2024-07-05 A VG - BP Bijlage 25 -Landschappelijk inrichtingsplan
Tekst van het document
KAADER T.a.v. Alwin Kaashoek Burgwal 59 8261EP Kampen
Behandelaar: Datum: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Onderwerp:
mevrouw S.E.C.H. Baijens 16-1-2023 722139.001 Berekening LIR ’t Marktje Woensdrecht
Geachte meneer Kaashoek, In het kader van de voorgenomen ontwikkeling aan ’t Marktje te Woensdrecht, is momenteel een bestemmingswijziging bij de gemeente Woensdrecht in behandeling. In het kader van deze bestemmingsplanherziening dient men conform de Interim Omgevingsverordening te kijken naar ruimtelijke kwaliteit. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant bepaalt dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied bij moet dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Ook bepaalt de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant dat een ruimtelijke ontwikkeling dient te leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Voor de geplande functiewijziging ter plaatse van de vigerende bestemmingen ‘Agrarisch, Bedrijf en Agrarisch Bedrijf’ dient daarom een berekening te worden uitgevoerd om te onderbouwen of een waardestijging ontstaat waardoor een investering in landschappelijke kwaliteitsverbetering noodzakelijk is. Op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en de hieruit voortkomende Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant, is de kwaliteitsverbetering gerelateerd aan de waardevermeerdering van de grond na de planologische wijziging.
De omvang van de tegenprestatie dient een investering te zijn op basis van redelijkheid. Conform het ‘Afsprakenkader kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West Brabant’ wordt bij een planologische wijziging in categorie 3, zoals in onderhavig plan van toepassing, een investering in kwaliteitsverbetering van het landschap gehanteerd van 20% van de grondwaardevermeerdering die door de gewenste ruimtelijke ontwikkeling ontstaat. Om deze grondwaardevermeerdering te bepalen dient een waardebepaling plaats te vinden waaruit de waardestijging van de planologische ontwikkeling kan worden afgeleid. In voorliggende kwestie heeft initiatiefnemer aan ondergetekende verzocht een taxatie uit voeren om te komen tot een waardevermeerdering van het plangebied door toedoen van de planologische wijziging.
Verschel & Van Dun BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten T 013 303 18 76
Postel 8 5711 ET Someren F 013 519 97 27
E info@verschelvandun.nl I www.verschelvandun.nl KvK 646 65 291
In de oorspronkelijke situatie is ter plaatse sprake van de bestemmingen ‘Bedrijf, Agrarisch en Agrarisch bedrijf’. In de nieuwe situatie zullen deze bestemmingen verdwijnen, en wordt deze bestemming omgezet naar ‘Wonen’, ‘Woongebied’, ‘Water’ en ‘Groen’. Eén en ander overeenkomstig de door KAADER aangeleverde situatieschetsen van 16-12-2022 en 16-01-2023. Uitgangspunt bij de berekening van de waarde voor, en de waarde na planologische wijziging, is de bestemmingswaarde. In de bijlage bij dit schrijven is de volledige berekening gevoegd. Dit resulteert in navolgende waardebepaling: Waarde na planologische wijziging € 1.013.229,Waarde voor planologische wijziging € 1.066.559,Waardedaling - € 53.330 ,-
-/-
Investering in kwaliteitsverbetering 20% van - € 53.330,- = € 0,Concluderend kan worden gesteld dat door toedoen van de planologische wijziging aan ‘t Marktje te Woensdrecht, geen meerwaarde ontstaat op basis waarvan een investering in landschappelijke kwaliteit noodzakelijk is. Ondanks dat initiatiefnemer overeenkomstig vorenstaande berekening niet verplicht is om een bijdrage te leveren in kwaliteitsverbetering, zal ter plaatse door de aanleg van een groenstrook en saneren van verharding en bebouwing in de praktijk wel degelijk een kwaliteitsverbetering ontstaan. Aldus gedaan te goeder trouw naar beste weten en kennis, overeenkomstig de strekking van uw verzoek en in de overtuiging de ten dienste staande gegevens op een juiste wijze te hebben verwerkt. Hoogachtend, Verschel & Van Dun BV
Mevrouw S.E.C.H. Baijens
Bijlage:
Berekening LIR ’t Marktje Woensdrecht
Berekening kwaliteitsverbetering t Marktje Woensdrecht
16-jan-23
Oppervlakte per bestemming Situatie bestaand Agrarisch Agrarisch bedrijf Bedrijf bebouwd Bedrijf onbebouwd Opp bestaand:
m² 21936,8 4007 6883,8 1777,8 + 34605
Situatie nieuw Wonen Woongebied Water Groen
m² 646,9 17875,8 707 15375,6 + 34605
Waarde per bestemming Situatie bestaand Agrarisch Agrarisch bedrijf Bedrijf bebouwd Bedrijf onbebouwd Bestaand:
€ € € €
Situatie nieuw Wonen Woongebied Water Groen
Waardevermeerdering/ -daling € 1.013.229 Investering Bijdrage LIR
7,00 x 25,00 x 100,00 70,00 x
m² 21936,8 4007 6883,8 1777,8 34605
= = = =
€ € € € €
m²
-/-
€ € € €
100,00 50,00 1,00 1,00
x x x x
€
1.066.559 = €
20% x
646,9 18664,9 707 14586,6 34605
€ 153.557,60 100.175,00 688.380,00 124.446 1.066.559 €
= = = =
€ € € € €
64.690 933.245 707 14.587 1.013.229
-53.330
-€ 53.330,00 =
€ 0,00
Berekening kwaliteitsverbetering t Marktje Woensdrecht
16-jan-23
Oppervlakte per bestemming Situatie bestaand Agrarisch Agrarisch bedrijf Bedrijf bebouwd Bedrijf onbebouwd Opp bestaand:
m² 21936,8 4007 6883,8 1777,8 + 34605
Situatie nieuw Wonen Woongebied Water Groen
m² 646,9 17875,8 707 15375,6 + 34605
Waarde per bestemming Situatie bestaand Agrarisch Agrarisch bedrijf Bedrijf bebouwd Bedrijf onbebouwd Bestaand:
€ € € €
Situatie nieuw Wonen Woongebied Water Groen
Waardevermeerdering/ -daling € 1.946.474 Investering Bijdrage LIR
7,00 x 25,00 x 100,00 70,00 x
m² 21936,8 4007 6883,8 1777,8 34605
= = = =
€ € € € €
m²
-/-
€ € € €
100,00 100,00 1,00 1,00
x x x x
€
1.066.559 = €
20% x
646,9 18664,9 707 14586,6 34605
€ 153.557,60 100.175,00 688.380,00 124.446 1.066.559 €
= = = =
€ € € € €
64.690 1.866.490 707 14.587 1.946.474
879.915
€ 879.915,00 =
€ 175.983,00
Investeringsraming landschap 'tMarktje Woensdrecht 17-jan-23
Omschrijving
E
aantal
sp
1
EP
totaal
Voorbereidende werkzaamheden
Algemene opruimwerkzaamheden, sloopkosten bestaande bebouwingen en verhardingen
€ 0,00
€ 0,00
Subtotaal voorbereidende werkzaamheden
Grondwerk realiseren landschappelijke reliëf houtwal
m2
2893
€ 8,75
€ 25.313,75
m2
7841
€ 3,25
€ 25.483,25
Leveren en aanbrengen groencompost in houtwal en parkgebied, 5cm/m2
m2
10734
€ 2,10
€ 22.541,40
Spitten, egaliseren en plant/zaaiklaarmaken houtwal en parkgebied
m2
4075
€ 3,25
€ 13.243,75
realiseren landschappelijke reliëf parkgebied
€ 86.582,15
Subtotaal grondwerk
Verharding Leveren en aanbrengen paden, karrespoor (25% van het verhardingsopp)
m2
965,8
€ 63,00
€ 60.842,25
€ 60.842,25
Subtotaal verharding
Beplanting Leveren en inzaaien kruidenvegetatie Leveren en aanplanten struweel , houtwal 60% bosplantsoen, 30% veren,10% hoogstam
m2
10000
€ 4,50
€ 45.000,00
m2
2893
€ 17,00
€ 49.181,00
€ 94.181,00
Subtotaal beplanting Inrichtingselementen Leveren en plaatsenparkbank
st
1
€ 3.500,00
€ 3.500,00
Subtotaal inrichtingselementen
subtotaal excl. BTW in te richten buitenruimte investering/m2
noot: alle hoeveelheden zijn vermoedelijk, aanleg volgens de regels van de kunst Uitgangspunten raming: Het betreft enkel de benoemde onderdelen of posten Uitgaande van schone grond
€ 3.500,00
€ 245.105,40 m2
14.597 € 16,79
Bijlage C bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant Pakketten maatregel fijne dooradering
Provincie Noord-Brabant Versie februari 2014
LANDSCHAPSPAKKETTEN L1A
Hakhoutsingel
L1B
Bossingel
L2
Elzensingel
L3
Hakhoutbosje
L4
Griendje
L5
Klein bosje
L6A
Struweelhaag 6 jaar
L6B
Struweelhaag 12 jaar
L7
Knip- en scheerheg
L8A
Landschapsboom als solitair
L8B
Landschapsboom in bomenrij (geen agrarisch medegebruik)
L8C
Landschapsboom in bomenrij in grasland
L9
Knotboom
L10
Hoogstamfruitboomgaard
L11 L12
Weidevogelpoel
L13
Natuuroever riet
L14
Natuuroever nat grasland
RANDENPAKKETTEN R1
Bloemrijke rand
R2
Kruidenrijke zoom
R3
Graslandflora- en faunarand
R4
Akkerflora- en faunarand
Landschapspakket L1A: Hakhoutsingel Wat is een hakhoutsingel? Het is een vrijliggend lijnvormig aaneengesloten landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken met een bedekking van minimaal 90%, dat als hakhout wordt beheerd.
Hakhoutsingel zonder overstaanders
Hakhoutsingel met enkele overstaander
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Tenminste 90% van de stobbes van het element wordt als hakhout beheerd en de diameter van het hakhout (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoof; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigd zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. .
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe hakhoutsingel alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 2,00 m x 2,00 meter (per are element de aanplant van maximaal 64 planten subsidiabel); aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien aangrenzend perceel beweid wordt;
2 / 26
Landschapspakket L1B: Bossingel Wat is een bossingel? Het is een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90%.
Bossingel
Bossingel
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe bossingel alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 1,50m x 1,50 meter (per are element maximaal 64 planten subsidiabel); aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt;
3 / 26
Landschapspakket L2: Elzensingel Wat is een elzensingel? Het is een vrijliggend, lijnvormig en enkelrijig landschapselement, met een minimale bedekking van 80% van aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken, waarvan tenminste 50% bestaat uit Zwarte els. De elzensingel wordt als hakhout beheerd.
Elzensingel
Elzensingel
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; De diameter van de stammen (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoven. Per 100 meter element mogen gemiddeld maximaal 10 overstaanders gehandhaafd worden; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe elzensingel alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); minimaal 100 stuks planten per 100 meter elzensingel aanplanten; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende elzensingels op een perceel is tenminste 20 meter.
4 / 26
Landschapspakket L3: Hakhoutbosje Wat is een hakhoutbosje ? Het is een vrijliggend vlakvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 80%, dat als hakhout wordt beheerd.
Eikenhakhoutbosje
Hakhoutbosje
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Minimaal 80% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiek-20 jaar- vlaksgewijs en bij voorkeur gefaseerd afgezet; De diameter van het hakhout (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoof. Per are mogen maximaal 2 overstaanders gehandhaafd worden; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Inrichtingscriteria bij aanleg nieuw hakhoutbosje alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); plantverband van minimaal 1,50 m x 1,50 meter of 1,50 m x 1,00 meter (per are element maximaal 64 planten subsidiabel) en maximaal 2,00 m x 2,00 meter; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe hakhoutbosjes op een perceel is tenminste 100 meter.
5 / 26
Landschapspakket L4: Griendje Wat is een griendje? Het is een vrijliggend vlakvormig landschapselement met een bedekking van minimaal 80%, dat voor tenminste 80% bestaat uit inheemse wilgensoorten en als hakhout wordt beheerd.
Wilgenstoof
Griendje
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Minimaal 80% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiek- vlaksgewijs en bij voorkeur gefaseerdafgezet; De diameter van het hakhout is maximaal 10 cm op 0,50 meter boven de hakhoutstoof; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in element verwerkt worden; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse Duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe griendje alleen gebruik inheemse bomen en struiken, waarvan minimaal 80% bestaat uit inheemse wilgensoorten (zie bijlage 1); plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter (per are element maximaal 66 planten subsidiabel) en maximaal 1,50 m x 1,50 meter; aanplant met 2-3 jarige wilgenstek; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen nieuwe griendjes op een perceel is tenminste 100 meter.
6 / 26
Landschapspakket L5: Klein bosje Wat is een klein bosje? Het is een vrijliggend vlakvorming landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 80%.
Klein vrijliggend bosje
Gekraagde roodstaart
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuw klein bosje alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter (per are element maximaal 66 planten subsidiabel) en maximaal 2,00 m x 2,00 meter; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen nieuwe bosjes op een perceel is tenminste 100 meter.
7 / 26
Landschapspakket L6A: Struweelhaag 6 jaar Wat is een struweelhaag ? Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige struiken met een bedekking van minimaal 80%.
Struweelhagen met meidoorn
Struweelhaag met sleedoorn
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 2 meter en ten hoogste 5 meter breed; Het element kan vrij uitgroeien en wordt maximaal 1 maal per 6 jaar op tenminste 1 meter hoogte gesnoeid; overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid; Bij versnipperen van het takhout (met versnipperaar) mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe struweelhaag alleen gebruik inheemse struiken, waarvan 50% bestaat uit doornachtige struiken (zie bijlage 1); - of tweerijig element; plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 1 meter en bij twee rijen plantafstand in de rij minimaal 0.50 cm en maximaal 1,00 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 meter; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indein perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende struweelhagen op een perceel is tenminste 50 meter; i - en tweestijlige) eventueel aangevuld met andere gebiedseigen soorten.
