2021-05-06 Bijlage ABZ, VVD en CDA Amendement - Tweede wijziging APV2.doc
Tekst van het document
Woensdrecht
AMENDEMENT
Onderwerp: Groene agenda 2021-2025 en wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Indiener(s): ABZ, VVD, CDA
De raad van de gemeente Woensdrecht, in vergadering bijeen 6 mei 2021; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met betrekking tot de Groene agenda 2021-2025 en de daaruit volgende 2e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening; overwegende dat: in de Groene Agenda is opgenomen dat bij het verkrijgen van een kapvergunning een herplantplicht hoort en als herplant niet mogelijk is een financiële bijdrage dient te worden gedaan in het gemeentelijk bomenfonds; de APV teksten naadloos dienen aan te sluiten op het beleid dat is vastgelegd in de Groene Agenda; de APV teksten duidelijkheid en eenduidigheid moeten geven bij aanvragers en bij behandeld ambtenaren over het proces dat gevolgd wordt bij het aanvragen van kapvergunningen; het college bij eventueel voorkomende, uitzonderlijke gevallen waarbij herplant of het leveren van een financiële bijdrage in het gemeentelijk bomenfonds niet mogelijk is, via de raad kan afwijken van de APV; besluit: Het voorstel tot vaststelling van de tweede wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening als volgt te wijzigen: Artikel 4:11, lid 6 komt te luiden:
6. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning een herplantplicht onder nader te stellen voorschriften. Artikel 4:11, lid 7 komt te luiden: 7. Indien herplant op grond van het vorige lid redelijkerwijs niet mogelijk is, legt het bevoegd gezag in plaats van een herplantplicht de verplichting op tot een financiële bijdrage aan het gemeentelijk bomenfonds, onder nader te stellen voorschriften.
Artikel 4:11a komt als volgt te luiden: Artikel 4:11a Herplantplicht bij vellen zonder benodigde vergunning 1. Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen of doen vellen als bedoeld in artikel 4.11 lid 2 van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, legt het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan de feitelijke overtreder van dat verbod, de verplichting op te herbeplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn. 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan wordt daarbij tevens bepaald op welke wijze en binnen welke termijn een eventueel niet aangeslagen boom moet worden vervangen. 3. Indien herplant op grond van lid 1 van dit artikel redelijkerwijs niet mogelijk is legt het bevoegd gezag in plaats van een herplantplicht de verplichting op tot een financiële bijdrage aan het gemeentelijk bomenfonds. en gaat over tot de orde van de dag, namens de fractie ABZ:
de fractie VVD:
de fractie CDA: