CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A Bijlage 3. Archeologisch bureauonderzoek Canadaplein.pdf

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Kaderstelling ruimtelijke plannen Canadaplein Huijbergen, Glatt-locatie en locatie Sneek Hout Putte11.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK CANADAPLEIN 1 TE HUIJBERGEN GEMEENTE WOENSDRECHT

Archeologisch bureauonderzoek Canadaplein 1 te Huijbergen in de gemeente Woensdrecht

Opdrachtgever

Bouwgroep de Nijs - Soffers bv Dhr. J. de Nijs Kooiweg 20 4631 SZ Hoogerheide

Project Rapportnummer Status Versienummer Datum

Vestiging Auteur

WOE.C5S.ARC 16033189 conceptrapportage C1 26 april 2016

Swalmen Drs. M. Stiekema

Paraaf

Autorisatie

Drs. A.H. Schutte (Senior KNA-Archeoloog)

Paraaf

© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode en nummer

16033189 WOE.C5S.ARC

Toponiem

Canadaplein 1

Opdrachtgever

Bouwgroep de Nijs - Soffers bv

Gemeente

Woensdrecht

Plaats

Huijbergen

Provincie

Noord-Brabant

Omvang plangebied

circa 2.100 m

Kaartblad

49 G

Coördinaten centrum plangebied

X: 84.750 / Y: 383.175

Bevoegd gezag

Gemeente Woensdrecht Postbus 24 4630 AA Hoogerheide

2

ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

3997816100

Archeoregio NOaA

Brabants zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant

Uitvoerders

Econsultancy, Drs. M. Stiekema

Kwaliteitszorg Econsultancy beschikt over een eigen opgravingsvergunning, afgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De opgravingsvergunning geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bouwgroep de Nijs - Soffers bv een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Canadaplein 1 te Huijbergen in de gemeente Woensdrecht. In het plangebied zal de huidige bebouwing worden herontwikkeld en uitgebreid. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de archeologische verwachtingswaarde is binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren. Doel van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting Uit de landschappelijke ligging, op de Brabantse Wal blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers.

Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied alleen sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen van landbouwers vanaf het Neolithicum. Het plangebied heeft een lage verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Selectieadvies Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een archeologische begeleiding van de geplande graafwerkzaamheden in het plangebied. Een booronderzoek is binnen een historische kern minder zinvol, omdat aangetoonde verstoringen in de boorprofielen op zichzelf archeologische sporen kunnen zijn. Voor de rest van het plangebied waar geen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden, en waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy de dubbelbestemming archeologie te handhaven. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Bovenstaand advies vormt een selectieadvies. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Woensdrecht). Het bevoegd gezag neemt vervolgens een selectiebesluit.

16033189 WOE.C5S.ARC

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................... 1

3

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

4

Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening van het plangebied ........................................................................................ 2 Huidige situatie ................................................................................................................. 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 7 Aanvullende informatie ................................................................................................... 10 Korte bewoningsgeschiedenis van Huijbergen .............................................................. 10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11

CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES ....................................................................................... 13 4.1 4.2

Conclusie ........................................................................................................................ 13 Selectieadvies................................................................................................................. 13

16033189 WOE.C5S.ARC

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Overzicht rijks- en gemeentemonumenten Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-waarnemingen Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp

16033189 WOE.C5S.ARC

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Bouwgroep de Nijs - Soffers bv een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Canadaplein 1 te Huijbergen in de gemeente Woensdrecht. In het plangebied zal de huidige bebouwing worden herontwikkeld en uitgebreid. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de archeologische verwachtingswaarde is binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Bouwverordening, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 3). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Dit advies dient te worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Woensdrecht, waarna een besluit zal worden genomen of het plangebied kan worden vrijgegeven of dat vervolgstappen uitgevoerd dienen te worden.