8 / 26
Landschapspakket L6B: Struweelhaag 12 jaar Wat is een struweelhaag ? Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige struiken met een bedekking van minimaal 80%.
Struweelhagen met meidoorn
Struweelhaag met sleedoorn
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 2 meter en ten hoogste 5 meter breed; Het element kan vrij uitgroeien en wordt maximaal 1 maal per 12 jaar op tenminste 1 meter hoogte gesnoeid; overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse Duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe struweelhaag alleen gebruik inheemse struiken, waarvan 50% bestaat uit doornachtige struiken (zie bijlage 1); - of tweerijig element; plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 1 meter en bij twee rijen plantafstand in de rij minimaal 0.50 cm en maximaal 1,00 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 meter; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indein perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende struweelhagen op een perceel is tenminste 50 meter; - en tweestijlige) eventueel aangevuld met andere gebiedseigen soorten.
9 / 26
Landschapspakket L7: Knip- en scheerheg Wat is een knip- en scheerheg? Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen- en struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren.
Heg van meidoorn Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; Het element wordt minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt of geschoren en de haag heeft in geschoren toestand een hoogte van minimaal 1 meter; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juni en 15 maart.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe knip- of scheerheg alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken (zie bijlage 1); - of tweerijig element; plantafstand in de rij bij 1 rij minimaal 0,25 meter en maximaal 0,40 meter en bij twee rijen plantafstand in de rij minimaal 0,30 cm en maximaal 0,50 meter en afstand tussen rijen minimaal 0,30 meter en maximaal 0,50 meter; aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van Nederlandse herkomst; raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende knip- en scheerheggen op een perceel is tenminste 50 meter.
10 / 26
Landschapspakket L8A:Landschapsboom als solitair Wat is een solitair? Een solitaire landschapsboom is een alleenstaande inheemse loofboom, niet zijnde een knotboom, die doorgaans in een vrij grote, open ruimte staat. De boom staat niet in een ander landschapspakket waarbij de beheersvergoeding gerelateerd is aan de oppervlakte (zoals houtsingel en hakhoutbosje).
Soilitaire boom in weiland Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De boom kan periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; Bij beweiding van de aanliggende gronden is bij solitaire bomen langs een perceelsgrens een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf. Indien de boom in een beweid perceel staat is rond de boom een raster aanwezig op 1,5 meter uit de voet van de stam. Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart. Indeling pakket: L8A1: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L8A2: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20-60 cm L8A3: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >60 cm Diameter bomen: Op basis van de diameter wordt de boom in een klasse ingedeeld. De gemeten diameter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin de boom valt.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe solitaire landschapsbomen alleen gebruik inheemse bomen (zie bijlage 1); plantafstand minimaal 20 meter; aanplant laanbomen met minimale boommaat 10-12; raster minimaal op 1 meter uit het hart van de boom indien perceel beweid wordt
11 / 26
Landschapspakket L8B: Landschapsboom in bomenrij (geen agrarisch medegebruik) Wat is een bomenrij?
-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm van een meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 2 inheemse loofbomen en de bomen staan in een langgerekte en relatief smalle zone zonder agrarisch gebruik.
Bomenrij langs perceelsgrens
Bomenrij langs perceelsgrens
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in de strook zonder agrarisch gebruik worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Indeling pakket: L8C1: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L8C2: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20-60 cm L8C3: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >60 cm Diameter bomen: - Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt klasse waarin het gehele element valt. -
Bij een bestaande bomenrij wordt voor maximaal 20 bomen per 100 meter een vergoeding verstrekt. De dikste 20 bomen zijn uitgangspunt voor de indeling in diameterklasse. 12 / 26
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe bomenrijen alleen gebruik inheemse bomen (zie bijlage 1); plantafstand in de rij minimaal 8 en maximaal 15 meter; afstand tussen twee bomenrijen minimaal 5 meter ; aanplant laanbomen met minimale boommaat 10-12; raster minimaal op 1 meter uit het hart van de buitenste rij indien perceel beweid wordt.
13 / 26
Landschapspakket L8C: Landschapsboom in bomenrij in grasland Wat is een bomenrij?
-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 2 inheemse loofbomen en de bomen staan in een grasland.
