2021-07-07 Bijlage Beantwoording raadsvragen opinieraad Ruimte 23 juni aanvullend gestelde vragen.docx
Tekst van het document
Toezeggingen n.a.v behandeling wensen/bedenkingen adviezen Windpark Zebra 1. 1. Overzicht energiebehoefte/opwekcapaciteit
Opgaven duurzame energie gemeente Woensdrecht Invulling/onderwerp Totale energiebehoefte gemeente Woensdrecht
Energiebehoefte 2394 TJ
Resterende energieopgaven na energiebesparing van 30 %.
1675 TJ
2394 TJ – 30% besparing = 1675 TJ
Verwachte opwek duurzame energie anders dan zon/wind = circa 40% (biogas, waterstof, geothermie) Resterende opgaven duurzame elektriciteit Zon op dak (totaal verwachte realisatie tot 2035) Windpark Kabeljauwbeek Zonneparken 1e tranche
670 TJ*
Alternatieve opwek duurzame energie (biogas, waterstof geothermie) 40 % van 1675 = 670 TJ.
1005 TJ
1675 TJ – 670 TJ = 1005 TJ
195 TJ
1005 TJ – 195 TJ = 810 TJ
160 TJ 387 TJ*
810 TJ – 160 TJ = 650 TJ
263 TJ
-
Resterende opgaven
Toelichting
Aanvullende informatie
-
Totale energiebehoefte van de gemeente op basis van de laatste inzichten uit de klimaatmonitor en CBS statistieken. 30% besparing op het energiegebruik is een realistische inschatting maar alsnog ambitieus te noemen. Het is mogelijk dat we niet voor 2035 aan deze besparingsdoelstelling gaan voldoen en dat dit meer tijd nodig zal hebben. *=Indien niet kan worden voorzien in alternatieve warmte zal een deel van deze opgaven vervallen aan wind en of zonne-energie. Een en ander is ook afhankelijk van de eerste warmtevisie en de gekozen richting (warmteoplossing) voor onze gemeente.
650 – 387 = 263 TJ
Het oppervlakte (en de opwek) ligt lager dan het totaal dakoppervlakte binnen de gemeente ivm geschiktheid en positionering, niet alle daken zijn geschikt voor zonnepanelen. *=Deze opwek is (behouden) gebaseerd op het aantal vollasturen van het klimaatakkoord. Op basis van de geschiktheid van het plangebied gaan de vergunde projecten mogelijk meer opwekken. Een en ander wel afhankelijk van verkrijgen van SDE+ subsidie en uiteindelijke realisatie. Resterende opgaven op basis van huidige inzichten tot 2035.
VOORUITZICHT OPGAVEN ENERGIENEUTRAAL 2035 Windpark Zebra 2 molens
88 TJ
Per molen goed voor een opwek van circa 44,3 TJ.
RESTEREND NA INVULLING ZEBRA op basis van 2 windmolens. Mogelijk extra opgaven duurzame warmte
175 TJ
263 TJ – 88 TJ = 175 TJ
670 TJ
TOTAAL energiebehoefte waarin nog niet is voorzien.
845 TJ
Bij de invulling van energie middels de bronnen van duurzame warmte zijn wij uitgegaan van het scenario dat er binnen de gemeente geschikte alternatieve (duurzame )warmte aanwezig is. 175 TJ resterend + 670 TJ nog in te vullen warmtevraag = 845 TJ.
Op basis van vollasturen uit de MER (2737) en een opgesteld vermogen van 4,5 MW per windmolen. Definitieve opwek kan afwijken bij vaststellen keuze turbines en definitieve realisatie. -
Wij gaan in de berekening uit dat we de 670 TJ middels ander bronnen op kunnen wekken/realiseren. Op basis van de leidraad en het bronnen register dienen wij echter mogelijk uit te gaan van een hoger percentage te elektrificeren warmte. De warmtevisie zal met betrekking tot deze opgaven meer duidelijkheid verschaffen. De definitieve warmtemix zal blijken uit de warmtevisie.
