2024-07-04 Bijlage VG - BP Bijlage 15 - Rapportage nader onderzoek vleermuizen en overige beschermde soorten
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht Projectnummer 221112 9 januari 2023
Auteur ing. S.J.M.P. Halters
Opdrachtgever AVV Beheer B.V. Buitenruststraat 6 4337EH, Middelburg
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2
METHODE ........................................................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
RESULTATEN VELDONDERZOEKEN ............................................................................................. 7 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
4
VLEERMUISONDERZOEK .............................................................................................................................. 4 JAARROND BESCHERMDE VOGELS ONDERZOEK .......................................................................................... 5 ONDERZOEK MARTERACHTIGEN .................................................................................................................. 5 ONDERZOEK AMFIBIEËN .............................................................................................................................. 5 VELDBEZOEKEN EN OMSTANDIGHEDEN ...................................................................................................... 6 BESCHRIJVING WAARNEMINGEN VLEERMUIZEN .......................................................................................... 7 WAARGENOMEN FUNCTIES VLEERMUIZEN .................................................................................................. 8 WAARNEMINGEN PER VLEERMUISSOORT ..................................................................................................... 9 BESCHRIJVING JAARROND BESCHERMDE VOGELS ...................................................................................... 12 MARTERACHTIGEN ....................................................................................................................................
14 AMFIBIEËN ................................................................................................................................................ 16 MITIGATIE/COMPENSATIE .......................................................................................................................... 17
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 18
LITERATUUR .............................................................................................................................................. 20 BIJLAGE 1
WETTELIJK KADER........................................................................................................ 21
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
2
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
1 Inleiding Naar aanleiding van de voorgenomen sloop en herontwikkeling van de locatie van agrarisch gebied (met diverse bebouwing en bestrating en omliggende akkers, naar woningbouw, aan ’t Marktje te Woensdrecht, ofwel planlocatie is een nader onderzoek naar de aan- danwel afwezigheid van vleermuizen, jaarrond beschermde vogels, en overige beschermde soorten uitgevoerd op deze locatie. Voor de voorgenomen sloop en herontwikkeling is een quickscan (Buijs Eco Consult, 2022) uitgevoerd waaruit blijkt dat diverse beschermde soorten in het plangebied en omgeving kunnen voorkomen (en evt. in het plangebied evt. beschermde functies voor deze soorten aanwezig kunnen zijn). In dit kader is door de opdrachtgever de opdracht verstrekt om, onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid, gebruik en eventuele functies van vleermuizen, de jaarrond beschermde huismus, gierzwaluw, kerkuil, ransuil, steenuil, marterachtigen en rugstreeppad in het plangebied kaart te brengen. Het onderzoek is toegespitst op het voorkomen van hierboven genoemde mogelijk aanwezige soorten te beoordelen (vast te stellen danwel uit te sluiten). Om aan de hand van het onderzoek de voorgenomen ontwikkeling (het slopen van de agrarische bedrijfsbebouwing en vervolgens inrichting en nieuwbouw van woningen zorgvuldig te kunnen voorbereiden en realiseren (plangebied zie paars kader in figuur 1.1).
Daarnaast is gekeken naar aanwezigheid van overige functies, zoals essentiële vliegroutes en/of essentieel foerageergebied, deze worden niet direct verwacht maar dit is bij de veldonderzoeken wel meegenomen.
Figuur 1.1. Ligging van het onderzoeksgebied in oranje contour (bron ondergrond: kaarten Brabant)
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de methode van onderzoek en werkwijze toegelicht. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van de veldbezoeken uitgewerkt en is de noodzakelijke maatregelen beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
3
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
2 Methode Op basis van uitgevoerde quickscan is nader onderzoek noodzakelijk omdat vleermuizen, jaarrond beschermde vogels (uilen en diverse soorten roofvogels en/of (kleine) marterachtigen alsmede enkele amfibieën mogelijk (met beschermde functies) aanwezig zijn. Om dit vast te stellen (of uit te sluiten) is nader onderzoek noodzakelijk. Uitgaande van het zo snel mogelijk starten met dit onderzoek dan is het stappenplan als volgt: Werkstappen: 1. Jaarrond vleermuisonderzoek; 2. Onderzoek naar de aanwezigheid van bezette jaarrond beschermde vogel(nesten); 3. Onderzoek naar het gebruik van het gebied door marterachtigen (wezel en hermelijn, bunzing en steenmarter en boommarter). 4. Onderzoek naar beschermde amfibieën.
2.1
Vleermuisonderzoek
Het terrein is bezocht op diverse datums (zie tabel 1). Er is gebruik gemaakt van de batdetectoren Pettersson D240x, D230 waarbij met diverse veldbezoeken aanvullend geluidsopnamen, zijn gemaakt door een of twee Songmeters SM4 BAT met GPS-logger. Niet tijdens alle bezoeken zijn geluidsopnamen gemaakt. Opgenomen geluiden zijn geanalyseerd met de programma’s BatSound en Kaleidoscope. Er is iedere ronde geïnventariseerd met twee ter zake deskundige waarnemers, door S.J.M.P. Halters, H. Keijser en/of R.J. Buijs van Buijs Eco Consult B.V. waarbij de panden op uitvliegers/invliegers zorgvuldig konden worden beoordeeld. Daarbij is gewerkt volgens het vleermuisprotocol 2021. Mogelijk te verwachten soorten op de locatie waren: - Gewone dwergvleermuis; - Ruige dwergvleermuis; - Laatvlieger; - Grootoorvleermuis (spec); En eventueel minder veelvuldig voorkomende soorten (mogelijk aanwezig maar geen verblijfplaats verwacht) zoals: - Kleine dwergvleermuis; - Rosse vleermuis; - Franjestaart; - Baardvleermuis (spec). - Meervleermuis; - Watervleermuis; Tijdens de bezoeken is er aanvullend gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (FLIR E6/ Pulsar Helion XP50) en een krachtige zaklamp (Feniks) om aanwezige vleermuizen in hun bewegingen te kunnen volgen en/of als vaste opgestelde camera bij een vliegopening te dienen om zo minstens 75% van de aanwezige gevels te kunnen beoordelen.
De veldbezoeken zijn merendeels uitgevoerd vanaf zonsondergang. Tevens is minstens een bezoek in de kraamperiode uitgevoerd in de periode tot zonsopkomst. Bij alle bezoeken is verder gezocht naar sporen van vleermuisactiviteit (keutels e.d. nabij mogelijke in- en uitvliegopeningen, afgebeten vlindervleugels).
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
4
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Tevens zijn vleermuisloggers aanwezig geweest binnen o.a. de (semi)open schuur (open schuur; en op vaste punten in het plangebied om minder opvallende soorten (gewone grootoorvleermuis bijvoorbeeld) ter plaatse beter vast te stellen danwel uit te sluiten. En om de functie van de vliegroute over de perceelsgrens (soorten die hier gebruik van maken) beter vast te stellen.
2.2
Jaarrond beschermde vogels onderzoek
Dit onderzoek zal worden uitgevoerd in de geest van de beschikbare kennisdocumenten (zoals kennisdocument, huismus, steenuil, kerkuil, ransuil, buizerd en gierzwaluw van BIJ12) bij deze bezoeken wordt ook de aanwezigheid van eventueel overige niet jaarrond beschermde maar wel aanwezige broedvogels bepaald (zoals de boeren- en huiszwaluw). Hiervoor dient volgens de diverse kennisdocumenten op diverse momenten bezoeken aan de locatie worden gebracht. Nacht actieve vogels worden tevens bij het vleermuisonderzoek beoordeeld, hiervoor zijn met name in het vroege voorjaar aanvullend op de veldbezoeken voor vleermuizen noodzakelijk. Hierbij wordt met zichtwaarnemingen, geluid, warmtebeeldcamera en sporen beoordeeld of sprake is van aanwezigheid. Voor huismus is verder beoordeeld of de groenstructuren aan de randen van de bebouwing gebruikt wordt als essentieel groen. Voor uilen is op basis van aanwezigheid en sporen (verse braakballen/krijtstrepen), beoordeling van geluid, beoordeeld of sprake is van een verblijf/roestplaats in deze opstallen.
2.3
Onderzoek marterachtigen
Om de aanwezigheid van marterachtigen in het gebied vast te leggen is dit gedurende enkele weken (ca. 6-8) met en een wildcamera (hermelijn, steen-/boommarter en bunzing) en een marterbox (m.n. wezel) onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van marterachtigen in het voorjaar van 2022 (24 maart 2022 t/m 18 mei 2022). Hierbij is alleen het oppervlakte opgenomen waarin opgaande begroeiing (en beschutting) voorkomt; rondom bebouwing boerderij. Het overig plangebied is open akker. In de periode 9 juli t/m 31 augustus 2022 heeft er rond het ingestorte gebouw voor een aanvullend periode een marterbox opgesteld gestaan.
