2024-07-04 Bijlage VG - BP Bijlage 2 - Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming herinrichting Marktje Projectnummer 220224 25 februari 2022
Auteur Ing. S. Halters
Opdrachtgever AVV Beheer BV Buitenruststraat 6 4337 EH Middelburg
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................. 3 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING .............................................................................................................................................. 3 WETTELIJK KADER .................................................................................................................................... 3 DOEL ONDERZOEK ..................................................................................................................................... 3 LEESWIJZER ............................................................................................................................................... 3
2.
WERKWIJZE ............................................................................................................................................. 4
3.
BUREAUSTUDIE ....................................................................................................................................... 5 3.1 3.2 3.3
4.
RESULTATEN VELDONDERZOEK .................................................................................................... 10 4.1 4.2
5.
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................................. 5 SOORTBESCHERMING ................................................................................................................................ 7 HOUTOPSTANDEN ...................................................................................................................................... 8
BIOTOPEN EN SOORTEN ........................................................................................................................... 21 WAARGENOMEN EN TE VERWACHTEN SOORTEN...................................................................................... 22
TOETSING VAN HET PROJECT AAN DE NATUURWAARDEN ................................................... 24 5.1 BESCHRIJVING GEPLANDE ACTIVITEIT ..................................................................................................... 24 5.2 TOETSING GEBIEDSBESCHERMING ........................................................................................................... 24 5.3 TOETSING SOORTBESCHERMING ......................................................................................................... 25 5.3.1 Vogelrichtlijnsoorten ..................................................................................................................... 25 5.3.2 Vleermuizen ................................................................................................................................... 26 5.3.3 Grondgebonden zoogdieren .......................................................................................................... 26 5.3.4 Amfibieën en reptielen ................................................................................................................... 27 5.3.5 Vissen ............................................................................................................................................
27 5.3.6 Planten .......................................................................................................................................... 27 5.3.7 Overige fauna ................................................................................................................................ 28 5.4 TOETSING HOUTOPSTANDEN .................................................................................................................... 28
6.
VOORZORGSMAATREGELEN............................................................................................................ 29
7.
CONCLUSIES ........................................................................................................................................... 30
LITERATUUR .................................................................................................................................................... 32
Bijlage 1
Pagina 2 van 35
Wettelijk kader
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Op deze locatie; ten oosten van het Marktje in Woensdrecht is de AVV Beheer BV voornemens om alle bestaande agrarische en industriële bebouwing en functies te vervangen voor openbaar groen en een aantal woningbouwkavels. In dit kader heeft Buijs Eco Consult in opdracht van AVV Beheer BV een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming verricht naar de voorkomende, dan wel te verwachten beschermde planten- en diersoorten binnen het projectgebied.
1.2
Wettelijk kader
Vanuit de (en per 01/01/2017 in werking getreden) Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen/ niet bestendig beheer verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Voor bestendig beheer kan worden aangesloten bij uitvoering van de werkzaamheden die vallen onder een geldige gedragscode, mits de natuurwaarden bekend zijn en behouden blijven. Het doel van deze natuurwetgeving is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Door, voorafgaand aan ingrepen, stil te staan bij aanwezige natuurwaarden kan onnodige schade aan beschermde soorten worden voorkomen of beperkt. Indien schade aan (zwaarder) beschermde soorten niet te voorkomen is, is een ontheffing noodzakelijk. (Zie bijlage 1 voor nadere toelichting van het Wettelijk Kader). Schade kan diverse gevallen wel voorkomen worden in dat geval dienen de werkzaamheden volgens en onder de voorwaarden van een geldige gedragscode te worden uitgevoerd.
1.3
Doel onderzoek
Het doel van deze quickscan is het beoordelen of in het werkgebied beschermde natuurwaarden in het geding zijn. Het doel van voorliggende toetsing is het opsporen van eventuele strijdigheden van de voorgenomen ingreep/ontwikkeling met de huidige (en per 01/01/2017 van kracht geworden) Wet natuurbescherming het bepalen of de aanvraag van een ontheffing danwel het werken volgens een goedgekeurd gedragscode noodzakelijk is.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het werkgebied. Hoofdstuk 3 gaat in op gevolgde werkwijze. Hoofdstuk 4 gaat in op de resultaten van het veldbezoek. Hoofdstuk 5 beschrijft de toetsing van de ingreep aan Wet natuurbescherming. Hoofdstuk 6 beschrijft de mitigerende maatregelen en Hoofdstuk 7 de conclusies en aanbevelingen. De wettelijke achtergronden van de Wet natuurbescherming zijn beschreven in bijlage 1.
Pagina 3 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
2.
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Werkwijze
Om eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming op te sporen dient er een antwoord te komen op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het werkgebied voor? Onder welk beschermingsregime vallen deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten? En geldt wellicht een algemene vrijstelling voor een of meerdere soorten? Door welke maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen of verzacht? Indien de duurzame staat van instandhouding van beschermde soorten in gevaar komt, welk vervolgtraject dient dan doorlopen te worden? Voor welke beschermde soorten moet een ontheffing aangevraagd worden, of kan gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode?
Om bovenstaande vragen te beantwoorden worden de volgende stappen doorlopen. Stap 1. Verkenning beschikbare gegevens De eerste werkstap bestaat uit een check op aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten op basis van verspreidingsgegevens van mogelijk voorkomende beschermde plant- en diersoorten (bureaustudie). Stap 2. Veldbezoek Er is overdag op 1 maart 2021 en 11 februari 2022 een veldbezoek gebracht aan het werkgebied en de omgeving. Hierbij is op, basis van de gegevens van de bureaustudie, beoordeeld voor welke soorten het werkgebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Stap 3. Effectenonderzoek Op basis van de beschrijving van de voorgenomen ingreep en de verzamelde gegevens van stap 1 en 2 de (mogelijke) effecten (vernietiging, doden verstoring, vernieling) op de aangetroffen en verwachte beschermde soorten beschreven. Voor de verwachte negatieve effecten op de beschermde soorten worden mitigerende maatregelen voorgesteld. Stap 4 Aanbevelingen met betrekking tot de aanwezige soorten Op basis van stap 1 tot en met 3 worden conclusies getrokken met betrekking tot eventuele overtredingen van de verbodsbepalingen zoals genoemd in de Wet natuurbescherming artikelen 3.1, 3.5 en 3.10, en de te nemen vervolgstappen.
Pagina 4 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
3.
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Bureaustudie
De planlocatie ligt ten westen van de dorpskern Hoogerheide en ten zuiden van de kern Woensdrecht. Een overzichtsplaatje van de planlocatie is opgenomen in figuur 3.1
Afbeelding 3.1
3.1
Globale ligging plangebied in paarse contour
Gebiedsbescherming
Natura 2000 De planlocatie is niet gelegen in Natura2000 gebied (Brabantse Wal en/of Markiezaat), zie figuur 3.2Aangezien de afstanden tot Natura2000 ruim zijn (respectievelijk ca. 1.300 m en > 2,2 km tot Brabantse Wal danwel Markiezaat) is er geen sprake van kwaliteitsverlies, versnippering of oppervlakteverlies van de desbetreffende natuurgebieden. Een beoordeling ten aanzien van stikstofdepositie is geen onderdeel van deze toetsing. Andere Natura 2000 gebieden zoals de Oosterschelde, Westerschelde & Saeftinghe en Zoommeer liggen op grotere afstand en zijn daardoor niet meegenomen in deze quickscan. Significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden, uitgezonderd stikstofdepositie (separate rapportage) zijn hierdoor op voorhand uitgesloten.
Pagina 5 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Markiezaat
Brabantse Wal
Figuur 3: Ligging in Plangebied paarse contourinmet rode contour arceringen Natura 2000arceringen gebied: Ulvenhoutsebos kaartenMarkiezaat Brabant) Afbeelding 3.2 plangebied Ligging paarse met in rode Natura2000(bron: gebieden en
Brabantse wal (Bron: Kaarten Brabant)
Natuur Netwerk Nederland Naast Natura 2000 is het gebied aangemerkt als Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied ligt (zoals blijkt uit afbeelding 3.3) ook geheel buiten NNN. Het merendeel is nog om te vormen landbouwgebied (zoals ook zichtbaar is op de foto’s in navolgende hoofdstuk en de luchtfoto in afbeelding 3.4).
Afbeelding 3.3
Pagina 6 van 35
Globale ligging deel van het plangebied in gele contour ten opzichte van NNN (in groen) (bron: kaarten Brabant)
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
Afbeelding 3.4
3.2
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Detail luchtfoto plangebied met planlocatie in gele contour en naastgelegen nieuw NNN (bron: luchtfoto van Nederland 2021)
Soortbescherming
Op basis van de uitgevoerde deskstudie zijn in de omgeving van het plangebied diverse beschermde soorten aangetroffen. Bij deze deskstudie is gebruik gemaakt van de nationale verspreidingsatlassen, desbetreffende soortenregisters, en digitale bronnen zoals bijv. Telmee.nl. Aanwezig beschermde soorten binnen een afstand van ca 3-5 km van het plangebied zijn: Tabel 3.1 Aanwezige beschermde soorten in de omgeving van het plangebied Soort/ Aanwezigheid in omgeving van Beschermingsregime functieaantasting plangebied Vogels
Ja, diverse soorten waaronder ook vogels met jaarrond beschermde nesten.
Vogelrichtlijn
Vleermuizen
Diverse soorten in ieder geval diffuus aanwezig in ruime omgeving
Habitatrichtlijn
Overige zoogdieren
diverse soorten in ruimer omgeving aanwezig. Waaronder muizen, woelrat, egel, ree, vos, konijn, haas en marterachtigen (hermelijn, wezel, bunzing, boommarter en steenmarter). Kleine watersalamander Alpenwatersalamander Bastaardkikker, Bruine kikker Gewone pad, Rugstreeppad, heikikker, Kamsalamander, vinpootsalamander
Overige soorten en algemene vrijstellingsregeling (maar niet voor marterachtigen)
Amfibieën
Pagina 7 van 35
Overig soorten (Rugstreeppad is Habitatrichtlijnsoort)
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Specifieke soorten, nader te beschouwen tijdens beoordeling quickscan danwel nader onderzoek Kerkuil Steenuil Huismus Gierzwaluw Buizerd Ransuil Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Grootoorvleermuis (spec) Watervleermuis Baardvleermuis Nader onderzoek is noodzakelijk naar voorkomen en gebruik van locatie (opstallen en aangelegen groen) door marterachtigen en eekhoorn. Deze soorten zijn in Brabant niet opgenomen in de algemene vrijstellingsregeling. Bastaardkikker Bruine kikker Kleine watersalamander Alpenwatersalamander Gewone pad
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Soort/ functieaantasting
Aanwezigheid in omgeving van plangebied
Beschermingsregime
Reptielen
Gladde slang en levendbarende hagedis in N2000 Brabantse Wal.