In het bovenstaande overzicht is reeds een toevoeging opgenomen omtrent de onbekende beschikbaarheid van warmtebronnen binnen de gemeenten. Onlangs hebben wij de technische data ontvangen van de eerste concept versie voor de warmtevisie. Hierin staat o.a. het volgende opgenomen: 1) De gemeente heeft een besparingspotentie van ca. 24% Dit betekent dus dat wij in de eerdere berekening van onze energiebehoefte uit zijn gegaan van 6% (100 TJ) meer besparingspotentieel. 2) Een voor de hand liggend scenario in Woensdrecht betreft elektrificatie middels individuele warmteoplossingen.
Om geheel Woensdrecht met warmtepompen te voorzien in een aanvullende warmtebehoefte van 569 TJ benodigd, wat neerkomt op ongeveer 190 TJ duurzame elektriciteit. Dit staat gelijk aan: Ongeveer 5 windmolens, of ongeveer 1 km2 (100 hectare) zonneweide Op basis van de verwachte aanvullende opgaven uit de tabel energiebehoefte kunnen we stellen dat de aanname voor aanvullende verwachte behoefte elektriciteit uit de technische analyse van de gemeente Woensdrecht (100 TJ + 569= 669 TJ) nagenoeg gelijk is aan de aanname uit de eerder overlegde notitie/tabel (670 TJ). 2. Overzicht invulling financiële participatie
Nadere berekening 50% financiële participatie Een invulling van financiële participatie is niet per definitie een vorm van lokaal eigendom. Financieel participeren kan namelijk ook een vorm van passieve financiële participatie zijn zoals bijvoorbeeld een obligatielening. Het doel van de gemeenteraad in de motie van 1 april 2021 is met name de lokale omgeving zoveel mogelijk mee te laten profiteren van een (duurzame) ontwikkeling van wind en/of zon. Uitleg financiële participatie: Het aandeel financiële participatie ziet op het eigen vermogen tbv van de product installatie. Voor het windpark Zebra is het streven voor 50% ongeveer gelijk aan de financiële participatie in 4 miljoen euro. Windpark Zebra = reeds voor 20% in eigendom van corporatie Zeeuwind, hierin kunnen inwoners en omgeving actief financieel participeren door lid te worden. Daarnaast wordt door initiatiefnemers een obligatielening uitgegeven aan de omgeving ter waarde van 2 miljoen euro. Deze inspanningen maken dat initiatiefnemers de ambitie tot circa 45 % financiële participatie al direct vanuit het project benaderen. Dit is dan nog exclusief de bijdragen aan de omgeving inzake het omgevingsfonds, en omwonenden regelingen. Welk ook een vorm van passieve afdracht/financiële participatie omvatten. Omgevingsfonds geschatte bijdrage over 25 jaar = 1.500.000 euro.
Omwonenden regeling over 25 jaar = circa 720.000 euro. = 2.220.000 euro revenuen voor omgeving. Dit is ook exclusief de afdrachten voor natuur, kwaliteitsverbetering en grondeigenaren in lijn met motie van 1 april 2021. Voor deze benadering laten wij ook buiten beschouwing dat Lindewind, een lokale ondernemer, ook voor 20% mede-eigenaar is in het project en hierdoor voor 20% financieel mee-participeert. Dit mede-eigenaarschap telt overigens wel mee voor het percentage en de ambitie van 50% lokaal eigendom.
Zoals eerder aangegeven is de 50% lokaal eigendom waarop de inhoud van de motie als ook de financiële participatie is gebaseerd een ambitie, een streven afkomstig uit het klimaatakkoord. Het is voor gemeenten geen afdwingbare wettelijke verplichting. Met de bovenwettelijke afdrachten waarin initiatiefnemer op vrijwillige basis voorziet stellen beide gemeenten zich op het standpunt dat er zorgvuldig invulling is gegeven aan de inspanningsverplichting ten behoeve van de financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving uit de motie van 01 april j.l. alsmede de doelstellingen en ambities uit de RES. Initiatiefnemers leveren met deze invulling een knappe prestatie aangezien het project kan worden gezien als een pijplijn project, RES is op 01 april vastgesteld. De RES stelt hierin dat gemaakte afspraken inzake deze projecten er vaak toe leiden dat de geformuleerde ambities (lokaal eigendom/financiële participatie) niet zijn te realiseren. De ambities zijn dan ook met name van toepassing op nieuwe projecten. Dit neemt niet weg dat de gemeenten er ook naar hebben gestreefd de ambities uit de RES toe te passen bij deze ontwikkeling.
3. Overzicht besluitvormingsmomenten Wdt en Reimerswaal Opinieraad Woensdrecht concept advies –
23 juni 2021
Opinieraad ontwerpvergunningen R’waal
6-juli-2021
Besluitraad Woensdrecht
7 juli2021
Besluitraad Reimerswaal concept vvgb
20 Juli 2021 --
Vaststellen VVGB in Raad Reimerswaal –
9-11 en 23-11
Vergunningverlening college B&W Reimerswaal
30-11-2021.
4. Inzicht tijdstip waarop met belanghebbenden m.n. windstil is gesproken door de gemeente. Op 9 maart heeft Windstil Ossendrecht ingesproken bij de Opinieraad Ruimte. Op 10 maart 2021 heeft Windstil Ossendrecht direct aan de wethouder aanvullende vragen gesteld aan inzake het windpark. Op 11 maart 2021 heeft de wethouder voorzien in een reactie waarin is gezegd snel de vragen van windstil te zullen beantwoorden. Op 16 maart ontving de gemeente een aanvullende uitgebreide aanvulling op de inspraak vergezeld van 28 verdiepende vragen met betrekking tot het windpark als ook de Regionale Energie Strategie van West-Brabant. Op 17 maart 2021 heeft de wethouder via e-mail antwoord gegeven op de aanvullende vragen (van 11 maart) vanuit Windstil met daarbij de uitnodiging voor een persoonlijk gesprek indien gewenst.
Op 20 maart heeft de gemeente bericht ontvangen van Windstil Ossendrecht omtrent de nadere toelichting van de vragen en akkoord ontvangen voor het inplannen van een overleg. Op maandag 29 maart is door de gemeente het eerste overleg gevoerd met de organisatie Windstil Ossendrecht. Hierbij waren de betrokken beleidsambtenaar en de wethouder J.M.A. van Agtmaal aanwezig. Op 6 april is de beantwoording van de uitgebreide brief gereed gemaakt voor het college op 13 april. Deze schriftelijke reactie is vervolgens op 13 april 2021 met instemming van het college verstuurd aan windstil Ossendrecht. Op 9 april heeft Windstil Ossendrecht de burgermeester een verzoek gestuurd om een persoonlijk gesprek. De gemeente heeft hierin op 13 april instemmend gereageerd. Dit gesprek is ingepland na afhandeling van het door Windstil Ossendrecht ingediende WOB verzoek op 8 juni 2021. Op 12 april 2021 (dagtekening 8 april 2021) heeft Windstil een WOB verzoek ingediend met betrekking tot het windpark. Op 19 april heeft Windstil Ossendrecht aanvullende vragen gesteld over de procedure en de coördinatieregeling. Op 22 april 2021 is in reactie hierop voorzien door de gemeente met een aanvullende toelichting (informatief filmpje over procedure).
Op 22 april heeft Windstil Ossendrecht aanvullende vragen gesteld over de verschillende besluiten die genomen moeten worden en wie voor welk besluit het bevoegd gezag is. Inzake te kunnen voorzien in de beantwoording is intern en extern uitvraag gedaan. Na het verkrijgen van dit externe advies is op 19 mei 2021 een antwoordreactie uitgestuurd aan Windstil Ossendrecht. Op 19 mei 2021 heeft de gemeente bericht ontvangen dat de vraag naar voldoening was beantwoord. Op 7 Mei heeft het college de reactietermijn inzake het WOB verzoek van 12 april 2021 verdaagd met 4 weken. Dit in verband met de hoge arbeidsintensiteit van het verzoek. Op 17 mei is door de gemeente de overlegreactie van Windstil Ossendrecht ontvangen. Op 16 juni is deze verwerkt in de definitieve stukken in de nota van antwoord. Op 8 juni is op het gemeentehuis met Windstil gesproken. Hierbij waren aanwezig: de wethouder van Agtmaal, Burgermeester Adriaansen en betrokken beleidsambtenaar T. Krullaards. Naar aanleiding van het gesprek is een vervolggesprek ingepland op 17 juni 2021. Op vrijdag 11 juni 2021 is door de gemeente (ambtelijk aanwezig) in gezamenlijkheid met initiatiefnemers gesproken met belangengroep Windstil Ossendrecht. Vervolggesprek is ingepland op dinsdagavond 22 juni 2021. Op 11 juni 2021 heeft Windstil een bericht gestuurd aan de aanwezigen van het gesprek van 8 juni 2021.
