CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11-11 Raadsvoorstel Belastingverordeningen en tarieven 2022.docx

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Begroting 2022 en Belastingverordeningen en tarieven 20224.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Documentnummer:*2021.33792* Voorstel aan de Raad

*2015.36993*

Onderwerp

: Belastingverordeningen en tarieven 2022

Raadsvergadering

: 11 november 2021

Agendapunt

:

Portefeuillehouder

: H.S. Kielman

Datum

:

Bestuurlijk kader

: Bestuurskracht

Zaaknummer

: Z21.03379

Besluit: 1. Vast te stellen de volgende bij dit voorstel behorende verordeningen met bijbehorende tarieven: • Verordening onroerende zaakbelastingen 2022 • Verordening afvalstoffenheffing 2022 • Verordening rioolheffing 2022 • Verordening hondenbelasting 2022 • Verordening forensenbelasting 2022 • Verordening toeristenbelasting 2022 • Verordening marktgelden 2022 • Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 • 1e wijziging verordening forensenbelasting 2021

Inleiding De belastingverordeningen -inclusief de bijbehorende belastingtarieven- worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Doelstelling en effect De belastingverordeningen worden jaarlijks geactualiseerd. Het gaat hierbij om (kleine) redactionele wijzigingen en aanpassing van de tarieven. De belastingverordeningen vormen de wettelijke grondslag voor het heffen van gemeentelijke belastingen en dienen voor 1 januari 2022 door de raad te worden vastgesteld. In dit raadsvoorstel wordt ook ingegaan op: - de motie van de raad over een onderzoek naar de heffing van onroerendezaakbelasting in termijnen (voor belastingaanslagen groter dan € 10.000) - de mogelijkheden van tariefdifferentiatie bij toeristenbelasting

1

Argumenten, alternatieven en kanttekeningen Algemeen Inflatiepercentage Voor het bepalen van de inflatiecorrectie hanteert de gemeente Woensdrecht een consistente lijn: namelijk de index voor Consumentenprijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De index van juni 2020 is 107,51; die van juni 2021 bedraagt 109,67. Dit betekent dat er voor de belastingverordeningen 2022 een prijsinflatie van 2,0 procent geldt. Het jaarlijks hanteren van de index voor Consumentenprijzen is voor iedereen duidelijk en zorgt voor een consistente lijn. Bij het vaststellen van de prijsinflatie wordt een bodemgrens van nul procent gehanteerd. Concreet betekent dit dat in geval van deflatie (dalende prijzen) de belastingen op hetzelfde niveau blijven als het jaar ervoor. Onroerende zaakbelasting De tarieven OZB-eigenaar woningen, OZB-eigenaar niet-woningen en OZB-gebruiker nietwoningen worden ten opzichte van 2021 met 2 procent verhoogd. Hierbij wordt bij het vaststellen van het tarief rekening gehouden met waardestijgingen van de WOZ. Voor de WOZ-beschikkingen van 2022 geldt als waardepeildatum 1 januari 2021. Volgens de voorlopige cijfers van de BWB is sprake van een gemiddelde waardevermeerdering bij woningen van 7,0 procent ten opzichte van vorig jaar. De waarden van niet-woningen stijgen naar verwachting gemiddeld met 1,0 procent.

De voorgestelde OZB-tarieven voor 2022 komen uit op: OZB-eigenaar Woning Tarief 2021 Mutatie i.v.m. waardeontwikkeling Verhoging 2% procent Tarief 2022 na waardeontwikkeling en inflatie Vast te stellen tarieven

OZB-eigenaar Niet-Woning

OZB-gebruiker Niet-Woning

0,1134 % -0,0074%

0,1844% -0,0019%

0,1546 % -0,0016%

0,0021% 0,1081%

0,0037% 0,1862%

0,0031% 0,1561%

0,1081%

0,1862%

0,1561%

In de programmabegroting 2022 is een opbrengst ozb geraamd van afgerond € 5,15 miljoen. Motie 8 juli 2021: onderzoek heffing bedrijven onroerendezaakbelasting in termijnen In zijn vergadering van 8 juli 2021 heeft de raad unaniem een motie aanvaard over de betaling van onroerendezaakbelastingen door bedrijven in termijnen. De raad verzoekt het college van B&W: ‘te onderzoeken of de Verordening onroerendezaakbelastingen door de gemeenteraad kan worden aangepast en de uitkomst daarvan, zo mogelijk al in een aanpassing van de voor het jaar 2022 vast te stellen Verordening onroerendezaakbelastingen, aan de raad voor te leggen.’ Het college van B&W heeft de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) over deze motie om advies gevraagd. Het integrale advies van de BWB treft u in de vorm van een memo aan als bijlage bij dit raadsvoorstel. De belangrijkste conclusies worden onderstaand samengevat.

2

Bevoegdheid vaststellen betalingstermijnen De bevoegdheid tot het vaststellen van een belastingverordening ligt bij de raad. De raad is binnen de wettelijke kaders vrij om ten aanzien van de termijn van betaling zoals vermeld in artikel 9, eerste lid, Invorderingswet 1990, een afwijkende termijn vast te stellen. Aantallen Het aantal Woensdrechtse bedrijven dat in 2021 een combinatie-aanslag van meer dan € 10.000 ontvangt, bedraagt 67. Als de belastingen van het Waterschap Brabantse Delta buiten beschouwing gelaten worden, zijn er 27 belastingaanslagen boven de € 10.000. Van de 67 combi-aanslagen staan er op dit moment 4 aanslagen nog open waarvan de vervaldag is verstreken. Voor deze belastingaanslagen is met de belastingplichtigen een betalingsregeling getroffen. Voor deze 4 aanslagen is bij het verzoek om een betalingsregeling door de belastingplichtige geen relatie gelegd met de gevolgen van de coronamaatregelen. Geen van deze vier belastingplichtigen heeft naast de aanslagen 2021 ook nog een andere of oudere aanslagen open staan. Voor- en nadelen van aanpassing betalingstermijnen. Voordelen Meer mogelijkheden voor gespreide betaling Iets flexibeler voor enkele ondernemers

Nadelen Lastiger combinatie met waterschapsbelasting Onoverzichtelijker Minder efficiency en hogere kosten gemeente Betreft heel weinig bedrijven Tot nu toe geen corona-effecten gemeld Geen financiële problemen gemeld

Conclusie De betaaltermijn in de belastingverordeningen is één van die aspecten die uniformiteit vereist om aanslagen gecombineerd te kunnen opleggen. Het zoveel mogelijk aanslagen combineren op één biljet leidt tot een kostenreductie en maakt het voor de belastingplichtige praktisch en overzichtelijk. Een afwijkende betaaltermijn in een belastingverordening leidt ertoe dat die belasting niet kan worden vermeld op het gecombineerde aanslagbiljet. De aanslagen waarvoor een afwijkende betaaltermijn geldt, zouden separaat moeten worden opgelegd. Dit brengt extra kosten met zich mee voor de gemeente Woensdrecht, terwijl het voor de belastingplichtige minder overzichtelijk wordt. Het dagelijks bestuur van de BWB heeft oog voor mogelijke financiële problemen als gevolg van de coronamaatregelen, en heeft hiervoor op 2 juli 2021 een beleidslijn vastgesteld. De coulante aanpak bij het bieden van maatwerkoplossingen houdt in dat een belastingplichtige niet specifiek hoeft aan te tonen dat er sprake is van financiële problemen als gevolg van de coronamaatregelen. Bijkomend aspect is dat er ‘maar’ 27 belastingplichtigen in Woensdrecht zijn die meer dan € 10.000 gemeentelijke belastingen betalen. Mochten zij door Corona in problemen komen met betalingen, heeft de BWB aangegeven hier coulant mee om te gaan.

Gezien de voorgaande argumenten stelt het college voor om geen wijzigingen aan te brengen in de belastingverordeningen ten aanzien van de betalingstermijnen.

3

Afvalstoffenheffing De raad heeft ervoor gekozen de activiteit ‘afvalinzameling- en verwerking’ kostendekkend uit te laten voeren. Uitgangspunt is een kostendekkingspercentage van 100 procent. De tarieven 2022 worden ten opzichte van 2021 verhoogd met het inflatiepercentage van 2,0 procent. Dat geldt zowel voor het vast tarief, de variabele tarieven en de tarieven voor de milieustraat. Tarieven afvalstoffenheffing in €

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Tarief vast Tarief per lediging van 240 liter restafval - ledigingen 1 t/m 13 - ledigingen 14 t/m 20 - ledigingen 21 t/m 26 Tarief per lediging van 140 liter restafval - ledigingen 1 t/m 13 - ledigingen 14 t/m 20 - ledigingen 21 t/m 26 Tarief per inworp ondergrondse restafvalcontainer

150,00

150,00

150,00

150,00

175,00

178,50

4,00

4,00

6,00 8,00 10,00 12,00

8,00 10,00 12,00

8,16 10,20 12,24

4,70 5,85 7,00

4,70 5,85 7,00

4,79 5,97 7,14

1,00

1,00

1,02

2,35

0,50

2,35

0,50

3,50

0,75

De belasting voor het gebruik van de milieustraat bedraagt: Voor het 4e tegoed op de saverpas: € 15,30 (in 2021: € 15,00) Voor het 5e en 6e tegoed, per tegoed op de saverpas: € 30,60 (in 2021: € 30,00) Voor het 7e en volgende tegoed, per tegoed op de saverpas: € 51,00 (in 2021: €50,00) Het aantal ‘gratis’ tikken op de milieustraat blijft ongewijzigd; nl. 3. Op 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Afvalbesluit) van kracht geworden. De Belastingdienst heeft de gemeenten in november 2020 geïnformeerd dat het besluit gevolgen heeft voor de gemeenten. Als gevolg van het Afvalbesluit, de brief van de Belastingdienst en artikel 229b van de Gemeentewet, is het niet meer toegestaan om de omzetbelasting over de kosten van het gescheiden inzamelen van afval mee te nemen in de berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing. Bij de berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing voor 2022 is rekening gehouden met de gevolgen van het Afvalbesluit. De gemeente heeft de Belastingdienst medio juli 2021 verzocht een standpunt in te nemen over de omzetbelasting van de kosten die betrekking hebben op het gescheiden inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Een reactie van de Belastingdienst is tot op heden nog niet ontvangen.

Indien de Belastingdienst een ander standpunt in neemt dan de gemeente, kan dit gevolgen hebben voor de berekende concept-tarieven van de afvalstoffenheffing 2022. In de begroting 2022 is een opbrengst afvalstoffenheffing geraamd van € 2,575 miljoen.

4

Rioolheffing Op 12 september 2019 heeft de raad het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2020-2023 vastgesteld. In het gemeentelijk rioleringsplan is vastgelegd welke activiteiten aan rioolbeheer toegeschreven worden en invloed hebben op de rioolheffing. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de activiteiten gerelateerd zijn aan de zorgplichten hemelwater, afvalwater en grondwater. De VNG heeft een nieuw model ‘brede riool en waterzorgheffing’ met diverse varianten opgesteld. Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. De Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing vervangt daarom de oude Modelverordening Rioolheffing. Van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt; daarom worden in de nieuwe situatie zoveel mogelijk percelen in de heffing betrokken. Voor 2022 is nog het huidige BWB-model gebruikt. Dat geeft tijd om de financiële en uitvoeringsconsequenties van de diverse keuzes in het nieuwe VNG-model in beeld te brengen. Voorgesteld wordt de tarieven 2022 gelijk te houden aan die van 2021.

Omschrijving

Art.nr .

Systematiek

Vastrecht

1.1.1

woning met één persoon woning met meerdere personen niet-woning Vastrecht + 501 m3 tot en met 1.000 m3, per m3

152,50 203,50 203,50 0,92

2.1.2

1.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag

0,52

2.1.3

10.001 tot en met 20.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.2 berekende bedrag

0,24

2.1.4

20.001 tot en met 30.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.3 berekende bedrag

0,23

2.1.5

30.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag

0,22

Gedifferentieerde tarieven nietwoningen

1.1.2 2.1.1

Tarief 2022

In de begroting 2022 is een opbrengst rioolheffing geraamd van € 2,035 miljoen. Er is sprake van een kostendekkingspercentage van 100 procent. Hondenbelasting In het Coalitie-akkoord 2018-2022 en het Collegewerkprogramma 2018-2022 is opgenomen dat de kosten en opbrengsten van de hondenbelasting gelijk moeten zijn. Het tarief is daartoe de afgelopen 5

jaren in een aantal stappen verlaagd. Kosten en opbrengsten zijn nu ongeveer gelijk. Vandaar dat voorgesteld wordt de tarieven 2022 gelijk te houden ten opzichte van die van 2021. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 37,50 b. voor iedere hond boven het aantal van één € 65,00 c. in afwijking van het voorgaande bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 155,00 In de begroting 2022 is een opbrengst hondenbelasting geraamd van € 118.900. Per 13 september 2021 zijn er 2.574 honden en 12 kennels geregistreerd bij de BWB. De volgende tabel laat zien dat de tarieven voor hondenbelasting de laatste jaren sterk gedaald zijn. Tarieven in €

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

eerste hond elke volgende hond kennel

60,00 100,00

54,00 90,00

47,50 80,00

40,00 70,00

37,50 65,00

37,50 65,00

37,50 65,00

250,00

225,00

200,00

170,00

155,00

155.00

155,00

Forensenbelasting Forensenbelasting wordt opgelegd aan natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben en die meer dan 90 dagen een tweede (gemeubileerde) woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. Net als bij de OZB hebben de WOZ-waarde en het tarief een onderlinge afhankelijkheid. Het tarief wordt zodanig aan de stijging van de WOZ aangepast dat er per saldo sprake is van een ‘netto’ stijging van 2 procent. Deze werkwijze wijkt af van vorige jaren, waarbij het tarief geïndexeerd werd met het inflatiepercentage, zonder rekening te houden met stijgende WOZ-waarden. De tarieven in 2022 zijn als volgt: • de belasting bedraagt 0,3251 procent (2021: 0,3413 procent) per jaar van de waarde in het economisch verkeer; • de belasting bedraagt per jaar per woning minimaal € 100 en maximaal € 1.027 (2021: € 1.007). In de begroting 2022 is een opbrengst forensenbelasting geraamd van € 47.000. Cumulatievrijstelling In de praktijk komt het voor dat mensen meer dan 90 dagen een gemeubileerde woonruimte huren (bijvoorbeeld bij een stacaravan of een standplaats). In dat geval doet zich niet alleen het belastbaar feit van de toeristenbelasting voor (overnachten tegen vergoeding) maar ook dat van de forensenbelasting (90 dagen of meer beschikken over een gemeubileerde woonruimte).

Om te voorkomen dat voor dezelfde overnachting zowel toeristenbelasting als forensenbelasting moet worden betaald, kan een vrijstelling in een van beide belastingverordeningen worden opgenomen. Woensdrecht heeft deze cumulatievrijstelling opgenomen in de verordening forensenbelasting. Bij de harmonisering van de belastingverordeningen 2021 is door de BWB abusievelijk de cumulatievrijstelling niet opgenomen.

6

Met de BWB is het volgende afgesproken: • De BWB handelt in 2021 bij de uitvoering van de verordening Forensenbelasting alsof in de verordening een cumulatievrijstelling is opgenomen in relatie met de toeristenbelasting. Dit houdt in dat als er terzake van een object sprake is van een belastingplicht toeristenbelasting, dat terzake van dat object geen aanslag forensenbelasting wordt opgelegd. De BWB handelt daarmee niet in strijd met de verordening Forensenbelasting omdat de termijn voor het opleggen van een aanslag drie jaren bedraagt; • De gemeente Woensdrecht neemt in het college- en raadsvoorstel tot vaststelling van de belastingverordeningen 2022 gelijktijdig de wijziging van de verordening Forensenbelasting 2021 mee (in de vorm van een 1e wijziging). Toeristenbelasting Mede op verzoek van enkele toeristische ondernemers in de gemeente Woensdrecht is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van tariefdifferentiatie van de toeristenbelasting. Hiervoor is advies gevraagd aan de Belastingsamenwerking West-Brabant. Het integrale advies van de BWB treft u in de vorm van een memo aan als bijlage bij dit raadsvoorstel. Het doel van de heffing is een bijdrage aan de algemene middelen door de toerist, in verband met het profijt dat deze heeft van de algemene voorzieningen in een gemeente. Daarom wordt een eenheidstarief het meest juist geacht.

Deze opvatting vindt zijn grond in het uitgangspunt dat het profijt van de gemeentelijke voorzieningen geen verband houdt met de vraag of men erin is geslaagd al dan niet goedkoop onderdak te vinden. Het is evenwel mogelijk om de tariefstructuur van de toeristenbelasting te koppelen aan objectieve criteria die in een meer indirect verband een relatie met het inkomen, winst of vermogen kunnen hebben. Uit onder andere de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet blijkt dat tariefdifferentiaties naar leeftijd, groepsgrootte, een percentage van de overnachtingsprijs en een sterafhankelijk tarief aanvaardbaar zijn. De vijf mogelijke vormen van tariefdifferentiatie worden nader beschouwd. Indien mogelijk wordt een indicatieve berekening gemaakt van de financiële gevolgen. a. Tariefdifferentiatie naar leeftijd Een uitsplitsing naar leeftijd van de verblijf houdende personen maakt nu geen deel uit van de aangifte zodat niet bekend is wat het financiële effect zou zijn van een eventuele toepassing van een tariefdifferentiatie naar leeftijd. Uitgewerkt voorbeeld van tariefdifferentiatie: Stel dat personen t/m 18 jaar € 1 p.p.p.n. betalen (i.p.v. € 1,50 p.p.p.n.).

Aannames: - 80 procent op campings is arbeidsmigrant; 20 procent is toerist (het ‘doel’ van het verblijf wordt niet geregistreerd) - jeugdigen verblijven voor het overgrote deel op campings - helft toeristen op campings is een stel, andere helft stel met twee kinderen - van de 56.000 toeristische overnachtingen op campings zijn er 18.700 jeugdigen. - als jeugdigen t/m 18 jaar € 1 betalen i.p.v. € 1,50, wordt de opbrengst € 9.350 lager - een stel met 2 kinderen gaat 2 weken op vakantie. Toeristenbelasting is nu: € 84. Met het aangepaste tarief voor jeugdigen wordt het: € 70 Het financieel verschil voor de recreanten is erg klein. Ook zijn er extra benodigde administratieve handelingen noodzakelijk bij zowel de exploitant als de BWB. Het college is daarom geen voorstander van deze optie. 7

b. Tariefdifferentiatie naar groepsgrootte De exploitant zal in het register moeten bijhouden als er sprake is van het verblijf houden door een groep en het aantal personen waaruit de groep bestaat. Deze gegevens zijn nu niet bekend zodat ook hiervan het financiële effect niet kan worden ingeschat. Ook voor de aangifte brengt dit voor zowel de exploitant als de BWB extra werk met zich mee. Het college ziet bovendien geen aanleiding om bij grotere groepen een korting op de toeristenbelasting te geven. c. Tariefdifferentiatie naar percentage van de overnachtingsprijs Bij een dergelijke tariefdifferentiatie wordt aangesloten bij de overnachtingsprijs. De exploitant betaalt een percentage over de omzet die uitsluitend betrekking heeft op het overnachten. Bij een overnachting in een hotel zit in de kamerprijs vaak ook een ontbijt. Deze kosten maken geen onderdeel uit van het verblijf houden en moeten bij het doen van de aangifte toeristenbelasting worden geëlimineerd. Zo ook de prijs voor de eventueel inbegrepen arrangementen. Als een boeking plaatsvindt via bijvoorbeeld ‘Social deal’ of wanneer men gebruik maakt van een voucher, dan geldt er vaak een andere prijs. Voor met name de exploitanten van hotels en Bed & Breakfast vereist dit het bij voortduring in de administratie uitsplitsen van de kosten.

De juistheid van het per saldo in de aangifte vermelde bedrag aan omzet voor uitsluitend het verblijf houden is voor de Belastingsamenwerking West-Brabant lastig op juistheid te controleren. Het financiële effect bij de introductie van een percentage van de overnachtingsprijs kan niet worden ingeschat omdat de omzetcijfers niet bekend zijn. Samengevat concludeert het college dat deze optie te ingewikkeld is en niet op juistheid te controleren is. d. Sterafhankelijk tarief De BWB concludeert dat deze optie niet wenselijk is, omdat niet alle accommodaties een aanduiding in sterren kennen terwijl het toegekende aantal sterren een discussiepunt kan opleveren. Deze optie is daarom niet verder onderzocht. e. Tariefdifferentiatie afhankelijk van de accommodatie De VNG-modelverordening voorziet niet in een mogelijkheid om naar accommodatie te differentiëren. Toch heeft een aantal gemeenten een dergelijke tariefdifferentiatie in hun verordening opgenomen en kan bijvoorbeeld als volgt luiden: Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting: a. in een hotel, pension, waaronder begrepen bed & breakfast, vakantiebungalows, vakantiewoningen en vakantieappartementen, welke al dan niet zijn verbonden aan een (vakantie)park b.

in andere onderkomens dan genoemd onder a, waaronder begrepen campingplaatsen, chalets en (sta)caravans, al dan niet verbonden aan een camping en overige (groeps)accommodaties, waaronder begrepen jeugdherbergen en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten Uitgewerkt voorbeeld van tariefdifferentiatie: Stel dat de accommodaties uit categorie b € 1 p.p.p.n. betalen - dat zou voor alle 280.000 overnachtingen gelden (forfaitair, werkelijk, toeristen, arbeidsmigranten) - categorie b gaat € 140.000 toeristenbelasting minder betalen - als totale opbrengst toeristenbelasting gelijk moet blijven, betekent dat categorie a (€ 641.000 - € 280.000 = € 361.000) moet opbrengen. Tarief zou dan € 2,45 moeten worden. Ook van deze optie is het college geen voorstander. Het tarief van € 2,45 wordt als erg hoog beschouwd. 8

Samengevat: Juridisch wordt een eenheidstarief het meest juist geacht. Er zijn mogelijkheden tot differentiatie van de toeristenbelasting. Het college doet in de verordening toeristenbelasting 2022 geen voorstel tot tariefdifferentiatie. Voorgesteld wordt het tarief in 2022 niet te verhogen en te handhaven op € 1,50 p.p.p.n. In de begroting 2022 is een opbrengst toeristenbelasting geraamd van € 641.000. Marktgelden In de verordening marktgelden stellen wij geen inhoudelijke wijzigingen voor ten opzichte van 2021. Gezien de economische omstandigheden stellen wij geen verandering in de tarieven voor ten opzichte van 2021. De markttarieven bedragen voor de weekmarkten € 4,50 per standplaats en voor de jaarmarkt Putte € 105 per standplaats. In de begroting 2022 is een opbrengst marktgelden geraamd van € 21.300. Er is sprake van een kostendekkingspercentage van 46,5 procent. Lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt de tarieven te indexeren met het inflatiepercentage van 2,0 procent. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen ten opzichte van vorig jaar. In de begroting 2022 is een opbrengst lijkbezorgingsrechten geraamd van € 74.280. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Algemeen De gemeente heeft de mogelijkheid om opgelegde aanslagen kwijt te schelden indien een belastingplichtige niet in staat is een aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen.

