderd
17 West Brabants archief. 18 19
Koninklijke Bibliotheek België Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
20 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 10 van 19
Topografische kaart
1961
49G
1:25.000
Drie gebouwen binnen het plangebied
Toename bebouwing in de kern van Huijbergen
Topografische kaart
1968
49G
1:25.000
Eén gebouw binnen het plangebied
Aanleg nieuwe wegen richting het oosten
Topografische kaart
1988
49G
1:25.000
Huidige bebouwing binnen het plangebied
Uitbreiding van Huijbergen
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is het plangebied in ieder geval sinds 1758 bebouwd geweest (zie figuur 9 t/m 15). De oudste kaart is getekend door H. Adan in 1758. Op deze kaart staan de diverse gebouwen aangegeven met daarbij de naam van de eigenaar of huurder. De naam bij het pand binnen het plangebied is slecht leesbaar, maar lijkt is van Dwe’Hoets (de weduwe Hoets?) te zijn. Ook is er een kaarsrechte waterloop te zien ten westen van het plangebied en de boerderijen achter de oostelijk gelegen duinenrij. Verder is de kaart niet nauwkeurig genoeg om te georefereren. De bebouwing die is weergegeven op de kaart van Ferraris komt overeen met de bebouwing zoals die is weergegeven op de kadastrale minuut. Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) zijn de woningen langs de Bergsestraat, waaronder ook die binnen het plangebied, in het bezit van arbeiders en bouwmannen. Langs de weg en nabij de kern (het kloostercomplex) zijn klein. Achter deze percelen liggen de stukken bouwland en weiland, die een stuk groter zijn. De grenzen zijn op de kaart van Ferraris aangegeven met struikgewas en/of bomen. Deze situatie blijft lange tijd behouden, totdat in 1938 de grond wordt weergegeven als weiland in plaats van bouwland. Ten noorden van het plangebied, nabij de korenmolen, is een zuivelfabriek gebouwd.
In 1943 worden er twee woningen weergegeven langs de weg. In 1963 ligt er één groter gebouw langs de weg, terwijl er twee gebouwen op het achterterrein liggen. Deze gebouwen zijn allemaal verdwenen in 1968 en er staat een nieuw relatief klein gebouw op het terrein. Ondertussen groeit Huijbergen alle kanten op. In 1988 wordt dan het huidige gebouw weergegeven op de topografische kaart. Ook de brandweerkazerne is gerealiseerd. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. Binnen de 50 m attentiezone liggen geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, maar wel drie MIP monumenten (zie figuur 16). Bergsestraat 17 is een boerenbedrijf met molen uit ongeveer 1915. Bergsestraat 15 is een woonhuis uit 1900, net als Bergsestraat 6. Bouwhistorische gegevens De bouwdossiers zijn opgevraagd via het Brabants archief. 21 Deze bevat de bouwdossiers vanaf 1950.
Er zijn geen tekeningen van de gebouwen van voor deze periode. Tabel IV geeft een opsomming van de gevonden bouwvergunningen voor het plangebied.
21 Brabants historisch informatiecentrum
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 11 van 19
Tabel IV.
Verleende bouwvergunningen
Naam aanvrager
Jaartal
Omschrijving
A.A.L. Neelen
1976
Verbouwing en uitbreiding woning winkel; fundering 77 cm beneden peil, lokaal steunders tot 90 cm beneden peil.
