CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-07-07 Bijlage 3. Aanvullende landschappelijke onderbouwing.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Concept advies inzake ontwikkeling windpark ZEBRA1.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Windpark ZE-BRA aanvullende landschappelijke beoordeling VKA opgesteld door: BoschSlabbers landschapsarchitecten Jan Van Minnebruggen Jeroen Matthijssen in opdracht van: Pondera datum: 17.5.2021

AANVULLENDE BEOORDELING Aanleiding Deze notitie betreft een aanvullende landschappelijke beoordeling voor het bijgestelde voorkeursalternatief van windpark ZE-BRA. In dit alternatief zijn WT 16, WT18 en WT19 komen te vervallen ten opzichte van het eerder beoordeelde VKA (d.d. 3.2.2021). Dat betekent dat er een scenario overblijft met 16 windturbines, welke in samenhang met de andere parken wordt beoordeeld.

Om de landschappelijke consequenties hiervan beter in beeld te brengen zijn een aantal extra visualisaties opgemaakt (zie volgende pagina’s in deze notitie). Op basis van deze aanvullende visualisaties, de eerdere VKA beoordeling en expert judgement is deze aanvullende landschappelijke beoordeling tot stand gekomen.

WT8 WT1

WT9

WT2

WT10 WT11 WT12

WT3 WT4

WT13

WT5

WT14

WT15

WT17

WT6 WT7

Windpark ZE-BRA - aanvullende landschappelijke beoordeling VKA

- 1

Hieronder volgt de aanvullende effectbeoordeling landschap en ruimtelijke kwaliteit van het aangepaste VKA windpark ZE-BRA. 1. Invloed op de aanwezige landschapsstructuren (macro-schaalniveau) Ook in het bijgestelde voorkeursalternatief blijft het karakteristieke open polderlandschap grotendeels gehandhaafd. Met name in de beleving vanuit de A58 en het spoor blijft het beeld op de open polder in stand, waarbij enkel wijzigingen optreden in de horizon op ca. 5 km afstand. Een verschil in verschijningsvorm van de windturbines tussen de blijvende windparken (Kreekrak en Kabeljauwbeek) en windpark ZE-BRA heeft op dit schaalniveau een minimale invloed. De turbines op afstand zullen bovendien opgaan in het direct daarachter gelegen industrielandschap van de Antwerpse haven. Het karakteristieke beeld vanuit de A58 en het spoor op de Brabantse Wal blijft nagenoeg ongestoord. Andersom zal het beeld vanaf de Brabantse Wal en de vista’s vanuit de daarop gelegen kernen op het open polderlandschap op het grote schaalniveau wel beïnvloed worden. In de vergezichten vanaf de dekzandrug zal op 2 tot 5 km afstand een aaneengesloten rij windturbines beleefbaar zijn. In het bijgestelde VKA verdwijnen windturbine 18 en 19 gelegen ten oosten van de A4. Hierdoor wordt dit cultuurhistorisch waardevol gebied en de Blauwgroene Mantel ontzien.

Al met al beoordelen we dat de invloed op de aanwezige landschapsstructuren (macro schaalniveau) licht verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. Het bijgestelde VKA scoort op dit punt neutraal (0)

2

- BoschSlabbers

2. Aansluiten bij het waterwerk van de Kreekrak (meso-schaalniveau) Het voorkeursalternatief bestaat uit een dubbele rij windturbines met een parallelle ligging aan het Schelde-Rijnkanaal. Ze vormen daarmee een voortzetting van het bestaande windpark Kreekraksluizen. Het energielandschap Kreekrak wordt hierdoor meer herkenbaar gemaakt. Turbine 8 vormt daarop een uitzondering en verspringt in oostelijke richting duidelijk uit de dubbele belijning (zie ook de aanvullende beoordeling WT-8, d.d. 26.03.2021)). Dit vindt plaats op het cruciale moment waarbij de dubbele lijn aansluiting zoekt bij het bestaande windpark Kreekraksluizen. Turbine 8 verspringt op deze overgang in tegenovergestelde richting wat leidt tot een negatief effect op het landschap. Een geringe verschuiving van de turbinepositie in westelijke richting (richting de bosrand) zou landschappelijk gezien tot een meer samenhangend beeld leiden. Dat de dubbele lijn verspringt en niet aan beide zijden van het kanaal ligt is daarbij niet optimaal, maar van ondergeschikt belang. De turbines kennen daarnaast op dit meso-schaalniveau een vrij evenredige verdeling langs het kanaal. Bovendien wordt hiermee aansluiting gezocht op het bestaande windpark Kabeljauwbeek.

Vooral vergeleken met de referentiesituatie waarbij het cluster van windpark Anna-Maria polder, windpark Bath en de solitaire turbine van de Grindweg zullen verdwijnen, zal op dit meso-schaalniveau een meer samenhangend beeld ontstaan. Samen met het bestaande windpark Kabeljauwbeek en de turbines net over de grens in België is windenergie duidelijk gekoppeld aan het Schelde-Rijnkanaal en het nabijgelegen Antwerpse Havengebied.

Al met al wordt ook op dit onderdeel een lichte verbetering gezien ten opzichte van de referentiesituatie en scoort daarom licht positief (+). 3. Beeldbeleving vanuit de kernen Voor wat betreft dit criterium is de beeldbeleving van het voorkeursalternatief vanuit de nabijgelegen kernen hier ondergebracht. Vanuit Brabantse zijde is de beeldbeleving vanuit buurtschap de Aanwas (grenzend aan de kern Ossendrecht) in het bijzonder van belang omdat windpark ZE-BRA het dichtst bij deze buurtschap komt. Met het verdwijnen van windturbine 18 en 19 in het bijgestelde VKA komt het windpark op grotere afstand (meer dan 1500m) van dit buurtschap te liggen ‘voorbij de A4’. De invloed op de beeldbeleving vanuit de Aanwas wordt dan ook minder dominant dan in het oorspronkelijke VKA (zie standpunt 4 en 7). Voor de overige kernen op de Brabantse Wal (Woensdrecht en Hoogerheide) zijn de effecten op de beeldbeleving van windpark ZE-BRA beperkt omdat dit effect enkel op macro-schaalniveau (op ca.5-6 kilometer afstand) plaatsvindt. Daarnaast zal zelfs meer dan in de referentiesituatie sprake zijn van een rustiger totaalbeeld omdat windpark ZE-BRA beter aansluiting zoekt bij de bestaande windparken langs het Kreekrak. De solitaire turbine (Grindweg) die gaat verdwijnen zal bovendien op lokaal schaalniveau ook een verbetering zijn voor de beeldbeleving vanuit Woensdrecht.

Vanuit de Zeeuwse zijde is de beeldbeleving vanuit het dorp Bath van belang. De dichtstbijzijnde windturbine van windpark ZE-BRA komt op ruim 2 kilometer afstand van de rand van de kern waardoor er sprake is van invloed op de landschappelijke beleving vanuit de kern. De vele beplantingen, het kanaal en de dijklichamen die gelegen zijn

tussen de kern en het windpark zorgen ervoor dat de mentale afstand tot het windpark echter groter zullen aanvoelen dan de daadwerkelijk gemeten afstand. Daarnaast zal in de eindsituatie windpark Bath dat veel dichter bij de kern gelegen is verdwijnen. Er ontstaat zo ten opzichte van de referentiesituatie een gewijzigde landschappelijke beeldbeleving vanuit Bath, zonder dat er sprake is van een significante verslechtering. Er is daarnaast ook geen sprake van insluiting van het dorp. Voor Rilland is de afstand tot het windpark ZE-BRA minimaal ca. 4 kilometer waardoor ook hier de effecten op de beeldbeleving enkel op macro schaalniveau plaatsvinden en als zeer beperkt worden bevonden. In zijn totaliteit beoordelen we de invloed van het windpark ZE-BRA op de beeldbeleving vanuit de buurtschappen en kernen als beperkt of zelfs licht positief. Het bijgestelde VKA scoort op dit punt neutraal (0) 4. Configuratie en herkenbaarheid (lokaal schaalniveau) Het voorkeursalternatief zoekt aansluiting op de bestaande windparken in de omgeving: Kreekraksluizen en Kabeljauwbeek middels een continuering van een dubbele lijnopstelling. Deze dubbele lijn kent op dit schaalniveau afwijkingen die de leesbaarheid van de opstelling lokaal verstoren. Deze verstoring zit hem met name in een onregelmatige onderlinge afstand tussen de windturbines in de gebogen lijnen.

Hierdoor ontstaat vanaf bepaalde standpunten een minder herkenbare opstelling wat ten koste gaat van een fraaie en rustige landschapsbeleving. Met name windturbine 8 wijkt sterk af van de lijnopstelling en dat juist op het moment dat windpark ZE-BRA aansluiting Windpark ZE-BRA - aanvullende landschappelijke beoordeling VKA

- 3

zoekt op het bestaande windpark Kreekraksluizen (zie standpunt 2). Daarnaast is er een vrij sterke afwijking van de lijn ten noorden van windpark Kabeljauwbeek. De grotere onderlinge afstand tussen de turbines maakt de lijnopstelling hier minder duidelijk herkenbaar (zie standpunt 3). Echter, door het vervallen van WT-16 in dit VKA krijgen WT-14, WT-15 en WT17 een meer gelijkwaardige onderlinge afstand. Hetgeen bijdraagt aan een ietswat rustiger landschapsbeeld. De toepassing van een mix van twee turbine-klassen binnen windpark ZE-BRA leidt in eerste instantie tot een negatieve impact op de landschappelijke beleving. Deze mix van turbine-klassen draagt namelijk niet bij aan de gewenste visuele rust. De onrustige positionering van de turbines binnen het VKA en de mate van interferentie met de bestaande windparken (Kreekraksluizen, Kabeljauwebeek en België) leiden reeds tot een vrij onsamenhangend cluster. Een onderlinge afwijking van turbinetypes is dan een extra factor die bijdraagt aan de visuele onrust.

In deze beoordeling wordt gesteld dat wanneer er sprake is van een mix van verschillende turbinetypes binnen windpark ZE-BRA deze een beperkt effect op het landschappelijk beeld hebben indien: • er sprake is van een maximale afwijking van 15% in de verhoudingswaarde ashoogte en rotordiameter; • de kleinste ashoogte van turbines niet meer dan 7% kleiner is dan de grootste ashoogte; • de gondelvorm van de turbines binnen dezelfde categorie valt (zie bijlage I); • de hoofdvorm van de masten gelijk is (zie bijlage I); • en de kleurstelling van de turbines gelijk is.

4

- BoschSlabbers

Het bijgestelde VKA scoort op dit punt negatief (-), met name vanwege de afwijkende positionering van turbine 8 ten opzichte van de totaalopstelling van het windpark. 5. Invloed op de visuele rust & obstakelverlichting Windpark ZE-BRA voegt een nieuw formaat turbines toe aan het energielandschap. Tegelijkertijd verdwijnen er een drietal types in de windparken en solitaire windturbine die worden geamoveerd. In de eindsituatie is er dus sprake van een minder groot aantal afzonderlijke windparken met bijbehorende verschillende draaisnelheden. Daarnaast is er tussen de gekozen turbine-klassen sprake van een minimaal verschil in draaisnelheden. Doordat door zog-effecten windturbines sowieso nooit gelijk draaien zal dit kleine verschil nauwelijks opgemerkt worden. Ook voor het bijgestelde VKA geldt dat deze vanwege de tiphoogte moeten worden voorzien van obstakelverlichting. Het totale effect van het bijgestelde VKA op de visuele rust beoordelen we als neutraal (0).

S TA N D P U N T 3 : N I E U W E D I J K ( N A B I J A 4 )

3.

bestaande situatie

aangepast VKA - windpark ZE-BRA bestaande uit windturbines met een rotordiameter van 160m en een masthoogte van 120m Windpark ZE-BRA - aanvullende landschappelijke beoordeling VKA

- 5

S TA N D P U N T 4 : L A N G E W E G ( VA N U I T B R A BA N T S E WA L )

4.

bestaande situatie

aangepast VKA - windpark ZE-BRA bestaande uit windturbines met een rotordiameter van 160m en een masthoogte van 120m 6

- BoschSlabbers

S TA N D P U N T 7: A A N WA S ( N A B I J O S S E N D R E C H T )

7.

bestaande situatie

aangepast VKA - windpark ZE-BRA bestaande uit windturbines met een rotordiameter van 160m en een masthoogte van 120m

Windpark ZE-BRA - aanvullende landschappelijke beoordeling VKA

- 7

8

- BoschSlabbers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=683f9ac6-d6ed-4d0f-ac5c-d8ddc6e2c5ee