2

DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN

Het bureauonderzoek heeft tot doel om een gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied op te stellen. De archeologische verwachting is gebaseerd op bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden in en om het plangebied. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:   

Wat is er bekend over bodemverstorende ingrepen binnen het plangebied uit het verleden? Is er bijvoorbeeld informatie bekend over vroegere ontgrondingen, bodemsaneringen, egalisaties, diepploegen of landinrichting? Ligt het plangebied binnen een landschappelijke eenheid die vanuit archeologisch oogpunt een specifieke aandachtslocatie kan betreffen (zoals een relatief hoge dekzandkop of -rug, nabij een veengebied of een beekdal)? Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied?

Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 22 en 25 april 2016 door drs. M. Stiekema (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog).

3 3.1

BUREAUONDERZOEK Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3, december 2013), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 1 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 1

Beschikbaar via www.sikb.nl.

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 1 van 15

Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:     

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:              3.2

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Woensdrecht; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening van het plangebied

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1 kilometer rondom het plangebied. Het plangebied (circa 2.100 m²) ligt aan het Canadaplein 1, in de kern van Huijbergen in de gemeente Woensdrecht (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 19 m +NAP. 3.3

Huidige situatie

Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Het plangebied is momenteel bebouwd met het voormalige gemeentehuis van Huijbergen. Op dit moment is er een openbare bibliotheek in het pand gevestigd, evenals de heemkundekring ‘De Wilhelmiet’. De onbebouwde delen van het plangebied zijn in gebruik als tuin, groenstrook en parkeerplaats (zie figuur 3). Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: 

aan de noordzijde bevinden zich aangrenzende woningen met tuin;

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 2 van 15

  

aan de oostzijde bevindt zich het Canadaplein; aan de zuidzijde bevindt zich de Dorpsstraat; aan de westzijde bevindt zich de Bergsestraat.

Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 16033188). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend. 3.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De huidige voorzieningen in het plangebied verhuizen in de toekomst naar andere locaties, waarna een herontwikkeling van het voormalige gemeentehuis plaats gaat vinden. Initiatiefnemer is voornemens om zes appartementen te realiseren in het gebouw en een restaurant. In een nog te realiseren 2 uitbreiding van het hoofdgebouw (oppervlakte circa 117 m ) zijn er plannen voor een theehuis. De appartementen komen op de eerste en tweede verdieping van het gebouw. Ten behoeve van de appartementen op de tweede verdieping dient de kap van het gebouw verhoogd te worden (zie bijlage 4). 3.5

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel I.

2

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal2

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Ferrariskaart

1777

87

1:11.520

Plangebied bebouwd met drie gebouwen

Dorpsstraat en Bergsestraat al aanwezig

Kadastrale minuut

1811-1832

Gemeente Huijbergen, Sectie B, Blad 01

1:2.500

-

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1898

683

1:50.000

-

Wegen verhard

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1910

683

1:50.000

-

-

www.topotijdreis.nl, www.kbr.be

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 3 van 15

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1918

683

1:50.000

Twee gebouwen, gebouw langs Bergsestraat verdwenen

-

Topografische kaart

1938

49 G

1:25.000

Plangebied bebouwd met drie gebouwen

Zuidoostelijk deel van het plangebeid doorsneden door onverharde weg

Topografische kaart

1943

49 G

1:25.000

-

-

Topografische kaart

1956

49 G

1:25.000

-

-

Topografische kaart

1961

49 G

1:25.000

Plangebied bebouwd met vier gebouwen

-

Topografische kaart

1968

49 G

1:25.000

Plangebied bebouwd met drie gebouwen

Woonwijk ten noordoosten van het plangebied gerealiseerd

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is af te lezen dat het plangee bied in de 18 eeuw al onderdeel uitmaakte van de kern van Huijbergen. De huidige Dorpsstraat en Bergsestraat waren destijds al aanwezig. Het plangebied is in de afgelopen 250 jaar continu bebouwd geweest met meerdere gebouwen. Het gebied direct ten zuiden van de Dorpsstraat is het voormalige Wilhelmietenklooster (zie figuur 4). Rijks- en gemeentemonumenten binnen het onderzoeksgebied Het plangebied ligt binnen een 50 m attentiezone van twee Rijksmonumenten, zie Tabel II. Het betreft een voormalige brouwerij met bijbehorende paardenstal uit 1890-1900, op het perceel direct ten oosten van het plangebied Tabel II.