Twee rijen bomen op beweide dijk Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De onderbegroeiing bestaat uit grasland en het grasland mag in landbouwkundig gebruik zijn; De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; De stammen van de bomen mogen niet of in zeer beperkte mate beschadigd worden door vraat door vee. Jonge bomen moet beschermt zijn door een boomkorf. De boomkorf mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart. Indeling pakket: L8C1: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L8C2: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20-60 cm L8C3: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >60 cm Diameter bomen: - Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt klasse waarin het gehele element valt. -
Bij een bestaande bomenrij wordt voor maximaal 20 bomen per 100 meter een vergoeding verstrekt. De dikste 20 bomen zijn uitgangspunt voor de indeling in diameterklasse. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe bomenrijen in grasland alleen gebruik inheemse bomen (zie bijlage 1); plantafstand in de rij minimaal 8 en maximaal 15 meter; afstand tussen twee bomenrijen minimaal 5 meter; aanplant laanbomen met minimale boommaat 10-12; jonge bomen beschermen met boomkorf indien perceel beweid wordt. 14 / 26
Landschapspakket L9: Knotboom Wat is een knotboom? Inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot) en als solitair, in een groep of rij voorkomt op of langs landbouwgronden.
Rij knotwilgen
Steenuil
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De boom wordt periodiek geknot; knotwilgen en knotpopulieren minimaal 1 maal per 5 jaar en andere knotbomen minimaal 1 maal per 8 jaar. Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. Indeling pakket L9A: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 30 cm L9B: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >30-60 cm L9C: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld > 60 cm Diameter bomen: - Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt het gehele element in een klasse ingedeeld. De gemeten diameter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin het gehele element valt.
-
Bij een bestaande knotbomenrij wordt voor maximaal 33 bomen per 100 meter een vergoeding verstrekt. De dikste 33 bomen zijn uitgangspunt voor de indeling in diameterklasse. Inrichtingscriteria bij aanleg nieuwe knotbomen alleen gebruik inheemse bomen (zie bijlage 1); plantafstand in de rij minimaal 5 meter en maximaal 15 meter; -12 of 3 jarige onbewortelde wilgenstek; afstand tussen 2 nieuwe parallel lopende knotbomenrijen op een perceel is tenminste 20 meter. 15 / 26
Landschapspakket L10: Hoogstamfruitboomgaard Wat is een hoogstamfruitboomgaard. Een boomgaard met hoogstamfruitbomen ( appel, peer, pruim,kers), waarvan de kroon op een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.
Hoogstamfruitboomgaard
Hoogstamfruitboomgaard
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd; soorten enkel vormsnoei indien nodig; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart. Indeling pakket: L10A: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L10B: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20 cm Diameter bomen: - Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt eter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin het gehele element valt.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe hoogstamfruitbomen Een dichtheidseis van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per ha, minimaal 10 bomen; aanplant fruitbomen met minimale maat 8-10; rond jonge bomen boomkorf aanbrengen indien perceel wordt beweid; afstand tussen 2 nieuwe hoogstamfruitboomgaarden op een perceel is tenminste 100 meter.
16 / 26
natuurelement dat niet aansluit op een waterloop/sloot en gevoed wordt door grond- en/of regenwater en waarvan in de winterperiode het natte oppervlakte voor tenminste 80% bestaat uit open water.
Poel
Groene kikkers
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 7 are groot, waarbij het waterbiotoop (water + taluds) minimaal 70% van de oppervlakte inneemt. Maximaal 30% van de oppervlakte van de poel mag bestaan uit landbiotoop zonder regulier landbouwkundig gebruik (bloemrijk grasland/ ruigte). De waterdiepte is in de diepste delen in de periode van 1 oktober tot 1 april tenminste 0,5 meter; incidenteel mag de poel in de zomerperiode droogvallen; Maximaal 25% van de oppervlakte van de oever is begroeid met houtige gewassen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan; Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee; In het element mag geen vis uitgezet worden en er mogen geen eenden/ganzen in gehouden of gelokt worden; De oever van de poel is begroeid met inheemse plantensoorten met een bedekking van minimaal 75%. Schoningswerkzaamheden verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.
Indeling pakket: L11A: oppervlakte poel 100- 300 m2 L11B: oppervlakte poel >300 m2 Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe poel oppervlakte poel gemeten vanaf insteek talud met maaiveld maximaal 500 m2; totale oppervlakte nieuwe poel inclusief landbiotoop maximaal 700 m2; diepte poel maximaal 2,00 meter; taluds minimaal 1:3; grondwaterstand locatie waar poel wordt aangelegd in september niet dieper dan 1,30 cm onder het maaiveld; indien de zone rond de poel wordt ingezaaid met een mengsel, dient het mengsel uitstluitend inheemse plantensoorten te bevatten; afstand tussen nieuwe poelen tenminste 100 meter.