Hierin hebben zij o.a. verzocht om aanvullende stukken inzake het windpark ZEBRA. Op 14 juni 2021 heeft de wethouder van Agtmaal hierop gereageerd met een directe link naar de stukken zoals verzocht. Op 14 juni is voor alle omwonenden en belanghebbende een grootschalige live interactieve bijeenkomst georganiseerd. Naast berichtgeving op social media is in de lokale bodes gepubliceerd en
zijn enkele duizenden uitnodigingen per post verstuurd. De uitnodiging is daarmee verspreid in de wijde omgeving in zowel Reimerswaal als Woensdrecht. In totaal hebben zich vanuit de beide gemeenten 34 mensen aangemeld. De sessie is nog steeds online terug te kijken op: https://www.youtube.com/watch?v=w5YdoNEi1i4&feature=youtu.be Op 15 juni heeft windstil een bericht gestuurd aan de wethouder met een reeks aan aanvullende vragen en inzicht van stukken. De wethouder heeft hier op 16 juni 2021 op gereageerd en aangegeven dat het niet mogelijk is om op korte termijn invulling te kunnen geven aan deze aanvullende vragen, dit mede in verband met de drukke agenda’s en vakantieverlof van betrokken ambtenaren. Op 17 juni heeft er een 4e vervolggesprek plaatsgevonden met de wethouder van Agtmaal en Windstil Ossendrecht. Op woensdag 23 juni 2021 is ingesproken door windstil Ossendrecht bij de opinieraad Ruimte. 5. Nazenden informatie effect slagschaduw op Havenweg 1 te Ossendrecht In feite is het altijd mogelijk om te kunnen voldoen aan de normen inzake slagschaduw omdat deze stilstandsvoorziening volledig programmeerbaar is op basis van de stand van de zon. Dit betekent dus dat er altijd terug geregeld kan worden om te kunnen voldoen aan de maximum norm van 6 uur per jaar. In de MER rapportage is de Kabeljauwbeek terug geregeld tot maximum 6 uur in de huidige situatie.
De slagschaduw afkomstig uit Windpark Kabeljauwbeek op woningen van derden wordt echter in werkelijkheid momenteel tot nagenoeg nul terug geregeld. De werkelijke situatie is dus niet opgenomen in het MER, omdat de MER gaat om het voldoen aan de norm. Omdat de betreffende woningen momenteel dus weinig effecten ondervinden van slagschaduw in de werkelijke situatie bestaat er voor het nieuwe project (met mitigatie) voldoende ruimte om te kunnen voldoen binnen de maximumgrens van 6 uur slagschaduw per jaar. Ook bij terugregeling tot nagenoeg 0 zie je vaak dat 1 uur per jaar als uitzondering wordt beschouwt, dit als gevolg van tijd die nodig is om windturbines uit te schakelen (circa 1,5 minuut vanaf schaduw op gevel). Op deze manier is e.e.a. zowel in de bestaande als de cumulatie handhaafbaar binnen de maximale normstelling (gevolg van uitspraak RvS IJsselwind).
Referentie situatie onderstaand:
SLAGSCHADUWCONTOUREN DEFINITIEF PLAN
SLAGSCHADUWCONTOUREN DEFINITIEF PLAN CUMULATIEF
6. Nazenden van de vragen/antwoorden op de technische vragen
Beantwoording technische vragen over de aangeleverde stukken: Vraag: Er wordt in de stukken gesproken over molenaars en niet-molenaarswoningen. Er wordt in de stukken ook duidelijk gemaakt dat door middel van mitigatie overlast voor niet-molenaarswoningen onder de daarvoor geldende geluids- en slagschaduwnormen wordt gebracht. Bij dicht bij het project gelegen woningen, bv aan de Havenweg en de Nieuwe dijk, lijkt er veel gemitigeerd te moeten worden om aan de maximaal toegestane geluidsbelasting op woningen te moeten worden voldaan. Dit suggereert dan ook dat er vaak gemitigeerd zal moeten worden en dat woningen over zeer lange periodes aan de maximale geluidsbelasting blootgesteld zullen worden. Voor welke duur per dag zullen woningen dichts bij het project worden blootgesteld aan maximale toegestane geluidbelasting? Antwoord: Binnen de wet en regelgeving zijn hier normen voor geformuleerd. De initiatiefnemer heeft hierin aan de gestelde eisen voldaan. De werkelijke geluidsbelasting is afhankelijk van de uiteindelijk turbine die geplaatst zal worden. Voor de geluidsbelasting is wel uitgegaan van het worst case scenario van een molen die het meeste geluid produceert.
Voor de nacht is een gemiddelde geluidsbelasting van 41db geformuleerd en overdag 47 db. Mitigatie is mogelijk door het terug regelen van turbines of stilzetten van molens. De duur waarop woningen per dag aan een maximale geluidsbelasting worden blootgesteld is afhankelijk van verschillende onzekere factoren zoals weer, turbine, windrichting, bestaande omgevingsgeluid. Een dergelijke technische analyse zou uitgevoerd kunnen worden na realisatie van de molens. De eerste norm voor het geluid is 47 dB Lden. Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van 'geluidsgevoelige objecten' mag ontstaan. Geluidsgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Daarbij wordt vaak de volgende vraag gesteld: betekent de geluidsnorm van een jaargemiddelde 47 Lden dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven de 47 decibel kan komen als het op andere momenten onder de 47 decibel is? Dat is in de praktijk niet zo. Deze Lden is een theoretisch getal dat door zogenaamde straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Het geluid dat een windmolen in de avond en nacht maakt, telt in de berekeningen die initiatiefnemers vooraf moeten uitvoeren zwaarder mee.
Bij het geluid in de avond wordt 5 decibel opgeteld en bij het geluid in de nacht zelfs 10 decibel. Daarnaast is een windmolen continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windmolen niet gebeuren. Daardoor is het maximale geluid dat op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan 47 decibel. Vraag: Hoe wordt voorkomen dat cumulatie in geluidbelasting tussen bestaande windmolens van het park Kabeljauwbeek en de nieuw te creëren windmolens over de maximumgrens plaats vindt? Antwoord: Een cumulatieve geluidbelasting voor woningen van derden van maximaal 65 dB (tamelijk slecht) wordt in zijn algemeenheid bij de ontwikkeling van windparken acceptabel geacht, zeker omdat er op de woningen van derden ook nog aan de norm Lden 47 dB voldaan dient te worden. Bij een cumulatieve geluidbelasting van maximaal 65 dB (akoestische kwaliteit tamelijk slecht volgens Miedema) is er dan zonder meer nog sprake van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. De berekende cumulatieve geluidsbelasting zit ruim lager dan de 65dB. Conclusie: Er kan op woningen van derden worden voldaan aan de (ruimtelijk aanvaardbare) geluidnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB. In de omgevingsvergunning dient hiervoor een voorschrift opgenomen te worden.
Ook voor cumulatief geluid is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vraag: Voor de woning aan de Havenweg in Ossendrecht lijkt de cumulatie van slagschaduw op het pand door de twee verschillende windprojecten al niet te mitigeren te zijn. Hoe wordt voorkomen dat cumulatie in slagschaduw tussen bestaande windmolens van het park Kabeljauwbeek en de nieuw te creëren windmolens over de maximumgrens plaats vindt? Antwoord: De slagschaduw afkomstig uit Windpark Kabeljauwbeek op woningen van derden wordt momenteel tot nagenoeg nul terug geregeld. Omdat de betreffende woningen momenteel dus weinig effecten ondervinden van slagschaduw bestaat er voor het nieuwe project nog ruimte om te kunnen voldoen binnen de maximumgrens van 6 uur slagschaduw per jaar. Daarbij geldt 1 uur per jaar als uitzondering, als gevolg van tijd die nodig is om windturbines uit te schakelen.
Daarmee zal er vanuit windpark ZE-BRA geen slagschaduw optreden op reeds met slagschaduw belaste woningen van derden. Op die manier is e.e.a. handhaafbaar (gevolg van uitspraak RvS IJsselwind). Daarbij geldt 1 uur per jaar als uitzondering, als gevolg van tijd die nodig is om windturbines uit te schakelen. Vraag: De Nationale Vogelbescherming Nederland houdt er voor heel Nederland windmolenrisico kaarten op na om risico’s van winmolenparken voor vogelstanden in beeld te brengen. Voorts hebben de lokale natuurverenigingen veel expertise naar het gaat over lokale vliegbewegingen en foerageergebieden van vogels nestelend op de Brabants wal. In de MER wordt uitgebreid ingegaan op fysieke compensatie in verband met aantasting van leefgebieden. Er wordt echter maar zeer summier ingegaan op botsingsrsico’s met windmolens van vogels en vleermuizen en de gevolgen hiervan voor instandhoudingsdoelstellingen? De windmolenrisicokaarten van de Nationale Vogelbescherming Nederland geven hoge risico’s in dit gebied aan voor akkervolgels en weidevolgels en wijzen op gemiddelde risico’s voor watervogels, ganzen en zwanen in dit gebied. Natuurvereniging wijzen op de risico’s voor wespendief, bruine kiekendief en vleermuizen.
Waarom is er geen onderzoek gedaan botsingsrisco’s voor bovengenoemde soorten? Antwoord: De mogelijke effecten van het geplande windpark op vogels en vleermuizen zijn onderzocht in de Natuurtoets (Radstake et al. 2021) en de Passende Beoordeling (Engels et al. 2021). Hierbij is ook expliciet het ‘botsingsrisico’, ofwel de kans op een aanvaring in de gebruiksfase van het windpark onderzocht. Op basis van het voorkomen en gebiedsgebruik van de verschillende vogelsoorten in en rond het plangebied, de ecologie van de soorten en terreinkenmerken is bepaald in hoeverre de afzonderlijke soorten een binding hebben met het plangebied. Voor alle soorten die een binding hebben met het plangebied is op basis van de best ter beschikking staande kennis en ervaring uit literatuur en slachtofferonderzoeken in Nederland en buitenland. In de ecologische onderbouwing van de ontheffingsaanvraag (Engels 2021) is onderzocht in hoeverre extra sterfte onder de verschillende soorten effecten kan hebben op de gunstige staat van instandhouding. Dit is op systematische wijze voor alle vogelsoorten onderzocht, ook voor genoemde soorten. In de Passende Beoordeling is bepaald of de sterfte een significant effect kan hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Vraag: Waarom worden er geen mitigerende maatregelen genoemd en ondernomen in dit plan om botsingsrisico’s te vermijden? Antwoord: Uit de Natuurtoets en onderbouwing van de ontheffingsaanvraag is gebleken dat de voorgenomen aanleg en het gebruik van het windpark voor de meeste soorten met zekerheid geen negatief effect zal hebben op de gunstige staat van instandhouding. Significant negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn eveneens uitgesloten. Mitigerende maatregelen zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming daarom niet noodzakelijk. Overigens is de sanering van de bestaande turbines (19 stuks) strikt genomen weliswaar geen mitigerende maatregel, maar dit zal wel resulteren in een afname van de huidige sterfte (‘botsingsrisico’). Voor de rosse vleermuis worden wel mitigerende maatregelen aanbevolen, omdat voor deze soort een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding niet met zekerheid kan worden uitgesloten. Door het treffen van een stilstandvoorziening met vleermuisvriendelijk algoritme zal de sterfte onder de rosse vleermuis en andere vleermuissoorten substantieel verlaagd worden.
Vraag: Welke maatregelen zouden e binnen dit plan denkbaar zijn om botsingsrisico’s te vermijden? Antwoord: De sterfte onder vogels zou verlaagd kunnen worden het treffen van een stilstand voorziening, al dan niet aangestuurd door een (automatisch) detectiesysteem met radar en/of camera. In Noorwegen bleek uit onderzoek dat de sterfte onder zeearenden gereduceerd kon worden door een wiek zwart te schilderen. Onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre dit in Nederland voor verschillende vogelsoorten eveneens effectief kan zijn. Dit onderzoek moet nog starten.