CConstaterende datWijk bij Duurstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Zomerrapportage 2024

Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente Wijk bij DuurstedeBij agendapunt: Zomerrapportage6.839 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zomerrapportage 2024

Inhoud

Voorwoord & leeswijzer.........................................................................................................................................3 1. Financiën............................................................................................................................................................ 4 1.1 Algemeen/uitgangpunten.............................................................................................................................4 1.2 Ontwikkelingen na vaststelling begroting 2024-2027...................................................................................4 1.3 Gemeentefonds............................................................................................................................................5 2.

Programma’s en bijzonderheden........................................................................................................................6 Inleiding..............................................................................................................................................................6 2.1 Programma 1 - Jeugd....................................................................................................................................7 2.1.1 Financieel overzicht...............................................................................................................................7 2.1.2 Toelichting afwijkingen en mutaties......................................................................................................7 2.1.3 Ontwikkelingen Jeugd............................................................................................................................8 2.1.4 Ontwikkelingen Leerlingenvervoer......................................................................................................14 2.2 Programma 2 – Zorg en Welzijn..................................................................................................................14 2.2.1 Financieel overzicht.............................................................................................................................14 2.2.2 Toelichting

afwijkingen en mutaties....................................................................................................14 2.2.3 Ontwikkelingen Wmo..........................................................................................................................15 2.3 Programma’s 3 t/m 9..................................................................................................................................17 2.3.1 Financieel overzicht.............................................................................................................................17 2.3.2 Toelichting en mutaties.......................................................................................................................18 3. Voortgang Investeringen..................................................................................................................................21 3.1 IHP.............................................................................................................................................................. 21 3.2 Gemeentewerf en Milieustraat..................................................................................................................21 3.3 Zandweg..................................................................................................................................................... 21 4.

Bijlage tabellen.................................................................................................................................................22 Technische wijzigingen (budgetneutraal).....................................................................................................22 Raadsbesluiten met financiële consequenties..............................................................................................22

2

Voorwoord & leeswijzer Voor u ligt de Zomerrapportage 2024. Deze zomerrapportage is de eerste tussentijdse rapportage na vaststelling van de gewijzigde Financiële Verordening 2024. Met deze rapportage geven wij uw raad inzicht in het lopende begrotingsjaar en een prognose tot en met het einde van dit jaar. We rapporteren de ontwikkelingen en afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde Begroting 2024, als onderdeel van de Planning & Control cyclus (P&C). Deze zomerrapportage gaat over de eerste 5 maanden van 2024 (tot en met mei) en de doorwerking hiervan tot en met het einde van dit jaar. Per programma en per product geven we inzicht in de begrote bedragen, de werkelijke uitgaven (tot en met mei) en een prognose over de verwachte realisatie aan het einde van het jaar. Dit komt terug in de cijfers bij ‘Verwacht resultaat einde jaar’, waarin de bijstellingen uit hoofdstuk 2 zijn opgenomen. Het eerste hoofdstuk gaat in op de financiële ontwikkelingen en bijstellingen van de begroting na vaststelling hiervan in november 2023. In dit hoofdstuk is ook het effect van de recent verschenen meicirculaire voor dit jaar opgenomen. Het beeld per programma en product is in hoofdstuk 2 opgenomen, gevolgd door de voortgang voor investeringen in hoofdstuk 3.

Cijfers alleen geven niet altijd het hele beeld van de werkelijkheid, het verhaal achter de cijfers is nodig om deze goed te kunnen interpreteren. Daarom hebben we de belangrijkste ontwikkelingen voor dit jaar in het tweede hoofdstuk opgenomen. De belangrijkste ontwikkelingen hebben betrekking op het sociaal domein. Deze hebben grote impact op onze huidige (en toekomstige) financiën. We beschrijven de belangrijkste oorzaken, onderbouwd met data en analyses van deze data. Bij de cijfers worden kleurindicatoren gebruikt om de stand van de cijfers visueel te maken. Hierbij wordt de besteding januari t/m mei vergeleken met de opgenomen jaarbegroting. Hierbij gebruiken we de volgende indeling:

3

1.

Financiën

1.1 Algemeen/uitgangpunten In deze rapportage zijn de cijfers zijn tot en met mei 2024 opgenomen. In de analyse van de cijfers in hoofdstuk 2 (Programma’s en bijzonderheden) zijn de directe lasten en baten opgenomen. De kapitaallasten en doorbelastingen zijn uit de cijfers gefilterd.

1.2 Ontwikkelingen na vaststelling begroting 2024-2027 bedragen x € 1.000

BEGROTING Beginstand

Jaar 2024 60

Mutaties: Septembercirculaire Decembercirculaire Meicirculaire Effecten raadsbesluiten subtotaal

376 43 1.238 -65 1.592

Bijstellingen Verbonden partijen Jeugdzorg Leerlingenvervoer WMO Participatie subtotaal

-39 -1.600 -150 -90 -191 -2.070

Eindstand

-418

Op basis van de huidige ontwikkelingen is de verwachting dat het nieuwe begrotingsresultaat 2024 gaat van positief € 59.947 naar -/- €418.053. Hoewel er een positieve bijstelling van het gemeentefonds heeft plaatsgevonden via de meicirculaire, is er een sterk nadelig effect verwacht binnen het sociaal domein. We blijven daarom terughoudend in het aangaan van nieuwe verplichtingen en maken pas op de plaats bij nieuw beleid. Daar waar mogelijkheden zijn om inkomsten te vergroten, pakken we deze aan. We blijven scherpe keuzes maken bij het doen van uitgaven

4

1.3 Gemeentefonds Gemeentefonds Beginstand mutatie septembercirculaire 2023 mutatie decembercirculaire 2023 mutatie meicirculaire 2024 Eindstand

bedragen x € 1.000 2024 40.891 376 43 1.238 42.548

De circulaires van september 2023, december 2023 en mei 2024 moeten nog worden verwerkt en opgenomen in de begroting 2024. De gemeenteraad wordt voor het zomerreces separaat meer in detail geïnformeerd over de financiële effecten van de meicirculaire 2024 via een raadsmemo. Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste effecten. bedragen x € 1.000

Meicirculaire Mutaties: aanpassing accres o.b.v. nieuwe systematiek en lagere indexatie Incidentele compensatie Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2023 Uitvoeringskosten Omgevingswet Participatie overig (incl. WOZ) Totaal Mutaties