2.4
Onderzoek amfibieën
Aanwezigheid van rugstreeppad zal in het voorjaar mede worden beoordeeld bij de vleermuisnachtbezoeken (koorroep rugstreeppad tijdens voorjaarsbezoeken 2022). Daarnaast zijn in het najaar van 2022 (sept-oktober) materialen omgedraaid. Deze zijn tijdens terreinbezoeken worden gekeerd om rustende dieren (eveneens van alpenwatersalamander en vinpootsalamander) vast te stellen danwel uit te sluiten. Tevens is in augustus van 2022 gekeken naar zichtwaarnemingen van rugstreeppad.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
5
Projectnummer 221112
2.5
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Veldbezoeken en omstandigheden
Tabel 2.1. Overzicht met bezoekdata, tijden en weersomstandigheden Datum Soort Aanvangstijd Eindtijd 7 september 2021** VHOMA 23.00 02.00 8 september 2021 HOMA 11.00 12.30 9 september 2021 VHOMA 20.00 23.10 7 oktober 2021* VHOMA 19.00 22.00 8 december 2021 VHOM 16.00 17.30 11 februari 2022 HOM 16.00 19.00 17 maart 2022* HOM 14.30 16.30 24 maart 2022* VHOM 17.30 20.30 5 april 2022* VHOMA 14.50 16.50 16 april 2022 VHGOMA 20:20 23:00 30 april 2022* HGOMA 14.30 16.00 18 mei 2022 VHGOMA 02.40 06.30 11 juni 2022 VHGOMA 21.00 00.30 13 juni 2022 VHGOMA 02.20 06.30 9 juli 2022* VHGOMA 20.40 00.30 31 Augustus 2022** VHOMA 20.10 00.40 1 Oktober 2022* VHOMA 22.30 00.30
Weer 18 °C, wind 2 Bft O, half tot zwaar bewolkt 26 °C, wind 2 Bft O, half bewolkt 19 °C, wind 2 Bft ZW, half tot zwaar bewolkt 9 °C, wind 1 Bft NW, half bewolkt 5 °C, wind 3 Bft ZW, half tot zwaar bewolkt 6 °C, wind 2 Bft NW, half bewolkt 9 °C, wind 3 Bft W, half bewolkt 10 °C, wind 2 Bft NO, licht bewolkt 11 °C, wind 4 Bft W, vrijwel geheel bewolkt 10 °C, wind 3 Bft O, half bewolkt 12 °C, wind 2 Bft NNW, half tot zwaar bewolkt 15 °C, wind 2 Bft W, geheel bewolkt 13 °C, wind 3 Bft W, half tot zwaar bewolkt 13 °C, wind 2 Bft NW, half tot zwaar bewolkt 25 °C, wind 2 Bft ZO, vrijwel onbewolkt 16 °C, wind 3 Bft NO, licht bewolkt 14 °C, wind 4 Bft ZW, half tot zwaar bewolkt
Verklaring * Extra veldbezoek ** ook veldbezoek voor uitsluiten winterzwermen v= vleermuis, H= huismus, G, gierzwaluw, O overige jaarrond beschermde vogels, M, marterachtigen, A amfibieën.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
6
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
3 Resultaten veldonderzoeken 3.1
Beschrijving waarnemingen vleermuizen
De volgende soorten zijn meermaals en met zekerheid vastgesteld: • Gewone dwergvleermuis (PIPPIP); • Ruige dwergvleermuis (PIPNAT); • Gewone grootoorvleermuis (PLEAUR); • Laatvlieger (EPTSER); • Rosse vleermuis (NYCNOOC); • Watervleermuis (MYODAU); • Meervleermuis (MYODAS). Van de vetgedrukte soorten zijn verblijfplaatsen vastgesteld. Daarnaast zijn opnamen gemaakt die niet gedetermineerd konden worden tot soortgroep, maar tot groep. Deze opnamen zijn NYDNOID (grote vleermuizen; bestaande uit rosse vleermuis, bosvleermuis laatvlieger of tweekleurige vleermuis); gezien de opnamen van rosse vleermuis en laatvlieger betreft het vermoedelijk een van deze soorten. Tot slot zijn enkele opnamen van myoten (MYOSP) gedaan die vanwege de beperkte kwaliteit ook niet herleidbaar zijn tot soort; ook hierbij geldt dat het aannemelijk is dat het een van de twee vastgestelde soorten gaat: watervleermuis danwel meervleermuis. In onderstaande tabel 3.1 is een overzicht van de opgenomen en geanalyseerde geluidsbestanden weergegeven. Niet tijdens alle bezoeken zijn geluidsopnamen gedaan. Tabel 3.1. Geluidsopnamebestanden per veldbezoek Rijlabels
PIPPIP PIPNAT
20210907
223
145
20210909
162
30
okt 21 oost aanbouw
31
27
okt 21 rugzak
74
26
20220317
4
41
20220416
17
5
20220518
68
6
20220612\midden schuur
73
7
PIPSP 4
EPTSER NYCNOID NYCNOC MYODAU MYODAS MYOSP PLEAUR Noise Eindtotaal 3 2
1 1 1 1
2
1
1
1
1
8
26
1
1
58
1
220708\220708 ingang
63
10
7
2
3
1
220708\2
165
6
4
3
18
1
18
9
93
8