Overige soorten welke in de wijdere omgeving aanwezig is.
Vissen
Diverse soorten niet beschermde vissen.
-
Overige fauna
Grote vos, grote weerschijnvlinder, gevlekte witsnuitlibel, teunisbloempijlstaart
-
Flora
Enkel enkele beschermde vaatplanten in aangewezen NNN danwel N2000 gebieden op ruime afstanden van plangebied Dreps Drijvende waterweegbree.
-
Overige fauna: dagvlinders, nachtvlinders, juffers, libellen en overige ongewervelden
3.3
Specifieke soorten, nader te beschouwen tijdens beoordeling quickscan danwel nader onderzoek Rugstreeppad Gezien de afstand tussen het plangebied en het aanwezige N2000 gebied (waar Heikikker, kamsalamander) zijn waargenomen alsmede de specifieke eisen aan het habitat wordt aangenomen dat de Heikikker, vinpootsalamander en Kamsalamander niet binnen plangebied voorkomen. Dit wordt in navolgende hoofdstukken (na bevindingen veldonderzoek) nader getoetst. Gezien de afstand tussen het aanwezige N2000 gebied en planvoornemen wordt aangenomen dat deze soorten zich enkel in N2000 gebied (en evt. direct rondom voorkomen). Dit wordt in navolgende hoofdstukken (na bevindingen veldonderzoek) nader getoetst. Aanwezigheid van beschermde soorten is op basis van verspreidingsatlassen niet aanwezig. Gezien de specifieke eisen aan standplaats wordt vooralsnog aangenomen dat de genoemde soorten binnen het plangebied afwezig zijn (afwezigheid geschikt habitat). Dit wordt in navolgende hoofdstukken (na bevindingen veldonderzoek) nader getoetst. Gezien de specifieke eisen aan standplaats wordt vooralsnog aangenomen dat de genoemde soorten binnen het plangebied afwezig zijn (afwezigheid geschikt habitat). Dit wordt in navolgende hoofdstukken (na bevindingen veldonderzoek) nader getoetst.
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.
De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden.
Pagina 8 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten. De planlocatie is op basis van de bestemmingsplannen van de gemeente Woensdrecht buiten de bebouwde kom gelegen (heden getypeerd als buitengebied). Hierdoor kan het onderdeel Houtopstanden Wet natuurbescherming van toepassing zijn. Op basis van het planvoornemen lijkt binnen de plangrenzen geen sprake van een houtopstand (hooguit een/enkele bomen). Dit wordt in de navolgende hoofdstukken nader getoetst.
Pagina 9 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
4.
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Resultaten veldonderzoek
De planlocatie is op 1 maart 2021 en 11 februari 2022 door S. Halters bezocht in het kader van de quickscan. 11 februari 2022 zijn de opstallen die eerder niet inpandig betreedbaar waren alsnog beoordeeld. Het terrein is onderzocht op de aanwezigheid van groeiplaatsen van hogere planten en het voorkomen van fauna, die volgens de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Tevens is een algemene beoordeling gemaakt voor de geschiktheid van het gebied voor overige (niet aangetroffen) beschermde soorten.
Pagina 10 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
Pagina 11 van 35
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
Pagina 12 van 35
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Huismussen bij kippenren
Pagina 13 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
Pagina 14 van 35
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Enkele volgroeide boom
Pagina 15 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Sporen (kerk)uil
Pagina 16 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Openingen bebouwing, waaruit bouw in luchtspouw blijkt
Pagina 17 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Gevel met openingen, eveneens ruimten tussen binnen- en buitenmuur.
Pagina 18 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Verse sporen (kerk)uil
Pagina 19 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Afbeelding 4.1Impressie plangebied (met op laatste foto veer kerkuil inpandig zuidelijkst gelegen pand op 11 februari 2022)
Pagina 20 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
4.1
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Biotopen en soorten
De verschillende biotopen in het plangebied bestaan uit: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Verharde infra, (half) verharding in de vorm van bestrating, beton, en puin/repac; Bebouwing; Akkerland (in 2021 maisland) en tuin Groene perceelsgrenzen en hagen (volgens opgave opdrachtgever te behouden); Enkele boom en enkele zaailingen; grazige vegetatie; Droge zaksloot.
Verharde infra De infra voorzieningen (bestrating erf, toegangsweg en halfverharding) vormen geen essentieel leefgebied voor beschermde soorten, er zijn geen beschermde soorten op en tussen de bestratingen aangetroffen. Bebouwing De bebouwing aan het noordelijk deel van het plangebied vormen vermoedelijk (vanwege de bouwwijze en geslotenheid voor grotere soorten geen essentieel leefgebied. Het zuidelijk deel van het plangebied bevat wel grotere openingen in de bebouwing waarbij ook sporen van kerkuil zijn aangetroffen. De bebouwing kan wel voor alle soorten vleermuizen een functie als verblijfplaats vervullen. Akkerland en tuin Een deel van het plangebied wordt gebruikt als akkerland. In 2021 is hier mais op geteeld. Binnen het intensief gebruikt akkerland zijn beschermde soorten waargenomen. Gezien het intensief gebruik van dit deelgebied worden beschermde soorten ook niet aannemelijk geacht. Een deel wordt gebruikt als tuin (met intensief gemaaid gras, en ruimte waarin een kippenhok en duiventillen staan). Groene perceelsgrenzen en hagen Binnen dit biotoop is aanwezigheid van diverse soorten vogels waargenomen. Ook is binnen het plangebied huismus gezien. Gezien de mogelijke functies voor deze soort (essentieel groen en/of broedgelegenheid binnen plangebied) is nader onderzoek naar beschermde functies voor huismus noodzakelijk.