2024 - 841 743 220 115 191 810 1.238

In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. De nieuwe systematiek houdt in dat het accres gekoppeld is aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Deze ontwikkeling is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Door de gewijzigde systematiek daalt het volumedeel in de jaren 2024 en 2025 en het prijsdeel in de jaren 2024 t/m 2028. Deze daling in accres en dus in de algemene uitkering van het gemeentefonds wordt (deels) gecompenseerd. Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 onder dit plafond gebleven met declaraties. Het bedrag dat onder het plafond is gebleven wordt uitbetaald. De definitieve afrekening BCF wordt in 2024 incidenteel toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor de gemeente Wijk bij Duurstede is dit een bedrag van € 220.000. Voor de uitvoering van de omgevingswet ontvangt de gemeente Wijk bij Duurstede in 2024 € 115.000 (incidenteel). Er zijn extra (structurele) middelen voor participatie voor de hogere kosten in verband met loon- en prijsindexatie, verhoging van de rijksbijdrage van beschutwerk en als tegemoetkoming van de sociaal ontwikkelbedrijven.

5

2.

Programma’s en bijzonderheden

Inleiding De meeste van onze programma’s en producten liggen op koers. De prognose is dat we programma 3 tot en met 9 binnen de begroting afronden aan het einde van dit jaar. Het totaaloverzicht van alle programma’s geeft het volgende beeld inclusief bijgestelde begroting. In dit overzicht zijn per programma alleen de directe baten en lasten opgenomen. De mutaties reserves, kapitaallasten en doorbelasting salarissen zijn eruit gehaald. Voor het vergelijk zou dit een vertekend beeld opleveren. Programma 1 Jeugd en Onderwijs 2 Zorg en Welzijn 3 Beheer Openbare Ruimte en Milieu 4 Economie 5 Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit 6 Sport, Cultuur & Erfgoed 7 Duurzaamheid 8 Veiligheid en Handhaving 9 Bedrijfsvoering en Financiën 10 Mutatie reserves Kapitaallasten en Doorbelasting Totaaltelling

Bedrag Begroot -8.177 -12.913 -596 -633 418 -1.399 -116 -1.967 28.280 -396 -2.441 60

Bedragen * € 1.000 Bedrag Restant Percentage Bijgestelde Mutaties Werkelijk begroot besteed begroting -2.315 -5.863 28% -9.927 -1.750 -3.309 -9.605 26% -13.136 -223 2.684 -3.280 -450% -658 -62 -285 -347 45% -633 820 -402 196% 418 -309 -1.090 22% -1.399 594 -710 -513% -116 -902 -1.065 46% -2.038 -71 14.829 13.451 52% 29.908 1.628 -396 -396 -0 -2.441 -2.441 11.808 -11.748 -418 -478

Voor programma’s 1. Jeugd en Onderwijs en 2. Zorg en Welzijn lijken de huidige uitgaven op koers en binnen de prognose te liggen. Op basis van de jaarrekening 2023, data van de eerste maanden van 2024 en de extrapolatie hiervan is echter de verwachting dat de kosten boven de begroting uitkomen. In dit hoofdstuk staan we daarom langer stil bij programma 1 en 2. We laten zien dat uit onze aanvullende data en analyses een ander beeld komt en bijstelling nodig is. In dit hoofdstuk geven we een beeld van de financiële cijfers per programma en per product. We geven een toelichting op de ‘rode indicaties’, dit zijn de producten waarbij de afwijking 60% of meer is ten opzichte van de begroting 2024 (zowel positief als negatief). Daar waar in een programma bijzonderheden of ontwikkelingen zijn, worden deze bij ‘ontwikkelingen’ toegelicht.

6

2.1

Programma 1 - Jeugd

2.1.1 Financieel overzicht

Programma/product 1.1 Jeugdzorg 1.2 Huisvesting onderwijs 1.3 Leerplicht 1.4 Kind en jeugdvoorzieningen 1.5 Algemeen Jeugd Totaal

10.1 Mutaties reserves programma 1 Kapitaallasten en Doorbelasting Totaal programma 1

Bedragen * € 1.000 Bedrag Bedrag Restant Percentage Bijgestelde Indicatie Mutaties Begroot Werkelijk begroot besteed begroting -7.485 -2.805 -4.680 37% -9.085 -1.600 l -15 127 -142 -839% -15 l -531 445 -976 -84% -681 -150 l -97 -33 -64 34% -97 l -50 -49 -1 99% -50 l -8.177 -2.315 -5.863 - 9.927 - 1.750 -95 -95 -95 -1.839 -227 -1.612 -1.839 -10.111 -2.542 -7.570 - 21.789 - 1.750

2.1.2 Toelichting afwijkingen en mutaties  Jeugdzorg Het bestedingspercentage (besteding / begroting) valt nu nog binnen de marges. De kleurenindicator geeft daarom groen aan. Uit de analyse blijkt echter dat er een geprognotiseerd tekort in de loop van het jaar ontstaat. In paragraaf 2.1.3 Ontwikkelingen jeugd is verdere toelichting opgenomen.  Huisvesting onderwijs Op basis van de cijfers t/m mei is er een onderbesteding in het budget. De kosten voor onderhoud, gas en electra worden doorbelast aan de scholen. In 2024 zijn facturen verstuurd die betrekking hebben op voorgaande jaren, terwijl de kosten al wel opgenomen zijn in die jaren. De opbrengsten zijn daardoor hoger dan de kosten.  Leerplicht In het budget van leerplicht is de Specifieke Uitkering (SPUK) Voor- en vroegschoolse educatie opgenomen. Het bedrag hebben wij al ontvangen van het rijk en is voor kosten voor meerdere jaren. Dit geeft een vertekend (gunstiger) beeld. Daarnaast verwachten we dat de kosten van leerlingenvervoer jaareinde hoger zijn. Een nadere toelichting is opgenomen onder 2.1.4 Ontwikkelingen leerlingenvervoer.  Algemeen Jeugd De kleurindicator is rood, omdat het budget al bijna volledig is besteed per eind mei 2024. Dit is het gevolg van de verstrekking van een aantal subsidies die al in het begin van 2024 in één keer worden uitbetaald (in plaats van maandelijks of per kwartaal).