A.A.L. Nelen
1975
Verbouwing bakkerij
A.A.L. Nelen
1971
Verbouwing woning
A.A.L. Nelen
1969
Verbouwen winkel-woonhuis; fundering op 80 cm beneden peil
A.A.L. Nelen
1968
Bouw garage
A.A.L. Nelen
1967
Plaatsen badkamer in woning
A.A.L. Nelen
1966
Verbetering opslagplaats
A.A.L. Nelen
1964
Bouw serre
Op basis van de bouwdossiers kan vastgesteld worden dat er in ieder geval vanaf 1969 een bakkerij met woonhuis gevestigd was op deze locatie. Op geen enkele tekening is een kelder weergegeven, dus er wordt verwacht dat deze er ook niet is. De bouwtekeningen uit 1969 laten nog een traditionele indeling van het woonhuis zien: een opkamer, keuken en zitkamer. Met de jaren verplaatst het woongedeelte naar de bovenverdieping en wordt de bakkerij steeds verder uitgebreid. Uiteindelijk komt er een supermarkt in (wanneer is onduidelijk). Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 22 In 1944, tussen 12 en 24 oktober, is er heel hard gevochten in de omgeving van Huijbergen. 23 Deze gevechten vonden plaats in het kader van de Slag om de Schelde. Het geallieerde offensief hat tot doel de haven van Antwerpen in gebruik te nemen. De geallieerden troffen echter meer tegenstand aan dan verwacht, waardoor de strijd veel langer duurde. Het hele gebied rond Woensdrecht zijn grote verwoestingen aangebracht door de bombardementen en de gevechten zelf. 24 Het kloostercomplex en de kerk raakten zwaar beschadigd; alleen het poortgebouw bleef staan. Vanaf 1950 zijn een groot deel van de vernielde gebouwen herbouwd.
25 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Tijdens de oorlog hebben rondom het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. Aangezien er geen aanwijzingen zijn voor structuren uit deze periode, worden er alleen losse vondsten verwacht, zoals explosieven en puin. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het plangebied meerder keren opnieuw ingericht, waardoor er alleen op grotere diepte nog explosieven aanwezig zouden kunnen zijn.26 Turfdatabank Bij de provincie Antwerpen is een website beschikbaar die de veenwinningsgebieden in kaart heeft gebracht voor heel het gebied tussen Antwerpen - Turnhout - Geertruidenberg - Westmaas en Wil22
Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995.
23 Liberation Route. 24 De Jong, 1969-1994. 25 Heemkundekring De Wilhelmiet 26 De verwachting op explosieven is op basis van zeer schaars bronnenmateriaal opgesteld. Er wordt geadviseerd om dit door
een erkend bedrijf te laten controleren.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 12 van 19
lemstad. De website maakt deel uit van een internationaal project waaraan de provincies Antwerpen en Noord-Brabant deelnemen. Op de website zijn diverse kaartlagen te raadplagen zoals de veenkaart, de moerconcessies (wanneer een gebied afgegraven werd), de turfvaarten, de zoutketen en de verdronken oorden. Volgens de paleografische kaarten is het plangebied nooit bedekt met veen, alleen de lager gelegen gebieden ten westen en ten oosten zijn tussen 500 v.Chr. en 1500 n. Chr. met veen bedekt.27 Op ongeveer 400 m ten westen van het plangebied ligt de voormalige turfvaart (de Demer).28 Er ligt nog steeds een smalle waterloop. Deze is aangelegd in 1265 en gaat richting Bergen op Zoom, waar een turfhoofd aanwezig is. Verder is het veen ten westen en ten oosten van het plangebied in “hoeven” ontgonnen. In Brabant was een hoeve een strook van circa 12 bunder (15,5 ha), die twaalf maal zo lang was als breed. Er werd echter vrij los omgesprongen met deze eis. Aanvullende informatie Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundekring “De Wilhelmiet”, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Laag
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Laag
Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool,
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
27 Vos e.a., 2018. 28 Leenders, 2013.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 13 van 19
botresten en gebruiksvoorwerpen Vroege-Middeleeuwen
Middelhoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging op de Brabantse Wal, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit de Late-Middeleeuwen. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.29 Het plangebied ligt op circa 800 m van een geul. Er is geen sprake van een echte gradiëntzone en derhalve is er een lage verwachting op resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie.
Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.30 Hoewel het plangebied gunstig gelegen is, hoog en droog, goed ontwaterd, zijn er geen vondsten gedaan binnen het onderzoeksgebied uit de perioden Neolithicum – Vroege-Middeleeuwen. De aanwezigheid van veen in de directe omgeving van Huijbergen tussen 500 v.Chr. en 1500 n. Chr. laat zien dat er wel enige sprake is van vernatting. Daarom is de verwachting voor deze perioden middelhoog. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting.31 Op basis van historische bronnen is de kern van Huijbergen ontstaan in de 13 e eeuw en sindsdien niet meer verplaatst. Het plangebied ligt dicht bij het klooster, wat in de 13e eeuw is gesticht. Er wordt dan ook verwacht dat het plangebied vanaf de 13e eeuw bij de kern van Huijbergen hoort.
