CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-11-11 Bijlage memo BWB nav onderzoeksvraag heffing bedrijven.pdf

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Begroting 2022 en Belastingverordeningen en tarieven 20222.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Deelnemer Gemeente Woensdrecht t.a.v. drs. E.J.F. Melskens

Datum 23 juli 2021

Onderwerp Motie: Onderzoek heffing bedrijven onroerende zaakbelastingen in termijnen

Contactpersoon André van Oers

Inleiding Op 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Woensdrecht een motie aangenomen waarbij het college is verzocht om: “Te onderzoeken of de Verordening onroerendezaakbelastingen door de gemeenteraad kan worden aangepast en de uitkomst daarvan, zo mogelijk al in een aanpassing van de voor het jaar 2022 vast te stellen Verordening onroerendezaakbelastingen, aan de raad voor te leggen.” Toelichting In deze memo wordt nader ingegaan op de onderzoeksvraag of het mogelijk is om de verordening onroerende-zaakbelastingen zodanig aan te passen dat elk bedrijf in staat wordt gesteld om de belastingaanslag in termijnen te betalen zonder dat invorderingsrente is verschuldigd. Bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid van de heffing en invordering van een aantal Woensdrechtse belastingen waaronder de onroerende-zaakbelastingen overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (GR-BWB). Ook de waardering van de onroerende zaken op basis van de wet WOZ is overgedragen aan de GR-BWB. Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) vervult de taken zoals het college dat (als zij de taken niet hadden overgedragen) zou hebben moeten doen op basis van de door de raad vastgestelde belastingverordeningen.

Het dagelijks bestuur van de BWB wijst daartoe onder meer de heffings- en invorderingsambtenaar aan, maar stelt ook beleidsregels vast voor de heffing en invordering. De bevoegdheid tot het vaststellen van een belastingverordening ligt bij de gemeenteraad. De gemeenteraad is binnen de wettelijke kaders vrij om ten aanzien van de termijn van betaling zoals vermeld in artikel 9, eerste lid, Invorderingswet 1990, een afwijkende termijn vast te stellen. Efficiency en kostenreductie Vooraf aan de toetreding tot de BWB wordt elke potentiële deelnemer verzocht een aantal aspecten in de belastingverordeningen te uniformeren. Dit is een vereiste in verband met de efficiënte uitvoering van de verordeningen en om te kunnen voldoen aan de aan de BWB opgelegde kostenreductie bij de uitvoering van haar taken. Een van die aspecten is het uniformeren van de betaaltermijn in de

belastingverordeningen van alle overgedragen heffingen. De op het aanslagbiljet vermelde vervaldag geldt voor alle op dat aanslagbiljet vermelde aanslagregels. Het uniformeren van de betaaltermijn is dan ook een vereiste om de aanslagen van zowel de gemeentelijke deelnemers als het waterschap Brabantse Delta op één aanslabiljet te kunnen combineren. Door het combineren van de gemeentelijke- en waterschapsbelastingen op één biljet wordt een significante kostenreductie gerealiseerd. Er behoeft maar één aanslagbiljet te worden opgemaakt, geprint en verzonden. Bij een gecombineerd aanslagbiljet vinden er geen separate betalingen naar deelnemer plaats, is er sprake van een integrale inning en dwanginvordering en kan de belastingplichtige in voorkomend geval volstaan met het indienen van één bezwaar- of verzoekschrift voor alle op het aanslagbiljet vermelde aanslagregels. Het is vooral ook voor de inwoners, instellingen en bedrijven praktisch om de alle lokale heffingen overzichtelijk op één aanslagbiljet te ontvangen. Automatische incasso en gespreide betaling Het uniformeren van de betaaltermijn en het uniformeren van de voorwaarden waaronder gespreid mag worden betaald mits een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, is destijds in samenspraak met alle deelnemers tot stand gekomen.