7

2.1.3 Ontwikkelingen Jeugd Inleiding We zien al een aantal jaren extra druk op de jeugdhulp zowel in hoeveelheid ingezette hulp als voor de kosten die hiervoor gemaakt worden. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp blijft in de eerste periode van 2024 op een stabiel niveau, maar de kosten voor jeugdhulp blijven stijgen en dat maakt dat we – zonder maatregelen - in de prognose voor heel 2024 uit gaan van € 1,6 miljoen hogere kosten ten opzichte van de begroting 2024. Met behulp van data en analyses investeren we in onze capaciteit op de plekken waar we verwachten het meeste effect te bereiken. Onze controle op de impact is beperkt door de complexiteit van het stelsel en de maatschappelijke behoefte aan steeds meer gespecialiseerde hulp. Verder gaan we anders om met andere partijen zoals samenwerkingsverbanden in het onderwijs. Oorzaken stijging kosten jeugdzorg We zien een aantal belangrijke oorzaken: 1) bijzonder dure hulptrajecten voor een klein aantal jongeren. Het gaat daarbij om verblijf (in een instelling) in het kader van reclasseringstrajecten, landelijk ingekochte hulp voor loverboyproblematiek en behandeling van jongeren met eetstoornissen. Voor de specifieke verblijfsvormen hebben we ook meer incidentele contracten moeten afsluiten.

2) een toename van de intensiteit van de geboden jeugdhulp, dat wil zeggen meer specialistische vormen van jeugdhulp en meer uren hulp per maand. 3) hogere kosten door de wijziging van het woonplaatsbeginsel. In 2022 betekende dit voor onze gemeente € 500.000 meer aan kosten en in 2023 € 300.000. Voor 2024 gaat het om circa € 250.000. 4) een autonome kostenstijging door indexatie van 8% (€ 650.000 euro voor 2024). (zie figuur 1) 5) Stagnatie van de uitstroom. Een groot aantal kinderen heeft al langdurig jeugdhulp. Figuur 1 – Prijs en indexatie

Aanpak kostenverlaging jeugdhulp Bijzonder dure hulptrajecten met verblijf Het aantal kinderen dat in een instelling hulp krijgt (jeugdhulp met verblijf) is in 2023 wat toegenomen en deze lijn loopt door in 2024. We hebben vooral voor een klein aantal jongeren meer gebruik moeten maken van heel specifieke voorzieningen. Zo hebben we te maken met een aantal 8

jongeren in reclasseringstrajecten, waarbij de rechter maatregelen met type jeugdhulp met verblijf oplegt. Door het woonplaatsbeginsel is onze gemeente verantwoordelijk de kosten daarvoor langdurig te dragen (kan t/m 27 jaar). Figuur 2 – Piramide > €149.999

30 (4%)

€ 2.235K (30%)

€ 74K

€25.000 €149.999

209 (30%)

€ 3.605K (48%)

€ 17K

< €24.999

462 (66%)

€ 1.610K (22%)

€ 3,5K

Declaratiewaarden

Gem. waarde cliënt

Categorie

701 unieke cliënten

Een klein percentage van de cliënten heeft een grote invloed op de totale kosten in de jeugdzorg. Figuur 3 – Piramide toelichting

Voor deze bijzondere jeugdhulptrajecten (top van de piramide) is de verwijzer in de meeste gevallen een gecertificeerde instelling (GI) (jeugdbescherming). Onze gemeentelijke invloed ligt vooral aan het begin van het traject als de jeugdbeschermer een plan opstelt en op het moment dat de beschermingsmaatregel en de gespecialiseerde jeugdhulp moet worden verlengd. Er zijn gesprekken op uitvoerings-, ambtelijk en bestuurlijk niveau gaande, om met de GI’s tot afspraken te komen over een werkwijze waarbij afstemming op deze momenten vanzelfsprekend wordt. Deze afspraken moeten bijdragen aan minder verlenging van de jeugdhulp, minder incidentele contracten en meer sturing op de intensiteit van de jeugdhulp.

9

Figuur 4 – Analyse hoogste categorie zorg 60

80,000

55

70,000

Aantal cliënten

50

60,000

45

50,000

40

40,000

35

30,000

30

20,000

25 20

2021

2022

10,000

2023

Hoogste categorie zorg

Gem. kosten per cliënt

Intensiteit geboden jeugdhulp We weten waar deze toename van de intensiteit van de hulp en de stijging van kosten zich voordoet en hebben inzicht in de bijzonder dure hulptrajecten van de jongeren en de oplopende kosten ervan. Samen met stichting Binding zijn we langs verschillende routes bezig om onze (vaak beperkte) invloed op de betrokken zorgaanbieders, verwijzers en inzet van hulp te maximaliseren. Ook hebben de contacten met de samenwerkingsverbanden voor het onderwijs (basis- en voortgezet onderwijs) een andere invulling gekregen. Er lopen nu trajecten om de data en inzichten bij elkaar te brengen, we spreken over de toenemende behoefte aan speciaal onderwijsplekken (die er niet zijn) en de toename van het aantal kinderen dat thuiszit zonder onderwijs. Er is een pilot in de maak met 1 of 2 basisscholen en een ggz aanbieder om het pedagogisch klimaat op de school te versterken door de expertise op de school te vergroten en zo tot minder individuele ggz trajecten te komen. Langdurige ambulante jeugdhulp met een toename aan kosten Voor 2024 zien we dat het aantal kinderen met jeugdhulp stabiel blijft. Figuur 5 - Aantal cliënten jeugdzorg per maand

10

Over de jaren heen zien we het aantal jeugdigen in de jeugdzorg licht dalen. In 2023 hebben we gemiddeld 397 jeugdigen per maand die jeugdzorg ontvangen hebben. Figuur 6 – Unieke Cliënten per jaar Jaar 2021 2022 2023

Unieke clienten 732 714 701

Inwoners onder 18

Percentage

4.929 4.887 4.868

14,9% 14,6% 14,4%

Gedurende 2023 hebben wij als gemeente 701 unieke cliënten die jeugdhulp hebben (gehad). Als we naar de aantallen van de afgelopen jaren kijken lijkt de daling in lijn te zijn met de dalende trend in het aantal inwoners onder de 18 jaar. Het procentuele aantal mensen dat een beroep doet op jeugdhulp is stabiel. De kosten voor de ambulante jeugdhulp blijven echter stijgen. We weten vanuit de data welke aanbieders voor een groot gedeelte bepalend zijn voor deze kostengroei. We zijn nu met een aantal belangrijke aanbieders voor onze gemeente in gesprek om tot een gedeeld beeld te komen en afspraken te maken over de kaders voor de hulpverlening en de sturing daarop. Daarnaast hebben we gesprekken met de andere verwijzers (artsen en jeugdbescherming) en trekken we intensief op met stichting Binding. Dit doen we – gezien de complexiteit van het stelsel - in een gecoördineerde aanpak. En we zullen dit meerjarig moeten blijven doen, omdat deze groei lastig is te keren. Figuur 7 – Gemiddelde prijs per cliënt per maand