29
Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 31 Renes, 1999. 30
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 14 van 19
In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is middelhoog tot hoog. Deze archeologische resten worden verwacht vanaf het maaiveld en onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.
Het plangebied is bebouwd en in het verleden meerdere malen opnieuw ingericht. Door bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. Op basis van de bouwdossiers is het oppervlakte van de verstoringen door de funderingen relatief klein.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 15 van 19
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Deze is laag voor het Paleolithicum en Mesolithicum door het ontbreken van een gradiëntzone en resten uit deze periodes binnen het onderzoeksgebied. De verwachting is middelhoog voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Het landschap was geschikt voor bewoning gedurende deze tijd, maar er zijn geen resten uit deze perioden aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast is er in de directe omgeving van het plangebied wel sprake van vernatting, getuige de veenvorming. In de Late-Middeleeuwen ontstaat Huijbergen en het plangebied ligt erg dicht bij het centrale punt van het dorp. Vanaf 1777 is er ook cartografisch bewijs dat het plangebied deel uitmaakt van de historische kern en dat het plangebied bebouwd is. Er is een hoge verwachting voor archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De bouwwerkzaamheden die na de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden kunnen eventuele archeologische resten hebben verstoord. Op basis van de beschikbare bouwtekeningen is deze verstoring gering in oppervlak en in diepte. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn.
Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Gezien de ligging van het plangebied in een historische kern is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Booronderzoeken zijn in historische kernen minder geschikt gezien de grote kans op het voorkomen van puinlagen die aan historische bebouwing toegeschreven kunnen worden. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Het eerder onderzochte deel, het Canadaplein 1, heeft als advies een archeologische begeleiding van de werkzaamheden. Aangezien het op die locatie gaat om de uitbreiding van een bestaand gebouw met een gering oppervlak, is dat daar ook de beste optie. Aan de Bergsestraat 10 is sprake van een andere situatie. Hier zal de bestaande bebouwing volledig verwijderd worden, waarna er nieuwe bebouwing gerealiseerd worden.
Tussen de bovengrondse sloop en de nieuwbouw kan er een proefsleuvenonderzoek en een eventuele opgraving uitgevoerd worden, zodat er voorafgaand aan de start van de nieuwbouw de archeologie ex situ behouden is. De ondergrondse sloop kan pas plaatsvinden tijdens of na het archeologisch onderzoek. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Woensdrecht). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 16 van 19
LITERATUUR Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Gemeente Woensdrecht, 2018: Archeologische waardenkaart gemeente Woensdrecht. Woensdrecht. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Leenders, K.A.H.W., 1999: Huijbergen een kolonie op de grens. In de serie Turf en Zout. BN/De Stem, 30 november 1999. Zeeuws-Vlaanderen. Leenders, K.A.H.W., 2013: Verdwenen Venen. Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstand, 12501750. Actualisering 2013. Pictures Publishers, Woudrichem. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stichting voor Bodemkartering, 1982: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 49 Oost. Wageningen.
Tebbens, L.A., 2016: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. In: Ball, E.A.G. en R.M. van Heeringen (red), 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Syn-thetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. Nederlandse Archeologie Rapporten 51. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam (Prometheus). Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000.
Rapport 11500.002 versie 1
Pagina 17 van 19
BRONNEN AHN; internetsite, augustus 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, augustus 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, augustus 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, augustus 2020. http://maps.bodemdata.nl/ Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, augustus 2020. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, augustus 2020. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, augustus 2020. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, augustus 2020. http://www.dinoloket.nl/ Heemkundekring De Wilhelmiet; internetsite, augustus 2020 http://www.wilhelmiet.nl/index.html Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, augustus 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, augustus 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Koninklijke Bibliotheek België; internetsite, augustus 2020. http://www.kbr.be/collections/cart_plan/ferraris/ferraris_nl.html Liberation Route; internetsite, augustus 2020. https://liberationroute.nl/the-netherlands/pois/t/the-hardest-battle Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, augustus 2020.