329
4
75 2
65
7
90
3 5
1
70
2
261
2
88 197
4
2
8
Verklaring: Waarneming is een geluidsopname op een bepaald moment: een vleermuis kan met rondjes vliegen als een exemplaar voor een grote hoeveelheid waarnemingen zorgen. Hoeveelheid waarnemingen zegt dus niet direct iets over het aantal voorkomende vleermuizen. De ruisopnamen zijn uit het overzicht gehouden. Noise is achtergrondgeluid van fietsen, auto’s vogels/krekels/knaagdieren.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
67 25
167
1119
104
2
20220612\zuid perceelsgrens
Eindtotaal
2
1
1
258 61
22 1
20220612\rugzak
20221001
376 60
7
30
37
115
1709
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Tijdens het uitgevoerde vleermuisonderzoek zijn verschillende vleermuissoorten en verschillende gebruikssoorten van de gebieden (foerageren, vliegroute, en eventuele verblijfsplaatsen) bepaald. In onderstaande tekst is een beknopte toelichting gegeven van de verschillende functies die het plangebied (en de directe omgeving) vervult voor vleermuizen (en voor welke soorten). Vervolgens wordt ingegaan of deze functie vanwege de voorgenomen ontwikkeling wordt beperkt danwel deels komt te vervallen en welke maatregelen hiervoor nodig zijn om dit te compenseren/mitigeren.
3.2
Waargenomen functies vleermuizen
Ter plaatse van de te slopen opstallen is van gewone dwergvleermuis is een zomer/paarverblijfplaats en een paarverblijfplaats waargenomen. Ook is een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis waargenomen en is een zomerverblijfplaats van een gewone grootoorvleermuis vastgesteld.
Figuur 3.1 veldwaarnemingen vleermuisonderzoek vanuit loggers in rugzak. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de GPS functie op deze planlocatie afwijkingen kent in gemeten locatie t.o.v. exacte locatie. Diverse opnamen staan weergegeven in particuliere tuinen buiten het plangebied, deze zijn niet betreden en horen in het plangebied weergegeven te staan.
In het plangebied is wisselende activiteit waargenomen. Het aanwezig groen in het plangebied is geen essentieel foerageergebied en/of een onderdeel van essentiële vliegroute. Wel is een deel van de aanwezige en te behouden hagen met als achtergrens met de huidige bebouwing onderdeel van een vliegroute van gewone dwergvleermuis (minstens 10 exemplaren, locatie zie figuur 3.2).
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
8
Projectnummer 221112
3.3
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Waarnemingen per vleermuissoort
Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort in Nederland en is overwegend een typische gebouwbewoner. In de najaarsperiode van 2021 is herhaalde baltsroep van een man gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit is herleidbaar naar een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis (zie figuur 3.2). Ook is in 2022 een zomerverblijfplaats van een enkel exemplaar vastgesteld.
Figuur 3.2: locaties verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis (in rood zomerverblijf, in blauw zomer/paarverblijf) en waargenomen vliegroute in geel
In het voorjaar/zomer van 2022 is opnieuw aanwezigheid van gewone dwergvleermuis ter plaatse vastgesteld. Vermoedelijk betreft het een (bijna) jaarrond gebruikt verblijf van een (en in de paarperiode max enkele) exemplaren. In de zomerperiode is het verblijf hooguit met een exemplaar bezet (diverse bezoeken geen aanwezigheid vastgesteld). De locaties van alle waargenomen verblijfplaatsen tijdens de veldbezoeken zijn weergegeven in figuur 3.3.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
9
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Figuur 3.3 Waargenomen verblijfplaatsen in 2021-2022. Zomer/paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis (in blauw), (zomer)paarverblijfplaats ruige dwergvleermuis (in paars), zomer/paarverblijfplaats gewone grootoorvleermuis in groen.
Tijdens de veldbezoeken zijn geen waarnemingen gedaan van winterzwermen. Gezien de bouwaard van de opstallen (slechts een deel is gebouwd met metselwerk in spouw (bedrijfswoning en kantoor aan zuidelijk opstal) en verder ontbreekt de massa van een groot meerlaags gebouw voor een stabiel winterklimaat) zijn deze op voorhand ook niet als potentiele locaties ingeschat. Massawinterverblijven kenmerken zich als een doorgaans groot kolossaal gebouw van meerdere verdiepingen en veel inpandige ruimten die onderling voor vleermuizen bereikbaar zijn. Aan deze kenmerken voldoen de aanwezige opstallen niet. Wel is het mogelijk (niet volledig uit te sluiten) dat de verblijfplaats ook in milde winters gebruikt worden als incidentele verblijfplaats. Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is vooral een boombewoner. In migratie (en paartijd) kunnen echter ook paarverblijven in bebouwing worden aangetroffen. Tijdens de veldbezoeken is in mindere mate de aanwezigheid van ruige dwergvleermuis waargenomen. Het verblijf is waargenomen in open aanbouwstructuur van de grote meest zuidelijke schuur. Dit zijn vooral (maar niet uitsluitend) waarnemingen in het najaar. In deze najaarsperiode is ook een stationair roepende man ruige dwergvleermuis vastgesteld (zie figuur 3.3 voor een voorbeeld sonogram van deze baltsroep op locatie).
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
10
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Figuur 3.4 Voorbeeld waargenomen stationaire baltsroep ruige dwergvleermuis
Dit is op een locatie waar ook een invliegende ruige dwergvleermuis is vastgesteld; het verblijf betreft vermoedelijk een paarverblijf van deze soort (zie figuur 3.2). Omdat de ruige dwergvleermuis een migrerende soort betreft heeft ook een aanvullende laat najaarsbezoek plaatsgevonden om late bezetting van een paarverblijfplaats elders in het plangebied te kunnen uitsluiten. Andere verblijfplaatsen dan dit paar-/ (en potentieel zomer)verblijf zijn niet aangetroffen. Gewone grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuizen komen in heel Nederland maar nergens in grote dichtheden voor. De soort kan zowel een boombewoner als gebouwbewoner zijn. Op de planlocatie is ter plaatse van de overkapping ten oosten van de grote loodsen aan de zuidzijde van het plangebied een verblijfplaats van een enkel exemplaar gewone grootoorvleermuis waargenomen.
Figuur 3.5 Voorbeeld opgenomen grootoorvleermuis
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
11
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Laatvlieger De laatvlieger is bekend als een typische gebouwbewoner. Deze soort is enkel langs/overvliegend en incidenteel foeragerend waargenomen. Gezien de beperkte aard van de waarnemingen heeft de soort geen binding met het plangebied. In de geluidsopnamen wordt dit verder bevestigd doordat de opnamen niet in uit- danwel invliegperioden zijn gemaakt. Rosse vleermuis De rosse vleermuis is een typische boombewoner. Kraamkolonies zijn te vinden in oud bos. In de ruime omgeving is dit oud bos aanwezig. Tijdens diverse bezoeken zijn overvliegende exemplaren (1 exemplaar per moment) waargenomen. Deze grotere vleermuissoorten vliegen vrij van geleiding over het plangebied en hebben er geen binding mee. Watervleermuis De watervleermuis, een typische boombewoner, net als rosse vleermuis. Hoewel verblijfplaatsen op basis van de quickscan al uitgesloten waren, is wel beoordeeld of er voor watervleermuis sprake is van een essentiële vliegroute en/of foerageergebied; dit is niet aangetoond. Meervleermuis De meervleermuis is net als laatvlieger een typische gebouwbewoner. Deze soort is net als laatvlieger veelal in kerken, zolders of onder pannendaken aangetroffen. Deze soort is tijdens het stationair onderzoek incidenteel waargenomen in nachtelijke uren buiten in- en uitvliegtijd van deze soort.
3.4
Beschrijving jaarrond beschermde vogels
Huismus Tijdens de veldbezoeken zijn ter plaatse van het plangebied beschermde functies voor huismussen waargenomen. Ter plaatse van de de te behouden bebouwing zijn enkele huismusterritoria aanwezig (in geel). Ook buiten het plangebied zijn huismusnestlocaties aanwezig. De hagen aan de westkant van het plangebied (en bestaande erfafscheidingen met de huidige woningen) vormen essentieel groen voor broedende huismussen. Deze hagen, uitgezonderd één haag, blijven in stand in het planvoornemen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
12
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Figuur 3.6 locatie huismusterritoria (blijven behouden) in geel en essentieel groen in licht groen (behouden) en blauw (te vervallen). In gele ster: locatie kerkuil
Gierzwaluw Tijdens alle voorjaarsbezoeken is aandacht besteed aan aanwezigheid van gierzwaluw. Deze zijn enkel hoog overvliegend waargenomen. Gierzwaluwen zijn binnen het plangebied niet broedend aanwezig. Kerkuil Alle opstallen zijn tijdens de veldbezoeken beoordeeld op aanwezigheid van kerkuil. Tijdens de quickscan ook oude sporen gevonden. Ook in de meest zuidelijke schuur zijn waarnemingen van verse braakballen gedaan en is de kerkuil op diverse veldbezoeken aanwezig. Binnen het plangebied is een territorium van kerkuil aanwezig in de meest zuidelijke schuur. Hoewel geen jongen, gezien of gehoord zijn dient wel aangenomen te worden dat binnen dit territorium ook mogelijk een nestplaats aanwezig is.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
13
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Figuur 3.7 kerkuil sporen in zuidelijke opstal
Overig jaarrond beschermde vogels Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar van 2022 is aanwezigheid van jaarrond beschermde vogels beoordeeld. Uitgezonderd ransuil (aanwezig buiten het plangebied met een nestlocatie, waarbij minstens 2 jongen zijn gehoord) zijn deze soorten (steenuil, buizerd, sperwer, havik, boomvalk) ook niet broedend binnen het plangebied waargenomen. Ook huiszwaluw en boerenzwaluw (categorie 5 vogels) zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Wel is in 2021 incidenteel een roestend mannetje torenvalk in de overkapping van de grote schuur (zuidelijkste) waargenomen. Tijdens alle bezoeken in 2022 is deze niet (uitgezonderd het bezoek van 31 augustus 2022) waargenomen. Door de grote mate van afwezigheid wordt aangenomen dat de torenvalk voldoende alternatieve roestplaatsen heeft en niet afhankelijk van enkel de waargenomen incidentele roestplaats.
3.5
Marterachtigen
Tijdens de veldonderzoeken zijn zowel een stand-alone wildcamera als een marterbox geplaatst. Deze zijn op locatie aanwezig geweest van 24 maart 2022 t/m 18 mei 2022 en de marterbox eveneens in de periode 8 juli t/m 31 augustus 2022. In deze periode zijn, uitgezonderd bunzing (foto titelpagina) geen opnamen gedaan van marterachtigen (steenmarter, boommarter, wezel en hermelijn). Ook zijn in en rondom de bebouwing geen sporen aangetroffen van deze soorten.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
14
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
V ^
^ +
Figuur 3.8: locatie opgestelde wildcamera (+) en marterbox ^ met in V locatie van vermoedelijke vossenhol
Figuur 3.9 opgestelde wildcamera waar bunzing is opgenomen
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
15
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Figuur 3.10 opgestelde marterbox 1
Figuur 3.11 opgestelde marterbox 2
Tijdens deze periode zijn ook opnamen gemaakt van algemene soorten muizen (spitsmuis spec, bosmuis), haas, egel, ree, vos, huiskat, houtduif, zanglijster, merel, roodborst, ekster, gaai etc.
3.6
Amfibieën
Tijdens de dagbezoeken en voorafgaande aan de avondbezoeken) zijn op locatie aanwezige losse materialen (september 2021-oktober 2022) bekeken/ omgekeerd. Hierbij zijn geen exemplaren van rugstreeppad, alpenwatersalamander en/of vinpootsalamander aangetroffen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
16
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Daarnaast is tijdens de nachtelijke bezoeken gelet op koorroep van rugstreeppad ter plaatse. Deze is op (of in de directe omgeving) van het plangebied niet waargenomen. Na afloop van deze nachtelijke bezoeken zijn (in juni en juli) bekende plaatsen met rugstreeppad bezocht, waarbij koorroep wel is vastgesteld. Gezien de functie van de aanwezig sloten (zaksloot) waren deze ten tijde van de bezoeken in het voortplantingsseizoen ook niet gevuld met water (larven zijn hierdoor niet aangetroffen).
3.7
Mitigatie/compensatie
Binnen het plangebied is van drie soorten vleermuizen een verblijfplaats waargenomen te weten: Een zomer/paarverblijfplaats en zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis, een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis en een zomerverblijfplaats van gewone grootoorvleermuis. Daarnaast is bunzing waargenomen, waarbij aangenomen wordt dat ook deze een verblijfplaats heeft binnen het plangebied. Deze verblijfplaatsen gaan dus als gevolg van het planvoornemen verloren. Daarnaast is binnen het planvoornemen sprake van aanwezigheid van 1 territorium kerkuil (nest/roestplaats) en is op beperkte afstand ook aanwezigheid van een nestboom van ransuil aanwezig en kent de beplanting van de huidige en toekomstige planperceelafscheiding functies voor zowel huismus als gewone dwergvleermuis. Het is mogelijk dat de waargenomen verblijfplaatsen van de diverse vleermuissoorten in milde winters ook gebruikt kunnen/zullen worden als verblijfplaats, al is dit gezien de incidentele aard van de waarnemingen van de aanwezige exemplaren in het najaar en de bouwaard van de schuren niet het meest waarschijnlijk (weinig isolatie, geen verwarming in de winter), het gebruik van de opstallen als winterverblijf is daardoor niet optimaal.
Er is voor dit plangebied sprake van verplichte mitigatie en/of compensatie als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling voor vleermuizen, kerkuil, huismus en bunzing. Voor het mogen uitvoeren van sloop en herontwikkeling dient een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming te worden aangevraagd, waarin het mogen verwijderen (door sloop) van de verblijfplaatsen, en het verstoren van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en grootoorvleermuis, en de wijze van compensatie en mitigatie (incl. planning) nader dient te worden uitgewerkt. Bij het planvoornemen zal ook aandacht moeten worden besteed aan functies die aanwezigheid en moeten blijven behouden (danwel versterkt) zoals de nestlocatie juist buiten het planvoornemen van ransuil, de functie vliegroute voor gewone dwergvleermuis van de hagenstructuur en het essentieel groen voor huismus (incl. behoud van de huismusnesten ter plaatse van de te behouden woning). Ook zullen (zorgvuldigheidsprincipe in acht nemend) maatregelen moeten worden getroffen (na beoordeling van de ontheffingsaanvraag door bevoegd gezag) om het aanwezig vossenhol buiten het kwetsbaar seizoen ongeschikt te maken en opschietende vegetatie (opslag boompjes) te verwijderen buiten het kwetsbaar seizoen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
17
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
4 Conclusies en aanbevelingen Vleermuizen Op/nabij de locatie is de aanwezigheid van zeven vleermuissoorten aangetroffen; gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Alleen de eerste drie soorten hebben een binding in het plangebied. De gewone dwergvleermuis is een vooral object/gebouw bewonende soort. Voor deze soort is in het plangebied tijdens de veldbezoeken een zomer/paarverblijfplaats en een zomerverblijfplaats aangetroffen. Mogelijk worden deze verblijfplaatsen ook in milde winters als verblijfplaats gebruikt. Signalen en kenmerken van de bebouwing binnen het plangebied als (massa)winterverblijfplaats zijn niet waargenomen. Ook voor ruige dwergvleermuis is een paarverblijfplaats aangetroffen; in de open constructie tegen de zuidelijke schuur aan. Gewone grootoorvleermuis heeft tevens een (incidenteel) zomerverblijfplaats in het plangebied. De overige waargenomen vleermuissoorten zijn vooral langs- en overvliegend en zonder binding met het plangebied waargenomen. Binnen het plangebied zijn, behalve een vliegroute langs de huidige westelijke perceelsgrens langs de hagenstructuur, geen essentiële vliegroutes, of foerageergebied aanwezig. Jaarrond beschermde vogels Binnen het plangebied is 1 territorium van kerkuil aanwezig (meest zuidelijke schuur).