In de Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 is het juridisch kader voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen opgenomen. De gemeente is wettelijk verplicht de door de Minister van Financiën vastgestelde regels in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toe te passen. In de Gemeentewet is geregeld op welke onderdelen de gemeente van de Uitvoeringsregeling af mag wijken. Verruiming De Tweede Kamer nam de afgelopen periode drie moties aan over het verruimen van de vermogensnorm bij kwijtschelding van de lokale belastingen. De minister heeft in een brief aan de Kamer laten weten dat daarvan één motie uitgevoerd wordt. Gemeenten en waterschappen zouden voor de groep AOW-gerechtigden en volledig arbeidsongeschikten per 1 januari 2022 de vermogensnorm met maximaal € 2.000 mogen ophogen. Het bedrag van de ophoging is conform het advies van het rapport ‘Knellende schuldenwetgeving’ van de Hogeschool Amsterdam, dat in opdracht van de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid is opgesteld. De ministeriële regeling ‘Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke- en waterschapsbelastingen’ moet daarvoor eerst voor worden aangepast. Op woensdag 8 september jl. heeft de Tweede Kamer over dit issue (schriftelijk) vergaderd.

Vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) is aangedrongen om op korte termijn duidelijkheid te verkrijgen over de aanpassing. De UvW geeft in haar reactie ook aan dat het op dit moment zeer de vraag is of softwareleveranciers de aanpassingen vóór 1 januari 2022 kunnen doorvoeren en adviseert een ingangsdatum per 1 januari 9

2023. De VNG heeft desgevraagd laten weten niets te kunnen melden over de stand van zaken op dit moment en evenmin zicht te hebben op de termijn waarop de wijziging wordt vastgesteld. Zolang de wijziging van de ministeriële regeling niet heeft plaatsgevonden kunnen de lokale overheden van deze mogelijkheid geen gebruik maken. Daarnaast is het anticiperen op de wijziging van de regeling niet mogelijk omdat de precieze redactie van die wijziging nog niet bekend is. Mede op advies van de BWB wordt geen nieuwe concept-Regeling kwijtschelding aangeboden zolang de redactie van de wijziging niet bekend is. De vigerende Regeling kwijtschelding blijft, als geen nieuwe regeling wordt vastgesteld, ook voor 2022 gelden. Mocht in de komende periode feitelijk invulling worden gegeven aan de aanpassing van de Ministeriële regeling dan kan (zo nodig met terugwerkende kracht), alsnog een Regeling kwijtschelding 2022 worden vastgesteld. Kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en rioolheffing In elke verordening is een artikel opgenomen dat regelt of kwijtschelding mogelijk is. De mogelijkheid tot kwijtschelding is opgenomen in de verordeningen afvalstoffenheffing en rioolheffing. Voor de overige belastingsoorten is in Woensdrecht geen kwijtschelding mogelijk. Dit beleid is ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. In de begroting 2022 is een budget voor kwijtschelding opgenomen van € 145.000.

Dit bedrag is opgebouwd uit € 75.000 kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en € 70.000 voor rioolheffing. Deze budgetten zijn ongewijzigd ten opzichte van 2021. Procedure/planning De belastingverordeningen 2022 met bijbehorende tarieven worden in de gemeenteraad van 11 november 2021 vastgesteld. De tarieven zijn afgestemd met de programmabegroting 2022. Communicatie Gemeenten zijn op grond van de Wet elektronische bekendmaking verplicht om regelgeving op internet te publiceren. Burgemeester en wethouders van Woensdrecht, de secretaris, de burgemeester, A.P.E. Baart MBA drs. J.J.C. Adriaansen

Ter inzage: - Verordening onroerende zaakbelastingen 2022 - Verordening afvalstoffenheffing 2022 - Verordening rioolheffing 2022 - Verordening hondenbelasting 2022 - Verordening forensenbelasting 2022 - Verordening toeristenbelasting 2022 - Verordening marktgelden 2022 - Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 - 1e wijziging verordening forensenbelasting 2021 - Memo BWB n.a.v. onderzoeksvraag heffing bedrijven - Memo BWB n.a.v. mogelijkheden tariefdifferentiatie toeristenbelasting

(2021.33953) (2021.33955) (2021.33954) (2021.33956) (2021.33961) (2021.33960) (2021.33963) (2021.33964) (2021.33962) (2021.28897) (2021.33855)

10

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=63943c24-6c4c-416c-8271-ea32141bbc4d