17 / 26
Landschapspakket L12: Weidevogelpoel Wat is een weidevogelpoel? Een weidevogelpoel is een natuurelement met een slikkige rand dat gevoed wordt door gronden/of regenwater en waarbij in de winterperiode het natte oppervlakte voor tenminste 80% bestaat uit open water.
Weidevogelpoel
Grutto
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer Het element is tenminste 5 are en ten hoogste 50 are groot, waarbij het waterbiotoop (water + taluds) minimaal 70% van de oppervlakte inneemt. Maximaal 30% van de oppervlakte van de poel mag bestaan uit landbiotoop zonder regulier landbouwkundig gebruik (bloemrijk grasland/ ruigte) Afstand tot bebouwing of opgaande bomen bedraagt minimaal 100 meter; Het element heeft zeer flauwe oevers met een talud van minimaal 1:10; De waterdiepte is in de diepste delen in de periode van 1 oktober tot 1 april tenminste 0,5 meter; incidenteel mag de poel in de zomerperiode droogvallen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan; Op de oever komt geen begroeiing van inheemse bomen en/of struiken voor; Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee; De oever van de poel is begroeid met inheemse plantensoorten, niet zijnde bomen of struiken, met een bedekking van minimaal 75%. Schoningswerkzaamheden verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.
Indeling pakket: L12A: oppervlakte poel > 500 m2-< 1000 m2 L12B: oppervlakte poel >1000 m2 Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe weidevogelpoel oppervlakte poel gemeten vanaf insteek talud met maaiveld minimaal 500 m2; diepte poel maximaal 1,50 meter; taluds minimaal 1:10; grondwaterstand locatie waar poel wordt aangelegd in september niet dieper dan 1,30 cm onder het maaiveld; afstand van hoge beplanting en bebouwing minimaal 100 meter; indien de zone rond de poel wordt ingezaaid met een mengsel, dient het mengsel uitstluitend inheemse plantensoorten te bevatten; afstand tussen nieuwe poelen tenminste 100 meter.
18 / 26
Landschapspakket L13: Natuuroever riet Wat is een natuuroever riet? Een aaneengesloten natuurvriendelijk ingerichte oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een plas- of drasberm, waarvan de vegetatie voor tenminste 50% uit riet en/of lisdodde bestaat.
Natuuroever met riet
Blauwborst
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De oever heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een oever langs een ecologische verbindingszone geldt een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; elke maaibeurt mag maximaal 50% van de oppervlakte gemaaid worden (gefaseerd maaibeheer); De oever wordt niet beweid. Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt; De oever wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of bagger opgebracht; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop op het droge deel van het talud; Maaiwerkzaamheden worden uitgevoerd tussen 1 oktober en 1 maart. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe natuuroever riet een natuuroever riet wordt aangelegd in de vorm van een plasberm of een drasberm, hierbij gelden de volgende inrichtingseisen; de plasberm wordt uitgegraven tot 50 cm onder of 10 boven het gemiddelde waterpeil . 50% van de breedte van de oever moet dan voldoen aan deze voorwaarde, of de drasberm wordt uitgegraven tot 10 cm onder of 10 boven het gemiddelde waterpeil. 50% van de breedte van de oever moet dan voldoen aan deze voorwaarde.
natte gedeelte van berm wordt aangeplant met rietstekken;
19 / 26
Landschapspakket L14: Natuuroever nat grasland
Wat is een natuuroever nat grasland? Een aaneengesloten natuurvriendelijk ingerichte oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een drasberm of flauwe oever, waarvan de vegetatie bestaat uit inheemse plantensoorten van natte graslanden en ruigten.
Waterloop met flauw talud
Bloemrijke oever
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De oever heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een oever langs een ecologische verbindingszone geldt een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; De flauwe oever heeft een talud van minimaal 1:3; De oever wordt niet beweiden bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt; De oever wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of bagger opgebracht; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse Duizendknoop op het droge deel van het talud; De oever wordt 1 maal per jaar na 16 juni gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe natuuroever nat grasland een natuuroever nat grasland wordt aangelegd in de vorm van een drasberm of een flauw talud, waarbij de volgende inrichtingseisen gelden; de drasberm wordt uitgegraven tot 10 cm onder of 10 boven het gemiddelde waterpeil. 50% van de breedte van de oever moet dan voldoen aan deze voorwaarde, of; er wordt een flauw talud aangelegd waarbij de taludschuinte minimaal 1:3 of flauwer is. Het talud wordt uitgegraven vanaf het gemiddelde waterpeil.
20 / 26
Randenpakket R1: Bloemrijke rand Wat bloemrijke rand? Een bloemrijke rand is een aaneengesloten rand langs een perceelrand of landschapspakket met een gevarieerde kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die jaarlijks gemaaid wordt.
Bloemrijke rand langs perceel
Blauwtje op rolklaver
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De rand heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een rand langs een ecologische verbindingszone geldt echter een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; De rand wordt ingezaaid met een in overleg met de samengesteld mengsel met inheemse gr er reeds 10 plantensoorten in de rand aanwezig zijn. De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid en het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd; tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. De periode tussen twee maaibeurten is minimaal 3 maanden; De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of bagger opgebracht; De rand wordt niet beweid en bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop; De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot of het uitvoeren van onderhoud aan het element zelf.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe bloemrijke rand indien in de rand waarvoor een bijdrage wordt gevraagd minder dan 10 inheemse grassen en/of kruiden voorkomen wordt de rand ingezaaid met een samengesteld mengsel of er worden maatregelen genomen voor de ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie. Deze maatregel kan bestaan uit het bovenploegen van de voedselarme ondergrond of door het afplaggen van de graszode (10 cm dik); de afstand tussen twee parallel lopende bloemrijke randen bedraagt minimaal 20 meter; een bloemrijke rand mag grenzen aan bouw- en/of grasland.
21 / 26
Randenpakket R2: Kruidenrijke zoom Wat is een kruidenrijke zoom? Een kruidenrijke zoom is een aaneengesloten rand met extensief onbemest hooiland/ruigte bestaande uit een gevarieerde kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden (inclusief braam) met een minimale bedekking van 80% langs een landschapspakket.
Kruidenrijke zoom langs bosje
Gemaaide zoom langs houtsingel
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De rand heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een rand langs een ecologische verbindingszone echter een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; De rand wordt ingezaaid met een in overleg met de samengesteld mengsel nvrager verklaard dat er reeds 10 plantensoorten in de rand aanwezig zijn. De rand wordt minimaal 1 maal per 5 jaar en maximaal 1 maal per 2 jaar gemaaid waarbij niet meer dan de helft van de oppervlakte wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Maaien is niet toegestaan tussen 1 april en 1 september; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v.
pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse Duizendknoop ; De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of bagger opgebracht; De rand wordt niet beweid en bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt; De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot of het uitvoeren van onderhoud aan het element zelf Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe kruidenrijke zoom indien in de rand waarvoor een bijdrage wordt gevraagd minder dan 10 inheemse grassen en/of kruiden voorkomen wordt de rand ingezaaid met een samengesteld mengsel of er worden maatregelen genomen voor de ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie, Deze maatregel kan bestaan uit het bovenploegen van de voedselarme ondergrond of door het afplaggen van de graszode (10 cm dik); een kruidenrijke zoom mag grenzen aan bouw- en/of grasland.
22 / 26
Randenpakket R3: Graslandflora- en faunarand Wat is een graslandflora- en faunarand? Een graslandflora(bramen en/of inheemse struiken) en een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden.
Graslandflora- en faunarand Roodborsttapuit Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De rand heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een rand langs een ecologische verbindingszone geldt een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; De rand wordt ingezaaid met een in overleg met de samengesteld mengsel t er reeds 10 plantensoorten in de rand aanwezig zijn. De rand wordt minimaal 1 keer per 5 jaar en maximaal 1 maal per jaar gemaaid waarbij niet meer dan 80% van de oppervlakte gemaaid wordt en het maaisel wordt afgevoerd; de overige 20% van de rand wordt nooit gemaaid. Maaien is niet toegestaan tussen 1 april en 1 september. De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of bagger opgebracht; De rand wordt niet beweid en bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop; De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot of het uitvoeren van onderhoud aan het element zelf.
Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe grasland- en florarand indien in de rand waarvoor een bijdrage wordt gevraagd minder dan 10 inheemse grassen en/of kruiden voorkomen wordt de rand ingezaaid met een samengesteld mengsel of er worden maatregelen genomen voor de ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie, Deze maatregel kan bestaan uit het bovenploegen van de voedselarme ondergrond of door het afplaggen van de graszode (10 cm dik); een graslandflora- en faunarand mag grenzen aan gras- en/of bouwland.
23 / 26
Randenpakket R4: Akkerflora- en faunarand Wat is een akkerflora- en faunarand? Een akkerflora- en faunarand is een aaneengesloten rand die jaarlijks ingezaaid wordt met
Akkerflora- en faunarandn met korenbloem en klaproos
Patrijs
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De rand heeft een gemiddelde breedte van tenminste 6 en ten hoogste 12 meter en een lengte van tenminste 25 meter; De rand wordt jaarlijks ingezaaid met een mengsel van zomergranen (zomergerst, zomertarwe, zomerrogge ,haver,. akkermengsel De hoeveelheid zaaizaad is maximaal 50% van wat normaal bij een agrarische bedrijfsvoering wordt gehanteerd. Het gewas wordt niet geoogst. Een akkerrand met zomergraan of een akkerrandenmengsel blijft in de winter staan en wordt pas in het daaropvolgende voorjaar ondergewerkt; Mechanische onkruidbestrijding en het gebruik van chemische (onkruid)bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en Jacobskruiskruid; De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot. Inrichtingseisen bij aanleg nieuwe akkerflora- en faunarand jaarlijks akkerrandenmengsel; een akkerflora- en faunarand mag grenzen aan gras- en/of bouwland.
