2023-11-09 Bijlage NL.IMRO.0873.HOWOxBP236xHERZx50-VG01_Regels (nieuw)
Tekst van het document
Kromstraat 4 Hoogerheide
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 4 Wonen - 2 Artikel 5 Wonen - 3 Artikel 6 Maatschappelijk
11 11 13 17 21
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelbepaling Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Artikel 12 Overige regels
23 23 24 25 26 27 28
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
29 29 30
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan 2021-2025
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 2 van 30
Regels
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 3 van 30
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan “Kromstraat 4 Hoogerheide” met identificatienummer NL.IMRO.0873.HOWOxBP236xHERZx50-VG01 van de gemeente Woensdrecht; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
verbeelding
de verbeelding, waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen zijn aangegeven; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aangebouwd bijgebouw
een met een overlap van minimaal 1,2 meter aan het hoofdgebouw, geheel of gedeeltelijk, verbonden gebouw; anders is sprake van een vrijstaand bijgebouw; 1.7
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gewenst is; 1.8
bebouwd oppervlak
het totaal van de oppervlakten van bouwwerken voor zover deze een grotere hoogte hebben dan 1,2 m, met dien verstande dat pergola's, erf-/perceelafscheidingen, e.d. buiten beschouwing worden gelaten; 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 4 van 30
1.10
beroep aan huis
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.19
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 5 van 30
1.21
carport
een dakconstructie, hoofdzakelijk bedoeld voor de stalling van voertuigen, aan maximaal drie zijden begrensd door wanden, waarvan in ieder geval de naar feitelijke voorgevel gekeerde zijde geen wand heeft; 1.22
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.23
dakopbouw
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of de dakrand van het dak, dat het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert; 1.24
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.25
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksbedrijf; 1.26
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
gestapelde woningen
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.29
gevellijn
de als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn, die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen c.q. bouwgrenzen; 1.30
hoofdgebouw
een gebouw dat, in architectonisch en/of functioneel opzicht als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 6 van 30
1.31
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, die binnen een woning gebruik maken van dezelfde voorzieningen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.32
levensloopbestendige woning
een woning die zodanige ruimtelijke kwaliteiten heeft dat de kans groot is dat een huishouden er in verschillende levensstadia goed kan wonen; 1.33
maatschappelijke voorzieningen
religieuze, onderwijs- (inclusief crèches en kinder- en buitenschoolse opvang) educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, begeleid wonen, voorzieningen voor het openbaar bestuur, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.34
mantelzorg
het bieden van zorg aan een ieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.35
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.36
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport; 1.37 a. b.
c. 1.38
peil voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; 1.39
seksbedrijf
de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard tegen betaling;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 7 van 30
1.40
voorgevel
de meest gezichtsbepalende gevel van een gebouw aan de straatzijde of het openbaar gebied; 1.41
vrijstaand bijgebouw
een van het hoofdgebouw losstaand bijgebouw; een bijgebouw dat een overlap van minder dan 1,2 meter met het hoofdgebouw heeft wordt aangemerkt als een vrijstaand bijgebouw; 1.42
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.43
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.44
wonen / bewonen
het gehuisvest zijn van een huishouden in een woning / wooneenheid of ander daartoe bedoeld object; 1.45
woning of wooneenheid
een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de permanente huisvesting van niet meer dan één huishouden. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.46
woonhuis
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.47
zijdelingse perceelsgrens
de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 8 van 30
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstanden
afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van perceelsgrenzen worden gemeten daar waar deze afstanden het kleinst zijn;
2.2
bouwwerken
tot
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.3
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.4
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.5
de horizontale diepte van een gebouw
de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel;
2.6
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.7
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 9 van 30
2.8
de verticale diepte van een gebouw
de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals, balkons, erkers, gevel- en kroonlijsten, gevelversieringen, kozijnen, luifels, overstekende daken, plinten, pilasters, schoorstenen ventilatiekanalen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Bij de goothoogte wordt gemeten daar waar de goot het hoogst ligt. Indien zich op enige zijde van een gebouw één of meer dakopbouwen bevinden, waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dat 50% van de gevelbreedte, wordt de goot- en de bouwhoogte van de dakopbouw(en) als goothoogte respectievelijk bouwhoogte aangemerkt.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 10 van 30
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b.
verblijfsgebied, onder andere bestaande uit wegen, straten, pleinen, verhardingen en (fietsen voet)paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie alsmede ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden, zoals woonstraten, woonerven en paden, inclusief bermen; parkeervoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g.
groen- en speelvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling; voorzieningen van algemeen nut; waterhuishoudkundige voorzieningen; waterlopen en waterpartijen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Op de gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze bestemming.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 4 meter bedragen, zulks met uitzondering van bewegwijzering, mededelingsborden, verkeerslichten, verlichtingsarmaturen e.d., waarvan de hoogte ten hoogste 12 meter mag bedragen.
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.
het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 11 van 30
b.
c.
zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opstellen van (markt)standplaatsen.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 12 van 30
Artikel 4 4.1
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen in de vorm van twee-aaneengebouwde woningen;
met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g.
aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; erven en tuinen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
Op de onderhavige gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de onder 4.1 genoemde functies worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 4.2.1 a. b. c.
Algemeen
gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van het bepaalde in 4.2.3 sub d en e; bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van het bepaalde in 4.2.3 sub b en d; buiten het bouwvlak is het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan, met dien verstande dat dit verbod niet van toepassing is voor het oprichten van erf-/perceelafscheidingen, pergola's, vlaggenmasten e.d.;
4.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
e. f.
als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen, in de vorm van twee-aaneengebouwde woningen, worden gebouwd; de voorgevels van hoofdgebouwen dienen geheel of gedeeltelijk gebouwd te worden gebouwd evenwijdig aan de gevellijn, tot maximaal 3 meter evenwijdig achter de gevellijn; hoofdgebouwen dienen te worden gebouwd binnen een zone van 15 meter achter de gevellijn; de afstand tot een zijdelingse bouwperceelsgrens van een vrijstaand hoofdgebouw of een blok van twee of meer hoofdgebouwen aaneen, voor zover het de niet aangebouwde zijde betreft, dient minimaal 3 meter te bedragen; de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' is ten hoogste het op de verbeelding aangegeven aantal woningen toegestaan;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 13 van 30
4.2.3
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
bijgebouwen mogen aangebouwd en vrijstaand worden gebouwd; het is toegestaan bijgebouwen in de vorm van erkers, entreeportalen en dergelijke voor de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te bouwen, met dien verstande dat: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de hier bedoelde bijgebouwen tot op de perceelsgrens mogen worden opgericht, mits binnen de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw wordt gebleven; 3. de afstand tot een bouwperceelsgrens, grenzend aan de openbare ruimte, minimaal 3 meter bedraagt; 4. de breedte maximaal 75% van de gevel bedraagt; de goothoogte van een bijgebouw mag maximaal 3,3 meter en de bouwhoogte maximaal 5,8 meter bedragen; voor bijgebouwen geldt dat deze minimaal 1 meter achter de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw dienen te worden gesitueerd, met uitzondering van carports waarvoor geldt dat deze tot aan de feitelijke voorgevel mogen worden gesitueerd;
4.2.4 a.
b.
c.
op de gronden, gelegen achter de feitelijke voorgevel, mag de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, maximaal 2 meter bedragen, met uitzondering van pergola's e.d., waarvan de hoogte maximaal 2,5 meter mag bedragen, alsmede overkappingen, carports e.d., waarvan de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen en minimaal 1 meter achter de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw dienen te worden gesitueerd, met uitzondering van carports waarvoor geldt dat deze tot aan de feitelijke voorgevel mogen worden gesitueerd; op de gronden, gelegen vóór de feitelijke voorgevel, mag de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 1 meter bedragen, met uitzondering van pergola's waarvan de hoogte maximaal 2,5 m mag bedragen; het is toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van een luifel vóór de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te bouwen, met dien verstande dat: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de hier bedoelde bouwwerken tot op de perceelsgrens mogen worden opgericht, mits binnen de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw wordt gebleven; 3. de breedte maximaal 30% van de gevel van het bijbehorende hoofdgebouw bedraagt, maar nooit breder is dan 1,75 meter;
4.2.5 a. b.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde erfscheidingen op hoeksituaties
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde erfafscheidingen op hoeksituaties
op de gronden, voor zover deze achter de feitelijke voorgevel zijn gelegen én sprake is van een hoeksituatie, zijn erf-/perceelafscheidingen toegestaan tot een hoogte van 2 meter; op de gronden, voor zover deze vóór de feitelijke voorgevel zijn gelegen, zijn erf-/perceelafscheidingen toegestaan tot een hoogte van 1 meter, met dien verstande dat over een lengte van maximaal 30% van de feitelijk te realiseren c.q. gerealiseerde erf-/perceelafscheiding een hoogte is toegestaan van maximaal 2 meter, mits sprake is van: 1. een functionele verhoging, zoals een poort of markering van een toegangspad c.q. inrit; 2. een overwegend transparante uitvoering.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 14 van 30
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie (wooncomfort, kwaliteit woongenot van directe omgeving); de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de brandveiligheid;
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, in strijd met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid sub c Wabo, worden in ieder geval bedoeld: a. b.
c. d.
het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte; het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksbedrijf, het kweken en/of telen van verdovende middelen voor zover dit het voorzien in de eigen behoefte te boven gaat; het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een beroep aan huis, dan wel bedrijfsmatige activiteiten, uitgezonderd het bepaalde in 4.4.2 en 4.4.3; het gebruik van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van detailhandel in: 1. brand- en/of explosiegevaarlijke stoffen; 2. volumineuze goederen; 3. erotisch getinte artikelen.
4.4.2
Beroep aan huis
Het is toegestaan om binnen deze bestemming gronden en/of gebouwen c.q. bouwwerken te gebruiken voor de uitoefening van beroep aan huis, mits: a. b.
de woonfunctie op het bouwperceel primair blijft; per bouwperceel het oppervlak aan bebouwing dat hiervoor wordt gebruikt niet meer is dan 100 m².
4.4.3
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Het is toegestaan om binnen deze bestemming gronden en/of gebouwen c.q. bouwwerken te gebruiken voor de uitoefenening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, passende in een woonomgeving, mits: a.
b.
het betreft bedrijven die voorkomen onder categorie 1 en 2, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede bedrijven die naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk zijn te stellen; het niet betreft geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 15 van 30
c.
d. e. f. g.
h.
i. j.
de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, wat betekent dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de bebouwing, met een absoluut maximum van 40 m², ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten gebruikt mag worden; vast staat dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden; het geen publiekgerichte voorziening betreft; het gebruik de woonfunctie ondersteunt; dit houdt in dat degene die de activiteiten uitvoert tevens bewoner is van het hoofdgebouw; het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten, dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; het aan de bestemming onttrekken van (een deel) van de bij het betreffende hoofdgebouw behorende garage slechts is toegestaan, indien op het bij de woningbehorende erf vervangende parkeerruimte, bestaande uit ten minste één parkeerplaats, aanwezig is; er geen sprake is van detailhandel; de activiteit(en) niet leiden tot een onevenredige verstoring van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente.
4.4.4
Woningvermeerdering
Woningvermeerdering in de vorm van woningsplitsing of anderszins is niet toegestaan, voor zover dit leidt tot een vermeerdering van het aantal woningen als genoemd in artikel 4.1, sub a, voor zover dit leidt tot woningvermeerdering.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 16 van 30
Artikel 5 5.1
Wonen - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen in de vorm van maximaal 5 aaneengebouwde woningen;
met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g.
aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; erven en tuinen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2
Bouwregels
Op de onderhavige gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de onder 5.1 genoemde functies worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 5.2.1 a. b. c.
Algemeen
gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van het bepaalde in 4.2.3 sub d en e; bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van het bepaalde in 4.2.3 sub b en d; buiten het bouwvlak is het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan, met dien verstande dat dit verbod niet van toepassing is voor het oprichten van erf-/perceelafscheidingen, pergola's, vlaggenmasten e.d.;
5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
e. f.
als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen, in de vorm van aaneengebouwde woningen, worden gebouwd; de voorgevels van hoofdgebouwen dienen geheel of gedeeltelijk gebouwd te worden gebouwd in of evenwijdig aan de gevellijn; hoofdgebouwen dienen te worden gebouwd binnen een zone van 15 meter achter de gevellijn; de afstand tot een zijdelingse bouwperceelsgrens van een blok van twee of meer hoofdgebouwen aaneen, voor zover het de niet aangebouwde zijde betreft, dient minimaal 2 meter te bedragen; de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' is ten hoogste het op de verbeelding aangegeven aantal woningen toegestaan.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 17 van 30
5.2.3
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
bijgebouwen mogen aangebouwd en vrijstaand worden gebouwd; het is toegestaan bijgebouwen in de vorm van erkers, entreeportalen en dergelijke voor de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te bouwen, met dien verstande dat: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de hier bedoelde bijgebouwen tot op de perceelsgrens mogen worden opgericht, mits binnen de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw wordt gebleven; 3. de afstand tot een bouwperceelsgrens, grenzend aan de openbare ruimte, minimaal 3 meter bedraagt; 4. de breedte maximaal 75% van de gevel bedraagt; de goothoogte van een bijgebouw mag maximaal 3,3 meter en de bouwhoogte maximaal 5,8 meter bedragen; voor bijgebouwen geldt dat deze minimaal 1 meter achter de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw dienen te worden gesitueerd, met uitzondering van carports waarvoor geldt dat deze tot aan de feitelijke voorgevel mogen worden gesitueerd;
5.2.4 a.
b.
c.
op de gronden, gelegen achter de feitelijke voorgevel, mag de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, maximaal 2 meter bedragen, met uitzondering van pergola's e.d., waarvan de hoogte maximaal 2,5 meter mag bedragen, alsmede overkappingen, carports e.d., waarvan de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen en minimaal 1 meter achter de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw dienen te worden gesitueerd, met uitzondering van carports waarvoor geldt dat deze tot aan de feitelijke voorgevel mogen worden gesitueerd; op de gronden, gelegen vóór de feitelijke voorgevel, mag de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 1 meter bedragen, met uitzondering van pergola's waarvan de hoogte maximaal 2,5 m mag bedragen; het is toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van een luifel vóór de feitelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te bouwen, met dien verstande dat: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de hier bedoelde bouwwerken tot op de perceelsgrens mogen worden opgericht, mits binnen de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw wordt gebleven; 3. de breedte maximaal 30% van de gevel van het bijbehorende hoofdgebouw bedraagt, maar nooit breder is dan 1,75 meter;
5.2.5 a. b.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde erfscheidingen op hoeksituaties
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde erfafscheidingen op hoeksituaties
op de gronden, voor zover deze achter de feitelijke voorgevel zijn gelegen én sprake is van een hoeksituatie, zijn erf-/perceelafscheidingen toegestaan tot een hoogte van 2 meter; op de gronden, voor zover deze vóór de feitelijke voorgevel zijn gelegen, zijn erf-/perceelafscheidingen toegestaan tot een hoogte van 1 meter, met dien verstande dat over een lengte van maximaal 30% van de feitelijk te realiseren c.q. gerealiseerde erf-/perceelafscheiding een hoogte is toegestaan van maximaal 2 meter, mits sprake is van: 1. een functionele verhoging, zoals een poort of markering van een toegangspad c.q. inrit; 2. een overwegend transparante uitvoering.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 18 van 30
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie (wooncomfort, kwaliteit woongenot van directe omgeving); de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de brandveiligheid;
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, in strijd met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid sub c Wabo, worden in ieder geval bedoeld: a. b.
c. d.
het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte; het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksbedrijf, het kweken en/of telen van verdovende middelen voor zover dit het voorzien in de eigen behoefte te boven gaat; het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een beroep aan huis, dan wel bedrijfsmatige activiteiten, uitgezonderd het bepaalde in 5.4.2 en 5.4.3; het gebruik van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van detailhandel in: 1. brand- en/of explosiegevaarlijke stoffen; 2. volumineuze goederen; 3. erotisch getinte artikelen.
5.4.2
Beroep aan huis
Het is toegestaan om binnen deze bestemming gronden en/of gebouwen c.q. bouwwerken te gebruiken voor de uitoefening van beroep aan huis, mits: a. b.
de woonfunctie op het bouwperceel primair blijft; per bouwperceel het oppervlak aan bebouwing dat hiervoor wordt gebruikt niet meer is dan 100 m².
5.4.3
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Het is toegestaan om binnen deze bestemming gronden en/of gebouwen c.q. bouwwerken te gebruiken voor de uitoefenening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, passende in een woonomgeving, mits: a.
b.
het betreft bedrijven die voorkomen onder categorie 1 en 2, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede bedrijven die naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk zijn te stellen; het niet betreft geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 19 van 30
c.
d. e. f. g.
h.
i. j.
de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft, wat betekent dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de bebouwing, met een absoluut maximum van 40 m², ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten gebruikt mag worden; vast staat dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden; het geen publiekgerichte voorziening betreft; het gebruik de woonfunctie ondersteunt; dit houdt in dat degene die de activiteiten uitvoert tevens bewoner is van het hoofdgebouw; het niet betreft zodanige verkeersaantrekkende activiteiten, dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; het aan de bestemming onttrekken van (een deel) van de bij het betreffende hoofdgebouw behorende garage slechts is toegestaan, indien op het bij de woningbehorende erf vervangende parkeerruimte, bestaande uit ten minste één parkeerplaats, aanwezig is; er geen sprake is van detailhandel; de activiteit(en) niet leiden tot een onevenredige verstoring van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente.
5.4.4
Woningvermeerdering
Woningvermeerdering in de vorm van woningsplitsing of anderszins is niet toegestaan, voor zover dit leidt tot een vermeerdering van het aantal woningen als genoemd in artikel 5.1, sub a, voor zover dit leidt tot woningvermeerdering.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 20 van 30
Artikel 6
6.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
onderwijs, inclusief crèches en kinder- en buitenschoolse opvang; het behoud, beheer en herstel van de waardevolle bomen ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom'; sociale activiteiten;
met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g. h.
aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; erven en tuinen; paden met een verblijfsfunctie ter ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden; parkeervoorzieningen.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
a. b.
gebouwen zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak; in afwijking van a is een bijgebouw bij de onderwijsfunctie toegestaan ten behoeve van opslag van maximaal 45 m2 en een hoogte van maximaal 3,5 m
6.2.2 a. b. c.
6.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag binnen het aangegeven bouwvlak ten hoogste 4 meter bedragen; buiten het aangegeven bouwvlak bedraagt de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 2,5 meter; de hoogte van verlichtingsarmaturen mag maximaal 6 meter bedragen.
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie (wooncomfort, kwaliteit woongenot van directe omgeving); de verkeersveiligheid;
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 21 van 30
d. e. f. g.
de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de brandveiligheid; de parkeerruimte op eigen terrein.
6.4
Omgevingsvergunningvoor het aanleggen van een werk of werkzaamheden
6.4.1
Verplichting
Het is verboden op de gronden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de navolgende werken en/ of werkzaamheden te verrichten: a. b.
de aanleg van verhardingen/halfverhardingen ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom'; het ophogen, afgraven en het egaliseren van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom'.
6.4.2
Uitzondering
Het onder 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud en beheer.
6.4.3
Toetsingscriteria
De in 6.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waardevolle bomen.
6.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. b. c. d. e.
voor de uitoefening van een bedrijf; voor de opslag en verkoop van motorbrandstoffen; seksbedrijven, coffeeshops, discotheken en bardancings; bewoning van gebouwen; van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 22 van 30
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 7
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 23 van 30
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene regels m.b.t. ondergronds bouwen
8.1.1
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. b. c.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de gronden waar volgens de desbetreffende regels hoofd- dan wel bijgebouwen zijn toegestaan; andvoorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zijn buiten bouwvlakken toegestaan; de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil, met dien verstande dat een randvoorziening ten behoeve van de waterhuishouding (bergbassins) tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden.
8.1.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1.1 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 24 van 30
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1
Luchtvaartverkeerzone - 2
9.1.1
Verbod
Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaartverkeerzone - 2' geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde c.q. voor een hogere bebouwing dan de maximum bouwhoogte van 56 meter boven N.A.P. in verband met de IHCS dat aangeeft het beschermingsgebied van de IHCS. Deze maximum hoogten mogen ook niet worden overschreden door bouwwerken zoals antennes, vlaggenmasten e.d.
9.2
Vrijwaringszone - radar 2
9.2.1
Verbod
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - radar 2' geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, c.q. voor een hogere bebouwing dan de maximum bouwhoogte van 65 tot 70 meter boven NAP teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Deze maximum hoogte mag ook niet worden overschreden door bouwwerken zoals antennes, vlaggenmasten e.d.
9.2.2 a.
b.
Afwijken
het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 onder de voorwaarde dat de werking van de radar niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed; voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning dient schriftelijk advies te zijn ingewonnen van het Ministerie van Defensie, DGW&T, directie Brabant.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 25 van 30
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, afwijken van: a. b.
c. d.
e.
f.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 56 meter boven N.A.P.; het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 26 van 30
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 27 van 30
Artikel 12 12.1
Overige regels
Parkeerregeling
Tenzij in hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a.
b. c.
bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient tenminste voldaan te worden aan de aanleg van 17 parkeerplaatsen; parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden; indien het 'Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan' gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging. Het aantal genoemde parkeerplaatsen onder a kan dan mogelijk wijzigen.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 28 van 30
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 13 13.1 1.
2.
3.
13.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 29 van 30
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Kromstraat 4 Hoogerheide" van de gemeente Woensdrecht.
planstatus ontwerp
referentie HOWOxBP236xHERZx50 / 222431
pagina 30 van 30