Daarnaast zou een hoge losse coniferenhaag als roestplaats van ransuil kunnen fungeren. Boom Binnen het plangebied is één volgroeide boom aanwezig. In deze boom zijn geen grote nesten aanwezig. Nestlocaties van buizerd, ransuil etc. zijn hierdoor op voorhand uitgesloten. Daarnaast zijn enkele zaailingen eik, berk aanwezig. Binnen het planvoornemen is geen sprake van houtopstanden volgens de Wet natuurbescherming die als gevolg van het planvoornemen verwijderd zullen worden. Grazige vegetatie Een deel van het plangebied (rondom de meest zuidelijk gelegen te verwijderen opstal) bestaat uit extensief onderhouden grazige enigszins verruigde begroeiing. Ter plaatse is (lokaal) de duidelijke aanwezigheid van muizen aangetroffen en een haas. Ook marterachtigen (hermelijn, wezel en bunzing, evenals steen/boommarter) zouden binnen dit deel van het plangebied kunnen voorkomen. Nader onderzoek naar deze soorten is nodig. Pagina 21 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Droge zaksloot Binnen het plangebied is geen open water aanwezig. Wel is een droge zaksloot/greppel aanwezig.
4.2
Waargenomen en te verwachten soorten
Op basis van de gegevens van de bureaustudie en de vastgestelde biotopen is een overzicht gemaakt van de beschermde en/of bijzondere soorten die in het werkgebied worden verwacht of daadwerkelijk zijn waargenomen tijdens het veldbezoek. Tabel 4.1: Te verwachten en waargenomen (vetgedrukte) soorten in het plangebied na veldbezoek let op vogels niet uitputtend Soort Nederlandse naam Wet natuurbescherming, Provinciale verordening beschermingsregime Zoogdieren Haas Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Konijn Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Egel Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Vos Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Ree Overige soorten Gedeeltelijke vrijstelling Steenmarter Overige soorten Boommarter Overige soorten Wezel Overige Soorten Hermelijn Overige Soorten Bunzing Overige Soorten Gewone dwergvleermuis Habitatrichtlijn Ruige dwergvleermuis Habitatrichtlijn Rosse vleermuis Habitatrichtlijn Watervleermuis Habitatrichtlijn Franjestaart Habitatrichtlijn Baardvleermuis Habitatrichtlijn Gewone grootoorvleermuis Habitatrichtlijn Laatvlieger Habitatrichtlijn Bruine rat Overige soorten Gedeeltelijke vrijstelling Dwergmuis Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Aardmuis Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Veldmuis Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Bosmuis Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Huismuis Overige Soorten
Gedeeltelijke vrijstelling Huisspitsmuis Overige Soorten Gedeeltelijke vrijstelling Vogels Buizerd Vogelrichtlijn, JBN Huismus Vogelrichtlijn, JBN Kerkuil Vogelrichtlijn, JBN Steenuil Vogelrichtlijn, JBN Ransuil Vogelrichtlijn, JBN Torenvalk Vogelrichtlijn Roodborst Vogelrichtlijn Merel Vogelrichtlijn Koolmees Vogelrichtlijn pimpelmees Vogelrichtlijn Braamsluiper Vogelrichtlijn Witte kwikstraat Vogelrichtlijn Holenduif Vogelrichtlijn Groene specht Vogelrichtlijn Grote bonte specht Vogelrichtlijn Ekster Vogelrichtlijn Zwarte kraai Vogelrichtlijn Kauw Vogelrichtlijn Boomkruiper Vogelrichtlijn Winterkoning Vogelrichtlijn Spreeuw Vogelrichtlijn Gaai Vogelrichtlijn Houtduif Vogelrichtlijn Turkse tortel Vogelrichtlijn Fazant Vogelrichtlijn
Pagina 22 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Soort Amfibieën en reptielen Kleine watersalamander Overige soorten Gedeeltelijke vrijstelling Gewone pad Overige soorten Gedeeltelijke vrijstelling Bastaard kikker Overige soorten Gedeeltelijke vrijstelling Bruine kikker Overige soorten Gedeeltelijke vrijstelling Rugstreeppad Habitatrichtlijn Vissen Overige beschermde soorten, waaronder vlinders, libellen, ongewervelden Flora Toelichting tabel Voor toelichting op beschermingsregime van de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar de toelichting in bijlage 1
Pagina 23 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
5.
Toetsing van het project aan de Natuurwaarden
5.1
Beschrijving geplande activiteit
De initiatiefnemer heeft het voornemen om alle bebouwing te verwijderen/slopen en hier nieuwbouwkavels en openbaar groen op te realiseren. Een impressie van het plangebied met huidige bebouwing is opgenomen in figuur 5.1.
Afbeelding 5.1 planvoornemen in paars met te slopen opstallen (agrarisch en industrieel) in rood. Tevens is op locatie nog de restanten van een pand aanwezig waarvan enkel enkele delen van de muren aanwezig zijn (In blauw). Met in geel mogelijke locaties kerkuil (mogelijke nest/roestlocaties), in oranje waargenomen locatie diverse huismussen bij kippenren, in groen boom met mogelijk verblijfplaats vleermuizen. In rode aangeduide arceringen zijn allen in potentie geschikt voor vleermuizen bebouwing (verblijfplaats).
5.2
Toetsing gebiedsbescherming
Er is geen sprake van blijvend oppervlakteverlies of versnippering ten opzichte van de huidige situatie. Het plangebied is geheel buiten beschermde natuurgebieden (Natura2000 en NNN gebied gelegen). De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Het dichtst bij zijnde NNN gebied ligt direct ten oosten van het plangebied. Hierbij gaat het om nog om te vormen agrarische gronden naar natuur. Op grotere afstand is kruiden- en faunarijk grasland aanwezig. Initiatiefnemers van ingrepen binnen of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland dienen in Noord-Brabant de effecten van de ingreep op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk te onderzoeken. Aangezien het planvoornemen niet in NNN gelegen is, het gaat om nog (nog om te vormen agrarisch gebied) en de aard van de voorgenomen ingreep zullen de wezenlijke waarden en kenmerken ten opzichte van de oorspronkelijke situatie niet veranderen. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland is niet noodzakelijk.
Pagina 24 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Negatieve effecten (stikstofdepositie eventueel uitgezonderd) op beschermde gebieden zijn hierdoor op voorhand uitgesloten. Effecten door stikstofdepositie zijn in deze rapportage niet getoetst, deze zijn in een separate rapportage opgenomen. 5.3
Toetsing soortbescherming
5.3.1 Vogelrichtlijnsoorten Nesten van vogels worden verstoord door zowel bewegingen als geluid, maar niet elke vogel is even gevoelig. In het algemeen geldt dat regelmatige verstoring tijdens het broeden tot gevolg heeft dat het broedsel in de steek wordt gelaten door een gevoel van onveiligheid. Voor soorten die slechts één broedsel per jaar produceren betekent dit een verloren jaar. Voor vogels die meerdere broedsels per jaar produceren zijn de gevolgen veel minder desastreus. Die soorten kunnen dan een nieuwe broedplek zoeken en opnieuw eieren leggen en uit broeden. Indien de voorbereidingswerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode maart - augustus, dan worden daarbij veelal broedende vogels verstoord. Alle nesten, eieren en jongen zijn beschermd gedurende de voortplantingsperiode. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het vernielen/vernietigen van nesten van broedende vogels in kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Als er nesten aanwezig zijn moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het moment dat de jonge vogels uitvliegen. Binnen het plangebied is een boom aanwezig. Hierin is geen groot nest (van een mogelijk jaarrond beschermde vogel) aanwezig, jaarrond beschermde vogels binnen het plangebied zoals buizerd, ransuil maar ook andere jaarrond beschermde vogelsoorten als boomvalk, sperwer, wespendief etc.
kunnen hierdoor op voorhand worden uitgesloten. Wel zou in een hoge groenblijvende (te behouden) haag een roestfunctie van ransuil aanwezig kunnen zijn Wel is ter plaatse van de bebouwing sporen van aanwezigheid van jaarrond beschermde soorten (vermoedelijk kerkuil maar ook steenuil kan vanwege het verborgen leven en de aanwezigheid in de ruimere omgeving niet op voorhand worden uitgesloten) waargenomen. Tevens is huismus waargenomen. Voor deze soorten is nader onderzoek nodig om eventuele beschermde functies binnen het plangebied te bepalen. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig deze is gezien de bouwwijze echter niet geschikt is voor gierzwaluw (ontbreken pannendak etc.). De bebouwing is voorzien van golfplatendaken. Deze is wel in de ruime omgeving foeragerend waargenomen. De bebouwing heeft daarnaast oude nestlocaties van boerenzwaluw en huiszwaluw. Door de voorbereidingswerkzaamheden buiten de periode 1 maart tot 31 augustus te plannen, het werk klein te houden en de werkzaamheden in een zo kort mogelijke tijdsperiode te plannen, is het aannemelijk dat er geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. De gunstige staat van instandhouding van de algemeen voorkomende broedvogelsoorten is niet in het geding.
Voor vogels met een jaarrond beschermd nest (kerkuil, steenuil ransuil, en huismus) is nader onderzoek nodig om aanwezigheid binnen het plangebied (en beschermde functies voor een of meerdere van de genoemde soorten) vast te stellen of uit te sluiten.
Pagina 25 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
5.3.2 Vleermuizen Op de locatie van de werkzaamheden met sloop van een deel van het bestaande pand mogelijk een vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen onttrokken. In principe zijn alle panden in potentie (in meer of mindere mate) geschikt geacht voor de aanwezigheid van (m.n.) kleinere verblijfplaatsen van de in de omgeving waargenomen vleermuissoorten; gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, grootoorvleermuis, baardvleermuis. Soorten als watervleermuis en rosse vleermuis zijn vooral soorten van (volwassen) bos en zijn typische boombewoners en worden daardoor binnen het plangebied niet aanwezig verwacht met een verblijfplaats. Doordat de huidige lijnvormige structuren eveneens niet worden aangetast (alle hoofdvormen in de beplanting blijft gehandhaafd) worden de mogelijke vliegroutes ten opzichte van de huidige situatie niet verstoord door de voorgenomen werkzaamheden. Volledigheidshalve wordt wel aanbevolen om eventuele vlieg- en foerageerroutes mee te nemen in het noodzakelijke nader onderzoek.
De gunstige staat van instandhouding van de potentieel in de omgeving van het werkgebied verblijvende vleermuizen dient nader te worden onderzocht, in het specifiek is vervolgonderzoek volgens het vleermuisprotocol 2021 nodig (verblijfplaatsen van) gewone, ruige dwergvleermuis, grootoorvleermuis, laatvlieger en baardvleermuis eventueel (minder geschikt habitat) rosse vleermuis en watervleermuis.
5.3.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens de werkzaamheden kunnen in theorie kleine zoogdieren worden verstoord en hun vaste verblijfplaatsen vernield. Onder zoogdieren in het plangebied vallen: muizen, woelrat wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, boommarter, haas, konijn, vos, egel, ree, vos, eekhoorn en mol. De ter plaatse aanwezige boom bevat geen nest van eekhoorn, Tijdens de veld inspectie kon de boom goed worden beoordeeld aanwezigheid van nesten van eekhoorn. Aanwezigheid van eekhoorn kan op basis van de quickscan op voorhand worden uitgesloten. De boommarter prefereert bosgebied als habitat en komt vrijwel niet buiten het bos voor. Op de onderzoekslocatie is slechts een solitaire boom aanwezig welke geïsoleerd staat. Deze boom bevatten geen grote holtes, waardoor vaste rust- of verblijfplaatsen van de boommarter in deze boom is uitgesloten. De waarnemingen van boommarter in de omgeving van de planlocatie hebben betrekking op boommarters in Natura 2000-gebied Brabantse Wal, waar wel geschikt habitat voor de boommarter is. Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de boommarter zijn redelijkerwijs uitgesloten. Nader onderzoek naar de boommarter wordt niet noodzakelijk geacht. Aanwezigheid van overige marterachtigen (steenmarter, hermelijn, bunzing en wezel) kan op basis van de quickscan niet worden bepaald of uitgesloten.
Voor de overige algemeen voorkomende zoogdiersoorten geldt een provinciale vrijstellingsregel bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gunstige staat van instandhouding van de voorkomende zoogdiersoorten met een provinciale vrijstellingsregeling is niet in het geding, mits maatregelen worden genomen om de werkzaamheden zorgvuldig uit te voeren (en dieren gelegenheid te geven om zelfstandig het plangebied te verlaten). Voor marterachtigen kan deze beoordeling pas worden uitgevoerd na nader uit te voeren nader onderzoek.
Pagina 26 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
5.3.4 Amfibieën en reptielen Binnen het plangebied is geen sprake van open water. Voortplantingswater van mogelijk aanwezige soorten dat verloren gaat als gevolg van het planvoornemen is dus niet aan de orde. Minder algemene soorten zoals de alpenwatersalamander, vinpootsalamander en heikikker kunnen op voorhand worden uitgesloten. Deze zijn enkel op ruime afstand, bij voortplantingswater in Natura2000 gebied waargenomen (o.a. directe omgeving Grote en kleine Meer binnen de Brabantse Wal). Wel kan sprake binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen diverse algemene soorten amfibieën (gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander). Ook moet beoordeeld worden of in het plangebied landhabitat van rugstreeppad aanwezig is. Aanwezigheid van beschermde reptielen binnen het plangebied wordt op voorhand uitgesloten. De gladde slang en levendbarende hagedis is op ruime afstand van het plangebied in en direct nabij Natura2000 gebied waargenomen. Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Op de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat voor de gladde slang aanwezig. De gladde slang heeft zijn leefgebied voornamelijk op droge heide, hoogveenrestanten en open bossen. Doordat het habitat op de onderzoekslocatie niet optimaal geschikt is, is het niet aannemelijk dat er een bestaande populatie aanwezig is.
De levendbarende hagedis worden voornamelijk waargenomen op bos- en heideterreinen, maar maken daarnaast gebruik van tal van verschillende habitattypes. De waarnemingen van de streng beschermde gladde slang en levendbarende hagedis, hebben betrekking op het nabij gelegen Natura 2000gebied Brabantse Wal. Derhalve is de aanwezigheid van reptielen op de onderzoekslocatie redelijkerwijs uit te sluiten. Nader onderzoek naar reptielen wordt niet noodzakelijk geacht. De gunstige staat van instandhouding van algemeen voorkomende amfibieën en reptielen is niet in het geding, mits de voorzorgsmaatregelen, zoals het werken onder de goedgekeurde gedragscode en nadere gerichte maatregelen (beschreven in Hoofdstuk 6) worden toegepast. Voor soorten met striktere bescherming (rugstreeppad) is nadere beoordeling van het gebruik van het plangebied noodzakelijk omdat deze soort ook in de omgeving aanwezig is en ook een leefgebied buiten voortplantingswateren kent.
5.3.5 Vissen Binnen het plangebied is geen open water aanwezig en daardoor worden geen aanpassingen gedaan van open water. Binnen het plangebied is alleen een greppel/zaksloot/droge sloot aanwezig. Daarnaast zijn in de ruime omgeving van het plangebied geen beschermde vissen waargenomen. Binnen het plangebied zijn hooguit enkele droge zaksloten aanwezig, die worden omgevormd in het herinrichtingsplan Hierdoor is aanwezigheid van (beschermde) vissen binnen het plangebied op voorhand uitgesloten. De gunstige staat van instandhouding van de voorkomende vissen is niet in het geding.