11

Wat ons opvalt in onderstaande tabel is dat een groot aantal kinderen al langdurig jeugdhulp heeft en dat dit aantal alleen maar toeneemt. De uitstroom stagneert. Figuur 8 - In- en uitstroom jeugdzorg

Figuur 9 – In- en uitstroom door de jaren 2021 2022 Instroom 438 442 Uitstroom 461 419

2023 409 455

In het kort: van de 400 jeugdigen in hulp eind 2023 (op maandbasis), heeft ongeveer de helft van deze jeugdigen vier jaar of langer jeugdhulp (aaneengesloten of in en uit hulp). En met deze langdurige hulp, is ongeveer 2/3 deel van onze kosten voor gespecialiseerde jeugdhulp gemoeid. Het ‘loslaten’ van jeugdigen en gezinnen is moeilijk. Dat zien we bij onze lokale voorzieningen en ook bij de gespecialiseerde hulp. De druk op het hele jeugdstelsel neemt daardoor steeds verder toe. We gaan in 2024 trajecten die bijvoorbeeld al langer dan 3 jaar lopen, nadrukkelijk onder de loep nemen en sturen op het verleggen naar andere vormen van ondersteuning of beëindigen waar mogelijk. We signaleren daarbij vroegtijdig het moment om de hulp al dan niet te verlengen. Lokale uitvoering We hebben in onze gemeente bewust ingezet op een laagdrempelige en lokale infrastructuur voor jeugd, met jongerenwerk, een breed loket en lokaal team bij stichting Binding, een diagnostisch team voor screening op geestelijke gezondheidszorg (ggz) vragen bij jeugd en een flexibele schil met lokale jeugdhulpaanbieders. We zien sinds 2021 oplopende wachttijden bij het lokaal team en diagnostisch team. Deze druk op de voorzieningen is in 2022 en in 2023 steeds verder toegenomen.

Wat we doen is - in lijn met de Maatschappelijke Agenda (MAG) en de Hervormingagenda jeugd- om vanuit het kader van de positieve gezondheid te komen tot anders denken en doen. Voor gezinnen weten we inmiddels dat de oplossing vaak buiten de jeugdhulp ligt en dat we de aandacht moeten richten op de oorzaken in plaats van bijvoorbeeld het gedrag van een kind. Daarnaast screenen we de wachtlijst voor jeugd en zetten, waar mogelijk, andere vormen van ondersteuning in. Een daarvan is het bieden van een digitale oudertraining, waardoor ouders beter in staat zijn om zelf de regie te herpakken en zo thuis de balans te herstellen. De eerste resultaten hiermee zijn positief. Ook bij scheidingsituaties kunnen ouders gebruik maken van online trainingen via Villa Pinedo al dan niet in combinatie met ondersteuning vanuit het Startpunt scheiden bij stichting Binding. Ook is de beweging Veiligheid naar lokaal ingezet met het lokale team. We zien een lagere instroom bij SAVE voor het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen, maar de kosten per client lopen wel op ten gevolge van het landelijk tarief en de caseloadverlaging per medewerker. 12

Door de arbeidsmarktsituatie is de personele invulling van het lokale team met ervaren krachten lastiger geworden. Dit resulteert in vacatures die langere tijd open staan, het aannemen van personeel dat nog verder moet worden opgeleid en meer tijdelijke inhuur (ter overbrugging). Landelijke en regio gemeentes ZOU – Wijk bij Duurstede zit met gebruik van jeugdhulp wat hoger dan het landelijke en regionale beeld, maar niet opvallend hoger. De kosten en kostenontwikkeling in de afgelopen jaren springen er wel uit. Figuur 10 - Ontwikkeling aantallen ten opzichte van andere gemeenten

Figuur 11 – Ontwikkeling waarde per cliënt ten opzichte van andere gemeenten

13

2.1.4 Ontwikkelingen Leerlingenvervoer Voor 2024 hebben we een grote ambitie gesteld om de kosten van het leerlingenvervoer terug te brengen. De bezuiniging is vastgesteld op €25.000, De kosten van het leerlingenvervoer zijn in 2023 verder toegenomen en lopen door in 2024 (schooljaar 2023-2024). Op basis van de huidige prognose voor 2024 zullen de kosten weliswaar € 25.000 lager zijn dan in 2023, maar uitkomen op een overschrijding van het budget met € 150.000 in 2024. De verwachting van een bezuiniging van € 25.000 is gebaseerd op de nieuwe aanpak bij het beoordelen van de aanvragen voor leerlingenvervoer. Het doel hierbij is het versterken van de zelfstandigheid van de leerling en de zelfredzaamheid van het gezin. Ons uitgangspunt is om maximaal 3 dagen aangepast vervoer toe te kennen. De overige dagen dienen leerlingen (vanaf een zekere leeftijd), het gezin en hun netwerk samen het vervoer op te lossen. We verliezen hierbij de individuele leerling en de gezinsspecifieke situatie niet uit het oog; uitzonderingen zijn mogelijk. In juni en juli worden de aanvragen voor schooljaar 2024-2025 beoordeeld. Hierna zullen wij een duidelijker beeld krijgen van de verwachte uitgaven in 2024 en komende jaren. Structurele veranderingen zijn in 2024 pas merkbaar in de laatste maanden, maar in 2025 (en verder) zullen deze veranderingen doorwerken en ook financieel gevolgen hebben.

Er is nog geen zicht op de uitvoering van het leerlingenvervoer in het laatste kwartaal van 2024 door aanbestedingsproblematiek. Met een aanpak zoals hierboven geschetst hopen de regiogemeenten het beroep op aangepast vervoer zo laag mogelijk te houden.

2.2

Programma 2 – Zorg en Welzijn

2.2.1 Financieel overzicht Programma/product 2.1 WMO 2.2 Gezondheidszorg 2.3 Inclusie (integratie, toegankelijkheid en diversiteit) 2.4 Beschermd wonen 2.5 Participatie (inclusief schuldenaanpak) 2.6 Algemeen Zorg en Welzijn Totaal

10.2 Mutaties reserves programma 2 Kapitaallasten en Doorbelasting Totaal programma 2

Bedrag Bedrag Begroot Werkelijk -4.583 -1.225 -1.748 -987 -20 -9 -3 -54 -4.010 1.261 -2.550 -2.295 -12.913 -3.309 25 -668 -297 -13.556 -3.606

Bedragen * € 1.000 Restant Percentage Bijgestelde Indicatie Mutaties begroot besteed begroting -3.357 27% -4.673 -90 l -761 56% -1.748 l -11 45% -20 l 51 2155% -3 l -5.272 -31% l -4.143 -133 -255 90% -2.550 l -9.605 -13.136 -223 25 25 -371 -668 -9.951 -13.779 -223

2.2.2 Toelichting afwijkingen en mutaties  WMO Het bestedingspercentage valt nu nog binnen de marges. De kleurenindicator geeft daarom groen aan. Uit de analyse blijkt echter dat er een geprognotiseerd tekort in de loop van het jaar gaat ontstaan. In paragraaf 2.2.3 Ontwikkelingen WMO is een verdere toelichting opgenomen.  Beschermd wonen Voor beschermd wonen ontvangen wij middelen vanuit de centrum gemeente Utrecht. Deze middelen hebben wij nog niet ontvangen, maar de uitgaven zijn al wel gedaan. 14

 Algemeen Zorg & Welzijn In dit budget is de subsidie voor stichting Binding voor geheel 2024 geboekt. Dit is de grootste kostenpost binnen dit budget  Participatie gemeentefonds De BUIG uitkeringen zijn voor heel 2024 ontvangen en geboekt. De lasten van de BUIG worden maandelijks door middel van een voorschot aan de RDWI betaald en geboekt (t/m mei 2024 geboekt). Vanuit de meicirculaire 2024 zijn er aanvullende middelen ontvangen. Deze worden doorgezet naar de uitvoerende instantie.

2.2.3 Ontwikkelingen Wmo Inleiding Met de Wmo richten we ons op versterking van de zelfredzaamheid in en om het huis en meedoen in de samenleving van inwoners in een kwetsbare positie. De voortschrijdende vergrijzing is van grote invloed op het aantal. Daarnaast is sprake van meer inwoners die te maken hebben met psychische problematiek, dementie en bestaansonzekerheid. Wachtlijsten in (medische) behandelcircuits kunnen eveneens leiden tot meer aanspraken op Wmo-begeleiding. We zien verder dat het rijksbeleid om kwetsbaren zo lang mogelijk thuis te laten wonen, leidt tot meer inwoners die zorg vanuit een Wet langdurige zorg (Wlz) 1 thuis afnemen in plaats van in bij voorbeeld een verpleeghuis. Dit leidt voor de gemeente tot meer kosten: een deel van de zorg en ondersteuning slaat bij thuis wonende Wlz- cliënten neer op de Wmo. We hebben daar geen invloed op omdat regelgeving en indicatiestelling voor de Wlz niet onder de gemeente vallen. Trends in aantallen cliënten en uitgaven- wat zien we We zien in het eerste 5 maanden een stijging van het aantal cliënten met huishoudelijke ondersteuning, wonen en dagbesteding. Dat hangt samen met de ontwikkelingen zoals die hierboven beschreven zijn. Financieel is de prognose op dit moment een tekort van € 90.000 op de totale Wmo voor 2024.

Hiervoor zijn – behalve de stijging van het aantal cliënten- de volgende oorzaken aan te wijzen: Woningaanpassingen: in 2024 moeten we een aantal grote woningaanpassingen doorvoeren vanwege ernstige progressieve ziektes bij inwoners. Ook het aantal kleinere woningaanpassingen is stijgend. Wat doen we: aanpak De samenwerking op de Wijkse schaal leidt ertoe dat veel inwoners in een kwetsbare positie tijdig zorg en ondersteuning weten te vinden. Huisartsen, woningcorporaties en andere doorverwijzers weten de Wmo-adviseurs goed te vinden. Niet altijd leidt dat tot een formele Wmo-aanvraag. De aanpak omvat altijd de toets of andere oplossingen mogelijk en juridisch haalbaar zijn. Met het nieuwe monitorsysteem is meer inzicht verkregen in het verloop van beschikkingen en aantallen cliënten, met name in de begeleiding. Vanuit de Maatschappelijke Agenda (MAG 2023) zetten we steeds meer in op voorliggende voorzieningen (welzijn, bewegen en sport, activering op gezondheid, omzien naar elkaar en op tijdige woningaanpassingen etc.). 1

De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. De rijksoverheid financiert de Wlz. Mensen met een Wlzindicatie krijgen bijna alle zorg vanuit de Wlz, maar voor sommige voorzieningen is de gemeente verantwoordelijk op grond van de Wmo. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om sociaal vervoer (regiotaxi), woningaanpassingen en woonvoorzieningen / hulpmiddelen. 15

De samenwerking met stichting Binding, de buurtsportcoaches, lokale voorzieningen voor sport- en valpreventie, casemanagers dementie, ergo- en fysiotherapeuten, woningcorporaties en zorgaanbieders verloopt goed. Dit biedt steeds meer kansen voor preventie en welzijnsoplossingen in de plaats van formele Wmo-ondersteuning. Zo is gestart met ‘Welzijn op recept’ in samenwerking met huisartsen en krijgt community building steeds meer vorm. Een deel van de Wmo-begeleiding vindt plaats vanuit zogenoemde ‘hybride teams’: samenwerkende zorgorganisaties die een deel van de begeleiding invullen met welzijn. We streven naar inrichting van de buitenruimte die aanzet tot bewegen en gezondheid. De eerste Wijkse dementie-vriendelijke wandelroute is daar een voorbeeld van. Tenslotte gaan we -ook in GALA- (Gezond en Actief Leven Akkoord) en IZA- (Integraal Zorgakkoord) verband- ons steeds meer anders verhouden tot onze inwoners: eigen verantwoordelijkheid, inzetten op wat wel (nog of weer) kan vanuit ‘reablement’. De samenwerking met wijkverpleging, thuiszorg, fysio- en ergotherapeuten gaat in dit verband de komende jaren nog intensiever worden. Wat blijft, is een bewustzijn op kosten en op de grenzen van onze wettelijke taken. We streven vanuit bovenstaande maatregelen naar een dempende werking op de groei van Wmocliënten.

De eerlijkheid gebiedt wel te stellen dat we daarmee de stijgende kosten vanwege de geschetste ontwikkelingen in de inleiding maar ten dele kunnen voorkomen. Dat komt ook door veelvuldige jurisprudentie in den lande, die beperkend werkt op wensen om meer verantwoordelijkheid bij de inwoners te leggen. Ook inflatie en stijgende tarieven als gevolg van Cao’s werken kostenverhogend zonder dat we daar als gemeente invloed op kunnen uitoefenen. Deze toename van de kosten moeten meegenomen worden in de begroting. Er is gerede twijfel of onze rijksbudgetten deze trends in voldoende mate volgen. Toekomstperspectief Landelijke trends wijzen op meer druk die op de Wmo gaat ontstaan: als oplossing om ‘de zorg’ toekomstbestendig te houden, wordt in toenemende mate vanuit het medisch domein gekeken naar gemeenten voor preventie, welzijnsoplossingen en Wmo-ondersteuning. Het Rijk heeft aangekondigd om vanaf 2026 de vaste eigen bijdrage van Wmo-cliënten van € 20,60 per maand te wijzigen in een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Vooralsnog is die gesteld op € 275 per maand. De dempende werking van een hogere eigen bijdrage op nieuwe aanvragen zal daarmee naar verwachting beperkt blijven. Zeker nu de eigen bijdragen in de Wlz aanmerkelijk hoger blijven, zijn mensen geneigd hun ondersteuning zo lang mogelijk in Wmo-verband af te nemen.

Het Rijk stuurt bovendien op besparingen in de Wlz, hetgeen leidt tot een steeds strengere indicatiestelling en minder doorstroom vanuit de Wmo naar de Wlz.

16

2.3 Programma’s 3 t/m 9 2.3.1 Financieel overzicht Bedragen * € 1.000 Programma/Product 3.1 Afvalverwijdering 3.2 Straatreiniging en gladheidsbestrijding 3.3 Riolering 3.4 Openbaar groen (incl. speeltuinen en begraafplaatsen) 3.5 Weg- en waterwegen 3.6 Milieu (bodem, waterkwaliteit, geluid) en natuur Totaal 10.3 Mutaties reserves programma 3 Kaptiaallasten en DBL Totaal Programma 3 4.1 Economie - beheer en acquisitie werkgelegenheid 4.2 Stadspromotie, recreatie, toerisme & evenementen Totaal 10.4 Mutaties reserves programma 4 Kaptiaallasten en DBL Totaal Programma 4 5.1 Ruimtelijke ordening, incl. aanpak stikstof 5.2 Omgevingswet 5.3 Wonen 5.4 Gebiedsontwikkeling en projecten 5.5 Grondzaken, incl.

werklocaties 5.6 Verkeer en parkeren Totaal 10.5 Mutaties reserves programma 5 Kaptiaallasten en DBL Totaal Programma 5 6.1 Sport en bewegen 6.2 Kunst en cultuur 6.3 Archeologie & erfgoed Totaal 10.6 Mutaties reserves programma 6 Kaptiaallasten en DBL Totaal Programma 6 7.1 Energietransitie 7.2 Warmtetransitie 7.3 Klimaatadaptatie, waterkwaliteit 7.4 Duurzame mobiliteit en schone lucht 7.5 Circulaire economie Totaal 10.7 Mutaties reserves programma 7 Kaptiaallasten en DBL Totaal Programma 7 8.1 Openbare orde en veiligheid Totaal 10.8 Mutaties reserves programma 8 Kaptiaallasten en DBL Totaal Programma 8 9.1 Communicatie en inwonersparticipatie 9.2 Publieksdiensten / KCC 9.3 Bedrijfsvoering en gemeentelijk vastgoed 9.4 Financiën en belastingen 9.5 Bestuur 9.6 Incidentele ontwikkeling Totaal 10.9 Mutaties reserves programma 9 Kapitaallasten en Doorbelasting Totaal Programma 9

Bedrag Begroot

Bedrag Werkelijk

Restant begroot

1.261 -354 1.834 -1.281 -1.421 -635 - 596 -38 -3.751 - 4.385 -177 -456 - 633 -9 -237 - 879 -121 -307 449 -18 486 -71 418 -467 -2.393 - 2.441 -578 -714 -108 - 1.399 16 -629 - 2.012 23 -85 -31 -13 -10 - 116 18 -249 - 347 -1.967 - 1.967 69 -682 - 2.581 -66 372 -17.258 46.095 -1.363 500 28.280 86 8.007 36.373

1.085 -300 2.456 85 -356 -286 2.684 -995 1.688 -181 -104 - 285 -112 - 397 12 -156 432 571 -43 5 820 -1.167 - 346 -282 -43 16 - 309 -124 - 433 236 358 -0 594 -193 401 -902 - 902 -304 - 1.207 -32 149 -6.977 22.665 -550 -425 14.829 3.419 18.248

177 -54 -622 -1.365 -1.065 -349 - 3.280 -38 -2.756 - 6.073 4 -352 - 347 -9 -125 - 482 -133 -151 16 -589 529 -76 - 402 -467 -1.226 - 2.095 -296 -671 -123 - 1.090 16 -505 - 1.579 -212 -443 -31 -13 -10 - 710 18 -56 - 748 -1.065 - 1.065 69 -378 - 1.374 -34 224 -10.281 23.430 -812 925 13.451 86 4.588 18.125

Percentage Bijgestelde Indicatie Mutaties besteed begroting 86% 85% 134% -7% 25% 45%

l l l l l l

102% 23%

l l

-10% 51% 96% -3177% -9% -6%

49% 6% -14%

1016% -422% 0% 0% 0%

-

l l l l l l

l l l

l l l l l

1.261 -354 1.834 -1.281 -1.421 -697 - 658

-

- 658 -177 -456 - 633

- 62

- 633 -121 -307 449 -18 486 -71 418

-

418 -578 -714 -108 - 1.399

-

- 1.399 23 -85 -31 -13 -10 - 116

-

-62 - 62

-

-

-

-

46%

l

- 116 -2.038 - 2.038

-71 - 71

l l l l l l

- 2.038 -66 372 -17.248 47.778 -1.428 500 29.908

- 71

49% 40% 40% 49% 40% -85%

29.908

10 1.683 -65 1.628

1.628

17

2.3.2 Toelichting en mutaties  Afvalverwijdering & riolering Voor zowel Afvalverwijdering (3.1) als Riolering (3.3) geldt dat de inkomsten in het eerste halfjaar binnenkomen (heffingen) en de kosten meer verspreid over het jaar volgen. Binnen het gesloten systeem van afval- en riolering kunnen in de loop van het jaar afwijkingen ontstaan aan zowel kosten als aan de inkomstenkant. Per jaareinde zal dit worden verrekend met de betreffende voorziening. Afvalverwijdering – ontwikkelingen o

PMD

Sinds dit jaar wordt er meer PMD afgekeurd dan begroot. De reden hiervoor is de strengere kwaliteitscontrole die momenteel plaatsvindt. In de raadsmemo van 16 april 2024 heeft het college de raad hierover geïnformeerd. In de raadsmemo is de situatie geschetst over het 1 e kwartaal van 2024. Op dit moment zijn, naast het 1e kwartaal, alleen de resultaten van april 2024 bekend. Alhoewel april een beter beeld laat zien dan het eerste kwartaal kan hieruit geen conclusie getrokken worden. Zoals in de raadsmemo is vermeld fluctueert de afkeur per maand. Om de kwaliteit van PMD te verhogen en daarmee de afkeur te verminderen zijn zogenaamde voorloopacties aangekondigd. Begin mei zijn de inwoners van een deel van de Noorderwaard geïnformeerd over wat er bij PMD mag, en is bekend gemaakt dat er een voorloopactie plaatsvindt waarbij de inhoud van de PMD container bekeken wordt. Op 31 mei heeft de voorloopactie in de Noorderwaard plaatsgevonden waar een duidelijke verbetering in de kwaliteit te zien was. Een 2e voorloopactie heeft op 14 juni in de Heul plaatsgevonden. Hiervan zijn de resultaten nog niet bekend. Aan de hand van de resultaten en ervaringen van deze acties wordt het vervolg bepaald. Er is nog niet bekend welk resultaat de voorloopacties gaan hebben op de hoeveelheid afkeur van PMD.

Daarom moet er vooralsnog vanuit gegaan worden dat, zoals beschreven in de raadsmemo, de extra kosten in verband met afkeur in 2024 kunnen oplopen tot € 170.000. Deze kosten worden verrekend met een onttrekking uit de voorziening reiniging. o

Milieustraatstromen

In 2023 is het contractbeheer van de milieustraatstromen uitbesteed aan Cirkelwaarde. Een samenwerkingsverband tussen onze gemeenschappelijke regeling AVU (Afval Verwijdering Utrecht) en inzameldiensten Circulus en ROVA 1). Naast de schaal- en milieuvoordelen die het uitbesteden van de milieustraatstomen biedt, heeft Cirkelwaarde in juli 2023 een quickscan uitgevoerd waaruit bleek dat er een financiële besparing van circa € 75.000 te realiseren was. Deze besparing is in de afvalbegroting 2024 opgenomen. In december 2023 zijn de contracten door Cirkelwaarde met de verschillende verwerkers afgesloten waarbij het voordeel uiteindelijk kleiner bleek te zijn dan verwacht. In juli 2023 werd er bijvoorbeeld nog een opbrengst voor hout verwacht, terwijl bij het afsluiten van de contracten in december 2023 een tarief betaald moest worden voor hout. Deze prijsverschillen houden onder andere verband met de dalende prijzen voor energie. De verwachting is dat de financiële besparing op de milieustraatstromen daardoor circa € 20.000 lager is dan begroot. De lagere besparing zal jaarultimo worden verrekend met de voorziening reiniging.

18

1)

ROVA is een publieke dienstverlener die voor 23 gemeenten in de regio Zwolle, Twente, Achterhoek en Eemland het afvalbeheer verzorgt. Circulus is een vergelijkbare organisatie die het afvalbeheer voor 9 gemeenten in de regio Apeldoorn, Deventer, Lochem en Epe verzorgt.

Riolering Voor het onderdeel ‘Pompen en gemalen’ blijken de kosten sterk te stijgen. Dit komt voort uit het nieuw aanbestede onderhoudsbestek, waaruit een gemiddelde prijsstijging van 20 % voor het groot en dagelijks onderhoud naar voren komt. Dit kan leiden tot een nadeel van afgerond € 30.000. Daarnaast kunnen de kapitaallasten in 2024 lager uitvallen, doordat enkele projecten jaareinde 2023 nog niet zijn afgerond en tot slot kunnen er overige mutaties in de baten en lasten plaatsvinden, die dan ook zullen worden verrekend met de voorziening riolering.  Straatreiniging & gladheidsbestrijding De basiskosten gladheidsbestrijding voor deze dienstverlening worden per jaar vooruitbetaald. We hebben begin van dit jaar meerdere malen moeten strooien, deze kosten worden alleen begin en eind van het jaar gemaakt, afhankelijk van het weer.  Wonen De afwijking komt vooral door de ontvangen bedragen voor afgegeven vergunningen  Gebiedsontwikkeling en projecten Voor de flexwoningen zijn de baten vanuit de ontvangen subsidies al geboekt; de kosten moeten nog plaatsvinden.  Energietransitie en Warmtetransitie Voor de Energietransitie (7.1) en Warmtetransitie (7.2) hebben we de rijksmiddelen (SPUK) begin van dit jaar ontvangen. De uitgaven worden verspreid over dit jaar gedaan.

Van deze specifiek gelabelde rijksmiddelen, kan een eventueel niet besteed deel de volgende jaren worden besteed.  Financiën en belastingen De mutaties worden veroorzaakt door extra middelen in het gemeentefonds uit de circulaires en een teruggave van de verbonden partij BSR.  Bestuur De mutatie in dit onderdeel wordt veroorzaakt door het raadsbesluit betreffende de uitgave voor het raadsinformatiesysteem. De overige mutaties worden veroorzaakt door de mutaties uit de verbonden partijen.