Feitelijk is aansluiting gezocht bij de praktijk zoals die bij het merendeel van de deelnemers al werd toegepast. Voor enkele deelnemers betekende dit een aanpassing naar een iets strenger dan wel een iets ruimer regime. Van oorsprong werd door de meerderheid van de deelnemers een bedrag van 10.000 euro gehanteerd als bovengrens waarbij automatisch een spreiding van betaling in tien termijnen werd toegestaan mits een machtiging tot betaling via automatische incasso werd afgegeven. Een dergelijke spreiding van betaling werd voor de belastingplichtige inwoners en kleine bedrijven opportuun geacht. De betalingsmogelijkheden en de betalingsbereidheid werd daarmee voor deze categorieën van belastingplichtigen verruimd. Belastingplichtigen die een aanslagbiljet ontvangen van een bedrag van 10.000 euro of hoger krijgen niet standaard een spreiding van betaling in tien termijnen. Zij kunnen uiteraard wel om een spreiding van betaling verzoeken als hun financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven. De invorderingsambtenaar van de BWB zal een verzoek om een betalingsregeling beoordelen en daarop een besluit nemen. Combi-aanslagen van 10.000 euro of meer. Zoals hiervoor aangegeven geldt bij betaling via automatische incasso van aanslagen van 10.000 euro of meer niet de standaardmogelijkheid tot spreiding van betaling in tien termijnen.

De betalingstermijn is gesteld op één maand na dagtekening van de aanslag. Kijken we naar de praktijk dan blijkt dat er een zeer beperkt aantal Woensdrechtse belastingplichtigen is die een combi-biljet van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen ontvangen waarvan het totaalbedrag hoger is dan 10.000 euro. Hieronder wordt een en ander weergegeven in aantallen: • 67 in Woensdrecht gevestigde ondernemers ontvingen in 2021 een combi-biljet met een totaal aanslagbedrag van meer dan 10.000 euro; • Van de 67 belastingplichtigen zijn er 27 waarvan de gemeentelijke belastingen meer dan 10.000 euro bedraagt; • Het totale aanslagbedrag van deze 67 ondernemers was € 6.878.001,88 aan gemeentelijke en waterschapsbelastingen; • Het aandeel aan gemeentelijke belastingen Woensdrecht van deze 67 gecombineerde aanslagbiljetten bedraagt € 1.009.536,21;

• •

•

Van de 67 combi-aanslagen zijn 7 aanslagen nog niet voldaan omdat de vervaldag nog niet is verstreken. Van de 67 combi-aanslagen staan er op dit moment 4 aanslagen nog open waarvan de vervaldag wel is verstreken. Voor deze belastingaanslagen is met de belastingplichtigen een betalingsregeling getroffen. Voor deze 4 aanslagen is bij het verzoek om een betalingsregeling door de belastingplichtige geen relatie gelegd naar de gevolgen van de coronamaatregelen. Geen van deze vier belastingplichtigen heeft naast de aanslagen 2021 ook nog een andere of oudere aanslagen open staan.

De belastingplichtigen die een combi-aanslag ontvangen met een totaalbedrag van meer dan 10.000 euro zijn hoofdzakelijk winkelketens, (semi-)overheidsinstellingen, schoolinstellingen, huisvesters arbeidsmigranten, woningcorporatie, vakantiepark en vastgoedbezitters. Maatwerkoplossingen en coulance In de vergadering van 30 oktober 2020 heeft het algemeen bestuur van de BWB zich nadrukkelijk uitgesproken voor het toepassen van maatwerkoplossingen voor de situaties waarbij belastingplichtigen als gevolg van de coronamaatregelen in de (financiële) problemen zijn gekomen. Dit had een voorkeur boven een generiek uitstel voor alle belastingplichtigen zoals de Belastingdienst heeft toegepast. De Belastingdienst loopt met een dergelijke handelwijze vanwege het recht van preferentie maar een beperkt risico. Bij een generiek uitstel wordt niet gekeken of een ondernemer wel of niet is getroffen door de coronamaatregelen, terwijl er juist ook ondernemers zijn die door de coronamaatregelen een hogere omzet weten te behalen. Op 2 juli 2021 heeft het dagelijks bestuur van de BWB besloten om het beleid van het bieden van maatwerkoplossingen te bestendigen. Dit besluit is in de vergadering van het algemeen bestuur van de BWB op 16 juli 2021 met instemming ontvangen.

In het besluit van 2 juli 2021 (zie bijlage) is tevens aangegeven dat ook ten aanzien van de invorderingsrente coulance wordt betracht voor zover er sprake is van een aan corona gerelateerd uitstel van betaling. De coulante aanpak bij het bieden van maatwerkoplossingen houdt in dat een belastingplichtige niet specifiek hoeft aan te tonen dat er sprake is van financiële problemen als gevolg van de coronamaatregelen. De coulante uitvoering bij de invorderingsrente houdt in dat voor zover er sprake is van een aan corona gerelateerd uitstel van betaling of betalingsregeling de invorderingsrente geheel buiten invordering wordt gesteld. Dit laat zich echter niet in een beleidsregel uitschrijven. Enerzijds omdat niet hoeft te worden aangetoond dat er sprake is van een corona gerelateerd uitstel en anderzijds omdat het tot precedentwerking kan leiden of mogelijk een beroep kan worden gedaan op het gelijkheidsbeginsel. De argumentatie om de invorderingsrente niet voor alle vorderingen die na de vervaldag worden betaald te laten vervallen, vindt u in de toelichting op het besluit.

Extra kosten bij separate aanslagoplegging Zoals hiervoor is aangegeven is het bij het opnemen van een afwijkende betaaltermijn in de verordening onroerende-zaakbelastingen niet langer mogelijk om die belasting nog op één biljet te combineren met de overige Woensdrechtse belastingen en de waterschapsbelastingen.

Alle Woensdrechtse belastingplichten zouden dan een separate aanslag onroerende-zaakbelastingen moeten gaan ontvangen. Dus ook de burgers met een aanmerkelijk geringer belastingbedrag. Een bijkomstigheid is dat dan ook de WOZ-beschikking waar de aanslag onroerende-zaakbelasting op is gebaseerd op dat biljet zou moet moeten worden vermeld. De direct aanwijsbare extra kosten voor deze separate aanslagregeling bedragen voor de ongeveer 12.000 aanslagen: 12.000 x € 3,50 ofwel € 42.000,-. Daarnaast zal de keuze voor een afwijkende betaaltermijn tot gevolg hebben dat er bij de betreffende belastingplichtigen een verwarring gaat optreden. Immers de aanslag onroerende-zaakbelasting ter grootte van 10.000 euro of meer van de gemeente Woensdrecht zou dan wel met automatische incasso gespreid kunnen worden betaald, maar voor de aanslagen waterschapsbelastingen die eveneens door de Belastingsamenwerking West-Brabant zijn opgelegd bestaat die mogelijkheid niet. De separate aanslagoplegging zal vragen oproepen en extra contactmomenten vergen Conclusie De BWB streeft mede vanuit een oogpunt van kostenreductie naar uniformering bij de uitvoering van haar taken voor alle deelnemers.

Op onderdelen vergt dat in enigerlei mate ook een uniformering van de door de deelnemers vast te stellen belastingverordeningen, zonder daarbij de autonomie van de gemeenteraad en het algemeen bestuur van het waterschap Brabantse Delta uit het oog te verliezen. De betaaltermijn in de belastingverordeningen is één van die aspecten die uniformiteit vereist om aanslagen gecombineerd te kunnen opleggen. Het zoveel mogelijk aanslagen combineren op één biljet leidt tot een kostenreductie en maakt het voor de belastingplichtige praktisch en overzichtelijk. Een afwijkende betaaltermijn in een belastingverordening leidt er toe dat die belasting niet langer kan worden vermeld op het gecombineerde aanslagbiljet. De aanslagen waarvoor een afwijkende betaaltermijn geldt zullen separaat moeten worden opgelegd. Dit brengt extra kosten met zich mee voor de gemeente Woensdrecht, terwijl het voor de belastingplichtige minder overzichtelijk wordt. Het dagelijks bestuur van de BWB heeft oog voor mogelijke financiële problemen als gevolg van de coronamaatregelen, en heeft hiervoor op 2 juli 2021 een beleidslijn vastgesteld.

Etten-Leur, 23 juli 2021 A. van Oers Fiscaal Juridisch beleidsadviseur

Bijlage: Besluit d.d. 2 juli 2021 dagelijks bestuur Belastingsamenwerking West-Brabant

Bijlage

Besluit Van Het Dagelijks Bestuur van de BWB Onderwerp Uitstel van betaling en invorderingsrente

Datum 2 juli 2021

gelezen: het voorstel met bovenaangehaald onderwerp; gezien: de beraadslagingen op voornoemde datum; gelet op: artikel 18, letter e en j Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant, artikel 28, 28a, 28b en artikel 29 Invorderingswet 1990, artikel 231, lid 1 Gemeentewet en artikel 123, lid 2 Waterschapswet; besluit: 1. De vanaf juli 2020 gehanteerde aanpak van maatwerkoplossingen bij verzoeken om uitstel van betaling of een betalingsregeling vanwege de gevolgen van de coronamaatregelen te bestendigen; 2. Het percentage van de invorderingsrente niet (tijdelijk) te verlagen, maar de invorderingsambtenaar een coulante uitvoering laten betrachten bij de invordering van invorderingsrente ten aanzien van uitgestelde corona gerelateerde vorderingen. 3. Het besluit ter kennis te brengen aan het algemeen bestuur. Aldus vastgesteld in de vergadering van 2 juli 2021 Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant; de secretaris, de voorzitter,

drs. P.C.A.M. Stoffelen.

drs. Th.J.J.M. Sc

Voorstel Aan Het Dagelijks Bestuur van de BWB Onderwerp Uitstel van betaling en invorderingsrente

Datum 2 juli 2021

Inleiding In het voorjaar 2020 heeft uw dagelijks bestuur besloten om vanwege de gevolgen van de coronamaatregelen de invordering van de aanslagen op te schorten tot en met 30 juni 2020. Tegelijkertijd heeft u, net als het Rijk, besloten tot een tijdelijke verlaging van de invorderingsrente naar 0%. Vanwege systeemtechnische redenen is het percentage in de praktijk op 0,01% gesteld. De tijdelijke verlaging van de invorderingsrente is bij besluit van het dagelijks bestuur van 17 juli 2020 beëindigd. Voorafgaand aan het beëindigen van het generieke uitstel van betaling zijn de bedrijven en ondernemers schriftelijk geïnformeerd over de mogelijkheid tot het verlengen van het uitstel en de mogelijkheid tot het treffen van een betalingsregeling. In uw vergadering van 16 oktober 2020 heeft u naar aanleiding van een (landelijk verspreide) brief van MKB-Nederland nogmaals bevestigd de aanpak van maatwerkoplossingen te laten prevaleren boven het aan alle ondernemers verlenen van een generieke betalingsregeling van 36 maanden. MKB-Nederland heeft in de afgelopen maanden diverse gemeenten aangeschreven waarbij opnieuw aandacht wordt gevraagd voor de sectoren die zwaar worden getroffen door de Corona-crises. MKBNederland pleit nu onder andere voor uitstel van betaling van lokale belastingen van minimaal vijf jaren en dat over de gehele periode geen invorderingsrente wordt berekend.

Mogelijk is een dergelijk verzoek ook bij een of meerdere BWB-deelnemers ontvangen of kan binnenkort een dergelijk verzoek worden ontvangen. In dit voorstel wordt de effectiviteit van de BWB-aanpak met maatwerkoplossingen belicht en uw bestuur geadviseerd om de beleidslijn van de Belastingdienst voor wat betreft een generiek uitstel van betaling en het verlagen van het invorderingspercentage niet te volgen. Toelichting • Generiek uitstel, generieke betalingsregeling De impact van de coronamaatregelen verschilt per sector, terwijl binnen één sector, afhankelijk van de branche, enorme verschillen kunnen bestaan. Aan de ene kant hebben winkels hun deuren moeten sluiten en aan de andere kant behaalden bijvoorbeeld supermarkten juist een omzetstijging. Het verlenen van een generiek uitstel van betaling of een generieke betalingsregeling voor bedrijven en ondernemers schiet zijn doel voorbij en is daarmee weinig effectief. Daarnaast kunnen ook inwoners worden getroffen door de gevolgen van de coronamaatregelen en in financiële problemen geraken. Te denken valt aan zzp’ers in bepaalde branches en werknemers die hun baan door de Corona-crises zijn kwijt geraakt. De Belastingdienst verleent standaard een betalingsregeling van 36 maanden. Met deze generieke betalingsregeling bespaart de Belastingdienst vanwege het omvangrijke aantal uitgestelde belastingbedragen heel veel werk.

Daarnaast loopt de Belastingdienst een gering risico op

oninbaarheid vanwege zijn preferentie. Lokale overheden hebben daarentegen geen preferentie, maar zijn concurrente schuldeiser. De huidige door de BWB gehanteerde coulante aanpak van maatwerkoplossingen voor zowel bedrijven als burgers doet meer recht aan de specifieke omstandigheden en financiële mogelijkheden van de individuele belastingschuldige. Naar de stand van begin mei 2021 is aan ruim honderd belastingschuldigen een aan corona gerelateerd uitstel van betaling verleend dan wel een betalingsregeling getroffen. Het gaat hierbij om een totaalbedrag van ruim € 200.000. Bij een generiek uitstel van betaling of generieke betalingsregeling voor bedrijven en ondernemers zou het financieel belang enkele tientallen miljoenen euro bedragen. Dit zou onnodige financiële risico’s met zich meebrengen als gevolg van mogelijke oninbaarheid. • Invorderingsrente Op 20 mei 2020 heeft uw dagelijks bestuur in na navolging van het Rijk de invorderingsrente met terugwerkende kracht tot 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd naar 0%. Bij besluit van 17 juli 2020 heeft u deze tijdelijke verlaging beëindigd en is voor het percentage van de invorderingsrente weer aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel 29 van de Invorderingswet (thans 4%). Het Rijk heeft daarentegen de tijdelijke verlaging van de invorderingsrente naar 0,01% inmiddels verlengd tot en met 31 december 2021.

De VNG heeft aangegeven dat het vanwege de eenheid van beleid wenselijk wordt geacht om als lokale overheid zoveel mogelijk de rentepercentages van het Rijk te volgen. Het tijdelijk verlagen is geen verplichting voor de lokale overheden. Een (tijdelijke) verlaging van de invorderingsrente heeft tot gevolg dat ten aanzien van alle vorderingen die na de laatste vervaldag worden betaald en waarbij het drempelbedrag van € 23 zou worden overschreden, in het geheel geen invorderingsrente kan worden berekend. In een regulier jaar (2019) wordt ongeveer € 170.000 aan invorderingsrente geïnd wegens te late betaling. Voor de thans in het kader van corona uitgestelde vorderingen met een totaalbedrag van € 200.000 is op jaarbasis een invorderingsrente te relateren van slechts € 8.000. Evenals een generiek uitstel van betaling verlenen of een generieke betalingsregeling schiet het generiek (tijdelijk) verlagen van de invorderingsrente zijn doel voorbij. Het overgrote deel (ongeveer € 160.000) aan te berekenen invorderingsrente is niet gerelateerd aan corona-uitgestelde vorderingen. Een coulante uitvoering bij de invordering van invorderingsrente ten aanzien van corona uitgestelde vorderingen doet meer recht aan de specifieke omstandigheden. Voorstel Uw dagelijks bestuur wordt voorgesteld: 1.

De vanaf juli 2020 gehanteerde aanpak van maatwerkoplossingen bij verzoeken om uitstel van betaling of een betalingsregeling vanwege de gevolgen van de coronamaatregelen te bestendigen; 2. Het percentage van de invorderingsrente niet (tijdelijk) te verlagen, maar de invorderingsambtenaar een coulante uitvoering laten betrachten bij de invordering van invorderingsrente ten aanzien van uitgestelde corona gerelateerde vorderingen. 3. Het besluit ter kennis te brengen aan het algemeen bestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=985be9b9-7625-484a-a4fa-32139fc07fcb