Huismus is broedend binnen en buiten het plangebied aangetoond. De aanwezigheid van de huismus is aangetoond in een te behouden woonhuis. Ook heeft huismus essentiële functies op de rand van het plangebied (essentieel groen). De hagen aan de westzijde van het plangebied (en beperkt in het plangebied) vormt rust- en schuilplaatsen. Van steenuil en gierzwaluw zijn geen broed (en/of roest)plaatsen vastgesteld. Andere jaarrond beschermde broedende vogels (steenuil, ransuil, gierzwaluw) zijn binnen het plangebied niet vastgesteld. Wel is een nestboom van ransuil buiten het plangebied (in tuin zuidwestelijk van het plangebied) aangetroffen. Naast gierzwaluwen zijn ook geen broedende boerenzwaluw en/of huiszwaluw geconstateerd binnen het plangebied. Wel zijn deze soorten allen overvliegend gezien. Marterachtigen en overige zoogdieren Binnen het plangebied is aanwezigheid van bunzing aangetoond. Andere marterachtigen zijn niet waargenomen. Wel is haas, vos en egel (net als diverse muizensoorten) in het plangebied aanwezig, en is er sprake van een vossenhol. Amfibieën Binnen het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig. Tijdens de veldbezoeken is aandacht besteed aan aanwezigheid van (strikt) beschermde amfibieën zoals rugstreeppad, deze zijn niet aangetroffen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
18
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Resume Voor de voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk om een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming aan te vragen, voor de soort gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kerkuil, huismus en bunzing. Voor zowel het mogen vernietigingen van (in ieder geval diverse) verblijf/nestplaatsen, (en voor vleermuissoorten ook voor verstoren van exemplaren). Voor overige vleermuissoorten, gierzwaluw, en overige jaarrond beschermde vogels, marterachtigen en amfibieën zijn geen beschermde functies binnen het plangebied aangetoond. Wel zijn enkele van deze soorten (vermoedelijk) in de omgeving van het plangebied aanwezig. En in de directe omgeving is meer dan voldoende goed geschikt foerageergebied aanwezig. Om de weg te vallen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kerkuil en bunzing te compenseren dienen alternatieve verblijf-/nestplaatsen te worden gerealiseerd. Ook zal in het plan aandacht noodzakelijk zijn voor functies die behouden blijven (vliegroute gewone dwergvleermuis, essentieel groen huismus en de nestplaats van ransuil buiten het plangebied) evenals aandacht voor zorgvuldig handelen bij opruimwerkzaamheden voor overige soorten (o.a. vos).
Bevoegd gezag kan, na een onderbouwing van wettelijk belang, het afwezig zijn van goede alternatieven en zorgvuldige mitigatie en compensatie beoordelen of en onder welke voorwaarden zij hiervoor een ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming verstrekken.
Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
19
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Literatuur Dietz C. en Kieffer A. Veldgids Vleermuizen van Europa, (Nederlandse vertaling) (KNNV-uitgeverij, Zeist 2017) Buijs Eco Consult, Ecologische quickscan Wet natuurbescherming planvoornemen herinrichting Marktje Woensdrecht, februari 2022 (rev. 01) projectnummer 210430 Limpens, H, Mostert K, Bongers W. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997) Kennisdocument gewone dwergvleermuis Kennisdocument ruige dwergvleermuis Kennisdocument gewone grootoorvleermuis Kennisdocument huismus Kennisdocument gierzwaluw Kennisdocument kerkuil
www.KNMI.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.brabant.nl
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
20
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Bijlage 1 Wettelijk kader Hieronder volgt een algemene beschrijving van de Natuurwetgeving, gevolgd door betreffende onderdelen van de wetgeving. De Nederlandse natuurwetgeving De Nederlandse natuurwetgeving valt uiteen in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming is geïmplementeerd in de Natuurbeschermingsweg 1998 en omvat de Natura 2000-gebieden. Per 01/01/2017 zijn beide onderdelen (en de Boswet) geïntegreerd in de Wet natuurbescherming (Wn). Gebiedsbescherming In de Natura 2000 gebieden zijn de beschermde natuurmonumenten alsmede de gebieden met de status Vogel- en/of de Habitatrichtlijngebied (Voorheen Speciale beschermingen Zones, Sbz’s) opgenomen. Globaal kan worden gesteld dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebied specifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking.
Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wn) staan vernoemd in onderstaand kader.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
21
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wn)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. • Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
22
Projectnummer 221112
Nader onderzoek vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en overige beschermde soorten Marktje Woensdrecht
• Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. • Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.
Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. • Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
23