Voorwaarden voor het verplaatsen van de rand gedurende de beschikkingsperiode mag de rand op maximaal 3 verschillende locaties liggen met dien verstande dat de rand altijd in een gebied moet liggen waar het pakket is opengesteld; de rand heeft altijd dezelfde oppervlakte en voldoet aan de pakketeisen; verplaatsing van de rand wordt door de aa ondertekend mutatieformulier gemeld bij Dienst Regelingen
24 / 26
Bijlage 1: Overzicht inheemse boom- en struiksoorten Inheemse bomen en struiken Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Abeel, grauwe
Populus canescens Malus sylvestris Betula pendula Betula pubescens Ribes rubrum Ribes nigrum Fagus sylvatica Rosa arvensis Rosa rubiginosa Quercus rubra
Appel, wilde Berk, ruwe Berk, zachte Bes, aalBes, zwarte Beuk Bosroos Eglantier Eik, Amarikaanse
Te gebruiken soorten voor aanleg nieuwe landschapspakketten Laanbomen/veren Bosplantsoen X= te soort soort X X X X X X X X X X X Alleen bestaande beplantingen van Amerikaanse Eik worden als inheems beschouwd. X X X X X X X
Eik, zomerEik, winterEls, zwarte Esdoorn, gewone Esdoorn, noorse
Quercus robur Quercus petrea Alnus glutinosa Acer pseudoplatanus Acer plantanoides
Es, gewone Gagel Gelderse roos Haagbeuk Hazelaar Heggeroos Hondsroos Hulst Iep, div .klonen Iep, steelKardinaalsmut s Kastanje, tamme Kers, zoete Kornoelje, rode Kornoelje, gele Kraagroos Krenteboompje
Fraxinus excelsior Miryca gale Viburnum opulus Carpinus betulus Corylus avellana Rosa corymbifera Rosa canina Ilex aquifolium
X X X X X X X X
Ulmus laevis Euonymus europaeus Castanea sativa
X X
Liguster, wilde Linde, kleinbladige Linde, grootbladige
Prunus avium Cornus sanguinea Cornus mas Rosa agrestis Amelanchier lamarckii Ligustrum vulgare Tilia cordata Tilia platyphyllos
Alleen bestaande beplantingen van Noorse esdoorn worden als inheems beschouwd. X X
X
X
X
X X X X X
X
X X
X. X
25 / 26
Vervolg bijlage 1 Inheemse soorten
Te gebruiken soorten voor aanleg nieuwe landschapspakketten Bosplantsoen Laanbomen/veren X= te soort soort Alleen bestaande beplantingen van Zilverlinde worden als inheems beschouwd.
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Linde, zilver-
Tilia tomentosa
Linde, Hollandse Lijsterbes Meidoorn, eenstijlige Meidoorn, tweestijlige Mispel Noot Paardekastanje Plataan, gewone
Tilia vulgaris Sorbus aucuparia Crataegus monogyna Crataegus laevigata Mespilus germanica Juglans regia Aesculus hippocastan. Platanus acerifolia
Peer, wilde Populier, zwarte Populier
Pyrus pyraster Populus nigra Populus x canadensis
X
Sleedoorn Veldesdoorn Vlier, gewone Vlier, berg Vogelkers, inheemse Vuilboom Wegedoorn Wilg, amandelWilg, bittere Wilg, bosWilg, grauwe Wilg, katWilg, geoorde Wilg, kraakWilg, kruipWilg, laurierWilg, schiet-
Prunus spinosa Acer campestre Sambucus nigra Sambucus racemosa Prunus padus Rhamnus frangula Rhamnus catharticus Salix triandra Salix purpurea Salix caprea Salix cinerea Salix viminalis Salix aurita Salix fragilis Salix repens Salix pentandra Salix alba
X X X X X X X X X X X X X X X X X
Hoogstamfruitbomen
Diverse soorten
X X X X X
X
X X X Alleen bestaande beplantingen van Gewone plataan worden als inheems beschouwd. X. X
X. X
Van een aantal soorten laanbomen zijn een beperkt aantal cultivars subsidiabel. Het gaat hierbij om
26 / 26