Overzicht rijksmonumenten

Situering t.o.v. plangebied 20 meter ten oosten

Monument nr. 516681

Type object Brouwerij

Datering 1890

Omschrijving De voormalige brouwerswoning dateert uit omstreeks 1890, is opgetrokken in Eclectische stijl en staat met de nok parallel aan de straat. Het huis heeft omstreeks 1950 zowel aan de voor- als de achterzijde twee dakkapellen gekregen. Omstreeks 1975 is het huis opgesplitst in twee wooneenheden. Het gebouw maakte oorspronkelijk deel uit van het brouwerijcomplex 'Het Schoentje'. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid van een dergelijke brouwerswoning. Situering t.o.v. plangebied 20 meter ten oosten

Monument nr. 516682

Type object Paardenstal

Datering 1900

Omschrijving

Aan de noordelijke zijde van de brouwerswoning staat de voormalige paardenstal, daterende uit omstreeks 1900. De stal staat met de nok vrijwel parallel aan die van het woonhuis. Het object is van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur. Het heeft ensemblewaarde als onderdeel van een groter geheel, dat van belang is vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.

Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Woensdrecht is het gemeentelijk archief geraadpleegd, wat geen aanvullende relevante informatie heeft opgeleverd. 3.6

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het land-

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 4 van 15

schap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel III.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens Geologie

3

Gegevensomschrijving Formatie van Waalre met een dek van de Formatie van Boxtel; rivierzand en -klei met een zanddek

Geomorfologie Bodemkunde

4

5

Bebouwd gebied Hoge zwarte enkeerdgronden

6

Geologie Het plangebied is gelegen in westelijk Noord-Brabant. Hier komen oud-Pleistocene afzettingen van de Formatie van Waalre dicht onder het maaiveld voor. Deze afzettingen bestaan uit fluviatiele kleien en fijne zanden, aangevoerd door voorlopers van de Rijn. De oudste afzettingen van deze formatie dateren uit een periode met sterke klimaatschommelingen, terwijl de jongere afzettingen dateren uit het overwegend gematigd warme Waalien. De bovenste kleilaag van de Formatie van Waalre heeft een grote invloed op de waterhuishouding. Plaatselijk zijn deze kleien in het verleden gewonnen voor de productie van keramiek. Vanaf circa 4 kilometer ten westen van het plangebied ontbreekt de Formatie van Waalre, als gevolg van mariene erosie in het Eemien. Hier bevindt zich tegenwoordig een 40 meter hoge klif, de Brabantse Wal. Het plangebied ligt op de hoge rug achter de Brabantse Wal. De Formatie van Waalre is in de omgeving van het plangebied afgedekt door een dun dek van de Formatie van Boxtel. Deze afzettingen zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel 7 had in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dek8 zand afgezet. Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden.

Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen. Het dekzand, dat in het plangebied aan het oppervlak wordt aangetroffen, wordt ook wel het Laagpakket van Wierden ge9 noemd, onderdeel van de Formatie van Boxtel. Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa’s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door de verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van 10 plaggen op de heidevelden wat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd. De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, behorend tot de Formatie van Boxtel. In het Holoceen hebben lokale beken zich ingesneden in het dekzand, veelal tot in de top van de bovenste kleilaag van de Formatie van Waalre. Hierdoor zijn relatief smalle beekdalen ontstaan met steile dalhellingen.

3

De Mulder et al., 2003. Alterra, 2003. 5 Stichting voor Bodemkartering, 1982. 6 Berendsen 2005 / 2008. 7 De Mulder et al., 2003. 8 Berendsen, 2008 9 De Mulder et al., 2003. 10 Berendsen, 2008 4

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 5 van 15

11

DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd 12 door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit een matig fijn zandpakket, met op grotere diepte klei- en leemlagen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Huijbergen bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd. Op basis van de eenheden die rond Huijbergen worden aangetroffen, ligt het plangebied vermoedelijk op terrasafzettingswelvingen, afgedekt met dekzand (zie figuur 5). 13

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op de relatief hooggelegen Brabantse Wal. Het gebied ten oosten van de kern van Hijbergen, op circa 400 meter ten oosten van het plangebied, lijkt uit een hooggelegen stuifzandrug te bestaan (zie figuur 6). Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgrond (zie figuur 7). Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Hun voorkomen valt veelal samen met de zogenaamde esdekken. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd e tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten.

Sinds de jaren 80 van de 20 eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor essen en plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de e Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9 en e de 12 eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkheid aan archeologische resten leidde er toe dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden op de Indicatieve Kaart van Ar14 cheologische Waarden (IKAW) over het algemeen een hoge indicatieve waarde kregen. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemid11

www.dinoloket.nl. DINO boornummers B49G0027 en B49G0795. 13 www.ahn.nl. 14 Van Doesburg et al., 2007. 12

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 6 van 15

deld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel IV geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Tabel IV.

Grondwatertrappenindeling15

Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

GHG (cm -mv)

-

-

<40

>40

<40

40-80

>80

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed. 3.7

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 2000 m weergegeven. Indicatieve archeologische waarde De IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) geeft voor heel Nederland de trefkans aan op het voorkomen van archeologische resten. Die trefkans is aangegeven in vier categorieën (per landen waterbodem): een hoge, middelhoge, lage en zeer lage verwachting. Bebouwde gebieden, waarvan geen bodemkundige of geologische gegevens bekend zijn, zijn niet gekarteerd. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de IKAW is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd.

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In aanvulling op de IKAW hebben veel provincies een eigen verwachtingskaart vervaardigd, waarin veel lokale gebiedskennis is opgenomen. De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provin15

Locher & de Bakker, 1990.

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 7 van 15

cie Noord-Brabant geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historischgeografische waarden van de regio. In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het provinciaal ‘belang aangeduid’. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Ze brengen focus aan in de inzet van de provinciale middelen hiervoor. De archeologische landschappen werken niet rechtstreeks door naar derden, maar zijn zelfbindend voor de provincie. De provincie zet in op samenwerken en stimuleren, met name voor wat betreft de afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid. Volgens de CHW-kaart ligt het plangebied binnen het cultuurhistorisch landschap van de Brabantse Wal. Archeologische verwachtingskaart Gemeente Woensdrecht Sinds 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht (WAMZ). Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied.

Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Woensdrecht ligt het plangebied binnen de historische kern van Huijbergen (zie figuur 9). Binnen deze gebieden dient, bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en een verstoringsoppervlak groter dan 80 m², vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status.

Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie figuur 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal acht archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken en opgravingen (zie Tabel V en figuur 8). Tabel V. Onderzoeksmeldingsnr. 24937

Overzicht onderzoeksmeldingen Situering t.o.v. plangebied 275 meter ten westen

16033189 WOE.C5S.ARC

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Grontmij Datum: 15-10-2007 Onderzoeksnummer: 27476 Resultaat: Op grond van de resultaten van het IVO- verkennende fase door middel van boringen heeft Grontmij conform het advies van de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag geadviseerd het plangebied nader te laten onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische waarden middels een IVOkarterende en waarderende fase door middel van proefsleuven. Het bevoegd gezag, de gemeente Woesdrecht heeft het rapport laten beoordelen door de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Bergen op Zoom, (dhr. M. Vermunt). De heer Vermunt acht de kans op het aantreffen van archeologische sporen in

Pagina 8 van 15

24936

475 meter ten westen

20229

475 meter ten zuiden

18167

650c meter ten zuiden

42077 en 42079

650 en 950 meter ten oosten

23232

950 meter ten noordoosten

35564

1300 meter ten noordwesten

16033189 WOE.C5S.ARC

situ op het terrein zeer klein. Het advies, om op het terrein een nader verkennend proefsleuvenonderzoek uit te voeren, wordt door de heer Vermunt dan ook niet ondersteund. Bovenstaand advies is door het bevoegd gezag de gemeente Woensdrecht overgenomen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Grontmij Datum: 15-10-2007 Onderzoeksnummer: 27475 Resultaat: Op grond van de resultaten van het IVO- verkennende fase door middel van boringen heeft Grontmij conform het advies van de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag geadviseerd het plangebied nader te laten onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische waarden middels een IVOkarterende en waarderende fase door middel van proefsleuven. Het bevoegd gezag, de gemeente Woesdrecht heeft het rapport laten beoordelen door de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Bergen op Zoom, (dhr. M. Vermunt). De heer Vermunt acht de kans op het aantreffen van archeologische sporen in situ op het terrein zeer klein. Het advies, om op het terrein een nader verkennend proefsleuvenonderzoek uit te voeren, wordt door de heer Vermunt dan ook niet ondersteund. Bovenstaand advies is door het bevoegd gezag de gemeente Woensdrecht overgenomen.

Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Sainte Marie Uitvoerder: Bureau Interdisciplinaire Landschapsanalyse Datum: 10-02-2002 Onderzoeksnummer: 16097 Resultaat: Noordelijke en zuidelijke deel van het plangebied laten onderzoeken door middel van proefsleuven. Type onderzoek: opgraving Toponiem: Sinte Marie Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 24-07-2002 Resultaat: niet bekend in Archis Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Vijverstraat Uitvoerder: Becker en Van de Graaf Datum: 20-07-2010 Onderzoeksnummer: 32686 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek zijn in beide plangebieden (onderzoeksmeldingen 42077 en 42079) vijf boringen gezet met een edelman van 15 cm doorsnede en met een grid van circa 30 x 35 m. Er zijn echter geen archeologische waarden aangetroffen. Overal in het plangebied bestaat de bovenste halve meter uit een verstoord ophogingspakket. De geplande werkzaamheden zullen dus de aanwezige onverstoorde lagen met een lage verwachting voor prehistorische tot middeleeuwse resten niet verstoren. Om deze reden wordt er geen vervolgonderzoek geadviseerd voor beide plangebieden. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Buurtweg Uitvoerder: Becker en Van de Graaf Datum: 27-06-2007 Onderzoeksnummer: 18218 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat het plangebied op dekzand ligt.

In het dekzand heeft zich vermoedelijk van oorsprong een laarpodzolbodem gevormd die in ongeveer 90% van het plangebied verstoord is door ploeg- en graafwerkzaamheden. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek en de minimale verstoring van de poeren wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Advies is door de gemeente overgenomen. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Vliegbasis Woensdrecht Uitvoerder: Bureau Interdisciplinaire Landschapsanalyse Datum: 10-06-2009 Onderzoeksnummer: 29088 Resultaat: Het plangebied was lange tijd een grotendeels onontgonnen heidegebied met (plaatselijk) stuifzanden en vennetjes. De hoger gelegen stuifzandgronden, met name in de direct omgeving van vennen en waterlopen, zijn in het verleden aantrekkelijke kampplaatsen geweest. Voor zowel de stuifzandgebieden als de randzones van de vennen en waterlopen geldt daarom een hoge verwachting voor archeologische waarden uit het Mesolithicum en Neolithicum en mogelijk ook het Laat Paleolithicum. Hoewel het resterende deel van het plangebied in het verleden minder geschikt is geweest voor bewoning, kan dit niet worden uitgesloten. Aan dit gedeelte is derhalve een middelhoge archeologische waarde toegekend voor het Laat Paleolithicum tot Neolithicum.

De eendenkooi in het zuidelijke deel van het plangebied heeft een hoge archeologische waarde voor de Nieuwe tijd. Voor de overige perioden geldt derhalve voor het gehele plangebied een lage archeologische verwachting. Voor de gebieden met een lage-middelhoge tot hoge verwachting wordt voorafgaand aan bodemingrepen geadviseerd de intactheid en opbouw van het bodemprofiel door middel van een verkennend booronderzoek in kaart te brengen. Indien sprake is van een gave bodemopbouw wordt geadviseerd de aan- en afwezigheid van archeologische waarden door middel van een karterend booronderzoek vast te stellen. Voor de gebieden met een lage archeologische verwachting wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.

Pagina 9 van 15

Waarnemingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische waarnemingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan drie waarnemingen geregistreerd (zie Tabel VI en figuur 8). Tabel VI.

Overzicht ARCHIS-waarnemingen

Waarnemingsnummer 37480

Locatie t.o.v. plangebied 750 meter ten zuidwesten

37469

800 meter ten zuidwesten

35905

1200 meter ten zuiden

Datering Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van keramische bouwmateriaal (puin aan maaiveld geconstateerd) Late Middeleeuwen : - fragmenten van gedraaid aardewerk - fragmenten van keramische bouwmateriaal ('middeleeuws puin') Neolithicum - Nieuwe tijd : - aardewerk - paalgaten

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan vondstmeldingen geregistreerd. Nadat deze zijn gecontroleerd worden het waarnemingen. Tot die tijd staan ze als vondstmeldingen geregistreerd. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied staan geen vondstmeldingen geregistreerd (zie figuur 8). NUMIS NUMIS, oftewel het NUMismatisch InformatieSysteem, is een database waarin beschrijvingen zijn te vinden van in Nederland gevonden munten, penningen en andere numismatische voorwerpen. In NUMIS zijn alle bij het Geldmuseum bekende schatvondsten beschreven. Van de losse vondsten is 16 met name materiaal van vóór het jaar 1600 na Christus opgenomen. Aangezien de accuratesse van de gegevens in NUMIS niet toereikend is voor dit onderzoek, is NUMIS niet geraadpleegd. 3.8

Aanvullende informatie

Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met Heemkundekring De Wilhelmiet, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 3.9

Korte bewoningsgeschiedenis van Huijbergen

17

In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 2. Sinds 1263 is er officieel sprake van een nederzetting die ‘Huybergen’ wordt genoemd. Reeds lang voor die tijd was er echter sprake van een streek ten zuidwesten van Breda die men Huybergen noemde (de naam is mogelijk afgeleid van het Germaanse woord ‘hoi’, dat waterig gebied betekent. Later werd 'hoi' vervangen door 'huy' en weer later door 'huij') en die werd bewoond door voornamelijk schapenhouders. Daarnaast huisden er ook rovers en plunderaars, die zich in de moerassen en bossen van Huijbergen schuil hielden en die het de boeren en de scheepvaart op Antwerpen danig lastig konden maken. In 1263 besloot de heer van Breda, Hendrik IV, het gebied in leen te geven aan Willem Heusche Bollaert met de opdracht het grotendeels nog onontgonnen gebied te cultiveren en zodoende de rovers te verjagen. Hendrik IV, in zekere zin de stichter van Huijbergen, overleed in 1268 op achttienjarige leeftijd en werd opgevolgd door zijn zuster Elisabeth, die gehuwd was met Arnoud van Leuven. Dit echtpaar, dat bekend stond om zijn vrijgevigheid ten opzichte van kerken en 16

www.geldmuseum.nl/museum/content/zoeken-numis. www.wilhelmiet.nl

17

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 10 van 15

kloosters, wisten de Wilhelmieten van het klooster Bazeldonk in ‘s-Hertogenbosch te interesseren voor het ontginnen van de Zuidwesthoek. Zij schonken hun bezittingen in deze streek aan de contemplatieve monnikenorde, die er in 1277 een klooster stichtte en de woeste gronden in cultuur bracht. De monniken kregen tevens de rechten op het gebied van belastingen, bestuur en rechtspraak. Rondom het Wilhelmietenklooster ontstond het dorp Huijbergen. Eeuwenlang werd het leven van de Huijbergse bevolking beheerst door de Wilhelmieten, die zorgden voor veel welvaart voor de gemeenschap. De monniken, die het 569 jaar volhielden in Huijbergen, speelden een belangrijke rol zowel op het gebied van de godsdienst als ook in onderwijszaken. In 1847 verliet de laatste Wilhelmiet het klooster en door toedoen van Mgr. van Hooydonk werden alle rechten overgegeven aan de inmiddels opgerichte kloosterorde der ‘Christelijke Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria’, in de volksmond de ‘Broeders van Huijbergen’ genoemd. In eerste instantie startten zij met een weeshuis in het voormalige klooster; later groeide dit uit tot een alom bekende kostschool, gecombineerd met een onderwijsinstituut, genaamd ‘Ste. Marie’.

Bij de terugtrekking van de Duitsers op het einde van de Tweede Wereldoorlog werden belangrijke delen van de dorpskom, waaronder de prachtige kerk en het grootste deel van het klooster verwoest. Na de oorlog wordt de kern hersteld en ‘Ste. Marie’ opnieuw opgebouwd en uitgebreid tot de huidige omvang. In de jaren 1970-1980 werd het onderwijsinstituut gesloten, wat tot gevolg had dat veel mooie panden gesloopt werden. Het belangrijkste gebouw dat bewaard is gebleven, is het volledig gerestaureerde poortgebouw, waarin thans het Wilhelmietenmuseum is gehuisvest. De rest van het omvangrijke kloostercomplex wordt momenteel hergebruikt als appartementengebouw. 3.10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel VII.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten resten en/of sporen

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Laag

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen,

Onder het esdek en in de top van de dek-

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 11 van 15

grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

zandafzettingen

Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld/in het esdek en in de top van de dekzandafzettingen

Uit de landschappelijke ligging, op de Brabantse Wal blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied alleen sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen van landbouwers vanaf het Neolithicum. De kans op het voorkomen van archeologische resten is, vanwege de ligging ver van een gradiëntzone naar een beekdal, laag voor Paleolithicum en Mesolithicum. Een gradiëntzone was een gunstig leefgebied voor jagers-verzamelaars. Omdat van archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum vuursteenstrooiingen en gebruiksvoorwerpen worden verwacht in gradiëntsituaties in de nabijheid van beekdalen is de verwachting dat deze in het plangebied aanwezig zijn daarom laag. Voor landbouwers zal het plangebied op basis van de ligging op de hoger gelegen Brabantse Wal, een geschiktere locatie voor bewoning zijn geweest. Het plangebied heeft daarom een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De archeologische resten worden verwacht onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke Chorizont.

De vondstenlaag is opgenomen onder in het esdek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het esdek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Vanaf het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd die samenhangen met de historische kern van Huijbergen. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan ca. 30 cm beneden het maaiveld. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil (1 m -mv). Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn.

De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 12 van 15

Het plangebied is in de afgelopen 250 jaar continu bebouwd geweest met meerdere gebouwen. Door graafwerkzaamheden en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

4 4.1

CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES Conclusie

Voor het bureauonderzoek is een drietal onderzoeksvragen opgesteld. Hieronder worden deze vragen beantwoord voor zover het bureauonderzoek de daarvoor benodigde gegevens heeft opgeleverd. 

Wat is er bekend over bodemverstorende ingrepen binnen het plangebied uit het verleden? Is er bijvoorbeeld informatie bekend over vroegere ontgrondingen, bodemsaneringen, egalisaties, diepploegen of landinrichting? Het plangebied is in de afgelopen 250 jaar continu bebouwd geweest met meerdere gebouwen. Door graafwerkzaamheden en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

Ligt het plangebied binnen een landschappelijke eenheid, welke vanuit archeologisch oogpunt een specifieke aandachtslocatie kan betreffen (zoals een relatief hoge dekzandkop of rug, nabij een veengebied of een beekdal)? Uit de landschappelijke ligging, op de Brabantse Wal blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied alleen sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen van landbouwers vanaf het Neolithicum.

Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Het plangebied heeft een lage verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.

4.2

Selectieadvies

Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een archeologische begeleiding van de geplande graafwerkzaamheden in het plangebied. Een booronderzoek is binnen een historische kern minder zinvol, omdat aangetoonde verstoringen in de boorprofielen op zichzelf archeologische sporen kunnen zijn. Voor de rest van het plangebied waar geen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden, en waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy de dubbelbestemming archeologie te handhaven. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Bovenstaand advies vormt een selectieadvies. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Woensdrecht). Het bevoegd gezag neemt vervolgens een selectiebesluit.

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 13 van 15

Literatuur Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Berendsen, H.J.A., 2005: Fysische Geografie van Nederland, deel 4: Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio's. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A. 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Deeben, J.H.C. (red.) 2008: De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155, Amersfoort. Doesburg, J. van, e.a. red., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E., Wong, T.E. 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Stichting voor Bodemkartering, 1982: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 49 Oost

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 14 van 15

Bronnen AHN; internetsite, april 2016. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis2, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, april 2016. http://archis2.archis.nl/archisii/html/index.html Bodemloket, internetsite, april 2016. www.bodemloket.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant, internetsite, april 2016. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket, internetsite, april 2016. http://www.dinoloket.nl/ Heemkundekring De Wilhelmiet, april 2016 www.wilhelmiet.nl Koninklijke Bibliotheek van België, april 2016 www.kbr.be SIKB; internetsite, april 2016. http://www.sikb.nl Topotijdreis; internetsite, april 2016. http://www.topotijdreis.nl

16033189 WOE.C5S.ARC

Pagina 15 van 15

Figuur 1.

Situering van het plangebied binnen Nederland

Canadaplein 1 te Huijbergen Situering van het plangebied binnen Nederland (bron : http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legend a

Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 2.

Detailkaart van het plangebied

Canadaplein 1 te Huijbergen Detailkaart van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 3.

Luchtfoto van het plangebied

Canadaplein 1 te Huijbergen Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 4.

Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Situatie 1777 (bron: www.kbr.be)

Situatie 1832 (bron: www.topotijdreis.nl)

Situatie 1898 (bron: www.topotijdreis.nl)

Situatie 1961 (bron: www.topotijdreis.nl)

Canadaplein 1 te Huijbergen Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 5.

Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Canadaplein 1 te Huijbergen Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 6.

Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Canadaplein 1 te Huijbergen Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 7.

Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart

Canadaplein 1 te Huijbergen Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 8.

Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

Canadaplein 1 te Huijbergen Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis2, AHN)

16033189 WOE.C5S.ARC

Figuur 9.

Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart

Canadaplein 1 te Huijbergen Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Woensdrecht Legenda Plangebied

16033189 WOE.C5S.ARC

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

16033189 WOE.C5S.ARC

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 2650

815

IVb Subboreaal koeler droger

2000

IVa

5000

3755 4900

5300

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

7020

8240

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

16033189 WOE.C5S.ARC

Bijlage 2

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot ca. 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, ca. 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (ca. 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (ca. 9000 voor Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (ca. 5300-2000 voor Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=e93dd171-2cad-4599-b29c-bbab7e06493f