2.3.3 Ontwikkelingen uitvoering projecten en contracten Bij de uitvoering van projecten, bijvoorbeeld vervangingen in onze openbare ruimte, worden we nog altijd geconfronteerd met hogere prijzen. Het tekort aan capaciteit bij onze leveranciers, engineers en onderaannemers en gestegen loonkosten in deze branches blijven een zorg. Contracten die we uitvoeren of die we opnieuw (moeten) aanbesteden, brengen een stijging van kosten voor de komende jaren met zich mee. Dit merken we in de contracten voor het onderhoud van de openbare ruimte. Ook de kosten voor opnieuw aanbesteedde softwarecontracten stijgen, zoals bijvoorbeeld voor een nieuw financieel systeem en een nieuw Raads- & Bestuurlijk Informatiesysteem (RIS/BIS). De aflopende contracten waren verouderd en de marktwaarde voor

19

deze softwareoplossingen is in de afgelopen jaren gestegen. Een nieuwe aanbesteding heeft dus impact op de jaarlijkse kosten voor deze oplossingen. Daarnaast worden er bij aanvang van het contract extra éénmalige kosten in rekening gebracht voor implementatie en training.

2.3.4 Ontwikkelingen inzet externe expertise In iedere (tussentijdse) rapportage als onderdeel van de P&C-cyclus rapporteren we over de ontwikkelingen van de inzet van externe expertise. Deze kosten zijn verdeeld over de diverse programma’s en producten. Onderstaande cijfers zijn tot en met 31 mei 2024.

Staat van personeelslasten

Totale loonsom (incl. inhuur op formatie) Bijzondere projecten / Spuks Doorbelasting uren op projecten en subsidies Inhuur bijzondere expertise binnen budget

Actuele Begroting

Werkelijk

Restant

Verwachting

14.640 306 - 232

6.236 97 - 176

8.404 209 - 56

14.640 306 - 232

14.714

6.157

8.557

14.714

divers*

290

* Deze kosten zijn verdeeld over de diverse budgetten binnen de verschillende programma's en producten.

20

3.

Voortgang Investeringen

In dit hoofdstuk beschrijven we de voortgang van de belangrijkste investeringen die dit jaar lopen en in voorbereiding of in uitvoering zijn.

3.1 IHP

Het Integraal Huisvestings Plan (IHP) bestaat uit twee verschillende projecten: De Heul Aan de Karolingersweg (oude Jozefschoollocatie) realiseren we nieuwbouw voor de school De Wegwijzer van schoolbestuur de Oorsprong, een beweegbox en kinderopvang. Voor dit project wordt momenteel een definitief ontwerp uitgewerkt. Dit zal in het najaar worden afgerond. In de vorige, afgeronde fasen (schetsontwerp en voorlopig ontwerp) is het project binnen de vastgestelde (financiële) kaders gebleven. Noorderwaard Op Noorderwaard willen we nieuwbouw realiseren voor de scholen De Windroos van schoolbestuur Het Sticht en De Werkschuit van schoolbestuur BasisWijk, als ook ruimte voor kinderopvang. Op verzoek van de raad hebben we onderzocht of woningen bovenop de nieuwe scholen gerealiseerd konden worden. Dit bleek niet realiseerbaar. Nu zijn we in overleg met de schoolbesturen voor het bouwen van de scholen in twee lagen, zodat er op het terrein (naast de school) ruimte ontstaat voor het realiseren van woningen. Er is hierover nog geen overeenstemming. De scholen gaan nu aan de slag met het uitwerken van een eerste schetsontwerp.

3.2 Gemeentewerf en Milieustraat

In 2023 zijn door het bouwteam, bestaande uit een ontwerptechnisch bureau/architect, twee aannemers en gemeente, de Definitief ontwerpen uitgewerkt in Uitvoeringsontwerpen. Op basis daarvan zijn eind 2023 de definitieve aanneemsommen voor beide voorzieningen aan de gemeente bekend gemaakt. In de maanden daarna zijn deze verder besproken en zijn op 7 mei 2024 de aanneemovereenkomsten getekend. In 2023 zijn ook de omgevingsvergunning bouwen aangevraagd en de melding Activiteitenbesluit ingediend. Als de bouw zonder tegenslagen verloopt zal medio 2025 de nieuwe locatie in gebruik worden genomen.

3.3 Zandweg

Het project Herinrichting Zandweg loopt op planning. Verwachting is dat we in de zomer 2024 de nieuwe rotonde Zandweg Frankenweg Nieuweweg hebben gemaakt. Planning is dat in december 2024 het hele project gerealiseerd is. De communicatie met de omgeving verloopt goed. Het project zit binnen budget, maar we varen financieel wel scherp aan de wind. In de zomer 2024 ontvangt u een procesmemo met meer informatie over het project.

21

4.

Bijlage tabellen

Technische wijzigingen (budgetneutraal) Technische wijzigingen sep 2023- mei 2024 Programma 2 5 6 7 7 7 7 7

2024

Omschrijving Tendersubsidie bovenregionaal logeerhuis Flexwoningen Eenmalige specifieke uitkeringen lokale bibliotheekvoorzieningen 2023-2024 Incidentele subsidie voor demonstratieruimte Grijs naar Groen Participatie Duurzame opwek

Uitgaven 6.060

Inkomsten 6.060

529.219

529.219

220.000

Vaststellen Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2024-2027 Energietransitie Warmtetransitie

Technische wijzigingen

I/S

Dekking

220.000

I I I

IZA gelden in 2023 Rijksmiddelen flexwoningen SPUK en cofinanciering

19.989

19.989

I

Budget warmte transitie

140.000

140.000

I

70.000

70.000

I

Middelen Ministerie EZK, subsidie en budget duurzaamheid CDOKE gelden

311.363

311.363

365.834

365.834

I I

SPUK middelen SPUK middelen

1.662.465 1.662.465

Raadsbesluiten met financiële consequenties Product

Raadsvoorstellen

2024

I /S Raadsbesluit

9.5

Aanbesteding raadsinformatiesysteem en bestuurlijk informatiesysteem Saldo raadsbesluiten t/m 24 mei 2024

-64.724

I

21-5-2024

-64.724

22

Verbonden partijen Teruggave Begrotings Gemeenschapelijke Product jaarrekening wijziging Totaal regelingen 2023 2024 2.2 GGD 0 2.5 RDWI 58 58 3.1 AVU -7 -7 3.6 ODRU -15 -47 -62 8.1 VRU 35 -106 -71 9.3 RAZU 10 -1 10 9.3 RID 0 9.4 BSR 34 -8 26 Totaal 122 -168 -46 Corr. gesloten systeem afval 7 Totaal incl. corr. (toename kosten GR)

-39

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14278402/1