5.3.6 Planten Op de planlocatie zijn geen beschermde planten waargenomen. Op basis van de habitattypes worden de in de Wet natuurbescherming beschermde planten in het plangebied ook niet verwacht. In de ruime omgeving zijn wel beschermde planten aanwezig (zoals drijvend waterweegbree en dreps), deze zijn waargenomen in de aangewezen natuurgebieden Groote Meer etc. in N2000 gebied Brabantse Wal en groeien ter plaatse/in nabijheid van habitattype ven die binnen het plangebied niet aanwezig zijn. De gunstige staat van instandhouding van de voorkomende beschermde planten is niet in het geding.
Pagina 27 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
5.3.7 Overige fauna Er zijn geen effecten te verwachten op andere beschermde soorten, zoals dagvlinders, libellen, kevers en andere ongewervelden. In de ruime omgeving van het plangebied zijn enkele beschermde soorten waargenomen. Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Wet natuurbescherming een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebied zijn te vinden. Volgens verspreidingsgegevens is de beschermde gevlekte witsnuitlibel waargenomen op diverse kilometers ten oosten van de onderzoekslocatie. De gevlekte witsnuitlibel plant zich voort in laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. Gezien het ontbreken van dergelijk habitat op de onderzoekslocatie kan het voorkomen van deze soort op de onderzoekslocatie redelijkerwijs worden uitgesloten. Volgens verspreidingsgegevens zijn de teunisbloempijlstaart, grote weerschijnvlinder, en grote vos binnen enkele kilometers rondom de onderzoekslocatie waargenomen. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. De grote weerschijnvlinder kent verder leefgebied in vochtige gevarieerde loofbossen.
Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied, waardoor de soort niet aanwezig wordt geacht binnen het plangebied. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt daarnaast dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten als teunisbloempijlstaart (wilgenroosje, teunisbloem, kattenstaart) en grote vos (iep, zoete kers en sommige wilgensoorten) zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Het is daarom uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De gunstige staat van instandhouding van overige beschermde soorten zal niet worden aangetast als gevolg van de voorgenomen ingreep. 5.4 Toetsing houtopstanden Het plangebied is heden buiten de bebouwde kom gelegen. Binnen het plangebied is een volgroeide boom en enkele (kleine) zaailingen aanwezig (totaal aantal bomen <20 stuks).
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij gedeputeerde staten. Binnen het planvoornemen is hierdoor geen sprake van houtopstanden (geen bos en niet meer dan 20 bomen), zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming die als gevolg van het planvoornemen verdwijnt.
Pagina 28 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
6.
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Voorzorgsmaatregelen
Ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen tijdens de werkzaamheden volgen hier de voorzorgsmaatregelen. Afhankelijk van de uitkomsten van het benodigde nader onderzoek kunnen deze voorzorgsmaatregelen worden aangevuld/aangepast. •
Voor aanvang van de werkzaamheden dient nader onderzoek plaats te vinden naar eventuele aanwezigheid van (verblijfplaatsen) van vleermuizen in de te slopen bebouwing en ter plaatse van de aanwezig boom volgens het vleermuisprotocol 2021. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuissoorten kan op basis van de quickscan niet worden uitgesloten.
•
Gezien de in de omgeving aanwezige jaarrond beschermde vogelsoorten kerkuil, huismus, steenuil en ransuil en het op basis van de quickscan niet kunnen uitsluiten van beschermde functies voor deze soorten is nader onderzoek noodzakelijk naar de exacte aard van voorkomen van deze soorten.
•
Tevens is nader onderzoek nodig naar marterachtigen. Pas na het uitvoeren van nader onderzoek kan worden beoordeeld welke voorzorgsmaatregelen eventueel noodzakelijke zijn voor eventueel aan te treffen soorten.
•
Tevens is tijdens dit vervolgonderzoek ook aandacht nodig naar de aanwezigheid van rugstreeppad en eventuele overige beschermde, niet voor ruimtelijke ingrepen vrijgestelde soorten. Pas na het uitvoeren van het nader onderzoek kan worden beoordeeld of (strikt) beschermde soorten voorkomen, wat het effect is op de voorgenomen ingreep.
•
verwijderen van beplanting, snoeiafval en nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, vooraf een broedvogelinspectie uit laten voeren.
•
Bij (voorbereidings)werkzaamheden dient zorgvuldig met aanwezigheid van individuen van grondgebonden zoogdieren, vogels en amfibieën te worden omgegaan. Dit kan door het werkterrein vooraf ongeschikt(er) te maken voor dergelijke soorten door buiten het kwetsbare voortplantingsseizoen door grazige begroeiing te maaien en vanaf de wegzijde naar binnen te werken met één vaste werkrichting. Hierdoor krijgen de aanwezige soorten de gelegenheid om het gebied zelfstandig te verlaten naar omliggende terreinen.
•
Let in de realisatiefase en planfase specifiek om eventuele negatieve effecten door verlichting. Afhankelijke van de uitkomsten van het nader onderzoek kunnen gerichte maatregelen nodig zijn om negatieve effecten als gevolg van verlichting te voorkomen. Daarnaast is het in algemene zin van belang om werkterrein beperkt en gericht te verlichten.
•
Afhankelijk van de uitkomsten van het benodigde nader onderzoek kan het noodzakelijk zijn om voorzorgsmaatregelen aan te vullen/aan te passen. In de rapportage van het nader onderzoek dient een compleet (en eventueel aangepast/aangevuld) overzicht van voorzorgsmaatregelen te worden opgenomen.
Pagina 29 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
7.
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Conclusies
Kort samengevat is het resultaat van de quickscan: • Tijdens de ingreep wordt geen Natura 2000-gebied/NNN gebied aangetast. De werkzaamheden vinden geheel plaats buiten Natura2000 en NNN gebied. Deze toetsing is geen beoordeling voor stikstofdepositie, deze is separaat uitgevoerd. • Binnen het plangebied is/zijn (signalen van) aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelsoorten gedaan. Om de exacte functies van het plangebied voor de soorten huismus, kerkuil, ransuil en steenuil nader te bepalen is nader onderzoek noodzakelijk. • Omdat een deel van de bebouwing wordt gesloopt en deze bebouwing in principe geschikt is (betreedbaar) voor vleermuissoorten is nader onderzoek noodzakelijk (volgens het vleermuisprotocol 2021). Waarschijnlijk wordt de locatie door vleermuizen verder diffuus gebruikt (als foerageergebied). Dit is op basis van de quickscan niet te bevestigen danwel uit te sluiten. Bij het aantreffen van beschermde functies van een of meer vleermuissoorten zijn vervolgstappen noodzakelijk. • Op de planlocatie komen waarschijnlijk algemene zoogdieren en amfibieën voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. Daarbij geldt voor de meeste grondgebonden zoogdieren (o.a. algemeen voorkomende muizen) en eventueel voorkomende algemene amfibieën op basis van de provinciale verordening een vrijstelling.
Voor deze soorten hoeft geen ontheffing (ex. Art. 3.31) van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor het overtreden van verbodsbepalingen (art. 3.10 ), mits de mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Aanwezigheid van landhabitat voor rugstreeppad ter plaatse van het plangebied kan niet volledig worden uitgesloten, hiervoor is aandacht nodig tijdens het benodigde nader onderzoek. Op basis van dit nader onderzoek dient te worden bepaald of (en zo ja welke) vervolgmaatregelen noodzakelijk zijn. • In en grenzend aan het werkgebied komen broedvogels voor. Door mitigerende maatregelen toe te passen, zoals buiten het broedseizoen aanvangen met de (voorbereidings)werken worden de verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder artikel 3.1 en 3.5 niet overtreden. • Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten geldt (wel) de bepaling van zorgplicht (Art 1.11). Door het naleven van de voorzorgsmaatregelen (hoofdstuk 6) kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk. • Een eventuele vergunning danwel verklaring van geen bedenkingen in kader van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) is niet aan de orde maar let op de toetsing in kader van stikstofdepositie is separaat uitgevoerd. Een melding in kader van kap van Houtopstanden is eveneens in het plangebied niet aan de orde.
Een ontheffing voor het onderdeel soortbescherming kan wel aan de orde zijn, echter dit kan pas definitief worden getoetst aan de hand van de resultaten van het nader onderzoek naar jaarrond beschermde vogels, vleermuizen, marterachtigen en amfibieën.
Pagina 30 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Omdat vermoedelijk sprake is van beschermde functies van diverse soorten is het zinvol om al tijdens het uitvoeren van het onderzoek ook te zorgen voor alternatieve verblijfplaatsen (denk aan kerkuil, vleermuizen) en eventueel ook alternatief leefgebied voor huismus. Door deze alternatieven al tijdens het vervolgonderzoek aan te realiseren loopt de gewenningsperiode van deze alternatieven al (verplichte periode om ontheffing te kunnen krijgen) al en wordt extra vertraging in de planning zo veel mogelijk voorkomen. Daarnaast is het zinvol om voor de toekomstige woningen het uitgangspunt van natuur inclusief bouwen toe te passen en de woningen te voorzien van geïntegreerde verblijfplaatsen voor bijvoorbeeld huismus en vleermuizen (bijvoorbeeld gewone/ruige dwergvleermuis).
Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
Pagina 31 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Literatuur Broekhuizen, M.S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren KNNV, Utrecht Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J. Thissen, K. Canters, & J. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids diersporen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Strumpel, T. & Strijbosch H., 2006. Veldgids amfibieën en reptielen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Wynhoff, I., Swaay, van C., & Made van der J., Veldgids Vlinders, KNNV Uitgeverij, Utrecht Websites: www.brabant.nl www.natura2000.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.Ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ www.telmee.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl
Pagina 32 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Bijlage 1 Wettelijk kader Hieronder volgt een algemene beschrijving van de Natuurwetgeving, gevolgd door betreffende onderdelen van de wetgeving. De Nederlandse natuurwetgeving De Nederlandse natuurwetgeving valt uiteen in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming is geïmplementeerd in de Natuurbeschermingsweg 1998 en omvat de Natura 2000-gebieden. Per 01/01/2017 zijn beide onderdelen (en de Boswet) geïntegreerd in de Wet natuurbescherming (Wn). Gebiedsbescherming In de Natura 2000 gebieden zijn de beschermde natuurmonumenten alsmede de gebieden met de status Vogel- en/of de Habitatrichtlijngebied (Voorheen Speciale beschermingen Zones, Sbz’s) opgenomen. Globaal kan worden gesteld dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebiedsspecifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking.
Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wn) staan vernoemd in onderstaand kader.
Pagina 33 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wn)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het werkgebied. • Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
• Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’.
Pagina 34 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie
Projectnummer 220224 25 februari 2022
AVV Beheer Quickscan Wnb Marktje Woensdrecht
Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. • Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. • Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd.
Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.
Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien.
Pagina 35 van 35
Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie